Heidelbergse Catechismus vraag 58

Zondag 22, vr.58, 22 febr. 2015
58. Vr. Wat voor troost schep je uit het artikel van het eeuwige leven?
Antw. Dat, omdat ik nu het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, ik na dit leven
volkomen zaligheid bezitten zal, die geen oog gezien heeft en geen oor gehoord heeft, en die
in het van geen mens hart opgeklommen is;
en dat om God daarin eeuwig te prijzen.
Hoe komt het dat veruit de meeste mensen geloven dat er leven is na dit leven?
Waarom wordt de catechismus een troostboek genoemd? Wat is troost?
Als je denkt aan het eeuwige leven denk je vaak aan iets wat in de toekomst ligt.
Wat doet de catechismus in het antwoord? Ligt de troost in de toekomst?
Waar begint het eeuwige leven?
Belangrijke vraag is waarheen de reis van je leven heen is. Kun je nu zeggen
/weten waarheen je op reis bent.
Bij het eeuwige leven gaat het om Jezus Christus.
Zoek Johannes 3:36 op. Wat betekent dit vers?
Het eeuwige leven is ten diepste Jezus Christus de Heere. Hij is het leven.
En de vreugde van het eeuwige leven is de blijdschap die je vindt in Hem.
Wat het eeuwige leven is, is niet zo eenvoudig te omschrijven.
De catechismus gebruikt twee woorden: vreugde en zaligheid.
In de Bijbel vinden we wel 200 omschrijven van dat eeuwige leven.
In Johannes 14 noemt Christus het Zijns Vaders huis.
Tegenover de boetvaardige moordenaar spreekt Christus over het paradijs.
Paulus aan de Hebreeën schrijft over de stad die fundamenten heeft.
In Mattheüs 25 heet het een ingaan in de vreugde des Heeren.
Aan Timotheüs schrijft Paulus over het hemels koninkrijk.
De stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem.
Aan de Thessalonicensen: Alsdan zullen we altijd bij de Heere zijn.
Deze laatste omschrijving is misschien het kernachtigst.
Het is de bruid die altijd bij de Bruidegom zal zijn.
Het kind dat eeuwig thuis is bij Vader!
1 Joh. 2:24 3:1/3
1Joh 5:9/13
Ps.116:1,11
Ps.9:2
Ps.118:8,10,14
Ps.17:8
Ps.150:1