Download - Pensioenfonds ANWB

• Pensioenfonds ANWB
Reglement voor de
Raad van Toezicht van de Stichting Pensioenfonds ANWB
Artikel 1: Definities
Begrippen die in dit reglement gehanteerd worden hebben dezelfde betekenis als in de statuten van de
Stichting Fonds ANWB, hierna: het Fonds, tenzij uitdrukkelijk anders blijkt.
Artikel 2: Samenstelling
2.1
Voor het intern toezicht maakt het Fonds gebruik van een Raad van Toezicht (hierna RvT)
2.2
De RvT bestaat uit minimaal drie onafhankelijke natuurlijke personen.
2.3
Het lidmaatschap van een orgaan van het Fonds is niet verenigbaar met het lidmaatschap van een
ander orgaan binnen hetzelfde Fonds.
2.4
De leden van de RvT zijn betrokken bij het Fonds maar hebben geen directe belangen bij het Fonds
en moeten zich zodanig onafhankelijk opstellen dat belangentegenstellingen worden voorkomen.
Ze hebben daarbij het vermogen en de durf om zich kritisch op te stellen richting het Bestuur. Zich
onafhankelijk opstellen betekent niet alleen onafhankelijk zijn van het Fonds, maar ook van de
partijen aan wie taken zijn uitbesteed en van andere organisaties die betrokken zijn bij het Fonds.
2.5
De RvT stelt een profielschets op voor de leden van de RvT, waarbij voor iedere toezichthouder een
specifieke profielschets wordt opgesteld. Daarin staan minimaal de vereiste geschiktheid en het
geschatte tijdsbeslag. De RvT stelt de profielschets vast, na advies van het Verantwoordingsorgaan
(hierna VO).
2.6
De leden worden benoemd door het Bestuur na bindende voordracht door het VO. Voor het borgen
van de kwaliteit van de RvT is het van belang dat de door het VO voorgedragen personen worden
getoetst aan het door de RvT opgestelde profiel. Als het Bestuur van mening is dat de voorgedragen
persoon wezenlijk afwijkt van het profiel, zal betrokkene niet worden benoemd en zal het VO
gevraagd worden met een nieuwe voordracht te komen.
2.7
De leden worden telkens benoemd voor de periode van maximaal vier jaar met de mogelijkheid tot
eenmalige herbenoeming. De leden van de RvT treden af volgens een door het Bestuur op te maken
rooster.
2.8
Het lidmaatschap van de RvT eindigt door:
a. het verstrijken van de zittingstermijn, zonder dat dit door herbenoeming wordt gevolgd;;
b. het bedanken door het betreffende lid;
c. overlijden;
d. ontslag door het Bestuur.
2.9
Een lid van de Raad van Toezicht kan door het Bestuur worden geschorst of ontslagen, na het horen
van het betreffende lid en na advies van het Verantwoordingsorgaan:
Versie 0.3
1
• Pensioenfonds ANWB
a.
b.
c.
d.
2.10
indien het desbetreffende lid niet naar behoren functioneert;
indien het desbetreffende lid frequent en zonder opgaaf van geldige reden tijdens vergaderingen
afwezig is;
indien zich naar het oordeel van het Bestuur een onverenigbaarheid van hoedanigheden voordoet en
het desbetreffende lid, na daartoe te zijn gemaand, hierin geen verandering heeft gebracht; en
voorts:
wegens gedragingen waardoor de goede naam of de belangen van het Fonds worden geschaad.
In geval van een tussentijdse vacature benoemt het Bestuur, na bindende voordracht van het VO,
een nieuw lid van de RvT voor de resterende zittingsduur van zijn voorganger.
Artikel 3: Organisatie, taken en bevoegdheden
3.1
De RvT vervult ten minste de volgende taken:
a. het toezicht houden op het beleid van het Bestuur;
b. de algemene gang van zaken van het Fonds;
c. toezien op adequate risicobeheersing en de evenwichtige belangenbehartiging;
d. het Bestuur met raad terzijde staan;
e. legt verantwoording af aan het Verantwoordingsorgaan, de werkgever en in het jaarverslag;
f. stelt een profielschets op voor de leden van de Raad van Toezicht na advies van het
Verantwoordingsorgaan.
De RvT vervult zijn toezichttaak zodanig dat het bijdraagt aan het effectief en slagvaardig
functioneren van het Fonds en aan een beheerste en integere bedrijfsvoering door het Fonds.
3.2
De RvT betrekt de naleving van de Code Pensioenfondsen bij zijn taak.
3.3
Aan de goedkeuring van de RvT zijn onderworpen de besluiten van het Bestuur tot vaststelling van:
a. het jaarverslag en de jaarrekening;
b. de profielschets voor Bestuurders;
c. het beloningsbeleid, uitgezonderd de eigen beloning;
d. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het Fonds of de overname van
verplichtingen door het Fonds;
e. liquidatie, fusie of splitsing van het Fonds;
f. samenvoeging van het Fonds met (een) of ander€ Fonds(en) als bedoeld in de definitie van
ondernemingsfonds in artikel 1 Pensioenwet;
g. het omzetten van Fonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek.
h. het wijzigen van de statuten.
3.4
De RvT kan een verzoek in het kader van het recht van enquête, zoals bedoeld in afdeling 2 van titel
8 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indienen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof
Amsterdam.
3.5
De statuten voorzien in een regeling voor geschillen tussen het Bestuur en de Raad van Toezicht
over goedkeuring van besluiten door de RvT.
3.6
Het Bestuur dient de benoeming van een kandidaat Bestuurder voor te leggen aan de RvT. Wanneer
de kandidaat naar het oordeel van de Raad van Toezicht niet voldoet aan de profielschets, zal het
Bestuur de voorgedragen kandidaat afwijzen.
Versie 0.3
2
• Pensioenfonds ANWB
3.7
De RvT heeft recht op alle informatie die hij in redelijkheid nodig acht om haar taken te kunnen
uitvoeren. Het Bestuur verstrekt deze informatie uit eigen beweging dan wel op verzoek van de RvT.
3.8
De RvT heeft voor de uitvoering van zijn taken recht op overleg met alle Bestuursleden, het VO, de
externe accountant, de certificerend actuaris en de compliance officer van het Fonds. Het Bestuur en
de RvT maken afspraken over het overleg, waaronder de frequentie. Het Bestuur en de RvT komen
tenminste viermaal per kalenderjaar in vergadering bijeen.
3.9
De RvT meldt disfunctioneren van het Bestuur aan het VO en het Bestuur. Indien het Bestuur naar
aanleiding van de melding niet binnen een redelijke termijn, naar tevredenheid van de RvT, handelt,
meldt de RvT het disfunctioneren van het Bestuur aan De Nederlandsche Bank N.V. De RvT kan de
Bestuurders van het Fonds, na het horen van het betreffende lid en na advies van het VO, schorsen
of ontslaan wegens disfunctioneren.
3.10
De RvT evalueert in ieder geval jaarlijks zijn functioneren. Bij de evaluatie komt aan de orde of de RvT
voldoende geschikt en divers is en wordt bovendien gekeken naar gedrag en cultuur.
3.11
De leden van de RvT handelen integer. Ze zorgen ervoor dat hun eigen functioneren getoetst wordt.
Ze vermijden elke vorm en elke schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling met
een partij waarmee het Fonds een band heeft, op welke manier dan ook. Hiertoe ondertekenen ze de
gedragscode van het Fonds.
Artikel 4: Werkwijze en rapportage
4.1
De RvT rapporteert haar bevindingen schriftelijk aan het Bestuur. Het Bestuur stelt hiervoor een
uiterste datum vast.
4.2
Nadat het Bestuur kennis heeft genomen van de rapportage als bedoeld in artikel 4.1 bespreekt het
Bestuur deze rapportage met de RvT.
4.3
RvT legt verantwoording af over uitvoering van de taken en uitoefening van bevoegdheden in het
jaarverslag.
Artikel 5: Voorzieningen en vergoedingen
5.1
Het secretariaat van het Fonds en de ruimten van het Fonds staan, na overleg met de voorzitter van
het Bestuur, ter beschikking aan de RvT.
5.2
De leden van de RvT ontvangen een beloning conform het beloningsbeleid. Het beloningsbeleid voor
de RvT wordt vastgesteld door het Bestuur.
Artikel 6: Geheimhouding
6.1
De leden van de RvT mogen geen informatie met betrekking tot hun werkzaamheden voor het
Fonds, dan wel niet publieke, informatie waarvan zij in het kader van hun werkzaamheden als lid
van de RvT kennis nemen, aan derden bekend maken. Indien een lid van de RvT meent dat op deze
regeling in een bepaald geval een uitzondering moet worden gemaakt, zal hierover vooraf overleg
gepleegd worden met het Bestuur, dat uiteindelijk besluit of de uitzondering op de
geheimhoudingsplicht kan worden gemaakt.
Versie 0.3
3
• Pensioenfonds ANWB
Artikel 7: Vaststelling en wijziging van het reglement
7.1
Dit reglement wordt vastgesteld door het Bestuur.
7.2
Het reglement kan alleen door het Bestuur worden gewijzigd nadat het VO advies heeft uitgebracht
over het voorstel tot wijziging.
7.3
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2014.
Versie 0.3
4