Inbreng AO Waterkwaliteit

Inbreng algemeen overleg Waterkwaliteit
Op 11 juni debatteert u met de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over
waterkwaliteit. Dat onderwerp is voor de waterschappen van groot belang. Daarom willen wij
voorafgaand aan het overleg onderstaande punten onder uw aandacht brengen.
OESO-rapport
Op 17 maart jl. heeft de OESO haar rapport over het waterbeheer in Nederland gepresenteerd.
Het rapport is een visitekaartje voor Nederland waarmee we ook internationaal onze waterkennis kunnen inzetten voor hulp (landen met watervraagstukken of waar watercrises dreigen) en
handel (export van waterkennis in samenwerking met kennisinstellingen en het bedrijfsleven).
De OESO geeft immers aan dat Nederland klaar is voor de toekomst en een ‘global reference’
is op het gebied van waterbeheer. Wel doet de OESO nog enkele aanbevelingen. De waterschappen zijn blij met de waardering van de OESO voor het Nederlandse waterbeheer. Uiteraard is het van belang dat de waterschappen zich blijven ontwikkelen, zowel qua techniek als
organisatie, om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen. De waterschappen ondersteunen de minister in haar voorgestelde aanpak waarvoor de aanbevelingen van de OESO als
handvat dienen.
Awareness gap
De OESO constateert dat het bewustzijn van de Nederlandse burger over waterbeheer laag is.
Laag bewustzijn bij de burger ondermijnt het draagvlak voor investeringen. Daarom vinden de
waterschappen het van belang dat de hele watersector de schouders onder dit probleem moet
zetten. Minister Schultz heeft het initiatief genomen voor een nieuwe publieksaanpak waaraan
de waterschappen meedoen.
Water en RO
Volgens de OESO kan de samenhang tussen water, landgebruik en ruimtelijke ordening versterkt worden. Ruimtelijke plannen van overheden zijn immers vaak van invloed op de waterbeheerdoelen die waterschappen willen bereiken. Hiervoor zou het Watertoetsproces effectiever
kunnen worden gemaakt. In aanloop naar de Omgevingswet pleiten de waterschappen voor
versterking van dit toetsproces. Het is van belang dat de waterbeheerder zo vroeg mogelijk in
het planproces van ruimtelijke plannen door gemeenten en provincies betrokken wordt, kennis
over het watersysteem aanreikt en meedenkt over de inbedding van water in ruimtelijke plannen. Het watertoetsproces is nu bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) in het Besluit ruimtelijke ordening geregeld. In de Omgevingswet zou dit instrument minimaal diezelfde status
moeten hebben.
Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet gaat binnenkort naar uw Kamer. De waterschappen
zijn van mening dat het nu een logisch moment is om het watertoetsproces te verankeren door
dit proces instrument in de Omgevingswet op te nemen. Minimaal zou het watertoetsproces in
een AMvB geborgd moeten zijn.
Vraag: Is de minister daartoe bereid?
Verder is in het Bestuursakkoord Water afgesproken dat het watertoetsproces ook voor Structuurvisies doorlopen moeten worden.
Vraag: Neemt de minister deze bestuurlijke afspraak mee in de Omgevingswet?
Onafhankelijk toezicht
In het rapport beveelt de OESO aan om het onafhankelijk toezicht te versterken. Op dit punt zijn
de waterschappen het niet eens met de OESO. Uiteraard is goed toezicht essentieel voor het
waterbeheer, maar in Nederland is geen gebrek aan toezicht. Zo zijn er de algemene besturen
Pagina 2 van 2
van de waterschappen, de provincie als toezichthouder, het Rijk, de Tweede Kamer, rekenkamers, de Ombudsman et cetera.
Verder doen de waterschappen als sector tweejaarlijks verslag van hun prestaties en resultaten
om de transparantie te vergroten. Er is kortom meer dan voldoende informatie en toezicht in de
watersector. Waar het de komende jaren op aan komt, met name gezien de op handen zijnde
Deltabeslissingen, is een geoliede uitvoering.
Medicijnresten
De staatssecretaris heeft in de modernisering van het milieubeleid aangekondigd als uitgangspunt voor het voorkomen van milieuproblemen bronbeleid te nemen. Dat geldt ook voor het
probleem van medicijnresten in oppervlaktewater. De waterschappen ondersteunen dit van harte en zijn met de staatssecretaris van mening dat aanpak bij de bron de beste oplossing biedt
tegen de laagste kosten. De waterschappen hebben samen met de drinkwaterbedrijven een
brief aan de staatssecretaris gestuurd om nogmaals duidelijk te maken dat wij met het probleem
aan de slag willen. Het is wel van belang dat bij de aanpak alle ketenpartners betrokken worden, dus ook de farmaceutische industrie, apothekers en patiënten.
Vraag: Kan de staatssecretaris een update geven van de acties die zij genomen heeft sinds
haar brief van 25 juni 2013?
Vraag: Op welke manier is het ministerie van VWS aangehaakt bij deze discussie? En de farmaceutische industrie?
Glastuinbouw
In de tweede nota Duurzame Gewasbescherming hebben de staatssecretarissen van EZ en
I&M een wijziging van het Activiteitenbesluit aangekondigd dat de glastuinbouwsector per 2016
verplicht (collectieve) zuiveringsinstallaties toe te passen die het te lozen drainwater (teelten op
substraat) en drainagewater (teelten in de grond) moeten zuiveren om aan de waterkwaliteitsopgaven te voldoen. De waterschappen onderschrijven deze aanpak omdat het bijdraagt aan
het realiseren van de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hierbij is het
van belang dat de KRW voor alle milieuschadelijke stoffen uitgaat van bronmaatregelen en van
het principe de vervuiler betaalt. Eventuele maatregelen bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties
(RWZI) in dit kader worden gezien als dure end of pipe oplossingen en zijn geen oplossing voor
de korte termijn. Ook vormen restanten van geneesmiddelen vooral een stedelijk probleem en
gewasbeschermingsmiddelen met name een probleem in het agrarisch gebied wat leidt tot andere prioritering bij eventuele aanpak via de rwzi’s. Bovendien vinden de waterschappen het
principieel onjuist dat een verplichting op de glastuinbouwsector wordt afgewenteld op de Nederlandse samenleving. De eventuele ombouw van RWZI’s, de extra zuiveringskosten en de
extra energie en grondstoffen, inclusief aanpassing capaciteit van de riolering, die dat met zich
meebrengt zullen immers door de samenleving bekostigd moeten worden uit een verhoging van
de zuiveringsheffing en de rioleringsheffing. Ten slotte zorgt zuivering op de RWZI ervoor dat
de prikkel voor glastuinbouwers om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen te verkleinen
weggenomen wordt en dat de glastuinbouwsector daarmee haar ambitie en afspraak met de
overheden om in 2027 een nagenoeg emissievrije glastuinbouw te realiseren, los laat. Deze
algemene lijn laat overigens onverlet dat er op lokale schaal afspraken tussen tuinbouwsector
en individuele waterschappen mogelijk zijn, om gezamenlijk een antwoord te formuleren op de
noodzaak tot het zuiveren van drainage- en drainwater.
Vraag: Is de minister het met de waterschappen eens met het uitgangspunt dat bronmaatregelen en collectieve zuiveringsmaatregelen te verkiezen zijn boven end of pipe oplossingen bij de
RWZI?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ilona Elfferich-Rodenburg
Telefoon: 06 – 12 46 39 23 of e-mail: [email protected]