Wouke van Scherrenburg in Vrij Nederland

Zin&Zonde
‘De krabbenmand is een van de
lulligste ­clichés over vrouwen,
echt geklets’
‘Ik heb het geluk dat
ik door mijn werk
bekend werd en dat
die schijnwerper er
altijd is’
Wouke van Scherrenburg (67)
Journalist. Presenteert elke maand
het programma ‘Politieke Junkies’
Luiheid&Gemakzucht
‘Ik kan me echt kapot werken. Bij de NOS ging
ik weg omdat ik zo stuk was, het was nonstop aan de bak. Dan was het weekend en lag
ik alleen maar bewusteloos op de bank. Sinds
Fortuyn was er constant spanning in Den
Haag, ik maakte dagen van veertien uur. Een
keer reed ik bijna tegen een muur toen ik ’s
nachts vertrok. Ik was alleen maar bezig met
overleven. Redelijk impulsief stopte ik, ik wilde alleen maar een jaar lang niks. Níét elke
zondag naar Buitenhof kijken, níét alle journaals volgen. Twee maanden heb ik dat volgehouden. Nu ben ik aan de slag als dagvoorzitter, debatleider, heb radio-optredens. En ik
organiseer naast de Politieke Junkies vier keer
per jaar mijn eigen ‘Politiek Café Piment’ in
de schouwburg in mijn woonplaats Doetinchem, dat was altijd al mijn droom. Laatst
nog was Jeroen Dijsselbloem te gast. Die
schrijft dan in het gastenboek: “Wat was het
leuk om Wouke weer te zien.”’
Woede&Wraak
‘Als mensen mij een kunstje hebben geflikt
of me hebben belazerd, dan vergeet ik dat
nooit en het komt ook niet meer goed. Toen
ik eind jaren tachtig bij De Gelderlander werkte en het hoofdbureau vond dat er op mijn
editie, De Nieuwe Krant, een chef moest komen, dacht ik: ze gaan mij chef maken, want
ik draaide die editie al een paar jaar. Toen
kreeg ik het vrolijke nieuws dat ze ergens een
mannelijke collega vandaan hadden geplukt
en die moest chef worden over mij. Daar
werd ik ongelofelijk woedend over. Ik ging
– bam! – in staking. De adjunct kwam bij mij
thuis en na tien minuten heb ik gezegd dat
hij mijn huis moest verlaten. Zo zeldzaam razend was ik. Dat heeft een maand of vier geduurd, al was ik intussen wel weer aan het
werk. Ik nam wraak. Tijdens een etentje in
een gerenommeerd restaurant zou die chef
worden geïntroduceerd. Ik wist toevallig dat
hij een speech had voorbereid, nou, no way.
78 Vrij Nederland 29 maart 2014
Dus ik tik bij de soep tegen m’n glas: “Mag ik
even mijn redactie toespreken.” Toen heb ik
een half uur staan speechen en had ik al het
gras voor zijn voeten weggemaaid. De volgende dag zei die adjunct: “Dat was geloof ik
niet zo aardig van jou tegenover die nieuwe
chef.” Ik: “Echt niet?! Ik heb ’m toch werk uit
handen genomen?”’
Hoogmoed&IJdelheid
‘Natuurlijk vind ik het fijn om gezien te worden, volgens mij is dat een universele behoefte van mensen. Ik heb het geluk dat ik
door mijn werk bekend werd en dat die
schijnwerper er altijd is. Soms is het wel vervelend. Zat ik laatst te eten met vrienden en
mijn echtgenoot en tikken de mensen aan
het tafeltje achter me op mijn schouder. Dan
denk ik wel eens: “Lazer op.”
Ik was altijd wel van aankomen, crash­dieet,
aankomen, crashdieet. Dan moest er weer
zes kilo vanaf met alleen maar eiwitjes of
nooit koolhydraten. Daar heb ik geen zin
meer in. Mijn lief zegt altijd: “Goh, menigeen
zou willen dat-ie er zo uitzag als jij op jouw
leeftijd.” Dat is weer een mooi excuus om
aan te komen, natuurlijk.’
Hebzucht&Gierigheid
‘Toen onze drie kinderen – nu 31, 40 en 42 –
nog klein waren, gingen we altijd met ze
kamperen, met Eurocheques. Wekenlang en
dan één keer per week, hop, met het hele gezin uit eten en we zien wel waar het schip
strandt. Dat was steeds met Kerst, dan kwam
de afrekening binnen en stonden we een vet
maandsalaris in het rood. Nu krijg ik het
spaans benauwd bij het idee om ook maar
één seconde rood te staan. Maar toen ze bijvoorbeeld van het programma Politieke Junkies belden of ik wilde meedoen, dacht ik niet
what’s in it for me. Ik dacht alleen: hoeveel tijd
kost het me. Ik doe het vrijwillig omdat ik na
zo’n avond echt sta te klapwieken; niet alleen de zaal heeft dik plezier, ik ook.’
door Sara van Gorp
foto Wouter van den Brink
Lust&Wellust
‘Jahaaa, ik heb af en toen nog wel last van
lust, maar niet meer zo dat het afleidt van
mijn leven. Ik kan erg genieten van een aantrekkelijke tafelgenoot, in mijn werk gebeurt
dat nog wel eens, met een prachtige kop die
zinnige dingen zegt. Dan registreer ik wel
met mijn vrouwenogen: mooie mond,
mooie ogen. Maar dan zijn het niet meer
mijn eierstokken die gaan krullen.
Cees leerde ik 36 jaar geleden kennen op een
terrasje, een zeldzaam mooie meneer. Daar
kijk je als vrouw toch het eerste naar, hè. En
toen bleek-ie ook nog een heel prettig karakter te hebben. We hebben lang geleden afgesproken: als je ooit ’s ochtends wakker wordt
met “Oh my god, ik heb een scheve schaats gereden”, dan hoeven we elkaar daarmee niet
lastig te vallen. Maar als je serieus verliefd
bent, moet je het wel meteen vertellen, dat is
anders zo’n verraad. Nou, hij is nooit naar
me toegekomen. En ik ben wel eens erg enthousiast over iemand geweest, maar dat
was zo allemaal zo oppervlakkig en kortstondig. Er is nooit iets geweest dat bedreigend
was voor de stabiliteit van mijn gezin en
onze relatie. Saai, hè.’
Jaloezie&Afgunst
‘De krabbenmand is een van de lulligste
­clichés over vrouwen, echt geklets. Ik ben die
hele krabbenmand nog nooit tegengekomen. Als ik zie dat andere vrouwen iets
moois hebben gedaan, dan vind ik dat geweldig om te zien en daar geniet ik echt van.
Vrouwen kunnen nog wel van mannen­
netwerken leren dat ze elkaar meer moeten
toespelen. Met jonge vrouwelijke Kamer­
leden die net voor de camera stonden, had ik
ook altijd een tikje meer mededogen.’
Gulzigheid&Onmatigheid
‘Als er een fles wijn voor me stond, moest-ie
leeg. Dat was tot een jaar of drie geleden zo.
Nu hoort wijn vooral bij vrienden, lekker eten.
En kan ik rustig als ik in ons huis middenin
Frankrijk zit een week geen druppel wijn aanraken. Maar ik heb iets heel onmatigs in mijn
karakter. Als ik de roes en de blikvernauwing
die wijn geeft echt waanzinnig had gevonden,
was ik vast alcoholist geworden.’ n
Vrij Nederland 29 maart 2014 79