1 SER Symposium Meedoen met Medezeggenschap 11

SER Symposium Meedoen met Medezeggenschap
11 september 2014
Lezing door Aukje Nauta
Diverse gedaanten van medezeggenschap
Bij de voorbereiding van dit congres zijn we niet over een nacht ijs gegaan. Om
uitgangspunten voor goede medezeggenschap te bedenken, hebben we achterbannen
geraadpleegd, een workshop met het medezeggenschapsveld georganiseerd en een
paper1 geschreven. Zo’n proces is interessant, vooral bekeken vanuit mijn professie van
organisatiepsycholoog. Mijn observaties wil ik graag met u delen.
Om te beginnen met de achterbanraadpleging. De werkgevers in de SER Commissie
Bevordering Medezeggenschap (CBM) gingen te rade bij bedrijven, werknemers bij hun
medezeggenschapsexperts. En, ‘heel gek’, beiden bleken heel verschillende input te
genereren over wat goede medezeggenschap is. Werkgevers hadden het bijvoorbeeld
over dat medezeggenschap strategisch moet zijn, dat je de OR liefst vroeg betrekt bij
medezeggenschapskwesties, dat de dialoog bij voorkeur open is en dat het helpt om met
de OR een gezamenlijke visie te formuleren op medezeggenschap. Werknemers vonden
andere dingen belangrijk, zoals dat medezeggenschap democratisch moet zijn, dat de
OR onafhankelijk moet zijn, dat er een goede geschillenregeling moet zijn en
rechtsbescherming van OR-leden.
Als
organisatiepsycholoog
vind
ik
dit
boeiend. Zulke heel verschillende beelden
van wat goede medezeggenschap is, zijn op
zichzelf
een
verhoudingen
uitdrukking
in
van
arbeidsrelatie-land.
de
Ik
moest een beetje denken aan een cartoon
van Fokke en Sukke. Daarin zie je twee
dikke werkgevers achter een bureau zich
boos maken tegenover een wat schriele
sollicitant, die kennelijk net heeft gevraagd
1 http://www.ser.nl/~/media/files/internet/congressen/2014/20140911/20140911-paperuitgangspunten-goede-mz.ashx
1
om een contract op papier.
‘Arbeidsovereenkomst’? roepen de werkgevers. ‘Lekker
begin! Vertrouw je ons niet, of zo?’ Voor die werkgevers is het makkelijk praten over
vertrouwen. Want zij hebben de macht, en kunnen werknemers kennelijk nog altijd
maken of breken. Logisch dat werknemers zekerheid en kracht willen ontlenen aan het
recht.
Ook kun je die verschillende beelden van goede medezeggenschap zien als een
uitdrukking van een verschillende focus. In de psychologie onderscheidt men een
promotiefocus en een preventiefocus. Mensen met een promotiefocus willen nieuwe
kansen verkennen en uitdagingen opzoeken. Mensen met een preventiefocus willen
onheil en risico’s vermijden. Het is heel logisch dat ondernemers vooral vooruit willen,
terwijl vakorganisaties terecht zorg hebben voor mensen die in de vaart der
ondernemers wel eens ondergesneeuwd raken.
Hoe je goede medezeggenschap ook ziet, de verschillende visies bewijzen in elk geval
dat medezeggenschap diverse gedaanten kan en moet hebben. Dat we moeten erkennen
dat medezeggenschap niet overal op rolletjes loopt en kan lopen. En dat de rol en
taakopvatting van een ondernemingsraad dus verschillend kan en moet zijn, afhankelijk
van de situatie.
In de literatuur over leiderschap spreekt men wel van situationeel leiderschap.
Wat
goed leiderschap is, hangt af van de situatie, oftewel de aard van de taak en de ‘will and
skill’ van de medewerker. Hebben medewerkers nog veel te leren, dan zijn ze gebaat bij
heldere en duidelijke instructies. Maar zijn ze volleerd en ook nog eens hartstikke
gemotiveerd, dan kun je heel veel aan hen delegeren, en volstaat een ‘laissez faire’achtige manier van leiding geven.
Iets vergelijkbaars is aan de hand met medezeggenschap. Afhankelijk van de
‘volwassenheid’ van de arbeidsverhoudingen, is een ander type medezeggenschap
geschikt. Zijn de arbeidsverhoudingen bijvoorbeeld erg formeel en hiërarchisch, en ook
nog eens niet al te harmonieus, dan past het de medezeggenschap om zich
onafhankelijk op te stellen, en de nadruk te leggen op belangenbehartiging en een goede
geschillenregeling. Zijn de arbeidsverhoudingen gelijkwaardiger, met goede relaties
tussen
werkgever
en
werknemer,
dan
ligt
een
open
dialoog
en
vroegtijdige
betrokkenheid van de OR meer voor de hand.
2
De term ‘situationele medezeggenschap’ introduceerde ik tijdens een workshop met het
medezeggenschapsveld die we ter voorbereiding op dit congres hadden. Bestuurders,
OR-leden, medezeggenschapsexperts en OR-trainers brainstormden met ons over wat
uitgangspunten van goede medezeggenschap zijn, en of die universeel zijn of per
situatie verschillend. De uitkomsten van die workshop vormden de input voor dit
congres, en formuleerden we in de vorm van een paper. Er bleken heus een paar
universele uitgangspunten te zijn, zoals dat medezeggenschap intrinsieke waarde heeft,
dus idealiter in de hele organisatie als waardevol wordt gezien; en dat iedereen er aan
mee moet kunnen doen: hoog- en laagopgeleid, vast en flex. En zo nog een paar meer,
ze komen vandaag volop aan bod.
Rest de vraag: hoe krijg je het voor elkaar, dat uitgangspunten voor goede
medezeggenschap echt vorm krijgen in de praktijk van alledag. Te denken valt aan een
code, ook daarover gaan we het vandaag hebben. Maar een code is slechts een
voorschrift, terwijl echte gedragsverandering pas tot stand komt als mensen zelf ervaren
dat ze er beter van worden. Positieve bekrachtiging heet dat in de psychologie. Daarom
ben ik blij dat er vandaag volop fraaie praktijken van medezeggenschap gedeeld worden.
Voorbeelden van bedrijven die ervaren dat goede medezeggenschap tot betere
uitkomsten voor mens én organisatie leiden.
Waar ik op hoop, is dat we de verhalen die we vandaag horen, gaan rondvertellen. Zodat
het viraal gaat, zoals dat een beetje vies heet. Als het aan mij ligt, dan gaat er vanaf
vandaag een medezeggenschapsvirus in Nederland rond, waarin werkgevers en
werknemers gezamenlijk steeds beter vormgeven aan goed werk in goede organisaties.
3