Clubblad 004 - Vriendenkring 3 Para – Regionale Tielen

WOORDJE VAN DE VOORZITTER
Beste vrienden,
Na deze mooie zomer pakken we de draad weer op met onze vriendenkring. Wij van onze kant hopen dat
U en Uw familieleden maximaal uitgerust en ontspannen op een geslaagd verlof kunt terugkijken.
Wat gebeurde er ondertussen, en wat staat er nog te gebeuren?
De OPEN DOOR 3 Para was een succes, goed weer, veel bezoekers waaronder tot onze tevredenheid niet
weinig leden van onze vriendenkring. Met sommigen hadden we het genoegen een pintje te kunnen
drinken. Onze aanwervingsstand deed het ook goed, een 15-tal nieuwe gezichten vervoegden onze rangen.
Met een ploeg ( 3 leden ) namen we op 20 augustus deel aan de SHOT-PACO ingericht door de Regio
OOSTENDE. Hun belevenissen leest U in een artikel verderop.
Tegen het verschijnen van dit blad zal de GOLDEN SPIKE ingericht door Trg C Para reeds gelopen zijn,
naar we hopen met een ruime deelname onzerzijds.
Een geleide wandeltocht annex kennismaking met ons clublokaal brengen we ook onder Uw aandacht
evenals de mogelijkheid tot deelname aan onze jaarlijkse maaltijd.
Ziezo, jullie zien dus dat we niet stilzitten. Nu is het aan jullie om de activiteiten die we op het touw gezet
hebben met een mogelijk bezoek te vereren.
Bij voorbaat dank, NAMENS HET BESTUUR RIK
WIJ HETEN VAN HARTE WELKOM
ALBERT DE KIMPE
Uit
BERNARD DEBLAERE
Uit
DANIEL PIERLET
Uit
EDDY DEWINNE
Uit
FILIP VAN SANTBERGHE
Uit
FRANS DEWIT
Uit
GUY HOOGSTADT
Uit
HENRI DREESEN
Uit
HUBERT DENYS
Uit
JEF VAN PUYVELDE
Uit
JEF VERSWIJFELEN
Uit
JO CAMBRE
Uit
JOS VERHOLEN
Uit
KAREL DEKORT
Uit
LOUIS CLEIREN
Uit
LUC ANNE
Uit
LUC VAN GORP
Uit
LUCAS COREMANS
Uit
MARC MEES
Uit
MARC VAN LANDEGHEM
Uit
MARC VERHAEGEN
Uit
MAURICE LAMBRECHTS
Uit
MICHEL DE CAUSEMAEKER Uit
NICO VAN VOSSEL
Uit
PAUL TURLINCKX
Uit
ROGER HELSEN
Uit
WIL SCHEPENS
Uit
CARLOS ALLEMAN
Uit
DIRK SCHILLEWAERT
Uit
DENIS DEBLOCK
Uit
TEMSE
WEVELGEM
ELSENE
WETTEREN
ZWALM
EREMBODEGEM
TEMSE
SCHILDE
NIEUWPOORT
TEMSE
PUTTE KAPELLEN
TREMELO
LICHTAART
KASTERLEE
PUTTE KAPELLEN
SERSKAMP
TURNHOUT
LINT
RETIE
TEMSE
SCHILDE
TIELEN
TEMSE
TEMSE
LAAKDAL
WESTERLO
HEVERLEE
GEEL
GUATEMALA
CITY
STEKENE
LUDO WILLEMS
Uit
LICHTAART
NIEUWS UIT HET BATALJON
De derde trimester bijgenaamd de verloftrimester zit er ook weer op. Toch stond er nog wat anders op het
programma. Op 2 Juli de jaarlijkse Koreadag waar we de anciens terug zagen, op 3 Juli de OPEN DOOR
met enorm veel volk, het dorstige weer had tot gevolg had dat we ons Petekind “ DE MAST” 180000 Fr
kunnen schenken en ons ander Petekind “MARGRIETJE” mag 20000 Fr verwachten.
De 17 Cie vertrok de week daarna naar EAST ANGLIA voor de oefening ARTFULL ISSUE dit in het
kader van MNDC, jaarlijks is een van de landen die hiervan deel uitmaken gastheer. Dit jaar dus de
Britten, de 17 Cie deed zijn intrede op Albion per parachute altijd een goede manier om een oefening te
starten. Ze zijn te gast bij een infanteriebataljon dat in een ver verleden nog tradities heeft die met 3 Para
samenvallen. Het 1RGBW , is een samensmelting van drie regimenten en de G staat voor
GLOUCHESTER, wat bij velen al een belletje doet rinkelen inderdaad in Korea waren de “Glosters”
samen met de Belgen in de 29 UK brigade en vochten samen in April 1951 aan de IMJIN, ze hebben daar
zware verliezen geleden.
De tweede week van juli mochten wij voor twee weken gastheer zijn van een Cie Amerikanen, mannen
van de 101 divisie “Screaming Eagles” we hebben met hen de toer van België gedaan, hopelijk doen zij
hetzelfde met de 22 Cie in november wanneer die naar “De States” gaan, de toer van de VS dan . Op mij
lieten de “Yanks” een goede indruk, zeer gedisciplineerd op de moderne manier en zeer geïnteresseerd in
alle bezoeken die we voor hen organiseerden. Met hen zijn we naar Eindhoven geweest, het nieuwe
“Wings of Liberty museum” een bezoek waard. Onvermijdelijk voor mannen van de 101 is Bastogne, en
op hun vraag “Flanders Field” te Ieper. Ook op hun vraag Antwerpen “by night” maar daar was ik niet bij
en kan er dus niets over kwijt. Voor de cultuur ook naar Brugge gelukkig hebben ze daar ook een Mc
Donalds wat de heimwee wegwerkte.
Niet denken dat er alleen uitstappen waren, de normale militaire activiteiten zijn uitgevoerd, één week
Marche-Les-Dames incluus.
In augustus een relatief kalme maand alleen de 22 Cie doet de tweede week Cdo 1, het jaarlijks herhalen
van de commando technieken in Marche-Les-Dames.
We zijn al september en in het eerste weekend halen we de banden met onze Peterstad Kortrijk aan zoals
aangekondigd in ons vorig clubblad, we mogen van een geslaagd optreden spreken, jonkmannen moeten
oppassen in Kortrijk want je bent er getrouwd voor ze het beseft, als je begrijpt wat ik bedoel. De eerste
week gaan de mortieren naar Elsenborn hun vast kamp na Tielen,de 22 Cie gaat naar Schaffen voor de
P3 het jaarlijks herhalen van, juist, de para technieken.
De tweede week is voor één keer het bataljon eens samen te Tielen. Niet voor lang want de derde week
gaat de 22 Cie naar Texel bij de Nederlandse Mariniers amphybische training uitvoeren, en de vierde
week doet de 17 Cie hetzelfde, iedereen even nat is het motto. Tussendoor voert het peloton transmissies
een radiooefening uit ergens in België waar is voor mij geheim, misschien voor hen ook wel.
Voila niet slecht voor een verlofperiode zou ik zeggen.
Pol
oor de koude luchtstroom was Frans terug een beetje tot de levenden gekomen en maakte samen met de
anderen een goede landing. In het ochtendgloren verzamelde het peloton zich aan de rand van de
dropping-zone. Pas nu vernamen ze waar ze waren ; het vliegveld van Spa. En de opdracht die ze uit te
voeren hadden was om een brug aan het meer van Robertville, die bezet was door Nederlandse mariniers,
te heroveren.Na een kort C-rantsoen ontbijt, werd de lange mars richting Robertville aangevat. Deze
inspanning hielp de zes nachtbrakers hun kater in zweet om te zetten. In de omgeving van Reinardstein
werd een bivak gemaakt. Sergeant Martens stuurde eerst een verkenningspatrouille in de omgeving en de
brug die ongeveer 4 kilometer verder lag.
Dit was geen probleem maar toen het avond werd en men weerom aan het C-rantsoen moest gaan knagen,
werd het de sectie van Lucien toch wat te gortig. Dus werd het koppel er op uit gestuurd om in het
nabijgelegen dorpje Sourbrodt op zoek te gaan naar wat proviand. Juffra zou drank, sigaretten en wat
vlees halen. Marc moest naar de bakker om een grof en een wit brood.
‘Jamaar,’ had hij geprotesteerd bij Juffra ‘als ik nu bij een bakker binnenstap, wat moet ik dan zeggen ? Ik
ken geen letter Frans !’
‘Ik zal het je leren,’ suste zijn vriend met een knipoog naar de anderen. ‘Brood is PIJN-Gesneden is
KOEPEE-Grof is GRIE-Wit is WIET.’De bakkersvrouw had niet eens de kans een bonjour tegen Marc te
zeggen want doodnerveus begon die zijn goed voorbereide zinnen af te ratelen ; ‘GRIE PIJN KOEPEE.
WIET PIJN KOEPEE.’ De mollige dame knikte vriendelijk, sneed een grof brood, en legde het op de
toonbank. ‘Encore huit pains coupés, monsieur ?’ vroeg ze. ‘WIET PIJN KOEPEE’ beaamde Marc trots.
En zo werden nog acht witte broden gesneden, en voor een verbaasde Marc neergelegd. Die wist niet wat
zeggen en betaalde dus maar alles. Met negen broodzakken strompelde hij de winkel buiten. Juffra
plooide dubbel van het lachen bij dat zicht. Marc weerom boos en zo bereikten ze ruziënd het kamp.
Iedereen genoot van de grap. Brood was er nu wel genoeg op de plank maar voor de rest van zijn
legerdienst liet Marc zich nooit meer overhalen om boodschappen te doen.
Tot zover deze leuke anekdote. Meerdere belevenissen terug te vinden in het boek van LUCIEN BRAEM
nog steeds te koop in onze vriendenkring.
Herinneringen aan de harde opleidingsperiode, de ijzeren dicipline, de vele 16 kilometer speedmarsen, de
overlevingstochten…het gevloek, gehijg, gezweet…gespierde taal …slapen io open lucht, in de zomer en
de winter…de dagelijkse parade, opgefleurd door de luide galmende stem van majoor
Chaudoir…gladgeschoren gezichten, kortgeknipte haren, blinkende uitrustingen, gestreken teneus en
geoliede wapens…de durftesten in Marche-Les Dames en Freyr… de vele sprongen…Corsica en
Schotland…de boemelpartijen met de onvermijdeljke katers…ruzies en vechtpartijen…
SLOTSOM VAN EEN LEGERDIENST
Maar vooral, de kameraadschap die paracommando’s in hun hart koesteren. Door de harde fysieke
inpanningen in groepsverband, zijn ze als het ware elke minuut op elkaar aangewezen en vormen één
blok. Gaan voor elkaar door het vuur !.
De mannen van de derde sectie waren gewone jongens. Met als doel samen eraan te beginnen, en ten
koste van alles dan ook, samen voleindigen ! De plicht volbrengen, positief ingesteld, en zonder morren.
Dàt waren en zijn de echte paracommando’s ! Daarom bewaar ik nog na zovele jaren dat heerlijk gevoel
van erbij gehoord te hebben, als een kostbaar iets. Bij het bekijken van mijn foto-albums beleef ik die tijd
uit mijn jeugd alsof het pas van gisteren dateerde . Mogen die mooie beelden nooit vervagen
ANEKDOTE
Taalverwarring geeft meer mooie anekdotes, zo herinner ik me de beginjaren 70 toen ik juist had
bijgetekend en ik voor de eerste maal nachtvergunning kreeg om naar NEWCASTLE te gaan, je weet nog
wel de tijd van “DEN TIFFANY’S”
Toendertijd in den BD met plooien waarmee men zich kon scheren en schoenen geblonken als een
spiegel. Flink wat ponden in den binnenzak en samen met THIEU een Limburger van de maaskant met
het buske van SNAITS naar “ Gordie Town”. Degenen die er geweest zijn kunnen getuigen , midden in de
week danstent stampvol en ik zweer het meer vrouwvolk dan mannen. Echt dansen moest men niet
kunnen met een combinatie van zwembewegingen en wat respect voor de anderen kwam men al een heel
eind. De Lady’s hadden de gewoonte hun sjakos op de dansvloer te zetten en daar verzamelden zich wat
groepjes rond die het beste van zichzelf gaven. Wij ook, en het mag gezegd we hadden succes. THIEU
had al een hele tijd met een wulpse Gordie Girl staan dansen maar wegens acuut gebrek aan Engels nog
niet veel geconverseerd, waarom werd duidelijk toen ik het wicht hoorde zeggen “Oh SWEATHEART”
en THIEU daarop met zijn mouw het zweet van zijn voorhoofd veegde en antwoordde in zuiver
MAASEIKS: “tja dat komt door dat dansen en al dat volk en die warmte hier”.
Pol
LATER BESCHOUWD
Met veel interesse hebben we het boek « VAN DE KAMINA NAAR DE IMJIN » o.a. door ons lid
ARMAND PHILIPS mee samengesteld, gelezen.
Omdat we nooit ter plaatse zijn geweest ( te jong om Korea-vrijwilliger te zijn beginjaren 50, als we er al
geschikt voor geweest zouden zijn ) trekken we onze conclusies maar uit de vele getuigenissen die het
boek bevat. Een herhaaldelijk gegeven komt hieruit tevoorschijn, de flagrante onderbezetting in de
getalsterkte. Deze bracht met zich mede dat de vijand een heuvelrug kon bezetten die tactisch gezien in de
handen van de Belgen had moeten zijn.
Daardoor konden de Chinezen permanent mitrailleurvuur onderhouden op de Belgische stellingen. Met
alle gevolgen van dien. Tot zover het boek.
Maar onze redenatie gaat over iets anders. Pas nu beginnen we te begrijpen dat vroegere bevelhebbers een
zo’n groot mogelijk effectief ( getalsterkte ) in hun bataljon wilden hebben.
Dit ging soms ten koste van wat we toen dachten wat de kwaliteit van een goed para-commando moest
zijn. En daar bedoelden we destijds vooral het fysiek aspect mee. Wie uitblonk op de koorden en de
hindernissen werd per definitie als goed gekwalificeerd. Van de wat mindere goden op fysiek gebied werd
al rap beweerd “dat zij hun muts gekregen hadden”. Maar zeg nu eens eerlijk, beste lezer en zeker als U
ooit in het onderricht bent geweest!! Hoe dikwijls is het niet gebleken dat de iets minder sterke kandidaat
zich later ontpopte tot een zeer bruikbaar element van de gulden middenmoot, een die tot de laatste dag
van zijn diensttijd gemotiveerd bleef!
Terwijl er met sommige zogenaamde “cracks” eenmaal de rode of groene muts en bijbehorende brevetten
behaald, als de routine begon, geen land meer mee te bezeilen viel.
Dus hadden de grote bazen het misschien toch niet bij het verkeerde eind wanneer ze ( volgens ons ) de
muts te gemakkelijk lieten behalen. Beeld je maar eens in, dat we met een onderbezet bataljon een AMFopdracht tijdens een echte oorlogssituatie hadden moeten volbrengen.
Dus later beschouwd…
EEN AANDACHTIG LEZER
Wat ? Geleide wandeltocht
Waar ? In de prachtige hersftgetinte bossen van het Derde Bataljon Parachutisten te Tielen.
Wanneer ? Op 17 oktober 1999 om 1330 Hr
Afstanden : 8 of 12 kilometer
Bijeenkomst en parking aan de hindernisbaan langs de weg TIELEN-TURNHOUT
Kosten deelname 50 Fr
Kantine : na de wandeling is er gelegenheid een of meer consumaties te verbruiken in de Bar
onderofficieren
Meebrengen : een goed humeur- een herfstzonnetje
Maak gebruik van deze enige gelegenheid om te wandelen in deze parken die zeer zelden worden
opengesteld voor het publiek, en waar de reebokken nog vredig grazen.
Toen we enige clubbladen geleden naar aanleiding van Rik Wouters zijn belevenissen in Korea, de oproep
lanceerden om belevenissen op papier te zetten en ze in ons clubblad op te nemen was een van de eersten
die reageerde Generaal De Poorter oud Korpscommandant van 3 Para. Hij heeft zijn veldboekje uit zijn
Afrikaanse periode niet alleen bewaard, maar gelukkig voor ons er toendertijd zijn belevenissen goed in
opgetekend. Hij beschrijft van dag tot dag de legendarische overlevingstocht, we zullen het verhaal in
afleveringen publiceren. Hopelijk doet dit lichtjes branden, en worden er nog dagboeken, veldboeken of
herinneringen onder het stof gehaald.
Generaal bedankt en moesten er een paar bladzijden verder nog avonturen in uw boekje staan , u weet
ons wonen.
VEERTIG JAREN GELEDEN.
DE OVERLEVINGSPROEF "TUNGULU".
H. Depoorter, toen Kapitein,
Comd van de 2e Compagnie, 3e Bataljon Para,
Basis te Kamina, Belgisch Congo.
Het doel van die proef is het zelfvertrouwen van de Para-Commando’s aan te zwengelen of te bevestigen
en het uithoudingsvermogen te testen.
Deze oefening werd geconcipieerd en vooraf persoonlijk getest door Kapitein Commando J. Militis, exKoreaan, de adjuncten zijn Kapitein Commando Jacobs en Adjudant Parachutist Dumont N.
Ze grijpt plaats in Katanga, in een onbewoond gebied van 60 km op 100 km, typische savanne,
afwisselend woudgalerijen en grasvlakten die in het regenseizoen begroeid zijn met zeer hoog alfagras in
het Swahili “matetete’s” genaamd.
Dit is een laatste, niet verplichte oefening, waaraan het kader en de dienstplichtigen deelnemen vooraleer
ze terugkeren naar België. Gedurende 10 dagen trekt men per groep van 10 à 15 personen door de
wildernis. Elke groep is ongeveer met 2 à 3 km gescheiden van een andere groep en volgt een
voorgeschreven route met een opgelegde plaats voor het bivak. Men beschikt over een kompas, een kaart
van 250.000ste en een zwart-witte luchtfoto. De eerste vijf dagen wordt de groep begeleid door een
ervaren onderrichter, een inlandse gids en een drager voor de onderrichter.
Mijn rugzak bevat het minimum: een trui, een slaapzak, een tentzeil, een voorraad zoutpilletjes en
halazone om het water drinkbaar te maken, een gamel, twee drinkflessen en een noodrantsoen C, dit
openen betekent opgave en einde van de oefening.
Afwisselend draagt een deelnemer een EHBO-tas. Elkeen is gewapend met een machete en een geweer.
Het is toegelaten dieren te schieten.
De derde en de zevende dag wordt de ploeg overvlogen worden door een “Harvard” en duidt aan dat
iedereen het goed stelt. Zo niet komt een helikopter om de zieke of gekwetste af te halen. De vijfde dag
moet in de voormiddag een RV bereikt worden op een dwarse baan waar een dokter per jeep voorbij komt
om de ploeg te onderzoeken
Tijdens de voorbereiding, die gebeurt op de Basis van Kamina, maakt iedereen kennis met planten en
vruchten die de reputatie hebben eetbaar te zijn.
Notities uit het veldboekje - 21 à 30 November 1957.
2e ploeg van de 2e Compagnie
Eerste dag: 21 november.
De groep bestaat uit 14 personen: Korporaal Geeroms, de leider, en Soldaat Baeyens, Sdt Berben, Sdt
Boogmans, Sdt Calje, Sdt Callaert, Sdt Chiaradia, Sdt Daems, Sdt Dehulster, Sdt Delepelere, Sdt
Lelievre, Sergeant Maes, Sdt Timmers en mezelf.
07.10 u: Parachutage op de droppingzone “Tembo” van uit twee DC3 ‘s, “Dakota”.We horen zodra de
parachute open is het gejuich van de inlanders onder ons. Ze lopen op ons toe zodra we geland zijn. Ik
tref het want ik kan onmiddellijk mijn parachute en de chest-bag aan een jonge kerel afgeven die ze
voor mij wil dragen.
08.15 u: De uitrusting wordt nagezien, een laatste sigaret gerookt en de laatste boterham gegeten. De
onderrichters kijken na of er soms geen “smokkelaars” zijn die stiekem voedsel in een onderdeel van
hun uitrusting verborgen hebben. De drinkbussen worden geledigd en aan een aanhangwagen wordt
vers water getankt. Het overblijvend eten wordt gegeven aan de toeschouwers van de parachutage en de
kinderen krijgen een stuk chocolade. Een vrachtwagen vervoert ons naar het dorp Kishinde waar de
oefening zal beginnen.
09.50 u: Wij zijn vertrokken ! Talrijke foto’s worden genomen zoals onder een groep toeristen. De
onderrichter die ons vijf dagen zal vergezellen is Adjudant Poublon, de drager heet Jerry en de gids
noemt Fidele. Kapt Militis en de Padre Thils marcheren met ons enkele kilometers.
10.30 u: Wij bereiken de Lubishi, een brede rivier. We lopen, voorzichtig, één na één, over een hangbrug,
uit lianen gemaakt, een echte apebrug.
11.20 u: Eerste halte bij een 3 m. breed, snel stromend, doorwaadbaar helder riviertje. Wij plukken daar
onze eerste voeding uit de wildernis: Tembo-tembo (TT) en Vumba-vumba (VV). Deze laatste zijn
grote bladeren waarvan de grootste mijn muts kan bedekken. De Makala is een oranje vrucht die in
hoge bomen hangt waarvan de bladeren doen denken aan enorme kastanjebladeren. De vrucht is even
groot als een ananas maar heeft de structuur van maïs, ieder korreltje is zo groot als mijn duim en bevat
een nootje. Men moet die dan koken of korrel per korrel afzuigen. De buitenzijde van de plant is zeer
ruw en doet pijn aan de lippen.
12.00 u: Vertrek, ik loop op kop.
12.50 u: Het begint zachtjes te regenen, wij leggen de regenjas op de schouders en op de rugzak. Ze
aantrekken zou ons teveel doen transpireren.
13.50 u: Langs een omgevallen boom, ons vasthoudend aan een strak gespannen liaan, overschrijden we
de 4 m. brede Lubumba rivier. Wij hebben de eerste sporen ontdekt van enorme olifantspoten in een
stukje moeras juist voor de rivier.
14.20 u: Wij zijn aangekomen op de plaats van ons eerste bivak. Het regent niet meer. Wij maken onze
eerste hut. Kpl Geeroms, Sdt Lelievre en Sdt Bayens gaan samen op jacht. Sdt Dehulster, Sdt
Delepelere en Sdt Berben zullen proberen met noodmiddelen, onze camouflagenetten, visjes te vangen.
16.00 u: Wij horen twee schoten in zuidoostelijke richting, waarschijnlijk de andere ploeg waarvan wij na
de Lubishi gescheiden zijn. Wij schieten in de lucht zodat zij ook onze plaats kennen.
16.20 u: We horen een schot in het zuiden, onze jagers waren echter vertrokken naar het noorden. De
vissers brengen 6 visjes van ± 15 cm. De jagers komen om 17 u. terug met lege handen.
18.30 u: Avondmaal, afgekookte TT, de 6 visjes, het hart van een palmboom. Na een enorme inspanning
om die palmboom met een machete om te kappen bekomen we slechts twee handen vol, wit
boommerg. Enkel vijf mannen van onze ploeg hebben die TT gegeten.
19.00 u: Na nog een bezoek door Kapt Militis proberen we te slapen in onze hut. Veel nachtelijke,
onbekende geluiden houden me aanvankelijk klaar wakker.
Wordt vervolgd
OEFENING SHOT/PACQ op 20 augustus 1999
INGERICHT DOOR DE REGIONALE OOSTENDE
Met drie dapperen RITTEN GILLEBERT (55) MICK CAMERTIJN (38) en RIK STABEL (61) hadden
we besloten aan deze survival mee te doen.
Dus, elkaar RV gegeven op deze vrijdagavond aan het clublokaal va OOSTENDE ( waarover later nog).
FREDDY HOOFDT en zijn medewerkers wachtten ons daar op en na een korte briefing ging het per
camionette om 2200 Hr richting DEN HAAN.
In totaal waren er acht ploegen van drie man, die met een tussentijd van 15 minuten vanaf 2300 hr gelost
werden. Eerlijkheidshalve dient gezegd dat in één ploeg een dame opgenomen was. Dus wij ploeg Nr 8
hadden rustig de tijd onze zwart-wit kaart te merken en de punten op te zoeken, want alle coördinaten
waren ons al opgegeven.
De overvloedige regenval was gelukkig gestopt, zodat onze kaart en andere papieren droog bleven en we
met ons hoofd op de TAP-ZAK nog een poosje konden rusten langs de kant van de weg. Stipt om 0300
Hr kregen wij de GO.
Het verloop van de oefening bestond hierin dat we 17 punten moesten aandoen. Bij de helft was er een
activiteit waarbij men beroep deed op fysiek of parate kennis van vliegtuigen, wapens enz. Voor de rest
moest men panelen zoeken in de duinen. Op deze platen stond een symbool dat nagetekend diende te
worden en bij het laatste paneel was er dan een soort rebus op te lossen met de eerder verkregen
informatie.
Het fysisch gedeelte was van een zodanige samenstelling dat elke fijnproever, die er lol aan beleefd in het
putteke van de nacht rond te tjolen in de duinen aan zijn trekken kwam. We noemen op: transport van
munitiekisten en een volle waterjerrycan door rul duinzand, granaatwerpen met gasmasker op, 100 meter
mandragen tegen de tijd ( ter titel van inlichting, iedereen moest dragen, MICK 95, RITTEN 85 en
schrijver dezes 105 kg ). In vroegere bunkers van de Duitsers een gang volgen, rechtopstaand soms,
meestal gebukt of bij zeer nauwe doorgang in field-craft. Dus een soort verkorte AGADIR met op het
einde als bijkomende proef nachtschieten met luchtpistool.
Spijtig genoeg had een flauwe plezante paneel nr 6 ergens tussen de struiken gekieperd maar niemand was
hiervan op de hoogte. Door hardnekkig te blijven zoeken, zelfs terug naar punt 5 te gaan en fanatiek onze
stappen te tellen en de weg terug af te leggen waren we er zeker van dat er iets niet in orde moest zijn.
Dus besloten we dit punt maar te laten voor wat het was, maar we hadden wel twee uur tijd verloren.
Ondertussen had de verantwoordelijke aan punt 9 zijn death-ride (over een oud vissersdok met
onvermijdbaar nat pak) reeds afgebroken . Zijn wil om ‘s morgens om 0400 hr zijn boel terug te monteren
was recht evenredig aan de onze om alsnog in het sop te belanden. Dus werd eensgezind besloten om alles
te ‘cancellen’. HAHA!!! Waar is die oude para-spirit gebleven ??? De echte anciens van Poulseur draaien
zich om in hun graf, of fronsen de wenkbrauwen.
Aan punt 16 was het tot een kleine opstopping van ploegen gekomen. De reden hiervan is dat men hier
een koord van 25 m geïnstalleerd had dat schuin omhoog over een sloot liep, gevuld met vuil Union
Chimique water. Met behulp van cordeletten, musketons , katrollen en een voorwerp dat men ‘aap’ noemt
moest men deze gracht ruggelings overschrijden. De uitleg van dit alles en de oefening zelf nam nog al
wat tijd in beslag, vandaar de ophoping van deelnemers. Gezien mijn artrose een juist genezen
tenniselleboog het vergevorderde uur, 0700 ‘s morgens, en een absoluut gebrek aan technisch inzicht
besloot ik (RIK) hier maar forfait te geven. De ploegen voor ons deden gemiddeld 20 à 25 min per
hindernis, maar RITTEN (ex eerste cordée ) en MICK ( paracommando van het echte ras ) hadden nog
geen 10 min nodig, samen dan. De onderrichter was zo verbaasd over deze demonstratie dat hij mijn
forfait door de vingers zag en toch het maximum van de punten gaf.
Eindelijk waren we dan op punt 17. De kantine van een schietstand. In afwachting van onze schietbeurt
.22 dronken we een frisse HOEGAARDEN. Hoe anders verging het met het gros van de wat jongere
deelnemers, die lagen allen in de armen van MORPHEUS en dit in alle hoeken en kanten van het zaaltje.
Eens het schieten beëindigd, het was ondertussen al 1000 hr, iedereen de camionette in en terug naar
OOSTENDE. In het clubhuis werden we verwelkomd door enkele charmante dames die bovendien nog
gezorgd hadden voor dampende tomaten-groentensoep met ballekes, pistolets krakend vers met kaas en
americain! De verloren calorieën pakten onmiddellijk hun plaats weer in.
Voor RITTEN en RIK terug naar TURNHOUT reden en MICK naar LAUWE, hebben we met FREDDY
en een paar bestuursleden nog een pint gedronken. Schoonheidsfoutjes in de organisatie werden rustig
besproken en uitgewist. En zoals reeds duizendmaal gezegd en geschreven MOE MAAR VOLDAAN
reden we huiswaarts.
Bedankt FREDDY, GILBERT MARTENS, ROBERT DEVRIEZE en andere vrienden voor deze
vermoeiende maar oh zo plezante nacht. Al zaten de weergoden wel mee.
MICK-RITTEN-RIK
NB.
Beste Lezer,
Moest je ooit in OOSTENDE komen en tijd hebben, vergeet dan zeker niet het clublokaal van deze
regionale te bezoeken.
Prachtig geïnstalleerd met o.a. een ruime gezellige bar en een imposante vergaderzaal. Gedecoreerd met
tientallen para-commando souvenirs, van alle tijden ademt het een speciale sfeer uit.
De zondagmorgen is het lokaal altijd geopend.
Adres: Dr Kanunnik Colenstraat 8.
Als u van de autostrade OOSTENDE binnenrijdt, bij het MERCATOR-dok links afslaan, de
A;Pieterslaan opdraaien, de eerste straat aan uw rechterkant nemen. Eenvoudig te vinden, wel parkeergeld
betalen.
Een unieke belevenis in een schitterend kader en een pintje tegen een sociale prijs? SANTE!!
RIK
MAALTIJD OP 13 NOVEMBER 1999
Waar ? In de bar onderofficieren van 3 Para te TIELEN
Voor wie ? Onze leden en hun dames
Samenkomst + bezoek museum tussen 1500 en 1600 Uur
Vanaf 1600 uur aperitief rond 1700 Uur maaltijd
Parking : ter plaatse
Menu : Koud buffet
MAALTIJD OP 13 NOVEMBER 1999
Waar ? In de bar onderofficieren van 3 Para te TIELEN
Voor wie ? Onze leden en hun dames
Samenkomst + bezoek museum tussen 1500 en 1600 Uur
Vanaf 1600 uur aperitief rond 1700 Uur maaltijd
Parking : ter plaatse
Menu : Koud buffet
Vis
Vlees
Tomaat garnalen
Ham en meloen
Zalm « Belle Vue »
Ham en asperges
Hollandse maatjes
Rosbief
Gerookte zalm
Varkensgebraad
Gerookte heilbot
Kippeboutjes
Garnituren :
Broodkorf
Dessert :Assortiment gebakjes
Parmentieraardappelen
Nicoise rijst
Diverse koude groenten
Koffie
Witte of rode wijn
Kostprijs 1000 Fr per deelnemer
Betaling en inschrijving gedaan op 8 november 1999 met bijgevoegd overschrijvingsformulier
(d.w.z. het bedrag gestort op onze rekening op 8 november)
Daarna : gezellig natafelen
De Bar blijft open tot ? ? ? ? ? ? ? ?
VAN HEPPEN NAAR KOREA - DEEL 3
WAT VOORAF GING
Tijdens de Koreaanse oorlog behoort een Belgisch vrijwilligersbataljon tot de UNO-troepen. In
mei 1951 vertrek ik samen met 150 man als eerste versterking, na een scheepsreis van een maand
ontschepen we in Pusan war we na een week zware training onze wapens en oorlogsmunitie ontvangen en
vervolgens per trein naar het noorden vertrekken.Als D compagnie van het bataljon slaan we onze tentjes
op in een kleine vallei een tweetal kilometer achter het front waar de laatste oefeningen met
oorlogsmunitie worden afgewerkt.
Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Wie dagelijks de afwas doet maakt wel eens stukken en wanneer een honderdtal man dagelijks
met geladen wapens en munitie omgaat kan er wel eens iets ongelukkigs gebeuren.
t’Was een paar dagen na aankomst in ons klein dal, de laatste training van de voormiddag was
voorbij en er was middagrust. Alles was stil en de meesten lagen dan ook in hun tentje te slapen, met een
paar man was ik nog met iets bezig als plots een nijdige knal de rust verscheurde. Verrast keken we op
maar niets bewoog, een twintigtal meter verderop zag ik een Waals soldaat, zittend op een jerrycan,
beteuterd kijken naar het wapen dat op zijn knieën lag . het was niet zijn organiek wapen maar een
Amerikaanse karabijn M1. Het gebeurde wel meer dat manschappen aan een spotprijs een pistool of een
karabijn als tweede wapen van de Amerikanen kochten. De Waal echter kende het mechanisme van het
wapen niet en bij de eerste poging om het te demonteren ging een schot af. Na het schot bleef alles
merkwaardig stil, maar toch voelde ik me ongerust, vooral toen ik merkte dat de loop van het wapen dat
op zijn knieën lag in de richting van de rijen tentjes wees, waarvan de eerste rij zich op 5 meter van de
schutter bevond.
Samen met mijn vrienden Rik Thijs en Chretien Schouterden besloten we toch aan kijkje te gaan
nemen. Langzaam slenterden we langs de rijen tentjes, schopten hier en daar tegen de buitenstekende
voeten van de slapers om hun reactie te zien of om te informeren of alles in orde was……. En bij de
laatste rij was het mis ! Eén van de twee lag op zijn rug een oude krant te lezen…..”ja” met hem was alle
OK ! “En met Jef ?” “Ook zeker” antwoordde hij en stootte zijn slapende vriend met de elleboog, maar
Jef bewoog zich niet. Zich rechtzettend bekeek hij zijn vriend van wat dichterbij maar kroop dan met een
verschrikt gezicht naar buitenen wees naar Jef’s hoofd, uit het midden van zijn kaal geschoren schedel
puilde een propje hersenen niet groter dan een erwt. Jef was dood !
Het was een ongelofelijke klap voor ons, Jef, die doorbrave zachte Limburger door een eigen
maat om het leven gekomen. De kogel van de ongelukkige schutter had in elke rij een tent doorboord, in
de eerste rij op een halve meter hoogte, in de volgende rijen steeds lager. In de vierde rij was de kogel
door een rugzak gegaan onder het hoofd van een slaper die er zelfs niet van wakker van geworden was om
tenslotte in de laatste rij Jef dodelijk te treffen. De schutter was in paniek weggelopen toen hij de
gevolgen van zijn daad bemerkte, hij werd definitief naar een achterste echelon overgeplaatst
Het is half juli als ons peloton bevel krijgt zich klaar te maken om aan de Imjinrivier de OP’s (
observatieposten ) te leveren en omdat mijn sectie (normaal 10 man ) de eerste OP zal vormen vertrek ik
eerst met onze kapitein om contact te nemen met de commandopost van een Engels bataljon van de 29 ste
Brigade waarvan ook het Belgisch bataljon deel uitmaakt. In de bunker van een vriendelijke Engelse
kapitein wordt ons uitleg gegeven en we krijgen zelfs een stuk cake die zijn vrouw hem heeft opgestuurd,
een typische donkere, vaste cake met veel krenten en die ik veel te zoet vindt. (*)
Terug bij onze tentjes worden de briefings gegeven en bij valavond vertrekken we per camion
voor een korte rit nar de frontlijn, eindelijk komt er wat actie denk ik. De geallieerde verdedigingslijn ligt
ongeveer 1 kilometer achter de Imjin rivier, op regelmatige afstanden vlak tegen de rivier liggen de
observatieposten één sectie sterk. De Chinese stellingen liggen veel verder aan de overkant. Ons peloton
stapt uit nabij de Belgische posities, te voet gaan we verder, twee secties blijven op een 500 m van de
rivier liggen terwijl ik met mijn mannen de laatste 500 m afleg en de sectie ter plaatse aflos.
De Imjin ligt er breed, rustig en ondiep bij, bezaaid met Chinese artilleriestukken en andere
wrakken, gevolgen van vroegere luchtraids waarschijnlijk. Nieuwsgierig kijken we naar de overkant en
vermoeden dat de vijand ons wel in de gaten heeft. Mijn sectie bestaat uit slechts 9 man. Per twee duid ik
hen elk een bestaande schutterskuil aan, zelf zit ik alleen. Het is donker wanneer we geïnstalleerd zijn,
schrik hebben we niet want de rivier is een goede bescherming, we zullen wel gans de nacht moeten
waken en af en toe via de radio contact nemen met de rest van het peloton achter ons.
Het begint te regenen, we zijn immers in het regenseizoen, eerst gezapig, dan pijpestelen,
langzamerhand valt het water bij bakken neer. We trachten ons en ons wapen met onze poncho te
beschermen maar de regen pletst op onze helm, sijpelt langs de nek over onze rug, mijn voeten staan in
het water en modder en weldra zijn we nat tot op onze huid. Af en toe roep ik zacht de namen van mijn
mannen en aan hun bibberende stem hoor ik hoe ellendig ze zich voelen. Regelmatig worden we
opgeschrikt door een Engels artilleriesalvo achter ons, de obussen schuifelen over ons heen, in de verte
zien we het schijnsel van de explosie en horen we wat later doffe ontploffingen, liever zij dan ik. Ik ril van
de kou, de rand van mijnkuil zakt in en ik krijg een lading modder over mijn knieën, maar ik verroer niet
en blijf zitten tot het licht wordt.
Bij eerste klaarte zien we beweging aan de overkant van de rivier, het zijn gestalten in witte
kledij, geen Chinezen dus, het is en groepje van en zestal Koreaanse burgers met een draagberrie, ze
maken wilde gebaren en met wat primitief engels laten ze weten dat ze een zwaar gewonde mee hebben,
ik verwittig mijn peloton met de radio. Na een half uur komt een engels voertuig toe met een motorboot,
de gewonde is een vrouw die en splinter van een artilleriegranaat in het aangezicht heeft gekregen, ze is er
erg aan toe.
We worden door een andere sectie afgelost, kliedernat en stram strompelen we terug naar achter.
Terug bij onze tentjes spoelen we onze vuile spullen in het riviertje en duiken in onze heerlijke slaapzak.
(*) In 1983 neemt het bataljon 3 Para van Tielen, waartoe ik dan behoor, deel aan een NATO
manoeuvre in TURKIJE, de bevelhebber van de NATO troepen komt in TIELEN op bezoek. Wanneer onze
kolonel verneemt dat hij een oud-strijder van KOREA is, stelt hij de twee laatste “Koreanen” van het
bataljon aan hem voor: Rik Thijs en ik.
Als ik wat met hem babbel vertel over die cake met een Engelse kapitein is hij één en al
verbazing, die kapitein was hijzelf en hij herinnerde zich nog de twee Belgen die zijn cake hielpen opeten.
(tijdens de drie weken Turkije hebben we elkaar nog meermaals ontmoet)
ONZE EERSTE ZUIVERINGSACTIE
Op 17 Juli 1951 heeft de 29ste Brigade een zuiveringsactie (Sweep) gepland voor haar stellingen
aan de overkant van de Imjin, het niemandsland is zo uitgestrekt geworden dat men niet goed weet waar
zich precies de Chinese stellingen bevinden. De Belgen samen met een Engels bataljon, De Ulster Rifles
( Ieren) zullen gesteund door tanks de Chinezen gaan zoeken. De avond ervoor wordt alles in gereedheid
gebracht, munitie, rantsoenen, wapens worden getest en iedereen maakt zijn rugzak klaar. Al vroeg
vertrekken we per vrachtwagen naar de Imjin, wat nerveus en rillerig in de morgenkilte is iedereen in het
schokkende voertuig in eigen gedachten verzonken.
Aan de Imjin zelf is het een rumoerige bedoening. Engelse centuriontanks volgepakt met
manschappen kruipen door de ondiepe rivier. Onze D-compagnie steekt over met een vlot dat aan een
kabel is bevestigd, in open formatie vorderen we langzaam over een breed front op een nogal vlak terrein,
eerst langzaam en behoedzaam, later vlotter en meer bezorgd om geen natte voeten te krijgen in de
rijstvelden of om op een slang te trappen. We naderen een de bergen. Zonder problemen komen we in een
klein halfverlaten dorpje, het ligt dichtbegroeid aan de voet van een heuvel en het zijn kinderen die het
eerst nieuwsgierig komen kijken. We geven ze snoepjes, blikjes, koekjes en chocolade, wat we toch in
overvloed hebben, de oudere bewoners komen ook dichterbij en putten zich uit in dankbetuigingen
wanner ze ook wat krijgen. Met veel gebaren en wat Engels vertellen ze dat de Chinezen voorbije nacht in
het dorp waren en van hun rijst hebben meegenomen. Tijdens de babbel barst er plotseling links van ons
een schietpartij los,de B-compagnie is op Chinezen gestuit. De Koreaanse burgers vluchtten angstig weg
terwijl we zelf in de struiken dekking zoeken, we hebben geen open terrein voor ons en kunnen dus niet
schieten. We krijgen bevel ons enkele honderden meters terug ter trekken. In kleine sprongen en zo snel
mogelijk rennen we terug terwijl nu ook de Chinese kogels achter ons in de rijstvelden pletsen
De voorspits van de B-compagnie ligt onder een hagel van vuur en kan slechts terugtrekken
dankzij het moedig gedrag van een machinegeweerschutter die de terugtocht dekt, hierbij zwaar gekwetst
wordt en met moeite naar achter kan gebracht worden.
De Engelse artillerie treedt nu in actie en bestookt onophoudelijk de Chinese stellingen. Eén uur
later krijgt het spektakel nog en andere dimensie, vier jachtbommenwerpers achter elkaar scheren laag
over, bij de eerste overtochtlossen ze hun napalmbommen, als grote cilinders tuimelen ze naar beneden,
spatten open en strooien hun brandende, zwartrokende vloeistof tientallen meters ver over de Chinese
posities.
Bij de tweede overtocht worden raketten afgevuurd, de toestellen bevinden zich nog achter ons
wanneer ze deze lossen, de projectielen razen over ons heen zodat we instinctmatig het hoofd intrekken.
Bij de volgende overvluchten wordt telkens gemitrailleerd. Ik heb en beetje medelijden met de Chinezen
die dat alles over hun heen krijgen, doch later bij het zien van hun goed uitgegraven schuilplaatsen besef
ik dat ze tegen zulke airraids goed beschermt zijn. We moeten ons terugtrekken achter de Imjin, een paar
Engelse tanks hebben panne en moeten beschermd worden, het is bijna donker als we de rivier terug
oversteken.
De volgende dagen vormen we weer OP’s of bezetten hier en daar een heuveltop van een zwak
bezette helling.
DE TWEEDE ZUIVERINGSACTIE
Op 3 augustus1951 start een tweede zuiveringsactie, het water van de Imjin staat nog steeds hoog
mar toch kan onze D-compagnie s’avonds oversteken per vlot en we vormen aan de overkant een
bruggenhoofd om de rest van het bataljon morgenvroeg veilig te laten overkomen.
We graven ons in en een patrouille vertrekt op verkenning, die sluit op en groep Chinezen en bij
het volgende vuurgevecht wordt de sergeant patrouilleoverste door een kogel aan de arm gewond. Ieder
om beurt waakt om de twee uur en slaapt om de twee uur.
Op 4 augustus, gans het bataljon staakt de Imjin over e nu moeten we vooruit. We vorderen
langzaam, de spanning stijgt telkens we in de spits lopen mar we krijgen geen contact. De munitie,
handgranaten en de gevechtsrantsoenen beginnen door te wegen, het terrein is heuvelachtig en in de
valleien is het modderig. In enkele dorpjes ontmoeten we nog wat bange Noord-Koreaanse bewoners aan
wie we alle overtollige blikjes uitdelen wat ons achteraf nog zal berouwen.
Omstreeks 1600 uur wordt de vooruitgang gestopt en we stellen ons verdedigend op in en brede
valleien dan begint het te stortregenen, het zal de ganse nacht en ook de volgende voormiddag duren.
De nacht wordt ellendig, omdat we in een dal liggen is het onmogelijk een schutterskuil te
graven, hij loopt onmiddellijk vol water, een beekje dat doorheen ons peloton loopt wordt een woeste
rivier die een aantal rugzakken wegspoelt en onze verdediging in twee splitst. Als een hoopje ellende zit
ik op en dijkje langs een rijstveld, doornat zit ik te rillen en daarbij stinkt het vreselijk. Bij het rechtstaan
stel ik vast dat ik uren lang in menselijke uitwerpselen heb gezeten waarschijnlijk afkomstig van een
Chinees die hier vorige nacht zat.
Er gat een tripflare af, die de ganse omgeving in hel daglicht zet, vol spanning kijken we toe
maar er wordt geen schot gelost, waarschijnlijk is hij door de wind afgegaan.
05 augustus: Eindelijk is de nacht voorbij, we zijn doornat en van sommigen is de
rugzak weggespoeld, gelukkig begint de zon te schijnen zodat we geleidelijk opdrogen. De Imjin is door
die aanhoudende regen zodanig gezwollen dat de terugkeer onmogelijk is, het vlot is weggespoeld waarbij
en Belg en een Koreaan verdronken zijn. Er is dus ook geen bevoorrading en de meesten hebben gisteren
alles weggegeven, we delen onder elkaar wat er nog overblijft.
Bevel komt verder te gaan en zonder problemen bezetten we een heuvel die onze positie wordt
voor de nacht. We hebben ruim de tijd om de schutterskuilen te graven maar de honger knaagt en weer
dreigt regen, het wolkendek is zo laag dat ook bevoorrading langs de lucht onmogelijk is. Tijdens de
nacht breekt links van ons een vuurgevecht uit met een Chinese patrouille, er is geweer- en
machinegeweervuur en ontploffende granaten alom. Iedereen is nu op zijn gevechtsstelling, ik roep mijn
mannen enkel te schieten als ze iets zien, maar we zien niets en vuren dus ook niet, langzaam wordt het
weer rustig.
06 augustus: s’ Morgens trekken we, nog altijd met een lege maag, een paar kilometer
achteruit, nog altijd is de Imjin onoversteekbaar en de wolken te laag. Het is middag als onze
pelotonscommandant tegen me zegt: “neem twee man mee en ga beneden in het dorpje eens rondkijken of
er wat eetbaars te vinden is”. We dalen de heuvel af naar het dorpje waar nog slechts enkele hutten
bewoond zijn. Op het platteland zijn de huisjes van leem met een rieten dak, de vloer op een halve meter
hoogte is uit mooi gepolijst hout en alles wordt afgesloten met schuifdeuren. Om hun woning in de winter
te verwarmen, maken ze buiten vuur waarvan de warmte door een systeem van aarden buizen onder de
vloer doorstroomt. Ik hoopte ergens wat rijst te vinden, te koken en mee naar boven te nemen.
Voor een van de hutten, op de verhoogde houten vloer, zaten een Noord-Koreaanse man en
vrouw in kleermakerszit naast elkaar, ze bekeken ons met argwaan. Als ik naar hen toestap vindt ik
vlakbij een kleine aardappel, ik had niet gedacht die hier te vinden maar patatten zijn zeker zo goed als
rijst. Triomfantelijk ga ik voor het koppel staan en ton het aardappeltje tussen duim en wijsvinger en mak
hen duidelijk dat we van die dingen een hele hoop moeten hebben, wijzend op een mand die wat verder
staat. De Koreaan schudt het hoofd zonder enig geluid voort te brengen, alhoewel hij de boodschap wel
degelijk begrepen had. Ik herhaal nog eens de gebaren met de aardappel, de Koreaan schudt weer neen.
Om hem bang te maken neem ik de schiethouding aan met mijn machinepistool in de heup en dreig ermee
de naar man, diens ogen werden kleiner, maar onwrikbaar bleef het “neen” alhoewel zijn vrouw hem iets
toeriep. Nu werd ik ook nijdig, ik schiet een salvo van een vijftal patronen in het plafond, riet en stof
dwarrelen over hen heen. De vrouw begon te wenen en riep iets tegen haar man, waarschijnlijk om hem
doen toe te geven, maar deze schudde het hoofd, knorde iets dat “njet” moest betekenen en bekeek me
woedend. Ik vuurde een tweede bui maar nu tussen beide in, de houtsplinters vlogen naar alle kanten,
maar beide Koreanen bleven zitten terwijl de vrouw luid begon te jammeren, de man echter bleef als
versteend terwijl zijn ogen spleetjes waren geworden. Eigenlijk was ik nu ten einde raad. De twee
soldaten die mee waren, hadden achter mij het hele tafereel gadegeslagen, plots zei één van hen,
Berckmoes, een vlotte, van alle kanten thuis zijn de Antwerpenaar: “ Sergeant gef mij uw mitrailette
eens.. en ook uw bajonet !” Hij had van heel dat gedoe de buik vol en probeerde iets anders. “Berckmoes”
zei ik “ge doet wat ge wilt, maar ge doet die man gen pijn” – “neen” beloofde hij nors. Met overdreven
gebaren pakte hij mijn machinepistool, sleurde zelf de gevaarlijk uitziende bajonet uit de schede, klikte ze
vast en dan als en kat, in één sprong en in plat Antwerps vloekend, vloog hij op het verhoog achter beide
Koreanen en dreigde te steken.
De Koreaan die het hele gedoe van Berckmoes achterdochtig had gadegeslagen, veerde recht,
sprong al even rap als Berckmoes van het verhoog af en griste woedend de platte mand me nar de
achterkant van zijn hut. Ik wilde volgen maar hij deed teken dat ik niet mocht, hij wilde zeker zijn
bergplaats geheim houden. Zonder dat er nog iets gezegd werd stond de vrouw recht, nam wat takhout en
ontstak het vuur buiten onder haat kookplaats, ze deed wat water in een grote gietijzeren ketel en kapte de
mand aardappelen rein die haar man had meegebracht. Iets later passeerden twee mannen van eenander
peloton met grote stuken vlees, die hadden een os doodgeschoten, tot groot verdriet van de omwoners, en
os was tenslotte voor hen, wat een tractor voor en boer van bij ons is. We kregen een paar lappen die we
mar bij de aardappelen gooiden. Toen deze ongeveer gaar waren, trokken we er mee en de berg op waar
alles, ook het halfrauwe ossenvlees werd binnengespeeld.
Met gestilde honger gaan we de nacht in. Het is na middernacht, ik doe mijn slaapbeurt achter de
heuvelkam als plots een schietpartij uitbreekt, ik grijp mijn gordel en wapen en wip aan de vijandelijke
kant mijn schutterskuil in, iemand dwarst mij en loopt de andere richting uit…Als ik vlug appel maak
ontbreekt één man, hij heeft zich aan de veilige kant van de heuvel verscholen, later zal dit met hem nog
dikwijls gebeuren.
Chinese mitrailleusen beschieten onze heuvel, hun spoorkogels komen als een zwerm
gloeiende bijen uit één punt uit de duisternis, recht op ons af. Het is slechts een indruk want vlak voor ons
wijken ze af naar links, rechts of over ons. Ik herken het knakkend geluid van voorbijkomende kogels,
die, wanneer ze de grond raken, suizen of janken als katers op jacht, spoorkogels trekken rechte lijnen in
de nacht, schampen of keilen de hoogte in, waar ze uitsterven. Velen van ons werpen handgranaten naar
beneden maar de Chinezen dringen niet aan en stilaan dooft het gevecht.
07 augustus: Het wordt een heldere morgen en nu hopen we dat er eten komt en
inderdaad in de namiddag komen enkele transportvliegtuigen over en droppen voedsel, water en munitie.
De miserie is geleden, er is weer eten in overvloed, het beste wordt eruitgezocht en het overbodige
weggekieperd. s’ Avonds is de veerpont over de Imjin hersteld en steken we terug over naar de veilige
kant.
RIK WOUTERS
Wordt vervolgd
DIVERSEN
INSCHRIJVINGEN
Sommige leden vragen een los inschrijvingsformulier voor bijeenkomsten, in plaats van en blad uit ons
tijdschrift te moeten scheuren. Een handige oplossing is een kopie te nemen zodoende uw clubblaadje
intact te houden. En het spaart ons extra papier uit.
VERBROEDERING 3 PARA –STAD KORTRIJK
Een strakkere aanhaling van de vriendschapsbanden tussen deze stad en het bataljon vond plaats in het
weekend van 4 op 5 september jongstleden. Na een kerkelijke plechtigheid - mis opgedragen door o.a.
PADRE VAN EECKHOUT- ook een militaire plechtigheid. Onder een stralende zon was het talrijk
opgekomen publiek later getuige van talloze demonstraties, death rides, close combat enz…. Ons
bestuurslid ROGER DEBAERE ontving tijdens een receptie op het stadhuis een eremedaille voor zijn
inzet om het gebeuren tussen de peterstad en het bataljon in goede banen te leiden. PROFICIAT ROGER.
LEDENAANWERVING
Hoewel ons ledenaantal steeds groeit, weliswaar druppelsgewijs tijdens deze zomermaanden zorgde
MARCEL VAN BRITSOM voor een opflakkering die erg motiverend kan werken. Een lijst met 6 nieuwe
leden en het lidgeld CASH erbij werd afgeleverd bij onze secretaris POL OOMS. Dat geeft de burger
moed, trouwens de para ook. BEDANKT MARCEL. Trouwens JAN RAEMEN schudt ook aan de
potentiële ledenboom. Eveneens BEDANKT JAN. Wie neemt de handschoen op tegen MARCEL en
JAN ?
CLUBLOKAAL
Het bezetten van een clublokaal komt niet echt van de grond.
DAAROM DEZE TIJDELIJKE OPLOSSING !!
Met toelating van de Korpsoverste van 3 Para en zijn RSM mogen we een- of tweemaal per maand in het
WE de Bar onderofficieren overnemen.
Wat biedt dit als voordeel:
1. Zonder kosten te hebben kunnen we eens uittesten of er werkelijk behoefte bestaat aan een eigen
lokaal. M.a.w. zijn er genoeg geïnteresseerden om op een zondagmorgen een koffie of een pint te
komen drinken.
2. We hebben geen kosten voor verbouwing, verfraaiing enz…Vestiaires en toiletten zijn aanwezig.
Trouwens onze maaltijd van 13 november zal daar plaatsvinden, en zo kan iedereen een kennismaken met
deze mooie bar.
REUNIE PELOTON A LICHTING NOVEMBER 1964 TE RETIE
Deze vond plaats in de zaal DE LINDE . Als Eregasten waren aanwezig Lt-Gen b.d. SEGERS oud
Korpsoverste, Hoofdaalmoezenier PADRE DE LODDER en gewezen RSM A. SOENEN.
Het gewezen pelotonskader Lt-Kol BRIJS, (destijds pelotonscommandant) en de onderofficieren
PALMANS, DEMOOR en PETERMANS lieten de kans niet voorbijgaan hun leeuwen nog eens terug te
zien.
Dankzij de inzet van de organisator de vroegere Sdt-MIL CLAES waren ze met hun echtgenotes in grote
getale opgekomen. Een dikke PROFICIAT aan de inrichter en het bestuur dankt hem nog van harte dat
een afgevaardigde even het woord mocht nemen om aan ledenwerving te doen.
OPROEP TOT GRATIS SPONSORING
Alle leden van onze vereniging die zelfstandige zijn of een verzekeringskantoor beheren e.d. kunnen een
reclame gratis plaatsen in ons clubblad. Het volstaat uw logo op te sturen naar de secretaris.
RED AND BLACK DRAGON MARS
Georganiseerd door de vriendenkring Para-Commando van Leuven op zondag
21 november, afstanden 6-12-22-40 km, start om 08.15 Hr aan het ontmoetingscentrum Wilsele-Putkapel
(Achter de kerk) P. Eralystraat, 3012
Deelnemingskosten Met stempel 25 Fr
Met sticker 30 Fr
Badges en brevet verkrijgbaar ter plaatse
Medische verzorging door het Belgische Rode Kruis
Bevoorrading op de omloop in de controleposten elke 10 km
Meer Info:
Frans Claes
Voorzitter
Secretaris
Langedaallaan 8
3001 Leuvan/Heverlee
016/407106
SAMENSTELLING BESTUUR
Stabel Henri
Stoksebaan 29 014/613697
2350 Vosselaar
Ooms Leopold
Schatbewaarder Geerts Albert
Leden
De Bossen 32
2300 Turnhout
014/424765
Nieuwstraat 17 014/552890
2460 Tielen
Colonne Xavier Vlaminglaan 19 011/537862
3550 HeusdenZolder
Demayer Alfons Leiseinde 49
014/416627
2300 Turnhout
Geuns Jan
Dr
014/580328
V.D.Perrestraat
144/5
2440 Geel
Gillebert Henri Stwg op Mol 26 014/424031
2300 Turnhout
Debaere Roger
Van Britsom
Marcel
Paridaanstraat
29
8550
Zwevegem
Aug.
Wautersstraat
36A
9140 Temse
056/756167
03/7712522