140605 Groeidocument Handleiding mei 2014

Handleiding Groeidocument
Inhoudsopgave
Inleiding
Pag. 2
Deel A Algemene gegevens
Pag. 3
Deel B Oriëntatie en analyse
Pag. 4
Deel C Belemmerende en stimulerende factoren + onderwijsbehoeften
Pag. 5
Deel D Schoolondersteuningsteam (SOT)
Pag. 8
Deel E
Ontwikkelingsperspectief (OPP)
Pag. 9
Deel F
Aanvraag extra ondersteuning
Pag. 10
Deel G Toelaatbaarheidsverklaring
Pag. 11
Uitstroomprofielen SO/VSO
Pag. 12
Begrippenlijst
Pag. 13
Stroomschema
Pag. 14
Pagina 1 van 14
Inleiding
Het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Midden Holland gaat werken met een zogenoemd Groeidocument en met
een uniform format voor het ontwikkelingsperspectief (OPP) voor alle besturen en scholen die bij het
samenwerkingsverband zijn aangesloten. Het OPP is in het Groeidocument opgenomen.
Het Groeidocument dient als ondersteuning bij het handelingsgericht werken en als gegevensdrager bij het integraal
arrangeren in de scholen van de samenwerkingsverbanden. Het OPP is per 1 augustus 2014 wettelijk verplicht en
vervangt zo het Individuele Handelingsplan (IHP) voor de leerlingen die tot die datum LGF ontvangen (rugzak). Deze
Handleiding kan helpen bij het gebruik van het Groeidocument.
Waarom een uniform OPP?
Het OPP is allereerst wettelijk verplicht. Het is een belangrijke schakel in de toewijzing voor onderwijsondersteuning voor
een leerling. In het OPP staan de onderwijsbehoeften van de leerling, de doelen en de aanpak. Op basis van de behoeften
kan de benodigde onderwijsondersteuning gearrangeerd worden. Dit kan de school zelf doen in de basisondersteuning,
in samenwerking met externe partners (in de basisondersteuning), door een arrangement in de extra ondersteuning (o.a.
symbiose-arrangementen), of door verwijzing naar een school voor SBO of SO.
Het OPP is zo niet alleen een onderwijsinhoudelijk document, maar ook onderdeel van de procedure voor een aanvraag
van extra middelen vanuit het Samenwerkingsverband of eventuele verwijzing naar het SBO of SO. Met ingang van 1
augustus 2014 is het immers het Samenwerkingsverband dat hierover beslist.
In het SBO en SO is het overigens al enige jaren de gewoonte voor alle leerlingen een OPP op te stellen. Immers, leerlingen
op het SO en SBO volgen allemaal een eigen programma, afgestemd op hun onderwijsbehoeften en leerdoelen.
Het OPP is geïntegreerd in het Groeidocument.
Het Groeidocument houdt rekening met de zeven uitgangspunten en de werkwijze van handelingsgericht werken en kan
helpen bij het realiseren van ouderbetrokkenheid, het formuleren van een onderwijs- en/of jeugdhulparrangement en
bij het maken van een OPP. Het Groeidocument bevat daarbij de stappen van basis- naar extra ondersteuning (als die
aan de orde zouden zijn) en houdt rekening met de betrokkenheid van externe partners (zoals de jeugdhulpverlening).
Er is naar gestreefd dat het Groeidocument zoveel mogelijk praktijk in de school weergeeft.
Voor een compleet beeld en juist gebruik van het Groeidocument wordt het Ondersteuningsplan en het bijbehorend
Stroomschema als bekend verondersteld. Uw bestuur heeft een exemplaar van het Ondersteuningsplan. Het plan en het
stroomschema staan ook als PDF op de website van Samenwerkingsverband: www.swv-po-mh.nl.
Privacy
De privacy-regels vragen de nodige zorgvuldigheid bij het aanleggen van een dossier en het bespreken van leerlingen.
Betrek daarom ouder(s)/verzorger(s) in het proces. Als u een leerling in het Schoolondersteuningsteam (SOT) wil
bespreken, dient u toestemming te hebben van ouders.
Denkt u eraan, wanneer u een groepsplan toevoegt als bijlage, dat u de namen van andere kinderen onleesbaar maakt?
Doorlooptijd
Het advies is om de periode van een individueel handelingsplan niet langer te maken dan 6 weken. De periodiek van het
SOT zou eenzelfde termijn kunnen hanteren.
Bewaak bij route 2 en 3 van het Stroomschema de wettelijke doorlooptijden die gelden na aanmelding van een kind bij
de school. Zie verder: www.swv-po-mh.nl en www.passendonderwijs.nl
Hantering document
Het document wordt u in Word aangereikt. Het voordeel is dat u zo nodig rijen aan een tabel kunt toevoegen. Gebruik
hiervoor de functies ‘kopiëren’ en ‘plakken’; dan verandert de opmaak van het document niet.
Gebruik voor elke nieuwe leerling het bronbestand; dan stapelen zich geen fouten in de opmaak op.
Waar in dit document van ouders wordt gesproken, worden ouder(s)/verzorger(s) bedoeld.
Pagina 2 van 14
Deel A
Algemene gegevens
In dit gedeelte van het Groeidocument is plaats voor de algemene, stabiele, gegevens.
In de tabel is ruimte opgenomen voor twee ouder(s)/verzorger(s).
Indien beide ouders beschikken over het ouderlijk gezag, dan dienen beide ouders te ondertekenen bij deel E en deel F.
Aan te raden is om beide partijen gedurende het gehele proces te betrekken, ook wanneer u de leerling intern
bespreekt en zeker wanneer u hem/haar in het Schoolondersteuningsteam (SOT) brengt.
In de rij Eventuele bijzonderheden kunt u constante wetenswaardigheden invullen, die van belang zijn. U kunt hier
bijvoorbeeld aangeven bij welke ouder het kind woont e.d.
Pagina 3 van 14
Deel B
Oriëntatie en Analyse
U begint met het aanleggen van een Groeidocument op het moment dat er zorgen of vragen zijn over de ontwikkeling
van de leerling. De leerkracht heeft in de groep geobserveerd en lichte, kortdurende interventies gepleegd met
onvoldoende resultaat. De signalen geven reden tot verdere analyse.
Visie van de school
Elke goede analyse of elk gedegen onderzoek begint met een probleemstelling. Omschrijf in deze tabel welke signalen
er zijn en waar de school tegenaan loopt.
Maak de probleemstelling zo concreet mogelijk. Geen verhalen, maar handelingsgerichte formuleringen. Geef
vervolgens aan wat, of in welke omstandigheden de leerling wel goed functioneert of zich ontwikkelt.
Visie van de ouders
Ga in gesprek met ouders om de zorgen te delen. Laat ouders formuleren wat zij van hun kind zien en waar zij zorgen
over hebben.
Bespreek zo nodig een verschil in signalen op school ten opzichte van thuis. Wat is hun ervaring met het kind en welke
verklaringen hebben zij?
Tot slot, geef ouders ruimte om aan te geven wat het kind naar hun idee nodig heeft.
Visie van de leerling
Bespreek vervolgens ook met de leerling hoe hij/zij op dit moment school ervaart. Leerlingen kunnen goed aangeven
wat goed gaat en wat ze nog moeilijk vinden. Desgewenst kunt u als leidraad deze vragen gebruiken:
 Wat vind je leuk om te doen op school en waarom?
 Wat vind je niet leuk op school en waarom?
 Wat kun je goed?
 Wat vind je moeilijk op school? Hoe komt dat, denk je?
 Waar zou de juf of meester je bij kunnen helpen?
 Hoe gaat het samenwerken / spelen met andere kinderen?
 Wat zou je graag willen veranderen?
 Wat zou je willen leren?
Onderzoeksgegevens
Geef van elk onderzoek aan, de datum en de uitvoerende instantie, alsmede de naam van de onderzoeker. Voeg van elk
genoemd onderzoek het verslag toe (indien niet mogelijk, geef dit aan).
Begin altijd met het intelligentieonderzoek bovenaan. Dat maakt het overzichtelijk.
Hulpverlening betrokkenen
Noteer naam van de begeleider, de inhoud en de periode. Voor niet genoemde instanties, voeg een regel toe in de
tabel.
Voeg als bijlage(n) toe
Vink aan welke bijlage(n) u heeft toegevoegd aan dit Groeidocument.
Pagina 4 van 14
Deel C
Belemmerende en stimulerende factoren + onderwijsbehoeften
Stimulerende en belemmerende factoren
Met stimulerende factoren bedoelen we factoren die de ontwikkeling positief kunnen beïnvloeden. Belemmerende
factoren zijn factoren die juist een risico voor de ontwikkeling kunnen vormen.
Het benoemen van de belemmerende en stimulerende factoren heeft als doel om tot een zo volledig mogelijk beeld
van de leerling te komen. Deze factoren zijn van invloed op de kans van slagen van het plan.
Denk hierbij aan:
-
-
-
Schoolaspecten
 Leerkrachtaspecten
 Groepsaspecten
Leerling-aspecten
 Gezinsaspecten
 Kind-aspecten
Omgevingsaspecten
Enkele voorbeelden:
-
-
-
School
 Stimulerende factor leerkracht: fulltime leerkracht, consequente leerkracht, positieve relatie leerlingleerkracht.
 Belemmerende factor leerkracht: parttime leerkrachten, invalleerkracht.
 Stimulerende factor groep: positief en voorspelbaar groepsklimaat, positieve relatie met
groepsgenoten, goed klassenmanagement.
 Belemmerende factor groep: grote combinatiegroep, groepsklimaat onvoldoende, afwijzing door
groepsgenoten
 Stimulerende factoren school: goede zorgstructuur, open communicatie, klassikaal onderwijs, OGO,
werken met niveau groepen.
 Belemmerende factoren school: grote combinatiegroepen, geen mogelijkheden voor individuele
begeleiding, soort onderwijs sluit niet aan bij onderwijsbehoefte leerling.
Leerling
 Stimulerende factor lichamelijk: kind ziet er leuk uit, is lenig, heeft een goede motoriek.
 Belemmerende factor lichamelijk: kind is te dik, zwakke motoriek, vaak ziek, veel verkouden.
 Stimulerende factor gedrag: vrolijk, gemotiveerd, nieuwsgierig, fantasievol, kan samenspelen.
 Belemmerende factor gedrag: teruggetrokken gedrag, passief gedrag, snel afgeleid, star.
 Stimulerende factor leergebied: gemiddelde IQ (verbaal of performaal) Goed korte termijn geheugen.
Sterk visueel geheugen.
 Belemmerende factor leergebied: Zwakke auditieve informatieverwerking, performaal IQ , grote
afleidbaarheid.
Gezin
 Stimulerende factoren gezin: ouders zijn betrokken, ouders zitten op één lijn qua opvoeding, er is
regelmatig contact met school .
 Belemmerende factoren gezin: stressfactoren (scheiding, verhuizing etc), gezin leeft geïsoleerd.
 Stimulerende factoren vrije tijd: kind zit bij een vereniging, kind heeft regelmatig speelafspraken.
 Belemmerende factoren vrije tijd: kind zit niet bij een club of vereniging, kind heeft nooit
speelafspraken, kind speelt weinig buiten.
Vraag aan ouders en leerling welke factoren zij belangrijk vinden en willen aanvullen.
Pagina 5 van 14
Onderwijsbehoeften
Het benoemen van onderwijsbehoeften is essentieel om handelingsgericht te werken. Vanuit onderwijsbehoeften kan
een onderwijsaanbod worden gerealiseerd. Hieronder volgen enkele voorbeeldzinnen om onderwijsbehoeften te
benoemen.
Ontleend aan ‘Handelingsgericht werken: een handreiking voor het schoolteam’ (Pameijer, Beukering en de Lange,
2009)
Stel uzelf de vraag: wat heeft deze leerling nodig om dit doel te bereiken?
-
Een leerkracht …
 die overgangen in activiteiten aankondigt en structureert;
 die het kind de instructie laat verwoorden, controleert en samen met hem/haar evalueert;
 die let op zijn/haar taakbeleving;
 die vriendelijk en beslist is;
 die het kind leert successen aan eigen kunnen en inzet toe te schrijven;
 die situaties creëert waarin zijn/haar sterke kanten naar voren komen;
 die extra leertijd binnen de groep weet te organiseren;
 die rustig en geduldig is, doet wat hij/zij zegt en zegt wat hij/zij doet.
-
Een leeromgeving of werkvormen …
 die aansluiten bij de belangstelling van het kind;
 die structuur bieden met een stap-voor-stapplan en zelfcorrigerend zijn, zodat hij/zij direct
 feedback krijgt;
 die denkhandelingen concreet ondersteunen (bijvoorbeeld een getallenlijn);
 die erop gericht zijn de leertijd zo optimaal mogelijk te besteden;
 die opgedeeld zijn in kleinere deelactiviteiten en concreet ondersteund worden;
 die hem/haar uitdagen, zoals plustaken en verdiepingsopdrachten;
 die ruimte laten voor eigen keuze of creatieve inbreng.
-
Een instructie …
 die verlengd is en waarbij de leerkracht voordoet en hardop denkt;
 waarbij het nut en waarom van de opdrachten besproken wordt;
 die de sterke visuele kant benut in plaats van het zwakke gehoor;
 die kort en krachtig is (doelen, kernpunten, oplossingsstrategieën kort bespreken waarna
 het kind zelfstandig aan de slag kan);
 die stimuleert tot meedoen, zoals samen oefenen met de leerkracht en andere leerlingen;
 die stimuleert tot bedenken van eigen voorbeelden en oplossingen.
-
Opdrachten, taken, (leer)activiteiten of materialen …
 die net onder zijn/haar niveau liggen zodat hij/zij de komende maand succeservaringen op
 kan doen;
 die net boven zijn/haar niveau liggen zodat hij/zij cognitieve uitdaging krijgt;
 die overzichtelijk zijn en door een sobere lay-out tot zo weinig mogelijk afleiding leidt;
 waarbij het kind alleen de antwoorden hoeft in te vullen;
 met voorbeelden die stap voor stap uitgewerkt zijn;
 waarbij het kind gebruik kan maken van schema’s, grafieken en diagrammen;
 die extra leer- en oefenstof bieden;
 met een specifiek hulpmiddel of digitaal programma.
Pagina 6 van 14
-
-
-
Groepsgenoten …
 die het kind laten zien hoe je kunt samenwerken op een prettige manier;
 die accepteren dat hij/zij anders reageert in bepaalde situaties;
 die hem/haar vragen mee te spelen in de pauze;
 die zijn/haar clowneske gedrag negeren en er niet om lachen;
 die hem/haar niet uitdagen.
Ouders …
 die elke dag thuis tien minuten samen lezen of sommen oefenen;
 die achter de gedragsregels op school staan en dit aan hun kind laten weten;
 die hun kind ruimte geven en stimuleren om problemen op te lossen;
 die grenzen stellen aan het gedrag van hun kind en zelf het goede voorbeeld geven
Feedback …
 die consequent en direct op het gewenste gedrag volgt, door het concrete gedrag te
 benoemen met het positieve effect;
 waarbij de inzet en de inspanning wordt benadrukt in relatie tot de taak;
 waarbij succeservaringen worden benadrukt gericht op het proces;
 waarbij het kind zicht krijgt op eigen vorderingen (bijvoorbeeld grafiekje);
 die door groepsgenoten wordt gegeven (complimenten).
Kansen
Wanneer u kijkt naar wat is ingevuld bij de stimulerende en belemmerende factoren in combinatie met de
onderwijsbehoeften, stel dan de vraag: welke kansen zijn er om op aan te haken? Mogelijk leidt deze vraag tot een ander
inzicht en een oplossing waar u nog niet eerder aan gedacht had.
Pagina 7 van 14
Deel D
Schoolondersteuningsteam
Voor een uitgebreide achtergrond van de positie van het schoolondersteuningsteam (SOT) verwijzen wij u naar het
Ondersteuningsplan van het Samenwerkingsverband.
Hulpvraag
Om de leerling doelmatig en gericht in het SOT te kunnen bespreken, is het van belang dat de hulpvraag zo concreet
mogelijk geformuleerd is. Beschrijf welke hulp de school nodig heeft, waar de school handelingsverlegen in is en wat de
school van andere instanties of mensen vraagt. De behoefte van de leerling is al eerder in het Groeidocument aan de
orde geweest (deel B en B en C). Dat hoeft hier niet herhaald te worden. De hulpvraag hier wordt geformuleerd vanuit
het oogpunt van de schoolorganisatie.
De visie van ouders kan hier niet ontbreken. Immers, ouders hebben mogelijk ook ondersteuningsbehoefte waar het
gaat om handelingsadviezen voor hun kind. Daarnaast hebben ouders mogelijk een andere visie op de problematiek
dan de school (zie deel B). In dat geval is de hulpvraag van ouders hier dus ook een andere.
Afspraken en actiepunten
Noteer hier (concreet!) welke afspraken zijn gemaakt: wie is waarvoor verantwoordelijk, de doelen die met de afspraken
worden beoogd en de termijn waarop die gerealiseerd dan wel geëvalueerd worden. De afspraken worden in het
volgende SOT geëvalueerd.
In de volgende tabel geeft u een onderbouwing voor de genomen besluiten en de geplande acties.
Arrangement nodig
Kruis aan welk besluit is genomen: een onderwijsarrangement in de basisondersteuning of in de extra ondersteuning?
Ook is mogelijk dat er (nog) geen onderwijsarrangement wordt gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer
er eerst meer onderzoek moet worden gedaan, of wanneer de interventie buiten de school (jeugdhulp en/of gezin)
plaatsvindt of er eerst meer onderzoek gedaan moet worden.
Indien gekozen wordt voor een arrangement buiten de eigen school, neemt u contact op met betrokkenen (bijvoorbeeld
de andere school) conform procedure TLV (stap 5a uit Stroomschema). Indien een plaatsing op sbo of so aan de orde is,
wordt in overleg getreden met die school, opdat een deskundige van de school mee kan denken/mee kan beslissen over
de plaatsing. Met de deskundige van de sbo- of so-school worden de mogelijkheden doorgesproken in termen van duur
en intensiteit van het arrangement en mogelijkheden tot eventuele terugplaatsing op termijn.
Een arrangement op een andere school kan elke andere school betreffen: binnen of buiten het eigen bestuur, binnen of
buiten het SWV.
Geef vervolgens een onderbouwing van de besluiten en de keuze voor het arrangement. Mocht het komen tot een
procedurele toetsing door de Commissie TLV (deel F en G), is het van groot belang dat de procedure en de daarin
gemaakte afwegingen goed te herleiden zijn. Dit onderdeel draagt daaraan bij.
Evaluatie
In het SOT-overleg in de periode daarna vindt de evaluatie plaats.
Voor herhaald overleg van het SOT, kopieer hieronder de benodigde tabellen (“Afspraken & Actiepunten”, “Evaluatie”
en indien nodig “Arrangement nodig”).
Pagina 8 van 14
Deel E
Ontwikkelingsperspectief
Het Ontwikkelingsperspectief (OPP) is de onderwijsinhoudelijke onderbouwing van het onderwijsarrangement (in de
basis- of de extra ondersteuning). Het OPP bestaat uit drie delen:
I.
II.
III.
Onderbouwingsdeel
Planningsdeel
Organisatiedeel
Voor meer achtergrond over het OPP, zie de brochure van de PO Raad “ Werken met het ontwikkelingsperspectief in
het basisonderwijs”, uitgegeven in februari 2014.
I. Onderbouwingsdeel
Een OPP kan opgesteld worden voor een bepaald leergebied. Echter, de uitstroombestemming is altijd leergebied
overstijgend. De keuze voor een OPP voor een leergebied, dan wel voor alle leergebieden, alsmede de keuze voor de
uitstroombestemming dienen door de school goed beargumenteerd en onderbouwd te worden. Deze onderbouwing
moet vergezeld worden door een uitdraai van de toetsgegevens van de leerling: methodetoetsen en methodeonafhankelijke toetsen.
De uitstroombestemmingen voor het VSO (profiel 1 t/m 4) staan toegelicht in de bijlage.
Bij het OPP moeten wederom ouders en kind worden betrokken om hen de kans te geven hun zienswijze te formuleren.
Immers, voor het behalen van de doelen in het OPP, is samenwerking een cruciale succesfactor.
II. Planningsdeel
In het schema kunt in inzichtelijk maken welke doelen er met de leerling worden nagestreefd. Deze doelen formuleert u
in termijn van vaardigheidsscores, functioneringsniveau of niveauwaarden op de methode-onafhankelijke toetsen.
In geval van doublure, kunt u de groepsnaam vervangen. Evenzo kunt u een rij aan de tabel toevoegen voor eventuele
andere toetsen die worden gebruikt.
Het plannen van het onderwijsaanbod doet u minimaal een half jaar vooruit. Na elke evaluatie vult u de tabel “Planning:
doelen” en “Planning: onderwijsaanbod” aan, zodat het proces zichtbaar is.
III. Organisatiedeel
In dit deel van het OPP wordt beschreven welke afspraken zijn gemaakt om de doelen in het OPP te realiseren. Bij de
evaluatie van het OPP geeft u in dit deel de kwalitatieve onderbouwing van de resultaten, waar u in de voorgaande
tabellen de kwantitatieve resultaten zichtbaar maakt.
Aangezien u de doelen en het onderwijsaanbod voor een half jaar vooruit plant, wordt het OPP elk half jaar met ouders
(en leerling) geëvalueerd. Bij elke evaluatie en bijstelling dienen ouders te tekenen. Voor meerdere evaluaties en evt.
bijstellingen, kopieer hieronder de benodigde tabellen.
Pagina 9 van 14
Deel F
Aanvraag van extra ondersteuning
Voor meer toelichting over de extra ondersteuning en de rol van het SWV, lees het Ondersteuningsplan. De route van
aanvraag, het Stroomschema, is schematisch weergegeven in de bijlage met daarin vermeld de onderdelen van het
Groeidocument die in elke fase van toepassing is.
In eerste instantie wordt de extra ondersteuning door het bestuur toegekend en gedeclareerd bij het SWV. Achteraf vindt
er door de door het SWV ingestelde TLV-commissie een procedurele toets plaats. Wanneer hierin onvolkomenheden
worden geconstateerd, kan de toekenning van extra ondersteuning worden teruggedraaid (en teruggevorderd). Het
bestuur dient dus de inhoudelijke toets vorm te geven, opdat teleurstellingen worden voorkomen. Het bestuur is er vrij
in deze toets in te richten.
Aanvraag extra ondersteuning
De aanvraag van extra ondersteuning bij het SWV betreft alleen geldelijke middelen. Hiermee kan de school (het bestuur)
het passende onderwijsaanbod arrangeren. De aanvraag dient de gewenste extra ondersteuning evenwel inhoudelijk te
onderbouwen.
De school dient in dit onderdeel van het Groeidocument aan te geven welke middelen zij nodig heeft, waarvoor die
ingezet worden en welk doel daarmee behaald zal worden.
Onderbouwing bij de aanvraag
Geef hier kort aan wat heeft geleid tot het besluit om extra ondersteuning aan te vragen. Dit is in het kort een
samenvatting van de delen B tot en met E.
Evaluatie en verantwoording
De evaluatie vindt elk half jaar plaats, overeenkomstig het OPP. Afhankelijk van de vordering in de doelen van het OPP,
zal extra ondersteuning wel of niet het gewenste effect hebben gehad en derhalve wel of niet doorgezet moeten worden.
Bij elke evaluatie ondertekenen school en ouders.
Pagina 10 van 14
Deel G
Toelaatbaarheidsverklaring
In het geval dat besloten wordt dat een leerling beter verwezen kan worden naar een school voor speciaal
basisonderwijs (sbo) of voor speciaal onderwijs (so), dan is een toelaatbaarheidsverklaring van de TLV-commissie van
het SWV nodig. Hiervoor is wettelijk een deskundigenadvies vereist.
NB: deel G is dus niet nodig voor aanvraag extra ondersteuning op de eigen basisschool of een andere reguliere
basisschool. In dat geval volstaat deel F.
Deel G wordt door de school (het bestuur) zelf ingevuld. Immers, de inhoudelijke toets vindt plaats op bestuursniveau.
Het SWV, de TLV-commissie toetst procedureel.
De aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring dient te worden ondersteund door een orthopedagoog (of gzpsycholoog) en een tweede specifieke deskundige. Geef in de tabel aan welke personen deze aanvraag van de school
ondersteunen en welk advies zij geven.
In dit advies kan naast de onderwijsbehoeften ook staan voor welke termijn de plaatsing is en onder welke
voorwaarden (na het behalen van welke doelen) een leerling weer kan terugkeren naar de reguliere basisschool.
Uitgangspunt is dat een TLV afgegeven wordt voor 1 jaar, tenzij anders wordt beslist. Dit moet blijken uit de
onderbouwing van de aanvraag.
Pagina 11 van 14
Uitstroomprofielen VSO de ARK
Uitstroomprofielen
Profiel /
gebied
Hoeveelheid
aandacht en
handen in
de klas
Profiel 1
Profiel 2
Profiel 3
profiel 4
Belevingsgerichte
dagbesteding
Dagbesteding
(Beschermde) Arbeid
Arbeid
Zeer intensieve
begeleiding
Intensieve begeleiding
Matig intensieve
begeleiding
Beperkte begeleiding
CED leerlijn 4- 6
CED leerlijn 6-9
CED leerlijn:8-12 (+)
Eind SO: 1
Eind SO: 4
Eind SO: 6
Eind SO: 8
Eind VSO: 2
Eind VSO: 6
Eind VSO: 9
Eind VSO: 12 (+)
Speerpunten:
Speerpunten:
Speerpunten:
Speerpunten:
(sociale)
zelfredzaamheid,
communicatie,
sensomotorische,
spel – en sociaal
emotionele
ontwikkeling.
Functioneel en
toegepast lezen en
rekenen , sociale
redzaamheid, aanleren
van werkhouding
middels praktijk gericht
en functioneel leren.
SO: didactische vakken(
lezen, spelling, rekenen,
schrijven,
wereldoriëntatie)
Algehele didactische
en sociaal emotionele
ontwikkeling. Sociale
redzaamheid en leren
reguleren van gedrag
om zelfstandig in de
maatschappij en in de
arbeidsomgeving te
kunnen functioneren.
Groot aandeel zorg:
CED leerlijn 1-2
Pedagogisch
en
didactisch
aanbod
Plancius leerlijn 1-6
VSO: vertaling naar
praktijkonderwijs.
Sociale zelfredzaamheid,
leren reguleren van
gedrag en handelen om
in de maatschappij zo
zelfstandig mogelijk te
kunnen functioneren.
Deelnemen met
intensieve
begeleiding aan de
maatschappij.
Deelnemen met
begeleiding aan de
maatschappij.
Ruimtelijke
omgeving
Zeer veilige,
beschermde en
vertrouwde leef- en
leeromgeving, zowel
in de klas als op het
schoolterrein.
Veilige en vertrouwde
leef- en leeromgeving,
zowel in de klas als op
het schoolterrein.
Veilige en vertrouwde
leef- en leeromgeving,
zowel in de klas als op
het schoolterrein.
Veilige en vertrouwde
leef- en leeromgeving,
zowel in de klas als op
het schoolterrein.
IQ grenzen;
indicatief
< 35
35-50
50-65
>65
* Te verwachten niveau wordt bepaald door de CVB, o.b.v. de intake van het Zorgteam, gegevens uit het
handelingsplan, dossier, rapportage en oudergesprekken.
Pagina 12 van 14
Begrippenlijst
Zie ook de verklarende woordenlijst in het Ondersteuningsplan
SWV
Samenwerkingsverband Primair onderwijs Midden Holland 2814
Naam, adres en contactgegevens
OPP
Ontwikkelingsperspectief: het onderwijsinhoudelijke deel, deel E
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst, o.a. Schoolarts en schoolverpleegkundige
GGZ
Geestelijke Gezondheidszorg
CJG
Centrum Jeugd en Gezien
BJZ
Bureau Jeugdzorg
LVS
Leerlingvolgsysteem
SOT
Schoolondersteuningsteam, zie ook Ondersteuningsplan. In het SOT zijn naast de IB’er en directeur van
de school minimaal vertegenwoordigd een onderwijsspecialist en een jeugd/gezinsspecialist (de gemeente
maakt de keuze wie zij als gezingsspecialist aanmerkt voor deelname aan het SOT)
SBO
Speciaal basisonderwijs (in ons SWV: Het Avontuur, De Oostvogel, Park & Dijk)
SO
Speciaal onderwijs (voorheen Cluster 3 en 4)
VSO
Voortgezet speciaal onderwijs
VS
Vaardigheidsscores: De vaardigheidsscore is het getal dat uitdrukt in welke mate een leerling een bepaald
onderdeel beheerst. Dit zijn scores op een onderliggende vaardigheidsschaal die de toetsen met elkaar verbindt.
Door de vaardigheidsscores van een toets te vergelijken met de vaardigheidsscores op (een van) de voorgaande
toetsen, kunt u zien hoeveel de leerling vooruit is gegaan en of deze leerling zich ook naar verwachting
ontwikkelt. De vaardigheidsscores vormen het uitgangspunt voor de voortgangsrapportage. In deze rapportage
worden de resultaten van meerdere toetsen gekoppeld zodat u de ontwikkeling van uw leerlingen in beeld krijgt.
(Bron: Cito, Handleiding Internetrapportage).
FN
Functioneringsniveau: Met het functioneringsniveau bedoelen we het vaardigheidsniveau van de leerling in
relatie tot de gemiddelde niveaus in het basisonderwijs. Zo maakt u de koppeling met het regulier onderwijs
zonder dat de leerling uitsluitend D-, E- en V-scores behaalt. Als de vaardigheid van een leerling overeenkomt
met die van een gemiddelde leerling aan het eind van groep 4, dan krijgt deze leerling functioneringsniveau E4.
TLV
Toelaatbaarheidsverklaring. TLV-commissie geeft de toelaatbaarheidsverklaring af. Een toelaatbaarheidsverklaring geeft toegang tot een school voor SBO of SO.
Pagina 13 van 14
Stroomschema
Pagina 14 van 14