Gunning uitvoeringscontracten

Til-S 983
I
oú
.o ¡l
>tr
tto
IE
vtlEERT
GEMEENTE
IE
Sector
Inwoners
Afdeling
:
Openbaar: Ø
Onderwijs, Cultuur, Sport en Welzijn
Niet openbaar:
Zaaknummer(s)
ingekomen stuk(ken)
Kabinet:
Behandelend medewerk(st)er: Eetje
Portefeul lehouder(s)
I
Vogels
E
!
Tel.: (0495) 57 54 93
Nummer B&W-advies
P.P.H. Sterk
ONDERWERP
Gunning uitvoeringscontracten Maatwerkvoorzieningen Wmo Begeleiding 2015
ADVIES
1)
2)
Besluiten
a.
tot:
het gunnen van de Uitvoeringscontracten Maatwerkvoorzieningen in natura Wmo
2015 voor de gemeente Wee¡t aan de rechts- en natuurlijke personen zoals
vermeld op de bijgevoegde lijst (bíjlage 1);
b. het stellen van een bovengrens aan de tarieven voor kortdurend verblijf (perceel
3), gelijk aan de maximum NZA-tarieven 2Ot4, zoals vermeld op de bijgevoegde
veftrouwelijke bijlage (bijlage 2);
c. vaststellen van de tarieven per aanbieder per product, zoals vermeld op de
bij gevoegde vertrouwel ijke bijla ge (bijlage 2) ;
d. het, onder voorbehoud van de gevolgen van de motie Leijten / Bergkamp,
vaststellen van de maximum budgetten per aanbieder voor de gemeente Weert,
zoals vermeld op de bijgevoegde veftrouwelijke bijlage (bijlage 3), dat in 2015
gefactureerd mag worden per aanbieder die beschikt over cliënten met
overgangsrecht ('bestaande aanbieder'). Met nieuwe aanbieders worden alleen
tariefafspraken gemaakt.
e. het opleggen van geheimhouding ten aanzien van de bijlagen 2 en 3, op grond van
artikel 55 gemeentewet, juncto de artikelen 10 1e lid onder c en artikel 10 2e lid
onder g. van de Wet openbaarheid van bestuur en de artikelen 2.57 en 2.138 van
de Aanbestedingswet 20 12 ;
f. vaststellen van de bijgevoegde raadinformatiebrief en doorleiden naar de raad.
Besluiten akkoord te gaan met het aangaan van contractuele verplichtingen voor de
gemeente Weert C 353.092 (= L2o/o) boven het lokaal beschikbare budget voor
Weert,
14 oktober
S
B
W
w
W
PS
GG
T4
,M
I
I
HL
FVE
akkoord
llt(
bespreken
,4
9
a
)li (
Behandellng uiterlijk in college v¿n
)S
1 rfr
okÈobàr ZOr+
In te vullen doot het B&W secÌetaÍiaat:
¡ Akkoord
fnttoora met lekstuele
! Anders, nl.:
Besrissins
a.a.:
I
aan pass¡nq
E
door portefeu lehoud er
i I
l$ - lb - LOICI
I
Nuñmer:
Niet akkoord
Gewijziqde versie
A-stuk
B-stuk
B
2
Pag na 1
3)
4)
inkoop van maatwerkvoorzieningen overeenkomstig de in de vertrouwelijke bijlage 3
vermelde budgetten per gemeente per aanbieder;
Besluiten om de overschrijding van de door het college vastgestelde budget voor
inkoop van maatwerkvoorzieningen te dekken uit de post onvoorzien, zoals
gepresenteerd in de bijlage texploitatie-opzet nieuwe taken Wmo'van het
collegebesluit van 9 september 2Ot4 en de te verwachten extra inkomsten uit eigen
bijdragen.
Verlenen van mandaat aan de porteFeuillehouder WMO om de definit¡eve
Uitvoeringscontracten maatwerkvoorzieningen WMO vast te stellen en te besluiten tot
het aangaan van deze overeenkomsten, als bedoeld in art. 160 Gemeentewet. Dit
onder de voorwaarde dat de regionale uniformiteit geborgd blijft en het te behalen
schaalvoordeel en de (regionale) sturing niet in gevaar komt
TOELICHTING
Geheimhouding
In de bijlagen 2 en 3 staat informatie die vertrouwelijk aan de gemeente is medegedeeld
dan wel betrokken aanbieders of derden onevenredig kan bevoor- of benadelen. Om die
reden kan zij niet algemeen openbaar worden gemaakt. Dit gelet op het bepaalde in de
Gemeentewet , de Wet openbaarheid van bestuur en de Aanbestedingswet 2012.
SAMENVATTING
juli 2Ot4 zijn de samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg gestart met een
gezamenlijke inkoopprocedure voor de nieuwe Wmo-taken die per 1 januari 2015 vanuit
de AWBZ naar de Wmo worden overgeheveld. Het betreft de maatwerkvoorzieningen
Begeleiding (individueel en groep) en het kortdurend verblijf voor de verstrekkingsvorm
Zorg in Natura. De Persoonsgebonden Budgetten (PGB'S) horen niet bij dit inkooptraject,
omdat de klant met een PGB zelf een contract sluit met de dienstverlener van zijn keuze.
In dit inkooptraject zijn al eerdere besluitvormingsmomenten (integraal met leugd)
geweest voor uw college, te weten op 8 juli j.l. (vrijgeven leidraden aanbesteding, start
aanbestedingstraject),2 september j.l. (gunning raamcontracten) en 9 september jl
(document aanvraag ofteftes t.b.v. Uitvoeringscontract, regie- en bekostiging en
beschikbaarheid budget voor inkoop). Het huidige collegevoorstel betreft de gunning van
de Uitvoeringscontracten Wmo. Vanwege de complexiteit is deze keer gekozen voor
separate collegevoorstellen voor Jeugd en Wmo.
Sinds
Het voorstel houdt in, dat de gemeente Uitvoeringscontracten WMO 2015 afsluit met de
aanbieders zoals per gemeente aangeduid in bijlage 1. Het aantal verschilt per gemeente,
aangezien niet iedere aanbieder heeft ingeschreven op alle 7 gemeenten in MiddenLimburg. In bijlage 2 (vertrouwelijk) zijn de tarieven per product per aanbieder
opgenomen, Met aanbieders met cliënten met overgangsrecht worden maximumbudgetten
afgesproken (bijlage 3. vertrouwelijk). De aanbieders moeten binnen het vastgelegde
maximumbudget in 2015 zorgcontinuTteit bieden voor zowel cliënten met overgangsrecht
als voor de (reguliere) instroom van nieuwe cliënten. Met aanbieders zonder cliënten met
overgangsrecht worden enkel tarieven afgesproken.
Voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen Wmo (zorg in natura) is in totaal een bedrag
van € 17.197.246,-- beschikbaar voor alle gemeenten in Midden-Limburg. Dat is het
regionale budgetplafond 2015 dat door de collegebesluiten van 9 september 2014 voor
inkoop Maatwerkvoorzieningen Wmo beschikbaar is gesteld.
De inzet in het inkoopproces is erop gericht de noodzakelijke maatwerkvoorzieningen
binnen dat regionale budgetplafond in te kopen. Om dat te bereiken is bij de inkoop het
uitgangspunt gehanteerd, dat het maximumbudget per aanbieder niet hoger is dan de
gerealiseerde kosten 2013 minus een generieke kofting van 25o/o.
Pagina 2
Het resultaat van het inkoopproces is, dat het totaal aan maximum budgetten van
aanbieders iets hoger is dan genoemd regionaal budgetpfafond.
Per gemeente is de situatie verschillend: over- dan wel onderschrijding.
Met de vastgestelde maximum budgetten van de aanbieders wordt voldoende ingekocht
voor de maatwerkvoorzieningen Wmo en is de zorgcontinuiteit voor cliënten rnet
overgangsrecht en nieuwe cliënten geborgd bij de bestaande aanbieders. Omdat alle
bestaande aanbieders worden gecontracteerd, is er ook geen sprake van minder keuze uit
aanbieders. De gemeente kan op basis van de Uitvoeringscontracten méér inkopen
(bijvoorbeeld bij nieuwe aanbieders), maar daar is dan geen financiële dekking voor.
Alleen bij het onder het maximumbudget blijven van één of meer bestaande aanb¡eders
ontstaat in de loop van 2015 eventuele ruimte om meer af te nemen bij andere
gecontracteerde aanbieders.
Inleidino
De gemeente wordt op l januari 2015 verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de
Wmo 2015. Nieuwe taken in deze wet zijn individuele begeleiding, begeleiding in
groepsverband en kortdurend verblijf. Voorheen waren deze taken opgenomen in de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Om continuïteit van ondersteuning aan
burgers te garanderen is het noodzakelijk om leveringsafspraken te maken met
aanbieders, In dat kader zijn in augustus 2014 Raamovereenkomsten gesloten met alle
aanbieders die voldoen aan de eisen (50 aanbieders). In deze fase van het inkoopproces is
per aanbieder en per gemeente een uitvraag gedaan naar diverse aantallen van de diverse
vormen van ondersteuning en is daarvoor een prijsopgave gevraagd.
Raamovereenkomst
De Raamovereenkomsten vormen het kader voor het sluiten van Uitvoeringscontracten
tussen individuele gemeenten en aanbieders waar¡n concrete afspraken over tarieven en
budgetten worden gemaakt. De gemeenten sluiten individueel een Uitvoeringscontract af
met de aanbieders die zijn toegelaten en die ook ingeschreven hebben op de
desbetreffende gemeenten. Door gel¡jktijdig en gezamenlijk aan te besteden met de 7
gemeenten in Midden-Limburg ontstaan schaalvoordelen.
Proces
Op 9 september 2OL4 heeft uw college de offerteaanvraag en het concept
Uitvoeringscontract Wmo 2015 vastgesteld, Belangstellende aanbieders met een
Raamovereenkomst kregen vanaf 10 september 2OL4 de gelegenheid om tot 30
september 17.00 uur een inschrijving in te dienen. Tijdens een Informatiebijeenkomst op
15 september hebben de beoogde inschrijvers tekst en uitleg gekregen over de
i nsch rijvi ngsprocedure en het i nsch rijfform u I ier.
In totaal hebben van de 50 aanbieders met een Raamovereenkomst er 42 ingeschreven op
het Uitvoeringscontract Wmo door inzending van een volledig ingevuld Inschrijfformulier.
Orbis heeft twee inschrijvingen gedaan voor de twee concernonderdelen GGZ en
Thuiszorg, zodat er in totaal 43 inschrijvingen zijn. Er zijn 8 organisaties die om voor hun
moverende redenen niet hebben ingeschreven.
Onderscheid bestaande en nieuwe aanbieders
Van de aanbieders die voor een of meer gemeenten hebben ingeschreven zijn er 24 die
een toelating hebben op grond van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Dat betekent
dat deze aanbieders onder de vigeur van de AWBZ zorg in natura hebben geleverd aan
cliënten met een ClZ-indicatie en daarover een overeenkomst hebben met een
zorgkantoor. Voor de AWBZ-cliënten die hun aanspraak door middel van zorg in natura
(ZIN) verzilveren geldt dat de zorg en ondersteuning onder dezelfde condities wordt
geleverd als in de AWBZ (ook wat betreft de eigen bijdragen). Het is voor de gemeenten
van belang om met bedoelde aanbieders een Uitvoeringscontract af te sluiten om de
continuiteit van de ondersteuning van cliënten met overgangsrecht te borgen. Deze
aanbieders worden in dit voorstel geclassificeerd als 'bestaande aanbieders'.
Pagina 3
Er zijn 19 aanbieders die geen cliënten hebben met overgangsrecht. Enkele aanbieders
zijn geheel nieuw in de regio. Een aantal andere aanbieders heeft wél cliënten uit de regio,
maar daaruan wordt de begeleiding gefinancierd met Persoonsgebonden Budget (PGB), via
een andere aanbieder (onderaannemerschap) of via private financiering. Vanuit het
inkoopproces worden deze aanbieders als 'nieuwe aanbieders' gezien.
Met de bestaande aanbieders wordt een maximumbudget vastgelegd voor 2015. Deze
aanbieders moeten binnen het maximumbudget zowel de ondersteuning van bestaande
cliënten (met overgangsrecht), alsmede de instroom van nieuwe cliënten, mits binnen
redelijke marges, opvangen. Zonder expliciete toestemming van de gemeente mag en kan
de aanbieder niet meer factureren dan het maximumbudget.
Met het vaststellen van maximumbudgetten leggen de gemeenten het bedrag vast dat zij
in 2015 maximaal zullen besteden aan de inkoop van maatwerkvoorzieningen Wmo, voor
zover het zorg in natura betreft. Met deze afspraken is de zorgcontinuiteit voor bestaande
en (reguliere) nieuwe instroom geborgd voor 2015.
Naast deze bestaande aanbieders met budgetafspraken, worden ook Uitvoeringscontracten
met nieuwe aanbieders gesloten. Met deze nieuwe aanbieders worden enkel
tariefafspraken gemaakt. Deze nieuwe aanbieders kunnen en zullen alleen dan worden
ingeroepen, wanneer op gemeentelijk niveau sprake is van onderbesteding door andere
aanbieders, waardoor er niet-besteed budget vrijvalt.
Onder de bestaande aanbieders bevindt zich ook een aantal aanbieders waarvan het
relatieve marktaandeel in 2013 bijzonder klein was. Door de gekozen inkoopsystematiek
krijgen deze aanbieders met lage kosten (nacalculat¡e) in 2013, waarover ook nog een
korting vãtr 25o/o wordt berekend, een relatief laag maximum budget. Deze aanbieders
zullen nietof nauwelijks in staatzijn om binnen het maximum budget in 2015 nieuwe
instroom op te vangen. Het gaat in alle gevallen om aanbieders met slechts enkele
cliënten met overgangsrecht. Voor deze aanbieders geldt dat nieuwe instroom alleen
mogelijk is als bij herschikking (2 keer per jaar gepland, uiterlijk in jun¡ en in oktober
2015) blijkt dat er budget van andere aanbieders over is dat herverdeeld kan worden.
Zolang er nog geen middelen uit herschikkÍng beschikbaar worden gesteld, zullen nieuwe
cliënten niet bij een nieuwe aanbieder kunnen worden ondergebracht, maar bij andere
gecontracteerde partijen. Wel zal ook voor alle, en dus ook deze aanbieders het mogelijk
zijn dat zij begeleiding bieden aan nieuwe cliënten die over een PGB beschikken.
Wanneer een aanbieder met een laag maximum budget niet in staat ¡s om aan zijn
cliënten met overgangsrecht continuiteit te bieden, zal in overleg met die aanbieder door
de betreffende gemeente naar een passende (maatwerk)oplossing moeten worden
gezocht.
Tarieven
In bijlage 2 (vertrouwelijk) zijn de tarieven per product per aanbieder opgenomen. Aan de
tarieven sec kunnen geen conclusies verbonden worden. Aanbieders zijn binnen het
maximumbudget vrij geweest om binnen het maximum budget zelf in een mix de mate
van bezuiniging op tarief en volume te bepalen. Ook zijn tarieven van een aantal
aanbieders hoger dan anderen omdat ze meer specialistische zorg leveren aan complexere
doelgroepen.
Financiële resultaat inkooooroces
NB: hier wordt op onderdelen voorgesorteerd op de paragraaf "Financiële en personele
gevolgen". Omdat dit voorstel in samenwerking met 6 andere gemeenten tot stand is
gekomen, is - vanwege de tijdsdruk - het gebruikel¡jke Weefter format niet volledig
gevolgd. Verzocht wordt de onderstaande tekst ¡n samenhang te zien met de financiële
paragraaf verderop.
Budgetplafond
Om zicht te krijgen op de totale kosten voor de uitvoering van nieuwe Wmo taken ter
onderbouwing van het besluit van uw College van 9 september 2Ot4 is een kostenraming
opgesteld. In deze kostenraming is uitgegaan van het budget voor nieuwe Wmo taken uit
Pagina 4
het gemeenteionds verminderd met een aantal ingeschatte kostencomponenenten. Bij die
inschatting is telkens uitgegaan van bedragen die ontleend zijn aan daartoe ter
beschikking gestelde beleidsinformatie, of, bij het ontbreken daalan, aan de percentages
die in het landelijk macrobeeld voor d¡e deeltaak aan het gemeentefonds zijn toegevoegd.
Enkele kleinere begrotingsposten zijn geraamd op basis van inschattingen. Door
vervolgens alle geraamde kostencomponenten in mindering te brengen op het budget in
het gemeentefonds en te sturen op budgettaire neutralite¡t resteeft een bedrag van
maximaal e L7.L97.246,- dat beschikbaar is voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen in
natu ra.
Geraamde kosten van maatwerkvoorzieningen in natura
Om het bedrag dal nod¡o is voor maatwerkvoorzieningen in natura te berekenen kon geen
gebruik gemaakt worden van de beleidsinformatie die door het Rijk beschikbaar is gesteld.
Er bleken teveel onzekerheden in te zitten en de uitkomsten weken sterk af van de in april
jongstleden opgevraagde kengetallen bij aanbieders. Om die reden is het uiteindelijke
bedrag berekend doorde kosten in 2013 van de grootste aanbieders in Midden-Limburg,
d¡e tezamen meer dan 95o/o van het aanbod vertegenwoordigen, te extrapoleren naar
100o/o en dat te vergelijken met het beschikbare budget voor maatwerkvoorzieningen.
Vervolgens is bepaald welke taakstelling aan aanbieders moet worden opgelegd om
budgettair neutraal uit te komen. De vergelijking tussen beschikbaar budget en verwachte
kosten leidt tot een taakstelling van minimaal 25o/o op het kostenniveau 2013 op
schaalgrootte van Midden-Limburg om budgettaire neutraliteit op begrotingsniveau te
benaderen. Omdat in de communicatie naar aanbieders als sinds 2011 een percentage van
25olo genoemd wordt is het besluit genomen om op begrotingsniveau een verschil in
beschikbaar budget en voorziene kosten te accepteren van -/- C 295.551,- hetgeen
overeenkomt met een begroot tekort van to/o op regioniveau.
Daarbij is tevens geconstateerd dat bij het benaderen van budgettaire neutraliteit op
regioniveau er tussen gemeenten onderling grote verschillen te zien zijn. Die verschillen
zijn verklaard doordat de begroting is gebaseerd op opgaven van aanb¡eders waarbij niet
gegarandeerd kan worden dat het woonplaatsbeginsel voor alle (door aanbieders)
toegerekende kosten juist is toegepast. Dat heeft te maken met de systemen van
aanbieders die daarvoor niet zíjn ingericht. De inschatting die voor het collegebesluit van 9
september 2OL4 is gemaakt representeet echter de maximaal haalbare benadering van
de werkelijkheid.
Resu ltaat aa n bested i ng
Bij aanvang van de aanbesteding bleek het, op grond van de beschikbare
(beleids)informatie, niet mogelijk om per aanbieder het aantal klanten en het aantal
ondersteuningsuren dat moet worden ingekocht voldoende concreet aan te geven.
Aanbieders is daarom gevraagd om op basís van hun eigen registratie op grond van de
woonplaats van een klant opgave te doen van het aantal klanten en het aantal
ondersteuningseenheden binnen het gerealiseerde budget in 2013 minus 25olo korting. De
optelsom van alle aan het koftingspercentage getoetste inschrijvingen levert uiteindel¡jk
een totaalbedrag aan inschrijvingen op van € 17.639.015,-. Dit blijkt 3olo hoger uit te
komen dan het door de gemeenten vooraf berekende beschikbare bedrag voor
maatwerkvoorzieningen in natura. Het resultaat van het inkooptraject is derhalve dat het
uitgangspunt om 25olo budgetkorting op de kosten 2013 doorte voeren gerealiseerd is,
maar dat volledige budgetneutraliteit op begrotingsniveau niet haalbaar is gebleken.
Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat de verschillen tussen gemeenten onderling als gevolg
van het inkoopproces zijn gewijzigd. In onderstaande tabel is de situatie weergegeven
zoals deze voor aanvang van het inkoopproces is ingeschat, vergeleken met de situatie na
afronding van het inkoopproces. Omdat de verschillen tussen gemeenten vooral ontstaan
doordat de ondersteuning (voorheen AWBZ zorg) niet overeenkomstig de budgetverdeling
in het gemeentefonds is, en eveneens niet evenredig naar inwoners is verdeeld over de
verschillende gemeenten. is aan aanbieders gevraagd of de toerekening van cliënten naar
gemeenten is gebaseerd op de woonplaats van de cl¡ënt. Dat is door aanbieders bevestigd
Daarmee moeten de verschillen tussen gemeenten, zoals die nu zichtbaar zijn in de kolom
maximum budgetten, als realistisch worden beschouwd. Deze historisch gegroeide
situatie, waarbij gemeenten geen invloed hebben gehad op het ontstaan van AWBZ
Pag¡na 5
rechten, heeft vanwege het hoge percentage cliënten met overgangsrecht in 2015 een
doorslaggevende invloed op de uitgaven. Pas vanaf 2016 kan door toepassing van het
vastgestelde Wmo beleid nadrukkelijk gestuurd worden op de gemeentelijke Wmo
uitgaven.
Dit gegeven is tevens in lijn met de constater¡ng dat vanaf 2016 en verder in het
gemeentefonds dan een objectief verdeelmodel zal worden gehanteerd dat voor de
gemeente Weert in ieder geval zal leiden tot een geleidelijke verhoging van het
uitgangsbudget in het gemeentefonds.
Dekking fina ncieel tekoft
Zoals hiervoor is aangegeven bedraagt hetvoorlopig tekort op regio niveau C441.769,-.
Voor de gemeente WeeÉ bedraagt het tekoft € 353.092,-, Op de uitvoer¡ng van
persoonsgebonden budgetten wordt op regioniveau een tekort voorzien van € 1.425.096,Voor de gemeente WeeÉ bedraagt het tekort op de PGB's €. 434.257,-. Het totale tekoft
loopt daardoor op tot € 1.866.865,-. Voor de gemeente Weert is het totale tekort €
787.349,-.
Bij dit geraamde tekoft kunnen een aantal kanttekeningen worden geplaatst:
Het tekort op de inkoop van maatwerkvoorzieningen in natura ontstaat doordat het in
te kopen volume aan ondersteuning is gebaseerd op de realisatie in 2013. Er is
weliswaar een koÉing van 25o/o doorgevoerd op de combinatie van vof ume en tarief,
maar er is beperkt rekening gehouden met het effect van sturing aan de voorkant
waarbij de inzet van e¡gen kracht, eigen netwerk en algemene voorzieningen
voorliggend zijn op maatwerk voorzieningen;
. Het af te spreken budget voor aanbieders is een maximum budget waarvoor de
aanbieders de continuiteit in ondersteuning voor hun cliënten (bestaande en nieuwe)
garanderen. De kosten zullen dit maximum budget derhalve nooit overstijgen, echter
kunnen daar wel onder blijven. Het tekoft is derhalve voornamelijk een
boekhoudkundig tekort;
. De uit de klantgegevens afgeleide kosten van PGB's zijn gestegen ten opzichte van de
eerder verstrekte beleidsinformatie die de basis was voor de kostenraming. Over deze
kostenstijging zijn vragen gesteld aan het transitiebureau omdat de verwachting was
dat de kosten van het PGB als gevolg van maatregelen in de AWBZ zoals de 10 uurs
grens en het verplichte trekkingsrecht zouden afnemen in plaats van stijgen.
.
Tabel 1: Vergelijking per gemeente van beschikbaar budget, verwachte uitgaven en
inkoopresultaat (maxirnum budgetten)
Verwachte uitgâYen
Verwechte ultgaven 2015
2015
(aug 2014) Êxploitatieopzet
(aug 2014) expl o¡tâti Pop¡et
gebaseerd op
gebaseerd op
gegevensuitYraaB
gudget i nkoop
I,egevensui tvraag
aanbi eders 2013
Toteal gecontracteerde
maximum budgetlen (okt
2014)
aanbi eders 2OL3 min 2f/o
1. Echt-susteren
È
2.66È.481
€
3,169.413
€
2,377,OãO
e
2. LÈudal
€
2,O82.339
€
2 865.206
€
2,L48,905
e
3, Maèsoouw
c
1,549.79e
€
?,1å0.0 18
€
1,635.0 14
2,-/6+,57L
?,170.375
1,4r5,589
+, NederweeÉ
€
1.14 1.099
1
,67S,19
€
1,085,045
1,815,114
e
r.452.552
5.302.39ó
c
c
e
7.477.332
5. Rûérdëlen
6. Roermoñd
7. Weeft
€
Totaål
ë
1
€
1.258.ó43
€
1.361336
€
r,321 ,S79
5,607.S9S
€
5,5 25.88 ó
3,3s5 ó72
17,639,015
,00?,580
e
+,138.+56
c
3,103,842
c
17.r97.2+6
c
23,323.729
€
L7.+92.79-Ì
e
3
Pag¡na 6
Enkele biizonderheden
1. Last mi nute-wetswiJzig ing: Motie Leijten/ Bergkamp 14.OOO klanten
overgangsrecht
Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer aangenomen motie Leijten/ Bergkamp
heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij brief op 7 oktober jl.
besloten dat voor een groep van 14.000 cliënten het overgangsrecht van de Wlz van
toepassing is. Dit houdt voor deze cliënten, met een doorgaans extramurale indicatie van
grote omvang (de zogenaamde Wlz-indiceerbaren), in dat zij alsnog de mogelijkheid
krijgen om rechtstreeks in te stromen in de Wet langdurige zorg. Cliënten hebben vrije
keuze. Dit besluit van de staatssecretaris heeft gevolgen voor gemeenten. Tot dusver
werd ervan uitgegaan dat de zorg voor 10.000 van deze 14.000 cliënten zou worden
bekostigd op basis van de Wmo 2015, de Jeugdwet enlof de Zorgverzekeringswet. Deze
aantallen zijn meegenomen in de aanbesteding voor maatwerkvoorzieningen. Nu deze
doelgroep (deels) zal worden bediend vanuit de Wlz en omdat de staatssecretaris
voornemens is om de gemeentelijke budgetten in het gemeentefonds daarvoor na het
eerste kwartaal 2015 naar beneden bij te stellen zullen ook de budgetten van de
aanbieders daarvoor moeten worden aangepast. Het is op dit moment nog niet mogelijk
om de impact van dit besluit op gemeenteniveau te bepalen. De VNG zal er bij de
Staatssecretaris op aandringen dat gemeenten maximaal gefaciliteerd worden om de
gevolgen van dit besluit op te vangen. De gevolgen van deze motie voor de gemeenten in
Midden Limburg worden nu nog onderzocht. Bij beslispunt 1d is naar aanleiding van deze
motie een passage toegevoegd, dat de maximum budgetten wordt vastgesteld onder het
voorbehoud van de gevolgen van de motie Leijten / Bergkamp.
2. Kortdurend verblijf
Kortdurend Verblijf valt onder perceel 3. Binnen de Wmo is koftdurend verblijf gericht op
ontlasting van een gebruikelijke zorget of mantelzorger die in de thuissituatie feitelijk het
overwegend aandeel in de ondersteuning van een cliënt voor zijn of haar rekening neemt.
Uitgangspunt daarbij is dat, indien voor de cliënt permanent toezicht noodzakelijk is, de
zorg ondergebracht dient te worden in de Wet langdurige zorg. De ondersteuning in de
thuissituatie, en ooktijdens kortdurend verblijf op grond van de Wmo is derhalve van een
andere (lichtere) orde dan voor cliënten die verblijfsgeïndiceerd zijn. Bij het uitbrengen
van aanbiedingen zijn door een aantal aanbieders deze doelgroepen door elkaar
geoffreerd. Dit heeft geleid tot substantieel te hoge tarieven voor de aard van het
Kortdurend verblijf. De aanbiedingen van deze aanbieders dienen hierop te worden
herzien. Deze herziening vindt plaats door voor Kortdurend verblijf een maximum tarief
per doelgroep ¡n te stellen. Deze tarieven zijn de Nza maximumtarieven 2014 voor de
prestatie "Verblijfscomponent Kortdurend verblijf". Aanbieders die een hoger tarief hebben
geoffreerd krijgen in de tarieflijst voor die aanbieder het maximum tarief Nza vermeld, De
maximaal aanvaardbare budgetten voor de betreffende aanbieders blijven ongewijzigd.
3. Zorgboeren en andere onderaannemers
De zorgboeren (o.a. Coöperatie Limburgse Zorgboeren) willen graag in 2015
hoofdaannemer zijn en zelf een contract met de gemeenten sluiten. Dat geldt ook voor
een organisatie als OZO Doe ik mee, die begeleiding groep direct als contractpartij van
gemeenten wil uitvoeren. De zorgboeren leveren een belangrijke bijdrage aan de invulling
van de Maatwerkvoorziening Begeleiding Groep. Tot nu toe hebben ze geen contract met
het zorgkantoor kunnen krijgen. Zij leveren de begeleiding aan AWBZ-cliënten op basis
van PGB of als onderaannemer van aanbieders die wel een contract met een zorgkantoor
hebben. De aanbieders die nu hoofdaannemer zijn denken verschillend over het in 2015
overdragen van de cliënten aan de onderaannemer met een eigen Uitvoeringscontract.
Enkele aanbieders willen daar aan meewerken. Andere aanbieders stellen dat zij graag zelf
het totaal van de ondersteuning van de cliënt willen blijven overzien, en liever geen 'knip'
zlen,
Het overhevelen van cliënten met overgangsrecht van aanbieder (nu hoofdaannemer)
naar zorgboer (nu onderaannemer) dient gepaard te gaan met overheveling van budget.
Daarin dient dan ook nog de generieke korting van 25o/o verwerkt te worden. Uit oogpunt
Pagina 7
van kostenbeheersing stellen we voor om vooralsnog u¡t te gaan van de
verantwoordelijkheid van de huidige aanbieders voor de eigen cliënten met
overgangsrecht. Het is voor gemeenten niet goed te doen om zelf cliënten en budgetten
over te hevelen en daarbij ook goed uit te komen met de bezuinigingstaakstell¡ng. Ook
vanwege de financiële risico's, die beter helder kunnen liggen bij de huidige
hoofdaannemers.
Voorstel is om in de Uitvoeringscontracten op te nemen, dat het mogelijk is om productie
met de bijbehorende financiële middelen over te dragen van de ene aanbieder met
Uitvoeringscontract naar een andere aanbieder met een U¡tvoeringscontract. Dat kan per 1
januari of een later tijdstip, mits beide betrokken partijen een gezamenlijk verzoek aan de
gemeente(n) voorleggen.
Een van de aanbieders, De Zorggroep, heeft al naar aanleiding van het Inkoopgesprek een
budgetverlaging toegepast met het oog op de overheveling van overgangscliënten naar de
Coöperatie Limburgse Zorgboeren. Voorstel is om het betreffende bedrag toe te kennen
aan de Coöperatie Limburgse Zorgboeren. Voorlopig nog als reservering, totdat uit het
gezamenlijke verzoek van De Zorggroep en de Coöperatie blijkt dat ze binnen het over te
hevelen budget de continuiteit van de begeleiding voor de overgangscliënten kunnen
borgen.
4. Inloop GGZ
De functie Inloop GGZ is onderdeel van Perceel 2r Begele¡ding in Groepsverband. Het
betreft de openstell¡ng van een inlooplocatie met begeleiding gedurende een aantal uren
per week. De functie Inloop GGZ is een beschikbaarheidsfunct¡e waarvan de aard is dat
inwoners met GGZ problematiek op bepaalde momenten kunnen binnenlopen in een
voorziening die als zodanig drempelloos en indicatievrij is en waarbij van de gebruiker
geen geregisseerde activiteit wordt verwacht. Er vindt derhalve op deze
maatwerkvoorziening geen toegangsbepalíng plaats. De tarieven voor de
inloopvoorzieningen zijn gebaseerd op openstellingsuren per week.
In dit inkoopproces is gebleken dat er onevenwichtigheid was in de openstellingsuren in de
verschillende gemeenten. Door aanbieders zijn per gemeente bedragen geoffreerd die
door henzelf zijn ingeschat op grond van de openstellingsuren die zij toereikend achten
voor de betreffende gemeente. Daarbij moet worden aangetekend dat ook de
centrumgemeente een taak heeft in het financieren van inloop GGZ voor bewoners van
beschermde woonvormen. Gebleken is dat aanbieder Met GGZ in de gemeente Weert
offerte heeft uitgebracht voor 32 uur openstelling per week. Daarbij is naar het oordeel
van het Inkoopteam Wmo onvoldoende rekening gehouden met de aanwezigheid van het
Zelfregiecentrum. Het Zelfregiecentrum richt zich eveneens op de GGZ doelgroep met
inloop activiteiten en een openstelling van 51 uur per week. Op initiatief van het
Inkoopteam Wmo heeft Met GGZ het aantal uren Inloop GGZ voor Weeft teruggebracht
van 32 naar 24 uur per week.
JURIDISCHE GEVOLG EN (o.a. FATALE TERMIJNEN/ HAN DHAVING)
Geheimhouding
In de bijlagen 2 en 3 staat informatie die vertrouwelijk aan de gemeente is medegedeeld
dan wel betrokken aanbieders of derden onevenredig kan bevoor- of benadelen. Om die
reden kan zij niet algemeen openbaar worden gemaakt.
Dit gelet op het bepaalde in de Gerneentewet , de Wet openbaarheid van bestuur en de
Aanbestedingswet 2012.
Fatale termijn voor gunning
Op grond van de Algemene Maatregel van Bestuur van 13 februari 2014 moeten
gemeenten op uiterlijk 1 oktober 2014 opdracht verlenen aan aanbieders. In het
collegebesluit van I juli j.l. hebben de Midden-Limburgse gemeenten deze datum opgerekt
naar 1 november. Dit omdat de Raamovereenkomsten wél voor 1 oktober zijn afgesloten,
waardoor bestaande dienstverleners per die datum zekerheid hebben over vooftzett¡ng
van hun werkzaamheden voor de bestaande cliënten ¡n onze gemeenten. Voor het sluiten
van de uit de Raamovereenkomst voortvloeiende Uitvoeringscontracten is de fatale datum
Pagina
I
van 1 november vastgesteld. Dit is aan aanbieders medegedeeld. Daarop zijn geen
bezwaren binnengekomen.
FINANCIËLE EN PERSONELE GEVOLGEN
Financieel kader raad
De gemeenteraden van de Midden-Limburgse gemeenten zijn ten aanzien van de 3
decentralisaties in de begroting uitgegaan van budgettaire neutraliteit. Voor de nieuwe
taken Wmo bedraagt
het budgettaire kader € 17.t97.246,-.
Over- of onderschrijding budgetplafond gemeente
Het maximum budget van bestaande aanbieders ligt per aanbieder vast. Het totaal aan
vastgestelde maximum budgetten voor Midden-Limburg sluit op regioniveau bijna aan op
de in het collegebesluit van 9 september voor inkoop beschikbaar gestelde middelen voor
2015. Er is op regioniveau een overschrijding van 3%o (=€44t.769,- ). Pergemeente is de
situatie verschillend: over- dan wel onderschrijding. Onderstaand schema geeft zicht in de
verdeling over de Midden-Limburgse gemeenten.
Tabel
2: Vergelijking per gemeente van budget inkoop en gerealiseerde inkoop
Budget i nkoop
1, Erht-Susteren
¿
2. Leudal
e
3.l4aasqout¡!'
4, Nederweert
5, Roerdalen
6, Roermond
7, WeErt
Totaal
€
Versclril (hedragl
max¡mum budgettell
2,764.57L
t/erschi
l
('/,\
2,666,48 1
- ño- t-ñ
€
-98,090
-4%
Èl
2,I78.?73 €
88.036
4%
1.54S,7ÇS
€
1,415,5SS
134.209
99ä
tt45
56,054
r.L+l,D1S
Ë
€
Tot;:al gecontracteerde
1,0 s 5.
€
5,:02,;19ó
5,525, S86
€
1
6
223,43tl
4Yo
-353,092
-L2%
3,rlD? ,5Ét:l
77.r97.2+Ë
17,63S,û 15
+-.
30,674
e96
'4+:r.759
-J
/O
De verschillen op gemeenten¡veau zijn te verklaren uit het zuiver toepassen van het
woonplaatsbeginsel. In eerdere berekening was deze uitsplitsing minder zuiver omdat
aanbieders hun AWBZ-gerelateerde systemen nog niet op deze nieuwe Wmo-eis hadden
aangepast.
De dekking voor de overschrijding van het door de gemeente vastgestelde budget voor
inkoop van maatwerkvoorzieningen kan worden gevonden binnen de post onvoorzien ter
hoogte van € 328.911,-, zoals gepresenteerd in de b¡jlage'explo¡tatieopzet nieuwe taken
Wmo' van het collegebesluit van 9 september 20L4 en de te verwachte extra inkomsten
uit eigen bijdragen.
Onderbestedi ng te verwachten?
De tot dusver ingeschatte maximum budgetten voor aanbieders leiden op
begrotingsniveau tot een overschríjding op regioniveau van 3Vo ten opzichte van het
vooraf geraamde budgetplafond. In de beleidsinformatie over 20t2 en 2013 is echter een
dalende koers van het kostenniveau te zien. Om een beter beeld te krijgen van de
verwachtingen naar 2015 is, op basis van de eind september 2Ot4 aan de gemeenten
overgedragen cliëntgegevens, een extrapolatie gemaakt van de verwachte werkelijke
kosten in 20t4. Het beeld dat daaruit naar voren komt is dat de realisatie vooralsnog fors
achterblijft bij de ramingen die in het kader van de inkoop Midden-Limburg zijn opgesteld
Een verklaring van de dalende kosten sinds 2011 is dat door zorgkantoren al enige jaren
forse druk op de bestedingen ¡n de AWBZ wordt uitgeoefend. Onzeker is of die dalende
trend naar 2015 mag worden doorgetrokken, in die zin dat er structureel lagere kosten
worden gemaakt. In dat geval zouden werkelijke kosten in 2015 onder de afgesproken
maximum budgetten peraanbieder blijven. Het is derhalve van belang om op de
uitvoering van de Wmo strak te sturen en de uitgaven te monitoren. Een structurele
Pagina 9
onderbesteding van de maximum budgetten levert in dat geval ruimte op om nieuwe
aanbieders een volumeafspraak te geven.
Persoonsgebonden budgetten nieuwe taken Wmo
Dit voorstel heeft betrekking op de inkoop van zorg in natura. Naast de zorg in natura
maken de persoonsgebonden budgetten onderdeel uit van dezelfde transitie.
Persoonsgebonden budgetten (PGB's) horen niet b¡j het inkooptraject, omdat de klant met
een PGB zelf een contract sluit met een dienstverlener naar keuze. Bij het opstellen van de
exploitatieopzet is u¡tgegaan van de beschikbare beleidsinformatie van Vektis (juli 201a).
Op basis van deze gegevens was de budgettaire neutraliteit gewaarborgd. Op basis van
de op 7 oktober jongstleden beschikbaar gestelde gegevens, wordt het in de
exploitatieopzet geraamd budget voor PGB's Wmo fors overschreden, zoals uit
onderstaand overzicht blijkt,
Tabel 3; Vergelijking per gemeente van het budget PGB met de geraamde uitgaven
PGB's
Budget PGB
exploitatieopzet
Raming uitgaven
2015 obv
Wmo
klantgegevens okt
PGB
Verschil
20t4
Echt-Susteren
€
€
1.062.883
974.832
€
e
e
€
765.095
€
84t.727
624.736 €
Roerdalen
Roermond
€
524.441
€
t.252.964
Weeft
€
€
1.152.633
€
€
€
601.807
684.691
1.556.877
1.586,890
6.365.984
€
7-791.0,80
Leudal
Maasoouw
Nederweert
Totaal
7.394.393
7.724.694
€
€
€
€
€
€
€
€
-331.510
-145.862
-76.632
22.929
-155.850
-303.913
-434.257
-1.425.096
Deze overschrijding ligt niet ¡n de lijn van de landelijke verwachtingen, waarbij een daling
van PGB uitgaven werd verwacht. Het landelijke ondersteuningsteam decentralisaties
(OTD) is ingeschakeld om de juistheid van deze raming te onderzoeken vanwege de sterke
afwijking van de landelijke verwachtingen. Daarnaast z¡jn de verwachte inkomsten uit
eigen bijdragen hier nog niet in meegenomen. Naar verwachting wordt het tekort op het
PGB-budget Wmo naar beneden bijgesteld. Hierover wordt een separaat collegevoorstel
voorbereid. In een aanvullende raadinformatiebrief zal de raad hierover worden
geïnformeerd.
Conclusìe
Indien er sprake is van een tekort dient de gemeenteraad, vanwege haar budgetrecht, een
aanvullend budget beschikbaar te stellen. Feitelijk wordt de gemeente nu voor een
meervoudig dilemma geplaatst:
. De inkoopcontracten en subsidiebeschikkingen moeten vóór 1 november 2014 bij de
aanbieders / aanvragers zijn kenbaar gemaakt vanwege landelijk gestelde termijnen;
. De continuìteit van ondersteuning moet worden gewaarborgd;
. De onduidelijkheid over de ontwikkeling van de PGB's is en blijft aanwezig;
Naast deze tekorten en dilemma's bestaat er ook kans op meevallende resultaten:
De ontwikkeling van de bestedingen in de AWBZ in 2Ol4 laat, zoals eerder
aangegeven een dalende lijn zien. Het beeld op dit moment is dat de mate waarin de
realisatie 2014 achterbl¡jft bij de verwachting indicatief is voor de ontwikkeling van de
kosten in 2015, Indien de trend uit 2014 in 2015 wordt doorgezet zal een deel van het
boekhoudkundige tekort "verdam pen ";
. De meeropbrengst aan eigen bijdragen is in de berekeningen niet meegenomen. Dat is
gedaan omdat vanwege de íngewikkelde samenhang in veranderingen op dit moment
geen betrouwbare uitspraak gedaan kan worden over de invloed op het bedrag aan
.
terug te ontvangen eigen bijdragen.
Pagina 10
Vanwege de hiervoor genoemde onduidelijkheden en de balans tussen berekende
tekorten, de mogelijke krimp in de bestedingen en de verwachte meeropbrengst aan eigen
bijdragen wordt voorgesteld om de gemeenteraad vooralsnog geen extra budget
beschikbaar te laten stelfen maar het mogelijk tekort nadrukkelijk mee te nemen in de
risicoparagraaf van de begroting 2015. Het in deze paragraaf eveneens berekend
weerstandsvermogen (algemene reserve en eventuele bestemmingsreserves) dient
expliciet te worden aangewezen als achtervang van dit mogelijk tekort. Dit dient
nadrukkelijk bij de behandeling van de begroting 2015 met de gemeenteraad besproken
te worden. Vooruitlopend hierop wordt een en ander aangekondigd via een
raadsinformatiebrief.
Risicoparagraaf
Het totaal van de aan te gane verplichtingen ligt vooralsnog hoger dan de voor de inkoop
van deze maatwerkvoorzieningen door de colleges op 9 september jl. vastgestelde
contracteerruimte (is beschikbaar budget voor inkoop). Daarom is onder adviespunt 3
opgenomen om: te besluiten akkoord te gaan met het aangaan van contractuele
verplichtingen boven het lokaal beschikbare budget gebaseerd op de in de vertrouwelijke
bijlage 3 vermelde budgetten per gemeente per aanbieder.
Dit betekent dat de gemeente financieel r¡s¡co loopt. Dit risico bestaat uit:
Indien het maximumbudget door de gecontracteerde aanbieder geheel wordt benut,
zal het door de gemeente vastgestelde budget voor inkoop worden overschreden; Er is
dekking gevonden in de post 'onvoorzien' en de te verwachte inkomsten uit eigen
a.
b.
bijdragen, Daarmee ontstaat een risico dat voor andere onvoorziene kosten niet
voldoende dekking meer is in 2015.
Er kan in 2015 substantieel meer vraag zijn naar maatwerkvoorzieningen dan
waarmee in de contracten rekening is gehouden. Ook dan zal het door de gemeente
vastgestelde budget voor inkoop worden overschreden.
Deze risico's zÍjn te beheersen door diverse stuurinstrumenten waarover de gemeente
beschikt, zoals beheersing toeleidingsproces, bevordering toele¡ding burgers naar
algemene voorzieningen, gerichte instruct¡es Wmo-consulenten, versnellen herindiceren
bestaande cliënten, sturen op lengte begeleidingstraject, sturen op sneller 'afschalen' (van
maatwerkvoorziening naar algemene voorziening), feedback geven aan aanbieders over
productie en kosten, toepassing PGB-regeling, sturen op keuze aanbieder, etcetera.
Ook de herschikking is een instrument dat de gemeente kan hanteren: bij onderbesteding
van een maximumbudget door één of meer aanbieders, kan de gemeente besluiten het
vrijvallende bedrag n¡et toe te kennen aan andere aanbieders.
COM MU
NICATIE/ PARTICIPATIE
Voor wie is dit advies van belano?:
* Inschrijvers op Uitvoeringscontract
Raadinformatiebrief
De raad wordt middels de bijgevoegde raadsinformatiebrief geïnformeerd over de stand
van zaken van het inkoopproces van de maatwerkvoorzieningen Wmo in natura en de
persoonsgebonden budgetten en de mogelijke financiele gevolgen. In de brief wordt de
raad ook geïnformeerd over jeugdhulp en risicomanagement.
Ten behoeve van de resultaten van de aanbestedingsprocedure en de nog te organiseren
contractondertekening doet KplusV een tekstvoorstel, dat voor de communicatieadviseurs
als input kan dienen voor een persbericht. Communicatieadviseurs zorgen voor
verspreiding naar de pers; een vergelijkbaar bericht wordt tegelijkertijd geplaatst op de
gemeente-websites e.d. De toon van de communicatíe zal koft en zakelijk zijn. Reden
daarvoor is dat vanwege de bezuinigingen soberheid gepast is. Eind november wordt er
een ondertekeningmoment georganiseerd. Programma en uitnodiging wordt nog opgesteld
in overleg met communicatieadviseurs.
Pagina 11
*
Overig
Nadere specificatie:
.t
Overig
OVERLEG GEVOERD lrlET
IInvullnstructie]
Intern:
Hans Janssen, projectleíder; Jos Verheesen, financiën; Frank van Beeck, beleids-
coördinator.
Wijze van voorbereiding
/
medeadviseur(s):
Inkoopteam Wmo Midden-Limburg, werkgroep juristen Midden-Limburg, werkgroep
controllers Midden-Limburg, kwartiermakers Midden -Limburg. De hoofdlijnen uit dit
collegevoorstel zijn op 16 oktober 2Qt4 met de portefeuillehouders Midden-Limburg
doorgesproken.
BIJLAGEN
Ooenbaar:
Bijlage 1: Overzicht aanbieders met gegund uitvoeringscontract Wmo 2015
Niet-openbaar:
Bijlage 2: Overzicht tarieven gegunde aanbieders Wmo 2015 (onder geheimhouding)
Bijlage 3: Overzicht maximum budgetten per aanbieder Wmo 2015 per gemeente (onder
geheimhouding)
Pagina 12
B¡jlage 1: Aanbieders per gemeente
q¡
o
o
Bestaande aanbieders
rtt
¡
o
vlI
-c
I
3
a
o
{,
q,
vt
(¡
Ell
x
Zorqqroeo, Venlo
Proteion Thuis, Hevthuvsen
03 Itjchtinq Land van Horne, Weert
o4
05
o6
o7
08
09
10
11
72
13
14
15
16
t7
t(
Beek en Bos, Hevthuvsen
Orbis GGZ BV. Sittard
Orbis Thuiszorq. Sittard
MetGGZ, Roermond
Moveoo, Roermond
Levanto Groeo, Heerlen
PGZ, Nederweert
Stichting Wonen Plus, Sittard
Stichtinq PSW, Roermond
x
x
x
x
Daelzicht. Heel
Perqamiin, Echt
Koraal Groep, Sittard
SGL, Sittard
x
x
1B
19
Coöoeratieve Limburose Zoroboeren. Roermond
x
20
De Seizoenen, Roqqel
Dichterbij (Sticht¡nq ) Gennep
Privazorg, Amersfoort
23
24
25
26
Zorgsamenwerkingsverband Leudal, Nederweert,
Weert (=CarePlus). Roqoel
Autisme Beqeleidinq.nl, Helmond
Vincent van Gogh, Venray
Ruich Mentale Zoro. Venlo
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
ABC Zorq. Echt
De Port, Zoroboerderii. Keloen Oler
Vleuqelzorq, Echt
Anacare, Echt
Ultima Zorqoroeo
Zorgqroeo De Bosbeek
Radar, Venlo
Embrasse, Susteren
DPC, Almere
Vitaal Thuiszorq, Didam
Face to Face, Budel
Jan Arends B.V.. Zwolle
OZO doe ik mee, Heel
Hands 2 Support
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
0,
(¡,
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
¡
¡
x
I
I
x
x
a,
(^
x
3
vtI
¡
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
I
T
T
x
q¡
q,
ì
t!
o
Itq
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
J
o
x
x
x
x
x
x
x
o
(t
E
tu
x
x
z
x
¡
x
o
t¡t
x
x
tt
o
o
d
o
E
IJ
o
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
o
o
I
É,
x
x
x
x
x
It
x
,(
x
x
x
x
x
x
x
x
x
o
gl
Ito3
¡¡¡
2A
o
ú,
o,
x
!
27
o
o
d
z
x
x
x
x
o
Nieuwe aanbieders
E
o
ì
ll
x
x
t
o
x
x
x
x
x
x
Professionals in NAH, Lochem
Altra Cura, Geleen
27
22
x
x
x
x
rtÊ
É
o
t!
o
E
l¡J
01
o2
I
_9
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ê
o
L
0,
Nieuwe aanbieders
UI
f
vtI
E
I
l¡¡
42
43
44
Bureau Sas. Horn
Senloren Serulce. Rotterdam
Eiqenwiis in Zorq, Buqqenum
E
!a
o
J
t tt
o
ol
o
1!
t!
I
a¡
È
o
E
o
2
gC
€IE
E
o
o
o
0l
E
o
E
L
o
c,
t
t,
=
GEMEENTE
vvEERT
Aan de leden van de Gemeenteraad van Weert
Weert, 29 oktober 2014
Onderwerp: Inkoop Wmo en leugdhulp & risicomanagement
Geachte leden van de raad,
In deze brief informeren wij uw Raad over de stand van zaken met betrekking tot de
inkoop van de nieuwe taken Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), inkoop
Jeugdhulp en risicomanagement sociaal dometn.
Mijlpaal
De directe aanleiding is het bereiken van een mijlpaal in de transities Wmo en Jeugdhulp.
Met het vaststellen van de collegevoorstellen Inkoop Wmo en Jeugdhulp zíjn de afspraken
met nagenoeg alle aanbieders tijdig geregeld en is daarmee de zorgcontinuïteit voor onze
burgers gewaarborgd.
Zoals u weet is dit gebeurd onder een immense - door het R¡jk opgelegde - tijdsdruk.
Zowel zorgaanbieders als de samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg hebben zich
maximaal ingespannen om dit resultaat in deze complexe transitieopgave te bereiken.
Over de resultaten van de inkoop wordt uw raad per transitie onderstaand geïnformeerd.
I. Transitie Wmo
Proces inkoop
In het kader van het inkoopproces zijn in augustus 20L4 raamovereenkomsten afgesloten
met 50 aanbieders, die voldeden aan de door gemeenten gestelde eisen. De
Raamovereenkomsten vormen het kader voor het sluiten van Uitvoeringscontracten tussen
individuele gemeenten en aanbieders waarin concrete afspraken over tarieven en
budgetten worden gemaakt. Deze aanbieders hebben de mogelijkheid gekregen een
inschrijving te doen. Uitgangspunt hierbij was dat het maximumbudget per aanbieder niet
hoger mocht zijn, dan de gerealiseerde kosten in 2013 minus een generieke korting van
25o/o.
In totaal hebben 43 aanbieders een inschrijving ingediend. Er hebben inkoopgesprekken
plaatsgevonden. Naar aanleiding van de inkoopgesprekken zijn inschrijvingen bijgesteld.
Het resultaat van het inkooptraject is dat het gehanteerde uitgangspunt om 25olo
budgetkort¡ng op de kosten 2013 door te voeren is gerealiseerd.
Dit proces heeft uiteindelijk geleid tot het afsluiten van de uitvoeringsovereenkomsten met
43 aanbieders voor de 7 samenwerkende gemeenten.
Wilhelminasingel 101
Correspondentie: Postbus 950, 6000 AZ Weert
Telefoon: 14 0495 of (0495) 57 50 0O - E-mâ¡l: [email protected]
Website: www.weert.nl - Tw¡tter: www.twltter.com/gemeenteweert
Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande aanbieders en nieuwe aanbieders. Met de
bestaande aanbieders wordt een maximumbudget vastgelegd voor 2015. Deze aanbieders
moeten binnen het maximumbudget zowel de ondersteuning van bestaande cliënten (met
overgangsrecht), alsmede de instroom van nieuwe cliënten, mits binnen redelijke margesf
opvangen. Zonder expliciete toestemming van de gemeente mag de aanbieder niet
factureren boven het maximumbudget.
Met nieuwe aanbieders worden enkel tariefafspraken gemaakt. Deze nieuwe aanbieders
kunnen en zullen alleen dan worden ingeroepen, wanneer op gemeentelijk niveau sprake
is van onderbesteding door andere aanbieders, waardoor er niet besteed budget vrijvalt.
Deze herschikking vindt op twee momenten in 2015, in juli en in oktober, plaats.
Conclusie
In de exploitatieopzet Wmo is voor heel Midden-Limburg een bedrag geraamd voor inkoop
ter hoogte van € 17.197.246,-- Het resultaat van het inkoopproces is dat het totaal aan
vastgestelde maximum budgetten van bestaande aanbieders voor Midden Limburg
nagenoeg hierop aansluit. Er is een overschrijding van € 447.769,- (=3olo). De verschillen
tussen gemeenten variëren van een overschrijding van I2o/o tot een onderschrijd¡ng van
9olo. De verschillen worden veroorzaakt door het zuiver toepassen van het
woonplaatsbeginsel door de aanbieders. Deze informatie is pas in oktober 2014 bekend
geworden en gemeenten hebben hier geen invloed op kunnen uitoefenen.
Budget i nkoop
l,
Totaal gecontracteerde
€
2,666.481
2, Ler-rdal
ç
2,t182.339
¿
3, l4aðsqEuw
+, Neclerweert
t
1,549.79e €
1,141,099 t
1452,552 €
5,342,396
3,002 ,580 ê
Echt-Susteren
5, RÉerdalEn
6, Roermond
7, Weeft
Iotaal
E
rJ,75J.246
Verschil (bedrag)
maximum budgetten
Verschil
(%j
2,764.57t €
-98,090
-4%
2, 17tt,375
ê
-BB,036
4%
1,415.58S
e
L34,?09
e%
,095.û45 €
7.32t.A7A €
tl54
sYo
130.574
e%
J ,J¿J.OÚ!
Ë
-223.490
3,355.672
€
353.092
17,639.U 15
e
-441.759
1
5
6,
4%
-L¿IO
3%
De dekking voor de overschrijding van gemeenten met een tekort voor de inkoop, kan
worden gevonden in de post onvoorzien (en verwachte extra inkomsten uit eigen
bijdragen) binnen de exploitatieopzet Wmo nieuwe taken waarmee budgettaire neutral¡teit
wordt gehandhaafd. Er is in de exploitatieopzet rekening gehouden met 5olo aan
onvoorziene kosten.
Persoonsgebonden budgetten nieuwe taken Wmo
Persoonsgebonden budgetten (PGB's) horen niet bij het inkooptraject, omdat de klant met
een PGB zelf een contract sluit met een dienstverlener naar keuze. Bij het opstellen van de
exploitatieopzet is uitgegaan van de beschikbare beleidsinformatie van Vektis (juli 2014).
Op basis van deze gegevens was de budgettaire neutraliteit gewaarborgd.
2
Op basis van op 7 oktober jongstleden beschikbaar gestelde gegevens, wordt het in de
exploitatieopzet geraamd budget voor PGB's Wmo fors overschreden, zoals u¡t
onderstaand overzicht blijkt.
Budget PGB
exploitatieopzet
PGB'S
Wmo
Echt-Susteren
Leudal
Maasoouw
€
€
e
Nederweeft
c
Roerdalen
Roermond
€
Weert
€
€
e
Totaal
1.062.883
978.832
765.095
624.736
52A.A4t
L.252.964
1.152.633
6.365.984
Raming uitgaven
2015 obv
klantgegevens okt
2014
c
1.394.393
c
€
€
€
€
e
e
Verschil
€
7.124.694 e
841-727
601.807
684.691
7.556.A77
1.586.890
7.79L.OAO
e
€
€
€
e
€
-331.510
-145.462
-76.632
22.929
-1s5.850
-303.913
-434.257
-1.425.096
Deze overschrijding l¡gt n¡et in de lijn van de landelijke verwachtingen, waarbij een daling
van
PGB uitgaven werd verwacht. Het landelijke ondersteuningsteam decentralisaties
(OTD) is ingeschakeld om de juistheid van deze raming te onderzoeken vanwege de sterke
afwijking van de landelijke verwachtingen. Daarnaast z¡jn de verwachte inkomsten uit
eigen bijdragen hier nog n¡et in meegenomen. Naar verwachting wordt het tekort op het
PGB-budget Wmo naar beneden bijgesteld. Hierover wordt een separaat collegevoorstel
voorbereid. Uw raad wordt hierover in een aanvullende raadinformatiebrief geïnformeerd.
ff. Transitie Jeugd
Het collegebesluit van 28 oktober 2014 over inkoop jeugdhulp is de uitkomst van het
wervingsproces Jeugdhulp zoals beschreven in de "leidraad werving jeugdhulp MiddenLimburg" en de werkwijze voor de inkoop jeugdzorg plus zoals op I juli 20t4 door de 7
colleges vastgesteld. In de werving voor 2015 staat vooral het bieden van verplichte
zorgcont¡nuiteit en de financiële taakstelling van minimaal 25%o lagere lasten centraal.
Het behelst eenduidige besluitvorming in de 7 Midden-Limburgse gemeenten voor de
werving vóór 1 november van;
. inkoop van de gespecialiseerde jeugdhulp bij 21 aanbieders. Met 21 instellingen
wordt een uitvoeringscontract gespecialiseerde jeugdhulp 2015 afgesloten. Met elk
van deze aanbieders wordt door de samenwerkende 7 Midden-Limburgse
gemeenten een budget afgesproken voor díe producten, waarop de desbetreffende
aanbieder heeft i ngeschreven;
o vaststellen van tarieven voor vrijgevestigde aanbieders conform procedure in de
leidraad;
. subsidiëring van gespecialiseerde jeugdhulp bij 4 subsidieaanvragers;
o jeugdzorg plus als onderdeel van bovenregionale inkoop.
De gevraagde bezuiniging van 25o/o is door veel partners gerealiseerd. Helaas heeft dit
niet geleid tot een sluitende begroting jeugdhulp voor 2015, Dit wordt veroorzaakt door:
o functies die beschikbaar moeten zijn als bedden, verblijf functies, pleegzorg,
jeugdbescherming, jeugdreclassering en crisisopvang kunnen de korting niet of
.
.
niet volfedig realiseren;
een aantal partners heeft een (flinke) stijg¡ng gehad in omzet ten opzicht van
2012 (het ijkjaar voor het macrobudget). Deze stijging ongedaan maken plus een
kofting van 25o/o op de omzet van 20t2 ís niet realistisch haalbaar;
een deel van het tekort vindt zijn oorzaak in de offerteaanvraag van een van de
aanbieders waarmee nog geen overeenstemming is.
3
Conclusie
Zoals uit de exploitatieberekening blijkt kunnen niet alle kosten voor de uitvoering van
jeugdhulp worden opgevangen binnen de financiële kaders die de gemeenteraad heeft
gesteld (budgettaire neutraliteit) Er resteert uiteindelijk een tekort van op dit moment
€ 0,9 miljoen voor Midden-Limburg.
Dekking financieel tekort.
Zoals hiervoor aangegeven bedraagt het voorlopig tekort € 0,9 miljoen. Indien er sprake is
van een tekort dient de gemeenteraad, vanwege haar budgetrecht, een aanvullend budget
beschikbaar te stellen. Feitelijk wordt de gemeente nu voor een meervoudig dilemma
geplaatst:
. De inkoopcontracten en subsidiebeschikkingen moeten vóór 1 november 2O74 bij de
aanbieders / aanvragers zijn kenbaar gemaakt vanwege dwingend gestelde landelijk
gestelde termijnen;
. Continuiteit van zorg moet worden gewaarborgd;
o De onzekerheid in de ontwikkeling van de zorgkosten is en blijft aanwezig;
. Ontwikkelingen rondom het AWBZ-gat, de PGB's en de uitkomsten uit het overleg met
een aanbieder zijn nog n¡et duidelijk.
Ondanks deze onzekere ontwikkelingen, zowel voor jeugdhulp als voor Wmo, achten wij
het vooralsnog niet nodig uw raad voorstellen te doen voor extra budget. In de
risicoparagraaf van de begroting 2015 is rekening gehouden met een mogelijk tekoft. Het
in deze paragraaf eveneens berekend weerstandsvermogen (algemene reserve en
eventuele bestemmingsreserves) kan als achtervang dienen van dit mogelijk tekort.
III. Belangrijkste risico's
Begin juli is tijdens de Raadsinformatiesessie voor de drie gemeenten in Midden-Limburg
West een toelichting gegeven op het inkooptraject. In het inkooptraject zijn maatregelen
getroffen om belangrijke risico's bij de decentralisaties te beheersen. Het betreft de
continuiteit van de zorg en van zorgaanbieders en het tijdig realiseren van inkoop en
aanbesteding.
In de raadsinformatiebrief van juli hebben we de belangrijkste aandachtspunten of risico's
genoemd waar de gemeenten op sturen:
. continuiteit van zorg en zorgaanbieders;
. tijdig realiseren van de inkoop/aanbesteding;
. tijdig onderkennen van de vraag (naar inhoud en omvang);
. accuraat kunnen beheersen van incidenten;
. tijdig inrichten van de eigen organisatie;
. realiseren van de benodigde cultuurverandering bij gemeenten aanbieders,
ketenpartners en burgers;
o laten slagen van de samenwerking tussen gemeenten;
. realìseren van de informatievoorziening;
¡ het voorkomen van stapelingseffecten
en dat alles binnen de gestelde financiële kaders.
Met het vaststellen van de collegevoorstellen Inkoop Wmo en Wervingsproces Jeugdhulp
zijn belangrijke stappen gezet om risico's te verminderen of te elimineren voor de
continuiteit van zorg en zorgaanbieders en voor het tijdig realiseren van de
inkoop/aanbesteding binnen gestelde fi nanciële kaders.
4
Financieel kader
Er zijn echter nog attentiepunten bij het realiseren van de inkoop en aanbesteding binnen
het financiële kader. In de risicoparagraaf van de begroting is er reeds melding van
gemaakt dat als gevolg van de inwerkingtreding van de Jeugdwet en de nieuwe WMO op
1-1-2015, en de in verband daarmee naar de gemeente overgehevelde middelen c.q. de
daarop uitgevoerde kortingen, de kans bestaat dat de uitgaven voor dit onderdeel de
inkomsten overtreflen met als gevolg dat omvangrijke overschrijding van de geraamde
budgetten kunnen plaatsvinden,
Op dit moment zijn er nog risico's op 3 niveaus:
1.
Afspraken met zorgaanbieders: met de meeste aanbieders hebben we afspraken
kunnen maken binnen de financiële kaders, Aan de opgelegde korting/taakstelling
wordt voldaan. In een enkel geval is dat niet gelukt en is opgeschaald.
2.
Over een aantal posten bestaan nog onzekerheden over de hoogte van de lasten en
de verdeling per gemeente. Dit betreft met name de gegevens over PGB bij Wmo ,
waarover de gemeenten vragen hebben gesteld aan het landelijk transitiebureau en
de Staatsecretaris.
Bij de Jeugdhulp zijn er verschillen tussen werkelijke cijfers, de cijfers die instellíngen
aangeven en cijfers die van Vektis (het centrum voor informatie en standaardisat¡e
voor zorgverzekeraars). Hierdoor is het bijna onmogelijk om per gemeente een
betrouwbare raming te maken van de te verwachte lasten jeugdhulp in 2015.
3.
Door de onzekerheid over de cijfers kan de realisatie in 2015 afwijken ten opzichte
van de begroting, zowel voor de regio als geheel als per gemeente.
Enkele voorbeelden van maatregelen
Om binnen de financiële kaders te blijven, hebben de gemeenten naast de
beleidsmaatregelen zoals verwoord in de diverse beleidsdocumenten de volgende
maatregelen genomen:
1.
Met één grote zorgaanbieder van Jeugdhulp is niet tijdig een overeenkomst gesloten.
Voor het verstrijken van de deadline is opgeschaald naar de Transitie Autoriteit Jeugd
met het doel om zo snel mogelijk tot een overeenkomst te komen waarmee
continuiteit van zorg en zorgaanbieder binnen de financiële kaders geregeld kan
worden.
2.
De afstemming met de transitiebureaus en de opvolging op de brief aan de
staatssecretaris inzake de onverklaarbare afwijkingen in AWBZ-budget wordt
geintensiveerd om het benodigde inzicht te krijgen.
3.
de cijfers voor Jeugdhulp per gemeente niet voldoende betrouwbaar zijn,
hebben de colleges op 9 september jl. gezamenlijk ingestemd om voor 2015 overte
gaan tot vereven¡ng van lasten, onder voorbehoud van goedkeuring door de Raad in
december. In het collegevoorstel wordt uitvoering aan dit besluit gegeven door een
voorstel aan de gemeenteraden door te leiden.
4.
Voor de sturing en monitoring richten de samenwerkende gemeenten in MiddenLimburg een regie-organisatie in, waarbij beleid, inkoop en control een sleutelrol
spelen. De sturing en monitoring betreft primair de regie op de aanbieders en de
rapportage aan uw Raad, college en management.
Omdat
5
Tot slot
Zoals toegezegd informeren wij uw Raad periodiek over de ontwikkelingen in het sociale
domeín. Met de op te richten klankbordgroep 3D van de Raad zullen concrete afspraken
worden gemaakt over de wijze waarop u geinformeerd wilt worden.
Met vr¡endelfke groet,
en wethouders,
M.H.F
pen
gemeentesecretaris
6