"Historische canon Regiment Limburgse Jagers

Historische canon Regiment Limburgse Jagers
IFOR (Bosnië-Herzegovina)
Tegen de tijd dat de A-compagnie van 42 BLJ uit Simin Han (zie ook bij UNPROFOR) vertrok, was in Bosnië-Herzegovina een
staakt-het-vuren van kracht (het Dayton-akkoord). De NAVO nam de operatie over van de VN en bracht een omvangrijke
troepenmacht van 60.000 militairen op de been. Die moest toezien op de naleving van het Dayton-akkoord. Ook de
Nederlandse krijgsmacht leverde een bijdrage aan deze Implementation Force (IFOR), onder meer met een gemechaniseerd
bataljon.
Ten opzichte van UNPROFOR was er een belangrijke verandering: er werd niet ‘blauw’ maar ‘groen’ opgetreden. IFOReenheden waren veel zwaarder bewapend dan UNPROFOR-eenheden en kregen ook een ruimere geweldsinstructie mee.
42 BLJ mocht de spits afbijten. De A-compagnie bleef thuis. Het bataljon werd versterkt met een tankeskadron en
uitgezonden. In december 1995 werd het materieel verscheept naar de Kroatische havenplaats Split. Kort na de kerstdagen
vertrok de eerste groep militairen. De rest van het bataljon volgde direct na de jaarwisseling.
Het bataljon kreeg een vak in het Britse divisievak toegewezen. 1(NL)Mechbat,
zoals 42 BLJ officieel heette, werd verdeeld in drie teams. Het
bataljonshoofdkwartier was in het plaatsje Sisava. De compagnieën verdeelden
zich over Jajce, Knesevo en Novi Travnik. 1(NL)Mechbat stond onder bevel van
luitenant-kolonel T.G.J. Damen.
Het werk van 1(NL)Mechbat bestond uit het controleren van de zogenoemde
Zone of Separation in Bosnië-Herzegovina. In het Dayton-akkoord was bepaald
dat de drie strijdende partijen deze zone zouden ontruimen. De Nederlandse
militairen deden goed werk op de checkpoints en tijdens de vele patrouilles.
Daarnaast was 1(NL)Mechbat druk met het markeren en ruimen van
mijnenvelden.
In het Nederlandse bataljonsvak verliep de uitvoering van het Dayton-akkoord voorspoedig, zodat vanaf april 1996 de
opdrachten stapsgewijs minder ‘militair’ werden. Dat was een goed teken. Het toonde aan dat IFOR succesvol was. Toch
werd de missie er niet makkelijker op. De wederopbouw van het gehavende land was niet eenvoudig. Van soldaat tot
overste, voor iedereen was het aanpoten, maar de Limburgse Jagers maakten er een geslaagde missie van. Op 28 juni 1996
zat het er op. De opvolgers waren binnen en na de commando-overdracht vertrok 42 BLJ weer naar Seedorf.