Bijdrage Hoogwaterbeschermings-programma 2014

VOORSTEL AB
PORTEFEUILLEHOUDER
: H.J. Pereboom
VERGADERING D.D.
NUMMER
OPSTELLER
FUNCTIE
VERGADERING MT D.D.
VERGADERING DB D.D.
OPGESTELD D.D.
:
:
:
:
:
:
:
AGENDAPUNT :
AB
CATEGORIE
: A-STUK (Afdoeningsstuk)
24 juni 2014
WS/WBA/CB/DYt/8271
ir. D.A. Langendijk-Ytsma, 0522-276839
Beleidsadviseur integraal waterbeheer
-10 juni 2014 (8254)
20 mei 2014
ONDERWERP
Bijdrage Hoogwaterbeschermingsprogramma 2014.
SAMENVATTING
In 2011 is de Spoedwet als aanvulling op de Waterwet vastgesteld. Met de inwerkingtreding van deze wet
zijn de waterschappen op grond van het bepaalde in artikel 7.24 van de Waterwet een jaarlijkse bijdrage
aan het Rijk verschuldigd voor de kosten die gemoeid zijn met het Hoogwaterbeschermingsprogramma
(HWBP). De totale bijdrage van de waterschappen in de kosten van het HWBP bedragen tot 2014 € 81
miljoen per jaar. Het aandeel van ieder individueel waterschap wordt bepaald aan de hand van de
berekening zoals opgenomen in artikel 7.24, lid twee van de Waterwet. Eén van de elementen van uit het
Bestuursakkoord Water vloeide voort uit het regeerakkoord van het najaar van 2010 en hield in dat de
bijdrage van de waterschappen aan het HWBP werd verhoogd; met 50 miljoen euro in 2014 en nog eens
50 miljoen euro voor de jaren 2015 en verder.
EXTRA INFORMATIE
-ADVIES
Gevraagd wordt in te stemmen met:
1. het verlenen van een krediet van € 1.606.734,00 voor de wettelijke bijdrage aan het
Hoogwaterbeschermingsprogramma 2014.
BESTUURLIJKE AANDACHTSPUNTEN EN EFFECT VOOR REEST EN WIEDEN
Naar aanleiding van artikel 7.24 van de Waterwet draagt elk waterschap bij aan de kosten van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma.
In de Waterwet staat dat de minister van I&M de verplichting tot betaling jaarlijks voor 1 mei vaststelt. De
facturen worden vanaf heden kort na mei verstuurd (in voorgaande jaren werd in het najaar gefactureerd).
TIJDPAD
--
Pagina 2 van 4
Nummer: WS/WBA/CB/DYt/8271
INTEGRAAL OVERLEG EN COMMUNICATIE
-FINANCIËN
Investering
Kredietaanvraag € 1.606.734,00
Bedrag begroting € 1.629.000,00
Afschrijvingstermijn 5 jaar
Bijdrage derden € 0,00
Reeds aangevraagd € 0,00
Netto krediet € 1.606.734,00
Het restant van de begroting vervalt voor een bedrag van € 22.266,00.
De investering is opgenomen in de investeringslijst van de programmabegroting 2014 onder de post
Bijdrage Hoogwaterbeschermingsprogramma. De verwachte in gebruik name van de investering vindt
plaats in 2014 waardoor op basis van het activerings- en afschrijvingsbeleid voor het eerst de lasten tot
uitdrukking komen met ingang van 2015. De lasten zijn gedekt in de meerjarenraming.
Bij de behandeling van de programmabegroting is besloten dat de besluitvorming over deze investering
door het Algemeen Bestuur wordt gedaan.
Verwachting exploitatie
Kapitaallasten
Overige exploitatielasten
Opbrengsten
2015
€ 358.950,00
OPENBAARHEID
-BIJLAGEN
-BESLUIT
Dagelijks Bestuur,
mr. A.K. Schuttinga,
Secretaris-directeur
M.M. Kool,
Dijkgraaf
Pagina 3 van 4
Nummer: WS/WBA/CB/DYt/8271
TOELICHTING
BESTUURSAKKOORD WATER (2009)
In december 2009 gaf het kabinet aan dat zij de voorstellen vrijwel ongewijzigd zou gaan overnemen.
Omdat het kabinet in het voorjaar van 2010 demissionair werd, werden niet alle voorstellen direct in beleid
en wetgeving verankerd. Om te waarborgen dat de bezuiniging op de rijksbegroting al wel in 2011
gerealiseerd zou worden, verankerde het kabinet wel enkele puur financiële zaken in wetgeving (Wet van
23 mei 2011, Stb. 270, die door de waterschappen ook wel de ‘Spoedwet 100 miljoen’ werd genoemd).
Eén aspect daarvan was de wijze waarop de totale bijdrage aan het HWBP over de waterschappen wordt
verdeeld. Op voorstel van de Unie werd de bijdrage voor 50% verdeeld op basis van het aantal
huishoudens en voor 50% op basis van de WOZ-waarde van het gebouwd onroerend goed in de
beheergebieden van de waterschappen. De verdeelsleutels worden iedere vier jaar geactualiseerd.
Een wijziging ten opzichte van het aanbod van de waterschappen die het kabinet na onderhandelingen
met het IPO nog doorvoerde, was dat er t.a.v. de overdracht van de muskusrattenbestrijding geen korting
van 25 miljoen euro op het Provinciefonds plaats zou gaan vinden, maar van 19 miljoen euro. Om de
Rijksbegroting toch met 100 miljoen euro te ontlasten, stelde het kabinet de bijdrage van de
waterschappen aan het HWBP vast op 81 miljoen euro per jaar.
In 2011 is de Spoedwet als aanvulling op de Waterwet vastgesteld. Met de inwerkingtreding van deze wet
zijn de waterschappen op grond van het bepaalde in artikel 7.24 van de Waterwet een jaarlijkse bijdrage
aan het Rijk verschuldigd voor de kosten die gemoeid zijn met het HWBP. De totale bijdrage van de
waterschappen in de kosten van het HWBP bedragen tot 2014 € 81 miljoen per jaar. Het aandeel van
ieder individueel waterschap wordt bepaald aan de hand van de berekening zoals opgenomen in
artikel 7.24, lid twee van de Waterwet.
HWBP-BIJDRAGEN IN HET BESTUURSAKKOORD WATER (2011)
Er vond ook een integrale uitwerking van alle voorstellen van de waterschappen uit Storm plaats en de
verankering daarvan gebeurde in het Bestuursakkoord Water (BAW), dat Rijk, provincies, gemeenten,
waterleidingbedrijven en waterschappen in mei 2011 sloten. Eén van de elementen van dit akkoord
vloeide voort uit het regeerakkoord van het najaar van 2010 en hield in dat de bijdrage van de
waterschappen aan het HWBP werd verhoogd; met 50 miljoen euro in 2014 en nog eens 50 miljoen euro
voor de jaren 2015 en verder. Met het regeerakkoord kregen de bijdragen van de waterschappen ook als
horizon ‘tenminste t/m 2028’ mee.
Het BAW zegt verder over en in relatie tot de bijdragen van de waterschappen aan het HWBP:
a. het geld dat op het moment van afsluiten van het BAW op de rijksbegroting beschikbaar was voor
HWBP, blijft ook beschikbaar (de middelen die het betreft zijn vastgelegd in een ‘sideletter’ bij het
BAW, die door Rijk en Unie is ondertekend);
b. de € 81 miljoen per jaar die de waterschappen in de periode 2011-2013 betalen wordt besteed aan
HWBP2-projecten van waterschappen;
c. M.i.v. 2014 leggen waterschappen en Rijk elk een gelijke hoeveelheid ‘nieuwe’ middelen in. In
principe is dit in 2014 € 131 en vanaf 2015 € 181 mln. per jaar, maar als het Rijk zijn bijdrage verlaagt,
dan dragen ook de waterschappen ‘slechts’ dat mindere bedrag bij. Deze middelen zijn eerst en
vooral voor de afronding van HWBP2-projecten van waterschappen. Als echter in bepaalde jaren
geen middelen voor HWBP2 nodig zijn, kunnen waterschapsprojecten n.a.v. de derde toetsronde
(hierna: nHWBP-projecten) worden gesubsidieerd;
d. Rijk en waterschappen werken voor de waterschapsbijdrage aan het HWBP een nadere verdeling uit
tussen een solidariteitsdeel (verevening) en een doelmatigheidsprikkel. De doelmatigheidsprikkel krijgt
de vorm van een projectgebonden bijdrage door het waterschap dat een nHWBP-project uitvoert. De
doelmatigheidsprikkel wordt o.a. getoetst op basis van de gevolgen voor de regionale
lastenontwikkeling. Uitgangspunt hierbij is dat er geen onevenwichtige verschuiving van de lokale
lasten op mag treden, met name in gebieden met veel primaire waterkeringen en weinig inwoners;
e. De uiteindelijke en definitieve afspraken over de financiering worden in 2016 geëvalueerd.
Pagina 4 van 4
Nummer: WS/WBA/CB/DYt/8271
De waterschappen hebben via de Ledenvergadering van de Unie in het voorjaar van 2011 met het BAW
en dus met deze afspraken ingestemd.
BIJDRAGE WATERSCHAPPEN AAN HWBP-2 (2013 – HEDEN)
Ten aanzien van de bijdrage aan het HWBP-2 is in het BAW afgesproken dat de bijdragen van
waterschappen en Rijk aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma in eerste instantie worden ingezet
voor de uitvoering van het HWBP-2 en daarna kunnen worden benut voor het nieuwe HWBP. De
Stuurgroep nHWBP heeft in december 2011 aangegeven dat eventuele meevallers uit het HWBP-2
worden verdeeld naar rato van de bijdrage aan de bekostiging van het HWBP-2. De minister heeft in april
2013 in het debat met de Tweede Kamer bevestigd dat meevallers uit het HWBP-2 worden overgeheveld
naar het nHWBP.