1 Bijlage 1 Behorende bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het

Bijlage 1
Behorende bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan “6e herziening Oud- en
Nieuw Krispijn, locatie JW Frisostraat”
Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “6e herziening Oud- en Nieuw Krispijn, locatie
JW Frisostraat”
1
Inleiding
Deze bijlage maakt deel uit van het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘6e
herziening Oud- en Nieuw Krispijn, locatie JW Frisostraat’. Wij geven in deze bijlage een
beoordeling van de ingekomen zienswijzen tegen het ontwerp van het bestemmingsplan.
Gevolgde procedure
Het ontwerpbestemmingsplan ‘6e herziening Oud- en Nieuw Krispijn, locatie JW Frisostraat’ is met
ingang van 20 februari 2014 ter visie gelegd en er bestond voor een ieder de gelegenheid om
gedurende zes weken (tot en met 2 april 2014) zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan in
te dienen bij uw raad.
Van die mogelijkheid is door 2 personen gebruik gemaakt.
Ingevolge de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is het niet toegestaan om
persoonsgegevens zonder een wettelijke verplichting of absolute noodzaak elektronisch
beschikbaar te stellen. In bestemmingsplanprocedures moet hiermee rekening worden gehouden.
Dit houdt in dat geen NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) of andere persoonsgegevens die
vallen onder de Wbp elektronisch ter inzage mogen worden gelegd. In een vertrouwelijke bijlage
treft u de NAW-gegevens aan van de insprekers.
Ontvankelijkheid
Zienswijzen konden worden ingediend tot en met 2 april 2014. De zienswijzen zijn binnen die
termijn ontvangen.
Behandeling zienswijzen
Onderstaand worden de zienswijzen behandeld. Aangezien beide zienswijzen gelijkluidend zijn
worden deze gelijktijdig behandeld. Eerst worden in het kort de zienswijzen aangehaald en daarna
van commentaar voorzien.
De volledige zienswijzen zijn voor uw raad ter inzage gelegd.
Zienswijzen 1 en 2
In zienswijzen wordt bezwaar gemaakt tegen:
1. Het ontbreken van een brandgang; er bestaat voorkeur voor het behoud van de contouren
van de bestaande bebouwing;
2. Er is tijdens de bouw van de woningen aan de Mauritsweg afgesproken dat de langsgevel
ontdaan zou worden van ramen; verzocht wordt dit in het bestemmingsplan te regelen;
3. De bouwhoogte wordt hoger dan thans aanwezig en dat betekent een aanzienlijke
vermindering van het aantal zonuren in de tuin en daglicht in de onderste woonlagen. Men
wil een regeling in het bestemmingsplan waarin staat dat aangrenzende bebouwing geen
hinder mag ondervinden met betrekking tot zonuren en daglicht.
Commentaar:
brandgang
De brandgang blijft aanwezig. In de verbeelding maakt de brandgang deel uit van de bestemming
‘’Wonen’. Met een bouwvlak is aangegeven waar de woningen gebouwd kunnen worden en dat
bouwvlak ligt terug ten opzichte van de perceelsgrens met de woningen aan de Mauritsweg. In dat
gedeelte buiten het bouwvlak komt de brandgang. In de toelichting op het bestemmingsplan is in
hoofdstuk 3 de stedenbouwkundige opzet weergegeven en daarop is (ook) de brandgang te zien.
De bestaande contouren van de woningen kunnen niet behouden blijven, omdat deze
bestemmingsplanherziening juist is opgezet om ter plaatse diepere woningen te kunnen bouwen.
Anno 2014 is er sprake van een andere kwaliteit van wonen dan in de tijd dat de huidige woningen
werden gebouwd. Bij deze sociale huurwoningen is daarbij gekozen voor een diepere woning.
Ramen
In de huidige situatie zitten er in die gevel (= de kopgevel) ramen. Het geldende bestemmingsplan
en deze bestemmingsplanherziening geven dit niet aan, omdat dit geen onderwerp is om in een
bestemmingsplan te regelen.
Vanuit de eisen van het Bouwbesluit zijn ramen nodig voor de daglichttoetreding. Het is nu niet
bekend of er in het bouwplan ramen in de kopgevel worden aangebracht. Indien dat het geval is
moet daarbij ten opzichte van de omliggende percelen worden voldaan aan de regels in het
Burgerlijk Wetboek.
2
Door de regels uit het Bouwbesluit (gericht op de te bouwen woning) en het Burgerlijk Wetboek
(gericht op de naburige percelen) is een regeling in het bestemmingsplan niet aan de orde.
Zon- en daglicht
De huidige woningen hebben een goothoogte van 5,5 m en een bouwhoogte (= nokhoogte) van
7,5 m. Het geldende bestemmingsplan kent een bouwhoogte van maximaal 9 m. In de
bestemmingsplanherziening wordt de bouwhoogte maximaal 10 m.
Door een toename van de minimum verdiepingshoogten in het Bouwbesluit worden woningen ook
daadwerkelijk hoger gebouwd en daarbij is maximaal 10 m ook een veelvoorkomende maat voor
dit woningtype van 2 lagen met een kap.
Via een bezonningsstudie is inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn voor de woningen (en tuinen)
van reclamanten; er is daarbij uitgegaan van de werkelijk aanwezig bouwhoogte en niet van de
hoogte die het geldende bestemmingsplan toelaat. Voor de nieuwbouw is uitgegaan van de hoogte
en verkaveling zoals aangegeven in de eerder genoemde stedenbouwkundige opzet in hoofdstuk 3
van de toelichting.
Er is sprake van enige vermindering van zonlicht in delen van de achtertuin op bepaalde tijdstippen
in het jaar. Het gaat daarbij om ca. 1 m extra schaduw in vooral de achtertuin van huisnummer 92.
Op 21 juni is dat aan het begin van de middag, op 21 april en 21 augustus is dat vanaf het einde
van de ochtend tot het begin van de middag. Op 21 oktober en 21 februari is er geen verschil waar
te nemen.
Indien er een berekening wordt gemaakt met de hogere bouwhoogte die het geldende
bestemmingsplan toestaat, is er naar verwachting geen extra schaduwwerking.
Doordat er sprake is van:
• een slechte kwaliteit van de huidige woningen en daarmee de noodzaak om de woningen te
slopen en nieuw te bouwen,
• een veelvoorkomend woningtype (diepte- en hoogtemaat),
• een gangbare onderlinge afstand ten opzichte van de woningen aan de Mauritsweg (ca. 9m),
• woningen die passen in de stedenbouwkundige structuur,
achten wij de nieuwe situatie vanuit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat acceptabel.
Wij hebben overigens initiatiefnemer Trivire verzocht in nader overleg te treden met reclamanten
om de situatie met betrekking tot de brandgang en het wel of hebben van ramen in de kopgevel
nader te bespreken.
De bezonningsstudie is voor uw raad ter visie gelegd.
Wij stellen u voor deze zienswijzen ongegrond te verklaren.
Dordrecht, 6 mei 2014
Burgemeester en wethouders
3