Veelgestelde vragen Ontwikkelingsperspectief VO

Veelgestelde vragen Ontwikkelingsperspectief VO
Met ingang van 1 augustus 2014 geldt de Wet Passend Onderwijs. Eén van de onderdelen die in deze
wet staat beschreven, is het ontwikkelingsperspectief (OPP). De VSO-scholen van SWV V(S)O 25.06
werken al langer met het OPP, voor de reguliere VO-scholen is het een relatief nieuw begrip.
Het Samenwerkingsverband krijgt geregeld vragen over het OPP, deze zijn in dit document
samengevoegd en toegelicht.
Voor welke leerlingen is het OPP bedoeld?
Iedere school moet voor elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft, een OPP opstellen. Extra
ondersteuning betekent dat de leerling meer aandacht of begeleiding nodig heeft dan de school met haar
basisondersteuning kan bieden. Deze extra ondersteuning wordt ook wel een ‘arrangement’ genoemd.
Hoeveel tijd heb ik om een OPP op te stellen?
Bij nieuwe leerlingen: het OPP dient binnen 6 weken na definitieve plaatsing van de leerling te zijn
vastgesteld.
Bij zittende leerlingen: als er gedurende het schooljaar een OPP opgesteld moet worden, geldt er geen
termijn waarbinnen dit gedaan moet zijn. Als bij evaluatie aan het eind van het schooljaar blijkt dat ook
voor het schooljaar daarna extra ondersteuning nodig is, dient er bij de start van het nieuwe schooljaar
een vastgesteld OPP te zijn.
Wat is het verschil met een handelingsplan?
Het ontwikkelingsperspectief is een document dat de school na overleg met de ouders vaststelt over
leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. In het oude systeem was er een handelingsplan voor
leerlingen met een rugzakje of in het speciaal onderwijs. Dat wordt nu vervangen door het
ontwikkelingsperspectief.
Niet alleen de naam is anders, er zijn ook een paar verschillen tussen het oude handelingsplan en het
nieuwe ontwikkelingsperspectief. Het ontwikkelingsperspectief kijkt, meer dan het handelingsplan, naar
de ontwikkelingsmogelijkheden van een leerling op lange termijn. Er wordt gekeken naar de doelen aan
het einde van de schoolloopbaan (uitstroomperspectief), om vervolgens na te gaan wat er nodig is om die
doelen te bereiken (arrangement). Een tweede verschil is dat het handelingsplan een afspraak was
tussen ouders en school; beiden moesten het erover met elkaar eens zijn. Voor het
ontwikkelingsperspectief geldt dit alleen voor het deel dat het arrangement beschrijft; ouders hebben
hierop instemmingsrecht.
Hoe lang is een OPP geldig?
Een OPP wordt opgesteld voor 1 schooljaar. Ieder schooljaar wordt geëvalueerd en opnieuw bekeken óf,
en zo ja welke, extra ondersteuning een leerling nodig heeft. Als een leerling al een OPP heeft en ook in
het nieuwe schooljaar de extra ondersteuning nodig heeft, moet er vóór de zomervakantie een nieuw
OPP voor het schooljaar daarop zijn vastgesteld.
Wat is het uitstroomperspectief?
Het uitstroomperspectief is de inschatting van de uitstroom van de leerling na de VO-periode. Een school
bepaalt het te verwachten uitstroomperspectief door het advies van de basisschool als uitgangspunt te
nemen, maar de VO-school kan daar beargumenteerd van afwijken. Als uitstroommogelijkheden gelden:
dagbesteding, arbeid, MBO BBL of BOL, HBO en WO.
Het VSO en PRO hebben eigen formats?
Dat klopt, het VSO en PRO werken al langer met OPP’s (VSO) en IOP’s (PRO). Aan deze formats
worden andere kwaliteitseisen gesteld dan aan het format OPP dat voor de reguliere VO-scholen is
ontwikkeld. Het VSO en PRO blijven daarom met hun eigen formats werken.
Moet er voor alle huidige LGF-leerlingen een OPP opgesteld worden?
Als al deze leerlingen vanaf 1 augustus aanstaande méér ondersteuning nodig hebben dan er vanuit de
basisondersteuning geboden kan worden wel. Als een leerling vanuit de basisondersteuning voldoende
begeleid kan worden, hoeft er geen OPP opgesteld te worden.
Moet er voor alle LWOO-leerlingen een OPP opgesteld worden?
Per 1-8-2014 is noch het handelingsplan, noch het ontwikkelingsperspectief verplicht voor LWOOleerlingen. Dit geldt zowel voor de zittende als voor de nieuwe leerlingen. Het is wel toegestaan om een
ontwikkelingsperspectief op te stellen, maar het is dus niet verplicht als een leerling vanuit de
basisondersteuning voldoende begeleid kan worden.
Wie stelt het OPP voor een leerling op?
Iedere school/schoolbestuur maakt zelf de keuze welke functionaris(sen) binnen de school
verantwoordelijk zijn voor het opstellen van het document. Het bestuur van het samenwerkingsverband
heeft besloten dat een gedragsdeskundige (orthopedagoog, (GZpsycholoog, ontwikkelingspsycholoog) in
ieder geval betrokken moet zijn bij het opstellen van het document. Hoe een school deze betrokkenheid
vormgeeft, is aan haarzelf.
Wat is de rol van ouders en de leerling?
School voert ‘op overeenstemming gericht overleg’ met ouders. VO-scholen dienen ook de leerling zelf
hierbij te betrekken. Als de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, is dit verplicht. Ouders
hebben instemmingsrecht op het deel van het OPP dat het arrangement beschrijft. Kortom; ouders
moeten het hiermee eens zijn en dit middels een handtekening onder het document bekrachtigen. Bij een
meerderjarige en handelingsbekwame leerling dient ook zijn of haar handtekening onder het OPP te
staan. Als ouders het niet eens zijn met het ontwikkelingsperspectief, dan kunnen zij een klacht indienen
bij de school of bij de landelijke, tijdelijke geschillencommissie
Evalueren en registreren?
Gedurende de schoolperiode zal het perspectief van de leerling steeds duidelijker worden. Daarom
evalueert de school minimaal één maal per jaar samen met de ouders het ontwikkelingsperspectief en
stelt het waar nodig bij. Is frequentere evaluatie gewenst, dan kan school dit organiseren. De school is
daarnaast verplicht om de voortgang van de leerling jaarlijks te registeren, zodat gevolgd kan worden of
de leerling zich volgens de verwachte lijn ontwikkelt.
Scholen voor regulier onderwijs moeten vanaf 1 augustus 2014 in het Basisregister Onderwijs (BRON)
aangeven wanneer een leerling een ontwikkelingsperspectief heeft. Voor praktijkonderwijs geldt dat niet;
daar hebben alle leerlingen een ontwikkelingsperspectief.
Wat staat er in het OPP?
Het OPP kent een aantal onderdelen: de onderwijsbehoeften van de leerling, het te verwachten
uitstroomperspectief van de leerling en het arrangement (de extra ondersteuning) dat zal worden ingezet.
Het format OPP van SWV V(S)O 25.06 is als volgt opgebouwd:
1. Algemene gegevens
2. Onderzoeksgegevens
3. Beschrijving van de leerling, inclusief beschermende en belemmerende factoren
4. Uitstroomperspectief
5. Onderwijsbehoeften
6. Doelen
7. Ondersteuning
8. Ondertekening
9. Evaluatie
De onderdelen 2 en 3 vormen het onderzoeksmateriaal, op basis waarvan de school het te verwachten
uitstroomperspectief (4) en de onderwijsbehoeften (5) van de leerling worden bepaald. Op basis van de
laatste twee beschrijft de school samen met ouders de doelen (6) waaraan het schooljaar gewerkt zal
gaan worden en de ondersteuning (7), dan wel het arrangement die de school voor de leerling zal
organiseren.