De nieuwe Gedragscode Geneesmiddelenreclame

De nieuwe Gedragscode Geneesmiddelenreclame: toelichting en praktijk
Op 16 mei 2014 is de nieuwe integrale Gedragscode Geneesmiddelenreclame van de CGR ingegaan. Maar
wat verandert er hiermee precies? Wat betekent dat voor marketeers in de farma en hoe zijn deze richtlijnen
in de praktijk toe te passen? Deze vragen kwamen aan bod bij de bijeenkomst van de Nederlandse
Vereniging voor Farma Marketeers (NVFM) over wet- en regelgeving.
De drukbezochte bijeenkomst vond plaats in Amersfoort op 23 september. Hierbij gaven toonaangevende sprekers
de laatste stand van zaken op het gebied van de CGR-richtlijnen en werden deze vanuit juridisch perspectief bezien.
Ook wijzigingen die de Stichting CGR inmiddels heeft aangekondigd per 2015 kwamen aan bod. Verder vertelde een
compliance manager hoe de richtlijnen in de praktijk kunnen worden toegepast.
Nieuwe code
Een aantal maanden terug is de nieuwe integrale Gedragscode Geneesmiddelenreclame ingegaan. Hierin zijn de
oorspronkelijke code uit 1998 en alle uitvoeringsregels geïntegreerd. Verder heeft de CGR de website
www.financielerelatieszorg.nl gelanceerd. De website geeft beknopte uitleg over de zelfregulering voor financiële
relaties met farmaceutische en medische hulpmiddelen bedrijven en is gericht op zorgprofessionals.
Reikwijdte verbreed
Frederik Schutte, secretaris van de CGR, gaf een toelichting op de nieuwe Gedragscode. Zo legde hij uit dat de
reikwijdte van de Gedragscode is verbreed met onder meer financiële relaties met niet-beroepsbeoefenaren en
relaties met patiëntenorganisaties. Ook transparantieregels zijn er nu in opgenomen.
Onderscheid reclame en informatie
Verder staat het onderscheid tussen reclame en informatie beschreven in de Gedragscode. Schutte merkte op dat
hierbij vooral de doelgroep, maar ook context en inhoud van belang zijn. Dat blijkt ook telkens in procedures bij de
Codecommissie. Ton Artz, advocaat bij Leijnse Artz, haalde bij het onderscheid tussen reclame en informatie de
zaak www.beschermjedochter.nl aan, waarin niet (in)direct naar het vaccin werd verwezen. In deze zaak stelde de
Codecommissie expliciet: in een tot het publiek gerichte uiting waarin naar een merkgeneesmiddel en/of
vergunninghouder wordt verwezen, moet je er in beginsel vanuit gaan dat het reclame betreft, tenzij het tegendeel
blijkt.
Social media
Schutte en Artz gingen daarna in op de regels rondom social media, die zijn opgenomen in de Gedragscode.
Hoofdregel: wat offline geldt, geldt ook online. Zo geldt ook hier het verbod op publieksreclame en moet reclame als
zodanig herkenbaar zijn. Verder zijn fabrikanten verantwoordelijk voor de inhoud van de eigen websites en media, en
daarbij ook voor bijdragen van anderen. De betrokkenheid van een fabrikant bij een website van een derde kan
leiden tot verantwoordelijkheid voor de inhoud ervan. Ook liet Artz weten dat de CGR het onwaarschijnlijk acht dat
‘evenwichtige publieksinformatie’ over UR-geneesmiddelen in een tweet (max. 140 tekens) kan worden gegeven. Het
is dus de vraag of je als fabrikant moet willen twitteren over UR-geneesmiddelen.
Gunstbetoon
Bij gunstbetoon wordt het stelsel van de Geneesmiddelenwet gevolgd. In de nieuwe Gedragscode is op genomen dat
‘gunstbetoon’ verboden is, tenzij wordt beantwoord aan de nadere regels hiervoor (art. 6.1.1 Gedragscode).
Financiële relaties tussen fabrikanten en niet-beroepsbeoefenaren waarbij geen sprake is van een
verkoopbevorderend motief zijn toegestaan (art. 6.1.2 Gedragscode). De volgende criteria spelen een rol bij de
vaststelling van een dergelijk motief:
hoedanigheid van de begunstigde;
doelstelling van de relatie; en
redelijkheid van de vergoeding.
In de richting van beroepsbeoefenaren gelden ook uitzonderingen op het verbod op gunstbetoon. Het gaat dan om
de relaties die verderop in hoofdstuk 6 van de Gedragscode zijn geregeld (bijv. geschenken en dienstverlening). Als
de relatie aan de daar gestelde voorwaarden voldoet, dan is de relatie toegestaan. Financiële relaties met nietberoepsbeoefenaren kunnen alleen toelaatbaar zijn, indien geen sprake is van een verkoopbevorderend motief. Bij
de beoordeling daarvan moet wel worden gekeken naar de strekking van de uitzonderingen richting
beroepsbeoefenaren (art. 6.1.3 Gedragscode).
In de praktijk
Tussen de laatste stand van zaken en het juridische perspectief door vertelde Thierry Meulenbroek, compliance
manager bij Abbvie, hoe hij en zijn collega’s in de praktijk omgaan met de nieuwe Gedragscode. ‘Integriteit en ethiek
worden steeds belangrijker’, aldus Meulenbroek. Maar de industrie moet nog meer van regels naar ethiek toe.
Meulenbroek wil daarbij weg van de vraag ‘mag dat?’ en veel meer nadenken over wat goed is voor het bedrijf en de
patiënt.
Invloed op bestaande processen
Tot slot stipte Meulenbroek de gevolgen van de aanpassingen van CGR-regels in het algemeen aan. Aanpassingen
hebben direct invloed op bestaande processen binnen farmabedrijven en aanverwante instrumenten. Zo hebben de
wijzigingen in de maximale tarieven voor dienstverlening invloed op het instrument om redelijke tarieven te bepalen.
Verder moeten in een aantal gevallen bestaande en nieuwe contracten opnieuw tegen het licht gehouden worden.
Uitgangspunt is dat de regels en codes volledig gevolgd worden, gaf Meulenbroek aan. ‘Hier hoort ook het
informeren van onze relaties bij.’ Meulenbroek liet weten dat in enkele gevallen de nieuwe tarieven als ‘laag’ werden
ervaren door ‘richtinggevende’ personen in de zorg.