Oosterkerk, Zondag 8 juni 2014, Pinksteren Thema: In onze eigen

Oosterkerk, Zondag 8 juni 2014, Pinksteren
Thema: In onze eigen taal
Overweging over Genesis 11:1-9 en Handelingen 2:1-21
ds.Wim Hortensius
Däggien Duutsland. Ienmaol op weg adden ome Jan en Eppe de grootste
babbels. Erinneringen wieren op-e-aald van de oorlog en van ’t iene onderwäp
kwammen ze op ’t andere. ’t Was wel gezellig um ’t gekwebbel an te euren. Een
stukje uit de Zwolse Praot uit de Peperbus van de week. Over een dagje uit naar
Duitsland. Het blijft de uitdaging voor mij, Zwolse praot. In Leiden, waar ik
jaren heb gewoond, zouden ze zeggen: Pinksteren, wat wil dat dan betekenen?
De ene taal is de andere niet. De populaire taal van de straatbijbel is niet te
vergelijken met de deftige taal van de Statenvertaling. Zoals je een mattie niet de
troonrede moet laten voorlezen. Liturgische taal wordt niet gesproken door een
voetbalcommentator. Jongeren hebben hun eigen taal en manieren om contact
met elkaar te hebben dan ouderen. Aan ons accent is vaak te horen waar wij
vandaan komen. En zijn we niet altijd gemakkelijk te verstaan.
De ene taal is de andere niet. Dat geldt niet alleen voor spreektaal, het geldt ook
voor verschillende soorten taal. De taal van woorden, de taal van de stilte,
de taal van muziek, van kunst, lichaamstaal, de taal van kleuren, symbolen en
rituelen.
Hier in de kerk, in ons geloof, mogen al die talen meedoen. Omdat wij allemaal
verschillende mensen zijn: de één aangesproken wordt door klassieke oude
woorden, een ander geniet van de muziek van het orgel, de accordeon of de
piano, weer een ander van het licht van de Paaskaars, of juist van de
lichaamstaal van een knipoog of iemand die straks een kopje koffie of thee
aanreikt. Door welke taal word jij aangesproken…?
Het mooie van het Pinksterverhaal vind ik dat ieder van ons de goede boodschap
mag horen in zijn en haar eigen taal! Al die accenten en talen van die ene goede
boodschap schitteren als de verschillende zijden van een diamant.
Het lukt niet, het hoeft ook niet, het is zelfs onvruchtbaar, dat wij zouden willen
dat wij allemaal op dezelfde manier zouden praten en geloven. Niet voor niets
ligt de ruïne van de toren van Babel er nog steeds verlaten bij. En toch kijk je er
misschien steeds weer met een schuin oog naar, naar die toren van Babel, als een
ideaal: gezellig bij elkaar met allemaal dezelfde achtergrond en van dezelfde
kerk en met dezelfde taal en geloofsbelijdenis en met dezelfde kerkmanieren.
De Eeuwige kijkt er teleurgesteld naar. Het is niet de bedoeling dat wij bij elkaar
blijven klitten, maar juist dat wij ons verspreiden, het kerkgebouw uit, ons
gewone leven, de wereld in, om overal mensen iets over te brengen van ons
vuur, van onze passie, op onze eigen manier, in onze eigen taal!
Dat gebeurt op die Pinksterdag in Jeruzalem! Daartoe ontvangen de mensen de
kracht van de Geest van God. Doen zoals de apostel Paulus: als hij met de
Grieken praat lijkt hij wel een Griek, gebruikt hij voorbeelden uit het Griekse
dagelijks leven, als hij met de Joden praat verplaatst hij zich helemaal in het
leven van de Jood.
Met mensen praten en er voor mensen zíjn, niet met een soort algemene
christelijke leer, maar toegepast en toegesneden op die concrete mens voor je, in
hun eigen taal. Die taal is anders voor iemand van 7, zoals voor Anco, die in het
dagblad Trouw nieuwsgierig vraagt of te bewijzen is dat God bestaat. Dan voor
een opstandige puber, of voor een jonge ouder, of de oudere man die terugkijkt
op zijn leven. En de één verlangt naar woorden, een ander heeft behoefte aan
een helpende hand, of gewoon even wat delen. Aansluiten bij hun eigen taal.
De één leeft op bij de troostende kant van God, de ander wordt het liefste
uitgedaagd. Het luistert nauw.
Maar alles en iedereen komt in het Pinksterverhaal in beweging. Als de Geest
van de Eeuwige ruimte maakt in mensen. De leerlingen van Jezus beginnen te
vertellen over de grote daden van God. Oude profetieën van Israël gaan op dit
Pinksterfeest in vervulling, zegt Petrus: jongeren zien visioenen en ouderen
droomgezichten.
Wat zou het mooi zijn als wij onze dromen en visioenen zouden gaan delen met
elkaar en met de mensen die wij in ons dagelijks leven ontmoeten. Om hen iets
te vertellen en te laten zien wat de Eeuwige aan ons heeft gedaan. Om zo ook bij
elkaar en bij de ander misschien wat ruimte te scheppen voor de goede
boodschap van God. Wat inspireert jou…?
Ik zou hen in gedachten meenemen naar het weidse strand en toppen van
besneeuwde bergen om daar even samen stil te zijn en ons te verwonderen over
het geschenk van ons leven en de macht van de schepping, die er was en altijd
zal zijn ook als wij er niet meer zijn, de troost die daar van uitgaat. Ik zou een
kaartje voor hen kopen om samen naar het Concertgebouw in Amsterdam te
gaan om te luisteren naar een prachtig pianoconcert en ons laten ontroeren over
de kracht van muziek. Ik zou hen uitnodigen om hun ogen dicht te doen en dan
te schetsen hoe de situatie is in het Romakamp in de Oekraïne en bij de stilte in
Taizé. Ik zou hen vertellen over lieve mensen om mij heen. Ik zou samen met
hen willen luisteren naar de Tien Woorden en laten zien hoe Marc Chagall die
heeft geschilderd. Ook over onrust en wanhoop, die zich soms van hem en mij
meester maken. Dat ik ook niet weet waarom de dingen gebeuren zoals ze
gebeuren. Jonge en oude mensen die kanker krijgen. Jonge soldaten die hun
leven hebben gegeven voor onze vrijheid in Normandië. Altijd ook die diepe
twijfel. Dwarrelende gedachten. Bestaat hij wel, de Eeuwige? Maar hen dan ook
maar weer uitnodigen om samen Bibliodrama te gaan spelen om naar die Ander
en naar onszelf te zoeken.
En doen wat er voor iemand door mij gedaan kan worden. En ik zou hen een
liedje leren: over Jezus die in de heuvels rond Tiberias, in het zachte gras de
mensen liefhad en genas en in hun midden stond.
Voor mij, in mijn beleving en in mijn eigen taal, de grote daden van God.
Dromen dromen en zelf werken aan het visioen: dat mensen in liefde, vrede en
gerechtigheid werkelijk samen leven, ongeacht wie zij zijn en of en wat ze
geloven.
Alles en iedereen mag vandaag in beweging komen, genieten van dit
onverwachte geschenk van de heilige Geest en er op uit trekken. Met
onverwoestbare hoop! Om in onze eigen taal en met onze eigen woorden
proberen aan te sluiten bij de mensen die wij ontmoeten en zo te vertellen over
de grote daden van God. Waarbij de lichaamstaal van een helpende hand of een
arm om de schouder even waardevol is als een gloedvol getuigenis met
woorden.
We zijn niet dronken! Maar door de kracht van de heilige Geest krijgen we
misschien wel een rode kleur, overal waar wij maar mens zijn, vandaag,
voorgoed!