brief - Wakker Dier

Aan:
Ministerie van Economische Zaken
Staatssecretaris S.A.M. Dijksma
Postbus 20401
2500 EK Den Haag
Amsterdam, augustus 2014
Hooggeachte mevrouw Dijksma,
Middels deze brief wil ik u verzoeken de wetgeving rond spenen van biggen te handhaven en het doorfokken
van zeugen op onnatuurlijk grote tomen aan banden te leggen.
De zeugenhouderij
De zeugenhouderij heeft als doel zo veel mogelijk biggetjes te produceren. Daarom heeft de fokkerij de
afgelopen jaren sterk geselecteerd op zeugen die veel biggetjes krijgen. Dat is enorm succesvol geweest. Het
aantal biggen per bevalling (toomgrootte) is in 10 jaar met 21 procent toegenomen. En het einde is nog lang
niet in zicht. Het doel is om in 2026 iedere zeug per jaar 35 biggen te laten grootbrengen, in 2013 lag dit
aantal nog op 28,8.
Teveel biggen om te voeden
In een rapport van de Wageningen Universiteit uit 2013 staat dat een zeug 12 biggen kan voeden. Maar een
zeug krijgt nu gemiddeld 14 biggetjes, met uitschieters naar 18. Ze is vaak niet in staat al die biggetjes zelf te
voeden. De fokkerij probeert dit op te lossen door nog meer te sleutelen aan de zeugen, zodat ze meer
spenen krijgen. Maar die ontwikkeling gaat minder snel dan de groei in het aantal biggen. Soms kan het
melktekort opgelost worden met extra krachtvoer voor de zeug of kunstmelk voor de biggen. Maar vaak
worden biggen overgelegd of zelfs bij een pleegzeug geplaatst. Een nieuwe ontwikkeling is het gebruik van
machines die 3 dagen oude biggen voeden, zodat er geen zeug meer aan te pas komt. Dit is in strijd met het
varkensbesluit, daarin staat dat biggen alleen eerder dan 21 dagen gespeend mogen worden als het welzijn
van zeug of big in gevaar komt. Deze regel is bedoeld voor noodgevallen, niet als standaard bedrijfsvoering.
Maar dat is nu bij een deel van de Nederlandse bedrijven wel het geval. Er wordt zeer bewust gefokt op
zeugen die grote aantallen biggen krijgen, en daarmee wordt de kans sterk verhoogd dat de zeug niet al haar
biggen kan voeden en dus dat (een deel van) haar biggen te vroeg gespeend moeten worden. Te vroeg
spenen is in dit geval geen noodgeval of uitzondering, maar een zeer bewuste keuze.
Grote gevolgen voor varkenwelzijn
Grote tomen zijn op allerlei manieren een bedreiging voor varkenswelzijn. Er zijn directe gevolgen zoals
hogere biggensterfte, zwakke biggetjes door lage geboortegewichten en vergrote kans op uitputting van de
zeug. Uit recente cijfers blijkt dat de biggensterfte in 2013 tot een recordhoogte is gestegen. Maar er zijn ook
indirecte gevolgen. Pleegzeugen zitten soms wel twee keer zo lang vast tussen de stangen van een krappe
kraamstal, omdat ze een extra toom biggen moeten opvoeden. Er wordt vaker te vroeg gespeend, wat leidt
tot stress, verhoogde kans op diaree en groeiproblemen. In sommige gevallen wordt er zelfs extreem vroeg
gespeend (3 dagen). De gevolgen van deze zeer korte speenperiode zijn nog nooit onderzocht, maar
wetenschappers verwachten dat het zal leiden tot verstoord gedrag en verhoogde agressie en stressreacties.
Omdat grote tomen leiden tot zwakke biggen en verhoogde kans op diarree door vroeg spenen, is de kans
groot dat het antibioticagebruik bij deze dieren toeneemt.
Daarom verzoeken wij u:
Handhaaf de wetgeving en beboet bedrijven die standaard gebruik maken van een biggencouveuse.
Zet stappen om de onverantwoorde fok op zeugen met onnatuurlijk grote tomen een halt toe te roepen.
Ik kijk uit naar uw reactie.
Hoogachtend,
Anne Hilhorst
Campagne- en beleidsmedewerker
Stichting Wakker Dier
Bijlage: rapport “Meer biggen dan melk”