Begroting 2015 Voorwoord Op 19 maart 2014 hebben de gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden en op 5 juni jongstleden is ons college aangetreden. Wij bieden u onze eerste begroting aan. Deze begroting geeft een eerste aanzet om de ambities uit het coalitieakkoord ’Mensen maken onze stad’ waar te maken. Ambities die we niet alleen met minder middelen moeten realiseren, maar ook met minder personele capaciteit. Dit vraagt om een andere rol van de gemeente, innovatieve werkwijzen en het stellen van prioriteiten. De koers van regisserende gemeente dragen wij ook in deze coalitieperiode blijvend uit. Onze ambities zullen wij, zoals verwoord in het coalitieakkoord, op een financieel degelijke en evenwichtige wijze realiseren. Door Rijksbezuinigingen staat de gemeentelijke begroting echter al jaren onder druk. De afgelopen jaren zijn, mede naar aanleiding van de kerntakendiscussie, forse bezuinigingen doorgevoerd. Deze taakstellingen uit het kerntakenboek zijn nog niet allemaal gerealiseerd. Vooral op het gebied van bedrijfsvoering staan we (tijdelijk) nog voor een aantal grote opgaven. Hierover wisselen we nog dit kalenderjaar met uw raad van gedachten. Ondanks de te verwachten bezuinigingen geeft de begroting 2015 onverwacht meer financiële ruimte door de effecten van de meicirculaire. Deze incidentele ruimte in de begroting benutten we om de ambities uit het coalitieakkoord om te zetten in concrete maatregelen. Voorbeelden daarvan zijn een wijkbudget voor bewonersinitiatieven, innovatieve en duurzame projecten, evenals de ondersteuning van starters op de woningmarkt door het voortzetten van de startersleningen. Wij hebben in de begroting 2015 nog geen ramingen opgenomen om de problematiek rondom de ECI Cultuurfabriek op te lossen. Naar verwachting zal uw raad in de vergadering van december 2014 hierover een standpunt innemen. De financiële gevolgen hiervan worden afzonderlijk ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Met ingang van 1 januari 2015 treden de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de nieuwe Jeugdwet en de Participatiewet in werking. Uitgangspunt tijdens de voorbereiding op deze ingrijpende veranderingen is goede en bereikbare zorg, maatwerk en een vangnet voor de meest kwetsbare inwoners van onze stad. Ondanks de zorgvuldige voorbereiding gaat de inwerkingtreding van beide wetten gepaard met grote risico’s. Wij monitoren de ontwikkelingen in 2015 vanaf de eerste dag en bespreken de resultaten hiervan periodiek met uw raad. Zo nodig leggen wij tijdens het begrotingsjaar al voorstellen tot bijstelling voor aan uw raad. De opzet van de begroting 2015 is nieuw ten opzichte van 2014. We hebben de programma’s van het coalitieakkoord als uitgangspunt genomen. Nog in de loop van dit kalenderjaar stemmen wij met een klankbordgroep uit uw raad de inhoud en de totstandkoming van de Kadernota 2016 af. Het is voor ons en uw raad een uitdaging om de gemeente de komende jaren financieel, economisch en sociaal gezond te houden. Om dat te realiseren houden we vast aan hét uitgangspunt in ons coalitieakkoord: ’Mensen maken onze stad’. Dit betekent dat voor ons de samenwerking met de inwoners, het bedrijfsleven en de maatschappelijke organisaties voorop staat. Frans Schreurs, wethouder financiën, personeel en organisatie, grondzaken en eigendommen. Begroting 2015 1 Begroting 2015 2 Inhoudsopgave begroting 2015 Inleiding Begrotingsopzet Mensen maken onze stad: verbindende schakels De financiële positie: Van kadernota naar begroting Taakstellingen kerntakenboek Decentralisaties in het sociale domein Houdbare overheidsfinanciën Programma’s 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Economie Ruimte Fysieke leefomgeving Zorg en jeugd Arbeidsmarkt en onderwijs Sport en Cultuur Veiligheid Burgers en bestuur Financiën Paragrafen Inleiding 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering (treasury) 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen en participaties 7. Grondbeleid 8. Krimp en vergrijzing 9. Economisch Stimulerend & Sociaal Verbindend Begroting 2015 5 5 6 8 11 11 14 17 19 29 43 53 65 77 87 97 111 121 123 125 131 139 149 157 163 181 185 187 3 Begroting 2015 4 Inleiding De voorliggende begroting 2015 is de eerste begroting die dit college aan de gemeenteraad ter vaststelling aanbiedt. De financiële kaders voor deze begroting zijn door uw raad eerder vastgesteld in de vergadering van 3 juli jongstleden. De kadernota werd door ons toen getypeerd als een ’kadernota light’, omdat bij de totstandkoming (nog) geen rekening kon worden gehouden met de beleidsvoornemens uit het nieuwe coalitieakkoord ’Mensen maken onze stad’. De ambities, die in het coalitieakkoord zijn neergezet, hebben in de programmabegroting hun concrete vertaling gekregen binnen de diverse programma’s. Dit geldt eveneens voor de voorzetting van het eerder in gang gezette programma ’Economisch Stimulerend en Sociaal Verbindend’. De initiatieven die in 2015 in dit kader worden ontplooid, vindt u ook terug in de diverse programma’s. Daarnaast is sprake van een aantal programma-overschrijdende voornemens c.q. ontwikkellijnen. Het gaat daarbij met name om de verbindende schakels uit het coalitieakkoord: de wijk als bindmiddel, duurzaam en innovatief, samenwerking, financieel degelijk en evenwichtig. Deels zijn deze verbindende schakels uitgewerkt binnen de programma’s. Omdat ze programma-overstijgend zijn, worden ze ook in de inleiding nader toegelicht. Begrotingsopzet In artikel 2 van de financiële verordening 2014, vastgesteld op 19 december 2013, is opgenomen dat de gemeenteraad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling vaststelt. Wij hebben ons bij de indeling van de programma’s gericht naar de thema’s uit het coalitieakkoord. Dit leidt tot de volgende 9 programma’s: 1. Economie; 2. Ruimte; 3. Fysieke leefomgeving; 4. Zorg en jeugd; 5. Arbeidsmarkt en Onderwijs; 6. Sport en Cultuur; 7. Veiligheid; 8. Burgers en Bestuur; 9. Financiën. Per programma dient uw raad volgens de verordening het volgende vast te stellen: - de beoogde maatschappelijke effecten, - de te bereiken beleidsvoornemens, - de indicatoren en streefwaarden voor het meten en het afleggen van verantwoording over de effecten van gemeentelijk beleid, - de baten, de lasten en de investeringen. Deze elementen worden in de nieuwe opzet gestructureerd tot uitdrukking gebracht. Ieder programma is onderverdeeld in een aantal producten. Per product worden de volgende vragen beantwoord: - Wat willen we bereiken? - Hoe gaan we dat meten? - Wat gaan we daarvoor doen? - Wat mag dat kosten? Aan het eind van ieder programma volgt nog een overzicht van de totale baten en lasten, de nog te realiseren taakstellingen uit het kerntakenboek en de voorgenomen investeringen. Begroting 2015 5 De programma’s vormen samen het programmaplan. Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) stelt daarnaast een aantal paragrafen verplicht. Het betreft de paragrafen omtrent het weerstandsvermogen, de lokale heffingen, de financieringsfunctie, het onderhoud aan kapitaalgoederen, de bedrijfsvoering, de verbonden partijen en het grondbeleid. Deze onderwerpen lopen dwars door de programma’s heen en worden zo centraal gebundeld. In navolging van het voorgaande jaar hebben we aan deze verplichte onderwerpen twee andere toegevoegd, die in onze gemeente ook breed door de programma’s heen spelen. Het gaat dan om de paragraaf Krimp en Vergrijzing en invulling van de programmalijn Economisch Stimulerend en Sociaal Verbindend. De paragraaf Kerntakendiscussie en Kerntakenboek is ten opzichte van voorgaande jaren komen te vervallen. De monitoring van de voortgang van de taakstellingen vindt vanaf dit jaar plaats via de reguliere planning- en control cyclus. De diverse detailoverzichten, die bij de begroting horen, zijn apart ondergebracht in een bijlagenboek. Mensen maken onze stad: verbindende schakels De samenleving verandert sneller dan ooit. De rol van de overheid ten opzichte van de samenleving wordt herijkt, het takenpakket verandert en technologische ontwikkelingen zitten in een stroomversnelling. De huidige mondiale economische en politieke situatie heeft ook impact op lokaal niveau. Sturing is meer dan ooit noodzakelijk: nadenken over onze toekomst en daar bij passende strategische doelen is belangrijk én activeert. Hoewel onze huidige strategische visie nog maar zes jaar oud is, is in deze periode zoveel gebeurd dat we onze strategische doelen opnieuw onder de loep moeten nemen. In 2015 wordt daarom (in co-creatie) een nieuwe strategische visie opgesteld. De voorbereidingen hiervoor zijn gestart. Alle inwoners maken onderdeel uit van onze lokale samenleving en geven daar vorm aan. Optimaal gebruik maken van ieders talenten is daarbij erg belangrijk. Als gemeente gaan we de wijk in en naar de mensen toe. Vanuit de wijken en dorpen stimuleren we de sociale cohesie en de leefbaarheid. Dit vraagt van de gemeente een regisseursrol en een verbindende en transparante manier van communiceren. De wijken en de wijkaanpak staan centraal in ons beleid. Met de nota Mensen maken de wijk ‘herijking wijkgericht werken’ uit 2010 en de uitvoering hiervan in de afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van wijkontwikkeling en wijkgericht werken. De inhoudelijke vernieuwing had betrekking op het inzicht en maatwerk per wijk via wijkprofielen in coproductie met partners (bewoners, ondernemers, organisaties in de wijk, woningcorporaties en welzijnsstichting). In alle wijken zijn daarmee fundamenten gelegd voor een doorontwikkeling. Ook in de Roermondse wijken zullen de komende jaren belangrijke ontwikkelingen samenkomen die de kaders vormen voor deze doorontwikkeling: toename van burgerkracht en –participatie en de decentralisaties in het sociale domein. Deze ontwikkelingen maken de wijkaanpak actueler dan ooit. Dit betekent ook dat wij de doorontwikkeling niet vorm gaan geven vanuit het stadhuis en vanachter het bureau maar samen met onze partners. We starten dit traject met een evaluatie van het wijkgericht werken in de afgelopen jaren om vandaar uit verder te bouwen aan de toekomst. Dat kan ook consequenties hebben voor de wijze waarop onze organisatie is ingericht en functioneert. De werkwijzen van de afgelopen decennia zijn vaak niet meer toereikend voor de toekomst. Op het gebied van economie, bouwen, afval, milieu, bedrijfsvoering en het sociale domein gaan we duurzaam werken in de brede zin van het woord. Begroting 2015 6 De maatschappij waarin we leven is steeds complexer geworden. Samen met de Roermondse burgers gaan we aan de slag om nieuwe oplossingen te vinden voor onze gezamenlijke uitdagingen. Om onze ambities op het gebied van duurzaamheid vorm en inhoud te geven ontwikkelen wij een ‘Duurzaamheidsvisie Roermond’. In deze visie wordt weergegeven wat we verstaan onder duurzaamheid, wat onze doelen zijn en hoe we die gaan realiseren. Op het gebied van innovatie geven wij ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving, ondernemers, maatschappelijke instellingen en organisaties. Onze rol ligt daarbij vooral op het gebied van stimuleren, verbinden en delen van informatie. Daarnaast bekijken we hoe wij als lokale overheid optimaal gebruik kunnen maken van de creatieve denkkracht en het innovatieve vermogen dat in onze stad en regio aanwezig is wanneer we zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Ook wij zullen ons moeten voorbereiden op een structureel kleinere gemeentelijke organisatie. Om het kerntakenboek te kunnen uitvoeren moeten wij onze organisatie omvormen tot een zeer efficiënte, eigentijdse en flexibele werkorganisatie. Als gemeentelijke organisatie moeten wij kwaliteit blijven waarborgen met minder mensen. Mede in dat kader en het verlengde van onze nieuwe strategische visie wordt een lokale innovatienotitie opgesteld. Binnen onze samenleving is veel kennis en expertise aanwezig. Die kennis gaan we dan ook maximaal benutten. De rol van regisserende overheid wordt verder uitgewerkt en opgepakt. Een samenleving waarin iedereen naar vermogen meedoet, geven we niet alleen vorm door iedereen aan te spreken op zijn eigen verantwoordelijkheid maar vooral ook door iedereen in de samenleving te betrekken bij onze plannen, bij de beleidsbepaling en uitvoering van ons beleid. De aanwezige kracht in de samenleving willen we niet alleen inzetten om gemeentelijke projecten, beleid en uitvoering kwalitatief beter te maken. We willen burgers ook meer de ruimte geven om zich te ontwikkelen. De wijken zien wij als ‘arena’ waar initiatieven ontstaan en zich verder ontwikkelen. Daarvoor is een andere rol van de gemeente vereist: meer op afstand staand, ondersteunend daar waar dat gevraagd wordt en sneller reagerend op de dynamiek in de samenleving. Niet loslaten maar veel meer ‘anders vasthouden’. Een andere rolopvatting stelt ook andere eisen aan onze communicatie. Met name ten aanzien van de inzet van meerdere en innovatieve kanalen waarlangs burgerparticipatie wordt georganiseerd. Het betekent ook dat communicatie met inwoners en overige partners in toenemende mate overal in de gemeentelijke organisatie plaatsvindt en dat de gemeentelijke organisatie dus communicatief vaardiger wordt. Dit vereist dat binnen de organisatie gewerkt wordt aan het versterken van de communicatiecompetenties. Samenwerking met andere gemeenten is voor ons van groot belang, dit geldt zowel binnen als buiten de regio Midden-Limburg. We investeren actief in een goede verstandhouding met de gemeenten in de regio Midden-Limburg. Ook samenwerking buiten de landsgrenzen kan aanzienlijke voordelen opleveren voor onze gemeente, onze inwoners en ondernemers. De complexe opgaven waar we voor staan, vragen ook om een intensivering van de samenwerking met de gemeenten in de regio Midden-Limburg en met andere gemeenten in de provincie, met de Provincie Limburg, de Euregio en daarbuiten. Er wordt al veel samengewerkt, maar het kan meer en beter. Op 1 januari 2015 gaat de netwerksamenwerking Midden-Limburg (SML) – opvolger van de Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg – van start. Een bestuurlijk netwerkberaad, onder voorzitterschap van Roermond, draagt zorg voor de totstandkoming, afstemming en uitvoering van de Begroting 2015 7 Agenda voor Midden-Limburg, Dit gebeurt in samenspraak met deelnemende gemeenten, provincie, rijk, waterschappen, maatschappelijke en private partners. Daarnaast zullen wij onze ambities en het beleid op het gebied van buitenlandse contacten herijken. Uitgangspunt is hoe het leggen van verbindingen met zowel het nabije als het verder weg gelegen buitenland bij kan dragen aan het realiseren van de eerder geformuleerde ambities uit onze strategische visie en het coalitieakkoord. De financiële positie: van kadernota naar begroting Als uitgangspunt voor het samenstellen van de financiële begroting gold de kadernota 2015, zoals die door de gemeenteraad op 3 juli 2014 is vastgesteld. Voorafgaand aan de behandeling van de kadernota hebben wij uw raad door middel van een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld van de uitkomsten van de meicirculaire gemeentefonds en de betekenis daarvan voor het meerjarig begrotingssaldo. De daarin geschetste financiële gevolgen zijn overeenkomstig die brief in deze begroting verwerkt. Op het gebied van afvalstoffen- en rioolheffing hanteert onze gemeente als uitgangspunt de kostendekkendheid van de tarieven. Mutaties in de lasten en baten worden daarom verrekend in de tarieven. Het effect van deze mutaties op het begrotingssaldo is apart tot uitdrukking gebracht. In het coalitieakkoord is ten aanzien van de lokale lastendruk als algemeen uitgangspunt opgenomen, dat de lastendruk voor de burgers zo laag mogelijk wordt gehouden. Daarnaast vraagt een gedegen financieel beleid, dat onze gemeente de inkomsten op peil houdt. Het evenwicht tussen beiden menen wij gevonden te hebben in een belastingscenario, waarbij de gemiddelde lastendruk niet meer stijgt dan de inflatie, zodat er van een reële stijging van de lastendruk geen sprake is. Dit betekent, dat de gemiddelde lastendruk voor het gemeentelijke belastingpakket volgend jaar toeneemt met de prijscorrectie van 1,5%. De gemiddelde lastendruk komt dan uit op € 610,14 ten opzichte van € 601,22 in 2014, een stijging van € 8,92. Ten opzichte van de kadernota nemen de opbrengsten van de onroerende zaakbelastingen hierdoor toe met € 140.000. Per 1 januari 2015 is de onderhoudsplicht voor de schoolgebouwen naar verwachting geen taak meer van de gemeente, maar van de schoolbesturen. In de meicirculaire is daarom rekening gehouden met een uitname van middelen uit het gemeentefonds. De lasten van de investeringen in onderhoud van schoolgebouwen waren nog in het saldo van de kadernota begrepen. Voorgesteld wordt om deze lasten nu te elimineren. Het huisvestingsprogramma schoolgebouwen komt van rechtswege te vervallen als de aanpassing van de wet van kracht wordt. Het aframen van de kapitaallasten van deze investeringen geeft ruimte in de begroting oplopend tot € 130.000. Na de behandeling van de kadernota zijn er drie nagekomen autonome ontwikkelingen die hieronder staan toegelicht. Er is onderzoek gedaan naar en overleg gevoerd over de haalbaarheid van één gezamenlijk sportpark voor voetbal in Swalmen. Enerzijds bleek op basis van extern onderzoek het realiseren van een sportpark voor voetbal aan de Meestersweg niet realistisch, anderzijds bestaat bij de beide voetbalverenigingen geen draagvlak voor (een onderzoek naar) een gezamenlijke locatie aan de Oude Baan in Swalmen. De consequentie van bovenstaande is dat er ook een besluit genomen dient te worden over het hoofdveld gelegen binnen sportpark de Bosberg. Dit hoofdveld is van matige kwaliteit. Aangezien VV Swalmen voor een langere periode gebruik blijft maken van dit sportpark en het hoofdveld een Begroting 2015 8 belangrijk speelveld is, wordt u via een afzonderlijk voorstel gevraagd voor de renovatie van dit veld een krediet beschikbaar te stellen van € 115.000. De structurele lasten van dit krediet zijn in de begroting 2015 opgenomen. Voor het schooljaar 2014/2015 zijn nieuwe contracten afgesloten met vervoerders voor het leerlingenvervoer. De aanbesteding heeft plaatsgevonden op basis van een regionale aanbesteding. Dit in de veronderstelling dat het goedkoper zou kunnen zijn. Sinds medio augustus weten we op welke wijze het vervoer plaatsvindt en wat dat ongeveer gaat kosten. Sinds 2011 kent het leerlingenvervoer een tekort, dat uiteindelijk door indexeringen is opgelopen tot ruim € 100.000 (op een budget van € 800.000). Het is bovendien een zogenaamde “open eind regeling”. De nieuwe aanbesteding zal dit tekort, naar nu blijkt, niet terugbrengen. Gezien de veranderingen, die in het onderwijs hebben plaatsgevonden, is het naar de toekomst toe wel de verwachting dat het leerlingenvervoer zal afnemen. Daarom wordt voorgesteld het budget voor 2015 met € 100.000 op te hogen en bij de kadernota 2016 te bezien of er nog sprake dient te zijn van een aanvulling op het oorspronkelijke budget. Bij circulaire van 27 juni 2014 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de regels omtrent de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers gewijzigd. Deze wijzigingen dienen op lokaal niveau verankerd te worden in de rechtspositieverordening. De eerste indicatieve berekeningen geven aan dat rekening moet worden gehouden met een extra structurele last van € 43.000. Het perspectief van de kadernota ging uit van een te realiseren financiële taakstelling van € 1,5 miljoen uit hoofde van het plan van aanpak herstel structureel begrotingsevenwicht, zoals dat in februari 2014 in de gemeenteraad is behandeld. Tegelijkertijd met deze begroting stellen wij u voor om deze taakstelling ook concreet inhoud te geven, zodat sprake is van een reëel begrotingsbeeld. Het voorstel wordt u apart ter besluitvorming voorgelegd, omdat daarbij sprake is van een wijziging in de uitgangspunten van het financieel beleid, die ook verankerd dient te worden in de financiële verordening ex artikel 212 van de gemeentewet. De wijziging heeft betrekking op het afschrijvingsbeleid ten aanzien van investeringen met een maatschappelijk nut. Hiervan wordt voorgesteld deze niet meer ineens, maar gedurende een bepaalde periode geleidelijk ten laste van de exploitatie te brengen. Voor onze inhoudelijke argumenten verwijzen wij naar het betreffende voorstel. Daarnaast stellen wij voor om enkele ramingen als vervolg op het eerdere zero based budgetting traject aan te passen. De belangrijkste correcties hebben betrekking op de raming van de bijdrage aan de veiligheidsregio en een correctie voor de autonome groei van de onroerende zaakbelastingen in 2016 en volgende jaren. Tot slot stellen wij voor extra geld uit te trekken voor de volgende beleidsvoornemens: - Voorzetting van het armoedebeleid (conform coalitieakkoord, € 150.000 structureel); - Regionale samenwerking (conform coalitieakkoord, € 150.000 structureel); - Opstellen van een nieuwe strategische visie en andere visies zoals, integrale visie binnenstad en nieuwe structuurvisie (€ 125.000 incidenteel). In het coalitieakkoord werd er nog vanuit gegaan, dat dit bedrag ten laste van het jaar 2014 zou worden gebracht; - Structurele inbedding van de middelen ter uitvoering van de motie toeristenbelasting (€ 75.000 structureel); - Structurele voortzetting van de ondersteuning van de activiteiten in het kader van Meer Bewegen voor Ouderen (€ 93.000 structureel); - Invulling van de werkgeversrol in het kader van de participatiewet (€ 25.000 structureel) - Ondersteuning van bewonersinitiatieven in de wijk (€ 40.000 incidenteel); Begroting 2015 9 - Gemeentelijke bijdrage ten behoeve van startersleningen (€ 250.000 incidenteel); Monumentenbeleid (€ 60.000 incidenteel)’; Integrale veiligheid, toezicht en handhaving (€ 100.000 incidenteel); Activiteiten in het kader van 70 jaar bevrijding Roermond (€ 10.000 incidenteel); Ondersteuning burgerinitiatieven (€ 50.000 incidenteel); Uitvoeren nieuwe communicatievisie (€ 15.000 incidenteel). Samengevat ziet het verloop van de kadernota tot de begroting 2015 er als volgt uit: Verloop saldo kadernota - saldo begroting 2015 MJB 2015 MJB 2016 MJB 2017 MJB 2018 Saldo kadernota 2015 Correctie raming herverdeling gemeentefonds Mutaties als gevolg van meicirculaire gemeentefonds 273.000 400.000 351.000 652.000 400.000 496.000 385.000 400.000 374.000 -732.000 400.000 406.000 Stand raadsinformatiebrief 74749-2014 2 juli 2014 1.024.000 1.548.000 1.159.000 74.000 Mutaties gesloten exploitaties heffingen Opbrengst onroerend zaakbelasting Vervallen investeringen onderhoud schoolgebouwen Nagekomen autonome ontwikkelingen: Leerlingenvervoer Renovatie VV Swalmen Rechtspositie raads- en commissieleden 79.000 140.000 24.000 100.000 140.000 107.000 128.000 140.000 131.000 326.000 140.000 130.000 -43.000 -7.700 -43.000 -7.700 -43.000 -7.700 -43.000 1.124.000 1.844.300 1.507.300 619.300 -150.000 -150.000 -125.000 -150.000 -150.000 -150.000 -150.000 -150.000 -150.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -93.000 -40.000 -25.000 -250.000 -60.000 -100.000 -93.000 -93.000 -93.000 -25.000 -25.000 -25.000 Saldo vóór prioriteiten Prioriteiten coalitieakkoord: Voortzetting armoedebeleid Regionale samenwerking Opstellen strategische visie Overige prioriteiten: Structurele inbedding middelen motie toeristenbelasting Voortzetting activiteiten Meer Bewegen voor Ouderen Wijkbudget voor bewonersinitiatieven Invulling werkgeversrol Participatiewet Startersleningen Monumenten Integrale veiligheid, toezicht en handhaving Subjectief veiligheidsonderzoek 70 jaar bevrijding Roermond Burgerinitiatieven Uitvoeren communicatievisie Saldo primitieve begroting Begroting 2015 -100.000 -30.000 -10.000 -50.000 -15.000 -19.000 1.351.300 984.300 126.300 10 Uitwerking plan van aanpak herstel begrotingsevenwicht (1e begrotingswijziging 2015): Correctie stelpost in kadernota: Onderuitputting van ramingen Zero Based Budgetting Herijken financiële uitgangspunten: Effect afschrijven investeringen maatschappelijk nut Kapitaallasten vervangingsinvesteringen kadernota Saldo begroting na invulling plan van aanpak -1.500.000 -1.500.000 -1.500.000 10.000 80.000 144.000 -1.500.000 218.000 1.549.000 1.523.000 -53.000 1.446.000 -119.000 1.439.000 -119.000 40.000 1.401.300 955.300 164.300 De financiële positie: taakstellingen kerntakenboek In navolging van voorgaande jaren zijn de taakstellingen, die voortvloeien ui het Kerntakenboek, opgenomen als te realiseren stelposten. Ten tijde van het opstellen van deze begroting (juli 2014) dienden ten aanzien van de volgende taakstellingen nog concrete uitvoeringsmaatregelen te worden genomen: Taakstelling (bedragen x € 1.000) Taakstellingen bedrijfsvoering Markten en kermissen Museum Evenementen Veiligheid/Halt Gemeentelijke basisadministratie Maatschappelijk vastgoed MJB 2015 2.604 30 100 75 15 50 129 3.003 MJB 2016 2.569 30 100 75 15 50 129 2.968 MJB 2017 2.077 30 100 75 15 50 129 2.476 MJB 2018 216 30 100 75 15 50 129 615 De taakstellingen op het gebied van bedrijfsvoering worden vanaf 2018 als gevolg van de structurele besparingen van de 60+-regeling nagenoeg volledig gerealiseerd. Naar verwachting zullen de resterende taakstellingen in de tussenliggende jaren voor een deel niet gerealiseerd kunnen worden. In het verlengde van het overleg met uw raad over de behandeling van de kadernota 2016 willen wij ook met u van gedachten wisselen over de stand van zaken van de resterende bezuinigingsopdrachten. De financiële positie: decentralisaties in het sociale domein Met de drie decentralisaties – Jeugdzorg, Wmo en Participatiewet – krijgen gemeenten er per 1 januari 2015 nieuwe en omvangrijke taken bij. De complexiteit van de uitvoering binnen gemeenten zal fors toenemen. Bovendien gaan de drie decentralisatieoperaties gepaard met flinke bezuinigingsdoelstellingen die opgelegd worden door de Rijksoverheid. Algemene uitgangspunt is, dat de rijksmiddelen (op termijn) voldoende moeten zijn om de taken te kunnen uitvoeren. Meerjarig zijn daarom in de begroting de baten en lasten van de decentralisatietaken budgettair neutraal geraamd. In het kader van het programma ESSV zijn middelen gereserveerd die kunnen dienen als vangnet. Daarnaast beschikt de gemeente nog over specifieke reserves binnen het sociale domein, zoals bijvoorbeeld de egalisatie reserve Wmo (geraamde stand per 01-01-2015: € 4 miljoen). Begroting 2015 11 Op dit moment kennen wij een zorgsysteem dat voornamelijk door de overheid wordt georganiseerd en gefinancierd. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen is dat systeem niet meer vol te houden. In Nederland, en dus ook in Roermond, moeten we de omslag maken van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Iedereen zal straks naar vermogen een bijdrage moeten leveren aan de zorg voor elkaar en voor de samenleving als geheel: jong en oud, mensen met en zonder beperking. Dit vraagt van onze inwoners, de sociale verbanden, de professionals, de instellingen, de gemeenten en zorgkantoor/zorgverzekeraar een cultuuromslag, nieuwe werkwijzen en veranderingen in organisaties. De overheveling van taken per 1 januari 2015 vormt het begin van deze transformatie van het totale sociale domein. Samenhang aanbrengen tussen jeugd, werk en zorg is in de nieuwe situatie absoluut noodzakelijk. De decentralisaties richten zich immers grotendeels op burgers die mogelijk ondersteuning nodig hebben. Het leggen van dwarsverbanden tussen de transities is daarom van groot belang. Niet alleen voor de burgers om wie het uiteindelijk gaat, maar ook voor de uitvoerbaarheid, de beheersing en de financiering. Tegelijkertijd lopen de transities uiteen in fasering, financiering en doelgroepen. Het is niet mogelijk te wachten op de ideale situatie of voorbereiding of om alles met alles te verbinden. Het is zaak de juiste verbindingen te leggen maar toch vaart te maken bij de verdere uitwerking. In 2015 gaan we hiermee aan de slag door samen met onze partners op zoek te gaan naar de ‘cross overs’ tussen de verschillende beleidsontwikkelingen. Hierbij kunt u onder andere denken aan arbeidsmatige dagbesteding, beschut werken en het vervoer van bijzondere doelgroepen. Dat er op regionaal niveau wat betreft de te decentraliseren taken moet worden samengewerkt staat vast. Het is voor de gemeente van belang om in die samenwerking de samenhang in de regio op het gebied van arbeidsmarkt, voorzieningen, zorg, onderwijs, cultuur en recreatie als leidend te beschouwen, uiteraard met oog voor de lokale situatie. Bij het kiezen van vormen van regionale samenwerking speelt de schaal een belangrijke rol. Bepaalde vormen van ondersteuning, zorg voor problematische jongeren & gezinnen en vormen van begeleiding (van persoonlijke verzorging en zorg voor mensen die niet zelfstandig in de samenleving kunnen participeren) zijn goed op laag (lokaal) schaalniveau te organiseren. Voor specialistische zorg ligt een regionale schaal meer voor de hand. Sommige schaarse en/of zeer specialistische voorzieningen functioneren immers op bovenregionaal of landelijk niveau. De te kiezen regionale schaal moet congruent zijn voor de verschillende uit te voeren taken, wat er op neer komt dat die schaal, zoveel mogelijk overeenkomt met de regio’s die nu al bestaan in het sociaal domein. Samenwerking tussen gemeenten kan een goede oplossing zijn om de nieuwe en bestaande taken kwalitatief goed uit te voeren, tegelijkertijd kosten in de hand te houden, risico’s te delen en kwetsbaarheid van processen te verminderen. Afhankelijk van de problematiek en de te kiezen vorm van ondersteuning wordt gekozen voor oplossingen, die zo goed mogelijk aansluiten bij de doelgroep. Soms kan dit het beste op lokaal niveau worden georganiseerd, maar ook ligt vaak een groter schaalniveau (regionaal) voor de hand. Samenwerken is natuurlijk niet nieuw. Ook op de beleidsterreinen waar nu grote decentralisaties op stapel staan, doen gemeenten al het nodige op bovenlokaal niveau. Denk aan de jeugdgezondheidszorg en de samenwerkingsverbanden op het terrein van werk en inkomen. In dat kader heeft de gemeente Roermond op het gebied van arbeidsmarktbeleid binnen de arbeidsmarktregio Midden-Limburg de rol van centrumgemeente toebedeeld gekregen. Begroting 2015 12 In 2015 zullen wij de coördinerende/initiërende rol die wij vervullen in de regio oostelijk MiddenLimburg Oost continueren. Daar waar mogelijk geven wij de (bestaande) samenwerking binnen het sociale domein in het kader van beleidsontwikkeling en bedrijfsvoering verder vorm en inhoud. Zoals gezegd zal de complexiteit van de uitvoering als gevolg van de drie decentralisaties fors toenemen. Met de komst van de nieuwe taken is er extra inzet nodig op het gebied van onder andere monitoring en toezicht, administratie en control, risicomanagement, contractbeheer en informatievoorziening. Er dienen jaarlijks afspraken te worden vastgelegd over het monitoren van de prestaties en het bijbehorende toezicht, over welke informatie hiervoor nodig is, op welke wijze informatieverstrekking plaatsvindt, de wijze waarop bijstelling plaatsvindt gedurende de looptijd van overeenkomsten en hoe de monitoring wordt georganiseerd. De gemeente bepaalt welke gegevens nodig zijn om effectief te kunnen sturen op de uitvoering en welke gegevens nodig zijn om te kunnen bepalen of de gewenste effecten zijn gerealiseerd. Op basis van deze beleidsrelevante informatie zal tactische of beleidsmatige/strategische (bij)sturing vanuit de gemeente noodzakelijk zijn. In de loop van 2015/2016 zal zichtbaar worden of met het ingezette beleid de beoogde resultaten worden bereikt, of de financiële kaders toereikend zijn en zal meer duidelijk worden over de aard en omvang van de nieuwe doelgroepen. Wij zullen deze ontwikkelingen op de voet volgen en daar waar mogelijk anticiperen en bijsturen naar aanleiding van actuele ontwikkelingen. De transformatie van onze samenleving, het tot stand brengen van een participatiesamenleving, is echter een proces dat langere tijd zal duren. Dit proces kan alleen door interactie en samenspel tot stand komen waarbij geen van de partners de absolute zeggingsmacht en regie heeft. Wat nodig is, is een gezamenlijk vernieuwingsnetwerk waarin de betrokken partijen samen de cultuur en condities scheppen voor ingrijpende vernieuwingen en waarin iedere partij zijn eigen rol en verantwoordelijkheid heeft. Onze gemeente investeert als regisseur en eindverantwoordelijke in 2015 in het scheppen van voorwaarden en het inrichten van het vernieuwingsnetwerk, onder andere door het bevorderen dat partijen bij elkaar komen. De inrichting van de bedrijfsvoeringsfuncties, die verbonden is aan de voorbereiding van de transitie van de 3 D’s (decentralisaties) voor het jaar 2014 is opgenomen in het door de gemeenteraad vastgesteld projectplan. Eerder is al geconstateerd dat de implementatie van de bedrijfsvoeringsfuncties ook vanaf 2015 en verder structurele gevolgen kent voor de organisatie. Thema’s zoals risicomanagement, contractbeheer, inkoop en ICT, beleidsontwikkeling, regionale samenwerking en ook de uitvoering van een aantal taken bij de afdeling sociale zaken zullen structureel een beslag leggen op de gevraagde capaciteit van de gemeentelijke organisatie. In de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen zijn de budgetten voor de uitvoering van deze taken inbegrepen. Vooralsnog hebben we een bedrag van € 2,2 miljoen bestemd voor implementatie en uitvoering van deze taken door onze gemeentelijke organisatie. Begroting 2015 13 De financiële positie: Houdbare overheidsfinanciën Mede als gevolg van de economische crisis in de afgelopen jaren en de risico’s die voortvloeien uit bovengenoemde decentralisaties is de aandacht voor de robuustheid van de financiële positie van overheden toegenomen. Voor gemeenten betekent dit dat er niet alleen maar gekeken wordt naar een (meerjarig) sluitende begroting, maar ook naar voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s die worden onderkend en de ontwikkeling van de (netto) schuldpositie. De geraamde stand van de reserves per 1 januari 2015 bedraagt € 49,5 miljoen. Hiervan is een bedrag van € 14,2 miljoen algemene reserve, de overige € 35,3 miljoen zijn bestemmingsreserves. Per 1 januari 2014 bedroeg de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen 32%. Van het totale vermogen is 47% gefinancierd met langlopende schuld, 5% betreft voorzieningen en 16% is gefinancierd met kortlopende middelen. Een en ander is hieronder grafisch weergegeven. Kortlopende schulden 16% Eigen vermogen 32% Langlopende schulden 47% Voorzieningen 5% De aanwezige reserves maken deel uit van de weerstandscapaciteit van de gemeente; het vermogen van de gemeente om op korte termijn tegenvallers te kunnen opvangen. Deze weerstandscapaciteit moet in relatie worden gebracht met de risico’s, waarmee de gemeente bij de uitoefening van haar taken rekening dient te houden. Deze relatie is beschreven in paragraaf 2 Weerstandsvermogen. Daaruit blijkt dat de aanwezige weerstandscapaciteit ruim voldoende is om de risico’s af te dekken. Zoals hierboven aangegeven, is de ontwikkeling van de (netto) schuldpositie een andere manier om de robuustheid van de financiën te beoordelen. Door de VNG is er een model ontwikkeld waarmee getoetst kan worden of er sprake is van houdbare overheidsfinanciën. Houdbare financiën wil zeggen de een gemeente ook in economisch slechte tijden genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Deze benadering wordt al in veel landen toegepast. Het VNG model is gebaseerd op de netto schuldquote (relateert de schuldpositie van de gemeente aan de inkomstenstroom). Begroting 2015 14 Voor een gemeente geldt dat het licht op rood springt als bij een economische schok, zoals we die ook bij de recente financiële crisis hebben gezien, de netto schuldquote boven de 130% uitkomt. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Bij een netto schuldquote boven de 100% springt het licht voor een gemeente op oranje. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0% en 100%. De netto schuldquote van de gemeente Roermond ligt op 64%. Rekening houdend met de actuele investeringsbehoefte in de begroting geeft het VNG model voor de gemeente Roermond het volgende beeld: Netto schuldquote eind 2013-2023 bij economische schok en bezuinigen 90% 80% 70% 60% 50% 40% Netto schuldquote 30% 20% 10% 0% Conclusie naar aanleiding van deze grafiek is dat de financiën van de gemeente Roermond als houdbaar gekwalificeerd kunnen worden, ook wanneer er sprake is van een (nieuwe) economische schok. Ook in dat geval daalt de netto schuldquote op termijn en bevindt deze zich op het hoogste punt op circa 78% (daarmee ruim onder de norm van 100%). Begroting 2015 15 Begroting 2015 16 Programma’s Begroting 2015 17 Begroting 2015 18 Begroting 2015 19 Begroting 2015 20 Programma 1. Economie Programma Producten Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Economisch Beleid Lasten € 976 Economische Stimulering Lasten € 1.995 Baten -€ 75 Economie Begroting 2015 Baten -€ 887 21 Begroting 2015 22 Algemene programmadoelstelling Het stimuleren en faciliteren van de economische dynamiek, werkgelegenheid en participatie. Daarnaast het scheppen van de juiste randvoorwaarden met als doel het verbreden van de basis voor welvaart en welzijn, zelfredzaamheid en maatschappelijke integratie. Strategische visie Roermond 2020 Roermond is een economisch sterke stad met zeer veel werkgelegenheid, voor haar eigen inwoners en voor mensen van (ver) daarbuiten. Dat willen we graag zo houden. Dit betekent wel dat daarin moet worden geïnvesteerd. Beleidskaders - Detailhandelsbeleid (nog vast te stellen); Nota integraal horecabeleid gemeente Roermond (2007); Raadsbesluit 19 december 2013, motie 13M33, uitwerking ESSV projecten; Masterplan Maasplassen (2012)/Nautisch programma van eisen (2013); Evenementennota (2013); Leisure visie, Regiovisie (2013); Duurzaam toerisme (nog vast te stellen). Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ Voor een vitale en ambitieuze stad als Roermond is de economische ontwikkeling van groot belang. Ook in Roermond staan veel bedrijven en sectoren onder druk door de langdurige economische crisis. De gemeente Roermond speelt hierop in en wil ondernemers stimuleren, faciliteren en ook motiveren. Regelgeving mag hiervoor niet onnodig remmend werken en ook de dienstverlening naar de ondernemers wordt verder geoptimaliseerd. Speciale aandacht is er voor het midden- en kleinbedrijf, micro-ondernemingen en ZZP-ers. De maakindustrie is na de zorg de grootste werkgever in Roermond. De gemeente wil in de rol van verbinder en netwerker inzetten op behoud en versterking en op innovatieve stimulansen. Onder meer door samenwerking tussen bedrijven in de regio en over de landsgrenzen heen te stimuleren. Toerisme en recreatie zijn en blijven belangrijke economische dragers. Sterke punten zijn onder ander de Maasplassen, het historische centrum en de winkelfunctie. Samen met betrokken partijen en ondernemers worden deze verder ontwikkeld en versterkt. Ook het langer vasthouden van bezoekers is hierbij belangrijk. De detailhandel is een sterke en onderscheidende sector voor de Roermondse economie. Dit vraagt om een geactualiseerd detailhandelsbeleid waarin verdere versterking en innovatie centraal staan. Voor de binnenstad en omgeving wordt eveneens een visie opgesteld die wordt uitgelicht in de op te stellen structuurvisie, alsmede voor het flankerend beleid voor de binnenstad (zie hoofdstuk 2). Voor een regisserende gemeente als Roermond, is participatie vanuit de samenleving steeds belangrijker en daarmee ook het belang van de wijk- en dorpseconomie. Zo wordt ruimte geboden aan bijvoorbeeld zzp’ers en buurtwinkels en andere particuliere initiatieven in de wijken en dorpen. Ook ontwikkelingen in de (Eu)regio zijn voor de economische ontwikkelingen van Roermond van groot belang en krijgen vanuit de gemeente steun en aandacht. Hierbij zijn regionale samenwerkingen Begroting 2015 23 binnen de Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML), Keyport 2020 en Brainport 2020 essentieel. Afgeleid (of onderdeel van) de nieuwe strategische visie is een economische visie die richting geeft aan de regie die de gemeente voert op een sterke, duurzame en flexibele economie met een goede balans tussen belangrijke economische dragers. De visie is uiterlijk eind 2015 gereed en zal qua proces gelijk lopen met de strategische visie. Product 1.1 Economisch beleid Met het economisch beleid leggen we de kaders vast en scheppen we de juiste randvoorwaarden waarmee richting wordt gegeven aan de gewenste economische ontwikkeling van onze gemeente. Hierbij wordt rekening gehouden met de wensen vanuit het bedrijfsleven en de ruimtelijke kaders. Wat willen we bereiken? We gaan voor een flexibele economie, die sterk en duurzaam is, waarbij wordt ingezet op een sectorale diversiteit. Hierdoor is de Roermondse economie minder gevoelig voor hypes of moeilijkheden binnen één sector. Ook de banden met de grensregio willen we versterken. Daarnaast wil Roermond als economisch sterke stad aantrekkelijk blijven voor gevestigde ondernemers, maar wil de stad ook het juiste vestigingsklimaat bieden aan startende ondernemers en ondernemingen die zich in Roermond willen vestigen. Speerpuntsectoren zijn: x Maakindustrie; x Toerisme en recreatie; x Detailhandel / horeca; x Dienstverlening; x Markten; x Zorg. Het onderdeel zorg komt terug in programma 4. Afstemming tussen vraag en aanbod naar arbeid en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is een belangrijke randvoorwaarde voor een sterke (regionale) economie. Het versterken van de (boven)regionale positie van Roermond als prachtige en levendige stad is een belangrijk uitgangspunt voor ons. Retail en toerisme zijn voor Roermond belangrijke economische dragers. Samen met ondernemers en betrokken partijen zetten we in op het verder ontwikkelen van de sterke punten van Roermond, denk aan de Maasplassen, de historische binnenstad met haar mix aan functies en de overige (detailhandels)clusters. Evenementen zijn een belangrijk onderdeel van het toeristisch-recreatieve product. Ze dragen bij aan de sfeer, beleving en promotie van Roermond en bepalen mede het imago van de stad: een gastvrije stad waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Evenementen zorgen voor extra bestedingen en werkgelegenheid. Dat willen we zo houden en waar mogelijk extra stimuleren. Hoe gaan we dit meten? In 2015 worden een aantal visie en beleidsdocumenten opgesteld, die hieronder verder zijn toegelicht. In dit kader worden ook indicatoren opgesteld om te meten of bovenstaande wordt bereikt. Begroting 2015 24 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? In een interactief proces gaan we een economische visie opstellen, waarbij de inhoud mede tot stand komt met inbreng van organisaties uit het bedrijfsleven en vanuit andere economische partners. Onderdeel van de economische visie is ook de ontwikkeling van de kantorenmarkt binnen de Euregio. Een goed functionerende vastgoedmarkt en het beperken van leegstand blijft in beginsel een verantwoordelijkheid voor marktpartijen, waarbij de gemeente wel een faciliterende functie heeft. We vervullen hier de rol van verbinder en netwerker, waarbij wordt ingezet op behoud en versterking van het vestigingsklimaat en het stimuleren van innovatie, ook denkend aan transformatie. Binnen de economische ontwikkelingen op toeristisch en detailhandelsgebied zorgt de horeca voor een gastvrije beleving en draagt deze bij aan een goed woon- en verblijfsklimaat. We gaan het horecabeleid aanpassen, in samenhang met andere beleidskaders, visie en de uitvoering van de Drank- & Horecawet. We optimaliseren en versterken de positie van Roermond in het (boven)regionaal overleg met gemeenten, organisaties van bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zoals Keyport 2020 (onder andere Economische Uitvoeringsagenda) en Brainport 2020. We stellen een (regionaal) beleidskader voor bedrijventerreinen op, met daarin onder andere aandacht voor ontwikkeling van deze markt binnen de Euregio. Daarnaast zetten we in op het stimuleren van samenwerking tussen bedrijven in zowel de eigen regio als ook over de landsgrenzen heen. We werken samen met organisaties als VVV Midden-Limburg, Citymanagement, SML, Euregio en Ons WCL om te investeren in de sterke punten en de mix van functies (Maasplassen, historische binnenstad en retail) van Roermond,. We gaan de visie ‘duurzaam toerisme’ in de rol van regisseur uitvoeren. Een duurzame ontwikkeling van toerisme in een land, regio of een toeristische bestemming streeft naar een evenwicht in de relatie tussen economische, ecologische en socio-culturele aspecten. Het is een participatieproces dat leidt tot kwaliteitsverbetering waar alle betrokken partijen nu en in de toekomst baat bij hebben. In navolging van het evenementenbudget is voor het stimuleren en ondersteunen van projecten met een promotioneel karakter structureel € 75.000 opgenomen in de begroting. De (uitwerking) motie toeristenbelasting is daarmee afgedaan. De toeristische sector behoudt een adviserende rol bij besteding van de middelen voor evenementen en promotionele, toeristische projecten . Voor het bedrijfsleven en de werkgelegenheid is een goede afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt van belang. We verwijzen hiervoor naar het programma arbeidsmarkt en onderwijs. We blijven inzetten op een sterke en evenwichtige detailhandelsstructuur met een bovenregionale aantrekkingskracht conform de nieuwe detailhandelsvisie. We blijven structureel investeren in evenementen met een bovenregionaal karakter en in evenementen waarmee de stad zich kan onderscheiden van andere steden. Deze evenementen genereren bezoekers en toeristen voor Roermond en de omliggende regio en creëren zo op provinciaal en (inter)nationaal niveau een grotere bekendheid. Bijzondere aandacht heeft het Oud Limburgs Schuttersfeest in 2015 in Roermond. We stellen voor om vanuit ESSV hiervoor € 115.000 beschikbaar te stellen. Begroting 2015 25 We zetten het traject om te komen tot herstructurering van de markten voort en voeren dit uit. De zaterdagmarkt wordt qua sfeer en toeristische aantrekkingskracht vergroot. Hiervoor maken wij een kwaliteitsslag op de markt en gaan wij werken aan een andere opzet van de markt. We stellen voor om vanuit ESSV hiervoor € 50.000 beschikbaar te stellen. Ook in het programma Ruimte komen aspecten terug die van belang zijn voor een goede economie, zoals een goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid. Wat mag dat kosten? Product 1.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 680 -74 0 606 begroting 2014 1.030 -75 -50 905 begroting 2015 976 -75 -105 796 begroting 2016 630 -75 0 555 begroting 2017 634 -75 0 559 begroting 2018 641 -75 0 566 Product 1.2 Economische stimulering Het faciliteren en stimuleren van ondernemers draagt bij aan het bereiken van de doelen van ons economisch beleid. Wat willen we bereiken? Met economische stimulering en facilitering, onder andere het programmaonderdeel Economisch Stimulerend, van ESSV, willen we de doelen van ons economisch beleid bereiken. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We investeren in structurele samenwerking met ondernemers om samen te werken aan draagvlak voor het voorzetten van ondernemersfondsen, de BedrijvenInvesteringsZones (BIZ). We ondersteunen initiatieven, projecten en investeringen van Ondernemend Roermond in de bedrijfsomgeving als het gaat om ‘Schoon, Heel en Veilig’, ‘Attractiviteit en Gastvrijheid’, ‘Bereikbaarheid en Overig’. Wij ondersteunen de BIZ-organisaties om ook na 2015 de BI-Zones voort te zetten. Wij faciliteren hierbij optimaal en stellen voor om vanuit ESSV hiervoor € 50.000 beschikbaar te stellen. We zetten de ondersteuning van en de samenwerking met het Citymanagement voort. Citymanagement speelt een verbindende rol tussen de verschillende thema’s en actoren in de Roermondse economie en voert activiteiten uit die gericht zijn op het behouden en aantrekken van bewoners, bedrijven en bezoekers. We bekijken hoe de te behalen resultaten beter kunnen aansluiten bij de beoogde maatschappelijke effecten. Voor de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen vervult OML de één-loketfunctie. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden van herbestemming van het Yageo terrein. Voor startende ondernemers en ondernemers in problemen continueren wij het in 2014 opgestarte ketennetwerk met partners als het Starterscentrum, Ondernemersklankbord, IMK en UWV. We werken een programma uit voor ondersteuning van (initiatieven van) startende ondernemers en ondernemers in problemen wordt voortgezet en verder uitgewerkt. We stellen voor om vanuit ESSV Begroting 2015 26 hiervoor € 200.000 beschikbaar te stellen. Om de positie van Roermond te verstevigen wordt geïnvesteerd in Citymarketing met ESSV middelen onder de noemer van ‘Gastvrij Roermond’ (€ 35.000). Geïnvesteerd wordt in nieuwe economische impulsen zoals een aantrekkelijke binnenstad met een optimale vorm van beleving en verdere verbetering van de doorstroming van het Designer Outlet Roermond (DOR) naar de binnenstad. Hiervoor is binnen ESSV een bedrag van € 120.000 gereserveerd. Wat mag dat kosten? Product 1.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 1.817 -774 -216 827 begroting 2014 2.110 -883 -919 308 begroting 2015 1.995 -887 -790 318 begroting 2016 1.612 -887 0 725 begroting 2017 1.622 -887 0 735 begroting 2018 1.642 -887 0 755 27 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 1 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 2.496 -848 begroting 2014 3.141 -958 begroting 2015 2.971 -962 begroting 2016 2.243 -962 begroting 2017 2.256 -962 begroting 2018 2.283 -962 1.648 0 -216 1.432 2.183 0 -969 1.214 2.009 0 -895 1.114 1.281 0 0 1.281 1.294 0 0 1.294 1.321 0 0 1.321 Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel -185 V -116 V 74 N Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Product Onderwerp 1.1 Economisch beleid 1.2 Economische stimulering Stortingen / onttrekkingen reserves Toelichting In 2014 is er budget beschikbaar vanuit de motie toeristenbelasting. Dit is het restant budget van 2012 en hetgeen vanuit de resultaatbestemming aan de jaarrekening 2013 is toegekend. Voor de begroting 2015 is dit niet aan de orde. Door de inkrimping van de organisatie worden er minder salaris- en overheadkosten doorbelast aan de programma’s. Per saldo wordt er in 2015 minder onttrokken uit reserves vanwege incidenteel geraamde uitgaven aan projecten toerisme, ESSV in 2014. Nog te realiseren taakstellingen kerntakenboek: Taakstellingen KTB 2015-2018 (bedragen x € 1.000) Markten en kermissen Evenementen Totaal programma 1 Begroting 2015 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 30 75 105 30 75 105 30 75 105 30 75 105 28 Begroting 2015 29 Begroting 2015 30 Programma 2. Ruimte Programma Producten Lasten/Baten Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting Lasten € 17.249 Milieu en Afval (bedragen * 1.000) Baten -€ 11.338 Lasten € 6.971 Baten -€ 6.049 Ruimte Begroting 2015 Natuur en Landschap Lasten € 544 Verkeer en Vervoer Lasten € 5.767 Baten € 0 Baten -€ 3.201 31 Begroting 2015 32 Algemene programmadoelstelling Het behoud en de bevordering van Roermond als prachtige stad met een aantrekkelijk woon-, verblijf- en werkmilieu voor inwoners, ondernemers en bezoekers, een goede bereikbaarheid en een duurzaam en veilig gebruik van de ruimte. Beleidskaders: - Structuurvisie 2001; Toekomstvisie Swalmen; Structuurvisie Wonen, zorg en woonomgeving (2014); Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage (2012); Integraal toezicht- en handhavingsbeleid (2010); Nota archeologie (2011); Monumenten- en archeologieverordening (2011); Projectplan actualisering bestemmingsplannen 2010-2016; Nota beeldkwaliteit (2010); Nota Grondexploitaties gemeente Roermond 2011; Nota Bovenwijkse Voorzieningen gemeente Roermond 2011; Milieubeleidsplan 2014-2017 (nog vast te stellen, 2014); Grondstoffenplan 2014-2017 (2013); Visie externe veiligheid Roermond 2010 (2010); Nota Bodembeheer regio Maas & Roer (inclusief bodemkwaliteitskaart); Mobiliteitsplan Roermond 2020, wegen naar de toekomst” (2009); “Evaluatie Fietsnota, Ontwikkeling Robuuste Structuren voor de fiets in Roermond” (2011); “Parkeernota Roermond 2013 – 2020, Parkeerbeleid en –organisatie” (2013); Natuurvisie Roermond Oost (2000), Roermond West en natuurbeleid heel Roermond (2004); Groenstructuurplan Roermond (2006); Inrichtingsplan Roermond - Oost Asenray (2010); Dassenbeleidsplan (2013). Strategische visie Roermond 2020 Burgers en bedrijven verwachten ook steeds meer met betrekking tot thema’s als leefbaarheid en duurzaamheid. Willen wij onze goede uitgangspositie behouden en onze hoge ambities waarmaken, dan is ook een extra kwaliteitsimpuls in deze richting noodzakelijk. Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ Roermond is een prachtige stad en dat willen we zo houden. We gaan behoudend en duurzaam om met de ruimte en richten de infrastructuur zo in dat de bereikbaarheid wordt verbeterd. Ook bevorderen we de toegankelijkheid van natuur en groen. De opstelling van een nieuwe regionale woonvisie (in de vorm van een structuurvisie) is in 2014 afgerond. Op basis daarvan vindt nadere uitwerking voor Roermond plaats in een lokale woonvisie waarin aandacht zal worden besteed aan het reduceren van energieverbruik, duurzaamheid en woningaanpassingen. Ook geeft de visie antwoorden op de situatie van starters op de woningmarkt en andere woonbehoeften. De huidige ruimtelijke structuurvisies voor de gemeente Roermond zijn niet meer actueel, onder andere in relatie tot het beleid van andere overheden, de inmiddels opgestelde thematische en deelstructuurvisies (bijvoorbeeld kwaliteitsbijdrage en Maasplassen), maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen en veranderde wetgeving. We stellen daarom een nieuwe structuurvisie op. Bij het opstellen van de nieuwe ruimtelijke structuurvisie wordt gestreefd naar het borgen van de ruimtelijke kwaliteit. Bij het ruimte bieden aan nieuwe functies vormt inbreiding het uitgangspunt. Bestaande inbreidings- en Begroting 2015 33 uitbreidingslocaties worden onder de loep genomen, waarbij ook de mogelijkheden om het groen in en rondom de stad verder te versterken aan de orde komen. Voor de bedrijventerreinen geldt ook dat inbreiding het uitgangspunt is: revitaliseren heeft de voorkeur boven uitbreiding. Ook lopende projecten worden in dat kader bezien. Op het gebied van milieu en afval zien wij nieuwe mogelijkheden voor verduurzaming. Als gemeente grijpen we kansen en stimuleren we vooral ook innovatieve initiatieven uit onze samenleving en uit de regio. Daarbij worden zo mogelijk ook verbindingen gelegd met andere domeinen. Roermond is een stad met veel karakteristieke gebouwen en monumenten. We zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen en mogelijkheden om deze in stand te houden en nog meer onder de aandacht te brengen. Voor de toekomst van onze gemeente, en daarmee voor onze inwoners en ondernemers, is een goede en veilige infrastructuur, bereikbaarheid en begaanbaarheid noodzakelijk. We spreiden onze inzet tussen openbaar vervoer, wegverkeer en fiets- en wandelverkeer. Het gebruik van het openbaar vervoer wordt gestimuleerd. Samen met de partners in de vervoersketen wordt het station Roermond verder ontwikkeld tot regionaal mobiliteitsknooppunt. Na december 2016 trekt de provincie zich terug uit het doelgroepenvervoer. Daarom wordt in regionaal verband een collectief vraagafhankelijk vervoerssysteem ontwikkeld ten behoeve van het doelgroepenvervoer (WMO, AWBZ en leerlingenvervoer) en de bereikbaarheid van kleine kernen. De laatste jaren is in en rond Roermond veel geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur. In de komende jaren wordt de N280 samen met de provincie opnieuw ingericht. Verder wordt ingezet op het beter benutten van de bestaande infrastructuur en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Hiervoor wordt de samenwerking met private partijen in het Mobiliteitsfonds verder versterkt. Product 2.1 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Roermond is een prachtige stad met mooie kernen en wijken, een mooie historische binnenstad met mooie pleinen en monumentale gebouwen, een prachtige ligging aan de Maas en gelegen in een prachtige natuurlijke omgeving. Dat biedt volop kansen voor toerisme en recreatie, voor bezoekers van de binnenstad en niet op de laatste plaats voor het behouden van of juist het aantrekken van inwoners die hechten aan de kwaliteit van de (bebouwde) omgeving. Wat willen we bereiken? We streven ernaar de aanwezige ruimtelijke kwaliteit te borgen en te behouden. Daarnaast bevorderen we de kwaliteit door bij ruimtelijke ontwikkelingen in te zetten op een duurzame ruimtelijke kwaliteit en optimalisatie van de leefbaarheid. Er wordt een duidelijke visie gegeven op de ontwikkeling van de gemeente, ruimtelijke belangen worden terdege afgewogen en er wordt ruimte geboden aan initiatieven die de ruimtelijke kwaliteit kunnen versterken. We richten ons op evenwichtige ontwikkeling van het woningaanbod in kwantitatieve en kwalitatieve zin, daarbij rekening houdend met differentiatie binnen wijken en mede gericht op versterking van leefbaarheid en economie. Voldoende beschikbaarheid van sociale huurwoningen alsmede duurzame, aanpasbare en levensloopbestendige woningen vormen daarbij specifieke aandachtpunten. Aangezien de bouw en verbouw van woningen een belangrijke economische factor vormt, wordt dit daar waar mogelijk en wenselijk gestimuleerd. Onze monumenten en cultuurhistorische waarden vormen mede het kapitaal van onze stad. We vinden het van belang deze waarden voor de toekomst te behouden. Begroting 2015 34 Het omgevingsrecht is complex waardoor de regelgeving voor bedrijven en burgers als ingewikkeld wordt beschouwd. We faciliteren burgers en bedrijven zoveel mogelijk door de lasten- en regeldruk waar mogelijk te beperken. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Het versterken van de woonfunctie uitgedrukt in het aantal nieuwbouwwoningen (langjarig gemiddelde). Het versterken van de woonfunctie uitgedrukt in het aantal nieuw te bouwen grondgebonden woningen (langjarig gemiddelde). Het versterken van de woonfunctie uitgedrukt in een toename van het aantal sociale huurwoningen (langjarig gemiddelde). Het versterken van de woonfunctie uitgedrukt in een toename van het aantal levensloopbestendige woningen (langjarig gemiddelde). rekening 2013 124 begroting 2014 175 begroting 2015 175 streefwaarde 175 70 80 80 80 54 25 25 25 48 60 60 60 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We gaan een nieuwe ruimtelijke structuurvisie opstellen met een actueel kader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het opstellen van een nieuwe ruimtelijke structuurvisie vindt plaats tegen de achtergrond van de bestaande ruimtelijke structuurvisies, het beleid van andere overheden (waaronder het Provinciaal Omgevingsplan Limburg), maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen en veranderde wetgeving. Bij het opstellen hiervan gaan we specifiek in op de binnenstad en de relatie met DOR en Jazz City. Bij de opstelling worden burgers, bedrijven en instellingen direct betrokken. Het proces om te komen tot deze structuurvisie start in 2015. We halen daarbij het onderdeel dat betrekking heeft op de binnenstad, DOR en Jazz City in het proces naar voren. Initiatieven die de ruimtelijke ontwikkeling bevorderen en passen binnen het ruimtelijk beleid faciliteren wij zoveel mogelijk. We voeren hierbij een faciliterend grondbeleid. De realisering van projecten wordt overgelaten aan marktpartijen, die ook de financiële risico’s dragen. In 2015 gaan we de Nota grondexploitaties evalueren. Grootschalige ontwikkelingen in 2015 zijn onder andere: - Jazz City; - Roerdelta (fase 1 en 2); - Tegelarijeveld Oost; - Uitwerking intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen. In 2015 actualiseren we het Integrale toezicht- en handhavingsbeleid, het bouwbeleidsplan en implementeren we de landelijke kwaliteitscriteria Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze kwaliteitscriteria maken inzichtelijk welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers van ons mogen verwachten. De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord is opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en het toezicht en handhaving bij de uitvoering van het milieudeel van de Wabo te verbeteren. Dit minimaal voor zover het de taken uit het landelijk basistakenpakket betreft. In 2015 gaan we het traject van structurele kwaliteitsverbetering en efficiencywinst voortzetten, de Begroting 2015 35 onderlinge samenwerking optimaliseren en we gaan nieuwe samenwerkingsverbanden aan. Op landelijk niveau vindt in 2015 evaluatie van het gekozen samenwerkingsmodel plaats. Daarnaast wordt gezocht naar nieuwe samenwerkingsverbanden op diverse terreinen binnen het werkgebied. In de structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving voor de periode 2014-2018 is aangegeven welke behoefte er per gemeente in Midden-Limburg bestaat om tot uitbreiding van de woningvoorraad te komen. Voor Roermond is vermindering van de planvoorraad vooralsnog niet aan de orde omdat de planvoorraad nagenoeg overeenkomt met de voorziene groei van het aantal huishoudens. In 2015 gaan we de structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving vertalen in een lokale woonvisie met daarin accenten op het gebied van duurzaamheid, energieverbruik en woningaanpassingen. We onderzoeken of en welke mogelijkheden de nieuwe Huisvestingswet biedt om met corporaties afspraken te maken over de ontwikkeling van de woningvoorraad. De uitvoering van de structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving en de lokale woonvisie gaan we monitoren. Eigenaren van monumenten stimuleren we door middel van subsidies om hun eigendom in goede staat te houden. In samenwerking met rijk en provincie zoeken wij naar mogelijkheden om de eigenaren van monumenten extra te ondersteunen. In 2015 is in dat kader, voor het onderhoud van de Munsterkerk en het orgel van de kathedraal, een extra budget beschikbaar. Dit onder andere vanwege het belang van deze twee monumenten voor de aantrekkelijkheid van het centrum als toeristisch verblijfs- en recreatiegebied. Samen met het Landschapspark Maas, Swalm, Nette onderzoeken we mogelijkheden om Roermondse monumenten beter in het toeristische netwerk in te binden. Uitgangspunt van het monumentenbeleid blijft de instandhouding van de huidige collectie monumenten, uitgebreid met de monumenten uit de wederopbouw periode. In bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen worden regelingen en/of voorwaarden opgenomen om de aanwezige waarden te beschermen. Op het gebied van archeologie wordt gekeken naar mogelijkheden tot samenwerking met gemeenten in de regio. In 2014 zijn we in het kader van ESSV gestart met het project “bouwleges kleine projecten”. Doel van dit project is het stimuleren van bouwactiviteiten voor kleinere (in- en externe) verbouwingen voor zowel bedrijven als particulieren. De kosten van kleinere bouwprojecten worden mede bepaald door de bijkomende kosten voor het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Verlaging van de legestarieven kan kleine bouwprojecten stimuleren. Dit project zetten we voort in 2015 met middelen uit ESSV (€ 50.000). Ter ondersteuning van woningbouwprojecten gaan we waar mogelijk gebruik maken van bijvoorbeeld provinciale subsidiemogelijkheden. Daarbij kijken we ook naar de inzet van gemeentelijke middelen in het kader van ESSV om de doorstroming op de woningmarkt te stimuleren. Ook zetten we in 2015 –na uitputting van de bestaande gemeentelijke middelen – extra middelen (€ 250.000) in om de gemeentelijke startersleningen te continueren. Gelet op het streven om de regeldruk te verminderen gaan we onderzoeken in hoeverre binnen het lokale omgevingsrecht deregulering, een gewijzigde (regionale) aanpak of uitbesteden mogelijk is. Daarbij worden onder andere de onderwerpen welstandsbeleid en bouwbeleidsplan bekeken. Bij het actualiseren van bestemmingsplannen zetten wij in op zoveel mogelijk flexibiliteit en globale bestemmingen om nieuwe initiatieven te stimuleren en de lastendruk van burgers en bedrijven te beperken. Begroting 2015 36 Wat mag dat kosten? Product 2.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 10.221 -4.660 -641 4.920 begroting 2014 24.530 -18.956 -901 4.673 begroting 2015 17.249 -11.338 -1.454 4.457 begroting 2016 15.347 -10.367 -840 4.140 begroting 2017 10.077 -5.638 -179 4.260 begroting 2018 7.520 -2.373 -600 4.547 Product 2.2 Milieu en afval Om toekomstige generaties niet te belasten, moeten we zorgvuldig omgaan met onze leefomgeving en milieuvervuiling minimaliseren. Wat willen we bereiken? In samenwerking met onze partners zijn we hard op weg om onze omgeving en leefmilieu duurzamer ’in te richten’. We willen de hoeveelheid vrijkomend afval verder reduceren door middel van meer scheiding. Dit past in de landelijke trend om uiteindelijk ketens binnen de afvalverwerkingsindustrie te sluiten. Dit levert energiebesparing op door hergebruik van materiaal. We bevorderen initiatieven uit onze omgeving, die passen binnen de landelijke trend in dezen. We anticiperen vroegtijdig en adequaat op nieuwe ontwikkelingen en implementeren daar waar mogelijk duurzaamheid in het gemeentelijk beleid. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Toename van de afvalscheiding ten opzicht van het jaar ervoor met 1%. rekening 2013 60% begroting 2014 60% begroting 2015 61% streefwaarde 65% Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We zetten in op het in stand houden en herstellen van de fysieke milieukwaliteit. Daar waar mogelijk bevorderen en verbeteren we die kwaliteit. Het geactualiseerde milieubeleidsplan biedt de basis voor de uitvoering van ons milieubeleid in bredere zin. We hebben daarbij tevens oog voor economische ontwikkelingen of mogelijkheden, veiligheid, natuurontwikkeling, onze voorbeeldfunctie en regisseursrol. We ontwikkelen een ‘Duurzaamheidvisie Roermond’. Deze visie vormt de basis voor het implementeren van duurzaamheid als rode draad in ons intern en extern gemeentelijk beleid. Realisatie vindt plaats binnen de daarvoor aanwezige financiële en personele kaders, op een planmatige en pragmatische wijze. Ons uitgangspunt is dat we huishoudelijk afval nu zien als grondstof, die we als zodanig gaan benutten, en niet meer als ‘wegwerpproduct’. We reduceren de hoeveelheid vrijkomend afval door middel van meer en verbeterde scheiding. Zo gebruiken we minder (primaire) grondstoffen . Recente voorbeelden daarvan zijn de vernieuwde inzameling van plastic afval en de inzameling van drankkartons. Hierdoor gebruiken we in Begroting 2015 37 toenemende mate ingezameld afval als grondstof waardoor we ketens steeds meer sluiten. Ook haken we aan bij het Rijksbeleid om, daar waar ketens momenteel nog niet sluitend zijn, dit te bewerkstelligen. We bevorderen en ondersteunen initiatieven uit onze omgeving, met name lokale en regionale projecten op het gebied van hergebruik en verwerking van grondstoffen/afval. We zetten daarvoor pilotprojecten op (afvalinzameling en -verwerking). Deze zijn duurzaam en zorgen tevens voor een positieve economische impuls in de regio. Ze passen ook in de nog te ontwikkelen en al eerder genoemde duurzaamheidvisie Roermond. Voor de jaarschijf 2015 is voor de uitvoering van beleid ten aanzien van duurzaamheid, afval en groen budget beschikbaar. Hiervoor maken we projectvoorstellen. Het beschikbaar budget ESSV (€ 260.000), voor de onderdelen afval, groen en duurzaamheid, zetten we vervolgens in om de projecten (mede) te financieren. We gaan gestructureerd en plan- en projectmatig samenwerken met de partners in de afvalwaterketen zoals waterschappen en andere gemeenten. We hebben daarbij als streefdoel een gemiddelde kostenbesparing van 10% in 2020 ten opzichte van 2011, met als effect een gematigde ontwikkeling van de rioolheffing (en zuiveringsheffing). We streven bovendien naar kwaliteitsverbetering en vermindering van kwetsbaarheid bij de uitvoering van de afvalwater- en hemelwaterzorgplicht door samenwerking te zoeken in de afvalwaterketen. We zetten in op het zoveel mogelijk voorkomen en opheffen van onaanvaardbare wateroverlast in het stedelijk gebied. Dit doen we onder andere conform het gemeentelijk rioleringsplan en waar mogelijk via het doelmatig afkoppelen van hemelwater van het gemengd rioolstelsel. Wat mag dat kosten? Product 2.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 7.010 -6.077 107 1.040 begroting 2014 7.215 -6.303 24 936 begroting 2015 6.971 -6.049 -261 661 begroting 2016 6.704 -6.049 -2 653 begroting 2017 6.693 -6.049 53 697 begroting 2018 6.880 -6.049 -59 772 Product 2.3 Natuur en landschap Het landschap in en om de stad heeft belangrijke waarden voor de samenleving: culturele en cultuurhistorische waarden, natuurlijke en ecologische waarden, gebruiks- en belevingswaarden. Wat willen we bereiken? Het landschap in en om de stad maakt Roermond en haar omgeving aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. Belangrijk is om in ieder geval de huidige waarden te behouden en waar mogelijk te versterken. Internationaal is het behoud van biodiversiteit een belangrijk thema. Ook op gemeentelijk niveau willen we hieraan bijdragen. Begroting 2015 38 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We behouden en beheren de waarden natuur en landschap door: - ruimtelijke ontwikkelingen mede te toetsen aan de natuurlijke en ecologische waarden. - de kwaliteit van groen en natuur op te waarderen, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs de Maasnielderbeek, het opheffen van barrières tussen ecologische zones en het maken van verbindingen tussen groenstroken. - bij het beheer bestaande natuurwaarden te bevorderen en te vergroten. Hiervoor wordt bijvoorbeeld begrazing toegepast met schapen of runderen. We gaan de belevingswaarde van natuur en landschap vergroten en waar mogelijk versterken. We gaan door met het aanleggen van recreatieve routestructuren in de vorm van wandel-, fiets- en ruiterroutes. Bestaande routes worden geoptimaliseerd. Via het Roermonds Natuur en Milieu Overleg betrekken we burgers en organisaties bij de ontwikkeling van beleid en uitvoering van plannen. Met diverse partners gaan we nauw samenwerken op het gebied van natuur en landschap: Stichting Ons WCL, De Bosgroep en Grenspark Maas Schwalm Nette. Bevordering van biodiversiteit is het leidend thema waarbij maatregelen aan de orde zijn om de huidige natuurwaarden te behouden en te bevorderen. Denk hierbij aan het aanleggen van faunavoorzieningen en de aanplant van duurzame borders. Wat mag dat kosten? Product 2.3 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 334 17 0 317 begroting 2014 627 0 0 627 begroting 2015 544 0 0 544 begroting 2016 187 0 0 187 begroting 2017 87 0 0 87 begroting 2018 87 0 0 87 Product 2.4 Verkeer en vervoer Voor de economische basis is de bereikbaarheid van Roermond van groot belang. Ook voldoende parkeergelegenheid en een goede doorstroming dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de stad. Wat willen we bereiken? Een aantal ruimtelijke ontwikkelingen in en rond Roermond zorgt ervoor dat de mobiliteit in de stad blijft toenemen. We willen Roermond nu, tijdens en na afronding van deze ruimtelijke ontwikkelingen bereikbaar houden. Wij zorgen ervoor dat parkeren in Roermond optimale ondersteuning biedt aan alle activiteiten (gericht op bezoekers, bewoners en werknemers/ondernemers) die in Roermond plaatsvinden. Duurzaamheid, leefbaarheid en duidelijkheid zijn hierbij belangrijke pijlers. Dit resulteert in een ongecompliceerd en eenduidig parkeerbeleid met ruime en praktische kaders. Wij streven ernaar om het aantal verkeersslachtoffers verder terug te dringen. Samen met andere partners zoals de provincie en andere Limburgse gemeenten hebben we de afspraak gemaakt om Begroting 2015 39 ons best te doen het aantal dodelijke slachtoffers terug te brengen tot nul. Naast verkeersonveiligheid kent mobiliteit nog een aantal negatieve gevolgen: luchtverontreiniging, geluidsoverlast en overlast van trillingen. Ons beleid is erop gericht deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken. We maken ons samen met de regio en provincie sterk voor een verdubbeling en elektrificatie van de Maaslijn, voor een stoptrein op het traject Weert-Roermond en voor aansluiting op het nachtnet. Door middel van een goede en veilige infrastructuur, voldoende voorzieningen en voorlichting proberen we inwoners te laten bewegen, bij voorkeur lopend of met de fiets. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Aandeel garage-parkeren op totaal aantal parkeerbewegingen. Aantal verkeersdoden. Aantal ernstige verkeersslachtoffers (begroting en streefwaarde gebaseerd op driejarig gemiddelde). rekening 2013 17% begroting 2014 21% begroting 2015 23% streefwaarde 23% 1 5 0 <8 0 <8 0 <8 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Om Roermond bereikbaar te houden zetten we in op het beter benutten van de bestaande infrastructuur. We stimuleren het gebruik van alternatieve vervoerswijzen (onder andere openbaar vervoer, fietsen en lopen) en zorgen ervoor dat met verkeersmanagement de bestaande wegcapaciteit beter wordt benut. Hiervoor investeren wij in beheer en onderhoud van bestaande verkeersvoorzieningen. Daarbij kijken wij kritisch naar een juiste afstemming van de verkeersvoorzieningen en een betere samenwerking met andere overheden. Het Mobiliteitsfonds zetten we hierbij in als instrument om nauw samen te werken met de private partijen. Vanaf 2015 actualiseren we het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan (GVVP). Bij voorkeur doen we dit in afstemming met de regio, gelijktijdig met een Regionaal Verkeer- en Vervoer Plan in RMOverband. In het GVVP zullen we het Roermondse verkeersveiligheidsbeleid op hoofdlijnen vaststellen, in aansluiting op het landelijke beleid Duurzaam Veilig. In de periode 2016 tot en met 2018 wordt door de provincie Limburg als projectverantwoordelijke en de Gemeente Roermond gezamenlijk het Roermondse wegvak van de N280 gereconstrueerd. We zetten in op verkeers- en vervoersmanagement om Roermond voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden bereikbaar te houden. Dit doen we onder andere door samen met de provincie en Rijkswaterstaat het project Roermond Bereikbaar op te zetten. Samen met onze private partners hebben we in 2014 het Mobiliteitsfonds opgericht. Vanuit het Mobiliteitsfonds worden projecten opgezet om Roermond bereikbaar te houden met behulp van duurzame mobiliteitsmaatregelen. Daarnaast gaat het Mobiliteitsfonds een rol spelen in het bereikbaar houden van Roermond tijdens de werkzaamheden aan de N280. Met het ontwikkelen van een regie voerend parkeerbedrijf maken we het product parkeren klantvriendelijker en efficiënter. In 2015 worden hiervoor dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Begroting 2015 40 In de Parkeernota is vastgelegd dat het product parkeren in de periode 2017/2020 volledig moet zijn gedigitaliseerd. In 2015 starten we met de voorbereidingen, door aanschaf van de benodigde apparatuur. Door een mix van maatregelen op het gebied van infrastructuur, handhaving, opleiding en educatie en in samenwerking met diverse partijen willen we het aantal verkeersslachtoffers terugbrengen. In ons verkeer- en vervoerbeleid geven wij uitvoering aan het convenant Duurzaam Veilig Wegverkeer. Onze focus ligt met name op de inrichting van de infrastructuur, het stimuleren van verkeerseducatie en het afstemmen van verkeershandhaving met de politie. Samen met de provincie werken wij aan het opwaarderen van de provinciale weg N280 tussen de A73 en Weert. Onze voornaamste focus ligt op het Roermondse wegvak omdat deze weg een cruciale rol speelt in de ontsluiting van de binnenstad en het Designer Outlet Roermond. In 2015 en 2016 vinden de voorbereidingen plaats. Een belangrijk onderdeel van het vastgestelde Stimuleringsplan Fietsen in Midden-Limburg is de realisatie van de fietsroute tussen Sittard en Venlo, die door Roermond voert. In 2014 hebben we het eerste onderdeel gerealiseerd; het fietspad door het Roerdal. Samen met de provincie en andere gemeenten zullen we de fietsroute de komende jaren verder vorm geven. Bij de uitvoering wordt meegelift met bestaande projecten. Het is onze ambitie om station Roermond te ontwikkelen tot een regionaal mobiliteitsknooppunt. Hiervoor zoeken wij de samenwerking met het Rijk, provincie en de private partijen in de stationsomgeving. Binnen het kader van ESSV worden in 2015 € 600.000 aan middelen ingezet om de eerste plannen in uitvoering te nemen. Het huidige parkeerverwijssysteem is aan vervanging toe. In 2015 ontwikkelen we daarom een toekomst-vast parkeerverwijssysteem dat zich richt op in-car systemen als navigatieapparatuur en mobiele telefoons, ondersteund met verwijzingen langs de weg. De provincie heeft de ambitie om de Maaslijn Roermond – Venlo – Nijmegen op te waarderen, zodat de Maaslijn uiteindelijk volledig geëlektrificeerd en tweesporig is uitgevoerd. Wij ondersteunen deze provinciale ambitie waarbij wij investeringen in railinfrastructuur in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het Rijk en de provincie vinden. We beperken de negatieve gevolgen van mobiliteit door het stimuleren van duurzame vervoerswijzen, door het stellen van eisen aan het gebruik van de infrastructuur (regelgeving) en het treffen van fysieke maatregelen. Wat mag dat kosten? Product 2.4 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 4.516 -3.133 -332 1.051 begroting 2014 4.632 -3.280 -321 1.031 begroting 2015 5.767 -3.201 -1.848 718 begroting 2016 4.784 -3.227 -1.400 157 begroting 2017 4.517 -3.284 -554 679 begroting 2018 4.254 -3.343 -184 727 41 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 2 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 22.082 -13.887 begroting 2014 37.004 -28.539 begroting 2015 30.531 -20.589 begroting 2016 27.022 -19.644 begroting 2017 21.374 -14.971 begroting 2018 18.741 -11.765 8.195 189 -1.055 7.329 8.465 763 -1.961 7.267 9.942 456 -4.019 6.379 7.378 438 -2.680 5.136 6.404 481 -1.162 5.723 6.976 486 -1.329 6.133 Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel 75 V 260 N 250 N 1.214 N -2.364 V Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Onderwerp Product 2.1 Ruimtelijke ordening monumenten startersleningen 2.4 Verkeer en vervoer Stortingen / onttrekkingen reserves Toelichting Het verschil in lasten en baten ontstaat met name door de verschillende ramingen van lasten en baten in de grondexploitaties in de afzonderlijke jaren. De ramingen zijn incidenteel en worden gecompenseerd door baten. Voor monumentenzorg is er incidenteel € 260.000 opgenomen voor projecten waaronder Munsterkerk en kathedraal. In de begroting 2015 is er incidenteel budget geraamd voor de startersleningen. In 2015 zijn projecten met betrekking tot verkeer incidenteel geraamd (waaronder actie bereikbaarheid treinstation Roermond). Betreft per saldo een hogere onttrekking ten behoeven van projecten monumenten, milieu en verkeer en vervoer uit reserves in 2015. Deze projecten zijn niet in 2014 geraamd. Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,2.2 Milieu en Afval 2.4 Verkeer en vervoer Totaal programma 2 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 75 375 450 0 1.134 1.134 895 375 1.270 760 760 De belangrijkste investeringen in 2015 hebben betrekking op: - de vervanging van containers voor gescheiden inzameling van afval (€ 75.000); - de aanleg van verkeersregelinstallaties (€ 252.000); - de vervanging van bollards (€ 95.000). Begroting 2015 42 Begroting 2015 43 Begroting 2015 44 Programma 3. Fysieke leefomgeving Programma Fysieke leefomgeving Producten Lasten/Baten Openbare voorzieningen bovengronds Lasten € 9.104 Openbare voorzieningen ondergronds Lasten € 4.656 Leefomgeving Begroting 2015 (bedragen * 1.000) Baten -€ 453 Baten -€ 4.880 Lasten € 4.744 Baten -€ 265 45 Begroting 2015 46 Algemene programmadoelstelling Roermond houdt zijn fysieke leefomgeving in de openbare ruimte duurzaam in stand met bijzondere aandacht voor veiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid. Beleidskaders: - Beheerplannen: Deknota: Op weg naar beter beheer 2007-2017 (2007); Evaluatie beheerplannen openbare ruimte (2013); Afvalwaterplan Limburgse Peelen 2012-2016 – Samenwerking in de afvalwaterketen (2012); Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2016 Roermond (2013); Groenstructuurplan (2006); Notitie groenadoptie (2012); Bomenplan gemeente Roermond beleid en beheer 2012-2024 (2012); Speelruimteplan Gemeente Roermond; Beleid in de periode 2013 – 2017 (2013). Strategische Visie Roermond 2020 Burgers en bedrijven stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Zowel aan die van de bebouwde omgeving als die van de inrichting van de openbare ruimte, het openbaar groen en de omringende natuurlijke omgeving. Burgers en bedrijven verwachten ook daarbij steeds meer op het gebied van leefbaarheid en duurzaamheid. Willen wij onze goede uitgangspositie behouden en onze hoge ambities waarmaken, dan is ook een extra kwaliteitsimpuls in deze richting noodzakelijk. Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ De openbare ruimte, infrastructuur, de natuur en het groen verdienen onze inzet, niet alleen in relatie tot de economische ontwikkeling, maar ook vanuit een oogpunt van duurzaamheid en de behoeften van onze inwoners. Product 3.1 Openbare voorzieningen bovengronds De gemeente heeft in haar fysieke leefomgeving diverse openbare voorzieningen (kapitaalgoederen) om de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid te kunnen waarborgen. Door de bovengrondse voorzieningen in de openbare ruimte te onderhouden blijven deze heel, veilig en functioneel en kunnen de gebruikers zich veilig verplaatsen en bewegen. Het onderhoud aan bovengrondse voorzieningen wordt, in samenhang met de ondergrondse voorzieningen, wijkgericht uitgevoerd. Wat willen we bereiken? De bovengrondse openbare voorzieningen handhaven op het vastgestelde kwaliteitsniveau dat uitgaat van sober en doelmatig, zodat deze veilig en duurzaam gebruikt kunnen worden. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Cijfer van inwoners dat tevreden is over het onderhoud van wegen en fietspaden. Cijfer van inwoners dat tevreden is over het onderhoud van de openbare ruimte. Cijfer van inwoners dat tevreden is over de straatverlichting. Begroting 2015 rekening 2013 -- begroting 2014 -- begroting 2015 7 streefwaarde 7 -- -- 7 7 -- -- 7 7 47 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? In 2015 starten we met het opstellen van beheerplannen voor de bovengrondse openbare voorzieningen voor de periode vanaf 2017 met als uitvloeisel daarvan integrale jaarprogramma’s. Beheerplannen bestaan uit onderhouds- en vervangingsprogramma’s. In deze beheerplannen worden mogelijkheden opgenomen voor wijkgericht, projectmatig onderhoud en duurzame oplossingen. We voeren regulier onderhoud en vervangingen uit op basis van de kwaliteitsambitie ‘sober en doelmatig’. Aan de hand van de beheerplannen kunnen we op beperkte schaal de inrichting en/of het beheer aanpassen. Het onderhoud aan bovengrondse openbare voorzieningen wordt, in samenhang met de ondergrondse openbare voorzieningen, wijkgericht uitgevoerd in het Tegelarijeveld, de Groene Kruis buurt en de Stationsbuurt. We toetsen de tevredenheid van inwoners eens in de twee jaar door middel van een klanttevredenheidsonderzoek (voor het eerst in 2015). Ook wordt in 2015 de aanleg van een cruiseterminal bij de Arlo langs de Maas in uitvoering genomen. Bij reconstructies van de bovengrondse openbare voorzieningen wordt het aspect duurzaamheid meegenomen. Bij de reguliere vervanging en uitbreiding van de openbare verlichting is bijvoorbeeld het gebruik van LED-verlichting reeds ingezet. Wat mag dat kosten? Product 3.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 8.216 -431 -1.461 6.324 begroting 2014 13.648 -446 -7.359 5.843 begroting 2015 9.104 -453 -3.125 5.526 begroting 2016 7.595 -453 -1.160 5.982 begroting 2017 7.863 -453 -1.960 5.450 begroting 2018 6.357 -453 -460 5.444 Product 3.2 Openbare voorzieningen ondergronds Dit beleidsveld omvat de afvalwaterzorg, de hemelwaterzorg en de grondwaterzorg (riolering en drainage). Het afvalwaterplan Limburgse Peelen, gemeentelijk rioleringsplan en het gemeentelijk grondwaterplan geven hier invulling aan. De te bereiken doelen in 2015 en volgende jaren zijn: het verminderen van vuiluitstoot op het oppervlaktewater en het verminderen en tegengaan van wateroverlast (zoals water op straat tijdens hevige regenbuien) en het uitvoeren van regulier onderhoud op het huidige niveau. Door het rioolstelsel goed te beheren en te onderhouden zorgen we ervoor dat het stedelijk afvalwater veilig wordt ingezameld en afgevoerd, zonder risico’s voor de volksgezondheid en het milieu. Het hemelwater zamelen we in en verwerken we op een dusdanige manier dat er (behoudens extreme situaties) geen wateroverlast optreedt. Het streven is om zoveel mogelijk hemelwater via de bodem of via waterwegen af te laten vloeien. Hierdoor ontstaat meer bergingscapaciteit in het rioolstelsel en wordt voorkomen dat relatief schoon water naar de zuivering gaat. Begroting 2015 48 Eind 2013 is het Gemeentelijk RioleringsPlan 2013-2016 en het Afvalwaterplan Limburgse Peelen 2012-2016 vastgesteld. In deze plannen is de gewenste rioleringszorg opgenomen voor de gemeente en de afvalwaterketen Limburgse Peelen. Wat willen we bereiken? Wij houden de ondergrondse openbare voorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau en voeren de zorgplicht uit voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zodat een duurzame afvalwaterketenzorg is gegarandeerd. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? In 2015 wordt gestart met het opstellen van het nieuwe beheerplan voor rioleringen voor de periode vanaf 2017. Beheerplannen bestaan uit onderhouds- en vervangingsprogramma’s. Ook worden in dit beheerplan mogelijkheden opgenomen voor wijkgericht en projectmatig onderhoud. Daarnaast wordt aandacht besteed aan mogelijkheden voor duurzame oplossingen, zoals vastgesteld in het Gemeentelijk Rioleringsplan en Afvalwaterplan. We voeren het regulier onderhoud en vervangingen van de riolering uit op basis van de kwaliteitsambitie ‘doelmatig’. Het onderhoud aan ondergrondse infrastructuur wordt, in samenhang met de bovengrondse infrastructuur, wijkgericht uitgevoerd in het Tegelarijeveld, de Groenekruisbuurt en de Stationsbuurt (de laatste twee in het stadsdeel Swalmen). Daarnaast worden verschillende rioolwerken afgerond of meegenomen in andere projecten. Sluitstuk van de uitgevoerde omvangrijke reconstructie van het rioolstelsel in Roermond-Oost is het groot onderhoud aan de overkluisde Maasnielderbeek. In 2015 wordt het trajectdeel in Leeuwen aangepakt; het deel in Maasniel volgt in 2017. Na bovengenoemde activiteiten is achterstallig onderhoud in het rioolstelsel weggewerkt. We houden rekening met een toename van de neerslaghoeveelheid door de verandering in de atmosfeer en proberen overlast die hierdoor ontstaat, zoals regenwater op straat en vervuiling van het oppervlaktewater, te voorkomen. Bij reconstructies en vervangingen worden de mogelijkheden voor duurzaam waterbeheer meegenomen (bijvoorbeeld aanleg hemelwaterriolering of waterberging in openbare ruimte). De realisatie van waterbergingsvoorzieningen zoals in 2015 het bergbezinkbassin en de groene berging Boukoul, Spik en Middelhoven dragen hier aan bij. In samenwerking met de gemeente Roerdalen wordt in 2015 het infiltratiebassin De Meer gerealiseerd. Wat mag dat kosten? Product 3.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 4.600 -4.751 -135 -286 begroting 2014 4.561 -4.809 55 -193 begroting 2015 4.656 -4.880 -3 -227 begroting 2016 4.852 -5.049 -30 -227 begroting 2017 5.014 -5.223 -17 -226 begroting 2018 5.148 -5.378 4 -226 Product 3.3 Leefomgeving Een aantrekkelijke leefomgeving wordt mede gevormd door een openbare ruimte die schoon is en door een bereikbare gezonde, groene woon- en leefomgeving in en om de stad. Gebruikers van de openbare ruimte krijgen in toenemende mate invloed op de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte. Groen zorgt niet alleen voor een aantrekkelijke stad, maar bevordert de Begroting 2015 49 volksgezondheid, sociale cohesie, de biodiversiteit, vangt fijn stof en stikstofoxiden op, zorgt voor schaduw en verkoeling in de zomer en opvang van water bij hevige regenval. Wat willen we bereiken? We borgen een schone en groene woon- en leefomgeving op vastgestelde kwaliteitsniveaus en zorgen voor een uitdagende en veilige speelomgeving. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Cijfer van inwoners die tevreden zijn over de speelmogelijkheden voor kinderen. Cijfer van inwoners die tevreden zijn over het schoonhouden van de buurt. rekening 2013 -- begroting 2014 -- begroting 2015 7 streefwaarde 7 -- -- 7 7 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We inspecteren en monitoren onze speelvoorzieningen in het kader van het opstellen van nieuwe beheerplannen. Naar aanleiding van de inspectie worden reparaties/onderhoudsmaatregelen uitgevoerd. Locaties van speelvoorzieningen, die nodig zijn voor een goede spreiding, worden op het einde van de technische levensduur gericht gerenoveerd. De overige speelvoorzieningen worden opgeheven middels een sterfhuisconstructie. We voeren het regulier groenonderhoud uit op basis van de kwaliteitsambitie ‘sober en doelmatig’. Op beperkte schaal passen we de inrichting en/of het beheer van het bestaand groen aan. Daarnaast stellen we burgers in staat om openbaar groen te adopteren, in te richten en te onderhouden. Het bomenbestand inspecteren we structureel. Veiligheid is daarbij een belangrijk criterium. Op basis van de inspectiegegevens worden onderhoudsmaatregelen bepaald en uitgevoerd. Daarnaast worden vanuit ESSV middelen ingezet om op innovatieve wijze een kwaliteitsimpuls aan het groenonderhoud te geven (€ 40.000). Door regulier onderhoud handhaven we de kwaliteitsambities zwerfvuilreiniging in de openbare ruimte. Veegvuil en onkruid op verhardingen wordt aan de hand van vastgestelde frequenties uitgevoerd. We toetsen de tevredenheid van inwoners eens in de twee jaar door middel van een klanttevredenheidsonderzoek (voor het eerst in 2015). Wat mag dat kosten? Product 3.3 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 5.166 -277 -249 4.640 begroting 2014 5.910 -261 -1.572 4.077 begroting 2015 4.744 -265 -636 3.843 begroting 2016 4.693 -265 -242 4.186 begroting 2017 4.782 -265 -242 4.275 begroting 2018 4.662 -265 -42 4.355 50 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 3 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 17.982 -5.458 begroting 2014 24.118 -5.516 begroting 2015 18.504 -5.597 begroting 2016 17.141 -5.766 begroting 2017 17.659 -5.941 begroting 2018 16.168 -6.096 12.524 336 -2.180 10.680 18.603 55 -8.931 9.727 12.907 0 -3.763 9.144 11.375 0 -1.432 9.943 11.718 0 -2.219 9.499 10.072 4 -502 9.574 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Onderwerp Toelichting Bovengronds In de begroting 2014 zijn nagenoeg de volledige werkzaamheden aan de Singelring geraamd. In 2015 is hierdoor € 5 miljoen minder voor projecten reconstructieve verhardingen geraamd. De uitgaven worden gedekt uit de reserve maatschappelijk nut. Minder onttrekkingen uit reserve maatschappelijk nut in 2015 vanwege werkzaamheden Singelring. Product 3.1 Stortingen / onttrekkingen reserves Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel -5.144 V 4.834 N Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,3.1 Openbare voorzieningen bovengronds 3.2 Openbare voorzieningen ondergronds 3.3 Leefomgeving Totaal programma 3 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 1.565 4.431 100 6.096 1.100 3.095 100 4.295 1.900 2.500 200 4.600 400 900 0 1.300 De belangrijkste investeringen in 2015 hebben betrekking op: - groot onderhoud kunstwerken (€ 200.000); - vervanging openbare verlichting (€ 200.000); - wijkgericht wegenonderhoud (€ 765.000); - opstellen beheerplannen (€ 250.000); - wijkgericht rioolonderhoud (€ 2.193.000); - vervanging riolering (€ 800.000); - groot onderhoud Maasnielderbeek (€ 1.248.000); - vervanging kolkenzuiger (€ 190.000). Begroting 2015 51 Begroting 2015 52 Begroting 2015 53 Begroting 2015 54 Programma 4. Zorg en Jeugd Programma Producten Gezondheidszorg Zorg en Jeugd Maatschappelijke Ondersteuning Jeugdhulp Begroting 2015 Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Lasten € 653 Baten € 0 Lasten € 21.904 Baten -€ 1.346 Lasten € 21.180 Baten € 0 55 Begroting 2015 56 Algemene programmadoelstelling Dit programma is er op gericht om burgers naar vermogen mee te laten doen aan onze samenleving. Dit kan door, zo veel als mogelijk, gebruik te maken van het sociale netwerk, het inzetten van algemene voorzieningen en/of, wanneer dit alles niet voldoende is, het inzetten van maatwerkvoorzieningen. We willen (risico)jongeren perspectief bieden door zinvolle activiteiten, opleiding of werk aan te bieden. Een preventief jeugdbeleid blijft onze basis om het aantal jeugdigen en gezinnen met problemen zo beperkt mogelijk te houden, en daar waar nodig zo vroeg mogelijk te ondersteunen. Daarnaast zullen we onze burgers aanzetten om actief te zijn en hen te betrekken bij beleidsontwikkeling. Beleidskaders - Meedoen naar vermogen, op weg naar een participatiesamenleving: welzijnsvisie gemeente Roermond (2012); Beleidskader nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Regio Midden-Limburg Oost (2014); Beleidsplan Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 regio Midden-Limburg Oost (2014) Beleidsplan Jeugdhulp 2014 – 2016 (2013); Visienota Jeugdhulp Midden-Limburg West en Oost (2013). Strategische Visie Roermond 2020 Er is nog steeds sprake van een kleine harde kern van sociale problematiek die moeilijk bereikbaar is. De aanpak van deze harde kern blijft een prioriteit. Hiermee samenhangend willen wij ook blijven investeren in de gemeenschap en de sociale samenhang. Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ De gemeenten worden in 2015 verantwoordelijk voor de jeugdhulp en de ondersteuning van onder andere langdurig zieken, ouderen en mensen met een (arbeids)beperking. De opgave van de gemeente is niet langer gericht op een verandering van de bestaande maatschappelijke systemen (de verzorgingsstaat), maar eerder op de opbouw van nieuwe maatschappelijk systemen (participatiesamenleving). Dit maakt meer maatwerk mogelijk, geeft gemeenten meer beleidsvrijheid maar gaat gepaard met een fikse korting op budgetten. In deze coalitieperiode staan de transitie en transformatie naar een participatiesamenleving centraal. Dit is een samenleving waarin iedereen naar eigen vermogen meedoet. In zo’n samenleving is het onze verantwoordelijkheid als gemeente om te zorgen voor maatschappelijke ondersteuning. Die maakt een verbinding mogelijk tussen inwoners, cliënten, gemeente, vrijwilligers, maatschappelijke partners, zorgverzekeraars en zorgpartners. Wij zetten daarbij hoog in op burgerparticipatie. Niet alleen door belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van het beleid, maar ook door burgerinitiatieven te stimuleren, goed te luisteren en mee te denken. Cruciaal in de aanpak is dat de gemeente Roermond de randvoorwaarden creëert voor integrale ondersteuning en zorg in wijken, buurten en kernen. Dit kan bijvoorbeeld met wijkaccommodaties, sociale wijkteams, ontmoetingsplaatsen en wijkinitiatieven. Onder andere sport en cultuur zien wij in dit kader als belangrijke middelen om onze doelen in het sociale domein te realiseren. Vrijwilligers en mantelzorgers zijn vanuit de visie van de participatiesamenleving van onschatbare waarde. Naast continuering van het lokale ondersteuningsaanbod (inclusief werving en opleiding) Begroting 2015 57 wordt in 2015 gestart met het opstellen van een regionaal plan ‘Versterking, verlichting en verbinding’. Dit is gericht op het delen van ervaringen en het waar mogelijk verbeteren van de effectiviteit op het gebied van informele zorg en mantelzorg. Het transformatieproces gaat gepaard met onzekerheden. We realiseren ons dat we, mede vanwege het op sommige onderdelen ontbreken van de absolute zeggingsmacht, rekening moeten houden met mogelijke onvoorziene ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande financiële consequenties. Dit laatste betekent dan ook dat we mogelijk ruimte moeten creëren voor onvoorziene uitgaven. Bijzondere aandacht besteden we aan de meest kwetsbaren, vooral zij die te maken krijgen met een opeenstapeling van problemen (gezondheid, werk, inkomen, wonen, etc.). Tegen deze achtergrond hebben ook armoedebeleid en -preventie hoge prioriteit. Hierbij blijft extra aandacht uitgaan naar kinderen. Wij willen dat de jeugd en jongeren zich thuis voelen in onze gemeente. Wij betrekken hen bij de ontwikkeling van beleid. Daarnaast staan wij open voor en rekenen wij op initiatieven van onze jeugdige en jongere inwoners. Wij stimuleren en faciliteren deze initiatieven, waaronder de jongerenraad. Voor de transitie en transformatie van de jeugdzorg en de zorg voor langdurig zieken en ouderen is het van groot belang dat we goed samenwerken: met de regiogemeenten, de ketenpartners en ook met verenigingen. De adviezen van de commissie Van Geel zijn belangrijke uitgangspunten in de uitwerking. Product 4.1 Gezondheidszorg Het streven is om door middel van een aantal activiteiten bij te dragen aan de bevordering van de gezondheid van de Roermondse burger. Wat willen we bereiken? Zorgen voor continuïteit en samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en afstemming hiervan met zowel de curatieve zorg als de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Dit product kent sterke samenhang met de ‘Jeugdhulp’ (jeugdgezondheidszorg) en ‘Sport en Cultuur’ (sport als middel voor gezondheidsbevordering). Ook vanuit deze producten worden activiteiten ingezet die bijdragen aan de bevordering van de gezondheid. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? De GGD Limburg-Noord geeft in opdracht van onder andere de gemeente Roermond uitvoering aan de Wet publieke gezondheid door onder andere: - epidemiologische analyses ten aanzien van de gezondheidssituatie van de bevolking; - bewaken van gezondheidsaspecten bij bestuurlijke beslissingen; - bijdragen aan preventieprogramma’s en het in stand houden van een structuur voor de samenwerking tussen instellingen die taken verrichten op het gebied van gezondheidsbevordering; - bevorderen van medisch milieukundige zorg; - zicht hebben op de gezondheidstoestand en op de gezondheid bevorderende enbedreigende factoren; - het ramen van de behoefte aan zorg; Begroting 2015 58 - de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen; - het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; - het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. Dit doet de GGD onder andere door: - deelname aan keten overleggen; - bevorderen gezonde leefstijl; - inspecties Wet Kinderopvang; - algemene infectieziektebestrijding. De gemeente Roermond neemt daarnaast deel aan het stimuleringsprogramma ‘Gezond in de stad’. Dit programma is erop gericht zoveel mogelijk gezondheidsachterstanden terug te dringen via een wijkgerichte aanpak. Vanuit ‘Jeugdhulp’ wordt preventief ingezet op het aanleren van gezond gedrag en het bewaken en bevorderen van de gezondheid van het kind. Vanuit het ‘Sport en Cultuur’ wordt sport ingezet als middel om een actieve en daarmee gezonde leefstijl te bevorderen. Wat mag dat kosten? Product 4.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 305 0 -56 249 begroting 2014 552 0 -228 324 begroting 2015 653 0 -275 378 begroting 2016 339 0 0 339 begroting 2017 340 0 0 340 begroting 2018 239 0 0 239 Product 4.2 Maatschappelijke ondersteuning Vanaf 2015 is de gemeente er, op grond van de Wmo 2015, verantwoordelijk voor het feit dat Roermondse burgers naar vermogen kunnen deelnemen aan de Roermondse samenleving. Wat willen we bereiken? Wij streven er naar om cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven en te laten meedoen naar vermogen door: - het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; - het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; - bieden van beschermd wonen en opvang. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Het verder mobiliseren van burgerkracht door bijvoorbeeld het ondersteunen van burgerinitiatieven in de wijk. Begroting 2015 59 Het, zoveel mogelijk, in staat stellen van verschillende categorieën van mantelzorgers en vrijwilligers om hun taken als mantelzorger of vrijwilliger uit te voeren. Het bevorderen van sociale en fysieke, multifunctionele toegankelijkheid van voorzieningen. Het bieden van algemene voorzieningen aan burgers die maatschappelijke ondersteuning behoeven zoals cliëntondersteuning en hulp op afstand. Het bieden van maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan burgers die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn. Het bieden van maatwerkvoorzieningen aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Binnen ESSV worden projecten ingezet dan wel vervolgd, die vooral moeten inzetten op een zachte landing van de ontwikkelingen binnen de maatschappelijke ondersteuning, maar ook op het ontwikkelen en stimuleren van de eigen kracht en die van het netwerk van burgers in de Roermondse samenleving. Hierbij kan worden gedacht aan Maatje op Maat (vrijwillige individuele begeleiding), informele buurtnetwerken welzijnszorg (netwerken in de buurt stimuleren en activeren op welzijns- en zorgtaken samen op te pakken), de Dementievriendelijke gemeente (het ondersteunen van dementerenden en hun netwerk in een extramurale setting, maar ook de maatschappelijke bewustwording van dementie) en de basis GGz (het in overleg met partners, waaronder huisartsen, stimuleren van de afschaling van geestelijke gezondheidszorg). In totaal is hiervoor binnen ESSV € 375.000 beschikbaar. Ook willen we de participatie van burgers bij het ontwikkelen van beleid versterken en door deze impuls een basis leggen voor toekomstige beleidsontwikkeling en de betrokkenheid van burgers hierbij. Wat mag dat kosten? Product 4.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 11.476 -1.579 1.231 11.128 begroting 2014 15.066 -1.346 -1.575 12.145 begroting 2015 21.904 -1.346 -738 19.820 begroting 2016 21.737 -1.346 6 20.397 begroting 2017 21.214 -1.346 24 19.892 begroting 2018 21.167 -1.346 24 19.845 Product 4.3 Jeugdhulp Vanaf 2015 is de gemeente op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor alle jeugdhulp: ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de advisering en verwerking van meldingen inzake huiselijk geweld en kindermishandeling. Begroting 2015 60 De gemeente is sinds 2008 verantwoordelijk voor het (preventieve) jeugdbeleid en al eerder voor enkele taken op het gebied van de jeugdgezondheidszorg op basis van de Wet publieke gezondheid. De gedane investeringen in deze basistaken vormen het voorwerk voor het nieuwe jeugdhulpstelsel. Gemeenten zijn vanaf 2015 verantwoordelijk voor de volledige jeugdhulp en krijgen hiermee nieuwe taken. De gemeente Roermond wil dat jongeren en hun ouders betaalbare jeugdhulp krijgen, snel, vroeg en passend bij de vraag: zo licht en kort als mogelijk, zo lang en zwaar als noodzakelijk. Een spilfunctie in het nieuwe jeugdhulpstelsel is weggelegd voor het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Wat willen we bereiken? Het gemeentelijke beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de uitvoering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering is gericht op: - het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; - het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen; - het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, zodat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; - het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren. Daarbij wordt voor zover mogelijk uitgegaan van hun eigen inbreng; - het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit, en - integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multi-problematiek - het bevorderen van een gezonde leefstijl onder de jeugd; - het terugdringen van (overmatig) alcohol- en drugsgebruik onder jongeren. Hoe gaan we dit meten? In de memorie van toelichting ten aanzien van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is opgenomen dat het Rijk in het kader van de drie decentralisaties een stelselverantwoordelijkheid heeft. Om deze waar te maken, is in de 'Decentralisatiebrief' aangekondigd dat het kabinet met gemeenten afspraken zal maken over een intensieve monitoring van de bereikte resultaten en de gemeentelijke uitgaven over het geheel van het brede sociale domein door te meten en te benchmarken. De monitor moet inzicht bieden in het functioneren van het stelsel en de vraag in hoeverre de doelstellingen van de decentralisaties worden bereikt en daarnaast informatie bieden om verantwoording af te leggen aan de Tweede en Eerste Kamer over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsdoelstellingen in het sociale domein. De monitor moet ook inzicht aan gemeenten bieden in hun eigen prestaties ten opzichte van andere gemeenten om van elkaar te leren en het horizontale verantwoordingsproces te ondersteunen. De werking van het wetsvoorstel wordt ook periodiek geëvalueerd door een onafhankelijke partij. Het is op dit moment nog onbekend hoe de Rijksmonitor er concreet uit gaat zien. Er wordt aangesloten bij de indicatoren die zijn opgenomen in deze monitor. Tevens wordt dan bepaald worden of opname van aanvullende indicatoren noodzakelijk is. Vooralsnog worden in dit kader voor de begroting 2015 geen indicatoren benoemd. Begroting 2015 61 Omschrijving Het bieden van op preventie gerichte ondersteuning aan jeugdigen met problemen met opgroeien en aan ouders met problemen bij opvoeden, uitgedrukt in een toename van het aantal individuele contacten (digitaal, telefonisch en fysiek) van de basisteams CJG in de regio MLO ten opzichte van 2013. Het bieden van op preventie gerichte ondersteuning aan jeugdigen met problemen met opgroeien en aan ouders met problemen bij opvoeden, uitgedrukt in een toename van het aantal bezoekers op de website van het CJG in de regio MLO (www.onscjg.nl) ten opzichte van 2013. Het bieden van op preventie gerichte ondersteuning aan jeugdigen met problemen met opgroeien en aan ouders met problemen bij opvoeden, uitgedrukt in een toename van het aantal bezoekers op de jongerenwebsite van het CJG in de regio MLO (www.area0475.nl) ten opzichte van 2013. Het bieden van op preventie gerichte ondersteuning aan jeugdigen met problemen met opgroeien en aan ouders met problemen bij opvoeden, uitgedrukt in een toename van het aantal deelnemers aan themabijeenkomsten in de regio MLO, ten opzichte van 2013. rekening 2013 216 begroting 2014 234 begroting 2015 250 streefwaarde 300 7.080 7.788 7.250 8.000 4.382 4.820 4.500 5.000 1.002 1.102 1.250 1.500 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Het stimuleren van een participerende samenleving in de gemeente/buurt/wijk dichtbij de ouders en het kind, preventie, (vroeg)signalering en ondersteuning van de pedagogische basisvoorzieningen ste (zoals het onderwijs, de kinderopvang, de huisarts, de 1 lijn gezondheidszorg, de jeugdgezondheidszorg en welzijn). Hier is een rol weggelegd voor de gemeente, maar ook voor het CJG en de overige (jeugdhulp)partners. Uitvoeren van de uitgebreide taakstelling van het CJG, zodat het CJG zorg gaat dragen voor de volgende taken gericht op opvoeden en opgroeien: - preventieve activiteiten, goede voorlichting, doelgerichte informatie en advies; - consultatie, advies en lichte opvoedondersteuning aan ouders en jeugdigen; - bieden van ambulante hulp; - organiseren van de toegang naar alle vormen van specialistische of specifieke vormen van hulp, inclusief de bepaling van de omvang van een persoonsgebonden budget en de zorg voor kinderen met een handicap; - ondersteuning bieden aan de pedagogische basisvoorzieningen bij opvoed- en opgroeivraagstukken. Begroting 2015 62 Bieden van zorgcontinuïteit: continueren van zorg voor cliënten die op 31 december 2014 hiervan gebruikt maakten of een indicatie hadden voor zorg (wachtlijst), voor een periode van maximaal 1 jaar. Indien de indicatie in 2015 afloopt geldt de zorgcontinuïteit voor maximaal de duur van de indicatie. Pleegzorg kent overigens geen maximum van 1 jaar. Uitvoeren van diverse activiteiten door de diverse jeugdpartners, waaronder de jeugdgezondheidszorg, gericht op een gezonde leefstijl van kinderen en jongeren, door: - de aanwezigheid van de GGD-NML op consultatiebureaus, scholen en door uitvoering te geven aan het rijksvaccinatieprogramma; - concrete, laagdrempelige en goed bereikbare acties gericht op meer bewegen, gezonder eten, het stimuleren van sport en het stoppen met roken via belangrijke intermediairs; - het geven van doelgerichte voorlichting over de gevaren van alcohol- en drugsgebruik. Binnen ESSV is reeds in 2014 gestart met 2 projecten ‘versterken eigen kracht’ en ‘innovatie zorg(infra)structuur’. Een voorbeeld is het deelproject ‘versterken van de weerbaarheid van jeugdigen binnen de pedagogische basisvoorzieningen’. Een ander voorbeeld is dat met ingang van het schooljaar 2014-2015 de zorg- en advies teams (zats) in alle basisscholen zijn komen te vervallen en dat 2 zats in de categorie 0 tot 13 jaar van start zijn gegaan. Hier nemen de jeugd- en gezinswerkers van het CJG ook aan deel. Deze projecten worden in 2015 voortgezet (€ 230.000). Wat mag dat kosten? Product 4.3 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 4.742 -595 -70 4.077 begroting 2014 4.776 0 -562 4.214 begroting 2015 21.180 0 -322 20.858 begroting 2016 20.710 0 0 20.710 begroting 2017 20.060 0 0 20.060 begroting 2018 20.162 0 0 20.162 63 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 4 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 16.523 -2.173 begroting 2014 20.393 -1.346 begroting 2015 43.738 -1.346 begroting 2016 42.785 -1.346 begroting 2017 41.614 -1.346 begroting 2018 41.568 -1.346 14.350 1.816 -712 15.454 19.047 124 -2.489 16.682 42.392 24 -1.359 41.057 41.439 24 -18 41.445 40.268 24 0 40.292 40.222 24 0 40.246 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Product 4.2 4.3 Onderwerp Toelichting Maatschappelijke ondersteuning Jeugdhulp Dit betreffen de extra middelen voor Wmo in 2015 als gevolg van de decentralisaties. De betreffen de extra middelen in 2015 voor jeugdhulp als gevolg van de decentralisaties. In 2015 wordt er voor Wmo per saldo € 837.000 minder onttrokken uit de reserve dan in 2014. Stortingen / onttrekkingen reserves In 2015 wordt er € 240.000 minder onttrokken voor jeugdhulp uit de reserve. Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel 6.578 N 16.700 N 837 N 240 N Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,4.2 Maatschappelijke ondersteuning Totaal programma 4 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 400 400 400 400 400 400 400 400 De belangrijkste investeringen in 2015 hebben betrekking op: - aanschaf hulpmiddelen WMO (€ 400.000). Begroting 2015 64 Begroting 2015 65 Begroting 2015 66 Programma 5. Arbeidsmarkt en onderwijs Programma Producten Arbeidsmarkt Arbeidsmarkt en Onderwijs Sociale Voorzieningen Onderwijs Begroting 2015 Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Lasten € 20.068 Baten -€ 0 Lasten € 35.627 Baten -€ 27.930 Lasten € 6.273 Baten -€ 2.303 67 Begroting 2015 68 Algemene programmadoelstelling Het programma arbeidsmarktbeleid is gericht op een goede aansluiting tussen de vraag en het aanbod naar arbeid en een betere afstemming tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Extra aandacht gaat hierbij uit naar de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt zoals jongeren en mensen met een arbeidsbeperking. De Participatiewet wordt per 1 januari 2015 ingevoerd. Meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zullen bij reguliere werkgevers aan de slag worden geholpen. In de arbeidsmarktregio Midden-Limburg, waarvan Roermond centrumgemeente is, wordt een regionaal samenwerkingsverband opgezet (Werkbedrijf), dat op een praktische wijze invulling gaat geven en de randvoorwaarden gaat scheppen om deze doelstelling te bereiken. Strategische Visie Roermond 2020 In de groeisectoren van de toekomst zien wij kansen om banen te creëren die de middengroepen aan de stad kunnen binden en de jongeren voor de stad kunnen behouden. Hierbij willen wij ook de kansen die een multiculturele samenwerking biedt beter benutten. Beleidskaders: - Kadernota regionaal arbeidsmarktbeleid Midden-Limburg (2012); Visienota werken naar vermogen in Midden-Limburg (2012); Kadernota armoedebeleid “Kansarm? Kansrijk!” (2012); Beleidsplan schuldhulpverlening (2012). Coalitieakkoord 2014-2018 “Mensen maken onze stad” Een goed functionerende arbeidsmarkt met goed op de praktijk aansluitend onderwijs zijn belangrijke randvoorwaarden voor een sterke (regionale) economie. Daarnaast heeft het hebben van werk en het voorhanden zijn van goed onderwijs een sterke sociale functie. Dit vergt investeringen, met daarbij aandacht voor een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt krijgen extra aandacht. Wij spannen ons in om jeugdwerkloosheid terug te dringen. Naar verwachting treedt de Participatiewet op 1 januari 2015 in werking. Het doel van deze wet is meer mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te krijgen. De huidige Wet werk en bijstand (Wwb), Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en delen van de Wet werk en ondersteuning jonggehandicapten (Wajong) worden samengevoegd. De huidige Wsw wordt afgebouwd doordat geen nieuwe instroom meer plaatsvindt. Nieuwe Wajongers die kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Mensen met een arbeidsbeperking moeten aan de slag in het reguliere bedrijfsleven. Bij de uitvoering van de Participatiewet spelen de 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland een belangrijke rol. De gemeente Roermond is centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Midden-Limburg. Wij gaan voortvarend met de Participatiewet aan de slag om meer mensen te laten meedoen op een arbeidsmarkt, waarin ook mensen met een beperking hun bijdrage kunnen leveren. Daarbij werken wij nauw samen met de werkgevers. Zij vormen immers de start van de keten. Voor de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt worden op grond van het sociaal akkoord extra banen gecreëerd. Nadere invulling daarvan vindt plaats in de arbeidsmarktregio en is van groot belang voor het realiseren van de doelstelling van de Participatiewet. In elke arbeidsmarktregio wordt daartoe conform de wet een Werkbedrijf opgericht. Dit is een netwerkorganisatie die verantwoordelijk is voor Begroting 2015 69 het realiseren van de garantiebanen. Gemeenten hebben het voortouw bij deze Werkbedrijven en nodigen sociale partners uit om deel te nemen in het bestuur. In de begeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar een reguliere baan spelen de huidige sociale werkvoorzieningen in de regio een belangrijke rol. Deze worden omgevormd tot een zogenaamd Werkontwikkelbedrijf, waarbij tevens bekeken wordt of een fusie tussen Westrom en De Risse mogelijk is en tot meer efficiency leidt. Het Werkontwikkelbedrijf voert de begeleiding van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt uit. Kwalitatief goede werknemers zijn cruciaal voor een goed functionerende arbeidsmarkt en een florerende economie, nu en in de toekomst. Opleidingen moeten daarom (beter) aansluiten op de vraag vanuit het bedrijfsleven. Wij vragen onze onderwijspartners aandacht te hebben voor het belang van Duitstalig onderwijs. Samen met het onderwijs en andere belanghebbende partijen gaan we voor behoud en versterking en een betere afstemming van het onderwijs op de vraag uit de markt. De gemeente vervult hierin de rol van ‘netwerkmanager´ en verbindt partijen en ontwikkelingen met elkaar. Onderwijs is niet alleen van belang in relatie tot de arbeidsmarkt maar tevens het beste middel om het mensen mogelijk te maken het beste uit zichzelf te halen. Daarbij gaat het niet alleen om (economisch inzetbare) kennis maar vooral ook om de ontwikkeling tot zelfbewuste en zelfredzame burgers. Onderwijs is de sleutel tot zelfontplooiing. Wij volgen de ontwikkelingen naar aanleiding van de Wet passend onderwijs op de voet. Product 5.1 Arbeidsmarkt De gemeente Roermond streeft naar een goed functionerende arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waarbij vraag en aanbod van arbeid met elkaar in evenwicht zijn. Er is voldoende werk en er zijn voldoende en gekwalificeerde werknemers om het werk te verrichten. Werkgevers en werknemers weten elkaar te vinden. Burgers participeren op de arbeidsmarkt en verdienen daarmee hun eigen inkomen. Met haar arbeidsmarktbeleid wil de gemeente Roermond bijdragen aan het stimuleren van economische groei en het verhogen van de participatiegraad. We voeren regionaal arbeidsmarktbeleid. De overheid is samenwerkingspartner binnen de triple helix structuur van onderwijs en ondernemers. Wat willen we bereiken? In de regio willen wij voldoende werkgelegenheid passend bij de beroepsbevolking en het economisch profiel van de regio. In 2015 willen we een transparantere arbeidsmarkt, waarbij de vraag en het aanbod naar arbeid beter op elkaar aansluiten. We willen de participatiegraad van burgers verhogen, waarbij extra aandacht is voor kwetsbare groepen. We willen zoveel mogelijk voorkomen dat burgers voor hun inkomen afhankelijk worden van een uitkering. Begroting 2015 70 Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Arbeidsplaatsen (SEV; komt jaarlijks in het najaar, cijfers van een jaar eerder). Percentage Werkloosheidsuitkeringen. Participatiegraad met een minimum van: rekening 2013 -- begroting 2014 -- begroting 2015 35.260 streefwaarde 35.260 --- --- 6,5% 69,6% 6,5% 69,6% Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Er wordt ingezet op het verstevigen van de aansluiting tussen arbeidsmarkt en economie om werkgelegenheid te vergroten. Met werkgevers worden samenwerkingsverbanden afgesloten om de werkgelegenheid in bepaalde sectoren (bijvoorbeeld zorg) of voor kwetsbare groepen (bijvoorbeeld arbeidsbeperkten) te creëren of te vergroten. Daarnaast wordt ingezet om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en de doorstroom van onderwijs naar arbeidsmarkt te bevorderen en de kwalificaties van de werknemers aan te laten sluiten bij de personeelsbehoefte. Indien de resultaten van 2014 positief zijn, zullen wij in het kader van het project de Roermondse Uitdaging het netwerk van ondernemers verder voortzetten, met als doel creatieve ideeën uit de stad om te zetten in concrete projecten. Hiervoor is € 30.000 vanuit ESSV beschikbaar. De gemeente Roermond heeft een centrale rol binnen de arbeidsmarktregio Midden Limburg. Daardoor heeft ze een extra taak bij de faciliteren van de arbeidsmarkt. Zowel voor werkgevers als UWV, Wsw bedrijven, onderwijs en de 6 regio gemeentes. Afstemming van beleid, gecoördineerde werkgeversbenadering (Regionale Werkgeversservicepunt) en het vormgeven van werkbedrijf wordt binnen de regio opgepakt en dragen bij aan een transparante arbeidsmarkt. We creëren werkervaringsplekken en ontwikkelingstrajecten voor mensen die nu tijdelijk niet deelnemen aan het arbeidsproces. Onder de Participatiewet is de gemeente verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden, jongeren of kwetsbare doelgroepen. Hierover worden afspraken met werkgevers gemaakt, instrumenten ontwikkeld en ingezet. De mogelijkheden voor transformatie van de huidige Wsw en de mogelijkheden van een werkontwikkelbedrijf worden hierbij ook bekeken. Vanaf 2015 moeten gemeenten uitvoering geven aan de “Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten”. Met deze wet wordt een belangrijke bouwsteen toegevoegd aan de uitvoering van de Participatiewet en de banenafspraak uit het sociaal akkoord. Dit leidt tot een beter perspectief voor mensen met een arbeidsbeperking op een reguliere baan. In het sociaal akkoord hebben kabinet en sociale partners een afspraak gemaakt om tot 2026 landelijk 125.000 banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Het reguliere bedrijfsleven is goed voor 100.000 banen. De overheid draagt zorg voor de overige 25.000. Deze banen komen er als compensatie voor het gaandeweg vervallen van de 90.000 Wsw werkplekken. Doelstelling is om mensen met een arbeidsbeperking zo regulier mogelijk te laten werken. Gemeente Roermond is als centrumgemeente niet alleen kartrekker van de arbeidsmarktregio Midden-Limburg, maar heeft in dit kader ook een voorbeeldfunctie, zeker naar het regionale bedrijfsleven toe. Wij willen om te beginnen in onze rol van voorbeeld functie twee kandidaten binnen de organisatie plaatsen. Uitgaande van een loonwaarde van 50% betekent dit een kostenpost van € 25.000 voor 2015. Begroting 2015 71 Met de Participatiewet wordt de gemeente verantwoordelijk voor een grotere doelgroep. We maken daarom afspraken met onderwijs en UWV om eventuele instroom van mensen in een uitkeringssituatie te voorkomen. Vanuit ESSV gaan we middelen inzetten gericht op het bevorderen van de participatie van vrouwen aan de arbeidsmarkt (€ 70.000). De gemeente Roermond is door het Ministerie benaderd om gezamenlijk projecten te ondersteunen die vrouwen de kans biedt talenten te ontdekken en samen met andere vrouwen deze kansen om te kunnen zetten in concrete stappen bijvoorbeeld door op eigen kracht een onderneming op te starten. Ook wordt in dit kader ondersteuning geboden aan een project gericht op de empowerment van vrouwen die slachtoffer zijn geworden van huiselijk geweld. Wat mag dat kosten? Product 5.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 21.508 -18.891 0 2.617 begroting 2014 21.564 -17.794 -715 3.055 begroting 2015 20.068 0 -478 19.590 begroting 2016 19.696 0 0 19.696 begroting 2017 19.755 0 0 19.755 begroting 2018 19.886 0 0 19.886 Product 5.2 Sociale voorzieningen Inwoners die niet een eigen inkomen kunnen genereren en verder ook geen vermogen hebben kunnen een beroep doen op de sociale voorzieningen van de gemeente (onder andere Participatiewet en bijzondere bijstand). Het is de bedoeling dat men zo kort mogelijk gebruik maakt van dit vangnet. We streven ernaar dat iedereen met arbeidsvermogen naar werk wordt toegeleid om op die manier in het eigen levensonderhoud te voorzien. Per 1 januari 2015 wordt de Participatiewet van kracht. Dit betekent dat per genoemde datum de Wet werk en bijstand (WWB) opgaat in deze nieuwe wet. Tevens worden we verantwoordelijk voor diegenen die geen beroep meer kunnen doen op de Wsw en Wajong. Meer mensen zullen een beroep doen op onze ondersteuning. In het kader van het beleidsplan schuldhulpverlening bieden we burgers bij het gemeentelijke loket schuldhulpverlening hulp en ondersteuning bij de oplossing van de schuldenproblematiek. Wat willen we bereiken? Uitstroom naar werk (voltijds, deeltijds of tijdelijk) voor zowel nieuwe klanten (preventie) als bestaande klanten. Duurzame economische en financiële zelfredzaamheid voor inwoners met schulden. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Rechtmatige verstrekking van uitkeringen. Aanvragen worden snel, efficiënt en zakelijk afgehandeld. Begroting 2015 rekening 2013 1.612 88,2% binnen 8 weken begroting 2014 1.680 90% binnen 8 weken begroting 2015 1.950 90% binnen 8 weken streefwaarde 2.059 90% binnen 8 weken 72 Omschrijving Tijdens de aanvraagprocedure extra inzet op de mogelijkheden van arbeidsparticipatie d.m.v. extra ondersteuning (onder andere sollicitatietrainingen) en actieve arbeidsbemiddeling. Het bieden van gerichte inkomensondersteuning (bijzondere bijstand) aan hen die niet in staat zijn hun inkomenspositie te verbeteren. Kwalitatieve en integrale dienstverlening op maat om tenminste stabilisatie van de schuldenproblematiek te bewerkstelligen. rekening 2013 1.679 begroting 2014 1.500 begroting 2015 1.500 streefwaarde 1.600 3.301 3.500 3.500 3.750 1.221 1.200 1.200 1.250 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We gaan cliënten aanspreken op hun eigen kracht en verantwoordelijkheid, waarbij de Participatiewet geldt als tijdelijk vangnet. Cliënten die zich niet houden aan de wederzijds gemaakte afspraken zullen we in voorkomende gevallen sanctioneren. We geven uitvoering aan de regionale werkgeversbenadering. We bieden ondersteuning door middel van jobcoaching om duurzame uitstroom te bevorderen en zetten een (nieuw) instrument loonkostensubsidie in, alsmede werkgeversarrangementen. In het kader van het project ‘Maatschappelijk actief’ worden maatschappelijke activiteiten georganiseerd, waarbij burgers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt toch een maatschappelijke bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Voor uitvoering van deze projecten hebben we binnen ESSV € 140.000 gereserveerd. We evalueren en actualiseren de bestaande Kadernota armoedebeleid ‘Kansarm? Kansrijk!’ en het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2012-2014. We geven bijzondere aandacht aan de doelgroep kinderen en armoede. Hiervoor hebben we binnen ESSV € 100.000 bestemd. We nemen preventieve maatregelen (informatie, voorlichting en advies aan burgers en intermediairs) om de inkomenspositie van burgers te verbeteren, te voorkomen dat inwoners in een problematische schuldensituatie geraken, om nieuwe schulden te voorkomen en om problematische schulden vroegtijdig te signaleren. Bovendien maken we afspraken met lokale en regionale schuldeisers over vroegtijdige doorverwijzing van klanten met betaalachterstanden. We bieden kwalitatieve en integrale dienstverlening op maat om tenminste stabilisatie van de schuldenproblematiek te bewerkstelligen en nazorg om recidive te voorkomen. Wat mag dat kosten? Product 5.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 29.740 -25.389 1.427 5.778 begroting 2014 35.012 -27.930 -731 6.351 begroting 2015 35.627 -27.930 -370 7.327 begroting 2016 35.113 -27.930 0 7.183 begroting 2017 35.238 -27.930 0 7.308 begroting 2018 35.492 -27.930 0 7.562 73 Product 5.3 Onderwijs De algemene doelstelling van onderwijsbeleid is burgers in staat te stellen onderwijs te volgen op een voor hen passend niveau. In het kader van onderwijshuisvesting voor het (speciaal) basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs is de gemeente ingaande 2015 alleen nog verantwoordelijk voor bekostiging van nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van schoolgebouwen en voorzieningen voor bewegingsonderwijs. De uitkering uit het gemeentefonds is overeenkomstig aangepast. Wat willen we bereiken? We willen de achterstanden of stagnaties in de ontwikkeling ( bv. taalontwikkeling) bij de Roermondse jeugd zo vroeg mogelijk onderkennen (voorschools) en zo maximaal mogelijk bestrijden. Verder willen we de harmonisering van peuterspeelzalen en kinderopvang door het inrichten van integrale kindcentra realiseren. Hierin past het stimuleren van een passend onderwijsaanbod voor alle leerlingen en dus ook voor zorgleerlingen. Daarnaast is ons streven het aantal voortijdig schoolverlaters te verminderen. Ook streven wij naar voldoende en geschikte faciliteiten voor het geven van het betreffende onderwijs. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Percentage nieuwe voortijdige schoolverlaters zoals jaarlijks gepubliceerd door het ministerie. rekening 2013 3,2% begroting 2014 -- begroting 2015 3,2% streefwaarde 3,2% Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We willen de toeleiding van de doelgroep peuters naar voorschoolse voorzieningen die werken met een voor en vroegschoolse educatie (VVE) aanpak optimaliseren en het integreren van schakelklassen binnen het passend onderwijs continueren. Deze harmonisering wordt op bestaande locaties ingericht. Daarnaast gaan we een systematiek ontwikkelen die bijdraagt aan een goede overgang van kinderen tussen voorschoolse voorzieningen en basisscholen en die zich richt op de totstandkoming van een doorlopende ontwikkel- en leerlijn. In samenwerking met de onderwijsinstellingen wordt de aanpak voortijdig schoolverlaten (VSV) voortgezet. Aandachtspunten daarbij zijn het zo lang mogelijk op school houden van jongeren (aanpak individueel en groepsgericht), extra zorg dicht bij de leerling, overdracht en regionale samenwerking. Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente in het kader van onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs alleen verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen en bewegingsonderwijs. Verder blijft de gemeente verantwoordelijk voor de kosten van herstel van constructiefouten en schade door calamiteiten. We willen de kwalificaties van de beroepsbevolking verbeteren en een meer geleidelijke overgang van opleiding naar werk bewerkstelligen, bijvoorbeeld door het project KEC werkt (kennis en expertise centrum). Begroting 2015 74 Wat mag het kosten? Product 5.3 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 6.590 -2.837 104 3.857 begroting 2014 6.441 -2.129 -439 3.873 begroting 2015 6.273 -2.303 -68 3.902 begroting 2016 6.308 -2.301 -414 3.593 begroting 2017 5.910 -2.301 -22 3.587 begroting 2018 5.908 -2.301 -22 3.585 75 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 5 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 57.837 -47.116 begroting 2014 63.017 -47.853 begroting 2015 61.968 -30.232 begroting 2016 61.116 -30.232 begroting 2017 60.903 -30.232 begroting 2018 61.286 -30.232 10.721 2.133 -602 12.252 15.165 170 -2.056 13.279 31.736 74 -990 30.820 30.885 -30 -384 30.471 30.671 -2 -20 30.649 31.054 -2 -20 31.032 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Product 5.1 Onderwerp Arbeidsmarkt Stortingen / onttrekkingen reserves Toelichting In de begroting 2015 zijn de rijksmiddelen voor WSW overgeheveld naar het sociaal deelfonds dat is opgenomen onder de toegenomen baten programma 9 Financiën. In 2014 zijn onttrekkingen uit reserves geraamd voor incidenteel geraamde uitgaven. Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel 15.937 N 969 N Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,5.3 Onderwijs Totaal programma 5 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 1.350 1.350 461 461 17 17 0 0 De belangrijkste investeringen in 2015 hebben betrekking op: - onderhoud schoolgebouwen (€ 1.350.000). Het kabinet is voornemens het buitenonderhoud aan schoolgebouwen over te dragen aan de schoolbesturen. De meicirculaire gaat in verband met deze taakoverdracht uit van een korting op de algemene uitkering gemeentefonds. De kapitaallasten van bovenstaande investeringen zijn daarom niet meegenomen in de begroting. Zodra dit ook wettelijk is geregeld, komt het onderhoudsprogramma voor 2015 van rechtswege te vervallen. Begroting 2015 76 Begroting 2015 77 Begroting 2015 78 Programma 6. Sport en Cultuur Programma Producten Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Sport Lasten € 4.588 Baten -€ 1.267 Sport en Cultuur Cultuur Begroting 2015 Lasten € 6.000 Baten -€ 368 79 Begroting 2015 80 Algemene programmadoelstelling Dit programma richt zich op een kwalitatief goede basisinfrastructuur van laagdrempelig toegankelijke sportaccommodaties en voorzieningen met voldoende spreiding over de stad. Daarnaast willen we sportbeoefening stimuleren en faciliteren. Verenigingen spelen daarbij een belangrijke rol. Wij streven naar een bruisend cultureel klimaat in de stad, dat aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers. Daarom zetten we in op een breed en actief cultuurbeleid. Wij willen hiervoor de huidige culturele basisinfrastructuur toegankelijker maken. Samenwerking tussen culturele instellingen onderling en met andere partners in de stad wordt actief gestimuleerd.Net als in de andere programma’s (4 en 5) is ook hier aandacht voor participatie van de jeugd. Strategische Visie Roermond 2020 Roermond wil ook in 2020 een levendige stad zijn voor alle leeftijdsgroepen. Voor jongeren, voor gezinnen met kinderen en voor senioren. Voor de eigen inwoners als ook voor bezoekers van binnen en buiten de regio. Beleidskaders - ‘Cultuurkoers’, Kadernotitie Cultuurbeleid Roermond 2010 - 2014 (2009); Museumnota, ‘Naar een ander museum in Roermond’ (2009); Kadernota Lokale media instelling (2009); Visiedocument sportaccommodaties 2020 (2009); Uitvoeringsnota sportaccommodaties 2010 (2010). Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ Sport en cultuur zijn een bindmiddel in onze samenleving en moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Product 6.1 Sport Het verenigingsleven is onmisbaar voor Roermond. Het is het cement van onze samenleving. Daarom bezien we in co-creatie met de sport- en culturele verenigingen op welke manier deze het beste ondersteund en gefaciliteerd kunnen worden. Het doel is dat het divers geschakeerde verenigingsleven zoveel mogelijk in stand blijft en verder wordt versterkt, maar wel rekening houdend met lokaal draagvlak, behoefte en eigen verantwoordelijkheid. Wat willen we bereiken? Een hogere deelname van Roermondse burgers aan breedtesport, behoud van een breed scala aan sportaanbod door georganiseerde sportverenigingen, behoud van voldoende bezetting in goed onderhouden en laagdrempelig toegankelijke sportaccommodaties en een toename van talenten en topsporters die door hun voorbeeldfunctie van belang zijn voor de breedtesport in Roermond. Begroting 2015 81 Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Aantal deelnames aan wijkgerichte sport- en beweegactiviteiten. Nulmeting van het percentage sportparticipatie vindt in 2015 plaats. Bezettingsgraad 2.000 uur per jaar per sporthal (uitvoeringsnota Sportaccommodaties). Aantal verstrekte subsidies aan talenten en topsporters: 7 (2012), 17 (2013). rekening 2013 122.796 begroting 2014 121.000 begroting 2015 121.000 streefwaarde 121.000 -- -- 2.000 2.000 17 20 20 20 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? De gemeente stimuleert wijkgerichte laagdrempelige breedtesportinitiatieven die onder andere worden ingevuld door de buurtsportcoaches en door het verlenen van subsidies ter ondersteuning. De gemeente stimuleert (deelname aan) het georganiseerde sportaanbod door onder andere subsidie te verlenen aan activiteiten, die gericht zijn op de jeugd en het beschikbaar stellen van gemeentelijke sportaccommodaties. De gemeente zorgt voor goed onderhoud en beheer van sportaccommodaties. Het verhuurtarief is daarbij gebaseerd op basis van ’algemeen maatschappelijk belang’. De jaarschijf 2015 van de Uitvoeringsnota Sportaccommodaties 2010 wordt onder andere uitgevoerd middels de uitbreiding van de toestellenberging in de Jo Gerrishal en een kwaliteitsverbetering (kunstgras) bij korfbalvereniging Ready. Verder investeren wij in groot onderhoud van de vloer Jo Gerrishal en de beregeningsinstallatie van De Wijher. Vanuit ESSV faciliteren en initiëren we projecten die gericht zijn op het participeren van inwoners met beperkingen op het gebied van sport en bewegen (cultuur- en sportarrangementen samen € 125.000). De activiteiten in het kader van Meer bewegen voor ouderen worden blijvend ondersteund. Wat mag dat kosten? Product 6.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 5.400 -1.129 -348 3.923 begroting 2014 5.322 -1.419 -306 3.597 begroting 2015 4.588 -1.267 -303 3.018 begroting 2016 4.335 -1.251 -199 2.885 begroting 2017 4.226 -1.251 -52 2.923 begroting 2018 4.439 -1.251 -181 3.007 82 Product 6.2 Kunst en cultuur Toegang tot kunst en cultuur dragen in belangrijke mate bij aan beleving, welbevinden en ontwikkeling van inwoners en bezoekers. Er moet daarbij een balans zijn tussen de meer centrale voorzieningen als de ECI Cultuurfabriek, het Cuypershuis en cultuur in de wijken. Wij vinden onze culturele voorzieningen belangrijk en bezien instandhouding daarvan in breed perspectief. Roermond is een echte evenementen- en festivalstad. Om de sociale binding en vitaliteit in de gemeente, buurt, wijk en straat te bevorderen blijft de gemeente ook kleinschalige evenementen stimuleren. Wat willen we bereiken? Deelname van een breed publiek aan het culturele leven in de stad en een breed scala aan culturele instellingen met een divers aanbod. Dit wordt bewerkstelligd door stimulering van de (actieve) cultuurparticipatie en de actualisering van het cultuurbeleid. Daarnaast nemen wij de uitwerking ter hand van de met het veld opgestelde beleidsagenda 2014-2015 actualisering cultuurbeleid, pilot cultuureducatie primair onderwijs en cultuur in de wijk. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving rekening 2013 38 begroting 2014 38 begroting 2015 38 streefwaarde 38 30 30 30 30 311.000 9.288 30 325.000 9.000 12 325.000 9.000 12 Aantal bezoekers Historiehuis. 16.934 18.000 325.000 9.000 Min. 1 per maand 18.000 Aantal bezoekers Cuypershuis. 24.630 25.000 25.000 25.000 Aantal gehonoreerde projectaanvragen voor culturele initiatieven. Aantal gesubsidieerde amateurkunstverenigingen met minimaal 20 leden. Aantal uitleningen bibliotheekvoorziening. Aantal leden bibliotheekvoorziening. Aantal culturele activiteiten in bibliotheek. 18.000 ECI Cultuurfabriek: In het kader van het verbeterplan worden de ambities opnieuw vastgelegd. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We werken de met het veld opgestelde beleidsagenda 2014-2015 actualisering cultuurbeleid, pilot cultuureducatie primair onderwijs en cultuur in de wijk uit en stimuleren (actieve) cultuurparticipatie, culturele initiatieven, verengingen en –organisaties. We houden de gemeentelijke culturele voorzieningen in stand, waarbij wordt gekeken naar mogelijkheden tot samenwerking. Vanuit ESSV faciliteren en initiëren we projecten die gericht zijn op het participeren van inwoners met beperkingen op het gebied van cultuur (cultuur- en sportarrangementen samen € 125.000). Het project Fablab in het Cuypershuis zetten we voort (€ 50.000 uit ESSV). Begroting 2015 83 Wat mag dat kosten? Product 6.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 6.613 -398 -458 5.757 begroting 2014 6.999 -382 -841 5.776 begroting 2015 6.000 -368 -112 5.520 begroting 2016 5.907 -368 -63 5.476 begroting 2017 5.908 -368 -64 5.476 begroting 2018 5.954 -368 -65 5.521 84 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 6 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 12.013 -1.527 begroting 2014 12.320 -1.800 begroting 2015 10.588 -1.636 begroting 2016 10.242 -1.619 begroting 2017 10.134 -1.619 begroting 2018 10.393 -1.619 10.486 0 -807 9.679 10.520 0 -1.146 9.374 8.952 0 -414 8.538 8.623 0 -262 8.361 8.515 0 -116 8.399 8.774 0 -246 8.528 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Product Onderwerp 6.1 Sport 6.2 Kunst en cultuur Stortingen / onttrekkingen reserves Toelichting Door de inkrimping van de organisatie worden er minder salaris- en overheadkosten doorbelast aan de programma's. In 2014 zijn er incidentele kosten geraamd voor met name de ECI Cultuurfabriek en Azijnfabriek die gedekt worden uit reserves. De incidentele kosten voor met name de ECI Cultuurfabriek en Azijnfabriek zijn in 2014 gedekt door onttrekkingen uit reserves. Deze zijn in 2015 niet geraamd. Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel -637 V -697 V 751 N Nog te realiseren taakstellingen kerntakenboek: Taakstellingen KTB 2015-2018 (bedragen x € 1.000) Cuypershuis Totaal programma 6 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 100 100 100 100 100 100 100 100 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 115 115 15 15 15 15 130 130 Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,6.1 Sport Totaal programma 6 De belangrijkste investeringen in 2015 hebben betrekking op: - groot onderhoud vloer Jo Gerrishal (€ 60.000); - beregeningsinstallatie De Wijher (€ 40.000). Begroting 2015 85 Begroting 2015 86 Begroting 2015 87 Begroting 2015 88 Programma 7. Veiligheid Programma Producten Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Sociale veiligheid Lasten € 4.197 Fysieke veiligheid Lasten € 3.604 Baten -€ 419 Veiligheid Begroting 2015 Baten € 0 89 Begroting 2015 90 Algemene programmadoelstelling Roermond is een stad waarin overlast en criminaliteit verder zijn teruggedrongen en de inwoners en ondernemers zich veilig voelen. Door gezamenlijke inspanningen van gemeente, politie, inwoners, ondernemers en overige betrokkenen wordt onveiligheid zoveel mogelijk voorkomen en overlast en criminaliteit aangepakt. Strategische Visie Roermond 2020 Veiligheid is een speerpunt in het beleid van onze gemeente geworden. Daarnaast is er de laatste jaren al veel geïnvesteerd in de aanpak van sociale problemen. Er is veel geïnvesteerd in nieuwe banen, in buurtwerk, in de verbetering van de oude wijken en zo meer. Toch is er nog steeds sprake van een kleine harde kern van sociale problematiek die moeilijk bereikbaar is. De aanpak van deze ‘harde kern’ blijft een prioriteit. Beleidskaders - Integraal Veiligheidsplan Roermond 2012-2014 (september 2011); Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2014 (januari 2014); Integraal Veiligheidsplan 2015-2018 (nog vast te stellen); Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2015 (nog vast te stellen); Beleidsplan 2001-2015 Veiligheidsregio Limburg-Noord (2011); Visie brandweerzorg Limburg-Noord 2011-2015 (2014); Dekkingsplan brandweer Limburg-Noord (2014); Visie op brandweervrijwilligers (2014); Visie op repressie (2014). Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ Veiligheid is een belangrijke randvoorwaarde voor alle andere maatschappelijke facetten om tot volle bloei te kunnen komen. Veiligheid blijft daarmee een belangrijk speerpunt. Veiligheid in de wijk is ook een belangrijke randvoorwaarde nu we inzetten op het stimuleren van burgerparticipatie, zorg in de wijk en wijkeconomie. Dit komt alleen van de grond als inwoners en ondernemers zich veilig voelen om activiteiten te ontplooien. Dit jaar wordt op basis van een brede veiligheidsanalyse en met alle betrokkenen een nieuw integraal veiligheidsplan opgesteld voor de periode 2015-2018. Sociale veiligheid staat daarin centraal. Onverminderd zijn daarbij uitgangspunten het voorkomen van onveiligheid en het versterken van participatie en het zelfoplossend vermogen van inwoners en ondernemers. In het integraal veiligheidsplan wordt daarnaast zoveel mogelijk geanticipeerd op de nieuwe taken van de gemeenten in het sociale domein. Inhoudelijke speerpunten zijn de aanpak van delicten met een grote impact, drugsoverlast en de criminele jeugdgroep. Ook het convenant veilige school houdt onze aandacht. Product 7.1 Sociale veiligheid In 2014 wordt op basis van een brede veiligheidsanalyse en met alle betrokkenen een nieuw integraal veiligheidsplan opgesteld voor de periode 2015-2018. Het integrale veiligheidsplan bevat het veiligheidsbeeld en de geprioriteerde veiligheidsthema’s voor een termijn van vier jaar. De wijze waarop we gaan communiceren naar onze inwoners, ondernemers en partners vormt een wezenlijk onderdeel van het integraal veiligheidsplan. Ook de financiële meerjarenbegroting maakt onderdeel uit van het plan. In het integraal veiligheidsplan wordt zoveel mogelijk geanticipeerd op nieuwe taken van de gemeente in het sociale domein. Begroting 2015 91 Onderstaande doelstellingen (op hoofdlijnen), effectindicatoren en inzet zijn opgenomen vooruitlopend op vaststelling van het plan. Mogelijk kunnen deze afhankelijk van de inhoud van het veiligheidsplan nog wijzigen. Wat willen we bereiken? Centrale doelstellingen in ons veiligheidsbeleid zijn: - het bevorderen van het veiligheidsgevoel (subjectieve veiligheid): inwoners voelen zich veilig in hun woonomgeving en kennen een hoger cijfer toe aan de veiligheid en leefbaarheid in hun eigen woonbuurt. Wij monitoren dit eens per twee jaar; - het bevorderen van de veiligheid: Roermond wordt veiliger (minder inbraken, minder overvallen en minder geweld) en blijft ook voor ondernemers een aantrekkelijke winkelstad en vestigingsplaats. Een toenemend aantal inwoners en ondernemers draagt zelf bij aan een veilige wijk en stad. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Beoordeling veiligheid in de eigen woonbuurt. Beoordeling leefbaarheid. Delicten als inbraken, overvallen, straatroof, geweld en winkeldiefstal worden teruggedrongen ten opzichte van 2013. rekening 2013 6.7 7.1 7% begroting 2014 10 % (t.o.v. (t.o.v. 2009/2010) 2009/2010) begroting 2015 > 6.7 > 7.1 -2,5% streefwaarde >6.7 >7.1 - 10% Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We stellen een nieuw Integraal Veiligheidsplan op. Sociale veiligheid staat daarin centraal. Naar verwachting vindt vaststelling van het integraal veiligheidsplan begin 2015 plaats. Op basis van dit plan worden afspraken gemaakt met de veiligheidspartners over de aanpak van de veiligheidsproblematiek. Deze afspraken worden vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s integrale veiligheid. Mede gezien de veiligheidsproblematiek is ons veiligheidsbeleid ambitieus. De beschikbare capaciteit is echter beperkt. In het nieuwe integrale veiligheidsplan (of in vervolg daarop) zullen ambities en in te zetten menskracht in een nieuw evenwicht moeten worden gezet. Om de periode tot dat het geval is te overbruggen zetten wij tijdelijk extra capaciteit in. We pakken de sociale veiligheidsthema’s op samen met de inwoners en professionals en leveren maatwerk dat nauw aansluit op dat wat in de wijk leeft, mede in relatie met wijkgericht werken. Initiatieven van inwoners om de veiligheid in de wijk te verbeteren stimuleren en faciliteren wij. De aanpak van de veiligheidsproblematiek, waarbij in het veiligheidsplan en het jaarprogramma 2015 de speerpunten worden benoemd, wordt op hoofdlijnen gekenmerkt door: - preventieve activiteiten; - persoonsgerichte activiteiten; - verhogen van de pakkans. In 2015 wordt de evaluatie van de politiesterkte uitgevoerd. In dat kader wordt de verdeling van de capaciteit van de eenheid Limburg over de verschillende lokale basispolitieteams bezien en wordt ook de politiecapaciteit van heel Limburg geplaatst in het perspectief van het landelijk verdeelsysteem (in verband met de grensligging en mede daardoor relevante thematieken als drugs, outlaw motorcycle gangs en mensenhandel). Begroting 2015 92 We ontwikkelen het veiligheidshuis door naar een duurzaam robuust Veiligheidshuis MiddenLimburg. Het Veiligheidshuis Midden-Limburg heeft een belangrijke taak als het gaat om de aanpak van multi problematiek waarbij samenwerking tussen justitiepartners, zorgpartners en gemeenten noodzakelijk is voor een adequate aanpak en oplossing. Het Veiligheidshuis houdt zich vooral bezig met complexe zaken die niet in andere overleggen of door andere organisaties voldoende worden opgepakt en zoekt daarbij de aansluiting met de drie decentralisaties. In 2015 bekijken we hoe de juridische en financiële verankering van het veiligheidshuis beter kan worden geborgd. Wij volgen de ontwikkelingen met betrekking tot gereguleerde wietteelt, zoals de uitwerking van het Limburgse pilotvoorstel waarbij (juridisch) wordt getoetst of een door de overheid te exploiteren hennepbedrijf haalbaar is. Vanaf het moment dat de hennepteelt door de overheid in goede banen wordt geleid, zal dit, naar verwachting, een positief effect hebben op de veiligheid in de wijken. Ook wordt hiermee de georganiseerde misdaad, die zich met de hennepteelt bezighoudt, aangepakt. In het kader van de vergunningverlening en handhaving van bijzondere wetten (onder meer Dranken Horecawet) is het wenselijk – onder meer vanwege nieuwe landelijke regelgeving – de huidige regelgeving door te lichten, waar nodig te harmoniseren en te toetsen op mogelijkheden voor deregulering en efficiency. Wij zetten daarvoor tijdelijk extra capaciteit in. Wat mag dat kosten? Product 7.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 3.802 -502 -355 2.945 begroting 2014 4.058 -421 -546 3.091 begroting 2015 4.197 -419 -76 3.702 begroting 2016 4.014 -419 -238 3.357 begroting 2017 3.912 -419 -31 3.462 begroting 2018 4.012 -419 0 3.593 Product 7.2 Fysieke veiligheid De Veiligheidsregio Limburg-Noord fungeert als samenwerkende partij van gemeenten voor rampenbestrijding, crisisbeheersing, brandweer en publieke gezondheid. De wettelijke basis voor de huidige Veiligheidsregio Limburg-Noord is de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Publieke Gezondheid. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft als missie samen meerwaarde te behalen in veiligheid en gezondheid in de regio Midden- en Noord-Limburg. Deze is vastgelegd in het Beleidsplan 2011 – 2015. Wat willen we bereiken? Als deelnemende gemeente volgen wij de beleidsagenda van de Veiligheidsregio Limburg-Noord voor de komende jaren. De volgende thema’s maken daar deel van uit: - het verleggen van de beleidsfocus naar risicobeheersing en gezondheidsbevordering; - het verbinden van de beleidsterreinen van fysieke en sociale veiligheid; - het verbinden van de domeinen publieke gezondheidszorg en veiligheid. Specifiek ten aanzien van de brandweerzorg streven zowel de Veiligheidsregio Limburg-Noord als de gemeente Roermond naar een goede zorg met een hoge maatschappelijke betrokkenheid tegen aanvaardbare kosten. Begroting 2015 93 We zetten daarnaast in op een adequate rampenbestrijding en crisisbeheersing. De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van de professionalisering van de zogeheten ‘oranje kolom’ (de gemeente als vierde operationele partij binnen de rampenbestrijding, naast brandweer, politie en geneeskundige hulpverlening). Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Voor de preventieve brandweerzorg zal onder de noemer van het programma ‘brandveilig leven’ meer aandacht worden geschonken aan aspecten zoals eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van burgers, kwetsbare doelgroepen en wijken. De repressieve brandweerzorg zal (onder meer) meer vraag gestuurd (‘op maat’) worden ingericht. Met name in dit programma wordt de verbinding tussen brandweer- en gezondheidszorg gelegd. Tot nu toe was de begroting van de Veiligheidsregio Limburg-Noord een optelsom van de begrotingen van de diverse organisatieonderdelen zoals GGD, GHOR en brandweer. Nu de reorganisatie is afgerond wordt de begroting geprofessionaliseerd. Het project harmonisatie beoogt eind 2015 de volgende resultaten: - één geharmoniseerde dienstverleningsportfolio; - één geïntegreerde regionale begroting voor veiligheid en gezondheid; - één nieuwe kostenverdeelsleutel. Wat mag dat kosten? Product 7.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 5.030 -16 -89 4.925 begroting 2014 3.805 0 -25 3.780 begroting 2015 3.604 0 0 3.604 begroting 2016 3.584 0 0 3.584 begroting 2017 3.584 0 0 3.584 begroting 2018 3.584 0 0 3.584 94 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 7 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 8.833 -518 begroting 2014 7.862 -421 begroting 2015 7.801 -419 begroting 2016 7.598 -419 begroting 2017 7.495 -419 begroting 2018 7.596 -419 8.315 0 -444 7.871 7.442 0 -571 6.871 7.383 0 -76 7.307 7.179 0 -238 6.941 7.077 0 -31 7.046 7.177 0 0 7.177 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Product 7.1 Onderwerp Toelichting Sociale veiligheid In de begroting 2014 staan diverse incidentele budgetten welke niet meer in de begroting 2015 voorkomen zoals Veiligheidsprogramma 2013/2014, Veiligheid Donderberg. Bovengenoemde kostenverlaging wordt gecompenseerd door een kostenverhoging in 2015 als gevolg van hogere doorbelaste overheadkosten. Extra geraamd budget voor integraal veiligheidsbeleid in 2015. In de begroting 2014 staan diverse incidentele onttrekkingen uit reserves welke niet meer in de begroting 2015 voorkomen zoals Veiligheidsprogramma 2013/2014, Veiligheid Donderberg en Veiligheidsregio. Stortingen / onttrekkingen reserves Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel -421 V 371 N 100 N 471 N Nog te realiseren taakstellingen kerntakenboek: Taakstellingen KTB 2015-2018 (bedragen x € 1.000) Veiligheid/Halt Totaal programma 7 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 15 15 15 15 15 15 15 15 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 0 0 45 45 244 244 0 0 Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,7.1 Sociale veiligheid Totaal programma 7 Begroting 2015 95 Begroting 2015 96 Begroting 2015 97 Begroting 2015 98 Programma 8. Burgers en Bestuur Programma Producten Burgers Wijkontwikkeling Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Lasten € 2.597 Baten -€ 1.048 Lasten € 1.509 Baten -€ 714 Burgers en Bestuur Begroting 2015 Bestuur en Samenwerking Lasten € 4.696 Communicatie en burgerparticipatie Lasten € 494 Baten € Baten € 0 0 99 Begroting 2015 100 Algemene programmadoelstelling Roermond is een goed bestuurde gemeente die maximaal samenwerkt met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en andere gemeenten. Strategische Visie Roermond 2020 De gemeente Roermond wil een goed bestuurde gemeente blijven en ook investeren in een excellente dienstverlening. Beleidskaders: - Mensen maken de wijk – Herijking wijkgericht werken (2010); Wijkontwikkelingsplan Donderberg 2012 – 2024 (2012); Uitvoeringsprogramma Wijkontwikkelingsplan Donderberg 2012-2016 (2012); Samenwerkingsovereenkomst partners wijkontwikkelingsplan Donderberg (2012); Visiedocument sociaal maatschappelijke basisvoorzieningen (2009); Meedoen naar vermogen, op weg naar de participatiesamenleving: welzijnsvisie gemeente Roermond (2012); Euregiovisie 2014-2020+ (2013); Bestuursovereenkomst Samenwerking Midden-Limburg (2014). Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ Het ambitieniveau in Roermond is in deze veranderende tijden onverminderd hoog. Roermond moet zich opnieuw (blijven) uitvinden en regie op de toekomst houden. Door proactief te zijn in beleid en uitvoering kijkt Roermond vooruit. Hiervoor is een nieuwe strategische visie nodig. Alle inwoners maken onderdeel uit van onze lokale samenleving en geven daar vorm aan. Optimaal gebruik maken van ieders talenten is daarbij erg belangrijk. Als gemeente gaan we de wijk in en naar de mensen toe. Vanuit de wijken en dorpen stimuleren we de sociale cohesie en de leefbaarheid. Dit vraagt van de gemeente een regisseursrol en een verbindende en transparante manier van communiceren. De wijken en de wijkaanpak staan centraal in ons beleid. De afgelopen jaren zijn goede resultaten bereikt, bijvoorbeeld in de Donderberg. De integrale aanpak (economie, sociale domein, ruimte en veiligheid) werkt en is een voorbeeld voor andere wijken. Een ander voorbeeld van wijkgerichte aanpak is het Dorpsplan Swalmen, inclusief de pilot Burgerbegroting. De maatschappij waarin we leven is steeds complexer geworden. Samen met de Roermondse burgers gaan we aan de slag om nieuwe oplossingen te vinden voor onze gezamenlijke uitdagingen. De gewenste innovatie zal een belangrijke aanjager zijn van maatschappelijke vernieuwing en daarmee ook ruimte creëren voor persoonlijke en economische groei. Binnen onze samenleving is veel kennis en expertise aanwezig. Die kennis gaan we dan ook maximaal benutten. De rol van regisserende overheid wordt verder uitgewerkt en opgepakt. Bestuur en organisatie van de gemeente Roermond zijn integer en transparant en werken constructief samen (in co-creatie) met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Wij betrekken onze inwoners en partners in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ontwikkeling van beleid en de uitvoering daarvan. We zetten sterk in op vernieuwing op het gebied van communicatie en interactie met de samenleving. Er komt een nieuwe visie op communicatie waarin toegankelijkheid, de doorontwikkeling naar een communicatieve organisatie en de inzet van moderne communicatiemiddelen centraal staan. Dit ook Begroting 2015 101 om onze rol van regisseur waar te kunnen maken en verdere stappen te zetten op het gebied van burgerparticipatie en overheidsparticipatie: leren om opnieuw en open te communiceren met burgers en het ontwikkelen van (nieuwe) dialoogvormen. Wij geven het college en onze ambtelijke organisatie ruimte om hun regisseursrol op te pakken: niet vanuit het stadhuis problemen signaleren en oplossingen bedenken, maar samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Wij geven daarbij kaders mee en sturen op hoofdlijnen. Samenwerking met andere gemeenten is voor ons van groot belang, dit geldt zowel binnen als buiten de regio Midden-Limburg. We investeren actief in een goede verstandhouding met de gemeenten in de regio Midden-Limburg. Onder meer op het gebied van economie, toerisme, verkeer, bedrijfsvoering en de decentralisaties in het sociale domein wordt regionaal samengewerkt indien dit gezamenlijke voordelen heeft of leidt tot efficiencyresultaten en kwaliteitsverbetering. Ook samenwerking buiten de landsgrenzen kan aanzienlijke voordelen opleveren voor onze gemeente, onze inwoners en ondernemers. Product 8.1 Burgers De dienstverlening van gemeenten verandert, net zoals het contact met de burger waarbij we afkoersen op een informatiesamenleving. We richten ons op een beter bereikbare overheid, beter vindbare en toegankelijke overheidsinformatie én op termijn de gemeente als een belangrijke ingang tot de overheid. Wat willen we bereiken? De dienstverlening naar de burger als gebruiker/klant van een dienst of product van de gemeente Roermond zodanig te organiseren dat we blijven voldoen aan de steeds veranderende, hogere eisen die burgers, bedrijven en instellingen aan onze dienstverlening stellen. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Een klanttevredenheidsonderzoek KCC en publieksdiensten wordt continu uitgevoerd, waarbij (op een schaal van 1 tot 10) een tevredenheidscore wordt behaald van. Voor intake (volledigheidstoets) van diverse vakafdeling-producten geldt een maximale uitvoeringstermijn van (werkdagen). Klanten kunnen op afspraak producten en diensten afnemen, hiervoor geldt dat een afspraak kan worden gemaakt binnen (werkdagen). rekening 2013 7,0 begroting 2014 7,5 begroting 2015 7,5 streefwaarde 7,5 3 3 3 3 3 3 3 3 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Het klantcontactcentrum (KCC, 1ste lijn) is dé ingang voor klanten en bedrijven. In het KCC komen alle klantcontacten binnen, zowel via e-mail als telefoon. Daarbij worden vragen van klanten beantwoord, producten verstrekt binnen de afgesproken servicenormen en verricht het KCC de intake voor vakafdelingen. Bij dat laatste wordt de klantvraag verhelderd en (in standaard format) met benodigde documenten compleet aangereikt aan de vakafdeling. Begroting 2015 102 De publieksdiensten (2e en 3e lijn KCC) vormen de fysieke klantingang voor klanten en bedrijven. Bij de publieksdiensten worden klanten geholpen die een product en of dienst willen afnemen. Binnen publieksdiensten worden gegevens en producten op een klantvriendelijke en klantgerichte werkwijze verkocht, zoals opgenomen in het kwaliteitshandvest. Klanten krijgen één aanspreekpunt voor contacten met de gemeente. Hiertoe zal ‘Zaakgericht Werken’ in 2015 verder worden doorontwikkeld door steeds meer werkprocessen organisatie breed (nog meer) in te richten vanuit het perspectief van de klant. De klant heeft daarbij vooraf, tijdens en na het uitvoeren van dienstverlening, inzicht in informatie over resultaat, proces en verstrekte gegevens. Het gaat daarbij om algemene informatie over de dienst, de voortgang in en de status van het dienstverleningsproces en om informatie over het waarom van verstrekte gegevens. Klanten van de gemeente Roermond kunnen kiezen uit verschillende communicatiekanalen om met ons in contact te komen. Ongeacht de keuze van het kanaal (bijvoorbeeld het loket, internet, telefoon, post en e-mail) krijgen klanten het juiste antwoord op hun vraag. Wat mag dat kosten? Product 8.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 2.403 -929 0 1.474 begroting 2014 2.588 -1.064 0 1.524 begroting 2015 2.597 -1.048 0 1.549 begroting 2016 2.395 -1.164 0 1.231 begroting 2017 2.587 -1.284 0 1.303 begroting 2018 2.519 -1.129 0 1.390 Product 8.2 Wijkontwikkeling De wijk als bindmiddel is een van de verbindende schakels uit het coalitieakkoord 2014-2018: ‘Mensen maken onze stad’. Wijkgericht werken vraagt om een samenspel van burgers, maatschappelijke organisaties en overheid. Dit geldt evenzeer voor de beoogde doorontwikkeling. Wijkontwikkeling heeft nadrukkelijk een relatie met burgerparticipatie: voor succesvol wijkgericht werken is participatie van de inwoners van groot belang. Wat willen we bereiken? Mensen maken de wijk en wijken maken de stad. Wij bouwen het wijkgericht werken verder uit teneinde de burgerkracht in de wijken verder te mobiliseren, ook in relatie tot onze regisseursrol en in het kader van de doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie. Voor de Donderberg hebben wij conform het Wijkontwikkelingsplan Donderberg samen met onze partners de volgende doelstellingen geformuleerd: - het aanzienlijk verminderen van de hoeveelheid en ernst van de sociale problemen en het onveiligheidsgevoel; - de huidige bewoners vinden het prettig wonen in de Donderberg, maar ook nieuwe bewoners, andere doelgroepen en leefstijlen willen graag in de Donderberg wonen; - het verbeteren van de economische positie van mensen in de wijk; - bewoners voelen zich verantwoordelijk en betrokken bij hun woon- en leefomgeving. Begroting 2015 103 De uitvoering van het Dorpsplan Swalmen in het stadsdeel Swalmen berust bij de dorpsraad. Wij zetten in op een adequate facilitering van de uitvoering van het Dorpsplan Swalmen en het slagen van de pilot Burgerbegroting. Wij realiseren een optimaal kwaliteitsniveau van de wijkaccommodaties binnen de Roermondse wijken, met name gericht op laagdrempeligheid en toegankelijkheid. Met het herijkte accommodatiebeleid ‘Hart van de wijk’ is een grote stap gezet om de accommodaties meer voor en door de bewoners van de wijk te laten functioneren. Veranderingen in de maatschappij, technologie, economie, decentralisaties etc. hebben ervoor gezorgd dat de vraag naar accommodaties is veranderd. De hoofdfunctie ‘ontmoeten en contact’ blijft bestaan. De behoefte (aard, en omvang van activiteiten) is echter veranderd. Om aan deze behoefte een juiste invulling te geven is maatwerk essentieel. Het nieuwe accommodatiebeleid geeft invulling aan dit maatwerk. De gemeente Roermond heeft minder courant maatschappelijk vastgoed in haar bezit (met name schoolgebouwen). Nieuwe functies zijn niet gemakkelijk te vinden. Daarnaast zijn maatschappelijke organisaties op zoek naar geschikte ruimte. Conform het coalitieakkoord onderzoeken wij daarom de mogelijkheden en haalbaarheid van de inzet van leegstaand vastgoed voor maatschappelijke organisaties. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Minimaal 80% van de gebruikers van de Roermondse wijkaccommodaties is tevreden. Sluitend netwerk van wijkaccommodaties, minimaal aantal wijkaccommodaties per wijk. rekening 2013 85 % begroting 2014 80 % begroting 2015 80% streefwaarde 80 % -- -- 1 1 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Op basis van een evaluatie van het huidige wijkgericht werken en mede in relatie tot het kader voor de inzet van burgerparticipatie en overheidsparticipatie (zie communicatie en burgerparticipatie) bekijken we hoe en waar het wijkgericht werken verder kan worden uitgebouwd. Deze doorontwikkeling heeft een externe (wat kunnen en willen de wijken, maar ook de relaties met het welzijnsbeleid en –werk) en een interne scope (gemeentelijke organisatie en onderlinge verbindingen, wijkbudgetten). Zonder de overige wijken te kort te doen, zullen wij ons in het bijzonder blijven inzetten voor de volkswijken, de uitbreidingswijken uit de zestiger en zeventiger jaren en de solitaire kernen om de bereikte resultaten te behouden en de omslag naar de nieuwe (regisserende) rol van de gemeente te begeleiden. We blijven de inzet van het wijkgericht werken afstemmen op de (aard van de) wijk. In het kader van het Wijkontwikkelingsplan Donderberg wordt het centrumplan met voorzieningen (waaronder het beoogde plein bij het winkelcentrum) voor alle bewoners van de wijk doorontwikkeld en wordt de woningvoorraad en openbare ruimte in een deel van de Sterrenberg gerenoveerd en getransformeerd. De gemeente Roermond start met het verbeteren van het grijs en groen. Na de realisatie van het jongerencentrum in 2014 zal in het kader van de versterking van het jeugd- en jongerencluster in 2015 groot onderhoud aan de Vincent van Gogh-school worden uitgevoerd. Conform het sociaal en economisch programma zoals opgenomen in het bij het wijkontwikkelingsplan behorende uitvoeringsprogramma, worden lopende projecten als het buurtbeheerbedrijf, het ondernemersloket ‘Donderberg Onderneemt’, Work4all, de voucherregeling ‘Kleur je wijk’ en de examentrainingen gecontinueerd. Begroting 2015 104 Wij faciliteren de Dorpsraad Swalmen in het stadsdeel Swalmen bij de uitvoering van het Dorpsplan en stellen – op basis van door de Dorpsraad ingediende projectplannen – middelen voor de uitvoering ter beschikking (Burgerbegroting). In het kader van het accommodatiebeleid streven wij naar de instandhouding van één wijkaccommodatie per wijk teneinde een sluitend net aan wijkaccommodaties te bevorderen. In 2015 zal in dat kader groot onderhoud gerealiseerd worden in de Duup in Asenray en worden door Wonen Zuid energiemaatregelen geïnitieerd in ’t Trefpunt. Samen met de Scouting St. Joris streven we naar de realisatie van een kleinschalige wijkaccoommodatie in Leeuwen. Naar aanleiding van de herijking van het accommodatiebeleid zal invulling van de accommodaties verder vorm krijgen op basis van de verschillende beheersrollen (sociaal, facilitair, commercieel en eigenarenbeheer). Met betrekking tot het maatschappelijk vastgoed starten wij een pilot waarbij één gebouw geschikt wordt gemaakt voor een vijftal maatschappelijke organisaties. Samen met de inwoners willen wij in de wijk verbeteringen aanbrengen. Mede om het draagvlak te versterken voor onze rol als regisseur is medewerking voor gerechtvaardigde initiatieven gewenst. Om dit mogelijk te maken wordt incidenteel een wijkbudget van € 40.000 ingezet. De wijze waarop dit budget wordt ingezet en de behaalde resultaten zullen worden geëvalueerd.. Wat mag dat kosten? Product 8.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 1.283 -472 -32 779 begroting 2014 2.169 -708 -813 648 begroting 2015 1.509 -714 -217 578 begroting 2016 1.502 -749 -71 682 begroting 2017 1.212 -190 0 1.022 begroting 2018 1.220 -190 0 1.030 Product 8.3 Bestuur en Samenwerking Kerntaken van de overheid zijn sturen en beslissen. Nu de samenleving sneller verandert dan ooit, is sturing en focus op strategische doelen ook meer dan ooit noodzakelijk. Innovatie zal daarbij één van de thema’s zijn. Als lokale overheid willen we immers optimaal gebruik maken van het innovatief vermogen van onze stad en regio bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Samenwerking is een van de verbindende schakels van het coalitieakkoord 2014-2018: Mensen maken onze stad. Verhoudingen tussen overheid en samenleving zijn gewijzigd. Gemeenten worden niet meer alleen vanuit het gemeentehuis bestuurd. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties trekken steeds meer hun eigen plan. Het is vooral ook de overheid die moet veranderen om de samenleving ruimte te geven. Daarnaast is samenwerking met andere gemeenten in toenemende mate noodzakelijk om onze doelstellingen te kunnen realiseren. Wat willen we bereiken? Wij bezien en herzien waar nodig onze strategische doelen, om onze kerntaak op het gebied van sturen optimaal te kunnen vervullen. Begroting 2015 105 Op het gebied van innovatie geven wij ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving, ondernemers, maatschappelijke instellingen en organisaties. Wij willen daarmee nieuwe oplossingen vinden voor maatschappelijke uitdagingen. Onze rol ligt vooral op het gebied van stimuleren, verbinden en delen van informatie. Onze regisseursrol realiseren wij in een hoger tempo wanneer wij inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties etc. in een vroegtijdig stadium bij de ontwikkeling van beleid betrekken en de samenleving optimaal ruimte en verantwoordelijkheid geven. Daarbij wordt nadrukkelijk een relatie gelegd met burgerparticipatie (zie hierna), overheidsparticipatie en bedrijfsvoering. De samenwerking met de gemeenten in Midden-Limburg zetten wij voort. Ook werken we samen met andere gemeenten buiten de regio en met zowel het nabij als verder weg gelegen buitenland om doelstellingen uit de strategische visie en het coalitieakkoord te realiseren. Op besluitvorming van andere overheden (provincie, rijk, Europese Unie) willen wij optimaal (gaan) inspelen teneinde de beleidsmatige en financiële belangen van onze gemeente te waarborgen. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? In 2015 stellen wij een nieuwe strategische visie op. Indachtig onze regisseursrol doen wij dit niet vanuit het stadhuis maar met betrokkenheid van met name onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Mede in het kader en het verlengde van onze nieuwe strategische visie wordt een lokale innovatienotitie opgesteld. Vanuit het ESSV-budget reserveren wij daarvoor € 100.000 voor advies, onderzoek en ontwikkeling. We maken duidelijk(er) wat wij onder onze regisseursrol verstaan met daarbij aandacht voor de rolopvattingen van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie (mede aan de hand van de overheidsparticipatietrap). Per 1 januari 2015 gaat de netwerksamenwerking Midden-Limburg (SML) van start. Het bestuurlijk netwerkberaad, onder voorzitterschap van Roermond, draagt zorg voor de totstandkoming, de afstemming en de uitvoering van de Agenda voor Midden-Limburg in samenspraak met deelnemende gemeenten, provincie, rijk, waterschappen, maatschappelijke en private partners. In deze begroting is – conform coalitieakkoord – voor de proceskosten (SML en Keyport) structureel € 150.000 opgenomen. In samenspraak met stakeholders wordt de Euregiovisie 2014-2020+ uitgewerkt in een uitvoeringsstrategie met concrete acties. Hoofddoelstelling van de Euregionale samenwerking is om de barrières voor leven, werken, ondernemen en studeren in de Euregio te verminderen en de identiteit van het gebied als samenhangende regio te versterken. Op basis van een nog in 2014 op te stellen plan van aanpak public affairs zetten wij in op bewustwording in de gemeentelijke organisatie, het onderhouden en uitbouwen van onze netwerken en bepalen we lobbydossiers en prioriteiten voor 2015. Een strategische benadering van financiëleen beleidsmatige mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van huisvesting rijksdiensten, zal daar in ieder geval deel van uitmaken. Wij zetten hiervoor ESSV-middelen in (€ 30.000). Begroting 2015 106 Wat mag dat kosten? Product 8.3 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 4.688 0 -91 4.597 begroting 2014 7.496 0 -3.208 4.288 begroting 2015 4.696 0 -30 4.666 begroting 2016 4.488 0 0 4.488 begroting 2017 4.554 0 0 4.554 begroting 2018 4.690 0 0 4.690 Product 8.4 Communicatie en burgerparticipatie Roermond geeft de komende jaren prioriteit aan dialoog en samenwerking. De gemeente is niet langer de deskundige maar de aanjager en de verbinder. Beleid ontwikkelen we samen met betrokken partijen als inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het communicatiegedrag van de maatschappij verandert. Sociale netwerken beïnvloeden ons denken en doen. Informatie-uitwisseling vindt sneller en steeds meer digitaal plaats. Burgers hebben daarbij nieuwe beelden en verwachtingen van het contact met de gemeente. Roermond speelt daar bewust op in. Uitgangspunten in onze communicatie zijn: toegankelijk zijn, open zijn en open staan, transparant zijn, proactief zijn, duidelijk en eenduidig zijn en samenwerkingsgericht. Wat willen we bereiken? Wij willen het interactief werken optimaliseren teneinde de krachten van de samenleving te benutten, kennis te delen en te leren van elkaars ervaringen. Wij vinden het belangrijk om samen met de burgers op te trekken en hen overal waar mogelijk in een vroeg stadium bij beleid- en planvorming en de uitvoering daarvan te betrekken. Wij staan open voor initiatieven vanuit de samenleving. Bij het realiseren van ambities op het gebied van meer dialoog en samenwerking, regisseren en burgerparticipatie is een communicatieve organisatie een noodzakelijke randvoorwaarde. Een belangrijke opgave voor onze medewerkers is dat zij zich ontwikkelen tot actieve deelnemers in een communicatieve organisatie. Onze visie op communicatie vernieuwen wij en passen wij aan de eisen van deze tijd. In het verlengde daarvan worden onze communicatiemiddelen tegen het licht gehouden. Daarbij betrekken wij ook onze inwoners en (overige) partners. De in te zetten communicatiemiddelen zullen ook onze regisserende rol en onze ambities op het gebied van burgerparticipatie moeten ondersteunen: inzet op meerdere kanalen waarlangs burgerparticipatie wordt georganiseerd. Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Het nog in 2014 te ontwikkelen meerjarig kader voor de inzet van burgerparticipatie en overheidsparticipatie (in samenhang met de doorontwikkeling van Roermond als regisserende gemeente en de doorontwikkeling van het wijkgericht werken) wordt vanaf 2015 geïmplementeerd. Voor pilots met burgerparticipatie en de daarbij behorende innovatieve en interactieve vormen van communicatie reserveren wij incidenteel € 50.000. Onze ervaringen betrekken wij bij de verdere vormgeving van burgerparticipatie. Begroting 2015 107 Mede op basis van een onderzoek naar de effectiviteit van onze communicatiemiddelen en de wensen en behoeften van onze ‘klanten’ herijken wij deze. De communicatie en de interactie van Roermond wordt via digitale kanalen beter en breder ingezet. Dit past ook in ons dienstverleningsconcept. Daarnaast wordt nadrukkelijk ook gekeken naar mogelijkheden voor innovatie. Meer nog dan nu zullen we sociale media ontwikkelen als een communicatiekanaal waarop we met onze inwoners communiceren. Voor onderzoek naar en de inzet van nieuwe communicatiemiddelen reserveren wij incidenteel € 15.000. Door actief sociale media en online media te volgen (online mediawatching) kunnen we goed luisteren naar wat online wordt gezegd over bepaalde beleidsterreinen. Dit leidt tot waardevolle input voor beleidsvorming. Onze website richten wij in conform de toptaken-methode, dus zodanig dat bezoekers daar waar het meeste behoefte aan is, ook het snelst kunnen vinden. We monitoren daartoe frequent de voorkeuren en wensen van onze klanten. Wat mag dat kosten? Product 8.4 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 768 -5 -4 759 begroting 2014 746 0 -4 742 begroting 2015 494 0 0 594 begroting 2016 477 0 0 477 begroting 2017 487 0 0 487 begroting 2018 509 0 0 509 108 Totalen van het programma: Lasten en baten: Programma 8 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 9.143 -1.406 begroting 2014 12.998 -1.772 begroting 2015 9.296 -1.762 begroting 2016 8.861 -1.912 begroting 2017 8.841 -1.473 begroting 2018 8.938 -1.318 7.737 0 -127 7.610 11.226 0 -4.025 7.201 7.534 0 -247 7.287 6.949 0 -71 6.878 7.368 0 0 7.368 7.619 0 0 7.619 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Onderwerp Toelichting 8.2 Wijkontwikkeling 8.3 Bestuur en samenwerking In de begroting 2014 staan de incidentele middelen Dorpsplan Swalmen ten laste van reserve. In 2014 zijn incidentele middelen opgenomen in het meerjarig investeringsprogramma 5 (MIP5) en MIP6 van GOML. Deze worden gedekt uit een reserve. In de begroting 2014 worden incidenteel de middelen voor het dorpsplan Swalmen onttrokken uit een reserve. In 2014 zijn incidentele middelen opgenomen in het MIP5 en MIP6 van GOML. Deze worden gedekt uit een reserve. Product Stortingen / onttrekkingen reserves Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel -660 V -3.150 V 660 N 3.150 N Nog te realiseren taakstellingen kerntakenboek: Taakstellingen KTB 2015-2018 (bedragen x € 1.000) Publiekszaken Totaal programma 8 Begroting 2015 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 50 50 50 50 50 50 50 50 109 Begroting 2015 110 Begroting 2015 111 Begroting 2015 112 Programma 9. Financiën Programma Producten Financieel Beleid Financiën Belastingen Vastgoed Begroting 2015 Lasten/Baten (bedragen * 1.000) Lasten -€ 988 Baten -€ 101.911 Lasten € 597 Baten -€ 13.327 Lasten € 1.034 Baten -€ 1.673 113 Begroting 2015 114 Algemene programmadoelstelling Om onze ambities en plannen, ook op langere termijn waar te kunnen maken, dient de gemeente een gezonde financiële positie te hebben. Tegelijkertijd streven wij er naar om de lokale lastendruk voor burgers en bedrijfsleven op een acceptabel niveau te houden. Beleidskaders - Financiële verordening gemeente Roermond 2014 (2013); Nota vaste activabeleid gemeente Roermond 2014, nota reserves en voorzieningen Roermond 2014 en de nota rentebeleid 2014 (2013); Treasurystatuut (2009); Nota Vastgoed (2013); Gebouwenbeheer (2006 en 2014). Strategische visie Roermond 2020 In de strategische visie wordt niet specifiek ingegaan op de financiële positie van onze gemeente. Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Mensen maken onze stad’ In het coalitieakkoord wordt een gedegen en evenwichtig financieel beleid als een van de verbindende schakels in de koers naar economisch stimulerend en sociaal verbindend beschouwd. De coalitie ziet het als een opgave om met minder middelen meer te realiseren. In bijlage 1 van het coalitieakkoord is het financieel kader geschetst. In het coalitieakkoord worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: - De meerjarenbegroting moet sluitend zijn; - De gemeente moet voldoende weerstandscapaciteit hebben om risico’s op te vangen; - Verhoging van de lokale lastendruk is pas aan de orde als er geen adequate alternatieven voorhanden zijn; - Beleidsvoornemens die structureel geld kosten, kunnen alleen geëffectueerd worden wanneer daar een bezuiniging op bestaande budgetten tegenover staat; - Er worden incidentele middelen ingezet om de niet structurele maatregelen uit het coalitieakkoord te bekostigen. Activiteiten, die samenvallen met de doelstellingen zoals die in het programma Economisch Stimulerend en Sociaal Verbindend (ESSV) zijn opgenomen, kunnen (mede) vanuit de al beschikbare ESSV-middelen worden gedekt. De voorliggende begroting 2015 voldoet aan bovengenoemde algemene uitgangspunten uit het coalitieakkoord. In de financiële toelichting op de begroting (pagina 8) is daar al uitgebreider op ingegaan. De meerjarenbegroting 2015-2018 (inclusief eerste wijziging) is voor alle jaren sluitend en de weerstandscapaciteit is voldoende om de risico’s, zoals die zijn opgenomen in de risicoparagraaf, te kunnen opvangen. Bij het financieel perspectief van de kadernota 2015 is rekening gehouden met een stelpost van € 1,5 miljoen aan kostenreductie en/of inkomstenverhogende maatregelen, waar via het plan van "aanpak herstel structureel begrotingsevenwicht" inhoud aan gegeven moet worden. Daarvoor wordt een concreet voorstel aan u voorgelegd dat minimaal voldoet aan de hoogte van de financiële doelstelling (zie product 9.1). Begroting 2015 115 De gemiddelde lastendruk van het zogenaamde gemeentelijke belastingenpakket (onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing) wordt ten opzichte van dit jaar gecorrigeerd voor prijsstijging, zodat er reëel gezien geen sprake is van een lastenverhoging. In de inleiding van de begroting hebben wij aangegeven voor welke beleidsvoornemens wij extra middelen ten laste van het begrotingssaldo willen inzetten. Daar waar incidentele middelen worden ingezet voor de uitvoering van ESSV is dat, overeenkomstig de met uw raad afgesproken lijn, opgenomen in de begroting en in het betreffende programma toegelicht. Product 9.1 Financieel Beleid Op grond van artikel 189 Gemeentewet dient de gemeenteraad er op toe te zien, dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. De gemeenteraad kan hiervan afwijken, indien aannemelijk is, dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting de eerstkomende jaren tot stand wordt gebracht. Wat willen we bereiken? Wij streven naar een reëel sluitende meerjarenbegroting 2015-2018. Dat wil zeggen een begroting waarin voor alle afzonderlijke jaren de structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Naast een sluitende begroting is het ook van belang, dat de gemeente beschikt over voldoende buffers om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen en risico’s af te kunnen dekken. In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt uitgebreider ingegaan op de berekening van de weerstandscapaciteit en de kwantificering van de risico’s. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Saldo begroting Ratio weerstandscapaciteit structureel Ratio weerstandscapaciteit incidenteel rekening 2013 € 564 1,2 6,3 begroting 2014 € 647 1,2 5,3 begroting 2015 € 40 2,2 3,1 streefwaarde ≥€0 >1 >1 Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Volgens de financiële verordening (ex artikel 212 Gemeentewet) stelt de gemeenteraad jaarlijks vóór aanvang van het begrotingsjaar de planning vast van de planning en control (P&C) producten voor het komende jaar. In de raadsvergadering van 18 december 2014 bieden wij u de planning voor de P&C producten 2015 ter vaststelling aan. Wij willen uw raad voorstellen het aantal bestuursrapportages naar één per (medio van het) jaar terug te brengen. In de P&C cyclus krijgen dan de volgende producten een plek: - Kredietrapportage 2014; - Jaarverantwoording 2014; - Bestuursrapportage 2015; - Kadernota 2016; - Begroting 2016; - Herijking financiële verordeningen. Begroting 2015 116 Het plan van aanpak herstel structureel begrotingsevenwicht, zoals dat aan de gemeenteraad is aangeboden op 20 februari 2014, voorziet in vijf onderdelen: - Stringenter begroten; - Herijken financiële beleidsuitgangspunten; - Efficiencymaatregelen; - Beleidskeuzes; - Inkomstenverhogende maatregelen. Via een afzonderlijk voorstel (1e wijziging 2015) wordt uw instemming gevraagd met de volgende maatregelen: - Vanaf 2015 de investeringen in maatschappelijk nut (wederom) te gaan afschrijven; - In het kader van stringenter begroten de raming op enkele budgetten aan te passen en een administratieve correctie toe te passen. Daarmee wordt bereikt dat de meerjarenbegroting sluitend is. De uitkering uit het gemeentefonds is een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Het is daarom van belang om de ontwikkelingen in de hoogte van deze uitkering nauwlettend te volgen en deze te vertalen naar de Roermonds situatie. Over het algemeen worden de ontwikkelingen twee maal per jaar door de minister kenbaar gemaakt (via de zogenaamde meicirculaire en septembercirculaire). De ramingen in deze begroting zijn gebaseerd op de meicirculaire gemeentefonds 2014. De uitkomsten van de septembercirculaire waren ten tijde van het uitbrengen van deze begroting nog niet bekend. Zodra deze bekend zijn, zullen wij uw raad daarvan afzonderlijk, via een raadsinformatiebrief, op de hoogte stellen. De risico's zoals opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen worden gemonitord. In de bestuursrapportage wordt hierover gerapporteerd. Wat mag dat kosten? Product 9.1 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 1.738 -64.399 5.154 -57.507 begroting 2014 2.788 -63.786 2.153 -58.845 begroting 2015 -988 -101.911 4.649 -98.250 begroting 2016 1.183 -102.717 4.543 -96.991 begroting 2017 1.661 -102.195 3.767 -96.767 begroting 2018 1.547 -101.957 2.366 -98.044 Product 9.2 Belastingen De gemeentewet geeft aan gemeenten de mogelijkheid om (algemene) inkomsten te verkrijgen door middel van het heffen van gemeentelijke belastingen. Wij vinden het van belang dat de lastendruk voor de burgers zo laag mogelijk wordt gehouden. Wat willen we bereiken? Zoals hiervoor is aangegeven, is op basis van het coalitieakkoord een verhoging van de lokale lasten pas aan de orde als er geen andere adequate alternatieven voorhanden zijn. Er is sprake van een (reële) verhoging van de lastendruk, wanneer de stijging (gemiddeld) hoger is dan de inflatie. Voor 2015 willen we de gemiddelde lastendruk van het gemeentelijk belastingpakket niet meer laten toenemen dan de inflatie. Begroting 2015 117 Voor de heffingen op diensten, die door of vanwege de gemeente worden verricht, geldt als algemeen uitgangspunt, dat deze kostendekkend dienen te zijn. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Maximale stijging lastendruk is inflatiepercentage. Tarieven voor de overige heffingen dienen kostendekkend te zijn. rekening 2013 2,38% begroting 2014 1,25% begroting 2015 max 1,5% streefwaarde max. 1,5% 100% 100% 100% 100% Wat gaan we daar in 2015 voor doen? Jaarlijks worden de belastingverordeningen geactualiseerd en de nieuwe belastingtarieven bepaald. De belastingverordeningen voor het jaar 2015 worden u ter vaststelling aangeboden in de raadsvergadering van 18 december 2014. Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen, waarin het college wordt opgedragen onderzoek te doen naar de mogelijkheden van tariefdifferentiatie bij de rioolheffing. In de kadernota 2015 is in hoofdstuk 5 ingegaan op de mogelijkheden van tariefdifferentiatie voor garageboxen en soortgelijke ‘kleinere’ objecten. Bij de voorbereiding van de verordening op de rioolheffing voor 2015 wordt een concreet voorstel voor een gedifferentieerd tarief aan u voorgelegd. Uitgangspunt daarbij is dat de totale geraamde opbrengst in de begroting in stand blijft. De tarieven van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en overige heffingen voor diensten door of vanwege de gemeente mogen niet leiden tot een opbrengst, die hoger is dan daarmee gemoeide kosten. Steeds vaker gaat de rechter er toe over om belastingverordeningen onverbindend te verklaren vanwege het feit dat onvoldoende kan worden aangetoond dat de kosten niet worden overschreden door de opbrengsten. Het is daarom van groot belang dat een goede onderbouwing beschikbaar is. Wij zullen daarom onderzoeken in hoeverre de huidige onderbouwing kan worden verbeterd. Wat mag dat kosten? Product 9.2 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo rekening 2013 1.374 -12.308 0 -10.934 begroting 2014 1.037 -12.946 0 -11.909 begroting 2015 597 -13.327 0 -12.730 begroting 2016 586 -13.379 0 -12.793 begroting 2017 598 -13.432 0 -12.834 begroting 2018 487 -13.432 0 -12.945 Product 9.3 Vastgoed Het gemeentelijk vastgoedbezit staat ten dienste van de organisatie als bedrijfsmiddel of is verworven om aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen te kunnen voldoen. Wat willen we bereiken? We willen dat het vastgoedbezit is afgestemd op de diverse gemeentelijke beleidsdoelstellingen en de huisvestingsbehoefte van de ambtelijke organisatie. Vastgoed wordt alleen verworven (niet afgestoten) als sprake is van vastgoed dat: Begroting 2015 118 - een functie heeft of krijgt in het beleid van de gemeente als accommodatie voor door de gemeente ondersteunende voorzieningen; - van belang is voor de realisering van het ruimtelijk beleid van de gemeente. In de nota Grondexploitaties 2011 is opgenomen dat de gemeente een passief (faciliterend) grondbeleid voert, derhalve niet gericht op het structureel verwerven van een grondpositie in toekomstige plannen; - een functie heeft als bedrijfsmiddel voor de gemeente; - nodig wordt geacht in het kader van het bestrijden en/of voorkomen van overlast en het van belang is in het kader van de openbare orde of het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen; - van belang is voor de realisering van het monumentenbeleid van de gemeente. Op basis van voorgaande criteria kan het vastgoedbezit in 5 groepen worden ingedeeld: - maatschappelijk vastgoed; - openbare ruimte; - vastgoed om bepaalde ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening te kunnen realiseren - vastgoed in eigen gebruik ten behoeve van de huisvesting van het ambtelijke apparaat; - af te stoten vastgoed. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Percentage maximaal af te stoten vastgoed rekening 2013 -- begroting 2014 -- begroting 2015 15% streefwaarde 15% Wat gaan we daar in 2015 voor doen? We willen het vastgoed op een slagvaardige en professionele wijze beheren. Daartoe wordt onderhoud uitgevoerd conform het meerjarig technisch onderhoudsplan gebaseerd op een gemiddeld onderhoudsniveau ‘redelijke conditie’ (niveau 3). Vastgoed, dat niet meer nodig is, wordt zo snel mogelijk verkocht. Voor de tussenliggende periode wordt inzichtelijk gemaakt of, en in welke gevallen, leegstaand vastgoed kan worden benut voor maatschappelijke organisaties. Wat mag dat kosten? Product 9.3 (bedragen x € 1.000) Lasten Baten Mutaties reserves Saldo Begroting 2015 rekening 2013 1.218 -5.126 -7 -3.915 begroting 2014 1.998 -2.283 -601 -886 begroting 2015 1.034 -1.673 -26 -665 begroting 2016 1.021 -1.665 -26 -670 begroting 2017 995 -1.665 0 -670 begroting 2018 1.023 -1.665 0 -642 119 Totalen op het programma: Lasten en baten: Programma 9 (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 4.328 -81.834 begroting 2014 5.823 -79.015 begroting 2015 643 -116.911 begroting 2016 2.791 -117.761 begroting 2017 3.255 -117.292 begroting 2018 3.058 -117.054 -77.504 21.117 -15.971 -72.358 -73.192 4.196 -2.644 -71.640 -116.268 4.939 -316 -111.645 -114.970 4.562 -46 -110.454 -114.037 3.787 -20 -110.270 -113.996 2.374 -8 -111.630 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Onderwerp Product 9.1 Financieel beleid Stortingen / onttrekkingen reserves Toelichting De lasten zijn in 2015 lager omdat er in de begroting 2014 een begrotingssaldo van € 2,4 miljoen wordt geraamd. In 2015 stijgt de algemene uitkering uit het gemeentefonds als gevolg van de decentralisaties. Bij de herijking van de reserves in 2014 zijn reserves vrijgevallen of anders gerangschikt. Deze mutaties worden hier verwerkt. Daardoor wordt er in 2014 circa 1,6 miljoen euro meer onttrokken aan reserves. Door de herijking zijn in de begroting 2015 de onttrekkingen circa 1,6 miljoen euro lager, maar daartegenover de stortingen in reserves ook. Deze lagere storting wordt echter tenietgedaan door een extra storting in de algemene reserve als gevolg van het voordeel van de inkrimping van de organisatie conform raadsbesluit. Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel 2.445 V -37.862 V 1.600 N 1.600 V 2.795 N Nog te realiseren taakstellingen kerntakenboek: Taakstellingen KTB 2015-2018 (bedragen x € 1.000) Maatschappelijk vastgoed Totaal programma 9 Begroting 2015 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 129 129 129 129 129 129 129 129 120 Paragrafen Begroting 2015 121 Begroting 2015 122 Inleiding In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voorgeschreven dat in de begroting en het jaarverslag een aantal paragrafen opgenomen moet worden. Deze paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de financiële aspecten van de begroting. Het gaat met name om de beleidslijnen voor beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben en/of van belang zijn voor het realiseren van de programma’s. Deze informatie komt in de begroting veelal versnipperd voor en is daardoor minder inzichtelijk voor de gemeenteraad. Het is de bedoeling van de paragrafen dat de raad de juiste en integrale informatie krijgt om zijn kaderstellende en controlerende rol ook op de beheersmatige aspecten waar te maken. Volgens het BBV dient de begroting tenminste de volgende paragrafen te bevatten: - lokale heffingen; - weerstandsvermogen en risicobeheersing; - onderhoud kapitaalgoederen; - financiering; - bedrijfsvoering; - verbonden partijen; - grondbeleid. In deze begroting is de bovenstaande volgorde aangehouden. De fondsbeheerders (ministerie van Binnenlandse Zaken) vragen gemeenten die via de krimpmaatstaf een vergoeding ontvangen om in hun begroting en jaarstukken een nieuwe paragraaf op te nemen; een krimpparagraaf. Onze gemeente behoort niet tot die gemeenten. Desondanks is een paragraaf over krimp en vergrijzing opgenomen. In paragraaf 9 tenslotte wordt de uitvoering van de programma’s “Economisch stimulerend” en “Sociaal verbindend” nader uitgewerkt. Begroting 2015 123 Begroting 2015 124 Paragraaf 1. Lokale heffingen In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op: - de visie van de gemeente Roermond ten aanzien van lokale heffingen; - ontwikkelingen op het gebied van lokale heffingen; - tarieven; - belastingopbrengsten; - kwijtschelding. Visie lokale heffingen De gemeente Roermond is er al jaren in geslaagd de belastingdruk relatief zeer laag te houden. Volgens het belastingoverzicht 2014 van de provincie Limburg, heeft onze gemeente in 2014, evenals in 2013 de op drie na de laagste lastendruk voor de gemeentelijke heffingen (onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing). In het Kerntakenboek is als richtinggevend kader meegegeven, dat de belastingdruk voor de OZB zich op termijn begeeft richting het Limburgs gemiddelde (uit 2011). Om de verhoging te kunnen realiseren is er een relatie gelegd met de afvalstoffenheffing, die op basis van te realiseren besparingen op de afvalinzameling en –verwerking verlaagd zou kunnen worden. De (financiële) opgaven uit het Kerntakenboek op het gebied van de belastingen zijn vanaf 2014 volledig gerealiseerd. In het nieuwe coalitieakkoord ‘Mensen maken onze stad’ is als algemeen uitgangspunt geformuleerd, dat de lasten voor de burgers zo laag mogelijk gehouden worden. Verhoging van de lokale lastendruk is daarom pas aan de orde als geen adequate alternatieven voorhanden zijn. De gemeente Roermond heft de volgende belastingen (op basis van de Gemeentewet): - onroerende zaakbelastingen; - hondenbelasting; - toeristenbelasting; - reclamebelasting; - parkeerbelasting; - precariobelasting. Daarnaast heft de gemeente afvalstoffenheffing op grond van de Wet Milieubeheer. Kenmerk van deze belastingen is dat het een verplichte bijdrage van de burgers, bedrijven en instellingen aan de gemeente betreft. Hier hoeft geen rechtstreekse individuele tegenprestatie tegenover te staan. Anders is dit voor de zogenaamde retributies, vergoedingen die door de gemeente worden gevraagd voor concreet bewezen diensten, zoals lijkbezorgingsrechten, rioolheffing, markt- en havengelden. Daarvoor hanteert onze gemeente als algemeen uitgangspunt dat de tarieven kostendekkend dienen te zijn. Dat geldt ook voor leges, vergoeding voor administratieve diensten die door de gemeente worden verricht, zoals leges voor (omgevings)vergunningen, leges burgerlijke stand, identiteitsbewijzen en rijbewijzen. Begroting 2015 125 Ontwikkelingen Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) De Wet WOZ bepaalt dat van alle onroerende zaken (WOZ-objecten) periodiek moet worden vastgesteld welke waarde ze hebben op een bepaald moment. Dat moment wordt de waardepeildatum genoemd. De WOZ-waarde 2015 is gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2014. Op basis van de informatie van de waarderingskamer wordt de waarde van de woningen en van de niet woningen tussen 1 januari 2013 en 1 januari 2014 landelijk geacht te dalen. Uit de meicirculaire komt naar voren dat landelijk de woz-waarden van woningen met 3% dalen en die van niet-woningen met 3,5%. In Roermond wordt de waarde van woningen, net zoals in de meeste andere gemeenten, modelmatig bepaald. Ook de meeste niet-woningen worden modelmatig gewaardeerd. Ten tijde van het opstellen van de begroting waren de cijfers van de marktanalyse van woningen en niet-woningen rond de waardepeildatum nog niet beschikbaar. Daarom is bij de berekening van de tarieven vooralsnog uitgegaan van de gesignaleerde landelijke trend. Gegeven de totaal gewenste opbrengst vloeit daaruit een lastendruk per woning voort van € 245,34 (2014: € 236,42) bij een gemiddelde waarde van een woning van € 165.212. Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht De tarieven voor de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten worden jaarlijks zodanig aangepast dat ze in beginsel kostendekkend blijven. De financiële taakstelling uit het Kerntakenboek op de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking (structureel € 475.000) is vanaf 2014 volledig gerealiseerd. Het tarief van de afvalstoffenheffing is kostendekkend. Vanwege (extra) besparingen op de lasten kan het tarief 2015 ten opzichte van dat van 2014 licht dalen (€ 201,00 ten opzichte van € 202,32). Rioolheffing Ook voor de rioolheffing geldt dat deze in principe kostendekkend behoort te zijn. In de investeringsplanning van de begroting 2014 is rekening gehouden met de investeringen in riolering in Swalmen en het Tegelarijeveld, zoals in de evaluatie van de beheerplannen en de financiële kadernota 2014 was aangegeven. De kapitaallasten van deze investeringen drukken vanaf 2015 op de exploitatie. Als gevolg daarvan is een tariefsverhoging noodzakelijk van € 1,22 in 2015 en de drie daarop volgende jaren circa € 4,00 per jaar. De totale stijging voor 2015 bedraagt € 1,32 (€ 163,80 ten opzichte van € 162,48). Bedrijven Investeringszones (BIZ) Met ingang van 2011 zijn op verzoek van de Roermondse ondernemers diverse bedrijven investerings zones ingesteld. In 2012 zijn daar nog enkele BI-zones aan toegevoegd. De bijbehorende heffing heeft het strikte karakter van een belasting. De gegenereerde inkomsten worden in de vorm van een subsidie weer terugbetaald aan de BIZ-stichtingen. Door middel van een BIZ kunnen de investeringen in de kwaliteit van de bedrijfsomgeving worden verdeeld over alle ondernemers in het aangewezen gebied. De gemeente faciliteert en de ondernemers bepalen zelf of ze een BIZ willen en waar deze voor wordt ingezet. De heffing, inning en de behandeling van bezwaar- en beroepzaken is uitbesteed aan BsGW. Begroting 2015 126 De wet BIZ heeft tot nu toe een experimenteel karakter. In het voorjaar van 2014 is een voorstel aan de Tweede Kamer aangeboden om de BIZ structureel te verankeren in de wet. Vooralsnog loopt op grond van de ingestelde verordeningen de heffing tot en met 2015. Wij zullen de voorzetting van de bedrijven investeringszones actief stimuleren (zie ook programma 1 Economie). Kwijtschelding Inwoners met een inkomen rond het bijstandsniveau zonder vermogen komen mogelijk in aanmerking voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen. Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk voor: - onroerende zaakbelastingen; - rioolheffing; - afvalstoffenheffing. Het uitvoeren van het kwijtscheldingsbeleid is sterk gebonden aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Lokale overheden hebben op een aantal onderdelen een beperkte beleidsvrijheid, waarbij door de raad keuzes dienen te worden gemaakt. Eén van die keuzes betreft het percentage waarmee wordt gerekend in de betaalcapaciteit. De gemeente Roermond hanteert voor de kosten van bestaan sinds 2009 een percentage van 100% van het bijstandsniveau. In het kader van harmonisatie van belastingwetgeving door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling BsGW (zie hierna) zal ook worden gekeken naar aanpassingen op het bestaande kwijtscheldingsbeleid. Mocht dat aan de orde zijn, dan zullen wij u daar concrete voorstellen voor doen. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in het aantal aanvragen, toekenningen, afwijzingen en de geraamde lasten op basis van het huidige beleid. Omschrijving Aantal aanvragen Toekenningen (geheel en gedeeltelijk) Afwijzingen Meerjarenraming kwijtschelding 2015 2.300 1.840 460 € 382.000 % 100 80 20 Uitvoering belastingheffing en –inning en Wet Waardering Onroerende Zaken In de vergadering van 20 december 2012 heeft de gemeenteraad besloten toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen en de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken aan deze gemeenschappelijke regeling op te dragen. Naar verwachting zullen per 1 januari 2015 nog meer gemeenten willen toetreden tot de gemeenschappelijke regeling. Uw raad dient in te stemmen met de toetreding van nieuwe deelnemers. Daarvoor zullen wij u in de decembervergadering een voorstel doen. Tarieven De tarieven van de OZB worden berekend op basis van de totale opbrengst onroerend zaakbelasting en de waarde van de objecten. De uitgangspunten daaromtrent zijn hierboven beschreven. Begroting 2015 127 Dat geldt ook voor de tarieven van de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De tarieven zijn kostendekkend. De gemeenteraad heeft op 19 december 2013 een motie aangenomen, waarin het college is opgedragen onderzoek te doen naar de mogelijkheden van tariefdifferentiatie bij de rioolheffing voor bijvoorbeeld garageboxen. In de kadernota 2015 is hier aandacht aan besteed. De concrete uitwerking volgt in aanloop naar de belastingvoorstellen (raad december). Uitgangspunt daarbij is dat de totale opbrengst in stand blijft. Een lager tarief voor categorieën van objecten leidt dan tot een hoger tarief voor de overige objecten. De tarieven van de hondenbelasting worden, conform de afspraken in de kadernota, in 2015 verhoogd met een prijscorrectie van 1,5%. In de raadsvergadering van 10 november 2011 is een motie ingediend tegen de voorgestelde verhoging in 2012 van de tarieven op de toeristen- en watertoeristenbelasting. Naar aanleiding hiervan heeft het college een voorstel gedaan voor het gefaseerd verhogen van de tarieven van de toeristen- en watertoeristenbelasting. Op basis van dit voorstel wordt de belasting op het verblijf op kampeerterreinen in 2012, 2013 en 2014 gehandhaafd op € 0,54. De belasting op overnachtingen in hotels wordt verhoogd van € 1,12 in 2012 naar € 1,30 in 2013 tot € 1,48 in 2014. Daarnaast wordt de watertoeristenbelasting verhoogd van € 0,64 in 2012 naar € 0,74 in 2013 tot € 0,85 in 2014. Voor 2015 stellen wij voor de tarieven trendmatig te verhogen. Dit leidt tot de volgende tarieven: Belasting op verblijf op kampeerterreinen: € 0,55; Belasting op overnachtingen in hotels: € 1,50; Watertoeristenbelasting: € 0,85. Het haven- en kadegeld, de leges en de lijkbezorgingsrechten worden eveneens aangepast aan de prijsontwikkeling. Voor 2015 betekent dit een verhoging van de tarieven met 1,5%. Belastingsoort OZB eigenaren woningen OZB eigenaren niet woningen OZB gebruik niet-woningen Afvalstoffenheffing Rioolheffing 2014 0,1388% van de WOZ-waarde 0,1663% van de WOZ-waarde 0,1409% van de WOZ-waarde € 202,32 € 162,48 2015 0,1485% van de WOZ-waarde 0,1770% van de WOZ-waarde 0,1501% van de WOZ-waarde € 201,00 € 163,80 Belastingdruk Op basis van de belastingvoorstellen uit deze begroting stijgt de gemiddelde lastendruk van het belastingenpakket (onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing) met het percentage van de inflatie, dat voor 2015 wordt geraamd op 1,50%. Voor 2015 komt de belastingdruk uit op € 610,14 bij een gemiddelde WOZ-waarde voor een woning van € 165.212 en kostendekkende tarieven voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Het voorstel is om ook de overige tarieven trendmatig aan te passen aan de prijsstijging (1,5%). Zoals hierboven al aangegeven, scoort Roermond provinciaal qua hoogte van de gemiddelde belastingdruk goed. In 2014 heeft Roermond, op drie gemeenten na, de laagste woonlasten van Limburg. Een vergelijking met de duurste en goedkoopste gemeenten in Limburg levert het volgende beeld op: Begroting 2015 128 Gemeente: Lastendruk: Verschil: Gemeente: Lastendruk: Verschil: Beesel € 504 - € 85 Valkenburg a/d geul € 665 76 Roerdalen € 571 - € 18 Heerlen € 673 € 84 Maasgouw € 572 - € 17 Weert Roermond € 589 Leudal € 592 Kerkrade € 636 Echt-Susteren € 5 Venlo € 47 Onderbanken € 690 € 101 € 694 € 105 € 710 € 121 € 809 € 220 Uit bovenstaand overzicht is af te lezen dat het verschil in lokale lastendruk tussen Roermond en de goedkoopste Limburgse gemeente in 2012 -€ 85 is. Het verschil met de duurste Limburgse gemeente is € 220. Ten opzichte van het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten heeft Roermond een lastendruk die € 78 per woning lager is. Het uitgangspunt uit het coalitieakkoord gaat uit van een zo laag mogelijke lastenstijging voor de burgers. Op basis van reeds ingezet beleid in 2014, is voor 2016 en latere jaren een meer dan trendmatige verhoging van de rioolheffing voorzien. Bij een overigens trendmatige stijging conform de gehanteerde prijsindex ontwikkelt de belastingdruk voor een eigenaar/gebruiker van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde zich de komende jaren als volgt: Belasting Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal % stijging t.o.v. voorgaand jaar 2015 2016 2017 2018 € 245,34 € 201,00 € 163,80 € 610,14 1,5% € 249,02 € 204,00 € 169,53 € 622,55 2% € 252,75 € 207,00 € 175,46 € 635,21 2% € 256,55 € 210,18 € 180,73 € 647,46 2% Belastingopbrengsten De belastingopbrengsten worden meerjarig als volgt geraamd (exclusief prijscompensatie): Progr. 9 9 9 2 3 Belastingsoort (bedragen x € 1.000) OZB eigenaren woningen OZB eigenaren niet woningen OZB gebruik niet woningen Afvalstoffenheffing Rioolheffing 3 2 8 9 9 9 3 div. Parkeerbelasting Leges omgevingsvergunningen Leges publiekszaken BIZ-belasting Hondenbelasting Toeristenbelasting Havengelden Overig 6.605 3.152 2.487 5.180 4.824 22.248 3.077 1.044 1.044 598 360 317 396 277 Totaal 29.361 Begroting 2015 2015 2016 2017 2018 6.632 3.165 2.497 5.180 4.993 22.467 3.131 1.044 1.213 598 360 317 396 277 6.661 3.179 2.509 5.180 5.167 22.696 3.188 1.044 1.280 598 360 317 396 277 6.661 3.179 2.509 5.180 5.322 22.851 3.247 1.044 1.125 598 360 317 396 277 29.803 30.156 30.215 129 Begroting 2015 130 Paragraaf 2. Weerstandsvermogen & risicobeheersing Deze paragraaf gaat in op het gemeentelijk weerstandsvermogen. De term weerstandsvermogen heeft betrekking op de weerstandscapaciteit van de gemeente in relatie tot het totaal aan (financiële) risico’s die de gemeente loopt. Hierdoor heeft de gemeente inzicht in de mate waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat dit onmiddellijk leidt tot ombuigingen. Voorafgaand hieraan is een tweetal stappen van belang: - risicobewustzijn; weten welk risico de gemeente loopt, onder andere bij het stellen van gemeentebrede beleidskaders, als gevolg van externe ontwikkelingen waaronder nieuwe wetgeving; - risicobeheersing: door welke maatregelen kunnen de negatieve gevolgen van de risico’s worden verkleind of weggenomen. De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: - het gemeentelijke beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s; - een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; - een inventarisatie van de risico’s. De basis voor Paragraaf 2 Weerstandsvermogen ligt opgesloten in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen (raad 2012/080/1). Overeenkomstig deze nota is, evenals de begroting 2013 en 2014, nu ook de begroting 2015 opgesteld. Bij het stellen van de kaders voor de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen heeft de raad uitgesproken dat de gemeente geen risicomijdende gemeente mag zijn; het risico moet aanvaardbaar zijn voor het doel waarvoor het wordt gelopen. Op basis van dit uitgangspunt ligt bij de doorontwikkeling van risicomanagement de focus op risicobewustzijn en het (waar mogelijk) beheersen van de gevolgen van deze risico’s. Doorontwikkeling heeft plaatsgevonden door de ontwikkeling van risico’s op te nemen in de bestuursrapportages met een verankering in de interne P&C cyclus. Tevens is een onderverdeling gemaakt in klassen voor de kans dat het risico zich voordoet en het (financiële) effect van het risico. Hierdoor is het voor het management gemakkelijker om risico’s te kwantificeren. In de aanloop naar de grote decentralisaties per 1 januari 2015 speelt risicomanagement eveneens een grote rol. Met name op beleidsniveau wordt hierbij samengewerkt met andere Midden-Limburgse gemeenten. De vertaling van beleid naar uitvoeringsprocessen vindt, uitgezonderd Jeugdzorg, plaats binnen de ambtelijke organisatie. De decentralisaties hebben betrekking op voor de gemeente nieuwe taken. Dit vraagt om een verdere doorontwikkeling na 1 januari 2015. Hieruit moet blijken of het in 2014 vastgestelde beleid effectief is en of de onderliggende aannames en inschattingen realistisch zijn. De implementatie van nieuwe uitvoeringsprocessen welke per 1 januari 2015 operationeel worden zal eveneens om aandacht vragen. Bij de beoordeling van de risico’s is extra aandacht geschonken aan de risico’s samenhangend met de grotere verbonden partijen. Begroting 2015 131 Gemeentelijk beleid inzake weerstandscapaciteit en risico’s Voor het financieel toezicht van de provincie op de gemeente is het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader ‘Zichtbaar Toezicht’ (GTK) van toepassing. De kern van het GTK is dat vanuit de toezichthouder geen norm meer geldt voor de omvang van de algemene reserve. Mocht de raad geen beleid en norm voor de algemene reserve hebben vastgesteld dan houdt de provincie in beginsel vast aan de minimale norm van 10% van het genormeerde uitgavenpatroon voor de algemene reserve. Bij de vaststelling van de nota passivabeleid (herijkt op 19 december 2013) heeft de raad de beleidslijn bepaald dat de omvang van de algemene reserve wordt bepaald door twee componenten: 1. buffer ter dekking van algemene risico’s; 2. buffer ter dekking van de risico’s grondexploitaties; waarbij de minimale positie van de algemene reserve een omvang heeft van € 10 miljoen. Bij de Kadernota 2015 heeft een herijking van de algemene reserve plaatsgevonden. Na deze herijking blijkt dat de minimale omvang van de algemene reserve € 10,65 miljoen dient te bedragen. Dit bedrag is als volgt te splitsen; algemene risico’s € 6,4 miljoen en grondexploitatie € 4,25 miljoen. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de begroting 2014, ter versterking van de algemene reserve, deze is opgehoogd met een bedrag van € 2,5 miljoen. De gehele algemene reserve is beschikbaar voor het afdekken van risico’s en is derhalve meegenomen bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit. Inventarisatie weerstandscapaciteit Op 7 november 2013 heeft uw raad de Vertrekregeling voor ouder personeel (60 plussers) vastgesteld. Ten behoeve van de voorfinanciering van deze regeling is een uitname gedaan uit de algemene reserve van € 6,8 miljoen. Ten tijde van deze besluitvorming werd verwacht dat de algemene reserve tijdelijk onder het afgesproken minimumniveau van de algemene reserve zou uitkomen. Door de vrijval uit het onderhoudsvoorziening gebouwen ad € 2,7 miljoen ten gunste van de algemene reserve en het positief jaarrekeningresultaat 2013 heeft deze situatie zich niet voorgedaan. Bij het opstellen van de Begroting 2013 werd nog uitgegaan van een tekort ad € 3,1 miljoen. De stand van de algemene reserve bedraagt momenteel ruim € 14,1 miljoen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die kunnen worden ingezet om financiële tegenvallers op te vangen. Naast de reserves, waaronder de algemene reserve, zijn dit onder andere de onbenutte belastingcapaciteit en de vrije begrotingsruimte. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit kan onderscheid worden gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Met incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de taken. Structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op middelen die permanent kunnen worden ingezet om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Om de robuustheid van de begroting te toetsen is vooral dat laatste van belang. Begroting 2015 132 De totale weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd: Omschrijving Begroting 2015 Incidentele weerstandscapaciteit: Algemene reserve (incl. geplande 14.161.234 Begroting 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2018 16.962.022 19.705.064 21.611.050 - 270.385 -0 0 -0 15.126.000 15.126.000 15.126.000 15.126.000 PM PM PM PM 29.016.849 32.088.022 34.831.064 36.737.050 40.000 1.401.300 955.300 164.300 1.911.000 1.911.000 1.911.000 1.911.000 1.000 1.952.000 1.000 3.313.300 1.000 2.876.300 1.000 2.076.300 30.968.849 35.401.322 37.698.364 38.813.350 stortingen bovenwijkse voorzieningen). Af: claims op de algemene reserve waarvoor geheel of gedeeltelijk verplichtingen zijn aangegaan (langdurigheidstoeslag). Beschikbare middelen o.b.v. analyse heroverweegbare reserves. Schatting stille reserves die op korte termijn te gelde kunnen worden gemaakt. Totale incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit: e Ruimte in begroting (na 1 begrotingswijziging 2015). 1 Ongebruikte belastingcapaciteit . Post onvoorziene uitgaven. Totale structurele weerstandscapaciteit Totaal weerstandscapaciteit * situatie per juli 2014 De stijging van de incidentele weerstandscapaciteit ten opzichte van de begroting 2014 wordt veroorzaakt door: - de toevoeging van de vrijkomende middelen van € 2,7 miljoen bij het vaststellen van het Meerjarig onderhoudsplan gemeentelijke gebouwd vastgoed (2013/100/1) aan de algemene reserve; - en het positieve jaarrekeningresultaat 2013. 1 [1] De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die de gemeente heeft om de onroerende zaakbelastingen (OZB) te verhogen. De gemeenteraad kan in principe de tarieven “onbeperkt” verhogen. Landelijk geldt echter voor de OZB een macronorm. Dit is een norm waarbinnen alle gemeenten tezamen moeten blijven. Deze is ingesteld ter voorkoming van een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk. De macronorm was voor 2014 vastgesteld op 2,45 %. In de meicirculaire 2014 staat dat een evaluatie van de norm plaatsvindt in september 2014 in het Bestuurlijk overleg Financiële verhoudingen. Dan wordt duidelijk wat de norm voor 2015 wordt. Het bedrag in de tabel is de ruimte tussen de voorgenomen verhoging in Roermond en de norm. Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt gerekend met het OZB-tarief dat gemeenten moeten heffen om in aanmerking te komen voor een artikel 12-bijdrage. Voor 2015 is dat 0,1790 % (op basis van de meicirculaire 2014). De tarieven voor overige heffingen en leges zijn in principe kostendekkend in de begroting meegenomen. Er is hier geen sprake van ongebruikte belastingcapaciteit. Begroting 2015 133 De extra storting van € 2,5 miljoen in de algemene reserve (Kadernota 2015) heeft hierop geen invloed, deze middelen werden vóór de storting ook gerekend tot de gemeentelijke weerstandscapaciteit. Een verdere versterking van de algemene reserve in de jaren 2014 tot en met 2017 vindt plaats door de terugstorting van € 6,8 miljoen op basis van het raadsbesluit Vertrekregeling ouder personeel. Conclusie ratio weerstandsvermogen: Zoals aangegeven gaat het bij het weerstandsvermogen om de robuustheid van de begroting. Om een goed inzicht te geven is bovenstaand de opbouw en de samenstelling van de weerstandscapaciteit (als onderdeel van het weerstandsvermogen) onderverdeeld in incidentele en structurele componenten. De geïnventariseerde risico’s zijn eveneens onderverdeeld naar incidentele en structurele risico’s. Incidentele risico’s zijn risico’s welke een éénmalige last tot gevolg kunnen hebben. Structurele risico’s hebben betrekking op risico’s welke leiden tot structurele lasten en zijn daarom meerjarig van aard. Omschrijving (bedragen in euro’s) Beschikbare weerstandscapaciteit (2015) Benodigde weerstandscapaciteit op basis van risicoprofiel (exclusief risico’s 3 D’s) Ratio weerstandsvermogen Incidenteel 29.016.849 Structureel 2.185.000 9.369.249 973.500 3,1 2,2 Ten opzichte van de begroting 2014 is, mede door de achterblijvende realisatie van de taakstellingen, de incidentele weerstandscapaciteit gedaald. De voordelen uit de Vertrekregeling ouder personeel dragen bij aan een verdere versterking van de weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2014 licht gestegen maar zal de komende jaren verder verbeteren. De financiële gevolgen van de Rijkscirculaires, met daarin de effecten voor de algemene uitkering, zijn volledig verwerkt in de (meerjaren)begroting. Uitgaande van een minimaal gewenste ratio van 1,0 (verhouding beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) blijkt uit bovenstaande tabel dat de incidentele en structurele weerstandscapaciteit voldoende is om de incidentele en structurele risico’s af te dekken. De gemeente Roermond kent stille reserves. Een kwantificering van deze stille reserves draagt bij aan een goed inzicht in de gemeentelijke weerstandscapaciteit. De gedachte hierbij is dat bij financiële nood deze stille reserves kunnen worden verzilverd. De belangrijkste stille reserve wordt gevormd door gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft en waarvan de boekwaarde lager is dan een eventuele waarde bij verkoop. Een groot deel van deze activa is niet (meteen) verkoopbaar of heeft een publieke functie (bijvoorbeeld een onderwijsbestemming). Dit beperkt de inzetbaarheid van deze stille reserves. Bij de gevoerde kerntakendiscussie is eveneens een relatie gelegd met stille reserves. Door de afschrijvingstermijnen van gemeentelijke activa te herzien is al een deel hiervan benut. Tevens voert de gemeente het beleid dat onroerende goederen, zodra ze niet meer noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke bedrijfsvoering of voor de uitvoering van gemeentelijke taken, worden afgestoten. Begroting 2015 134 Als gevolg van de verkoop van aandelen Essent heeft de gemeente een aantal aandelen Attero Holding ontvangen. Hierin was een stille reserve besloten. Middels Burap II 2014 is de raad geïnformeerd over de incidentele boekwinst hierop van € 306.000. Inventarisatie van risico’s Bij de inventarisatie van bestaande risico’s is een relatie gelegd met de diverse programma’s zoals opgenomen in de begroting 2015 en de meerjarenbegroting. Hierbij is voornamelijk voor structurele risico’s beoordeeld of en tot welk bedrag het risico al is verwerkt in de meerjarenbegroting. Voor risico’s die zijn verwerkt in de begroting 2015 en de daaraan gekoppelde meerjarenbegroting is bij de risico-inventarisatie geen restrisico opgenomen. Reguliere risico’s, waarvoor verzekeringen zijn af te sluiten of voorzieningen zijn gevormd, maken doorgaans geen deel uit van de risico-inventarisatie. Bij de uitgevoerde risico-inventarisatie zijn deze risico’s wel betrokken, gericht op het bepalen van een eventueel restrisico. Dit restrisico is vervolgens opgenomen in de confrontatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Vanwege hun omvang worden een tweetal risico’s afzonderlijk gememoreerd. De gemeente Roermond is vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor een uitgebreid takenpakket als gevolg van de drie decentralisaties. Ter voorbereiding heeft de gemeenteraad in de afgelopen periode het beleid vastgesteld op het gebied van de Jeugdzorg, de Wmo en de Participatiewet. Dit beleid anticipeert niet alleen op de decentralisaties van een aantal taken maar ook op de transformatie die gericht is op het tot stand brengen van een participatiesamenleving. Het beleid is er onder andere op gericht om door middel van preventieve maatregelen te voorkomen dat burgers een beroep (moeten) doen op de vaak dure individuele voorzieningen. Ook wordt een groter beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Dit met de wetenschap dat het Rijk forse kortingen heeft toegepast op de ten behoeve van de drie decentralisaties voor de gemeente beschikbare middelen. De taken waarvoor de gemeente per 1 januari verantwoordelijk is zijn veelal nieuw. Een referentiekader waaraan het ingezette beleid en de uitvoeringsorganisatie vooraf kan worden getoetst ontbreekt. In de loop van 2015 zal zichtbaar worden of: - het ingezette beleid de beoogde resultaten bereikt; - de aard en omvang van de nieuwe doelgroepen juist zijn ingeschat; - de uitvoeringsprocessen succesvol zijn geïmplementeerd; - de ontvangen Rijksbudgetten (na aftrek van de kortingen) toereikend zijn. Wij zullen deze ontwikkelingen op de voet volgen en daar waar mogelijk anticiperen op actuele ontwikkelingen. Dit vraagt om een verdere doorontwikkeling in 2015 en daarna. De transformatie van onze samenleving is een proces dat langere tijd zal duren. We moeten ons realiseren dat de gemeente vanaf 1 januari 2015 alle hieraan verbonden risico’s draagt. De financiële gevolgen van deze majeure decentralisaties kunnen niet goed worden ingeschat en zijn daarom in deze paragraaf niet nader gekwantificeerd. Reserves, zoals de reserve ESSV en de egalisatiereserves WWBinkomensdeel en WMO, zijn bij de bepaling van de weerstandscapaciteit meegenomen. Samenhangend met Rijksbezuinigingen heeft uw raad in het verleden een aantal opdrachten gegeven leidend tot een aantal ombuigingsoperaties. Het coalitieakkoord 2010-2014 leidde tot een taakstelling op bedrijfsvoering van € 3,2 miljoen. In 2011 heeft uw gemeenteraad een kerntaken-discussie gevoerd met voor de bedrijfsvoering een taakstelling van € 3,15 miljoen. Tevens heeft de gemeenteraad op 20 februari 2014 het voorstel Herstel structureel begrotingsevenwicht vastgesteld. Ter realisatie heeft ons college een groot aantal acties uitgezet. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de realisatie op onderdelen achter blijft bij de verwachtingen. Om die reden is in 2013 een aanvullende Begroting 2015 135 ombuiging gerealiseerd op basis van de Vertrekregeling ouder personeel. Op basis van het bovenstaande blijkt dat op langere termijn, mede door de resultaten uit de vertrekregeling, het financiële volume van de taakstellingen wordt gerealiseerd. Voor de jaren 2014 tot en met 2017 blijft de realisatie achter bij de taakstelling, mede door de afgesproken terugstorting van de opbrengsten uit de Vertrekregeling ouder personeel ten gunste van de algemene reserve. Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit is hiermee rekening gehouden. Tegenover de weerstandscapaciteit staat een aantal risico’s, welke niet (geheel) gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn om de financiële positie van de gemeente (meerjarig) te kunnen beoordelen. Een aantal algemene risico’s zoals de economische crisis, de onzekerheid over de rijksmaatregelen van de toekomstige regering en de gevolgen van de zogenaamde open eindregelingen worden in de risicoparagraaf niet nader uitgewerkt. Onderstaand zijn de voornaamste specifieke en materiële risico’s, gerangschikt naar programma, opgenomen (voor zover niet al bovenstaand omschreven). Een volledig overzicht van alle geïnventariseerde risico’s ligt ter inzage. Omschrijving (bedragen in euro’s) Grondexploitatie Gemeentelijk vastgoed Leningen, garanties en borgstellingen Rampen en Veiligheid Ombuigingstaakstellingen Gemeentelijke inkomsten Subsidierelaties Totaal Incidenteel 4.250.000 10.000 568.250 75.000 3.450.000 0 1.016.000 9.369.250 Structureel 0 360.000 25.000 0 140.000 448.500 0 973.500 Programma 1. Economie Dividenduitkeringen In de begroting zijn ramingen opgenomen voor dividenduitkeringen van deelnemingen. Vanwege de aanhoudende economische crisis staan de resultaten van een aantal van de partijen (waaronder OML BV) en daarmee de hoogte van de dividenduitkeringen, onder druk. Programma 2. Ruimte Exploitatie parkeergarage Stationspark In de aangepaste business case (door uw raad vastgesteld op 3 juli 2009) is rekening gehouden met het later bouwen van de kantoren. Aan de voorwaarden voor een rendabele exploitatie, zoals die genoemd zijn in de rapportage "waardering parkeergarage Stationspark", is nog niet geheel voldaan. Vanaf 2017 zal, met name vanwege het achterblijven van opbrengsten kantoor- en bedrijfsabonnementen, bezoekers van de kantoren en het P+R-parkeren, de exploitatie van de parkeergarage negatief worden beïnvloed. Garantiestellingen De exploitant van de ECI Waterkrachtcentrale heeft financiële problemen en kan de maandelijkse lasten niet meer betalen. De gemeente staat borg voor één van de hypotheken van de exploitant tot een bedrag ad € 450.000. Met betrokken partijen vindt overleg plaats om te komen tot een oplossing. Begroting 2015 136 Leges omgevingsvergunning Samenhangend met de economische crisis en het teruglopend bouwvolume is in het verleden de begroting neerwaarts bijgesteld in de veronderstelling dat de economie zich zal herstellen en het aantal bouwactiviteiten zal toenemen. Onzeker is of en in welke mate dit herstel zich zal voordoen. Programma 6. Sport en Cultuur ECI: huurvordering en subsidie VSB Met betrekking tot de ECI Cultuurfabriek hebben wij in het verleden met Stichting ECI afspraken gemaakt om te komen met een plan om haar programma binnen financiële beschikbare kaders vorm te geven en de dreigende liquiditeitsproblemen af te wenden. Hierbij hebben wij een principe besluit genomen waarbij de betaling van de huur zal worden opgeschort voor een nog nader te bepalen termijn op basis van een goedgekeurd ondernemingsplan. Op basis van het jaarverslag 2013, de eerste kwartaalrapportage 2014 en het herstelplan hebben we moeten geconcludeerd dat de Stichting niet voldoet aan de subsidievoorwaarden en de afspraken die zijn gemaakt in het kader van het verleende uitstel van betaling van de huur. Momenteel is een raadsvoorstel in voorbereiding - naar verwachting voor de raadsvergadering van 30 oktober 2014 met een plan van aanpak. De afwikkeling van de investeringssubsidie van het VSB fonds loopt nog en de Stichting ECI is in afwachting van een reactie van het fonds. De ECI wordt hierbij ondersteund door de gemeentelijke organisatie. Programma 9. Financiën Exploitatie vastgoed Met ingang van 2016 heeft Essent de huur van het kantoor Kazernevoorterrein opgezegd. De gemeente is eigenaar van dit gebouw en beziet andere bestemmingsmogelijkheden. Over de fiscale gevolgen (in het verleden is geopteerd voor belaste verhuur) zal fiscaal advies worden ingewonnen. Paragraaf 7: Grondbeleid Risico’s grondexploitaties Grondexploitaties kenmerken zich door het feit dat in een vroeg stadium investeringen worden gedaan, waarbij inkomsten en dus de dekking van de exploitatie – soms – veel later kunnen worden ingeboekt. In een dergelijk vaak langdurig traject kunnen zich onvoorziene omstandigheden voordoen, zoals onder andere rente en kostenstijgingen, marktomstandigheden. Om onvoorziene tegenvallers te kunnen opvangen is een weerstandvermogen met een bepaalde omvang nodig. Dit is in feite een claim op de algemene reserve voor de opvang van eventuele financiële tegenvallers binnen de grondexploitaties. In de Nota Grondexploitaties Gemeente Roermond 2011 zijn uitgangspunten vastgelegd voor de berekening van de omvang van het weerstandsvermogen voor de grondexploitaties. Op basis van de actuele exploitatieberekeningen kan het weerstandsvermogen thans worden vastgesteld op € 4.250.000. Begroting 2015 137 Begroting 2015 138 Paragraaf 3. Onderhoud kapitaalgoederen Beheer en onderhoud van de openbare ruimte Artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen de volgende zaken worden omschreven: - het beleidskader; - de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; - vertaling van deze financiële consequenties naar de begroting. In deze paragraaf wordt het beleidskader beschreven en de daaruit voortvloeiende consequenties met betrekking tot de grotere kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder kapitaalgoederen verstaan we in dit kader ‘duurzame productiemiddelen’. Het betreft met name grote goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben, zoals de kosten voor het in stand houden van wegen, verlichting, riolering, groen, havens, civieltechnische kunstwerken, bossen, et cetera. Een groot deel van het ‘vermogen’ van de gemeente zijn voorzieningen in de grond of in het openbaar gebied. Over dit vermogen dient zorgvuldig beheer te worden gevoerd. Om hieraan invulling te geven heeft de gemeente beheerplannen opgesteld waarin de hoeveelheden, kwaliteitsniveaus en de kosten zijn omschreven voor instandhouding van deze objecten, welke zijn vastgesteld in de deknota ‘Op weg naar beter beheer’. In de raadsvergadering van 13 april 2013 heeft een evaluatie en een bijstelling van de beheerplannen plaatsgevonden. In deze vergadering zijn de beheerplannen van Swalmen en Roermond samengevoegd en zijn kwaliteitsniveaus conform kerntakenboek vastgesteld. In 2015 wordt gestart met het opstellen van nieuwe beheerplannen voor alle voorzieningen in de openbare ruimte. In deze paragraaf worden de volgende onderdelen besproken: - onderhoud verhardingen; - onderhoud riolering; - onderhoud havens en waterpartijen; - onderhoud civieltechnische kunstwerken; - onderhoud openbare verlichting; - onderhoud groenvoorzieningen en reiniging. Onderhoud verhardingen Doel Het op een sobere en doelmatige wijze in stand houden van de openbare verharding, zodanig dat achterstallig onderhoud wordt voorkomen. Beleidskader In raadsbesluit ‘Op weg naar beter beheer’(raadsbesluit 2007/82/2) is op basis van CROW normen tot en met 2017 een wijkgerichte onderhoudsplanning opgenomen, waarbij is aangegeven dat deze planning in de komende jaren zal worden verfijnd. De afgelopen jaren is achterstallig onderhoud in de hoofdinfrastructuur en onder andere in de wijken Roerzicht, Kapel, Vrijveld, Leeuwen en Maasniel weggewerkt. Besloten is om ook de werkzaamheden van wegen in de wijken bij te stellen van Begroting 2015 139 grootschalig integraal onderhoud naar curatief onderhoud in de wijken Tegelarijeveld, de Groene Kruisbuurt en Stationsbuurt. Hiermee wordt in de komende jaren de kwaliteit gewaarborgd en achterstallig onderhoud voorkomen. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor het onderhoud aan de verhardingen zijn in 2015 in de volgende bedragen beschikbaar. Bedragen x € 1.000,- 2015 2016 2017 2018 Regulier onderhoud verhardingen 1.326 1.326 1.326 1.326 Vervangingsinvestering verhardingen 1.115 700 1500 -- Programma begrotingsjaar 2015 In de Groene Kruisbuurt en Stationsbuurt (stadsdeel Swalmen) en de wijk Tegelarijeveld vinden diverse rioolwerkzaamheden plaats in het kader van het wijkgericht onderhoud. Onderhoud riolering Doel Onder onderhoud en instandhouding kapitaalgoed riolering is begrepen: - reiniging en inspectie van riolering, kolken; - reparaties, renovaties en vervanging riolering; - onderhoud rioolgemalen, bergbezinkbassins en iba’s (kleinschalig systeem om afvalwater te zuiveren); - onderhoud hemelwaterinfiltratievoorzieningen; - onderhoud vijverpartijen. met als doel: - doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater; - doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet door een perceeleigenaar kan worden gedaan; - treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van grondwater te voorkomen, voor zover doelmatig. Hoeveelheden riolering Omschrijving hoeveelheid eenheid Kolken 25.010 st Gemalen 167 st Vrijvervalriolering 356 km Persleiding 31 km Beleidskader Op 26 september 2013 heeft de raad het rioleringsbeleid in het Gemeente Rioleringsplan (GRP) 20132016 vastgesteld. De beleidskaders zijn uitgewerkt in concrete taken voor uitvoering van het beheer en onderhoud van het kapitaalgoed riolering. Bovengenoemde activiteiten voor onderhoud en instandhouding voor riolering vloeien op basis van NEN-3398 en NEN-3399 hieruit voort, evenals het voorkomen en aanpakken van wateroverlastknelpunten en het voorkomen van verontreiniging van Begroting 2015 140 oppervlaktewater en grondwater. Afkoppelen van hemelwater is omschreven als uitgangspunt in het GRP. De gemeente Roermond werkt met andere gemeenten samen in het samenwerkingsverband ‘Limburgse Peel’. Dit samenwerkingsverband is voortgekomen uit het Bestuursakkoord Water. De samenwerking heeft opgeleverd dat gezamenlijke contracten zijn gemaakt voor bijvoorbeeld het reinigen en inspecteren van riolen. Daardoor wordt efficiënter en goedkoper gewerkt. Bij vaststelling van de beheerplannen 2007-2017 zijn middelen beschikbaar gesteld om achterstallig onderhoud weg te werken. De afgelopen jaren is achterstallig onderhoud in de hoofdinfrastructuur en onder andere in de wijken Roerzicht, Kapel, Vrijveld, Leeuwen en Maasniel weggewerkt. In de wijken Tegelarijeveld (2015), Groene Kruisbuurt en Stationsbuurt (2016) wordt het achterstallig onderhoud weg gewerkt (raadsbesluit 2013/023/02). Verder is achterstallig onderhoud aanwezig in de overkluisde Maasnielderbeek. Het tracé in Leeuwen wordt in 2015 aangepakt en het tracé door Maasniel in 2017. Na deze werkzaamheden is het op dit moment geconstateerde achterstallig onderhoud aan het gemeentelijk rioolstelsel weggewerkt. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor het onderhoud aan de rioleringen zijn in 2015 in de volgende bedragen beschikbaar. Bedragen x € 1.000,- 2015 2016 2017 2018 Regulier onderhoud riolering 1.090 1.084 1.090 1.090 Vervangingsinvestering riolering 4.431 3.095 2.500 900 Programma begrotingsjaar 2015 In de wijk Tegelarijeveld en de Groene Kruisbuurt en Stationsbuurt vinden diverse rioolwerkzaamheden plaats in het kader van het wijkgericht onderhoud. De overkluisde Maasnielderbeek in Leeuwen wordt gerenoveerd en er worden maatregelen inzake Kader Richtlijnwater gerealiseerd in de Beekstraat. Daarnaast worden diverse rioolmaatregelen genomen om ’water op straat’ en de vuilemissie op het oppervlaktewater te voorkomen. Onderhoud havens en waterpartijen Doel - Het instand houden van de industrie- en jachthavens en tevens het waarborgen van de bereikbaarheid van de aan de industriehaven gevestigde bedrijven via het water. het instand houden van de waterpartijen binnen de gemeente Roermond met betrekking tot recreatie en doorstroming. Beleidskader In 2007 is met de deknota ‘Op weg naar beter beheer’ het beheerplan havens en waterpartijen vastgesteld. Hierin is een nulmeting van de onderhoudstoestand en de aanwezige baggerspecie uitgevoerd. Het kwaliteitsniveau is erop gericht om voldoende diepgang in de havens te behouden, voldoende doorstroming in de waterpartijen en de aanwezige objecten op een sober en doelmatige wijze te onderhouden. Begroting 2015 141 Jaarlijks, dus ook in 2015, worden maaiwerkzaamheden in de waterpartijen uitgevoerd om overtollige beplanting te verwijderen ter voorkoming van het dichtgroeien van de waterpartijen. Voor het te maken beheerplan havens en waterpartijen zullen in 2015 peilingen worden gedaan en bodemmonsters worden genomen. Eventueel geconstateerd achterstallig onderhoud komt hiermee in 2015 in beeld en zal in het nieuwe beheerplan worden meegenomen. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor het onderhoud van de havens en waterpartijen zijn in 2015 de volgende bedragen beschikbaar. Bedragen x € 1.000,- 2015 2016 2017 2018 Regulier onderhoud havens en water 113 113 113 111 Vervangingsinvesteringen havens en water -- -- -- -- Programma begrotingsjaar 2015 In de stedelijke waterpartijen worden werkzaamheden aan beschoeiingen uitgevoerd. Onderhoud kunstwerken Doel Het beheer van kunstwerken is er op gericht om een basis kwaliteitsniveau van de onderhoudstoestand van civieltechnische kunstwerken te waarborgen. Beleidskader In 2007 is met de deknota ‘Op weg naar beter beheer’ het beheerplan kunstwerken vastgesteld. Daarin is geconstateerd dat er achterstallig onderhoud is aan de kunstwerken. Dit achterstallig onderhoud is afgelopen jaren weggewerkt. Landelijk is veel discussie geweest over wat precies wordt verstaan onder het begrip kunstwerk en in het verlengde daarvan over het areaal en het kwaliteitsniveau. Naar aanleiding hiervan heeft een nieuwe inventarisatie plaatsgevonden van de kunstwerken. Van het aanvullend geïnventariseerde areaal wordt het kwaliteitsniveau en eventueel achterstallig onderhoud in 2015 in beeld gebracht. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor het onderhoud van kunstwerken zijn in 2015 de volgende bedragen beschikbaar. Bedragen x € 1.000,Regulier onderhoud kunstwerken Vervangingsinvesteringen kunstwerken Begroting 2015 2015 2016 2017 2018 39 39 39 39 200 200 200 400 142 Onderhoud openbare verlichting Doel Het beheer van de openbare verlichting heeft als doelstelling een veilig gebruik van de openbare ruimte in de nachtelijke uren. Voorzieningen (masten en armaturen) hiervoor dienen aan een sober en doelmatig kwaliteitsniveau te voldoen om deze functie te kunnen garanderen. Beleidskader In 2007 is heef de gemeenteraad voor de gemeente Roermond een beheerplan openbare verlichting vastgesteld. Voor de binnenstad is aanvullend een masterplan openbare verlichting opgesteld. Dat legt naast functionele aspecten een hoger ambitieniveau voor de verlichting van en binnen de singelring vast. Vanuit het beheerplan is in diverse wijken achterstallig onderhoud weggewerkt door nieuwe openbare verlichting aan te brengen. In deze wijken voldoet de verlichting ook aan de minimale eisen van de Nederlandse stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV). In de wijken Groene Kruisbuurt en Stationsbuurt wordt in combinatie met andere onderhoudswerkzaamheden de openbare verlichting vervangen. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor het onderhoud van de openbare verlichting zijn in 2015 de volgende bedragen beschikbaar. Bedragen x € 1.000,- 2015 Regulier onderhoud en energie verlichting 2016 2017 2018 1.087 1.087 1.027 1.027 250 200 -- 400 Vervangingsinvesteringen verlichting Programma begrotingsjaar 2015 Op diverse locaties wordt de openbare verlichting vervangen. Onder andere in de Bosstraat en de Leucker wordt bestaande verlichting (daar waar mogelijk) vervangen door LED –verlichting. Onderhoud openbaar groen en reiniging Doel Het gemeentelijk openbaar groen en de stedelijke reiniging worden sober en doelmatig onderhouden op een kwalitatief acceptabel niveau. Daarbij zijn behoud en waar mogelijk versterking van leefbaarheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat belangrijk. Kengetallen: Omschrijving Bos inclusief natuurterreinen Hoeveelheid 257 ha. Beplanting openbaar groen 719.301 m² Gras/openbaar groen, excl. bermen buitengebied 943.710 m² Begroting 2015 143 Beleidskader Het openbaar groen en de stedelijke reiniging zijn belangrijke onderdelen van het stedelijk woon- en leefklimaat. Om zowel de visueel/ruimtelijke, gebruik- als ecologische functie te kunnen waarborgen wordt het groen zo goed en efficiënt mogelijk (sober en doelmatig) onderhouden met behoud van zijn verschillende functies zoals afscherming, aankleding, en verkeersgeleiding. In het promenadegebied van de binnenstad is een hoger kwaliteitsniveau in de beheerplannen vastgesteld. In 2007 zijn de beheerplannen 2007- 2017 groen en reiniging vastgesteld door de gemeenteraad. Het hierin geconstateerde achterstallig onderhoud is in de afgelopen jaren weggewerkt. Besloten is (raadsbesluit 2013/023/2) het onderhoudsniveau en de reiniging van het openbaar groen aan te passen op basis van het kerntakenboek en de in het voorjaar 2013 gehouden aanbestedingen. Hierin hebben bijstellingen plaatsgevonden in frequenties van reiniging, snoeien en maaien. Deze bijstellingen leveren een ander beeld op in de openbare ruimte maar gaan niet ten koste van de fysieke kwaliteit van het groen. Voorbeelden hierin zijn het onkruid verwijderen van verhardingen van 3 naar 2 keer per jaar, reiniging / veegfrequentie van 13 naar 8 keer per jaar en een bijstelling van het gazononderhoud van A naar B kwaliteit. Bij de levensduur van plantvakken zien wij incidenteel achterstallig onderhoud ontstaan. Ook hier zullen wij in het kader van de nieuwe beheerplannen in kaart brengen welke mogelijkheden er zijn om hieraan invulling te geven. Voor het beheer en onderhoud van de bomen is eind 2012 een nieuw bomenplan vastgesteld. De hierin geconstateerde achterstanden zijn met aanvullende middelen weggewerkt. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor het onderhoud van de groenvoorzieningen en de stedelijke reiniging zijn in 2015 de volgende bedragen beschikbaar. Bedragen x € 1.000,Regulier onderhoud groen en reiniging Vervangingsinvesteringen groen 2015 2016 2017 2018 2.653 2.655 2.605 2.605 100 100 200 -- Programma begrotingsjaar 2015 Het onderhoud van de groenvoorzieningen en de reiniging vindt plaats aan de hand van bestekken. In het Tegelarijeveld zal plaatselijk groen worden vervangen. Begroting 2015 144 Onderhoud gebouwen In het raadsbesluit van 16 mei 2006 (raadsvoorstel 2006/61/1) is de nota Meerjarig onderhoudsplan gemeentelijke gebouwd vastgoed vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten vastgelegd voor het meerjarig technisch onderhoudsplan gemeentelijk bebouwd vastgoed. De nota is het kader waarbinnen het vastgoed op een slagvaardige en professionele wijze wordt beheerd. In december 2013 is het meerjarig onderhoudsplan geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De gemeentelijke eigendomsportefeuille omvat ca. 100 vastgoedobjecten, exclusief onderwijsobjecten. Binnen de vastgestelde onderhoudsvoorziening gebouwen verzorgen we vanuit de verantwoordelijkheid als eigenaar het gebouwgebonden planmatig onderhoud met als doel het bouwkundig in stand houden van een prestatie gedurende een gebruiksperiode van een gebouw. Voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille is dit onderhoudsniveau vastgesteld op een gemiddeld onderhoudsniveau 3 wat staat voor redelijk (geen nieuwbouw, beperkte onderhoudsschade of onderhoudsbehoefte). Om flexibel te kunnen inspelen op ontwikkelingen/vastgoedtrends, is de gemeentelijke vastgoedportefeuille gegroepeerd in een 5-tal categorieën: Categorie A: Categorie B: Categorie C: Categorie D: Categorie E: Facilitair ten behoeven van eigen huisvesting (Facilitaire zaken); Maatschappelijk/strategisch vastgoed: wijkvoorzieningen, maatschappelijke gebouwen of objecten, verhuurde panden (Juridische Zaken & Eigendommen); Openbare Ruimte: Gemeentelijke begraafplaatsen, Rijwielstalling kloosterwandplein en het Milieupark. (Beheer Openbare Ruimte / Stadstoezicht); Binnen- en buitensportaccomodaties: Sporthallen, kleedvoorzieningen sportvelden en zwembad(-en) (Sport & Bewegen); Overig Vastgoed: alle overige vastgoed niet behorend tot voorgaande groepen, zoals het museum en de brandweerkazerne. Op basis van de huidige inschattingen (20 jaars-planning) zijn de onderhoudsvoorzieningen toereikend voor het onderhouden van het eigenaarsgedeelte. De stand van de onderhoudsvoorziening gebouwen bedraagt naar verwachting eind 2014 circa € 8,8 miljoen. Daarnaast wordt jaarlijks structureel circa € 510.000 gedoteerd aan deze voorziening. Op basis van het onderhoudsplan blijken de kosten voor de eerste 10 jaren (prijspeil 2013) afgerond € 7,8 miljoen. Met andere woorden: voor de komende 20 jaren zijn voldoende middelen beschikbaar. Met ingang vanaf 2015 zal conform raadsbesluit (raadsvoorstel 2013/100/1) jaarlijks een extra dotatie in de onderhoudsvoorziening gebouwen worden gestort van € 32.000 en dit zal cumulatief stijgen. Het eigenaarsonderhoud en beheer van alle gebouwen wordt onder regie van Gebouwenbeheer uitgevoerd en verantwoord. Het gebruikersonderhoud en beheer de locaties wordt onder regie van gebruiker uitgevoerd en verantwoord. omschrijving Planmatig groot onderhoud Categorie A Categorie B Categorie C Categorie D Categorie E Begroting 2015 Rekening 2014 Begroting 2015 Begroting 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 7.813 189.736 8.878 188.181 27.502 59.671 303.510 11.057 65.255 56.666 56.764 187.512 6.840 41.664 75.298 138.872 548.031 14.833 259.522 47.981 145 In deze paragraaf zal een doorlichting van alle onderhoudsactiviteiten worden weergegeven per categorie: Categorie A: Facilitair ten behoeven van eigen huisvesting Deze categorie omvat de panden voor de eigen huisvesting van de medewerkers van de gemeentelijke organisatie. Het onderhoudsbudget in de onderhoudsvoorzieningen voor deze objecten bedraagt voor het jaar 2015 € 7.813. Voor deze objecten wordt geen huur doorberekend aan de overige sectoren. Categorie B: Maatschappelijk/strategisch vastgoed Dit betreft met name het eigendom van de objecten ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, monumentale vastgoedobjecten en strategisch vastgoed. Het beleid daarin is dat het vastgoedbezit is afgestemd op de diverse gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Vastgoed in categorie B zal navolgende 4 criteria dienen te bezitten. - Het heeft of zal een functie krijgen in het beleid van de gemeente als accommodatie voor door de gemeente ondersteunende voorzieningen; - Het is van belang voor de realisering van het ruimtelijk beleid van de gemeente. In de nota Grondexploitaties 2011 is opgenomen dat de gemeente een passief (faciliterend) grondbeleid voert, derhalve niet gericht op het structureel verwerven van een grondpositie in toekomstige plannen; - Het wordt nodig geacht in het kader van het bestrijden en/of voorkomen van overlast in het kader van de openbare orde of in het kader van het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen; - Het is van belang voor de realisering van het monumentenbeleid van de gemeente. Het onderhoud van de objecten is onderverdeeld in eigenaars en gebruikersonderhoud. Het dagelijks beheer en het gebruikersonderhoud is gelegen bij de huurder/gebruiker. Vervanging en onderhoud met betrekking tot het in stand houden van het gemiddeld onderhoudsniveau 3 van deze objecten is opgenomen in de onderhoudsvoorziening gebouwen. Het onderhoudsbudget in de onderhoudsvoorzieningen voor deze objecten bedraagt voor het jaar 2015 € 189.736. Categorie C: Openbare Ruimte Deze categorie omvat met name de gemeentelijke begraafplaatsen en de panden die daarop gelegen zijn. Het onderhoudsbudget in de onderhoudsvoorzieningen voor deze categorie bedraagt voor het jaar 2015 € 8.878. Categorie D: Binnen- en buitensportaccomodaties Deze categorie omvat de panden en objecten voor de facilitering van het sportbeleid van de gemeente Roermond. Het gebruikersonderhoud wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de afdeling Sport en Bewegen en het eigenaarsonderhoud wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van gebouwenbeheer. Het onderhoudsbudget in de onderhoudsvoorzieningen voor deze objecten bedraagt voor het jaar 2015 € 188.181. Categorie E: Overig vastgoed Deze categorie omvat al het overige in eigendom hebbende vastgoed niet behorend tot voorgaande groepen, zoals het museum en de brandweerkazerne. Hierbij is sprake van marktconforme exploitatie op basis van functie, kwaliteit en locatie van het gebouw. Het onderhoud gaat uit van onder andere de volgende onderhoudsvoorzieningen, te weten “diverse eigendommen”, “monumenten” en Begroting 2015 146 “woonwagenstandplaatsen”. Het gebruikersonderhoud wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de gebruiker of de afdeling en het eigenaarsonderhoud wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van gebouwenbeheer. Het onderhoudsbudget in de onderhoudsvoorzieningen voor deze objecten bedraagt voor het jaar 2015 € 27.503. Wat gaan we daarvoor doen Teneinde aan de doelstelling om aan het gemiddelde onderhoudsniveau 3 te kunnen voldoen zal het noodzakelijk onderhoud wat 2014 gepland stond en nog niet is uitgevoerd in de tweede helft van 2014 worden uitgevoerd of naar de eerste helft van 2015 worden doorgeschoven. Om de geplande werkzaamheden vanuit het meerjarenonderhoudsplan uit te voeren zijn werkpakketten aan de markt uitbesteed om zo gedurende een periode van maximaal 4 jaar een werkpakket gemiddeld aan de vastgestelde onderhoudsconditie 3 (voldoende) te laten voldoen. Beleidskader: - raadsvoorstel 2006/61/1 (mei 2006) raadsvoorstel 2013/1001/1 (december 2013) Onderhoud schoolgebouwen De verantwoordelijkheid voor de huisvesting van scholen voor primair- en voortgezet onderwijs ligt op grond van de onderwijswetgeving bij de gemeenten. Ter compensatie in de te maken kosten ontvangen de gemeenten van het Rijk een niet geoormerkte bijdrage uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De onderhoudstoestand van de betreffende gebouwen voldoet aan onderhoudsniveau 3 zoals dat is gesteld aan gemeentelijke eigendommen. Op grond van de huidige wetswijziging beperkt de verantwoordelijkheid van de gemeente zich vanaf 1 januari 2015 tot: - nieuwbouw van scholen van het primair (speciaal)- en voortgezet (speciaal) onderwijs. - uitbreiding van deze scholen; - medegebruik van gebouwen door scholen; - herstel constructiefouten aan gebouwen van scholen primair (speciaal)- en voortgezet (speciaal) onderwijs; - herstel bij calamiteiten, brand, diefstal stormschade e.d. aan gebouwen van scholen voor primair (speciaal)- en voortgezet (speciaal) onderwijs; - nieuwbouw, onderhoud en in stand houden van gebouwen voor bewegingsonderwijs ten behoeve van primair (speciaal)- en voortgezet (speciaal) onderwijs. Wat gaan we daarvoor doen In een gemeentelijke verordening, Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Roermond 2015, is vastgelegd wanneer een schoolbestuur voor een voorziening zoals boven vermeld in aanmerking komt. Wat mag het kosten Het bevoegd gezag van de scholen is verantwoordelijk voor het onderhoud aan de betreffend gebouwen. Ten behoeve van dit onderhoud ontvangen de schoolbesturen een financiële vergoeding van het rijk. Gelijktijdig heeft er een uitname plaatsgevonden uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Wanneer de er sprake is van een voorziening die voor rekening van de gemeente komst zal voor de financiering per casus dekking worden gezocht. Er is geen voorziening voor onderwijshuisvesting in de begroting opgenomen. Begroting 2015 147 Begroting 2015 148 Paragraaf 4. Financiering (treasury) Bij financiering gaat het om de vraag hoe de gemeente zo adequaat mogelijk omgaat met de financieringsbehoefte en hoe daarin zo goed mogelijk kan worden voorzien. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut, zoals geaccordeerd door de Raad op 3 juli 2009. Het treasurystatuut geeft de kaders aan waarbinnen de gemeente het financieringsbeleid uitvoert, alsmede de wijze waarop de gemeente met voorkomende financieringsrisico’s omgaat. Periodiek wordt het treasurystatuut herzien en deze herziening staat gepland voor de raadsvergadering van december 2014. Hierin zullen ook nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen, zoals de Wet HOF (Houdbare Overheidsfinanciën) en schatkistbankieren. Een goede liquiditeitsprognose is in dit kader onontbeerlijk en naast het optimaliseren van het betalingsverkeer en de leningen- en financieringsstructuur, ligt hierop dan ook steeds de focus. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op: - externe en interne ontwikkelingen; - de rentevisie; - financiering en liquiditeitsprognose, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan het risicobeheer, zoals de kasgeldlimiet, de renterisiconorm alsmede de verhouding waarin vaste activa gefinancierd zijn met vreemd en eigen vermogen. Externe en interne ontwikkelingen Externe ontwikkelingen Na jaren van economische en financiële crises is een relatieve rust op de financiële markten teruggekeerd en lijkt er zelfs ruimte voor groei. Echter, waar de verwachtingen begin dit jaar zeer hoopvol waren, lijkt het herstel een stuk weerbarstiger en zich langzamer dan verwacht te ontwikkelen. De Europese Centrale Bank (ECB) getroost zich vele en ingrijpende inspanningen om de rust te laten wederkeren en de economie te stimuleren. Zo verlaagde de ECB de herfinancieringsrente al meermaals, recent en voor het laatst per 5 september jongstleden naar een laagste niveau van 0,05 %. De herfinancieringsrente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer zij geld bij de ECB opnemen. Banken maken gebruik van deze faciliteit als ze liquiditeit te kort komen. Door deze rente te verlagen hoopt de ECB dat banken meer geneigd zijn de beschikbare liquiditeiten aan te wenden voor kredietverstrekking aan het bedrijfsleven (in plaats van bij de ECB te stallen tegen genoemd laag tarief), hetgeen een impuls is voor het aanzwengelen van de economie. Verder verlagen van de herfinancieringsrente is nagenoeg niet meer mogelijk, omdat deze reeds op een laagtepunt beweegt, maar ook omdat de ECB als een van haar belangrijkste doelstellingen ‘het beheersen van de inflatie’ ziet. Deze neigt momenteel zelfs negatief te worden. De ECB zal een ruim monetair beleid blijven voeren waarbij alternatieve maatregelen, zoals een negatieve depositorente voor banken, maar ook een liquiditeitsinjectie van maar liefst € 400 miljard worden overwogen. Voor onze Nederlandse economie wordt dan ook met een gematigde economische groei gerekend, met een stijging van de rentes, voor zowel korte als (middel)lange leningen, wordt vooralsnog slechts zeer beperkt rekening gehouden. Begroting 2015 149 Onderstaande grafieken laten de ontwikkeling van de korte, maar ook van de 10-jaarsrente zien: – de 3-maands euribor sinds 2000: dit is de rente waartegen banken elkaar geld uitlenen en die als basis geldt voor de rente op de geldmarkt; de euribor volgt de herfinancieringsrente van de ECB (die in september j.l. tot een nieuw laagtepunt van 0,05 % werd verlaagd) – de tweede grafiek toont de rente van de meest recente 10-jaars staatslening gedurende het afgelopen jaar. Samen met Duitsland behoort Nederland tot de meest kredietwaardige landen van Europa, hetgeen zich vertaalt in extreem lage rentetarieven voor o.a. ons land. Onderstaand staatje laat de verwachtingen van de korte (3 maands euribor) en de lange (10 jaars) rente van enkele grote Nederlandse banken zien. Met een stijging van de rentes wordt dan ook slechts in beperkte mate rekening gehouden. 3-maands euribor Huidig 0,15% over 1 jaar BNG RABO ABN AMRO gemiddeld 0,25% 0,11% 0,10% 0,15% 10-jaars swap 1,15% over 1 jaar 2,00% 1,40% 1,80% 1,73% * de euribor is de interbancaire rente voor kortlopende leningen ** de swap-rente wordt gezien als basis voor de kredietverstrekking Interne ontwikkelingen De rentekosten zijn de afgeleide van de totale rentedragende financieringsbehoefte; deze laatste wordt bepaald door de exploitatie van de gemeente, maar hangt natuurlijk ook sterk af van het investeringsvolume, alsmede de herfinancieringsbehoefte uit hoofde van aflossingen op bestaande leningen. Een en ander resulteert in de liquiditeitspositie en financieringsbehoefte. Begroting 2015 150 Leningenportefeuille Vertrekpunt bij de analyse van onze liquiditeitspositie en financieringsbehoefte is de bestaande leningenportefeuille. Om het risico van (een hoge rente op het moment van) herfinanciering te beperken, hebben wij de afgelopen jaren gewerkt aan een nivellering van de jaarlijkse herfinancieringsbehoefte (als gevolg van rente- en aflossingsverplichtingen). Onze leningenportefeuille kent dan ook een zeer goede spreiding van de netto rente- en aflossingsverplichtingen. Ten aanzien van onze geprognosticeerde rentelasten (zie: Financieringspositie en Liquiditeitsprognose) hanteren wij een voorzichtigheidsbeginsel met oplopende tarieven voor de korte (van 0,75% huidig tot en met 2016 en daarna licht oplopend met 0,25 % per jaar) en 3,50 % voor de lange rente. Onze gemeente maakt op dit moment géén gebruik van rentederivaten. Voor wat betreft eventuele risico’s uit hoofde van de verstrekte leningenportefeuille c.q. de door onze gemeente direct dan wel (via het ‘Waarborgfonds Sociale Woningbouw’ in de achtervang) afgegeven garantstellingen wordt verwezen naar de risicoparagraaf. In het verlengde van bovenstaand vervalschema wordt bij het aantrekken van nieuwe leningen steeds gekozen voor een aflossingsschema dat leidt tot een verdere meerjarige en gelijkmatige spreiding. De netto rente- en aflossingsverplichtingen van onze leningenportefeuille laten het volgende beeld zien: Zoals uit bovenstaande tabel blijkt kent onze leningenportefeuille een zeer goede spreiding: hiermee is het risico van hogere rentelasten bij herfinanciering zeer beperkt. Het verloop van de opgenomen respectievelijk verstrekte leningen ziet er voor de jaren 2015 tot en met 2018 als volgt uit: Begroting 2015 151 Opgenomen leningen: Verloop bestaande leningenportefeuille Opgenomen leningen (o/g) 2014 Stand per 1 januari 94.035.410 Aflossingen -7.773.310 Stand per 31 december 86.262.100 2015 Gem. Rente 86.262.100 3,49% -7.494.066 78.768.034 3,50% 2016 78.768.034 -7.946.076 70.821.957 2017 70.821.957 -6.995.057 63.826.901 2018 63.826.901 -7.004.205 56.822.695 Additioneel benodigde middellange leningen u.h.v. Liquiditeitsprognose 2015 Gem. Rente 2016 2017 2018 Nieuwe middellange leningen € 6.515.599 21.770.326 3,50% € 11.916.135 € 7.281.907 € 7.226.151 Aflossing nieuwe leningen €0 -651.560 -€ 2.828.593 -€ 4.020.206 -€ 4.748.397 Totaal saldo nieuwe Leningen o/g 6.515.599 27.634.365 36.721.907 39.983.608 42.461.362 Saldo Leningen o/g ultimo jaar 92.777.699 106.402.399 107.543.864 103.810.509 99.284.057 2016 4.368.599 2.149.353 2.219.247 2017 2.219.247 293.160 1.926.087 2018 1.926.087 302.687 1.623.400 Verstrekte geldleningen: Verstrekte leningen (u/g) Stand per 1 januari Aflossingen Stand per 31 december 2014 7.591.556 1.430.831 6.160.725 2015 Gem. Rente 6.160.725 4,32% 1.792.125 4.368.599 Voor een specificatie van de (opgenomen als verstrekte) leningenportefeuille verwijzen wij naar bijlage 13 van het bijlagenboek. Rentevisie Rente Onze gemeente volgt de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt nauwgezet. Dit vanuit het streven steeds adequaat te kunnen reageren en anticiperen op ontwikkelingen en verwachtingen. De voor de komende jaren verwachte rentekosten van onze gemeente zijn gebaseerd op de liquiditeitsbehoefte vanuit de exploitatie en houden rekening met het investeringsvolume. Enerzijds vanuit een voorzichtigheidsbeginsel, doch anderzijds en tegelijkertijd met het oog op de historisch lage rentetarieven, hanteren wij voor de lange rente een tarief ad 3,50 % en onze gemeente rekent voor de korte rente met 0,75 % voor 2015 en 2016 en met 1,00 % en 1,25 % voor 2017 respectievelijk 2018. Financieringspositie en Liquiditeitsprognose Het belang van een adequate beheersing van de geldstromen neemt hand over hand toe, temeer daar de activiteiten van de gemeente complexer worden en de bedragen die hiermee gemoeid zijn navenant groter. Een (periodieke en voortschrijdende) analyse van de bestaande financiële positie alsook een goed (meerjarig) inzicht in de ontwikkeling hiervan zijn dan ook van groot belang. Hiermee kunnen we tijdig anticiperen en de juiste maatregelen te treffen. Op basis van de geldstromen vanuit de huidige meerjarenbegroting wordt periodiek de meerjarige liquiditeitspositie en daarmee financieringsbehoefte van onze gemeente opgesteld; naast de rente- en aflossingsverplichtingen op de bestaande leningenportefeuille wordt hierbij uiteraard rekening gehouden met de geldstromen uit hoofde van voorgenomen investeringen, maar ook de reguliere (geprognosticeerde) exploitatie. Ook wordt een ‘onderuitputting’ op de betreffende investeringen (die naar een volgend jaar doorschuiven) ingecalculeerd gebaseerd op ervaringen uit de afgelopen jaren. De navolgende tabel laat de financieringsbehoefte en rentekosten voor de komende jaren van onze gemeente zien. Begroting 2015 152 Prognose liquiditeitsbehoefte 2015 - 2018 2015 2016 Kasgeldlimiet (Rekening courant) voorafgaande periode -13.000.000 -16.320.000 Financieringsbehoefte Begrotingsjaar Herfinancieringsbehoefte (Rente & Aflossing leningen) -9.072.498 -11.196.331 Gemeentelijke exploitatie 3.616.840 8.123.641 Investeringen -19.634.668 -8.843.445 2017 -16.320.000 2018 -16.320.000 -13.111.952 10.636.414 -4.806.368 -13.617.980 10.137.994 -3.746.165 Financieringsbehoefte BRUTO -€ 38.090.326 -€ 28.236.135 -€ 23.601.907 -€ 23.546.151 waarvan kort : rentepercentage: Rente kortlopende leningen -€ 16.320.000 0,75% -€ 122.400 -€ 16.320.000 0,75% -€ 122.400 -€ 16.320.000 1,00% -€ 163.200 -€ 16.320.000 1,25% -€ 204.000 waarvan lang (10 jaar lineair dalend) : rentepercentage: Rente nieuwe langlopende leningen -€ 21.770.326 3,50% -€ 597.624 -€ 11.916.135 3,50% -€ 1.126.235 -€ 7.281.907 3,50% -€ 1.342.347 -€ 7.226.151 3,50% -€ 1.442.787 Rente u.h.v. reeds bestaande leningovereenkomsten -€ 2.859.599 -€ 2.582.045 -€ 2.330.308 -€ 2.122.127 Totale Rente per jaar -€ 3.579.623 -€ 3.830.680 -€ 3.835.855 -€ 3.768.914 Ten aanzien van de financieringsbehoefte heeft de gemeente de keuze tussen het aantrekken van (middel-)lange dan wel kortlopende leningen, waarbij door de wetgever kaders worden gesteld middels de kasgeldlimiet respectievelijk de renterisiconorm. Financiering Kasgeldlimiet: de rentetypische looptijd van leningen als maatstaf De Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDo) bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie dient te worden opgenomen over de liquiditeitspositie van de gemeente in relatie tot de kasgeldlimiet. De korte rente is momenteel lager dan de lange rente, waardoor gemeenten zouden kunnen neigen naar het zo veel mogelijk financieren met kortlopende leningen; hieraan kleeft echter het gevaar, dat wanneer de rente gaat stijgen, gemeenten geconfronteerd worden met hogere rentelasten. Om dit te voorkomen, stelt de wetgever maxima aan kort aangetrokken financieringsmiddelen, de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet is afgeleid van het begrotingstotaal en bedraagt 8,5 % hiervan. Het begrotingstotaal voor gemeenten in het algemeen is aanzienlijk verhoogd ten aanzien van voorafgaande jaren uit hoofde van de aanstaande decentralisaties. Daarmee komt het begrotingstotaal voor onze gemeente op € 192 miljoen uit, wat leidt tot een kasgeldlimiet van € 16.320.000 voor 2015. Onze gemeente streeft naar een zo optimaal mogelijke benutting van de toegestane kasgeldlimiet, waarbij structurele overschrijdingen niet worden toegestaan en derhalve ook niet voor komen. Kasgeldlimiet Stappen (1 - 4) (Bedragen x EUR 1.000) (1) Vlottende schuld (2) Vlottende midddelen (1) - (2) = (3) 3e kwartaal 2013 € 6.314 € 1.591 4e kwartaal 2013 € 2.789 € 885 1e kwartaal 2014 € 10.280 € 716 2e kwartaal 2014 € 10.286 € 441 Gemiddelde netto vlottende schuld Kasgeldlimiet (5) (6a) = (5 > 4) Ruimte onder de Kasgeldlimiet (6b) = (4 > 5) Overschrijding van de kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet (5) Begrotingstotaal (7) Percentage regeling (8) Kasgeldlimiet (5) = (7) x (8) Begroting 2015 (3) Netto vlottend (+) of overschot middelen (-) € € € € € € 4.723 1.904 9.564 9.845 € 6.509 € 16.320 € 9.811 192.000 8,50% € 16.320 153 Renterisiconorm: de opbouw van de leningenportefeuille als maatstaf In de wet FIDO wordt de renterisiconorm gehanteerd als norm voor de samenstelling van de ‘lange leningen’-portefeuille: jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20 % van het begrotingstotaal. Ook hier geldt uiteraard het hierboven genoemde hogere begrotingstotaal. Het doel is op deze wijze afdoende spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille waardoor jaarlijks slechts een gedeelte van de leningenportefeuille aan renteherziening (tegen de op dat moment geldende rente) toe is. Onze gemeente blijft ruimschoots binnen de renterisiconorm. RENTERISICONORM EN RENTERISICO’S VAN DE VASTE SCHULD (Bedragen x EUR 1.000) 2015 2016 Renterisico op vaste schuld Begroting Begroting 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 0 -1.659 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 0 0 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 0 -1.659 2a. Aflossingen op opgenomen leningen o/g 2b. Aflossingen op verstrekte leningen u/g 2. Netto aflossingen (2a - 2b) 3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2) Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2014 2017 Begroting 0 0 0 2018 Begroting -6.405 0 -6.405 -7.494 1.792 -5.702 -5.702 -7.946 2.149 -5.797 -7.456 -6.995 293 -6.702 -6.702 -7.004 303 -6.701 -13.106 192.000 192.000 192.000 192.000 4b. Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 4. Renterisiconorm 20% 20% 20% 38.400 38.400 38.400 20% 38.400 Toets Renterisiconorm 4. Renterisiconorm 3. Renterisico op vaste schuld 5. Ruimte(+) / Overschrijding(-) (4 - 3) 38.400 -5.702 32.698 38.400 -7.456 30.944 38.400 -6.702 31.698 38.400 -13.106 25.294 Verhouding vaste activa gefinancierd met vreemd vermogen en eigen vermogen In de navolgende tabel is weergegeven in hoeverre de vaste activa van de gemeente gefinancierd zijn met eigen financieringsmiddelen dan wel met vreemd vermogen. Uitgangspunt is dat de gemeente in eerste instantie eigen financieringsmiddelen inzet om de vaste activa te financieren. In de tabel is de situatie weergegeven voor de begroting 2015 tot en met 2018 (per 31 december). stand per ultimo jaarschijf Vaste activa 1 Eigen vermogen 2 (incl. voorzieningen) Benodigde financiering 3=1-2 vreemd vermogen lang 4 waarvan nodig ter financiering 4 vaste activa eigen vermogen (incl. vrz) + 5=2+4 vreemd vermogen lang gefinancierd met vreemd 6=1-5 vermogen kort Begroting Begroting Begroting Begroting % % % % 2015 2016 2017 2018 € 172.944.229 100% € 177.151.535 100% € 177.621.400 100% € 175.816.974 100% € 60.630.769 35% € 60.237.939 34% € 61.071.331 € 112.313.460 € 107.072.399 € 116.913.596 € 108.213.865 € 116.550.069 € 104.480.509 € 107.072.399 62% € 108.213.865 61% € 104.480.509 € 167.703.167 € 168.451.803 € 165.551.840 € 5.241.061 3% € 8.699.731 5% € 12.069.560 34% € 60.320.337 34% € 115.496.637 € 99.954.058 59% € 99.954.058 57% € 160.274.395 7% € 15.542.579 9% Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat de liquiditeitsbehoefte, te financieren met kort vreemd vermogen, niet hoger is dan de kasgeldlimiet. Vanzelfsprekend is in de liquiditeitsprognose reeds rekening gehouden met het opnemen van additionele langlopende leningen, voor zover de financieringsbehoefte de toegestane kasgeldlimiet overschrijdt. In de raming van de rentelasten is hiermee rekening gehouden. Begroting 2015 154 De Wet HOF (Houdbare Overheidsfinanciën) Op 11 december 2013 is de wet houdbare overheidsfinanciën (wet Hof) officieel gepubliceerd. In die wet worden de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Doel van de wet HOF is om de decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning te laten leveren voor het behalen van de Europese begrotingsdoelstellingen. Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Dat plafond wordt volgens de wet voor een bepaalde periode overeengekomen. Voor 2014 bedraagt het plafond voor de gezamenlijke gemeenten 0,32% van het bruto binnenlands product. Deze beperking vloeit voort uit de Europese saldogrens van -3% BBP die geldt voor de volledige Nederlandse collectieve sector. In het bijlagenboek (bijlage 5) treft u een meerjarige opstelling van het EMU-saldo voor onze gemeente aan. Schatkistbankieren Met ingang van 2014 en eveneens met het oog op het terugdringen van het EMU-saldo is Schatkistbankieren (SKB) voor decentrale overheden verplicht gesteld; hierbij moeten decentrale overheden hun overtollige middelen aanhouden in de Schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Het ministerie pretendeert dat een ander belangrijk gevolg van deelname aan schatkistbankieren een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s is, waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. Schatkistbankieren biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Aangezien onze gemeente een netto lenende gemeente is (en aldus geen overtollige liquiditeiten heeft), maakt onze gemeente momenteel geen gebruik van het Schatkistbankieren. Begroting 2015 155 Begroting 2015 156 Paragraaf 5. Bedrijfsvoering Deze paragraaf is er op gericht om door middel van een zo efficiënt en effectief mogelijke bedrijfsvoering de (lange termijn) doelstellingen voortvloeiende uit de strategische visie 2020 het collegeprogramma ‘Mensen maken de stad’ 2014-2018 te realiseren. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op ontwikkelingen met betrekking tot: - visie; - ontwikkelingen; - indicatoren en streefwaarden; - lasten en baten van de paragraaf; - investeringsplanning. Visie - Wat willen we bereiken? Voor de bedrijfsvoering geldt: ‘mensen maken de organisatie’! Binnen dit thema zijn integraliteit, flexibiliteit, mobiliteit en competentiemanagement belangrijk. Maar zeker ook de manier waarop we onze medewerkers faciliteren en ondersteunen in hun werk, Daarbij richten we ons steeds meer op een andere manier van werken. Zo willen wij werkprocessen en informatiestromen verder digitaliseren, Management Control Systemen verbeteren en daar waar wenselijk/noodzakelijk kiezen voor regionale samenwerking. Een uitdaging in 2015 is de transitie-opgave in het kader van de decentralisaties waar integraliteit een belangrijke voorwaarde is. In 2015 zullen de interne bedrijfsvoeringsfuncties zo zijn in gericht dat de nieuwe taken voortkomend uit de transitie ingebed zijn in de organisatie. De noodzakelijke synergie tussen de verschillende onderdelen van Bedrijfsvoering zoals Financiën, Facilitair, HRM, advisering zal zodanig zijn dat tegemoet gekomen kan worden aan de uitdagingen waarmee de gemeente wordt geconfronteerd. Bovenstaande synergie zal ook keuzes op het vlak organisatie-inzichten en -structuur beïnvloeden, Daarbij zijn efficiency en effectiviteit eveneens uitgangsprincipes. De doorontwikkeling van het KCC en de in 2013 ingerichte afdeling Strategie en Bestuur zijn daar voorbeelden van. In 2015 zijn eveneens wijzigingen in de structuur voorzien gericht op een betere bedrijfsvoering. Ontwikkelingen - Wat gaan we daarvoor doen? Personeel en organisatie Door middel van Strategische personeelsplanning (SPP) wordt in beeld gebracht wat de toekomstige personeelskwaliteit en –kwantiteit moet zijn afgezet tegen de huidige situatie (gap analyse). Vervolgens de (nieuw vorm te geven) HRM-instrumenten Opleiden en Mobiliteit inzetten om de ontstane gap te dichten. Door de nadruk in de organisatie op bedrijfsmatig werken wordt het HRM-instrument resultaatgericht werken nadrukkelijker ingezet. Te bereiken resultaatafspraken worden zowel individueel als collectief vastgelegd, waarbij tevens de gewenste gedrag- en houdingsaspecten middels competentiemanagement worden besproken. Organisatie verandering zal vorm krijgen aan de hand van de volgende uitgangspunten: - Basisprincipe van de dienstverleningsvisie van de gemeente Roermond is dat wij denken en handelen vanuit de logica van (niet alleen de externe maar ook de interne) klant (inrichting naar klantsoort); Begroting 2015 157 - - - Leidinggevenden dienen integrale verantwoordelijkheid te dragen en te krijgen, medewerkers (en elkaar) aan te spreken op hun gedrag, medewerkers vertrouwen te schenken, waardering uit te spreken voor de geleverde prestaties, te sturen op output en efficiency en beheersbare risico’s durven te nemen (integraal management); Regionale samenwerking bevorderen en op korte termijn een shared service interne administratie opzetten; In de Strategische Visie Roermond 2020 is daarom ook aangegeven dat Roermond meer beleidsmatige samenhang wil aanbrengen tussen de (vele) gemeentelijke beleidsvelden. Deze samenhang is het meest effectief te bereiken door die verschillende beleidsvelden organisatorisch te groeperen (scheiding beleid en uitvoering); De gemeente reageert kaderstellend op maatschappelijke ontwikkelingen. Bij de ontwikkeling van dat kader en ook bij de uitvoering staan evenwel het benutten van de eigen kracht, energie en creativiteit van inwoners, verenigingen, bedrijven en instellingen centraal. Die moeten daar dan ook de nodige ruimte voor krijgen. Dit vraagt niet meer om een beleidsmedewerker maar een procesmanager (regisseursrol). Informatievoorziening en digitalisering De gemeente Roermond heeft in 2014 de start gemaakt met digitaal zaakgericht werken. De doorontwikkeling daarvan zal voor een groot deel plaatsvinden in 2015. Voorbeelden van projecten die in 2015 worden opgepakt zijn de digitalisering van de processen rondom bestuurlijke besluitvorming en de verdere digitalisering van onze dienstverlening conform de visiebrief digitale overheid 2017 d.d. 23 mei 2013 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Vanuit Informatievoorziening zal een groot beslag worden gelegd op de aanwezige capaciteit om de integraliteit van de decentralisaties in het sociale domein vorm te geven op het gebied van informatievoorziening. In 2015 gaan we verder met de implementatie van elementen uit het Nationaal uitvoeringsprogramma (NUP) die nog moeten worden gerealiseerd. Dit programma is door de overheid gedefinieerd en bestaat uit een aantal bouwstenen. Een van deze bouwstenen is de invoering van de Basisadministratie Grootschalige Topgrafie (BGT). De voorbereiding op de invoering moet gereed zijn op 1 januari 2016. Deze worden samen met de gemeenten Leudal, Nederweert en Weert projectmatig ingevoerd en in 2015 afgerond. Transitieopgave Decentralisaties Ten behoeve van de decentralisaties van de 3 domeinen (Jeugd, Zorg en Participatie) dienen de gevolgen hiervan voor de bedrijfsvoering in 2015 gestructureerd ingebed te worden in de gemeentelijke organisatie. Het betreft hier met name nieuwe (bedrijfsvoerings)taken op het gebied van onder andere monitoring en toezicht, administratie en control, risicomanagement, contractbeheer en informatievoorziening. Ook zal er extra capaciteit nodig zijn binnen het Sociale domein voor wat betreft de uitvoering van WMO en Sociale Wetgeving. Met de uitvoering van deze nieuwe taken zal daar waar mogelijk regionaal samengewerkt gaan worden. Regiosamenwerking Inkoop In het kader van de kerntakendiscussie is in 2013 een pilot gestart om te komen tot regiosamenwerking op het gebied van inkoop met de gemeente Nederweert, Weert, Leudal en Roermond, met als resultante een door uw Raad vastgesteld gezamenlijk inkoop- en aanbestedingsbeleid. Aan de hand van de uitkomsten van deze pilot werd voor het jaar 2014 een gezamenlijk inkoopactieplan opgesteld. Op basis van de evaluatie van de inkoopsamenwerking tussen de deelnemende gemeente Leudal, Begroting 2015 158 Nederweert, Weert en Roermond zal een voorstel worden gemaakt hoe aan deze samenwerking in 2015 verder vorm kan worden gegeven. Daarnaast wordt in het kader van de drie decentralisaties in het (nieuwe) Sociale Domein samengewerkt op Midden-Limburgse schaal (Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Leudal, Nederweert en Weert). Zodra deze taken van het rijk naar de gemeente zijn overgeheveld, zal het inkoopvolume en inherent hieraan het contractenbeheer aanzienlijk toenemen. Op het personele vlak zal dit consequenties gaan hebben. Regiosamenwerking ICT Nadat in 2013 de ICT-samenwerking Noord en Midden Limburg (Venlo-Weert-Roermond) in de vorm van een zogenaamde lichte regeling tot stand is gekomen, heeft de focus in 2014 voornamelijk gelegen op de implementatie van de technische infrastructuur. Personeelsbijeenkomsten en workshops zijn georganiseerd waarbij aandacht is besteed aan de verschillende onderwerpen die voor een verdere doorontwikkeling van de samenwerking noodzakelijk zijn onder andere Financiën, Organisatie en Plaatsing, Sturing. De hiervoor samengestelde werkgroepen zijn in 2014 van gestart gegaan en zullen begin 2015 toegespitste uitwerkingen opleveren zodat de doorontwikkeling van het samenwerkingsverband verder vorm kan worden gegeven. Begin 2015 zal tevens worden bezien hoe het huidige samenwerkingsverband met andere gemeenten (Bergen, Leudal, Nederweert) kan worden uitgebreid. Doorontwikkeling planning- en control producten De begroting 2015 kent ten opzichte van de begroting 2014 een gewijzigde programma-indeling, die aansluit bij de thema’s uit het coalitieakkoord ‘Mensen maken de Stad’. Binnen de programma’s hebben wij ook gekozen voor een gewijzigde opzet. Met name de doorontwikkeling van de te hanteren indicatoren en de bijbehorende streefwaarden willen wij graag in overleg met uw raad vormgeven. Ook willen wij met u overleggen over de informatiebehoefte en de frequentie van de bestuursrapportage. Onze wens is om de rapportage naar de stand 31 maart van het begrotingsjaar te laten vervallen. Daartoe komen we bij de P&C-cyclus 2015 met voorstellen. Artikel 213a doelmatigheid- en doeltreffendheidsonderzoek Artikel 213a van de Gemeentewet schrijft voor dat het college periodiek onderzoek verricht naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde beleid. De (toenmalige) staatssecretaris van BZK heeft in haar brief ‘de staat van de dualisering’ van 11 december 2008 aangekondigd dat de verplichting tot het plegen van doelmatigheidsonderzoeken uit de Gemeentewet kan worden geschrapt. Op basis hiervan heeft de gemeente Roermond, net als veel andere gemeenten, niet langer inhoud gegeven aan deze verplichting. De aankondiging van de staatsecretaris zal niet meer leiden tot de voorgenomen aanpassing van de Gemeentewet. Naar aanleiding hiervan zal bovenstaande verplichting in 2015 weer worden opgepakt. Overeenkomstig de gemeentelijke verordening wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het onderzoeksplan. Taakstellingen bedrijfsvoering De noodzaak tot bezuiniging heeft ook gevolgen voor de ambtelijke organisatie. Uw raad heeft bij de begroting 2011 al ingestemd met een vermindering van de uitgaven in relatie tot de bedrijfsvoering van € 3,2 miljoen. De realisatie van deze taakstelling loopt naar verwachting. In het kerntakenboek is een verdergaande bezuiniging op de bedrijfsvoering voorzien van € 2,7 miljoen. Deze bezuiniging dient onder andere te worden gevonden door slimmere inkoop, regionale samenwerking en een heroriëntatie op de inrichting van de organisatie. Tenslotte zal het anders uitvoeren van taken een besparing van € 450.000 op de personele kosten moeten opleveren. Ter realisatie van deze taakstellingen is een aantal acties uitgezet uitmondend in een aangepast Begroting 2015 159 inkoopproces, regionale samenwerkingsverbanden en aanpassingen binnen de gemeentelijke organisatie. Op basis van de eerste (tegenvallende) resultaten is in 2013 de ‘Vertrekregeling ouder personeel’ aan uw raad voorgelegd. Hiermee wordt geborgd dat op langere termijn het financiële volume van de taakstellingen wordt gerealiseerd. De realisatie van de inkooptaakstelling wordt bemoeilijkt omdat het gemeentelijke investeringsvolume sterk is afgenomen en de sterke verwevenheid met andere taakstellingen uit de kerntakendiscussie. Ook de voorgenomen aanpassing van de gemeentelijke organisatie vraagt meer tijd dan verwacht. Voor de jaren 2014 tot en met 2017 blijft de realisatie achter bij de taakstelling. Verwezen wordt ook naar de paragraaf weerstandsvermogen in deze begroting. Doorontwikkeling risicomanagement In de vergadering van de klankbordgroep Planning & Control van 22 mei 2013 is een eerste aanzet gegeven voor de evaluatie van de Nota risicomanagement (raad november 2012). Hierbij is vastgesteld dat de Nota risicomanagement geen aanpassing behoeft en dat doorontwikkeling binnen het vastgestelde kader kan plaatsvinden. Doorontwikkeling heeft plaatsgevonden door de ontwikkeling van risico’s op te nemen in de bestuursrapportages met een verankering in de interne P&C cyclus (ingebed in de interne managementrapportage Navigus). Tevens is een onderverdeling gemaakt in klassen voor de kans dat het risico zich voordoet en het (financiële) effect van het risico. Hierdoor is het voor het management gemakkelijker om risico’s te kwantificeren. In de aanloop naar de grote decentralisaties per 1 januari 2015 is eveneens veel aandacht geschonken aan risicomanagement. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de periode tot 1 januari 2015 (deze periode is gericht op de voorbereiding van de decentralisaties) en de periode na 1 januari 2015, waarna operationalisering plaatsvindt. De verdere ontwikkeling van beleid en de implementatie van deze nieuwe uitvoeringsprocessen zal eveneens om aandacht vragen. Verwezen wordt ook naar de paragraaf weerstandsvermogen in deze begroting. Hoe gaan we dit meten? Omschrijving Resultaatafspraken worden vastgesteld, waarbij een gemeentebreed procentuele indicator geldt van: Competentiemanagement wordt toegepast voor medewerkers, waarbij een gemeentebreed procentuele indicator geldt van: Begroting 2015 rekening 2013 -- begroting 2014 -- begroting 2015 90% streefwaarde 90% -- -- 90% 90% 160 Totalen van het programma: Lasten en baten: Paragraaf bedrijfsvoering (bedragen x € 1.000) Totaal lasten Totaal baten Geraamde totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Geraamde resultaat rekening 2013 49.631 -42.443 begroting 2014 39.920 -39.387 begroting 2015 38.373 -38.034 begroting 2016 37.669 -37.588 begroting 2017 38.447 -38.376 begroting 2018 40.070 -40.014 7.188 533 339 81 71 56 68 -7.207 49 0 -505 28 0 -339 0 0 -81 0 0 -71 0 0 -56 0 Belangrijkste afwijkingen tussen de ramingen 2015 en 2014: Onderwerp Product Personeel en organisatie Facilitaire zaken Toelichting In de begroting 2014 zijn incidentele lasten (te betalen premies) opgenomen die samenhangen met de vertrekregeling personeel. Deze zijn in de begroting 2015 niet opgenomen. In de begroting 2015 zijn extra uitvoeringskosten geraamd in verband met de decentralisaties. De huurlasten van het Aureool zijn in de begroting 2015 lager als gevolg van een aflopend huurcontract in 2015. In de begroting 2015 is de taakstelling voor de centrale inkoop hoger. Bedrag (x € 1.000) Voordeel / Nadeel -2.000 V 2.200 N -580 V -832 V Nog te realiseren taakstellingen kerntakenboek: Taakstellingen KTB 2015-2018 (bedragen x € 1.000) Bedrijfsvoering Totaal paragraaf bedrijfsvoering begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 3.174 3.174 3.540 3.540 2.715 2.715 1.037 1.037 begroting 2015 begroting 2016 begroting 2017 begroting 2018 627 710 1.337 392 800 1.192 275 800 1.075 100 800 900 Investeringsprogramma 2015-2018: Investeringsprogramma 2015-2018 Bedragen x € 1.000,Facilitaire zaken Informatievoorziening Totaal paragraaf Bedrijfsvoering De belangrijkste investeringen in 2015 hebben betrekking op: - automatisering (€ 710.000); - vervanging materieel openbare werken (€ 355.000); - kantoormeubilair (€ 235.000). Begroting 2015 161 Begroting 2015 162 Paragraaf 6. Verbonden partijen en participaties In deze paragraaf worden conform artikel 15 BBV de relaties beschreven met rechtspersonen waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. De gemeente heeft een bestuurlijk belang als ze een zetel heeft in het bestuur, of als ze stemrecht heeft. De gemeente heeft een financieel belang, als zij middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van een faillissement of als financiële problemen bij de betreffende rechtspersoon verhaald kunnen worden op de gemeente. De gemeente Roermond heeft bestuurlijke en financiële belangen in diverse verbonden partijen. Deze zijn uitgesplitst in gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen. Alle taken die wij samen met anderen beter, efficiënter en/of effectiever kunnen doen dan alleen, komen in principe voor samenwerking in aanmerking. Samenwerking is mogelijk op het gebied van gezamenlijke beleidsontwikkeling, als overlegplatform of voor uitvoerende taken. In 2013 heeft de RKC het onderzoek Verbonden Partijen gemeente Roermond afgerond. In dit onderzoek is de sturingsrelatie tussen de gemeente en de verbonden partijen beoordeeld op doeltreffendheid, doelmatigheid en de mate van risicobeheersing. Met name voor de grotere verbonden partijen is deze vraag relevant. Naar aanleiding van dit onderzoek is besloten een Nota Verbonden Partijen op te stellen. In het najaar 2014 wordt opnieuw gestart met het opstellen van deze nota. Hieraan voorafgaand wordt overleg gevoerd met (een vertegenwoordiging van) de gemeenteraad. Binnen de raadskaders wordt de nota vervolgens opgesteld. In het overzicht van de verbonden partijen dient conform de geldende regelgeving ook aandacht te worden besteed aan de bekende risico’s. De risico’s voor zover bekend zijn opgenomen in de risicoparagraaf. Gemeenschappelijke regelingen Het gemeentebestuur (raad en college) van twee of meer gemeenten kan afzonderlijk of tezamen een gemeenschappelijke regeling treffen van een of meer belangen van die gemeenten. Hierna wordt een korte toelichting gegeven bij de gemeenschappelijke regelingen: Naam Westrom Vestigingsplaats Roermond. Betrokkenen De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond; ieder voor zover bevoegd. Doel Het volledig uitvoeren van de Wsw (Wet sociale werkvoorziening) en de daaruit voortvloeiende en daarmee verband houdende voorschriften en regelingen, gericht op het realiseren van de doelstellingen van deze wet. Daarnaast besteden de deelnemende gemeenten, voor een percentage van 18%, hun re-integratiemiddelen uit aan de Westrom. Hiertoe nemen de deelnemende gemeenten producten en diensten af die aansluiten bij het beoogde gemeentelijk beleid inzake de Wwb (Wet werk en bijstand). Bestuurlijk belang In het algemeen bestuur zijn alle deelnemende gemeenten vertegenwoordigd. Financieel belang In programma 5 van deze begroting is de Roermondse eigen bijdrage in 2015 van € 536.358 voor de Wsw opgenomen. In de periode 2016/2018 is hiervoor structureel € 612.358 opgenomen. Verder beschikt de gemeenschappelijke regeling over rijksbudgetten. Vanuit het participatiebudget (re-integratiemiddelen) wordt door Roermond een Begroting 2015 163 Naam Westrom bedrag van 18% uitbesteed aan de Westrom. Met de komst van de Participatiewet staat deze bijdrage ter discussie, maar er is nog geen definitief besluit genomen deze bijdrage te laten vervallen. Deze bijdrage is dan nu ook nog opgenomen in de begroting van Westrom. In de uitgangspuntennotitie Participatiewet ( nog niet vastgesteld in de raad) is opgenomen dat in het najaar van 2014 keuzes worden gemaakt over de besteding van middelen van het Participatiebudget en de verdeling van re-integratiemiddelen over de doelgroep. Bij deze keuze zal de 18% re-integratiemiddelen bij Westrom betrokken worden. Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 6,8 miljoen en € 3,2 miljoen Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 5,4 miljoen en € 6,4 miljoen Ontwikkelingen Op 1 januari 2015 treedt de Participatiewet in werking. Westrom voert nu de wet sociale werkvoorziening (wsw) en re-integratie uit voor de gemeente. De Wsw zal Westrom uit blijven voeren. Met de Participatiewet zullen nieuwe kaders voor de uitvoering van re-integratie en uitvoering Wsw worden gesteld, waardoor de rol van Westrom kan wijzigen. Voor 2015 zal de ingezette beleidslijn van meer eigen verantwoordelijkheid, voorbehoud van de Sociale Werkvoorziening aan personen die zijn aangewezen op werk in een beschutte werkomgeving en het plaatsen van mensen met loonwaarde in het reguliere bedrijfsleven, van toepassing blijven. Naam Veiligheidsregio Limburg-Noord Vestigingsplaats Venlo. Betrokkenen De gemeenschappelijke regeling is aangegaan tussen alle gemeenten van Noord- en Midden-Limburg. Doel De regio geeft vorm en inhoud aan intergemeentelijke samenwerking op de schaal van Noord- en Midden Limburg en heeft ten doel: - de behartiging van de belangen van de gemeenten en hun ingezetenen op het gebied van de brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de rampenbestrijding en crisisbeheersing, het bevorderen van de multidisciplinaire uitvoering van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de bestrijding van zware ongevallen en van een samenhangend integraal veiligheidsbeleid in de regio; - de behartiging van die taken die door de wet- en regelgeving aan gemeenten zijn toegekend op het gebied van collectieve preventie volksgezondheid en maatschappelijke zorg en waarvoor samenwerking tussen gemeenten op de schaal van de regio uit het oogpunt van verhoging van efficiency en effectiviteit wordt vereist. Bestuurlijk belang Het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord wordt gevormd door de burgemeesters van de aangesloten gemeenten. Voor de besturing van de GGD Limburg-Noord (opgenomen in de Veiligheidsregio LimburgNoord) is een bestuurscommissie ingesteld, bestaande uit de wethouders Begroting 2015 164 Naam Veiligheidsregio Limburg-Noord van de aangesloten gemeenten. Financieel belang Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) De bijdrage van de gemeente Roermond aan de regio bestaat uit een aantal vaste componenten: voor GGD, GHOR (geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen), Regiobureau Brandweer en voor TBV (tijdelijke bestuurscommissie verenigingsgebouw). Daarnaast kent de regio nog de mogelijkheid om in te tekenen op aparte taakopdrachten. Daarvoor is een afzonderlijk raadsbesluit nodig. De financiële bijdrage voor 2015 bedraagt € 5.448.614. Deze bijdrage is deels opgenomen in programma 4 Zorg en jeugd en programma 7 Veiligheid van deze begroting. € 7,9 miljoen en € 4,9 miljoen € 24,8 miljoen en € 49 miljoen Ontwikkelingen In 2015 is gestart met het project harmonisatie van de begroting van de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Onderdeel van dat traject is het opstellen van het producten- en dienstenpakket op het gebied van veiligheid (brandweer) en gezondheid, met een kostenberekening. Aan de hand van dat portfolio van producten en diensten wordt bepaald welk niveau van dienstverlening wenselijk is. Daarnaast zal een kostenverdeelsleutel met de gemeenten moeten worden overeengekomen. Het dienstverleningspakket en de verdeelsleutel van de kosten zijn bepalend voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage vanaf het jaar 2015 (begroting 2016). In 2015 en volgende jaren zal de Veiligheidsregio Limburg-Noord verder werken aan de uitwerking van het dekkingsplan 2.0 en de visienota’s vrijwilligers en repressie. Naam Euregio Rijn-Maas-Noord Vestigingsplaats Mönchengladbach. Betrokkenen Van de Euregio Rijn-Maas-Noord maken 28 gemeenten en instellingen deel uit. In het Nederlandse deel van de Euregio zijn dat de tot de regio MiddenLimburg behorende Gemeente Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen, Roermond en Weert (lidmaatschap opgezegd en eindigt per 31 december 2014) en de tot de regio Noord-Limburg behorende Gemeente Beesel, Bergen, Gennep, Peel en Maas, Horst aan de Maas, Venlo en Venray, en de Kamer van Koophandel Limburg. Aan Duitse zijde gaat het om de steden Mönchengladbach en Krefeld, het zuidelijk deel van de Kreis Kleve, de grensgemeenten Weeze, Brüggen, Niederkrüchten, Straelen, Geldern, Wegberg, Nettetal en Wassenberg, de Kreis Viersen, de Rhein-Kreis Neuss, de Industrie- und Handelskammer Mittlerer Niederrhein Krefeld-Mönchengladbach-Neuss en de Niederrheinische Industrie- und Handelskammer in Duisburg. Doel De Euregio Rijn-Maas-Noord zet zich sinds 1978 in om de Europese integratie tastbaar te maken voor de burgers in dit gebied. De Euregio RijnMaas-Noord is een doelcorporatie ten behoeve van het stimuleren, ondersteunen en coördineren van de regionale grensoverschrijdende samenwerking tussen bovenstaande leden, in het bijzonder op de Begroting 2015 165 Naam Euregio Rijn-Maas-Noord volgende gebieden: economische ontwikkeling, opleiding en onderwijs, menselijk potentieel, verkeer en vervoer, technologie en innovatie, ruimtelijke ordening, cultuur en sport, toerisme en recreatie, milieubescherming en afvalverwerking, natuurbehoud, rampenbestrijding, communicatie, openbare orde en veiligheid. De Euregio beheert tevens de verdeling van de subsidiemiddelen Interreg vierde planperiode. Bestuurlijk belang De gemeente Roermond is zowel in het dagelijks bestuur als in het algemeen bestuur vertegenwoordigd via een lid van het college. Financieel belang De bijdrage per zetel bedraagt € 3.440. De gemeente Roermond heeft vier zetels dus bedraagt de bijdrage voor 2015 € 13.760. Deze bijdrage is opgenomen in programma 8 van de begroting. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 329.000 en € 288.000 € 284.000 en € 319.000 Ontwikkelingen In de Algemene Ledenvergadering van 19 december 2013 is de nieuwe Euregiovisie voor de planperiode 2014 – 2020 vastgesteld. Deze visie, Euregio maakt het verschil, staat in het teken hoe de kansen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking in het licht van de veranderende economische en maatschappelijke uitdagingen zo goed mogelijk kunnen worden benut, met als doel de grensbarrière voor leven, werken, ondernemen en studeren in de euregio te verlagen. Naam Werkgemeenschap Grensland Kreis Heinsberg - Limburg (WG Grensland) Vestigingsplaats Kreisverwaltung Heinsberg. Betrokkenen Deze werkgemeenschap is aangegaan tussen de steden en gemeenten van de Kreis Heinsberg, de Regio’s Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en de gemeenten Echt-Susteren, Roerdalen en Roermond. Doel De door de WG Grensland beoogde doelstellingen moeten, als aanvulling op de op hoger niveau geïnitieerde grensoverschrijdende activiteiten, praktisch en plaatsgericht worden georganiseerd. Doelen zijn: - netwerk: de WG Grensland ziet zichzelf als intermediair en netwerk tussen de burgers van de regio, tussen de besturen als ook tussen alle maatschappelijke groepen die grensoverschrijdende contacten willen initiëren, onderhouden of uitbreiden; - lobby en belangenbehartiging: de WG Grensland ziet zich als belangenbehartiger van haar leden. De infrastructuur van haar netwerk wordt ten gunste van de leden ingezet; - achterbancontacten: de grote kracht van de WG Grensland zijn de sinds 30 jaar geïnitieerde en bevorderde Duits- Nederlandse contacten met de achterban. Dit zal ook verder een kernopgave van de Werkgemeenschap blijven; - projectontwikkeling: voor de toekomst stelt de werkgemeenschap zich ten doel kleinschalige grensoverschrijdende projecten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door het begeleiden van projectideeën van de Duitse en Nederlandse gemeenten als ook door het ondersteunen van de Begroting 2015 166 Naam Werkgemeenschap Grensland Kreis Heinsberg - Limburg (WG Grensland) deelnemende regio’s bij de aanvraag van Europese subsidiegelden (bijvoorbeeld Interreg). Aanvullend moeten de bestaande werkgroepen van de werkgemeenschap worden aangemoedigd om projectideeën te ontwikkelen voor wat betreft sport, cultuur en onderwijs. Het is te overwegen of de werkgemeenschap zich ook moet inzetten voor projectideeën van de themagebieden verkeer, milieu, planologie, economie en toerisme. Tenzij deze thema’s, door het werk van de beide Euregio’s en de regio Aachen, al voldoende aan de orde komen. Bestuurlijk belang De taakuitvoering van de werkgemeenschap is opgedragen aan een bestuur dat bestaat uit drie vertegenwoordigers van Duitse en Nederlandse zijde. De burgemeester van Roerdalen vertegenwoordigt tevens de gemeente Echt-Susteren en de gemeente Roermond in dit bestuur. Financieel belang De Roermondse bijdrage voor 2015 bedraagt € 1.667. Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 32.312 en nnb Vreemd vermogen (begin – eind 2013) N.v.t. Ontwikkelingen Geen Naam Grenspark Maas-Swalm-Nette Vestigingsplaats Roermond. Betrokkenen De gemeente Beesel, Echt-Susteren, Leudal, Roerdalen, Roermond, Venlo en het Duitse Naturpark Schwalm-Nette. Doel Het Openbaar Lichaam Duits-Nederlands Grenspark Maas-Swalm-Nette is in 2002 opgericht met als doel de grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren. Het uiteindelijke doel is het realiseren van een regionale grensoverschrijdende identiteit, die gebaseerd is op de verscheidenheid van de natuur- en cultuurlandschappen binnen het Grenspark en het karakter van de mensen die hier leven. Bestuurlijk belang De gemeente Roermond is in het algemeen bestuur vertegenwoordigd via een lid van het college. Financieel belang In programma 3 van deze begroting is de Roermondse bijdrage voor 2015 van € 5.279 opgenomen. Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 0,- en nnb Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 0,- en nnb Ontwikkelingen Medio 2014 heeft de gemeenteraad van Echt-Susteren besloten het lidmaatschap per 1 januari 2015 op te zeggen. Naam Stichting Waardevol Cultuurlandschap Midden-Limburg (Ons WCL) Vestigingsplaats Roermond. Betrokkenen De gemeente Beesel, Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond werken samen met vertegenwoordigers van provincie en de sectoren Landbouw, Beheer, Recreatie, Toerisme en Bosbouw. Begroting 2015 167 Naam Stichting Waardevol Cultuurlandschap Midden-Limburg (Ons WCL) Doel De stichting heeft ten doel: - het geven van adviezen inzake projecten in het kader van inrichting en beheer van het landelijk gebied; - het zelfstandig uitvoeren van projecten alsmede het afmaken van lopende WCL-projecten; - het instandhouden van een netwerk van organisaties, overheden en instellingen die werkzaam zijn of belang hebben bij de inrichting en het beheer van het landelijk gebied. Bestuurlijk belang De gemeente Roermond is in het algemeen en het dagelijks bestuur vertegenwoordigd via een lid van het college. Financieel belang In programma 3 van deze begroting is de Roermondse bijdrage voor 2015 ad € 41.153,50 opgenomen. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen nnb nnb N.v.t. Naam Stichting VVV Midden-Limburg Vestigingsplaats Roermond Betrokkenen Het werkgebied van de stichting omvat Midden-Limburg. Daartoe behoren in elk geval de gemeenten Beesel, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. De stichting kan in haar activiteitenpatroon gebiedsoverschrijdend werken. Doel De stichting heeft ten doel - het bevorderen van een voor de verschillende geledingen van de samenleving zo goed mogelijk gebruik van de toeristische en recreatieve mogelijkheden in het werkgebied van de stichting; - het voorlichten over toeristische en recreatieve mogelijkheden in het werkgebied van de stichting;het verzorgen van promotie- en marketingactiviteiten voor het genoemde werkgebied; - de organisatie van promotie- en marketing voor het genoemde werkgebied; - het organiseren van marketing- en promotieactiviteiten ten behoeve van de bevordering van de toeristische en recreatieve mogelijkheden van het werkgebied; - al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords. Bestuurlijk belang De stichting kent als statutaire organen: - een raad van toezicht; - een raad van bestuur, ook wel directie genaamd; - een raad van advies. Geen afvaardiging van het gemeentelijk bestuur, enkel ondernemers. Financieel belang In programma 3 van deze begroting is de financiële bijdrage van de gemeente Roermond opgenomen. Dit is in 2015 een bedrag van € 1,16 per Begroting 2015 168 inwoner voor regiopromotie. Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 208.490 en € 212.878 Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 377.940 en € 547.179 Ontwikkelingen Geen Naam Vestigingsplaats Stichting Routebureau Noord- en Midden-Limburg Betrokkenen Stichting Routebureau Noord- en Midden-Limburg is per 1 januari 2010 opgericht door Stichting Promotie Noord-Limburg en Stichting ToeristischRecreatieve Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg in opdracht van 13 gemeenten in deze regio: Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert Doel De stichting heeft ten doel: - het (laten) ontwikkelen, onderhouden, repareren en aanleggen van de recreatieve routes in Noord-Limburg en Midden-Limburg en omliggende gebieden, waarbij het werkgebied in een nader reglement wordt bepaald door het bestuur; - het vastleggen, publiceren, uitgeven, exploiteren en promoten van de recreatieve routes. Bestuurlijk belang Het bestuur van de stichting bestaat uit de directies van de stichting Promotie Noord-Limburg en de stichting VVV Midden-Limburg. Financieel belang In programma 3 van deze begroting is de financiële bijdrage van de gemeente Roermond opgenomen. De bijdrage 2015 bedraagt € 0,38 per inwoner. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 121.776 en € 75.869 Naam BsGW Vestigingsplaats Roermond. Betrokkenen De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten. Doel BsGW is een zelfstandig opererende organisatie. Door de verzelfstandiging wordt beoogd een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement te halen uit samenwerking tussen lokale overheden op het gebied van belastingheffing en –inning en uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De samenwerking is ook aangegaan als groeimodel gericht op uitbreiding van de samenwerking met andere gemeenten. Bestuurlijk belang In het algemeen bestuur zijn alle deelnemende gemeenten vertegenwoordigd. Financieel belang Voor de dienstverlening betaalt de gemeente jaarlijks een vergoeding. Voor 2015 bedraagt deze vergoeding circa € 0,8 miljoen. Begroting 2015 Venlo € 64.779 en € 11.938 Geen. 169 Naam BsGW Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 0,8 miljoen en € 0,6 miljoen Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 2,3 miljoen en € 3,8 miljoen Ontwikkelingen Per 1 januari 2015 zal naar verwachting een verdere uitbreiding van het aantal deelnemers plaatsvinden. Het Algemeen Bestuur heeft op 25 augustus 2014 ingestemd met de toetreding van de gemeenten Weert, Eijsden-Margraten, Schinnen, Valkenburg, Meerssen, Vaals, GulpenWittem, Beesel en Gennep. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten moeten hier nog mee instemmen. Toetreding van deze gemeenten zal leiden tot een lagere bijdrage van de overige deelnemers. Begroting 2015 170 Deelnemingen Naam BNG (N.V. Bank Nederlandse gemeenten) Vestigingsplaats Den Haag (statutair). Betrokkenen Overheden en instellingen op het gebied van volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en openbaar nut (publieke sector). Doel De vennootschap heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier ten diensten van overheden. Met gespecificeerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt als vertegenwoordiger van de rechtspersoon gemeente Roermond deel in de algemene vergadering van aandeelhouders en is als zodanig stemgerechtigd. Financieel belang De bank is een structuurvennootschap. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De gemeente Roermond bezit 34.749 aandelen van € 1,15 nominaal per stuk. In programma 9 van deze begroting is het geraamde dividend van € 86.000 opgenomen. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 2.752 miljoen en € 3.430 miljoen Naam WML (N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg) Vestigingsplaats Maastricht. Betrokkenen De provincie Limburg alsmede de Limburgse gemeenten. Doel WML heeft ten doel te voorzien in de behoefte aan water in de provincie Limburg en aangrenzende gebieden. WML tracht het doel te bereiken door het winnen, zuiveren, opslaan, inkopen, distribueren en leveren van water. Bestuurlijk belang Aandeelhouders zijn de provincie Limburg en in Limburg gelegen gemeenten. De gemeente Roermond is niet vertegenwoordigd in de raad van commissarissen, die 8 leden telt. Financieel belang De gemeente Roermond heeft 19 aandelen van € 4.538 nominaal per stuk (totaal € 86.222). Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 159,8 miljoen en € 171,5 miljoen Begroting 2015 € 139.443 miljoen en € 127.721 miljoen De BNG stelt aan de aandeelhouders voor het pay out beleid te wijzigen, zodat niet meer 50% maar slechts 25% van de nettowinst als dividend wordt uitgekeerd. Reden hiervoor is dat de BNG door Europese regelgeving gedwongen is om het eigen vermogen te versterken. De bank wil dat onder meer bereiken door meer van de nettowinst in te houden. € 393,4 miljoen en € 401,6 miljoen Geen 171 Naam OML B.V. Vestigingsplaats Roermond. Betrokkenen De gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. Doel De Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg BV (OML) heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de regionale economische ontwikkeling van MiddenLimburg, in het bijzonder aan werkzaamheden die het behoud en de noodzakelijke groei van de werkgelegenheid bevorderen in het gezagsgebied van de participerende gemeenten. OML doet dit door het ontwikkelen, beheren en revitaliseren van bedrijvenconcentratiegebieden. Daarnaast heeft OML als doel te fungeren als intermediair tussen bedrijfsleven en overheidsorganisaties, het exploiteren van bedrijfs(verzamel)gebouwen, vooral voor starters, het uitvoeren van structuurversterkende projecten in de regio en het bevorderen en het invullen van de één-loket functie binnen de gemeenten. Bestuurlijk belang Aandeelhouders zijn de gemeente Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. De raad van Commissarissen bestaat uit een drietal door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemde leden. Financieel belang Het aandeel van de gemeente Roermond in het geplaatste en gestorte kapitaal bedraagt 40,5%, dit is nominaal € 770.850 (1.713 aandelen van € 450). Daarnaast hebben de aandeelhouders van OML zich voor in totaal € 1 miljoen garant gesteld voor een achtergestelde geldlening van de provincie. Voor Roermond bedraagt deze garantstelling € 405.000. Ook staan de aandeelhouders garant voor de rekening courant van OML tot een maximum van € 4 miljoen. Voor de gemeente Roermond bedraagt deze garantstelling € 500.000. Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 14,8 miljoen en € 15,8 miljoen Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 35,9 miljoen en € 29,4 miljoen Ontwikkelingen In 2013 heeft een emissie van 533 aandelen plaatsgevonden aan de gemeente Maasgouw. Hierdoor is het eigen vermogen toegenomen met € 1.984.000. Een tijdelijke versterking van het eigen vermogen, omdat door de aandeelhouders is bepaald, dat OML uiterlijk 1 januari 2017 hetzelfde aantal aandelen tegen dezelfde prijs van de gemeente Roermond zal inkopen. OML heeft in 2014 (over 2013) geen dividend uitgekeerd. Het resultaat 2013 bedraagt € 976.000 en is toegevoegd aan het eigen vermogen van de vennootschap. Naam Enexis Holding N.V. Vestigingsplaats Den Bosch Betrokkenen Enexis Holding N.V. is een niet beursgenoteerde N.V. Diverse provincies (onder andere Limburg) en praktisch alle Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Roermond, zijn aandeelhouder. Doel Als gevolg van de invoering van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in Nederland is Essent in 2009 gesplitst in een Netwerkbedrijf en een Productie- en Levering Bedrijf. Het Productie- en Levering Bedrijf (PLB) is Begroting 2015 172 Naam Enexis Holding N.V. per 1 oktober 2009 verkocht aan RWE. Op basis van de wet werden de publieke aandeelhouders van Essent voor exact hetzelfde aandelenpercentage aandeelhouder van het nieuwe zelfstandig opererende netwerkbedrijf, dat vanaf 2010 Enexis (Holding N.V.) heet. Deze vennootschap heeft ten doel: - het distribueren en het transporteren van energie, zoals elektriciteit, gas, warmte en (warm) water; - het in stand houden, beheren, exploiteren en uitbreiden van distributie en transportnetten met annexen voor energie; - het uitvoeren van alle taken die ingevolge de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet zijn toebedeeld aan een netbeheerder zoals daarin bedoeld; - het binnen de wettelijke grenzen ontplooien van andere operationele en ondersteunende activiteiten. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt deel aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 0,18% van de aandelen in Enexis Holding N.V. Voor het totaal van de ondernemingen die aan Enexis gelieerd zijn is in programma 9 van de begroting een dividend geraamd van € 218.000. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 3.244 miljoen en € 3.370 miljoen Naam Vordering op Enexis B.V. Vestigingsplaats Den Bosch. Betrokkenen Diverse provincies (onder andere Limburg) en praktisch alle Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Roermond, zijn aandeelhouder. Doel Als gevolg van de invoering van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in Nederland is Essent in 2009 gesplitst in een Netwerkbedrijf en een Productie- en Levering Bedrijf. Voorafgaande aan deze wettelijk verplichte splitsing, heeft Essent eind 2007 een herstructurering doorgevoerd waarbij het economische eigendom van de gas- en elektriciteitsnetten binnen de Essent-groep zijn verkocht en overgedragen aan Enexis tegen de geschatte fair market value. omdat Enexis over onvoldoende contante middelen beschikte om de koopprijs hiervoor te betalen is deze onverschuldigd gebleven en omgezet in een lening van Essent Nederland B.V. In de Wet Onafhankelijk Netbeheer staat opgenomen dat het niet wenselijk is dat na splitsing financiële kruisverbanden blijven bestaan. Omdat het op dat moment niet mogelijk was om de lening extern te financieren is besloten om de lening (vordering) in 2009 niet mee te Begroting 2015 € 3.779 miljoen en € 2.895 miljoen Het risico voor de aandeelhouders is relatief gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de waarde van Enexis Holding N.V. Het nominaal aandelenkapitaal van deze vennootschap bedraagt ongeveer € 150 miljoen. Daarmee zijn op grond van de wet (art 2:81 BW) de verplichtingen en daarmee de aansprakelijkheid van de aandeelhouders in totaliteit jegens Enexis Holding N.V. ook beperkt tot dit bedrag. 173 Naam Vordering op Enexis B.V. verkopen aan RWE, maar over te dragen aan de aandeelhouders. Op het moment van overdracht bedroeg de vordering € 1,8 miljard. De aflossing hiervan is vastgelegd in een leningsovereenkomst, bestaande uit verschillende looptijden (tot en met 10 jaar). Het rentepercentage dat op deze lening wordt vergoed bedraagt gemiddeld ongeveer 4,65%. Op basis van de Aanwijzing van de Minister van Economische Zaken is een bedrag van € 350 miljoen geoormerkt als achtergesteld ten behoeve van mogelijke toekomstige conversie naar het eigen vermogen van Enexis. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt deel aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 0,18% van de aandelen in Vordering Enexis B.V. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 94.168 en € 82.250 € 1.367 miljoen en € 0,862 miljoen - De vordering is vastgelegd in een leningovereenkomst bestaande uit vier tranches (3, 5, 7 en 10 jaar). Dit houdt in dat de komende jaren een stabiele inkomstenstroom van rente zal ontstaan. - Daarnaast zal Vordering op Enexis B.V. samen met Enexis Holding N.V. ernaar streven, mede afhankelijk van de condities op de kapitaalmarkt, waar mogelijk (een deel van) de vordering op Enexis te herfinancieren op de kapitaalmarkt, al dan niet via de uitgifte van obligaties. Inmiddels heeft een eerste herfinanciering begin 2012 plaatsgevonden. Naam CBL Vennootschap B.V. (cross Border Leases) Vestigingsplaats Den Bosch. Betrokkenen Diverse provincies (onder andere Limburg) en praktisch alle Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Roermond, zijn aandeelhouder. Doel De functie van deze CBL Vennootschap B.V. is dat zij de verkopende aandeelhouders zal vertegenwoordigen als medebeheerder (naast RWE, Enexis en Essent) van het CBL Fonds in eventuele andere relevante CBLaangelegenheden en zal fungeren als "doorgeefluik" voor betalingen namens aandeelhouders in en uit het CBL Fonds. Ter voorkoming van misverstanden: het CBL Fonds zelf is niets meer dan een bankrekening die zal worden aangehouden bij een gerenommeerde bank waarop het afgesproken bedrag zal worden gestort en aangehouden. Voor zover na beëindiging van alle CBL en de betaling uit het CBL Fonds van de daarmee corresponderende voortijdige beëindigingvergoedingen nog geld overblijft in het CBL Fonds, wordt het resterende bedrag weer in de verhouding 50%- 50% verdeeld tussen RWE en verkopende aandeelhouders. Naast het feit dat deelname in CBL Vennootschap B.V. de noodzakelijke randvoorwaarden creëert voor maximalisatie van de verkoopopbrengst van Begroting 2015 174 Naam CBL Vennootschap B.V. (cross Border Leases) Essent en een optimale (financiële) risicoafdekking voor eventuele aansprakelijkheid van de publieke aandeelhouders, is het deelnemen door de verkopende aandeelhouders in CBL Vennootschap B.V. om de volgende redenen in het openbaar belang: - redenen waarom het medebeheer van het CBL Fonds en de vertegenwoordiging inzake CBL aangelegenheden door de verkopende aandeelhouders wordt gebundeld in CBL Vennootschap B.V. en niet individueel wordt gedaan door ongeveer 140 aandeelhouders zijn gelegen in argumenten van flexibiliteit, eenvoudiger coördinatie en beheersbaarheid. Het is in de praktijk vrijwel ondoenlijk om met ongeveer 140 separate partijen het (mede)beheer te voeren over een fonds. Ook in de context van communicatie over en besluitvorming met betrekking tot de onderliggende CBL’s zelf, is het efficiënter, sneller en goedkoper om met één partij van doen te hebben in plaats van ongeveer 140. Deze argumenten van eenvoudiger coördinatie en efficiëntie gelden niet alleen in de relatie tussen de aandeelhouders onderling, maar zijn ook aspecten die door Essent, Enexis en RWE als van wezenlijk belang voor de toekomstige verhouding worden beschouwd; - hoewel niet te maken hebbend met CBL Vennootschap B.V., maar met het CBL Fonds, is het openbaar belang ook bijzonder gediend met het bestaan van het CBL Fonds omdat dit a) het risico van de aandeelhouders jegens de wederpartijen van de CBL deels beperkt en; b) leidt tot een heldere en eenvoudige (namelijk 50% - 50%) aansprakelijkheidsverdeling (althans voor het bedrag dat in het CBL Fonds zit) van CBL risico’s tussen verkopende aandeelhouders en RWE. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt deel aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 0,18% van de aandelen in CBL Vennootschap B.V. (Cross Border Leases). Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen $ 129.000 en $ 9,88 miljoen. Begroting 2015 $ 9,9 miljoen en $ 103.732. Naar verwachting wordt de vennootschap eind 2015 (wellicht begin 2016) geliquideerd en valt een positief liquidatiesaldo vrij aan de aandeelhouders. 175 Naam Verkoop Vennootschap B.V. Vestigingsplaats Den Bosch. Betrokkenen Diverse provincies (onder andere Limburg) en praktisch alle Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Roermond, zijn aandeelhouder. Doel In het kader van de transactie met RWE hebben de verkopende aandeelhouders een aantal garanties gegeven aan RWE. Het overgrote merendeel van deze garanties is door de verkopende aandeelhouders op het moment van verkoop van Essent PLB aan RWE overgedragen aan deze deelneming, die vanaf het moment van oprichting dus ook aansprakelijk is mochten een of meer van deze garanties onjuist blijken te zijn. Ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims heeft RWE bedongen dat een deel van de verkoopopbrengst door de verkopende aandeelhouders gedurende een bepaalde tijd op een aparte bankrekening wordt aangehouden (in jargon: in escrow wordt gestort). Buiten het bedrag dat in escrow wordt gehouden, zijn de verkopende aandeelhouders niet verder aansprakelijk voor inbreuken op garanties. Daarmee is de functie van Verkoop Vennootschap B.V. dus tweeërlei. Als vennootschap die vrijwel alle garanties onder de verkoopovereenkomst van de verkopende aandeelhouders heeft overgenomen, zal zij eventuele garantieclaim procedures voeren tegen RWE. Daarnaast treedt Verkoop Vennootschap B.V. op als vertegenwoordiger van de verkopende aandeelhouders met betrekking tot het geven van instructies aan de escrow agent wat betreft het beheer van het bedrag dat in escrow wordt gestort. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt deel aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 0,18% van de aandelen in Verkoop Vennootschap B.V. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 415,9 miljoen en € 347,3 miljoen Naam Claim Staat Vennootschap B.V. Vestigingsplaats Den Bosch. Betrokkenen Diverse provincies (onder andere Limburg) en praktisch alle Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Roermond, zijn aandeelhouder. Doel In februari 2008 zijn Essent en Essent Nederland B.V., met toestemming van de publieke aandeelhouders, een procedure begonnen tegen de Staat der Nederlanden waarin zij een verklaring voor recht vragen dat bepaalde bepalingen van de splitsingwetgeving onverbindend zijn. Als gevolg van deze, in de ogen van Essent, onverbindende splitsingwetgeving (en de als gevolg daarvan doorgevoerde splitsing) lijden haar aandeelhouders Begroting 2015 € 416.365 en € 827.539 Naar verwachting wordt de vennootschap eind 2015 (wellicht begin 2016) geliquideerd en valt een positief liquidatiesaldo vrij aan de aandeelhouders. 176 Naam Claim Staat Vennootschap B.V. schade. Inmiddels heeft de Rechtbank te 's-Gravenhage de vordering van Essent afgewezen. Essent heeft tegen deze uitspraak hoger beroep aangetekend. Vanwege praktische moeilijkheden met betrekking tot de overdracht van deze procedure aan de individuele aandeelhouders van Essent N.V., hebben Essent en RWE afgesproken dat de onderliggende (declaratoire) procedure over de vraag of (delen van) de splitsingswetgeving onverbindend zijn, ook na afronding van de transactie met RWE door Essent wordt gevoerd. Essent en RWE zijn echter overeengekomen dat de eventuele schadevergoedingsvordering van Essent op de Staat der Nederlanden (die zou kunnen ontstaan als de rechter inderdaad van oordeel is dat [delen van] de splitsingswetgeving onverbindend zijn), wordt gecedeerd aan de aandeelhouders (en dus niet achterblijft binnen de Essent groep), die deze vordering gebundeld zullen gaan houden via de deelneming (de "Claim Staat Vennootschap B.V."). In het kader van afronding van de verkoop van de aandelen in het kapitaal van Essent N.V. aan RWE wordt de Claim Staat Vennootschap B.V. verkocht en geleverd aan alle aandeelhouders in Essent N.V. die participeren in de verkoop van RWE, alsmede aan die aandeelhouders in Essent N.V. die hun aandelen in het kapitaal van Essent N.V. niet aan RWE verkopen, maar toch aandelen in het kapitaal van Claim Staat Vennootschap B.V. willen kopen. Naast het feit dat deelname in Claim Staat Vennootschap B.V. de noodzakelijke randvoorwaarden creëert voor maximalisatie van de verkoopopbrengst van Essent en een optimale (financiële) risicoafdekking voor eventuele aansprakelijkheid van de publieke aandeelhouders, is het deelnemen door de aandeelhouders in Claim Staat Vennootschap B.V. in het openbaar belang om redenen van flexibiliteit, eenvoudiger coördinatie en beheersbaarheid. Het spreekt voor zich dat het voor de aandeelhouders (en ook voor RWE) eenvoudiger, beter en goedkoper is om gezamenlijk via de band van Claim Staat Vennootschap B.V. te procederen dan dit ieder voor zich te moeten doen (met alle kosten en moeilijkheden die met de onderlinge afstemming dan gepaard zouden gaan). Inmiddels blijkt dat Essent beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt deel aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 0,18% van de aandelen in Claim Staat Vennootschap B.V. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 66.482 en € 52.387 Begroting 2015 € 1.785 en € 12.484 In 2010 heeft het Europese Hof in Den Haag uitspraak gedaan over een onderdeel de Wet Onafhankelijk Netbeheer en hierbij het groepsverbod onverbindend verklaard. Wat de consequenties (in financieel opzicht) zullen zijn voor Claim Staat Vennootschap B.V. is nog altijd onduidelijk. 177 Naam Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. Vestigingsplaats Den Bosch. Betrokkenen Diverse provincies (onder andere Limburg) en praktisch alle Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Roermond, zijn aandeelhouder. Doel PBE B.V. heeft op 30 september 2011 de aandelen ERH en daarmee indirect het 50% belang in EPZ (kerncentrale Borssele) geleverd aan RWE. Daarmee is een einde gekomen aan de primaire opdracht van PBE, zijnde het behartigen van het 50%-belang in EPZ. PBE zal als tijdelijke vennootschap de resterende rechten en verplichtingen afwikkelen, in het bijzonder die rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het convenant en aanvullend convenant dat is overeengekomen met de Staat. Bestuurlijk belang De burgemeester neemt deel aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 0,09% van de aandelen in Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. Het dividend is opgenomen in het totaalbedrag genoemd bij Enexis Holding N.V. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 1,6 miljoen en € 1,6 miljoen Naam Bodemzorg Limburg B.V. Vestigingsplaats Maastricht-Aachen Airport. Betrokkenen De gemeenten in de provincie Limburg. Doel Bodemzorg Limburg streeft er naar om de gesloten stortplaatsen een nuttige en verantwoorde bestemming te geven. Bestuurlijk belang Er is een aandeelhouderscommissie samengesteld bestaande uit vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten. De wethouder van openbare werken/stedelijk beheer, verkeer, infrastructuur, natuur en milieu en sport van de gemeente Roermond is voorzitter van deze commissie. Financieel belang De gemeente Roermond bezit 1.260 aandelen à € 0,45 nominaal. Dit is circa 2,2% van het geplaatste aandelenkapitaal. Eigen vermogen (begin – eind 2013) Vreemd vermogen (begin – eind 2013) Ontwikkelingen € 953.106 en € 2.052.908 Begroting 2015 € 154.916 en € 111.272 N.v.t., de deelneming wordt aangehouden om aan formele rechten en verplichtingen jegens de Staat te voldoen. PBE zal derhalve vanaf 2013 nog slechts een praktisch lege B.V. zijn om een aantal zaken af te wikkelen. € 18,9 miljoen en € 19,6 miljoen Bodemzorg Limburg initieert gesprekken met gemeenten voor de overname van gesloten stortplaatsen. 178 Naam N.V. Industriebank Limburgs Instituut Voor Ontwikkeling en Financiering (LIOF) Vestigingsplaats Maastricht Betrokkenen LIOF werkt samen met provincie en gemeenten. Doel De Industriebank LIOF is de Limburgse ontwikkelingsmaatschappij. De industrie en stuwende dienstverlening zijn de doelgroepen waarop LIOF zich richt. De vier kerntaken Acquisitie, Participatie, Ontwikkeling/Innovatie en Bedrijventerreinen hebben betrekking op respectievelijk het aantrekken van vestigingen van buitenlandse ondernemingen, het risicodragend participeren in perspectiefvolle Limburgse bedrijven, het ontwikkelen van programma’s en uitvoeren van projecten waarmee Limburgse bedrijven hun concurrentiekracht kunnen versterken en het actief optreden als procesbegeleider bij de totstandkoming van grootschalige/ bovenregionale bedrijventerreinen. Bestuurlijk belang De gemeente Roermond heeft zich (via OML) garant gesteld voor de eerste 3 jaar huur na de realisering van een bedrijfsverzamelgebouw naast de nieuwe locatie van de Rabobank in het gebied stadsdeel Herten. Financieel belang De gemeente Roermond heeft 75 aandelen. Eigen vermogen (begin – eind 2013) € 96,7 miljoen en nnb Vreemd vermogen (begin – eind 2013) € 20,7 miljoen en nnb Ontwikkelingen LIOF probeert ondernemingen nog meer pragmatisch, betrokken en proactief te steunen door zijn expertise te combineren met financiële daadkracht en een uitgebreid netwerk. Overig Naam ICT Samenwerkingsverband Noord en Midden Limburg Vestigingsplaatsen Venlo en Roermond. Betrokkenen De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Venlo, Weert en Roermond; ieder voor zover bevoegd. Doel Het door middel van samenwerking efficiënter en effectiever kunnen inrichten en beheren van de in toenemende mate complexer wordende ICT. Bestuurlijk belang De gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten vormen het directieberaad van deze samenwerking en leggen verantwoording af aan de portefeuillehouders ICT van de deelnemende gemeenten. Financieel belang N.v.t. Eigen vermogen (begin – eind 2013) N.v.t. Vreemd vermogen (begin – eind 2013) N.v.t. Ontwikkelingen Naar verwachting zullen begin 2015 de gemeenten Bergen, Nederweert en Leudal toetreden tot dit samenwerkingsverband. Tevens zullen naar Begroting 2015 179 Naam ICT Samenwerkingsverband Noord en Midden Limburg verwachting in 2015 enkele taken worden toegevoegd, zoals telefonie, helpdesk en informatiebeveiliging. Naam RUD Limburg-Noord Vestigingsplaats Diverse. Betrokkenen De gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie Limburg Doel De RUD Limburg-Noord is opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en het toezicht en handhaving bij de uitvoering van het milieudeel van de Wabo te verbeteren. Dit minimaal voor zover het de taken uit het landelijk basistakenpakket betreft. De RUD is opgezet als een netwerk-organisatie die op innovatieve en kostenefficiënte wijze uitvoering geeft aan deze taken. De bestuurlijk-juridische verankering heeft plaatsgevonden in een bestuursovereenkomst en een jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst (DVO). In de bestuursovereenkomst is onder andere het takenpakket en de wijze van be- en aansturing vastgelegd. Bestuurlijk belang Wethouder van openbare werken/stedelijk beheer, verkeer, infrastructuur, natuur, duurzaamheid, milieu en ruimtelijke ordening vertegenwoordigt de gemeente Roermond in het bestuurlijk overleg. De gemeentesecretaris vertegenwoordigt de gemeente Roermond in het platform van gemeentesecretarissen. Financieel belang In programma 6 van deze begroting is de financiële bijdrage van de gemeente Roermond opgenomen. De bijdrage in 2015 bedraagt € 0,76 per inwoner. Eigen vermogen (begin – eind 2013) N.v.t. Vreemd vermogen (begin – eind 2013) N.v.t. Ontwikkelingen In 2015 wordt onder andere het ingezette traject om te komen tot structurele kwaliteitsverbetering en efficiencywinst voortgezet en de onderlinge samenwerking geoptimaliseerd. Het zogenaamde basistakenpakket wordt uitgevoerd door de RUD Limburg-Noord. Daarnaast wordt in 2015 de samenwerking conform de opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu geëvalueerd. Begroting 2015 180 Paragraaf 7. Grondbeleid Achtereenvolgens wordt in deze paragraaf ingegaan op: - visie gemeentelijk grondbeleid; - overzicht grondexploitaties; - verwachte exploitatieresultaten; - financiële risico’s. Visie gemeentelijk grondbeleid Op 15 december 2011 heeft de gemeenteraad de Nota grondexploitaties gemeente Roermond 2011 vastgesteld. In deze nota is de gemeentelijke visie betreffende het grondbeleid binnen grondexploitaties vastgelegd. Daarnaast is de nota bedoeld om spelregels vast te leggen voor de financiële kaders van grondexploitatieprojecten en de daarmee samenhangende reserves. Verder biedt de nota duidelijkheid ten aanzien van de besluitvorming en inzicht in de wijze van informatieverstrekking en de te gebruiken methodieken (vaststelling grondprijzen). Grondexploitaties zijn géén doel op zichzelf, maar een middel om het bestuurlijk gewenste ruimtelijk beleid te bevorderen en realiseren. De doelstellingen die worden beoogd met de uitvoering van ruimtelijke plannen zijn verwoord in met name de programma’s 1 (Economie) en 2 (Ruimte). Hierbij gaat het dan vooral om economische ontwikkelingen, woningbouw en herstructurering. De gemeente voert een faciliterend grondbeleid, waarbij wordt uitgegaan van zelfrealisatie door marktpartijen. Voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen is de Ontwikkelingsmaatschappij MiddenLimburg BV opgericht. Overzicht grondexploitaties In de bij deze begroting gevoegde bijlage 4 (begroting grondexploitaties 2015) is een overzicht opgenomen van de grondexploitaties zoals die momenteel worden gevoerd en zijn per plan de bijbehorende investeringen aangegeven. Deze ramingen zijn gebaseerd op de in het kader van de Jaarverantwoording 2013 geactualiseerde exploitatieberekeningen. Conform de uitgangspunten uit de Nota Grondexploitaties is dit overzicht ingedeeld in: - in exploitatie genomen plannen (vastgestelde plannen met gemeentelijke investeringen); - nog niet in exploitatie genomen plannen (plannen in voorbereiding); - realiseringsovereenkomsten (projecten die geheel voor rekening en risico van externe partijen worden gerealiseerd) Verwachte exploitatieresultaten Winst- en verliesneming Met betrekking tot het nemen van winst en verlies vormt de Nota Grondexploitaties het uitgangspunt. Als algemene richtlijn voor winst- en verliesneming geldt de grondregel, dat verliezen moeten worden genomen zodra deze te voorzien zijn (het voorzichtigheidsbeginsel) en winsten pas worden genomen wanneer ze gerealiseerd zijn (het realisatiebeginsel). Prognose winstnemingen Voor de in exploitatie genomen plannen is in het kader van de Jaarverantwoording 2013 een actuele exploitatieberekening opgesteld. In onderstaande tabel is per plan het berekende resultaat weergegeven. Ook geeft deze tabel aan wanneer het verwachte positieve resultaat volgens deze berekeningen zal worden gerealiseerd. De boekwaardes van de grondexploitaties en de nog te verwachten investeringen en opbrengsten zijn opgenomen in bijlage 4. Begroting 2015 181 Saldo actuele berekeningen Verwacht jaar realisatie saldo Oolder Veste € 94.180 2018 N en O Stadsrandzone € 478.376 2019 Merum-Zuid € 99.162 2014 De Wijher 2 € 99.696 2014 Jazz City € 2.980.665 2020 Bedrijventerrein Reubenberg € 113.977 2016 Bosstraat-Zuid € 21.222 2018 Sportvelden Maastrichterweg € 93.974 2019 Zuidelijke Stadsrandzone € 6.915 2025 Roerdelta Fase 1 € 0 2018 Winkelcentrum Donderberg e.o. € 3.564 2016 Van den Boschstraat € 9.167 2015 Tegelarijeveld Oost € 50 2018 Totaal € 4.000.948 Conform de Nota Grondexploitaties worden de positieve resultaten op grondexploitaties pas gestort in de algemene reserve op het moment dat een grondexploitatie wordt afgesloten. Daarom worden de stortingen van de positieve resultaten in de algemene reserve pas geraamd op het moment dat deze worden gerealiseerd. De positieve saldi van de exploitaties Oolder Veste, Bosstraat-Zuid, Jazz City en Merum-Zuid zijn het verwachte resultaat van de in de overeenkomsten voor deze projecten vastgelegde afspraken met de ontwikkelaars over de aan- en verkoop van gemeentegronden binnen de exploitatiegebieden. Voor de grondexploitaties Bedrijventerrein Reubenberg en -De Wijher 2 geldt, dat de gronden zijn of worden verkocht tegen marktconforme prijzen. Aangezien deze prijzen hoger liggen dan de kostprijzen van de door de gemeente binnen die exploitatiegebieden gerealiseerde voorzieningen, resulteert dat in een positief resultaat. Bij de grondexploitaties Sportvelden Maastrichterweg, Zuidelijke Stadsrandzone, Winkelcentrum Donderberg e.o. en Van den Boschstraat ontstaan kleine positieve saldi, met name als gevolg van rentevoordelen. Prognose verliesnemingen Op grond van de Nota Grondexploitaties Gemeente Roermond 2011 worden voorzieningen getroffen voor exploitaties met een te verwachten tekort, op het moment dat dit verlies onafwendbaar is. Op grond van de geactualiseerde exploitatieberekeningen kan worden geconcludeerd, dat dit bij geen van de grondexploitaties aan de orde is. Begroting 2015 182 Financiële risico’s Risico’s grondexploitaties In het kader van de Jaarverantwoording 2013 zijn de exploitatieberekeningen voor de in exploitatie genomen plannen geactualiseerd. Uit deze actualisering blijkt, dat de gemeente bij de volgende drie grondexploitaties risico’s loopt die afhankelijk zijn van de huidige marktomstandigheden: - - - Sportvelden Maastrichterweg: Op 27 juni 2013 heeft de gemeenteraad een kader vastgesteld voor de toekomstige invulling van deze locatie. Op basis daarvan is tevens een herziene exploitatieberekening vastgesteld, waarbij de looptijd is vastgelegd op 31 december 2019. Ondanks het feit dat in de herziening van de exploitatieberekening voor wat betreft de opbrengst is uitgegaan van een worst-case scenario kan dit niet volledig uitsluiten, dat er geen verkoop zal plaatsvinden. In dat geval kan de gemeente de investeringen binnen deze grondexploitatie niet terugverdienen. Jazz City/Landtong bedrijventerrein Willem Alexander: In september 2012 heeft de gemeenteraad ingestemd met een ontwikkelingsvisie voor het gebied Jazz City. Daarmee heeft de raad de kaders vastgesteld voor de herontwikkeling van dit gebied. Met de ontwikkelaar is een overeenkomst gesloten tot doorlevering van de aangekochte gronden. Deze levering zal gefaseerd plaatsvinden. In 2013 heeft de levering van het eerste deelgebied plaatsgevonden. Eind 2013 zijn realiseringsovereenkomsten gesloten met de ontwikkelende partijen. Het bestemmingsplan is op 20 februari 2014 vastgesteld door de gemeenteraad. Zolang de ontwikkelaars de afspraken uit de overeenkomsten blijven nakomen, loopt de gemeente geen risico. Een risico ontstaat op het moment dat (delen van) het project geen doorgang zullen vinden als gevolg van bijvoorbeeld de marktomstandigheden. Tegelarijeveld-Oost: Met de ontwikkelaar is een realiseringsovereenkomst gesloten, waarin de verkoop van de gemeentegronden binnen dit gebied is opgenomen. Deze levering zal gefaseerd plaatsvinden. Zolang de ontwikkelaar de afspraken uit de overeenkomst blijft nakomen, loopt de gemeente geen risico. Een risico ontstaat indien (delen van) het project geen doorgang zullen vinden als gevolg van bijvoorbeeld de marktomstandigheden. Voor de nog niet in exploitatie genomen plannen zijn eind 2012 door een extern taxateur de grondwaardes bepaald op basis van de huidige bestemmingen. Indien de boekwaarde van deze projecten hoger wordt dan de marktwaarde, dient een voorziening te worden getroffen. De marktwaardes zijn zodanig, dat de huidige boekwaardes lager liggen. Bovendien zullen de geraamde kosten (met name rente en tijdelijk beheer) gedurende de komende jaren niet leiden tot een boekwaarde die hoger ligt dan de marktwaarde. Weerstandsvermogen risico’s grondexploitaties Om onvoorziene tegenvallers (zoals onvoorziene vertragingen, hogere kostenstijgingen dan voorzien, achterblijvende exploitatiebijdragen en grondverkopen) te kunnen opvangen is een weerstandvermogen met een bepaalde omvang nodig. Dit is in feite een claim op de algemene reserve voor de opvang van financiële tegenvallers binnen de grondexploitaties. De omvang van het weerstandsvermogen voor de grondexploitaties wordt conform de nota grondexploitaties gemeente Roermond 2011 als volgt berekend: Begroting 2015 183 - 10% van de boekwaarde van grondexploitaties met een positieve boekwaarde en waarbij een overeenkomst is gesloten: - 10% van de geraamde inkomsten bij grondexploitaties waarbij een overeenkomst is gesloten: - 20% van de boekwaarde van grondexploitaties met een positieve boekwaarde en waarbij nog geen overeenkomst is gesloten: - 20% van de geraamde inkomsten bij grondexploitaties waarbij nog geen overeenkomst is gesloten: Totaal: € 255.000 € 1.620.000 € 1.330.000 € 1.055.000 € 4.260.000 Het deel van de algemene reserve dat bedoeld is voor de opvang van risico’s binnen de grondexploitaties bedraagt conform de begroting 2014 € 4.250.000. Gezien de uitkomst van de herberekening kan dit bedrag gehandhaafd blijven. Beheersing risico’s Conform de Nota Grondexploitaties voert de gemeente Roermond over het algemeen een faciliterend grondbeleid. Dit betekent, dat de realisering van projecten wordt overgelaten aan marktpartijen, die derhalve ook de financiële risico’s dragen. Gevolg hiervan is ook dat de gemeente relatief weinig eigen grondposities heeft. In realiseringsovereenkomsten met marktpartijen worden zekerheidsstellingen opgenomen in de vorm van een bankgarantie of concerngarantie. Deze garanties zijn met name bedoeld voor het geval de ontwikkelende partij de verplichtingen tot aanleg en herinrichting van de openbare ruimte niet meer kan nakomen. Daarnaast heeft de gemeente een aantal maatregelen genomen, die zijn vastgelegd in de in 2007 vastgestelde Leidraad Projectmatig Werken bij Grondexploitaties. Deze maatregelen zijn bedoeld om een juist inzicht te krijgen in de aan de grondexploitaties verbonden risico’s. In deze Leidraad is vastgelegd, dat risico’s uitdrukkelijk in beeld moeten worden gebracht, waartoe deze Leidraad een aantal maatregelen bevat die in de praktijk ook worden uitgevoerd. Bijdragen Bovenwijkse Voorzieningen Op 15 december 2011 is de Nota Bovenwijkse Voorzieningen vastgesteld. Conform deze nota worden de ontvangen bijdragen voor bovenwijkse voorzieningen gestort in de algemene reserve. In deze nota zijn de projecten N280-West en Reconstructie singelring aangeduid als te realiseren bovenwijkse voorzieningen. In de bij deze nota behorende tabel 2 is een overzicht opgenomen van de kostenverdeling van de hiervoor genoemde bovenwijkse voorzieningen tussen enerzijds de nieuwe projecten en anderzijds de bestaande bebouwing. Jaarlijks zal in het kader van de begrotingsbehandeling een herijking van dit schema plaatsvinden. Dit aangepaste schema is opgenomen als onderdeel van de als bijlage 4 bijgevoegde begroting grondexploitaties 2015. Toegevoegd zijn enkele projecten waarvoor na het vaststellen van de nota overeenkomsten zijn gesloten, waarin bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen zijn opgenomen. Begroting 2015 184 Paragraaf 8. Krimp en vergrijzing Algemeen De gemeente Roermond heeft de afgelopen jaren gekozen voor een strategie waarin een groeiscenario is opgenomen. Deze strategie is mede van invloed geweest op de demografische ontwikkeling, i.c. krimp en vergrijzing. Het aantal inwoners bedroeg per 1 januari 2013: 56.695 en per ultimo 2013: 56.980, een groei van 285 inwoners. Een positief migratiesaldo is een belangrijke oorzaak van deze groei. Zoals in de afgelopen jaren kende Roermond ook in 2013 een relatieve groei ten opzichte van de regio. Ook de bevolkingsprognose 2013 (Etil) laat een groei van het aantal inwoners zien tot 2034 en laat ook een grotere groei zien dan de prognoses uit de jaren daarvoor. In het kader van demografische ontwikkeling is Midden-Limburg door het Rijk aangewezen als een van de zogenaamde ‘anticipeerregio’s’, regio’s die op (korte) termijn te maken krijgen met krimp en zich nu moeten voorbereiden op een substantiële bevolkingsdaling. In 2011 is onder voorzitterschap van Wim Deetman het rapport over bevolkingskrimp in Limburg opgesteld, getiteld ‘Ruimte voor waardevermeerdering’. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en de provincie Limburg hebben in mei 2012 een convenant gesloten over dit onderwerp. De Midden-Limburgse gemeenten hebben in aansluiting hierop een ondersteuningsverklaring getekend, waarin is aangegeven gezamenlijk met betrokken partijen een dialoogtafel te organiseren met als doel de demografische ontwikkeling in Midden-Limburg te analyseren, een diagnose vast te stellen, te bezien welke opgaven hieruit voortkomen en op welke wijze deze opgaven kunnen worden aangepakt. In november 2012 heeft een eerste dialoogtafel plaatsgevonden, waaraan naast gemeenten ook het maatschappelijk middenveld heeft deelgenomen. De dialoog is medio 2014 voortgezet met als doel de gevolgen van de demografische ontwikkeling op met name leefbaarheid en voorzieningen in beeld te brengen in de vorm van een transitieatlas. In de begroting 2014 is aangegeven dat de resultaten van de medio 2014 plaatsgevonden bijeenkomsten in het kader van de transitieatlas worden gebruikt om de gevolgen van demografische ontwikkelingen voor Roermond beter in beeld te brengen. Deze lijn wordt in 2015 voortgezet. Wonen Volgens de huishoudenprognose van het Etil uit 2013 zal in Roermond tot 2040 een groei van het aantal huishoudens plaatsvinden. De groei van het aantal huishoudens is bepalend voor de groei van de benodigde woningvoorraad. In de regio treedt dit moment volgens deze prognose eerder op. In de regio worden in 2014 afspraken gemaakt over de wijze waarop de hoeveelheid woningbouwplannen wordt afgestemd op de groei van het aantal huishoudens. In verband met de gevolgen van de economische situatie is met ingang van de begroting 2014 de verwachte gemiddelde toename van de woningvoorraad verlaagd van 250 naar 175 per jaar. Dit wordt in 2015 voortgezet. Werkgelegenheid Door de aantrekkende economie zal, na drie jaar van krimp, de werkgelegenheid in 2015 weer licht kunnen groeien. In 2014 wordt al een toename van het aantal vacatures verwacht. Dit is gebaseerd op de arbeidsmarktprognose van het UWV uit 2014. De groei van het aantal banen wordt alleen in het bedrijfsleven verwacht. In de collectieve sector zal de werkgelegenheid verder afnemen. Begroting 2015 185 Voorzieningen De relatief positieve ontwikkeling die Roermond de laatste jaren heeft doorgemaakt met betrekking tot bevolking en huishoudens zal ten opzichte van Midden-Limburg kunnen betekenen dat Roermond eventuele gevolgen van demografische ontwikkelingen in de regio kan opvangen. Voorzieningen in Roermond kunnen immers relatief gemakkelijker op peil worden gehouden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de aard van voorzieningen, de invloed van de overheden daarop en veranderingen van consumptie- en mobiliteitspatronen, bedrijfsvoering en benodigde schaalgrootte en de overheidsfinanciën. In het kader van de voortzetting en vertaling van de transitieatlas zullen we samen met de regio antwoorden op deze ontwikkeling formuleren. Begroting 2015 186 Paragraaf 9. Economisch Stimulerend & Sociaal Verbindend Vorig jaar zijn bij de vaststelling van de begroting 2014 twee reserves gecreëerd voor de uitvoering van de programma’s Economisch stimulerend en Sociaal verbindend. In de begroting 2014 is hiervoor een kader vastgelegd. Voor de uitvoering van deze programma’s is totaal € 9 miljoen (inclusief € 1 miljoen investeringsruimte) gereserveerd die in 2014-2017 besteed wordt aan diverse thema’s. Voor de thema’s die zijn opgenomen in de jaarschijf 2014 zijn aan uw Raad afzonderlijke voorstellen voorgelegd. In het raadsvoorstel Economisch stimulerend en Sociaal verbindend dat in december 2013 is vastgesteld is opgenomen dat vanaf 2015 deze projecten onderdeel uitmaken van de begroting. In onderstaande tabel staan de geraamde bedragen per onderwerp zoals deze in december 2013 zijn geoormerkt voor 2015. Op enkele onderdelen is de verdeling iets aangepast over de thema’s. Het totale beschikbare budget voor 2015 is € 3,35 miljoen. Bedragen x €1000,2015 1 Economisch stimulerend 150 1.1 City-marketing 650 Stimulering bouw 1.2 300 1.3 Projecten gericht op duurzaam/groen/afval 200 1.4 Initiatieven samenwerking op economisch gebied 150 Projecten in het kader van innovatie 1.5 2 Arbeidsmarkt 250 2.1 Ondersteunen kleine/startende ondernemers 300 Opleidings/ontwikkelingstrajecten 2.2 3 Sociaal verbindend 575 3.1 Zachte landing 350 3.2 Initiatieven samenwerking op sociaal gebied 425 3.3 Vangnet Totaal 3.350 In deze begroting wordt onder de programma’s een tekstuele toelichting gegeven over de projecten die hiervoor uitgevoerd zullen worden in 2015. Onderstaande tabel geeft een volledig overzicht over de invulling van de projecten per programma. Bedragen x €1000,2015 1 Economie 1.1 Citymarketing 115 Ondersteuning OLS 35 Gastvrij Roermond 1.4 Initiatieven samenwerking op economisch gebied 50 Draagvlakmeting BIZ 70 Gastvrij Roermond, passantentellingen 50 Regisseursrol binnenstad 2.1 Ondersteunen kleine/startende ondernemers 100 Ondersteuning startende kleine ondernemers Ondersteuning kleine ondernemers in 100 problemen 50 Nieuwe opzet markt 3.3 Vangnet 30 De uitdaging 600 subtotaal Begroting 2015 187 2 Ruimte 1.2 Stimulering bouw Bouwleges kleine projecten verlagen 1.3 Projecten gericht op duurzaamheid/groen/afval Visie, onderzoek en pilotprojecten duurzaamheid Overige duurzaamheidsprojecten subtotaal 3 Fysieke leefomgeving 1.2 Stimulering bouw Entree binnenstad (stationsomgeving) 1.3 Projecten gericht op duurzaam/groen/afval Kwaliteitsimpuls innovatief groenonderhoud subtotaal 4 Zorg en Jeugd 2.2 Opleidings-/ontwikkelingstrajecten Verbinden in de zorg 3.1 Zachte landing Innovatie zorgstructuur Maatje op maat Wijkgericht werken Basis GGZ Informele buurtnetwerken Welzijnszorg projecten zachte landing 3.2 Initiatieven samenwerking op sociaal gebied Versterken eigen kracht Dementievriendelijke gemeente subtotaal 5 Arbeidsmarkt en onderwijs 2.2 Opleidings-/ontwikkelingstrajecten Werkgeversarrangementen Maatschappelijk actief Arbeidsmarktbeleid 3.2 Initiatieven samenwerking op economisch gebied Stimuleren arbeidsparticipatie van vrouwen Samenwerking sociaal gebied 3.3 Vangnet Kinderen en armoede in Roermond Sociaal vangnet subtotaal 6 Sport en cultuur 1.5 Projecten in het kader van innovatie Fablab 3.1 Zachte landing Cultuur- en sportarrangementen subtotaal 8 Burgers en bestuur 1.4 Initiatieven samenwerking op economisch gebied Netwerken, lobbyen, samenwerken 1.5 Projecten in het kader van innovatie Visie, onderzoek en pilotprojecten innovatie subtotaal totaal Begroting 2015 50 200 60 310 600 40 640 160 100 75 60 100 115 130 25 765 35 50 55 70 125 100 295 730 50 125 175 30 100 130 3.350 3.350 188 Begroting 2015 189 Colofon De begroting 2015 is een uitgave van de gemeente Roermond. Telefoon: (0475) 359 999 E-mail: [email protected] Internet: www.roermond.nl Fotografie: Ruimte: De Alfonsusschool en school voor speciaal basisonderwijs De Balans vormen straks samen de nieuwe Synergieschool. (foto Harrie Segers) Fysieke leefomgeving: Het kruispunt op de Wilheminaplein/ Venloseweg na reconstructie van de singelring.(foto gemeente Roermond) Arbeidsmarkt en onderwijs: Leerlingen van de afdeling dienstverlening en commercie van Niekée worden voorbereid op het werk in de praktijk, zoals werken in de horecabranche. (foto Niekée) Sport en cultuur: Sport en cultuur zijn een bindmiddel in onze samenleving en moeten voor iedereen toegankelijk zijn. (foto gemeente Roermond) Veiligheid: Medewerkers van de afdeling stadstoezicht zijn actief en zichtbaar aanwezig in de wijk.(foto gemeente Roermond) Burgers en bestuur: Met enige regelmaat komen leerlingen van diverse scholen op bezoek in het stadhuis. Daarbij wordt aandacht besteed aan de gemeentelijke organisatie, de politieke structuur en brengen ze een bezoek aan de meest prominente ruimtes in het stadhuis.(foto gemeente Roermond) Overige foto’s: gemeente Roermond Drukwerk: Kaft: drukkerij Westrom Binnenwerk: gemeente Roermond Begroting 2015 190
© Copyright 2025 ExpyDoc