Kopieermap Leerboek

Kopieermap
Leerboek
Werkwoorden
in uitvoering
Deel A: Werkwoorden schrijven
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 1
1. Inhoudsopgave
1. Inhoudsopgave ………………………………………………..… 6
2. Werkwoorden schrijven, een verhaal (1) ………………. 9
We missen iemand
Werkwoorden: een begin …
13
3. Werkwoorden schrijven: de vorm ……………….............. 15
3.1. Werkwoorden schrijven in stappen …………………………………… 15
Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
4. Werkwoorden schrijven, een verhaal (2) ………..………
Het Nu
5. Werkwoorden schrijven: de vorm ……….....................
5.1. De tegenwoordige tijd, in stappen… …………………………………
5.2. De tegenwoordige tijd ………………………………………………………
5.3. De tegenwoordige tijd, in zinnen: hoe het werkt ………………
Werkwoorden in de verleden tijd
25
27
31
31
33
36
39
6. Werkwoorden schrijven, een verhaal (3) ……..………
41
Het Toen
7. Werkwoorden schrijven: de vorm …….......................... 45
7.1. De verleden tijd, in stappen… ……………………………………………. 45
7.2. De verleden tijd ………………………………………………………………… 47
7.2.1. Regelmatig (zwak) ……………………………………………… 47
7.2.2. Onregelmatig (sterk) …………………………………………… 51
7.3. De verleden tijd, in zinnen: hoe het werkt ……………………… 53
Werkwoorden in de voltooide tijd
8. Werkwoorden schrijven, een verhaal (4) ………………
Wat Is Gebeurd
9. Werkwoorden schrijven: de vorm …............................
9.1. De voltooide tijd, in stappen… ……………………………………………
9.2. De voltooide tijd …………………………………………………………………
57
59
63
63
65
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 2
9.2.1. Regelmatig (zwak) ………………………………………………… 65
9.2.2. Onregelmatig (sterk) ……………………………………………\ 69
9.3. De voltooide tijd, in zinnen: hoe het werkt ……………………… 74
Werkwoorden: het einde!
79
10. Werkwoorden schrijven, een verhaal (5) ……………… 81
Een beetje spelen
11. Werkwoorden: alles in een schema ……...................... 85
Extra: helpende werkwoorden
87
12. Belangrijk: onregelmatige werkwoorden ….…….…..… 89
(onregelmatige werkwoorden houden zich niet aan de regels)
13. Belangrijk: hulpwerkwoorden …………………………...… 90
(hulpwerkwoorden hebben altijd een 2de werkwoord bij zich,
en soms zelfs ook een 3de of een 4de werkwoord)
Bijlagen
95
Werkwoordbladen ……………………………………………………………………… 97-101
Werkwoordblad 1 De tegenwoordige tijd
Werkwoordblad 2 De verleden tijd,
met regelmatige (zwakke) werkwoorden
Werkwoordblad 3 De verleden tijd,
met onregelmatige (sterke) werkwoorden
Werkwoordblad 4 De voltooide tijd,
met regelmatige (zwakke) werkwoorden
Werkwoordblad 5 De voltooide tijd,
met onregelmatige (sterke) werkwoorden
14. Werkwoorden schrijven, een verhaal (6) …………..… 103
Hoe het verder ging, in het kort
Hoe het afgelopen is, in het kort
Kopieermap – Werkboek ………………………………………….
107
Kopieermap – Toetsboek en verdieping …………………….
279
Kopieermap – Antwoordboek ……………………………………
439
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 3
5. Werkwoorden schrijven: de vorm
5.1. De tegenwoordige tijd, in stappen…
?
Het probleem:
Ik moet in een zin de goede vorm van een werkwoord
opschrijven…, in de tegenwoordige tijd.
WIE
Het begin:
Ik vraag:
Wie doet het?
En ik bedenk twee dingen:
1. Is het er één die het doet? En ben ik dat, of is het iemand anders?
2. Of zijn het er meer dan één die het doen?
TIJD
En daarna:
Ik vraag:
Hoe moet ik het werkwoord in de tegenwoordige tijd schrijven?
Tot slot:
Ik vraag:
Welke regel moet ik gebruiken?
REGEL
En ik bedenk:
Welke stappen moet ik nemen om het werkwoord goed op te schrijven?
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 4
Voorbeeldzinnen
Zin 1: Hij (werken) ………………………… al tien jaar bij dat bedrijf.
?
Zin 1: Hij (werken) ………………………… al tien jaar bij dat bedrijf.
WIE
Persoon =
hij (= één)
TIJD
Tijd =
tegenwoordige tijd
REGEL
Regel =
basis + t (bij hij - tegenwoordige tijd)
Basis = ik-vorm t.t.
(werk ) werk
Stap 1: Hij (werken) _werk__…… al tien jaar bij dat bedrijf.
Stap 2: Hij (werken) _______..t.. al tien jaar bij dat bedrijf.
Zin 1: Hij (werken) _werk__..t.. al tien jaar bij dat bedrijf.
Zin 2: Anna en Henk (afmaken) ………………………… hun werk nooit.
?
Zin 2: Anna en Henk (afmaken) ………………………… hun werk nooit …… .
WIE
Persoon =
Anna en Henk (= meer dan één)
TIJD
Tijd =
tegenwoordige tijd
REGEL
Regel =
lange vorm (bij meer - tegenwoordige tijd)
Lange vorm =
maken af
Stap 1: Anna en Henk (afmaken) _maken_ hun werk nooit …af… .
Zin 2: Anna en Henk (afmaken) _maken_ hun werk nooit …af… .
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 5
Kopieermap
Werkboek
Werkwoorden
in uitvoering
Deel A: Werkwoorden schrijven
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 6
Vieren:
Hij …………………………………
zijn verjaardag.
15. Terwijl de avond viel, luisterden de kinderen naar een spannend
verhaal.
 het gebeurt nu (altijd) / het gebeurde toen / het is vroeger gebeurd (afgelopen).
Opdracht 16
Welk woord past op de stippellijn?
Kies uit: vandaag / gisteren
1. ……………………… bekeek ik het voorbeeld goed, voordat ik de opdracht
maakte.
2. …………………………… maak ik de oefening uit mijn hoofd.
3. Hij stond …………………………… voor het raam.
4. Ik vind hem ………………………… wel aardig.
5. Maar ……………………………… deed hij erg vervelend.
6. Hij maakte ons ……………………………… bang.
7. ……………………………… maakte ik een leerzame wandeling door het bos.
8. De bakker fietste ……………………………… ook door de regen in het bos.
9. Hij bezorgt ……………………………… weer de bestellingen op de fiets.
10. Gelukkig is het …………………………… droog.
11. Ik ging ………………………… na de boswandeling naar de film met mijn
vrienden.
12. De stad Amsterdam viert …………………………… een groot koningsfeest.
13. Waarom meldde je dat ………………………… niet aan haar?
14. Maar ik zond …………………………… al een e-mail naar haar!
15. Ik bood haar …………………………… mijn oprechte excuses aan.
16. Maar zij begrijpt …………………………… nog steeds niet waarom.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 7
18. Eén van de schilders riep/raapte, of alles wel goed met de tuinman
gong/ging.
…………………………………  van het hele werkwoord  …roepen…
…………………………………  van het hele werkwoord  …………………………………
19. De tuinman knikte/knokte, sprang/sprong op en bleek/blijkte
ineens op wonderbaarlijke wijze te zijn genezen van een gekneusde
enkel.
…………………………………  van het hele werkwoord  …knikken…
…………………………………  van het hele werkwoord  …………………………………
…………………………………  van het hele werkwoord  …blijken…
Opdracht 49
Zet de werkwoorden in de a-zinnen in de tegenwoordige tijd.
Zet de werkwoorden in de b-zinnen in de verleden tijd.
Let op: de basisvorm: de ik-vorm tegenwoordige tijd.
Let op: de lange vorm: de wij-vorm tegenwoordige tijd.
De gebruikte werkwoorden zijn:
installeren, ontmoeten, bezorgen, belemmeren, richten, plegen,
verrichten, wennen, raden, dulden, verwaarlozen, woeden, scheiden,
ontaarden, benijden, laden, storten, draaien, schuifelen, lachen,
verwachten, negeren, slingeren
1.a. Een aardige elektricien installeer…… de koelkast.
1.b. Een aardige elektricien installeer
___ de koelkast.
2.a. Een paar dagen later ontmoet
wij elkaar in de supermarkt.
2.b. Een paar dagen later ontmoet
___ wij elkaar in de supermarkt.
3.a. De veel te gladde vloer bezorg…… de klanten veel overlast.
3.b. De veel te gladde vloer bezorg
4.a. Grote magazijnkarren belemmer
4.b. Grote magazijnkarren belemmer
___ de klanten veel overlast.
het zicht op de schappen.
___ het zicht op de schappen.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 8
Kopieermap
Toetsboek
en verdieping
Werkwoorden
in uitvoering
Deel A: Werkwoorden schrijven
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 9
16. Ook mijn kind (hebben/zijn) _________ namelijk door de vreselijke
griep (vellen, volt. dw.) ……………………………………… .
17. Mijn ijlende nichtje (mompelen, verl. tijd) ……………………………………… iets
over vloeren, die (golven, verl. tijd) …………………………………… en muren,
die (bewegen, verl. tijd) …………………………………… .
18. En mijn kind (zeggen, verl. tijd) …………………………………… : “(Zien, teg.
tijd) …………………………………… je die prachtige kleuren? Ze (dansen, teg.
tijd) …………………………………… !”
19. Mijn zus en ik (aansluiten, verl tijd) ……………………………………
in
de lange rij.
20. Onze kinderen (slapen, verl. tijd) …………………………………… en wij
(vervelen, verl. tijd) ……………………………………… ons een beetje.
21. “(Zingen, teg. tijd) ……………………………… je een liedje met me?” (vragen,
verl. tijd) ……………………………… mijn zus toen.
22. “Ja! Op een grote paddenstoel!” (voorstellen, verl. tijd) …………………………
ik
.
23. Dus vannacht (schallen, verl. tijd) …………………………… ons lied door het
hele ziekenhuis.
24. Na een tijdje (hebben/zijn) ……………………………… men ons echter
(verzoeken, volt. dw.) ……………………………… om te stoppen: we (storen,
verl. tijd) …………………………… de andere aanwezigen.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 10
30. Ik (liegen) …………………………… , dat de auto niet (willen)
……………………………… starten en dat ik daarom zo lang weg (hebben/zijn)
………………………… (zijn) …………………………… .
Toetsopdracht 36
De tegenwoordige tijd,
de verleden tijd, met regelmatige en onregelmatige werkwoorden, en
de voltooide tijd, met regelmatige en onregelmatige werkwoorden
Gebruik de juiste werkwoordbladen uit het leerboek.
Vul de goede vorm van het werkwoord in. Kijk daarvoor naar de aanwijzing, die
achter het werkwoord staat:
- teg. tijd = tegenwoordige tijd
- verl. tijd = verleden tijd
- volt. dw. = voltooid deelwoord = ge-woord
Let op de splits-bare werkwoorden.
1. Mijn moeder (hebben/zijn, teg. tijd) _________ verleden week eindelijk
een keer het tapijt (reinigen, volt. dw.) ___ __
____ __
.
 Mijn moeder …………………… ……………………………………………
2. Ze (hebben/zijn, teg. tijd) _________ eerst zelf (pogen, volt. dw.)
___ __
____ __
het tapijt buiten te brengen, maar uiteindelijk
(hebben/zijn, teg. tijd) _________ ze mij (vragen, volt. dw.)
___............................. om te helpen.
 Ze …………………… ……………………………………………
 …………………… ze ……………………………………………
3. “(Sjouwen, teg. tijd) _____________…… je alsjeblieft even het kleed
mee naar buiten?” (hebben/zijn, teg. tijd) _________ ze (smeken, volt.
dw.) ___ __
____ __
.
 …………………………………………… je
 …………………… ze ……………………………………………
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 11
Kopieermap
Antwoordboek
Werkwoorden
in uitvoering
Deel A: Werkwoorden schrijven
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 12
2. Waarom eigenlijk: werkwoorden in uitvoering ?
Er waren eens… en ze leefden…
En wat er in de tussentijd gebeurde, dat kan iedereen op zijn eigen manier
invullen. Op een leuke manier, op een hilarische manier, op een sombere manier,
op een spannende manier, op een zakelijke manier, op een humoristische manier
of op weer een heel andere manier…
Nou, die humoristische manier is wel een beetje mijn manier. Mijn verhalen zijn
soms een beetje vreemd, maar ze hebben vaak wel humor. Die humor komt
deels vanuit mij, maar het grootste deel is afkomstig van de werkwoorden. Die
hebben soms ook zo hun grappige ideeën en ze sturen mijn verhalen soms een
kant op, die ik niet had voorzien. Ik ben dus niet altijd helemaal de baas over
wat er op het papier komt te staan…
Deze methode, Werkwoorden in uitvoering, werkt met verhalen. Het is een
beleefmethode, waar je in duikt en doorheen zwemt. Waarna je weer boven
komt en je dan afvraagt waar je eigenlijk bent geweest en waar je nou
uiteindelijk terecht bent gekomen.
Maar moet alles dan als vanzelf begrepen worden?
Deze methode zegt toch de werkwoordspelling aan te leren?
Systematische methode
Werkwoorden in uitvoering kent een zeer systematische aanpak van het leren
schrijven van werkwoorden. De methode gaat uit van een strak onderscheid
tussen de verschillende werkwoordtijden, die dwingend leiden naar de juiste
bouwstenen om de werkwoorden mee te vormen.
Simpel…
Ik schrijf…
een werkwoord in de tegenwoordige tijd, de verleden tijd of de
voltooide tijd.
Ik werk…
met één persoon of met meer personen.
Ik gebruik… de regel van de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, of de
voltooide tijd.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 13
Deze regel, dus de regel die ik moet gebruiken in die tijd bij zoveel personen,
geeft me de bouwstenen, waarmee ik stap voor stap het werkwoord vorm.
Bouwstenen
De methode werkt met een aantal combinaties van bouwstenen:
_____ / …… /
_____ /
__ /_____ /
voor het vormen van de tegenwoordige tijd,
/ ___ en
/
voor de verleden tijd,
en __ /……………. voor het vormen van de voltooide tijd.
_____ staat voor de ik-vorm tegenwoordige tijd (de basis).
…… staat voor de tegenwoordige tijd –t.
staat voor meervoud: de lange vorm.
staat voor –de of –te.
___ staat voor de meervoud –n.
__ staat voor ge-.
staat voor –d of –t.
,
en …………… staat voor klinkerklankverandering.
Daarnaast kom je in het boek soms een woord(deel) in vet grijs tegen.
Woord(deel) staat voor de tussensprong naar ’t ex-kofschip.
Visuele methode
Het kleurensysteem: niet voor niets…
Werkwoorden in uitvoering is een zeer kleurrijke methode en daarmee een zeer
visuele methode. De kleuren zijn een hulpmiddel om de opbouw van een
werkwoordvorm te internaliseren en te automatiseren.
Het is dan ook erg belangrijk dat de leerling het kleurensysteem volgt: hij moet
elk deel van een werkwoord op de lijn schrijven waar het hoort. Alleen dan krijgt
de leerling oog voor hoe een werkwoordvorm is opgebouwd, ook wanneer hij
later los komt van het kleurensysteem en zijn werkwoorden gaat vormen in zijn
eigen teksten. De leerling mag dus niet smokkelen, ook al komt hij uiteindelijk
tot de juiste schrijfwijze van een werkwoordvorm!
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 14
Zo wordt niet alleen de uiteindelijke vorm van een werkwoord in deze methode
getraind, maar veel meer nog het systeem: de opbouw van een
werkwoord. Dat bewijst zijn waarde op het moment dat een leerling een wat
onbekender werkwoord moet schrijven, waarvan hij het woordbeeld niet kent
en waarbij hij dus niet kan terugvallen op de te onbetrouwbare techniek van
woordbeeldherkenning. Bewustwording, daar gaat het om: bewustwording van
de tijd en functie van een werkwoord in de zin en bewustwording van de opbouw
van het werkwoord, op basis van de regels die uit die tijd en functie voortvloeien.
Verhalenmethode
Werkwoorden schrijven is een vaardigheid. Dus op het moment dat de leerling
het snapt, moet hij het vooral veel gaan doen. Dat kán door het kind rijtjes te
laten uitschrijven. Maar daar is eigenlijk maar weinig aan te beleven en om heel
eerlijk te zijn, gebruiken we onze werkwoorden in het dagelijks leven toch
zelden tot nooit in rijtjes… Dus het is wellicht beter om de werkwoorden te leren
schrijven in de context die ‘normaal’ is: in zinnen…, in verhalen.
Dáár voelen de werkwoorden zich thuis, want dáár leven ze. In zinnen krijgen
de werkwoorden uit Werkwoorden in uitvoering betekenis; soms de ene en soms
de andere. Dat is een beetje afhankelijk van de zin waarin ze staan en van de
woorden waarmee ze gecombineerd worden.
En dan begint het spel tussen de schrijver en de woorden…
Wat wil de schrijver vertellen en met welke (werk)woorden wil hij dat doen?
Maar ook: welke (werk)woorden dienen zich aan (of ‘dringen zich op…’, want zo
zijn ze dan soms ook wel weer, de werkwoorden…)? En welke keuzes maakt de
schrijver/verteller dan?
Maar dat voert voor deze methode iets te ver…
Deze methode leert hoe de werkwoordvormen in de verschillende
werkwoordtijden moeten worden opgebouwd. Ze geeft in de oefeningen en
opdrachten alle werkwoorden dwingend cadeau, net als de zinnen waarin ze
moeten staan. En die zinnen…, die vertellen verhalen.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 15
Alle oefeningen (of bijna alle oefeningen) in deze methode zijn verhaaltjes. Ze
gaan over meisjes die samen met hun oude buurvrouw puppy’s wassen, over
oude opa’s die gebakjes eten en daarom altijd te laat thuis komen, over tapijten
die gereinigd worden, over buurvrouwen die uit het raam vallen, over
vriendinnen die ruzie maken en vervolgens een film gaan kijken… en over nog
veel, veel meer mensen, dieren en dingen. Spannend, gek, grappig, of helemaal
idioot; de werkwoorden ‘leven zich te pletter’ in deze verhalen.
Werkwoorden in uitvoering is niet per definitie een methode voor
zelfstandig werken…
De slimme leerling laat zich wellicht door de methode heen prikkelen,
nieuwsgierig naar de afloop van elk verhaal en nieuwsgierig naar het volgende
verhaal. Maar andere leerlingen mogen aan de hand van de leerkracht
meegenomen worden door de verhalen, door de uitleg en door de oefeningen.
Het is daarbij belangrijk, dat de leerkracht, of remedial teacher, blijft kijken naar
wat er gebeurt, naar hoe de leerling dat wat hem geleerd wordt interpreteert. En
het is van belang, dat de leerkracht of remedial teacher direct ingrijpt en
bijstuurt, wanneer de leerling conclusies trekt uit het vertelde, die niet kloppen.
Technisch en verhalend: uitleg op twee manieren…
De methode geeft natuurlijk een ‘technische uitleg’ over hoe je werkwoorden
schrijft. Deze technische uitleg past in de systematische aanpak van het leren
schrijven van werkwoorden, die deze methode hanteert. Maar vóóraf geeft de
methode steeds een ‘verhalende uitleg’, die geheel gegeven wordt in het
kleurensysteem dat werkt in deze methode.
Natuurlijk had deze verhalende uitleg net zo goed kunnen vólgen op de
technische uitleg. Ach, waar het om gaat, is dat de leerling op verschillende
manieren geprikkeld wordt om te kijken naar werkwoorden. Voor de ene leerling
zal de theorie op zijn plek vallen als de technische uitleg volgt op het verhaal.
Voor de andere leerling zal dat het geval zijn, wanneer het verhaal volgt op de
technische uitleg. Het gaat om de combinatie… En de ene leerling zal meer
affiniteit hebben met de technische uitleg, terwijl de andere juist valt voor het
verhaal. Dit verhaal over de werkwoorden, dat als een rode draad door het hele
leerboek loopt, is zowel een basis als een prikkelend element.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 16
Stap voor stap…
De hele uitleg over het schrijven van werkwoorden is uitgesplitst in zo klein
mogelijke onderdelen, die eerst goed geoefend worden, voordat de volgende
stap gezet wordt. Elk onderdeel is van belang om te komen tot een goed begrip
van en een goed gevoel voor het werken met werkwoorden en het werken met
taal. Stap voor stap komt de leerling uiteindelijk aan bij de oefeningen waarin
alles gecombineerd wordt en waarin hij de werkwoorden schrijft in die tijd, die
passend is in de zin, op die plek in het verhaal...
Van basis-denkstappen naar werkwoorden schrijven
De basis-denkstappen gaan over het kijken naar ‘wie het doet’ en daarna over
het kijken naar ‘wanneer het gebeurt’, maar ook over het verschil tussen het
hele werkwoord, de stam van het werkwoord en de basis (de ik-vorm
tegenwoordige tijd). Dus dit wordt eerst geoefend, voordat er verder wordt
gebouwd aan de werkwoorden.
Pas als deze basis-denkstappen geoefend zijn, komen de oefeningen over de
tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd aan bod. Maar ook hier
werkt de methode ‘van klein naar groot’: van tegenwoordige tijd enkelvoud naar
tegenwoordige tijd meervoud naar tegenwoordige tijd ‘alles door elkaar’. En van
verleden tijd regelmatig naar verleden tijd onregelmatig naar verleden tijd ‘alles
door elkaar’. Op dezelfde manier glijdt de leerling door de voltooide tijd.
Het werkboek eindigt met de oefeningen waarin binnen echte verhalen de
werkwoordtijden elkaar afwisselen, zoals in een normale taalsituatie het geval is.
Het toetsboek toetst de opgedane kennis en vaardigheden en gaat vérder. De
kennis over werkwoorden wordt verdiept en het gevoel voor werkwoorden wordt
versterkt.
Verzorgde taal
Eenvoudige zinnen, soms moeilijke woorden…
In de verhalen in Werkwoorden in uitvoering staan niet teveel moeilijke zinnen,
hoewel ze soms best lang kunnen zijn, zoals in het dagelijks taalgebruik ook wel
eens het geval is, meer dan eens, of niet soms?
Alle zinnen zijn echter wel hele zinnen, dat wil zeggen: zinnen met een
onderwerp én een persoonsvorm erin.
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 17
Halve zinnen en ‘kreten’ zijn geen zinnen… Verzorgde taal is complete taal, dat is
het uitgangspunt in deze methode.
Verzorgde taal is ook rijk aan woorden. En deze methode schuwt geen ‘moeilijke’
woorden of woorden die de leerling misschien nog niet kent. Een moeilijk of
onbekend woord geeft de leerling een prachtige kans om dat woord te leren of
om te ontdekken hoe dat werkwoord zich gedraagt in die ene zin. Dit voedt de
leerling in zijn natuurlijke nieuwsgierigheid naar taal.
Dat is wel veel…
Tja, taal is in het dagelijks leven en in de praktijk moeilijk op te splitsen in
geïsoleerde onderdelen. In oefensituaties lukt dat nog wel een beetje, maar
verder zul je taal moeten nemen zoals zij zich voordoet: als geheel. En zeker
schrijven, als één van de meest complexe taalhandelingen die we kennen, vraagt
een voortdurende focus op alles: op woorden, op werkwoorden, op woordkeuze,
op spelling, op zinsbouw, op betekenis, op verborgen betekenissen zelfs… Dus ja,
deze methode laat kinderen ook hun woordenschat vergroten, want in de
verhalende oefeningen zitten soms woorden die nieuw voor ze zullen zijn.
Taalbeheersing
Pas wanneer taal als geheel beschouwd wordt en wanneer in de oefensituatie
voorzichtig het geheel wordt betrokken, pas dán wordt beginnende
taalvaardigheid werkelijke taalbeheersing, pas dán stijgt taalgebruik uit tot
boven het niveau van het onbewuste. Elke leerling kan, op zijn niveau, komen
tot een bewust omgaan met taal, daar geloof ik in. Elke leerling kan grip krijgen
op taal, geen enkel kind hoeft overgeleverd te blijven aan een ongestructureerde
manier van denken, spreken en schrijven. De mate van ‘verfijning’ zal per
leerling verschillen, maar het beheersen van taal is voor elke leerling weggelegd.
Niet iedere leerling hoeft een dichter te worden,
in de krapste zin van het woord.
Maar elke leerling verdient het om te ervaren
dat hij of zij grip heeft op de (Nederlandse) taal,
dus dat hij of zij de taal beheerst.
En dan kan ieder mens uiteindelijk een dichter zijn,
in de ruimste zin van het woord…
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 18
Met heel veel liefde voor taal en met heel veel plezier in taal heb ik in het
afgelopen jaar gewerkt aan deze methode, die is uitgegroeid van één naslagwerk
tot een complete lesmethode voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs en de
onderbouw van het voortgezet onderwijs. Maar ik sluit niet uit, dat ook leerlingen
met een hogere leeftijd en een hogere opleiding én een heleboel volwassen veel
plezier zouden kunnen beleven aan het leren schrijven van werkwoorden, via
deze methode. Werkwoorden in uitvoering biedt daarvoor een leerboek, een
werkboek, een toetsboek en een antwoordboek.
Verder is het nu niet meer aan mij om te vertellen, denk ik.
Nu mogen de werkwoorden zelf het van me overnemen…
Dinie Ea van Oort
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 19
14. Twee buurvrouwen (bedenken) bedachten, dat zij de ouders (moeten)
moesten waarschuwen.
 Twee buurvrouwen …bedachten…
 zij …moesten…
15. Intussen (brengen) bracht de ambulance de kleuter naar het ziekenhuis.
 …bracht… de ambulance
16. Helaas (trekken) trok er juist een stoet demonstranten door de stad.
 …trok… een stoet demonstranten
17. De ambulance (kunnen) kon niet snel doorrijden en hij (aankomen) kwam
pas laat in het ziekenhuis aan.
 De ambulance …kon…
 hij …kwam… aan .
18. Daar (staan) stonden de vader en moeder al op hun zoontje te wachten.
 …stonden… de vader en moeder
19. Ze (trekken) trokken het kind dicht tegen zich aan en ze (spreken) spraken
troostende woorden.
 Ze …trokken…
 ze …spraken…
20. Het kind (krijgen) kreeg gips om zijn gebroken been en (mogen) mocht toen
weer naar huis.
 Het kind …kreeg…
 (het kind) …mocht…
21. De ouders (verbieden) verboden hun zoontje om nog alleen langs de straat te
lopen.
 De ouders …verboden…
22. De jongen (zeggen) zei, dat hij het nooit meer (zullen) zou doen.
 De jongen …zei…
 hij …zou…
5.3. Regelmatig en onregelmatig, door elkaar
Opdracht 58
Werkwoordvorm
Het hele werkwoord
1. bleken
2. kreukten
3. filterden
4. lieten
5. vlochten
6. sloegen
7. knipoogden
8. ontkiemden
9. rijpten
10. sponnen
……………blijken……………
…………kreuken……………
…………filteren………………
………………laten………………
…………vlechten………………
…………………slaan……………
…………knipogen……………
………ontkiemen……………
………………rijpen……………
…………spinnen………………
Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - kopieermap - 20