Dat zoeken we op!

Dat zoeken we op!
Hoe kinderen en jongeren te werk gaan
bij het zoeken van informatie
Dat zoeken we op!
Hoe kinderen en jongeren te werk gaan bij het zoeken van informatie
“Willen informatie- en zoekdiensten kinderen en jongeren beter bedienen, dan
moeten we beter ons best doen om de jeugd te begrijpen.”
Remco Pijpers (Mijn Kind Online / Kennisnet)
Uitvoering adviesrapport
Het adviesrapport is in opdracht van het SIOB uitgebracht door Henk Boeke van Ouders Online
en zijn samenwerkingspartner Louis Stiller onder supervisie van Remco Pijpers namens Mijn
Kind Online/Kennisnet. Voor u ligt de verkorte samenvatting van het adviesrapport. Het
volledige rapport vindt u op de website van SIOB.
2
Dat zoeken we op!
Samenvatting rapport 'Dat zoeken we op!'
Hoe kinderen en jongeren te werk gaan bij het zoeken van informatie
Hoe gaan kinderen en jongeren om met het online zoeken naar informatie? Die vraag stond
centraal bij het adviesrapport dat het SIOB in het kader van het project Collectie Jeugd in
Context heeft laten uitbrengen. Een van de speerpunten van het SIOB is om content in context
aan te bieden, ook voor de doelgroep jeugd. De uitkomsten van het rapport kunnen helpen om
de dienstverlening vanuit de bibliotheek en samenwerkingspartners beter op deze doelgroep af
te stemmen. Hoe u als aanbieder van een digitale zoek- en leesomgeving rekening kunt houden
met het online zoekgedrag van kinderen en jongeren staat hierbij centraal.
Doelgroep
'Kinderen en jongeren' bestrijkt een brede range van leeftijden: van 0 tot 18 jaar. Bij het rapport
is zoveel mogelijk uitgegaan van een verdeling in de basisschoolleeftijd (5-12 jaar) en de
middelbareschoolleeftijd (12-18 jaar). De verschillen binnen de groep leeftijdsgenoten zijn soms
groot. De achtergrond, het opleidingsniveau en de omgeving van het kind of de jongere spelen
hierbij mee. Om de resultaten te gebruiken zijn deze daarom waar mogelijk veralgemeniseerd.
Werkwijze
Het adviesrapport 'Dat zoeken we op!' is grotendeels gebaseerd op literatuurstudie. Daarvoor is
gebruik gemaakt van de basis-bibliografie van het SIOB van ongeveer 30 titels, vooral bestaande
uit wetenschappelijke literatuur. Omdat deze informatie snel veroudert, is ook gebruik gemaakt
van informatie van marktonderzoeksbureaus, marktpartijen en van gegevens van
www.scholieren.com. Die laatste bron is met name gebruikt omdat er over het zoekgedrag van
middelbare scholieren minder bekend is dan over kinderen in de basisschoolleeftijd. De makers
van Scholieren.com hebben informatie aangeleverd uit hun webstatistieken en logfiles,
aangevuld met persoonlijke observaties.
Bij het rapport is vooral gekeken naar het 'zoeken in opdracht' wat kinderen bijvoorbeeld doen
voor school. In de literatuur is daar veel aandacht voor, en minder voor het vrij zoeken naar
informatie over hobby's bijvoorbeeld.
Voor het adviesrapport is uitgegaan van de volgende deelvragen:
1.
Hoe gebruiken kinderen en jongeren online media, en hoe gaan ze te werk bij het
zoeken naar informatie?
2.
Welke criteria hanteren ze bij het beoordelen van een zoekresultaat als 'geslaagd', en
hoe verwerken ze de resultaten?
3.
Hoe kunnen informatieleveranciers (in het bijzonder de openbare bibliotheken) de
doelgroep het best bedienen?
Globale uitkomsten
Kinderen en jongeren zijn intensieve mediagebruikers. Jongeren zijn overal online en gebruiken
daarvoor vooral hun laptop en smartphone. Het online zoeken gebeurt vrijwel altijd met Google.
Daarbij is de doelgroep zeer ongeduldig en wordt er meteen succes van de zoekactie verwacht.
Het resultaat is dat er bij het zoeken erg veel fout gaat. Er is duidelijk behoefte aan het goed
begeleiden van kinderen en jongeren om meer vaardigheden op te doen bij het online zoeken,
vinden, selecteren en verwerken van informatie.
3
Dat zoeken we op!
Mediagebruik en zoekgedrag
Onderzoeksvraag: Hoe gebruiken kinderen en jongeren online media, en hoe gaan ze te werk bij
het zoeken naar informatie?
Mediagebruik
Kinderen en jongeren zijn intensieve mediagebruikers. Vooral de allerjongste generatie maakt al
vroeg kennis met media, bijvoorbeeld via tablets. Jongeren zijn overal (en altijd) online en
gebruiken daarvoor vooral hun laptop en smartphone. Ze doen dit overigens vooral voor hun
plezier en minder om informatie te zoeken of huiswerk te doen. Ze maken bijvoorbeeld veel
gebruik van social media, waarbij is gebleken dat het gebruik van beeld steeds belangrijker
wordt. WhatsApp is de meest gebruikte applicatie. Beelden worden veel gedeeld via YouTube,
Instagram, Snapchat, Vine en Keek.
“Als je er zelf een leven lang over hebt gedaan om goed te leren zoeken, is het
interessant om je de vraag te stellen hoe kinderen en jongeren dat doen: een
speld vinden in die enorme internet-hooiberg.”
Henk Boeke en Louis Stiller
Zoekgedrag
Het online zoeken gebeurt vrijwel altijd met Google. Dat geldt voor alle situaties en voor alle
leeftijden. Toch bleek ook dat face-to-face contacten belangrijk blijven. Als ze iets willen weten
raadplegen vooral jonge kinderen nog bijna even vaak hun ouders als Google. Maar ook
jongeren doen dat nog. Bijna alle scholieren gebruiken internet voor het maken van huiswerk. Er
is wel een glijdende (aflopende) schaal: vwo-leerlingen doen dat het meest, havo-leerlingen
minder, vmbo-leerlingen het minst. Het zoeken via internet gebeurt vluchtig, er worden veel
fouten gemaakt en er is geen strategie. Kinderen (en vermoedelijk ook jongeren) hebben
gebrekkige zoektechnieken. Ze zoeken snel en gehaast, maken (tik)fouten, en weten eigenlijk
niet goed wat ze doen.
“Het succesvol aanbieden van content in context moet voldoen aan richtlijnen
waardoor iedereen kan zoeken (en vinden!).”
Vera Schoneveld, Stichting Aangepast Lezen
Bibliotheekbezoek en lezen
Hoewel dit rapport focust op het online zoeken van informatie, is ook gekeken hoe kinderen en
jongeren de fysieke bibliotheek gebruiken omdat dit ook van belang is bij het ontwikkelen van
digitale diensten. Daarbij is gebleken dat het bibliotheekbezoek sterk verschilt per leeftijd. Het
opzoeken van informatie is in de middenleeftijden (10-12 jaar) het meest populair. Kinderen
lezen nog volop boeken, maar niet op de eerste plaats. Naarmate ze ouder worden lezen ze
minder boeken, maar in de puberteit lezen ze toch nog bijna drie boeken per maand. Andere
activiteiten zijn echter belangrijker voor ze. Een recente ontwikkeling onder jongeren is dat ze
de bibliotheek herontdekken als een plek waar ze rustig en aandachtig kunnen studeren.
4
Dat zoeken we op!
Beoordeling en verwerking zoekresultaten
Onderzoeksvraag: Welke criteria hanteren kinderen en jongeren bij het beoordelen van een
zoekresultaat als 'geslaagd', en hoe verwerken ze de resultaten?
Beoordeling
Kinderen (8-12 jaar) verwachten meteen succes van hun zoekactie. Ze zijn nóg ongeduldiger dan
volwassenen. In hoeverre dit ook geldt voor jongeren (12+) is onbekend. Daarnaast blijkt bij
kinderen dat ze genoegen nemen met één antwoord. Zodra dat ene antwoord gevonden is, zijn
ze voor hun gevoel klaar. Bij jongeren verschilt de acceptatie van gevonden informatie per
opleidingsniveau. Ook zijn kinderen (8-12 jaar) blij met het zoekresultaat als het past bij het idee
(antwoord) dat ze al in hun hoofd hadden. Helemaal tevreden zijn ze als anderen uit hun peergroup min of meer hetzelfde hebben gevonden.
Betrouwbaarheid website
De site waar kinderen hun informatie vandaan halen is wel van belang. Ze vinden een
zoekresultaat geslaagd als het afkomstig is van een grote en bekende site. Ze hebben meestal
niet geleerd hoe je relevantie en betrouwbaarheid kunt toetsen. Ze waarderen het zoekresultaat
hoger als er minder reclame is of als ze dat hebben weten te omzeilen. Dit leidt er soms toe dat
redactionele content ten onrechte als reclame wordt gezien en vice versa.
“We moeten er vooral naar streven dat onze content goed via Google te vinden
is en dat we daarbij te boek staan als betrouwbare bronnenleverancier.”
Saskia Kuus, Leeskr8!
Wat kan de aanbieder of bibliotheek doen?
Aanbieders van digitale informatie en mensen die kinderen begeleiden bij het zoeken naar
informatie kunnen hen op verschillende manieren ondersteunen. Zo hebben kinderen moeite
met het doorgronden van de structuur van websites. Ze hebben behoefte aan een
overzichtelijke site waar ze meteen vinden wat ze nodig hebben. De informatie moet direct
toepasbaar zijn en niet verstopt zitten in een leestekst. De functionaliteit van de website moet
voorop staan, de interface, structuur en navigatie moeten niet te speels zijn. Belangrijk is ook
dat de omgeving 'veilig' is. Dus geen schokkende plaatjes, geen onverwachte contacten met
volwassenen, en zo min mogelijk gelegenheid tot pesten.
“Vormgeving en lay-out voor kinderen met leesproblemen vragen om rust,
overzicht en beheersbaarheid. Een dergelijke vormgeving komt niet alleen de
achterblijvende lezers ten goede, maar werkt voor alle lezers.”
Nanda Geuzebroek, Makkelijk Lezen Plein
Samenwerking loont
Wat het zoeken en vinden ten goede komt is samenwerking tussen kinderen. Gebleken is dat als
leerlingen in tweetallen werken, ze meer tijd aan planning besteden. Ook zoeken ze efficiënter,
en controleren ze vaker hun antwoorden.
5
Dat zoeken we op!
Tien tips
Onderzoeksvraag: Hoe kunnen informatieleveranciers (in het bijzonder de openbare
bibliotheken) de doelgroep het best bedienen?
Uit het rapport zijn diverse adviezen en aanbevelingen gekomen die eraan kunnen bijdragen om
de online informatievoorziening aan kinderen en jongeren te verbeteren. Hieronder tien tips
voor informatieleveranciers om digitale diensten zo goed mogelijk af te stemmen op de
doelgroep 'jeugd'.
De digitale dienstverlening moet snel en direct resultaat opleveren op elk apparaat. De
smartphone wordt steeds belangrijker, en informatie moet gedeeld kunnen worden tussen
verschillende devices.
In het ideale geval zou het systeem zich moeten aanpassen aan de kennis, vaardigheden en
doelen van het kind of de jongere. Die kunnen sterk verschillen per leeftijd en per
opleidingsniveau.
Als er een systeem wordt aangeboden aan kinderen en jongeren, dan moet dit het imago krijgen
van Google, maar dan met effectievere en betrouwbaarder resultaten.
Bibliotheken kunnen zich onderscheiden van commerciële aanbieders door de zwakkere lezers
en zoekers van dienst te zijn. Het gebruik van beeldmateriaal kan daarbij belangrijk zijn.
Kinderen en jongeren zijn consumenten, maar ook producenten van informatie. Breid
'contextualisering' uit van het aanbod naar de vraag. Bijvoorbeeld door te zorgen dat ze online
kunnen reageren, punten geven, deelnemen op een forum of recensies kunnen maken.
Bijvoorbeeld de mogelijkheid om informatie en plaatjes op een clipboard te plaatsen voor later
(her)gebruik. Of met voorbeelden laten zien hoe ze die informatie-elementen kunnen
gebruiken. Begeleid de doelgroep in het opdoen van informatievaardigheden.
6
Dat zoeken we op!
Jongeren lezen soms liever een papieren boek dan een beeldschermtekst. Verbind daarom de
digitale bibliotheek met de fysieke bibliotheek (en eventueel de boekhandel).
Met digitale bibliotheekdiensten is onderwijskundige hulp en ondersteuning te geven. Zo kan de
bibliotheek bijdragen op het vlak van informatievaardigheden (leren zoeken en verwerken).
Bijvoorbeeld via lespakketten, cursussen, coaches of tests.
Bibliotheken kunnen samenwerken met scholen, bijvoorbeeld via leesconsulenten. Ook kunnen
ze met diensten aansluiten op de schoolpraktijk voor bijvoorbeeld spreekbeurten, taken,
leeslijsten of werkstukken. Zie ook: www.debibliotheekopschool.nl
Zorg voor (digitale) platforms en activiteiten gericht op jongeren (13+), zij blijken ook steun
nodig te hebben bij het zoeken en lezen. Jongeren lezen aanzienlijk minder dan kinderen.
Conclusie: aan de slag met aanbevelingen
Bovenstaande tips bieden houvast om de dienstverlening vanuit bibliotheken nog beter af te
stemmen op de doelgroep jeugd en jongeren. Duidelijk is gebleken dat er behoefte is aan een
goede begeleiding van kinderen en jongeren om meer vaardigheden op te doen bij het online
zoeken en vinden. Binnen het project Collectie Jeugd in Context gaat het SIOB de komende tijd
met de aanbevelingen uit het rapport aan de slag. Want bibliotheken zijn de aangewezen partij
om deze doelgroepen te ondersteunen. Ze kunnen deze ontwikkeling aangrijpen om hun
maatschappelijke rol breder in te vullen; de bibliotheek leent boeken uit, en doet meer! Diverse
partijen hebben daar profijt van; scholen, jeugd en jongeren en de bibliotheken zelf.
7
Dat zoeken we op!
Colofon
auteurs: Henk Boeke en Louis Stiller
redactie: Edith Vos, Tekstkeuken
fotografie: Gert Jan van Heyningen
supervisie: Remco Pijpers (Mijn Kind Online/Kennisnet)
Deze publicatie is het resultaat van een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van SIOB.
De verantwoordelijkheid voor de inhoud en de ingenomen standpunten berust bij de auteurs.
© 2014 Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, Den Haag
Netherlands Institute for Public Libraries
Koninginnegracht 14 2514 AA Den Haag
Postbus 16160 2500 BD Den Haag
T +31 (0) 70 3090 222 | F +31 (0) 70 3090 299
[email protected] | www.siob.nl
8