Straling en Druk - rwi

Naam:
Voortgangstoets
NAT
6 VWO
45 min.
Week 40
SUCCES!!!
Noteer niet uitsluitend de antwoorden, maar ook je redeneringen (in correct Nederlands)
en de formules die je gebruikt hebt! Maak daar waar nodig een schets van de situatie.
Let op het juiste aantal significante cijfers en vergeet de eenheden niet!
Maak de opgaven in de juiste volgorde en werk netjes.
Met potlood geschreven tekst wordt niet gecorrigeerd!
Het gebruik van Tipp-Ex is niet toegestaan.
Opgave 1
De kathode van een fotocel heeft een oppervlakte van 3,5 cm2. Hierop valt licht met een
intensiteit van 6,0 W/m2. De golflengte van dit licht is 398 nm. De stroommeter waarop de
fotocel is aangesloten wijst 75 μA aan.
a) Bereken het aantal fotonen dat per seconde op de fotocel valt.
b) Bereken hoeveel procent van deze fotonen een elektron vrijmaakt.
Opgave 2
Je beschikt over een laser die rood licht uitzendt met een golflengte van 640 nm. Het
vermogen van de uitgezonden laserstraal bedraagt 30,0 mW.
a) Bereken de energie van één foton van het rode laserlicht (in eV).
b) Bereken het aantal fotonen dat de laser elke minuut uitzendt.
Opgave 3
In nevenstaande afbeelding is het vereenvoudigde
energieniveauschema van het atoom cesium gegeven.
Het niveau behorend bij 3,9 eV is het ionisatieniveau. Het niveau
behorend bij 0 eV is de grondtoestand.
a) Leg uit bij welke energieovergang in het atoom straling met de
grootste golflengte behoort.
b) Bereken die grootste golflengte.
c) Teken in nevenstaande afbeelding door middel van pijlen alle
energieovergangen die horen bij alle mogelijke absorptielijnen
van dit atoom die eindigen op het niveau van 2,3 eV.
Volgende bladzijde
1/2
Opgave 4
Een constante hoeveelheid waterstofgas, als een ideaal gas te beschouwen, doorloopt het
in onderstaande afbeelding aangegeven kringproces vanuit de begintoestand A in de in de
afbeelding aangegeven richting. In deze begintoestand is het volume 200 L.
a) Bereken de hoeveelheid gas waarmee dit experiment is uitgevoerd.
b) Teken van dit kringproces een (p,V)-diagram.
Stel in dit diagram een druk van 6·103 Pa voor door één centimeter.
c) Leg uit wat de fysische betekenis is van het omsloten oppervlak in het (p,V)-diagram.
Laatste bladzijde
2/2