23 november - Krijtberg

LEZINGEN
&MEDITATIES
Meditatieve Mis
26 oktober 2014
30ste zondag door het jaar - A
DE KRIJTBERG
AMSTERDAM
MEDITATIEVE MIS
S
I
N
G
E
L
4
4
6
Eerste lezing uit het boek Exodus
(Ex.22, 20-26)
Zo spreekt de Heer:
“U mag een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven
niet moeilijk maken, want u hebt zelf als vreemdeling in Egypte
gewoond. Weduwen en wezen moet u geen onrecht aandoen. Als
u hun tekort doet en hun klagen tot Mij opstijgt, dan zal Ik gehoor
geven aan hun klagen. Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard
zal Ik u doden: uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen.
Als u aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in
uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. U mag geen
rente van hem eisen. Als u iemands mantel in pand neemt, dan
moet u die voor zonsondergang aan hem teruggeven. Hij heeft niets
anders om zich mee toe te dekken, het is de beschutting van zijn
blote lichaam, hij moet erin slapen. Roept hij Mij om hulp, dan zal Ik
hem verhoren, want Ik ben vol medelijden.”
2
7
SUGGESTIES TER OVERWEGING
De lezingen van deze zondag nodigen ons uit om na te denken over
de relaties die wij hebben met God, met de naaste(n) en met onszelf.
Voor Jezus, en dus voor christenen, zijn deze relaties een wezenlijk
onderdeel van het bestaan, letterlijk deel van ons eigen wezen. Ze
zijn niet optioneel, want zonder deze relaties zouden we niet alleen
minder zijn, we zouden niet eens (onszelf ) zijn. Ze behoren ook
de bril te zijn waardoor wij naar de wereld en naar andere mensen
kijken. Ze behoren ook de bril te zijn, waardoor we in de spiegel
kijken.
>>> G
od nodigt mij uit om mij rustig in zijn gezelschap te
plaatsen.
Ik probeer mij bewust te worden van mijn verlangen om enige
tijd in stilte met Hem door te brengen. Ik probeer mij bewust
te worden van mijn hart, mijn ziel en mijn verstand.
Kan ik de liefde erin voelen? Naar wie gaat deze liefde uit?
Wordt ze wellicht ook ergens door tegen gehouden?
Kan ik dat ervaren en benoemen?
6
Antwoordpsalm
(Psalm 18 (17); 2-4,47,51)
Antifoon (allen): Heer, ik heb U lief, mijn kracht.
Heer, ik heb U lief, mijn kracht,
mijn rots, mijn vesting en mijn bevrijder.
Mijn God, steenrots waarop ik vlucht,
hoorn van mijn heil, mijn schild en burcht.
Lof zij de Heer: één roep om Hem
en ik was van mijn vijand bevrijd.
Leve de Heer, gezegend is mijn steenrots,
eer aan God die mij redt.
Grote triomfen schenkt Hij zijn koning,
Hij bewijst liefde aan zijn gezalfde.
Antifoon (allen): Heer, ik heb U lief, mijn kracht.
3
Tweede lezing uit de eerste brief van de apostel Paulus
aan de christenen van Tessalonica
(Tess. 1; 5-10)
Broeders en zusters,
U weet trouwens zelf wel hoe wij ons voor u hebben ingezet toen we
bij u waren.
En u bent navolgers geworden van ons en van de Heer, toen u het
woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met
vreugde van de heilige Geest. Zo bent u een voorbeeld geworden
voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaje. Want van u uit heeft
het woord van de Heer zich verbreid, en niet enkel in Macedonië
en Achaje, maar overal is uw geloof in God bekend geworden. Wij
hoeven daar niets over te zeggen. Want zij vertellen zelf hoe ons
optreden bij u is geweest en hoe u zich van de afgoden tot God hebt
bekeerd, om de levende en waarachtige God te dienen, en om uit de
hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt:
Jezus, die ons redt van de komende toorn.
4
Lezing uit het evangelie volgens Matteüs (Mat. 22; 34-40)
In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat
Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. En een van hen, een
wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: “Meester,
wat is het voornaamste gebod in de Wet?” Hij antwoordde hem: “Gij
zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel
en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het
tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”
5