AFDELING FINANCIËN

AFDELING FINANCIËN
documentatie- en kennisbeheer
T: (02)79 093 43-44-45
18.03.2014
M:[email protected]
W: http://www.g-o.be/sites/portaal_nieuw/subsites/Onderwijsinfotheek/InfotheekGO/Onzedienstverlening/Pages/default.aspx
Attendering van onderwijskundige en pedagogische tijdschriften
Tijdschrift Basis – jg. 121 nr. 3 – 1 maart 2014
Het hoofd boven water houden.
Coopman Marianne (p. 03)
In dit openingsartikel uit de auteur haar verontwaardiging over het M-decreet in zijn huidige vorm.
De goedkeuring van dit M-decreet zal veel wrevel in de scholen veroorzaken, omdat de scholen
daardoor geen goed onderwijs meer kunnen bieden. Het uitstellen van het M-decreet met één jaar is
volgens de auteur niet voldoende om de belangrijkste problemen op te lossen: bijkomende
financiering, professionalisering, duidelijkheid over personeelsverschuivingen, arbeidsvoorwaarden,
enz. Dit zal niet in dank worden afgenomen door de onderwijspersoneelsleden.
Hoe ‘redelijkheid’ bepalen in het M-decreet?
Vanbaelen Kris (p. 04-05)
In het ontwerp van het M-decreet werd het begrip ‘redelijkheid van een aanpassing’ of
proportionaliteit voorzien. Dit betekent dat een school de grenzen van haar mogelijkheden min of
meer objectief kan bepalen door de aanpassingen die een leerling met specifieke
onderwijsbehoeften nodig heeft, af te toetsen aan een aantal criteria (zoals de kostprijs, de
gebruiksfrequentie, enz.).
In dit artikel gaat de auteur dieper in op wat goede aanpassingen zijn, in welke omstandigheden een
aanpassing redelijk is, hoe die redelijkheid in de praktijk verloopt en ten slotte hoe en wanneer een
doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs dient te gebeuren. Hij baseert zich daarbij op het
Protocol van 19 juli 2007 over het begrip redelijke aanpassingen in België.
De [em]M[er] loopt over!
s.n. (p. 06-07)
Brief van de vier onderwijsvakbonden over de bezorgdheden met betrekking tot het M-decreet
gericht aan alle leden van het Vlaams Parlement. De vakbonden hopen dat het ontwerp van decreet
in de plenaire vergadering wordt besproken en vragen dat de inwerkingtreding van het decreet
wordt uitgesteld totdat er voldoende zekerheid is dat er aan alle voorwaarden kan voldaan worden.
1
De prestatieregeling: veelgestelde vragen (1). Wat behoort tot mijn opdracht en wat niet?
Hellinckx Bart (p. 08-09)
In deze rubriek worden veel gestelde vragen van het onderwijspersoneel over hun rechtspositie
behandeld. In deze aflevering wordt ingegaan op FAQ’s over de prestatieregeling van
personeelsleden die een hoofdopdracht in lestijden van vijftig minuten hebben. Volgende vragen
komen onder meer aan bod: mogen nog andere lestijden opgelegd worden bovenop de lestijden in
de opdrachtbreuk? Hoeveel toezicht of overleg kan de directeur opdragen aan een leerkracht? Is
men verplicht om voor- of naschoolse opvang of middagtoezicht te verzorgen? Hoe vaak moet men ’s
avonds of in het weekend meewerken aan een schoolfeest of een andere activiteit?
God op school, een vraag van veel ouders. ‘Katholiek’ onderwijs?
De Cock Emiel (p. 10-13)
In een onderzoek van professor Pollefeyt bij ouders van katholieke basis- en secundaire scholen komt
een merkwaardige paradox naar voor: ondanks het afnemend geloof en kerkbezoek blijft het
katholiek onderwijs zijn marktaandeel behouden. Meer nog, uit het onderzoek blijkt ook dat ouders
van leerlingen uit het katholiek onderwijs aangeven dat dit onderwijs best nog wat katholieker mag
worden.
In dit artikel analyseert de auteur verschillende aspecten uit dit onderzoek (invulling van de
katholieke identiteit, de katholieke schoolidentiteit, de inhoud van de godsdienstles, enz.) en komt
tot een aantal opmerkelijke vaststellingen.
Wettelijke pensioenen moeten omhoog en niet de openbare pensioenen omlaag.
Vanpoucke Caroline (p. 14)
Beknopte bespreking van het memorandum die de ACV-centrales voor de openbare sector hebben
opgesteld n.a.v. de verkiezingen van mei 2014.
Naast de vraag aan de komende regeringen om werk te maken van een betere overheid, wordt een
lans gebroken voor het stelsel van de overheidspensioenen. Niet de overheidspensioenen zijn te
hoog, maar de pensioenen op basis van het algemeen werknemerspensioen zijn te laag. Bovendien is
de huidige regering haar belofte om de instellingen van aanvullende pensioenvoordelen voor het
contractueel overheidspersoneel mogelijk te maken niet nagekomen.
https://openbarediensten.acv-online.be
Onbezoldigd ouderschapsverlof.
Vanherle Marleen & Reyniers Lisbeth (p. 15)
Bij de geboorte of adoptie van een kind mag elk personeelslid voltijds onbezoldigd ouderschapsverlof
nemen. In deze korte bijdrage wordt aangegeven onder welke voorwaarden dit verlof kan
opgenomen worden, wanneer het aanvangt en hoe lang het duurt en onder welk administratief en
geldelijk statuut men tijdens het onbezoldigd ouderschapsverlof valt.
2
Geboorteverlof.
Vanherle Marleen & Reyniers Lisbeth (p. 15)
Beknopte bespreking van de voorwaarden om geboorteverlof te nemen, de start en de maximum
duur van dit verlof. Tevens wordt aangegeven hoe de bezoldiging gebeurt, of het geboorteverlof
gelijkgesteld wordt met dienstactiviteit en of dit verlof wordt meegenomen voor het bepalen van de
anciënniteit.
Juf, meester … waarom lezen wij?
s.n. (p. 17-19)
Interview met Jessie De Naeghel (UGent), die een onderzoek deed naar de leesvaardigheid bij
kinderen in het vijfde leerjaar. In het gesprek ging De Naeghel onder meer in op de twee types
leesmotivatie (autonome en gecontroleerde), het belang van de leerkracht om de leesmotivatie in de
klas te beïnvloeden en de manieren waarop een leerkracht de autonome leesmotivatie kan
bevorderen.
De Naeghel gaf ook een woordje uitleg over de vorming die ze voor leerkrachten ontwikkeld heeft.
Deze vorming heeft tot doel een leeromgeving te creëren die de autonome leesmotivatie optimaal
bevordert.
Graag lezen met beelden.
Tiquet Eva (p. 20-21)
In dit artikel wordt de striproman (de graphic novel) als alternatief voor het klassieke boek
voorgesteld. Dit alternatief zou bij kinderen voor meer leesplezier moeten zorgen. De striproman
(een verhaal dat te situeren is tussen een stripboek en een leesboek) was oorspronkelijk bestemd
voor een volwassen publiek, maar sedert een tijdje bestaan er nu ook kinderstripromans.
http://www.coolesuggesties.nl
http://www.graphic-novels.nl
http://ccbc.education.wisc.edu/books/graphicnovels.asp
Krachtig leesonderwijs.
Tiquet Eva (p. 21)
Bespreking van het boek ‘Licht op krachtig leesonderwijs’ dat de pedagogische begeleidingsdienst
van het OVSG over lezen en leesonderwijs ontwikkelde. In het werk staat de ‘leesklaver’ centraal: de
vier blaadjes van de leesklaver staan voor de vier essentiële aspecten van het leren lezen:
leesbevordering, technisch en vloeiend lezen, strategisch lezen en woordenschat. Elk onderdeel
wordt toegelicht in twee onderdelen: ‘wat weten we uit onderzoek?’ en ‘wat werkt in de klas?’.
Verder steunt deze aanpak op het RTI-model (Respons To Instruction) om een gedifferentieerd
leerproces mogelijk te maken. Het boek pleit voor een geïntegreerde aanpak, waarbij de
leerkrachten ondersteund worden door een volledig gedragen leesbeleid.
Webwijzer.
Hellinckx Bart (p. 24)
Lijst met interessante websites:
- deadlines internationale projecten: http://www.epos-vlaanderen.be
- bedplassen: http://www.drogenachten.be
- preventief werken rond drugs: http://www.gezondeschool.be ; http://www.vad.be
3
De begrafenisvergoeding in cijfers.
Janssens Sabrina (p. 25)
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het systeem van de begrafenisvergoeding. Er wordt
uiteengezet hoeveel deze vergoeding bedraagt, wie (en wie niet) recht heeft op een
begrafenisvergoeding en hoe de verhouding met de nalatenschap is. Verder wordt aangegeven in
welke gevallen je de begrafenisvergoeding zelf moet aanvragen en hoe je dit moet doen. Ten slotte
worden de verschillende inhoudingen besproken.
Hervorming overlevingspensioen.
Janssens Sabrina (p. 26-27)
Vanuit het standpunt dat het overlevingspensioen te veel een inactiviteitsval vormt voor (jonge)
werkende vrouwen, heeft de regering beslist om in 2014 het overlevingspensioen om te vormen tot
een overgangsuitkering. Dit houdt in dat het de leeftijd van de langstlevende echtgenoot is die
bepaalt of er een overlevingspensioen dan wel een overgangsuitkering wordt toegekend (i.c. jonger
of ouder dan 45 jaar).
In deze bijdrage worden deze twee stelsels uitgelegd, samen met een aantal bijzondere situaties.
4