Voerprijzen dalen in 2014 sterker dan productprijzen

Kwartaalbericht Intensieve veehouderij
ING Economisch Bureau
Voerprijzen dalen in 2014 sterker
dan productprijzen
Consumenten, overheid en lage prijzen zetten intensieve veehouderij op scherp
Het zijn uitdagende tijden voor de intensieve veehouderij. Vooral varkens- en legpluimveehouders hebben
het zwaar te verduren. Naast het imagoprobleem van
vlees probeert de overheid de groei van de sector in
toenemende mate te sturen. Daarbovenop komen de
tegenvallende prijsontwikkeling voor de producten
van de varkens- en legpluimveehouderij. De slechte
prijzen leiden dankzij nog sneller gedaalde voerprijzen tot een beperkte druk op de marges. De verschillen binnen de sector zijn van bedrijf tot bedrijf overigens groot.
De veehouderij zal door de druk van burgers en overheid nog diervriendelijker en duurzamer gaan produceren. Door toepassing van nieuwe technologieën en
introductie van steeds meer productconcepten kan de
intensieve veehouderij onderscheidend blijven ten
opzichte van andere landen, zodat ook in de toekomst
een leidende exportpositie kan worden gehandhaafd.
Consument en overheid houden vleessector scherp
Ook al vindt 75% van de consumenten dat de diervriendelijkheid van het voedsel in ons land goed is1, toch lijkt aan vlees
een imagoprobleem te kleven. Zes op de tien mensen geeft
aan dat ze bij agrarische producten in de supermarkt het
minst vertrouwen hebben in de voedselveiligheid van vlees.
In die van vis (11%), groenten en fruit (4%) en zuivel (2%) is
het wantrouwen veel minder groot. Dit blijkt uit de antwoorden op de ING Vraag van Vandaag2. Uit deze enquête blijkt
ook dat consumenten bij hun aankopen nog altijd het meeste
letten op de prijs (vier op de tien). Een toenemend aandeel
noemt echter gezondheidsaspecten van het product het belangrijkste aandachtspunt. Voor 26% is dit criterium nr.1, vier
jaar geleden was dit 23%. De vleesketen zal nog beter moeten voorsorteren op deze wijziging in preferentie van de consument. Ook moet ze inspelen op de veranderende kijk van
de overheid, die voedselbeleid belangrijker lijkt te gaan vinden dan landbouwbeleid, in navolging van het recente WRR
rapport3. Op de in dit rapport geopperde verschuiving naar
plantaardige producten en dus vermindering van de vleesproductie zal de keten adequaat moeten reageren. Duurzaam ‘conceptvlees’ met een hogere toegevoegde waarde
voor de ketenpartijen breekt langzamerhand door. Voor de
consumenten biedt dit meer keuzevrijheid. De uitdaging voor
de keten blijft daarbij het vlees betaalbaar te houden. Bovendien zal de keten nog meer moeten investeren in transparantie en communicatie.
Magere marge vleesvarkens, goede marge zeugen
Varkensvlees is al sinds begin dit jaar onderhevig aan een
Russische importstop vanwege varkenspest. In combinatie
met de afgenomen consumptie in zowel Nederland als de
rest van de EU heeft dit geleid tot een overaanbod op de Europese markt, waardoor de prijzen een dalende trend vertoonden. In februari was het saldo van vleesvarkensbedrijven
het laagst in tien jaar. Sindsdien was de prijsvolatiliteit hoog.
Al met al lag na drie kwartalen het gemiddelde van 2014 12%
beneden dat van 2013 en zelfs 22% onder het langjarig gemiddelde (figuur 1). Voor veel vleesvarkenshouders zal het
lastig worden over geheel 2014 positief te draaien. De teruggang in het derde kwartaal van de Agro Vertrouwensindex
van het LEI bevestigt dit beeld.
Figuur 1. Maandsaldo* (in €) van zeugen- en vleeskuikenhouders boven en van vleesvarkens- en leghennenhouders onder langjarig gemiddelde
1
Volgens Foodmonitor van Food for Food en Trendbox, oktober 2014.
Van gemiddeld 45.000 respondenten in september/oktober 2014.
3
‘Naar een voedselbeleid’, september 2014.
2
Bron: LEI Wageningen UR, agrimatie.nl; * in €, tot en met september.
Figuur 2. Dalende trend voerprijzen
Figuur 3. Voerwinst van eierproductie EU (€/100 kg)
Gem. marge
2009-2013: € 56
Bron: agrimatie.nl, bewerking ING Economisch Bureau
Genoemde volatiliteit gold zeker ook voor zeugenhouders.
Het belang van de dalende voerprijzen is hierbij groter geweest dan de daling van de biggenprijzen. In de eerste drie
kwartalen waren de prijzen van mais, tarwe en varkensbrok
15 tot 20% en voor soja 6% lager dan in dezelfde periode in
2013 (figuur 2). Door de toenemende fluctuaties in voer- en
afzetprijzen worden de ondernemersrisico’s voor varkenshouders hoger. Varkenshouders worden meer en meer managers. De professionalisering van de varkensketen neemt
daardoor toe. Tegelijkertijd zal hierdoor consolidatie en
schaalvergroting plaatsvinden, waarbij volgens LTO driekwart van de varkensbedrijven zal verdwijnen. Het aantal
varkens zal op peil blijven, zodat de veehouder/manager van
de toekomst meerdere locaties aanstuurt.
Houders legpluimvee kampen met overproductie Europa en oneerlijke concurrentiepositie
Het gemiddelde maandsaldo voor houders van legpluimvee
was tot en met september dankzij gedaalde voerkosten positief (€ 13.635), terwijl het in deze periode in 2013 negatief
was (€ 787). Het saldo is echter 21% lager dan het langjarig
gemiddelde (figuur 1). Volgens het LEI had in 2013 slechts
21% van de leghennenbedrijven een positieve kasstroom.
Binnen de sector verschilt de rentabiliteit tussen individuele
veehouders sterk en deze verschillen nemen toe.
De pioniersrol die Nederland had met de overschakeling van
kooi- naar scharreleieren is voorbij en er is momenteel een
overproductie van scharreleieren op de Europese markt.
Zorgwekkend voor de Nederlandse legpluimveehouderij is
ook dat de voerwinst van de Europese eierproductie in 2013
net onder en in 2014 iets boven het langjarig gemiddelde lag
(figuur 3), maar dat in Nederland de saldi de laatste twee jaar
flink lager uitpakten dan dit gemiddelde. Er is in ons land
sprake van relatief hoge kosten ten gevolge van de scharrelhuisvesting. In andere Europese landen wordt mogelijk nog
gewerkt met verouderde kooihuisvesting.
Opvallend is ook dat de Europese eiermarkt dit jaar groeit
+8%), maar dat de Nederlandse uitvoer van eieren in de eerste acht maanden 8% is gedaald. Dit komt door zowel lagere
Kwartaalbericht Intensieve veehouderij november 2014 2
Bron: Europese Commissie, bewerking ING Economisch Bureau
productie als minder vraag uit vooral Duitsland. Hier neemt
de productie van eieren toe (+6,5%) en is de zelfvoorzieningsgraad inmiddels 71%. Niet alleen de concurrentiepositie
is verslechterd, ook de prijsniveaus. Deze liggen dit jaar gemiddeld weliswaar iets hoger dan een jaar geleden, maar
blijven voor het tweede achtereenvolgende jaar onder het
langjarig gemiddelde van € 6,15. In 2014 zal de gemiddelde
eierprijs4 hooguit 3% hoger zijn dan vorig jaar. Als de prijsontwikkeling richting Kerst echter net zo teleurstellend verloopt als in 2013 bedraagt de prijsstijging slechts 1,5%. Dankzij de fors gedaalde voerprijzen nemen de maandsaldi veel
sterker toe ten opzichte van het rampjaar 2013 (duur voer,
lage afzetprijzen). Al met al voorziet ING een lastige tijd voor
de legpluimveehouderij. Het aangehouden reservekapitaal is
voor sommige bedrijven inmiddels verbruikt.
Kansen voor vleespluimvee- en kalverhouders
Houders van vleespluimvee profiteren dit jaar van de gestegen (internationale) vraag naar kip en kipproducten. De saldi
liggen 29% boven het gemiddelde en 56% boven dat van
2013 (figuur 1). In september lag het saldo op het hoogste
niveau in negen jaar tijd. In 2015 trekken de Europese consumptieve bestedingen verder aan. Consumenten zullen
daardoor weer eerder geneigd zijn andere vleesproducten
te kopen in plaats van het goedkopere kippenvlees. Cruciaal
voor vleespluimveehouders is dus diversificatie van exportmarkten. Kansen liggen er met de ontwikkeling van innovatieve concepten. Het draait hierbij om de creatie van diversiteit in de keuzemogelijkheden voor de consument. Want ook
al gaat de meerderheid voor goedkoop en lekker, door te
focussen op gemak, diervriendelijkheid en local-for-local kan
meer waardecreatie plaatsvinden. Ook voor kalverhouders is
ondanks goede rendementen de vraaggroei welkom. Het
kostprijsmodel is door de consequenties in 2015 van het
nieuwe GLB, de huidige importverboden voor nuka’s en de
grote volatiliteit in voerprijzen namelijk volop in beweging.
4
€/100 stuks, excl.. BTW, NOP richtprijs bruine scharreleieren 62-63 gr.
Meer weten?
Kijk op ING.nl/zakelijk
Of bel met
Kees van Vliet,
Sectormanager Agrarisch
06 5579 8831
[email protected]
Henk van den Brink,
Sectoreconoom Agrarisch
06 1930 3153
[email protected]
Volg ons op Twitter:
INGnl_Economie
Disclaimer
De informatie in dit rapport geeft de persoonlijke mening weer van de analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de
analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit
rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. Deze publicatie is opgesteld namens ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. ING Bank N.V. is onderdeel van ING Groep N.V. Deze publicatie
is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. ING
Bank N.V. betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijk zorg betracht om er voor te zorgen
dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in dit rapport heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is.
ING Bank N.V. geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. De informatie in dit rapport
kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING Bank N.V. noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de
inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van
gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Overneming van gegevens uit deze publicatie is toegestaan, mits
de bron wordt vermeld. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank
en de Autoriteit Financiële Markten.
De tekst is afgesloten op 6 november 2014