Klik - De kracht van je stem

Handleiding voor de leraar
De Basis
Voorwoord
Op 25 mei 2014 zijn er verkiezingen voor de gewesten en gemeenschappen, het federale
parlement en het Europees Parlement. Ook kinderen en jongeren, zelfs al mogen ze nog
niet stemmen, kunnen niet om die verkiezingen heen. Al was het maar door de verkiezingsborden die her en der in het straatbeeld opduiken.
De verkiezingen zijn een uitstekende gelegenheid om met leerlingen te werken aan -onder
andere- de eindtermen Wereldoriëntatie in het basisonderwijs en de vakoverschrijdende
eindtermen in het secundair onderwijs.
Voor leraren en leerlingen die de komende maanden in de klas aandacht willen besteden
aan democratie, vertegenwoordiging, de overheid en de verkiezingen hebben wij een
totaalpakket Verkiezingen 2014 samengesteld.
Het volledige pakket Verkiezingen 2014 omvat:
De Basis
De Basis is er voor alle leerlingen die geen politieke voorkennis hebben en die in
eenvoudige taal, op een duidelijke manier de essentie van de verkiezingen uitgelegd willen krijgen. Geen details hier, geen extra’s. De Basis is een infobrochure, een
opdrachtenboekje voor leerlingen en een handleiding voor de leraar. De basis kan
gebruikt worden vanaf de derde graad van het basisonderwijs, maar ook in het secundair onderwijs voor leerlingen met een beperkte taalontwikkeling en anderstaligen.
In Detail
De titel spreekt voor zich: in deze brochure gaan we dieper in op de drie verkiezingen,
het subsidiariteitsbeginsel, de manier waarop verkiezingen worden georganiseerd en
wat er gebeurt na de verkiezingen. Met extra’s over een aantal discussiethema’s en
historische achtergronden. In Detail is er voor l­eerlingen die al een basiskennis
hebben verworven en meer w
­ illen weten.
Zo Verkozen
Zo Verkozen is een spelbord met vragen over de verkiezingen en de drie bestuursniveaus: Vlaanderen, België en Europa. Een eenvoudig bordspel om het ijs te breken of
als toets te gebruiken.
Draaiboek verkiezingen organiseren op school
Niets werkt zo goed als zelf ervaren. Daarom hebben we voor u een handleiding
geschreven om stap voor stap verkiezingen op school te organiseren. Met telkens de
echte verkiezingen als ijkpunt. Het tijdschema bepaalt u zelf, sommige stappen kunt u
beperken of uitbreiden. Een draaiboek om een geanimeerde en intense verkiezingsperiode op school tot een goed einde te brengen.
2
In Detail
Tot slot is er ook de speldoos ‘Ontdek Europa’. Een bijzondere kennismaking met de
28 landen van de Europese Unie. “Ontdek Europa” is ontworpen door de leerlingen
van de auti-werking van het buso De Varens ‘t Kasteeltje uit Knokke-Heist. Zij sleepten
met hun spel ‘Crazy European Game’ de eerste prijs in de wacht van de wedstrijd
‘State of Arts’ in 2013. De Kracht van je Stem herwerkte het spel tot deze speldoos.
Op onze website www.dekrachtvanjestem.be kunt u al het materiaal downloaden en bestellen. De verschillende brochures kunt u apart nabestellen.
Wij hopen dat u samen met uw leerlingen aan dit pakket veel spel- en lesplezier zult hebben en horen graag uw feed-back.
De Kracht van je Stem - Vlaams Parlement
[email protected]
tel 02 552 45 34
Verkiezingen 2014
3
4
In Detail
Inhoud
Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1
Oefening 1 Leestekst: Democratie of dictatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Oefening 2 Democratie doorheen de geschiedenis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Oefening 3 Stripverhalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Opdracht 4 Vul de verkiezingskalender in! . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Oefening 5 Web-zoekopdrachten met ‘Flosj’, het leeuwtjein het Vlaams Parlement ronddwaalt . 9
Oefening 6 De België–puzzel: Welk deel van België herken je? . . . . . . . . . . . . 16
Oefening 7 België is een federale staat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Oefening 8 Symbolen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Oefening 9 Collage van de Vlaamse Regering. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Oefening 10 Zoek de bevoegdheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Opdracht 11 Wat kies jij? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Opdracht 12 Ken je kandidaten: Wie zijn ze? Waar staan ze voor? . . . . . . . . . . 25
Opdracht 13 Verkiezingspropaganda ontleed . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Opdracht 14 Kieskringen en kandidaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
26
Oefening 15 Wie mag stemmen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Opdracht 16 Kandidatenlijsten en geldig stemmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Oefening 17 Onze begroting: kiezen of delen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Oefening 18 Inspraak in onze omgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
33
Oefening 19 Inspraak op school . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
33
De bereikte doelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Bijlage bij oefening 17 Onze begroting: kiezen of delen? . . . . . . . . . . . . . .
44
Verkiezingen 2014
5
Oefening 1 Leestekst: Democratie of dictatuur
Deze leestekst legt uit wat democratie is en waarom ze belangrijk is. Ook de rol van de
pers binnen een democratisch systeem komt aan bod.
Lees eerst de tekst, samen met de leerlingen of elk individueel. Laat de leerlingen daarna
de vragen oplossen.
Vragen en opdrachten bij de leestekst
Noteer drie belangrijke kenmerken van een democratie.
Uit de tekst kunnen meer dan drie kenmerken gehaald worden, namelijk:
1. De kiezers kunnen zich door verkiezingen uitspreken over het bestuur van de
samenleving.
2. Verkiezingen geven maar tijdelijk de macht aan de bestuurders, daarom zijn er regelmatig (voor het Vlaams Parlement om de vijf jaar) opnieuw verkiezingen.
3. Iedereen is gelijk voor de wet, de wet geldt voor iedereen dus moet iedereen zich
eraan houden.
4. Regels moeten door een meerderheid worden goedgekeurd, maar de rechten van
minderheden kunnen nooit door een meerderheid worden geschonden.
5. Er is vrije meningsuiting. Wie kritiek uit, kan daarvoor niet gestraft worden.
Zoek in de media enkele artikels over verkiezingen in andere landen: zijn er verkiezingen? Vind je informatie over hoe de verkiezingen verlopen?
De leerlingen verzamelen informatie of de leerkracht brengt krantenartikels mee die de
leerlingen moeten analyseren. Hieronder en hiernaast vindt u alvast enkele voorbeelden.
24/11/2013 - In het Centraal-Amerikaa
nse
land Honduras worden vandaag
presidents- en parlementsverkiezi
ngen
gehouden.
De 54-jarige Xiomara Castro is presi
dentskandidaat voor de centrumli
nkse
partij Libre. De belangrijkste tegen
kandidaat van Castro is Juan Orla
ndo
Hernandez van de regerende Nati
onale
Partij.
De vorige president Zelaya was in
2009
door de militairen afgezet omdat de
economische elite van Honduras ontevred
en
was over zijn beleid.
In de peilingen staan Castro
en
Hernandez ongeveer even sterk. Well
icht
zal de stembusslag dus uitdraaien op
een
nek-aan-nek-race.
(Bron www.deredactie.be - Rik Arno
udt)
6
In Detail
regeren
komende jaar
uro, mag het
ad
t heeft
M
en
m
as
ol
rle
ic
pa
N
t
doen. In he
n Venezuela,
ag
va
t
m
g
en
o nu
ze
id
ur
es
jn
ad
zi
pr
M
De
arover
id heeft
t parlement da
dat
die meerderhe
en
en
ez
id
vr
i
he
ic
er
zonder dat he
rit
rd
C
uro de mee
n te pakken.
ad
aa
M
is
n
is
hts
va
cr
ec
e
ij
sl
rt
ch
on
is
de pa
onom
Maduro w
geven om de ec
eert te zetten.
poob
op
pr
l
de
pe
or
ns
do
meer macht ge
t
ite
ning is nooi
in
sitie verder bu
rw
po
ve
op
so
de
ng
o
zi
ur
Mad
de verkie
rkiezingen en
De winkelzeer nipt de ve
e problemen.
ch
is
om
.
on
nd
n het
ec
ke
e
sitie er
or grot
jn een deel va
dt geplaagd do
rbrekingen zi
de
ische
on
om
om
on
ro
ec
St
Venezuela wor
ld van de
hu
leeg dan vol.
sc
r
ee
de
m
en
jn
iv
zi
rekken
Critici schu
n geworden.
kels bindagelijkse leve
n Maduro.
va
en
elektronicawin
en
de scho
r bevolen om
lokten
ge
en
le
t
ijz
he
pr
problemen in
o
de
ur
. De verlaag
nd had Mad
nd
aa
m
vo
ze
n van
og
de
ke
ho
in
ro
te
Beg
prijzen
d zelfs gesp
omdat hij de
er en der wer
H
t.
ui
ls
nen te vallen
ke
in
w
mloop op de
toen een stor
g.
plunderin
wo 06/11/2013 – Belga. In Kosovo wordt het
resultaat van de lokale verkiezingen in het
Servische deel van de stad Mitrovica geannuleerd,
na incidenten met radicale Serviërs. Dat heeft de
Kosovaarse kiescommissie woensdag beslist.
De kiescommissie maakte bekend dat het resultaat
in drie van de vier stemlokalen in het noorden van
Mitrovica geannuleerd wordt “als gevolg van de
vernietiging van stembussen”.
Bij de tumultueuze lokale verkiezingen bestormden Servische extremisten drie stemlokalen in
Mitrovica en vernietigden er de stembussen. Een
datum voor nieuwe verkiezingen maakte de kiescommissie nog niet bekend.
zo 27/1
0/2013
ministe
- In G
r van O
e
nderwij orgië heeft d
verkiez
s Marg
e voorm
ingen g
vela
ew
a
van de
stemme onnen. Hij be sjvili de presid lige
n
h
entsaalt zo’n
nodig is
waardo
or
.D
slagnem e tegenkandid een tweede ro 62 procent
nde nie
end pre
aat uit
tm
h
s
nederla
ag al to ident Mikhail et kamp van d eer
egegeve
e
S
Het is d
onta
a
k
asjvili
n.
e
heeft z
een zitte eerste keer in
ijn
he
n
een dem de president z t hedendaagse
ijn mac
ocratisc
G
eorgië d
h
h verko
at
zen opv t zal overdrag
en aan
olger.
eilijke oefening
adagaskar: een mo
st-Afrikaanse
Verkiezingen in M
askar, voor de Oo
ag
ad
M
d
an
eil
t
iezingen
he
p
sv
-O
de president erk
vr 25/10/2013
eerste ronde van
de
ook een
t
g
rd
aa
wo
nd
va
en
t
e
rd
nd
kust, wo
g een tweede ro
no
lgt
vo
ken aan
er
ma
mb
d
ce
moeten een ein
gehouden. In de
n hoe
n. De verkiezingen
ze
ke
ko
kij
ge
uit
t
nt
rd
me
wo
rle
t
nieuw pa
t land, maar he
he
in
s
ao
n de
va
ch
e
n
iek
ate
met de result
bijna vijf jaar polit
ten zullen omgaan
ich
ew
rg
aa
zw
e
de politiek
ds de
keren uitgesteld, sin
stembusgang.
kar zijn al talloze
as
huiag
De
ad
.
M
09
in
20
en
in
n
De verkiezing
cht is verdreve
ma
de
n
jke
va
eli
nt
ett
ide
es
t het grondw
laatste verkozen pr
lina, is eigenlijk nie
u
joe
zo
Ra
en
y
n
dr
de
An
on
n,
tb
dige sterke ma
t parlement on
e niets
to
a heeft in 2009 he
lin
nu
t
joe
to
Ra
ar
.
da
ofd
is
ho
staats
de praktijk
bereiden, maar in
t land het maar
verkiezingen voor
ieke tenoren in he
lit
po
de
t
da
om
n
me
kon zijn.
ko
of
t
ge
ch
is
hu
mo
van in
niet kandidaat
of
nu
e
wi
n van de
er
ov
n
ed
met het verd ige
niets eens raakte
eft alles te maken
he
l
ee
ak
kr
ge
e
iek
Dat polit
land.
es in het straatarme
eigen machtspositi
t)
ud
no
Ar
k
Ri
ctie.be
(Bron www.dereda
29/09/2
0
hebben 13 - Bij de pa
rlemen
beide r
tsv
e
democ
raten e geringspartije erkiezingen
in Oos
n de c
n verlo
een nip
tenr
ons
ren
te
ze sam meerderheid ervatieven b , maar de so ijk
ciaalehoude
en 50,9
. Volge
n
n
sche pa
p
rtijen z rocent. De e s voorlopige samen wel
ij
x
c
Het w
as een n de grote ov treemrechtse ijfers halen
er
ti
en eur
dat de
okrititwee re jdlang spann winnaars.
en
g
ren. D
e socia eringspartijen d, maar het
ald
zie
s
Fayma
nn kre emocratisch amen kunnen t ­ernaaruit
e SPÖ
eg 27,1
conser
van ka blijven regeva
p
nselier
partijen tieve coalitie rocent van
Wer
de
p
a
verliez
samen
en elk rtner ÖVP 2 stemmen e ner
een me
n de
meer d
3
,8
pro
er
an 2%
De ex
, maar cent. Beide
treemr derheid.
b
e
ehoude
c
Christi
n dus
an Str htse Vrijheid
ac
procen
spartij
t. De F he wint 3,9
FPÖ
P
p
va
Ö is de
De extr
rocent
ee
en ein n Heinzw
dig
teren v mrechtse en innaar van d
e verkie t op 21,4
an enk
eurokr
it
ele sch
maar v
andale ische partijen zingen.
oo
n binn
konden
over d ral van het
en de
on
es
pr
Grieke teun die hun genoegen va regeringspar ofin veel
nland,
ti
la
jen,
n
d
ga
Ierland
O
die hulp
en Por f aan de hulp ostenrijkers
in
O
o
tu
p
stenrijk
Voor d
gal. Ne
lannen
e
t
w
v
nog wa exacte verde einig popula als in Duitsla oor
ir.
ling va
nd is
chten o
n
p
(Bron
www.d de volledige de parlemen
tszetels
eredac
tie.be J resultaten.
is het
os De G
reef, R
ik Arno
udt)
Verkiezingen 2014
7
Oefening 2 Democratie doorheen de geschiedenis
De leerlingen lezen individueel de leestekst en voeren dan de opdracht uit.
Opdracht bij de leestekst
Op de afbeeldingen zie je scènes uit het leven in een bepaalde periode van de
geschiedenis.
Schrijf in de linkerkolom welke periode er wordt voorgesteld. Kies daarbij uit de volgende periodes:
●● de middeleeuwen,
●● de 18e eeuw met zijn stedelijke burgerij ,
●● de 19e eeuw met de fabrieken en nieuwe industrie
●● de huidige tijd
Schrijf in de rechterkolom de groep die in die periode de macht had om te besturen.
Kies uit de volgende groepen:
●● de ambachtslui en de handelaars
●● de adel en de kerk
●● de vertegenwoordigers van de hele bevolking
●● de bazen en eigenaars van de fabrieken
De afbeelding is een miniatuur uit de
Franse 13e eeuw die de sociale orde in
de middeleeuwen mooi illustreert: nl.
●● De ‘oratores’: zij die bidden
●● De ‘bellatores’: zij die strijden
●● De ‘laboratores’: zij die werken
de middeleeuwen
de adel en de kerk
Illustratie uit ‘Li Livres dou Sante’
(vellum), British Library, London.
Schilderij Van Jan Steen uit 1655,
‘Delftse burger en zijn dochter’.
Een Delftse burger en een meisje
waarvan wordt aangenomen dat het zijn
dochter is, poseren in vol ornaat voor de
ingang van een grachtenpand.
Kunsthistorici vermoeden dat de burger
de graanhandelaar Adolf Croeser is.
Ook de andere kant van de maatschappelijke ladder is vertegenwoordigd: naast
de welgestelde burger staan een vrouw
en een kind op straat te bedelen.
Op de achtergrond is de Oude Kerk te
zien.
8
In Detail
de 18e eeuw met zijn
stedelijke burgerij
de ambachtslui en de
handelaars
Foto uit het Amsab-archief:
kinderen aan het werk in de
vlasfabriek “Wiedauwe” in Gent.
de 19e eeuw met de
fabrieken en nieuwe
industrie
de bazen en
eigenaars van de
fabrieken
Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis
Foto’s van een ledencongres van een
vereniging en van een politieke partij
en foto van de plenaire zitting van het
Vlaams Parlement.
de huidige tijd
de vertegenwoordigers
van de hele bevolking
Oefening 3 Stripverhalen
Deze oefening gaat uit van de voorwaarden voor een democratische rechtsstaat.
De moeilijkheid die zich daarbij voordoet, is dat de verschillende voorwaarden voor een
democratische rechtsstaat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en in meer of mindere
mate aanwezig kunnen zijn in een staat.
Daarom gebruiken we deze ‘negatieve’ fragmenten om de leerlingen te laten zoeken naar
schendingen van de democratische rechtsstaat. De schendingen zullen ze als het ware
intuïtief aanvoelen en makkelijker kunnen omschrijven. Van daaruit kunnen ze ook de
omgekeerde redenering maken: nl. wat is dan wel noodzakelijk in een democratie?
Fragment 1 komt uit “Maus, vertelling van een overlevende”.
Art Spiegelman beschreef de Jodenvervolging in een stripverhaal waarin hij de Joden
voorstelt als muizen, de nazi’s als katten en de Polen als varkens. Art Spiegelman is in
1948 geboren in Stockholm als zoon van de Poolse Joden Vladek en Anna Spiegelman.
Hij vertelt ons het verhaal van de holocaust en transformeert Duitsland tot een monsterlijke
muizenval.
Dit stripfragment toont discriminatie. Discriminatie staat tegenover een van de fundamentele rechten van burgers in een staat: nl. de gelijke behandeling van alle burgers. In een
democratische rechtsstaat is iedereen gelijk voor de wet. Het fragment slaat ook op de
voorwaarde dat burgers erop kunnen vertrouwen dat de regels altijd worden toegepast,
zonder uitzonderingen. Het kan dus niet dat de politie alleen maar toekeek terwijl er twee
doden te betreuren vielen. Om die redenen worden de democratische rechten van burgers in dit stripfragment geschonden.
Verkiezingen 2014
9
Fragment 2 komt uit “De Lotelingen” uit de reeks Bakelandt van Hector Leemans
en is uitgegeven bij Standaard Uitgeverij.
Ook in dit fragment worden de meest elementaire rechten van mensen met de voeten
getreden.
De politieke en burgerlijke vrijheden worden niet gerespecteerd en is er geen sprake van
een eerlijke rechtsgang. De willekeur is groot: de arrestatie van de vrouw, het feit dat ze
geen papieren heeft en dat dat blijkbaar voldoende is om haar op transport te zetten naar
de kolonies.
Dit fragment leent zich bijzonder goed tot het herschrijven van het scenario: de manier
waarop de vrouw gearresteerd wordt, haar behandeling door de politie, de verbanning
zonder vorm van proces.
Fragment 3 is een stukje uit “De matras van Madras”, een album uit de reeks
“De avonturen van Nero en C°” van Marc Sleen, uitgegeven bij Standaard
Uitgeverij.
In dit fragment verzeilt Nero nogmaals in een hachelijke situatie. In dit fragment beslist een
despoot alleen en zonder vorm van proces tot de liquidatie van de helden. Deze willekeur
hoort niet thuis in een democratische rechtsstaat. Tussen haakjes: onderaan rechts komt
de redding reeds aangezwommen.
Fragment 4 en 5 zijn paradoxen.
Strip 4 komt uit “De gouden cirkel”, een avontuur van Suske en Wiske door Willy
Vandersteen en uitgegeven bij Standaard Uitgeverij. Strip 5 is een stukje uit “De dictator
van San Doremi” uit Piet Pienter en Bert Bibber, door POM en uitgegeven bij Standaard
Uitgeverij.
In Strip 4 wordt de wet streng toegepast. De twee sigaren rokende figuren hebben recht
op een capsule X025, die het leven van professor Barabas kan redden. Maar de wet is de
wet en iedereen is gelijk voor de wet. Dit fragment kan aanleiding geven tot een discussie
rond de wet en de menselijkheid van de wet.
Strip 5 daarentegen benadrukt de willekeur in een dictatoriale staat. Hier heerst het recht
van de sterkste. De vergelijking van strip 4 met strip 5 kan tot een genuanceerd beeld
leiden van de regelgeving in de democratische rechtsstaat.
Opdracht 4 Vul de verkiezingskalender in!
De verkiezingskalender voor de verschillende bestuursniveaus in ons land:
De gemeente- en provincieraadsverkiezingen vinden altijd plaats op de tweede zondag
van oktober, om de zes jaar. De volgende gemeente- en provincieraadsverkiezingen vinden dus plaats op 18 oktober 2018.
De verkiezingen voor de gewesten en gemeenschappen vinden om de vijf jaar plaats: na
25 mei 2014 zal dat dus in mei of juni 2019 zijn, net zoals de Europese verkiezingen.
10
In Detail
De verkiezingen voor de Kamer vinden vanaf nu ook om de vijf jaar plaats. Op het federale
niveau kan het parlement wel nog steeds ontbonden worden en kunnen er vervroegde
verkiezingen georganiseerd worden. Maar de daaropvolgende verkiezingen zullen dan
wel weer samenvallen met die voor het Europees Parlement.
De verkiezingskalender voor de verschillende bestuursniveau’s in ons land
Gemeente
Provincie
verkiezingen
om de 6 jaar
verkiezingen
om de 6 jaar
Gewesten en
gemeenschappen
Federaal
Europa
2012
2013
2014
2015
2016
verkiezingen
om de 5 jaar
verkiezingen
verkiezingen
om de 5 jaar
(Maar tussentijds zijn
verkiezingen mogelijk
wanneer de regering valt)
verkiezingen
om de 5 jaar
2017
2018
2019
2020
2021
Oefening 5 Web-zoekopdrachten met ‘Flosj’,
het leeuwtje dat in het Vlaams Parlement ronddwaalt
Op de volgende pagina vindt u alle tekstjes die op de verschillende pagina’s van de
animatie‘Flosj’ (www.dekrachtvanjestem.be//games/) te vinden zijn. De leerlingen vinden alle gevraagde informatie van de invuloefening in de blocnotes
achter de linken.
Verkiezingen 2014
11
Scherm 1 Wat zijn verkiezingen?
Dit scherm bevat 3 links over het verloop van verkiezingen.
1
Wat zijn verkiezingen?
Toelichting 1
Als je 18 bent, mag je stemmen en meedoen aan de verkiezingen.
Er zijn om de 5 jaar verkiezingen voor het Vlaams Parlement. Iedereen die mag stemmen,
kiest dan wie hij of zij in het Vlaams Parlement wil.
Toelichting 2
In totaal kiezen we 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers, die alle mensen in Vlaanderen
vertegenwoordigen.
2
Wat is een verkiezingscampagne?
Toelichting 3
Als er verkiezingen zijn, proberen de politieke partijen zoveel mogelijk mensen te overtuigen om voor hen te stemmen.
Toelichting 4
Ze doen dit door hun partijprogramma goed uit te leggen en reclame te maken voor hun
partij en voor hun kandidaten.
Ze voeren dan een verkiezingscampagne.
3
Wat na de verkiezingen?
Toelichting 5
Na de verkiezingen worden de stemmen geteld en wordt berekend hoeveel zetels elke
politieke partij krijgt in het Vlaams Parlement.
Spel
Flosj op de tegels van een discodansvloer
12
In Detail
Scherm 2 Wat is een politieke partij?
Dit scherm bevat 5 links over de politieke partijen.
1
Een politieke partij
Toelichting 6
Een politieke partij is een groep mensen die samen dezelfde ideeën hebben over hoe ze
een land willen besturen.
De 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers in het Vlaams Parlement behoren tot verschillende politieke partijen. 2
Een fractie
Toelichting 7
Een fractie is een groep volksvertegenwoordigers van dezelfde partij of van 2 partijen die
heel nauw samenwerken.
3
Een partijprogramma
Toelichting 8
De politieke partijen zetten hun ideeën over hoe ze willen besturen op papier, zodat iedereen ze kan lezen. 4
Meerderheid
Toelichting 9
Meestal heeft niet één politieke partij de meerderheid van de zetels.
Om een meerderheid te vormen moeten politieke partijen daarom samenwerken. Ze vormen dan een coalitie en ze beslissen wie minister wordt.
Oppositie
Toelichting 10 De politieke partijen die niet meedoen aan de regering voeren in het parlement oppositie
tegen de regering.
De oppositie is heel kritisch voor de regering.
Verkiezingen 2014
13
5
Dit zijn de politieke partijen in het Vlaams Parlement
Toelichting 11
CD&V, Groen, LDD, NV-A, Open Vld, Sp.a, Vlaams Belang
Spel
Het parlementspel : volksvertegenwoordigers aanklikken op de parlementszetels.
Scherm 3 Wat is het Vlaams Parlement?
Twee links over de opdrachten en de bevoegdheden van het Vlaams Parlement.
De twee links bevatten meerdere blocnoteblaadjes die van de basisinformatie vertrekken
tot meer detailinfo.
1
Wat doet het Vlaams Parlement?
Toelichting 12
Decreten goedkeuren
De regering controleren
De begroting goedkeuren
Toelichting 13
Decreten goedkeuren
Een Vlaamse volksvertegenwoordiger doet een ‘voorstel van decreet’ en dan debatteren
en stemmen alle Vlaamse volksvertegenwoordigers over dat voorstel.
Toelichting 14
Een decreet is een wet die alle Vlamingen moeten naleven. Het is dus een Vlaamse wet.
Het Vlaams Parlement stemt over alle decreten.
14
In Detail
Toelichting 15
Een Vlaamse minister kan ook een idee hebben voor een decreet. Hij schrijft dat neer in
een ‘ontwerp van decreet’.
Over zo’n ontwerp debatteren en stemmen de Vlaamse volksvertegenwoordigers.
Toelichting 16
De regering controleren
De Vlaamse volksvertegenwoordigers ondervragen de Vlaamse Regering.
Toelichting 17
De begroting goedkeuren
Elk jaar stelt de regering voor hoeveel belastingen de mensen moeten betalen en wat ze
met dat geld wil doen. Dat is de begroting. Het parlement moet die begroting goedkeuren.
2
Waarom is er een Vlaams Parlement?
Toelichting 18
Vroeger was er vaak ruzie tussen de Vlamingen en de Walen:
Daarom beslissen ze nu over sommige zaken apart.
Toelichting 19
Dit regelen de Vlamingen zelf:
Sport, milieu, cultuur, onderwijs, openbare werken, landbouw enzovoort.
Toelichting 20
Dit regelen we samen voor heel België:
Landsverdediging, justitie, sociale zekerheid, (bv. de pensioenen) enzovoort.
Spel
De juiste bevoegdheden (federaal of Vlaams) bij de juiste vlag plaatsen (Belgische vlag of
Vlaamse leeuw)
Verkiezingen 2014
15
Scherm 4 Wat is de Vlaamse regering?
Vier links naar pagina’s over de regering, hoe ze is samengesteld en de relatie tot het
parlement.
1
De Vlaamse Regering
Toelichting 21
Alle Vlaamse ministers samen vormen de Vlaamse Regering.
Er zijn 9 Vlaamse ministers.
Elke minister is verantwoordelijk voor een deel van het regeerwerk, bv. de Vlaamse minister van Onderwijs, de Vlaamse minister van Leefmilieu, enzovoort.
2
De minister-president
Toelichting 22
De baas van de Vlaamse ministers is de minister-president.
3
Toelichting 23
De Vlaamse ministers hebben geen kantoren in het Vlaams Parlement. Ze komen naar het
parlement om te antwoorden op vragen en om ontwerpen van decreet uit te leggen en te
bespreken.
4
Toelichting 24
De Vlaamse ministers hebben veel medewerkers om decreten uit te voeren.
Die medewerkers zijn de Vlaamse ambtenaren.
Spel
Flosj ontwijkt de vogelpoep.
16
In Detail
Scherm 5 Wat is een Vlaamse Volksvertegenwoordiger?
Vier links over wie de volksvertegenwoordigers zijn, vanwaar ze komen en wat ze doen.
1
Wat is een Vlaamse volksvertegenwoordiger?
Toelichting 25
Wij kunnen niet allemaal samen regeren. Daarom kiezen we mensen die ons vertegenwoordigen. Zo kiezen de 6 miljoen Vlamingen 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers in
het Vlaams Parlement.
2
De Vlaamse volksvertegenwoordigers komen uit de verschillende Vlaamse provincies en Brussel.
Toelichting 26
De Vlaamse volksvertegenwoordigers komen uit de verschillende Vlaamse provincies en
Brussel. (Kaartje van België met de vijf Vlaamse provincies en Brussel.)
3
Je kunt je Vlaamse volksvertegenwoordiger aan het werk zien.
Toelichting 27
Je kunt je Vlaamse volksvertegenwoordiger aan het werk zien. In de plenaire vergadering
op woensdag. In de commissies op dinsdag en donderdag.
Toelichting 28
Je kunt lezen wat je Vlaamse volksvertegenwoordiger gezegd heeft in de verslagen.
Je kunt de Vlaamse volksvertegenwoordigers mailen of je kunt een afspraak maken.
4
Kunst in het Vlaams Parlement
Toelichting 29
In het Vlaams Parlement kun je ook heel wat werken van Vlaamse kunstenaars bekijken.
Spel
Puzzel Vlaamse provincies.
Verkiezingen 2014
17
Scherm 6 Wat is een commissie?
Vier links over de werking van de commissies in het Vlaams Parlement
Wat is een commissie?
Toelichting 30
Er zijn 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers.
Dat is te veel om alles samen te bespreken. Daarom werken ze in kleine groepen met een
eigen taak. bv. de commissie Onderwijs, de commissie Cultuur enzovoort.
Wie zit in een commissie?
Toelichting 31
In een commissie zitten 15 vaste volksvertegenwoordigers van de verschillende politieke
partijen in het Vlaams Parlement.
Hoe werkt een commissie?
Toelichting 32
Twee keer per week vergaderen de commissieleden over voorstellen en ontwerpen van
decreet. Ze luisteren naar specialisten, discussiëren en gaan op werkbezoek.
Wat doet een Vlaamse minster in een commissie?
Toelichting 33
Hij geeft antwoorden op vragen van de Vlaamse volksvertegenwoordigers. En hij komt
ontwerpen van decreet uitleggen en bespreken met de Vlaamse volksvertegenwoordigers.
Spel
Memoryspel over Vlaamse steden met foto’s van steden
18
In Detail
Scherm 7 Wat is een plenaire vergadering?
Tien links over de werking van de plenaire vergadering.
Wat is een plenaire vergadering? (klikken op de koepel)
Toelichting 34
Een vergadering met alle Vlaamse Volksvertegenwoordigers.
De voorzitter van het Vlaams Parlement leidt de vergadering.
Het stembord.
Toelichting 35
Dit is het stembord. Op dit bord kun je de resultaten van de stemmingen aflezen.
De Vlaamse ministers (klikken op de ministerbanken)
Toelichting 36
Hier zitten de Vlaamse ministers.
Ze zijn met 9. Alle Vlaamse ministers samen vormen de Vlaamse Regering.
De baas van de ministers is de minister-president.
Toelichting 37
Waarom komt een Vlaamse minister naar een plenaire vergadering ?
1. Om op de vragen van de Vlaamse volksvertegenwoordigers te antwoorden.
2. Om een ontwerp van decreet voor te leggen aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers.
De verslaggevers (klikken op de figuurtjes die typen)
Toelichting 38
Zij maken het verslag van de vergadering.
In dit verslag staat alles wat iedereen heeft gezegd, niets wordt weggelaten.
Toelichting 39
Je kunt dit verslag lezen op de website van het Vlaams Parlement.
Verkiezingen 2014
19
De voorzitter van het Vlaams Parlement
Toelichting 40
Wat doet de voorzitter van het Vlaams Parlement?
De voorzitter leidt de vergadering met alle Vlaamse volksvertegenwoordigers,
Een zegt wie er aan het woord komt.
De publiekstribune
Toelichting 41
Van op deze zetels kan iedereen die dat wil de vergadering volgen.
Je moet hier wel stil zijn, je mag niet mee discussiëren.
De stemknoppen
De stemknoppen: hiermee stemmen de Vlaamse volksvertegenwoordigers.
Vinden ze een voorstel:
Goed: dan drukken ze op de groene knop.
Slecht: dan drukken ze op de rode knop.
(Of de volksvertegenwoordigers onthouden zich en stemmen niet mee: dan drukken
ze op de oranje knop.)
Het spreekgestoelte
Toelichting 43 Dit is het spreekgestoelte. Van hieruit kun je voor de hele zaal spreken.
De persloges
Toelichting 44
Hier volgen de journalisten de plenaire vergadering.
Toelichting 45
Als de Vlaamse volksvertegenwoordigers belangrijke zaken beslissen, maken de journalisten een verslag voor tv, radio of de krant.
De plaats van de Vlaamse volksvertegenwoordigers Toelichting 46
Elke Vlaamse volksvertegenwoordiger heeft zijn vaste plaats. De Vlaamse volksvertegenwoordigers die tot dezelfde partij behoren, zitten samen.
20
In Detail
Oefening 6 De België–puzzel: Welk deel van België herken je?
Waals Gewest
Duitstalige
Gemeenschap
Brussels Hoofdstelijk
Gewest
Franse Gemeenschap
(of Fédération WallonieBruxelles)
Vlaamse Gemeenschap
Vlaams Gewest
Verkiezingen 2014
21
Oefening 7 België is een federale staat
Oefening 8 wil de essentie van het onderscheid tussen gewesten en gemeenschappen meegeven.
Sleutelwoorden
Gewesten en gemeenschappen, federale staat.
Verloop
De leerlingen lezen eerst de tekst. In een klasgesprek wordt het verschil tussen gewest en
gemeenschap tastbaar gemaakt aan de hand van concrete voorbeelden.
Tot slot leggen de leerlingen hun creativiteit in de tekstballonnen. Ze leggen de figuren
woorden in de mond die wijzen op die bevoegdheden, bijvoorbeeld “ik ga naar een
Nederlandstalige school” , “ik woon in Wallonië”, …
Extra info
Onze gewesten zijn een duidelijk afgebakend grondgebied in België. Het Vlaamse Gewest
omvat het grondgebied van de vijf Vlaamse provincies. Je behoort dus tot een gewest
wanneer je op dat grondgebied woont. Je moet je dan houden aan de regels die gelden
voor dat grondgebied. Dat zijn regels over ruimtelijke ordening, milieu, landbouw, economie enzovoort.
Onze drie gemeenschappen kun je omschrijven als de bevolkingsgroepen in België die
een van onze drie officiële talen spreken. In de tekstballon van de gemeenschappen kan
dus verwezen worden naar de taal die het figuurtje spreekt. Wie Nederlands spreekt kan
terecht in Nederlandstalig onderwijs, dito kinderopvang en bejaardenzorg, bibliotheken,
de Nederlandstalige openbare omroep enzovoort. Dit zijn dus telkens voorbeelden van
gemeenschapsbevoegdheden.
drie gewesten
Ik woon in
Vlaanderen
Ik woon in
Brussel
Ik woon in
Wallonië
Ik spreek
Nederlands
Je parle
français
22
In Detail
drie gemeenschappen
Ich spreche
Deutsch
Oefening 8 Symbolen
Sleutelwoorden
Symbolen van de Vlaamse Gemeenschap.
Werkvormen
Individueel of in groepen van 2, groepsgesprek.
Verloop De leerlingen zoeken individueel of per twee de oplossing van drie vragen.
In een klasgesprek wordt het symbool van de Vlaamse Gemeenschap in zijn tijdskader
geplaatst, aan de hand van de leestekst.
Zoek op
Welk dier staat op het wapenschild van de Vlaamse Gemeenschap? Welk dier staat er op het wapenschild van de Duitstalige Gemeenschap? Welk dier staat er op het wapenschild van de Franse Gemeenschap? Een leeuw
Een leeuw
Een haan
Achtergrondinformatie
De oorsprong van het wapen van de Vlaamse Gemeenschap moet worden gezocht in de
omgeving van de graaf van Vlaanderen. De klimmende leeuw staat reeds in 1162 op het
ruiterzegel van graaf Filips van den Elzas. Hij zou zelfs van Engelse afkomst zijn en is het
teken bij uitstek van de christelijke ridder.
De leeuwenfiguur in het wapen van de graven van Vlaanderen evolueerde in de loop van
de negentiende eeuw als Vlaamse leeuw tot het symbool van de Vlaamse beweging en
van de Vlaamse ontvoogding.
Het wapen van de graaf van Vlaanderen staat voor het eerst in kleur afgebeeld in het
wapenboek van Gelre (1370-1395), het werk van een gespecialiseerde wapenheraut.
De officiële voorstelling van het wapen is evenwel geïnspireerd op een afbeelding van de
hand van een tot op heden onbekende wapenheraut en -tekenaar in een wapenboek uit
de periode 1560-1570, en werd ontworpen in samenwerking met de Vlaamse Heraldische
Raad.
De officiële voorstelling van het wapen van de Vlaamse Gemeenschap, in zwart - wit en in
kleur, werd vastgesteld bij de ministeriële besluiten van 2 januari 1991 (BS 2 maart 1991),
en zoals afgebeeld op de bijlagen bij deze besluiten.
Het wapen is het belangrijkste symbool van de Vlaamse Gemeenschap. Het stelt de
Vlaamse leeuw voor in al zijn kracht en glorie, als het historische zinnebeeld van de
Vlaamse identiteit. Het inspireerde ook het Vlaamse volkslied en het moderne embleem
(logo), kernelement van de grafische huisstijl van de Vlaamse overheid.
Het officiële zegel van het Vlaams Parlement en van de Vlaamse Regering en haar diensten is eveneens gebaseerd op dit wapen. Naargelang van het geval draagt dit zegel
een verschillend randschrift, namelijk Vlaams Parlement , Vlaamse Regering of Vlaamse
Gemeenschap.
Het zegel verzekert de echtheid van de akten en documenten van de Vlaamse overheden.
Verkiezingen 2014
23
Oefening 9 Collage van de Vlaamse Regering
Vraag de leerlingen een fotocollage of –montage te maken van de Vlaamse Regering en
deze te presenteren. Het is de bedoeling dat ze op een creatieve manier elke Vlaamse
minister met zijn bevoegdheden voorstellen.
Hieronder vindt u alle Vlaamse bevoegdheden, zoals ze tot aan de verkiezingen van 2014
worden uitgevoerd door de verschillende ministers van de Vlaamse Regering.
Na de verkiezingen zullen er meer bevoegdheden naar Vlaanderen komen, door de zesde
staatshervorming. De verdeling van de bevoegdheden over de verschillende ministers
(hun ‘portefeuille) is ook telkens de inzet van onderhandelingen bij de regeringsvorming.
De pakketten zoals ze nu zijn samengesteld, blijven dus heel waarschijnlijk niet dezelfde.
24
In Detail
Bevoegdheden
(alfabetisch)
Dat betekent bijvoorbeeld:
De verantwoordelijke
minister
Armoedebestrijding
zorgen dat arme mensen een huis kunnen huren
Ingrid Lieten
Begroting
schatten wat de inkomsten en uitgaven van de Vlaamse
Regering zullen zijn, het budget beheren en de uitgaven controleren
Philippe Muyters
Bestuurszaken
zorgen dat de Vlaamse ambtenaren goed kunnen werken
Geert Bourgeois
Binnenlands Bestuur
burgemeesters benoemen
Geert Bourgeois
Brussel
een beleid voeren voor de Vlamingen in Brussel Pascal Smet
Buitenlands Beleid
zorgen voor een goede samenwerking tussen Vlaanderen en
andere landen
Kris Peeters
Cultuur subsidies geven aan theatergezelschappen
Joke Schauvliege
Economie
kansen geven aan mensen die een bedrijf willen starten door
ze premies te geven
Kris Peeters
Energie
informatie geven over de gas- en elektriciteitsprijzen
Freya Van den Bossche
Financiën
schatten wat de inkomsten en uitgaven van de Vlaamse
Regering zullen zijn, het budget beheren en de uitgaven controleren
Philippe Muyters
Bevoegdheden
(alfabetisch)
Dat betekent bijvoorbeeld:
De verantwoordelijke
minister
Gelijke Kansen
zorgen dat gebouwen toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers
Pascal Smet
Inburgering
cursussen organiseren waardoor nieuwkomers leren hoe
onze samenleving werkt
Geert Bourgeois
Innovatie
in begeleiding voorzien voor bedrijven die willen innoveren
Ingrid Lieten
Jeugd
jeugdbewegingen steunen
Pascal Smet
Landbouw
beslissen op welke tijd van het jaar de landbouwers hun land
mogen bemesten
Kris Peeters
Leefmilieu/Natuur
zorgen dat er voldoende bossen blijven bestaan
Joke Schauvliege
Media
geld geven aan de VRT om radio- en televisieprogramma’s te
maken
Ingrid Lieten
Mobiliteit
zorgen dat er genoeg bussen en trams zijn
Hilde Crevits
Onderwijs
zorgen dat er goede scholen zijn voor iedereen
Pascal Smet Openbare Werken
zorgen voor het onderhoud van de wegen Hilde Crevits Plattelandsbeleid
werken aan leefbare dorpen
Kris Peeters
Ruimtelijke Ordening
zorgen dat er plaats is voor bossen, landbouw, bedrijven,
huizen en wegen
Philippe Muyters
Sociale Economie
investeren in beschutte en sociale werkplaatsen
Freya Van den Bossche
Sport
subsidies geven aan sportverenigingen
Philippe Muyters
Stedenbeleid
zorgen voor leefbare steden
Freya Van den Bossche
Toerisme
Vlaanderen promoten als vakantiebestemming
Geert Bourgeois
Vlaamse Rand
een beleid voeren voor de gemeenten rond Brussel
Geert Bourgeois
Volksgezondheid en
Gezin
zorgen dat er goede kinderopvang is
Jo Vandeurzen
Welzijn
zorgen dat er voldoende voorzieningen zijn voor ouderen
en mensen met een handicap
Jo Vandeurzen
Werk
werklozen helpen bij het zoeken naar een job
Philippe Muyters
Wonen
zorgen dat er sociale woningen zijn
Freya Van den Bossche
Oefening 10 Zoek de bevoegdheid
Sleutelwoorden
Vlaamse bevoegdheden, federale bevoegdheden, Europese bevoegdheden.
Werkvormen De klas verdelen in groepen van 2, groepsgesprek.
Verkiezingen 2014
25
Lesmateriaal
De klasposters van De Kracht van je Stem of de tekeningen in de brochure De Basis.
Verloop
De leerlingen zoeken in groepjes van twee de oplossing van de oefening. Ze kunnen samen overleggen. De antwoorden worden klassikaal besproken en verbeterd.
Hierbij kan de leraar na elke bevoegdheid verdere uitleg geven over de betrokken
overheid. De leerlingen kunnen in het leergesprek aangeven op welke manier zij
zelf reeds in aanraking gekomen zijn met deze bevoegdheden van de overheid.
Vlaams:
De Lijn (of MIVB in
Brussel)
Streekvervoer is een
bevoegdheid van
de gewesten: Dus
Vlaanderen in dit geval.
Europees:
de Europese Unie
bepaalt de regels
m.b.t. de visvangst:
visquota worden aan
de landen opgelegd.
(zie ook de tekening
met de vis verder)
Federaal:
defensie (het leger)
is een federale
bevoegdheid.
Federaal:
de politiediensten
vallen onder de
bevoegdheid van de
federale minister van
Binnenlandse zaken.
Vlaams:
energie is een
bevoegdheid van de
gewesten.
Vlaams:
welzijn is een bevoegdheid van de Vlaamse
minister van Welzijn.
26
In Detail
Vlaams:
de openbare omroep
(je ziet de VRT-toren
op de tekening) is een
bevoegdheid van de
Vlaamse minister van
Media.
Europees:
hoewel onderwijs een Vlaamse
bevoegdheid is,
verwijzen we hier naar
de EU-samenwerking
rond onderwijs. Zo
stimuleert de EU
jongeren om in andere
EU-landen te studeren.
Federaal:
buitenlandse zaken
is een federale
bevoegdheid. We verwijzen hier naar onze
ambassades, de vertegenwoordiging van
België in internationale
organisaties zoals de
Verenigde Naties.
Europees:
het vrije verkeer van
personen binnen
de EU is een van de
speerpunten van de
EU.
Vlaams:
milieu is een bevoegdheid van het Vlaams
Gewest. Maar er
worden heel wat milieuregels op Europees
niveau afgesproken
en dan verder in
Vlaanderen uitgevoerd.
Europees:
de EU maakt regels
die de Europese consumenten ten goede
moeten komen, zoals
de zgn. roamingtarieven voor gsm-gebruik
in het buitenland.
Federaal:
justitie is een federale
bevoegdheid.
Europees:
de euro wordt nu in 18
van de 28 EU-landen
gebruikt.
Vlaams:
werk en arbeidsbemiddeling is een
bevoegdheid van het
Vlaams Gewest.
Europees:
het ’vrije verkeer van
goederen’ tussen de
EU-lidstaten is een
belangrijk speerpunt
van het EU-beleid.
Vlaams:
visvangst en landbouw
zijn bevoegdheden van
het Vlaams Gewest.
Het gaat in de meeste
gevallen om het omzetten en toepassen van
EU-regels.
Federaal:
de ziekteverzekering
valt onder de sociale
zekerheid. Dat is een
federale bevoegdheid.
Verkiezingen 2014
27
Opdracht 11 Wat kies jij?
Onderwerp
verkiezingen en partijen.
Sleutelwoorden
verkiezingen, programma’s, samenwerken
Werkvormen
groepswerk
Lesmateriaal
●● vier tafels
●● tekenbladen
●● stembiljetten
●● lijsten met programmapunten
●● partijkaarten
●● verdeelkaarten voor de partijen
●● balpennen
●● kleurpotloden
Timing
2 lesuren
Doelstellingen
●● De leerlingen leren wat er gebeurt vóór, tijdens en na verkiezingen.
●● De leerlingen kunnen volgens hun partij enkele elementen uitkiezen die zij belangrijk ach-
ten voor hun eigen leefwereld (de klas).
●● De leerlingen kunnen hun uitgekozen punten op een creatieve manier voorstellen.
●● Nadat elke partij haar programmapunten heeft voorgesteld, kunnen de leerlingen werkpunten kiezen die ze willen realiseren in de klas.
Verloop
De leerlingen worden verdeeld in vier groepen. Dat doet de leerkracht door de verdeelkaarten willekeurig uit te delen.
Daarna laat de leerkracht de leerlingen plaatsnemen aan een tafel waarop een partijkaart
ligt die met hun verdeelkaart overeenkomt. Zo worden ze in de partijen ingedeeld.
De leerkracht legt kort uit welke vier partijen er zijn en dat het de bedoeling is een paar
aandachtspunten te zoeken voor de hele klas. Die aandachtspunten kunnen uit de programmapunten van de vier partijen komen.
De vier partijen krijgen elk een blad met daarop een aantal mogelijke programmapunten.
Daaruit moeten ze er nu drie kiezen die ze in de klas zouden willen realiseren. Ze moeten
ook voor elk van die drie programmapunten minstens vijf argumenten kunnen aanvoeren.
Als ze dat willen, kunnen ze ook zelf enkele programmapunten ontwerpen.
28
In Detail
De leerlingen moeten in deze stap bedenken hoe ze hun drie programmapunten op een
originele manier kunnen voorstellen aan de andere partijen. Ze werken dat ook volledig
uit. Ze kunnen gebruik maken van een poster, een lied, een filmpje, het bord, de computer
enzovoort.
De partijen stellen om beurten hun programmapunten aan elkaar voor. Na elke voorstelling mogen de andere leerlingen vragen stellen.
De leerkracht maakt samen met de leerlingen het stembiljet op. Daarop komen alle twaalf
programmapunten.
Nu volgt de stemming. De leerlingen gaan achteraan de klas (of in een stemhokje) hun
stem uitbrengen. Iedere leerling mag op alle programmapunten stemmen (ook op die van
de andere partijen) en mag twee stemmen uitbrengen.
Leg er de nadruk op dat het in dit spel niet gaat om winnen of verliezen, maar om het beter
maken van de school- en/of klassfeer.
De stemmen worden geteld. Aan de twee programmapunten met de meeste stemmen zal
de klas werken gedurende het schooljaar.
Verkiezingen 2014
29
Verdeelkaarten
Programmapunten:
●● We versieren onze klas.
●● We willen een knuffelhoek of vertelhoek in de klas.
●● We hangen posters van onze idolen op in de klas.
●● We hangen tekeningen op.
●● In de pauzes wordt er muziek afgespeeld.
●● …
pesten
is laf
30
In Detail
pesten
is laf
pesten
is laf
pesten
is laf
Partijkaarten
pesten
is laf
Pesten,
Nee, dank je!
Veilig op school
en in het verkeer!
School is cool!
School door
een groene bril.
Verkiezingen 2014
31
Veilig op school en
in het verkeer
Pesten? Nee, dank je!
Programmapunten:
Programmapunten:
●● We dragen fluohesjes om naar
●●
●●
●●
●●
●●
en van school te komen.
We dragen een helm als we met
de fiets naar school komen.
We vragen onze ouders om te
carpoolen naar school.
We stellen een ‘verkeersagent’
aan om veilig over te kunnen
steken.
We houden fietscontroles.
…
●● We komen op voor wie gepest
wordt.
●● We spelen samen.
●● We richten een pestbrigade op.
●● …
School is cool!
Programmapunten:
Programmapunten:
●● We sorteren het afval.
●● We versieren onze klas.
●● Teams van leerlingen ruimen
●● We willen een knuffelhoek of
de speelplaats op.
op school.
●● We komen met de fiets naar
school.
●● We doen meer sport op school.
●● …
In Detail
●● We hebben respect voor elkaar.
School door een groene bril
●● We leggen een groentetuin aan
32
●● We lachen niemand uit.
vertelhoek in de klas.
●● We hangen posters van onze
idolen op in de klas.
●● We hangen tekeningen op.
●● In de pauzes wordt er muziek
afgespeeld.
●● …
Opdracht 12 Ken je kandidaten: Wie zijn ze? Voor welke ideeën
komen ze op?
Bekijk de verkiezingspropaganda (folders, flyers, affiches) en kies drie kandidaten over
wie je meer wilt weten. Zoek op internet informatie over die mensen. Vul de gegevens in
de onderstaande tabel in.
Sleutelwoorden
Verkiezingspropaganda, ideeën, informeren, kiezen.
Klasorganisatie
●● Deze opdracht kunt u in de klas laten uitvoeren, individueel of (maximaal) per twee.
●● De opdracht kunt u ook als ‘taak’ opgeven.
Timing
30 minuten.
Materiaal
Den pc per groepje, verkiezingspropaganda van de verschillende politieke partijen.
Doelstellingen: de leerlingen doorlopen de verkiezingspropaganda van de verschillende
politieke partijen. Ze leren bepaalde kandidaten beter kennen. Ze informeren zich, denken
kritisch na over ideeën, wisselen informatie uit, vergelijken en maken keuzes op basis van
informatie.
Ze oefenen schriftelijke en mondelinge communicatieve vaardigheden.
De opdracht vraagt wat speurwerk, de leerlingen moeten gericht informatie kunnen
opzoeken.
Noot
Drie maanden voor de verkiezingen begint de sperperiode en starten de partijen met campagne voeren. Ze verdelen folders en flyers en er verschijnen affiches in het straatbeeld.
De leerlingen vinden vanaf dan gemakkelijk allerlei verkiezingspropaganda.
Indien u deze opdracht vroeger aan bod laat komen in de les, kunt u uw leerlingen het
best een handje helpen bij het zoeken naar kandidaten. Partijen maken immers vanaf nu
bekend al bekend wie hun belangrijkste kandidaten zijn bij de verkiezingen.
Opdracht 13 Verkiezingspropaganda ontleed
Sleutelwoorden
Verkiezingscampagne, propaganda, slogans, beïnvloeding, doelpubliek, media, boodschap, programma(punten), tekst en beeld, kritisch denken.
Klasorganisatie Deze opdracht kunt u individueel of in kleine groepen (maximaal 3 personen) in de klas
laten uitvoeren. Elk groepje kiest een affiche of folder van een andere partij.
Zorg dat alle partijen aan bod komen.
Verkiezingen 2014
33
Timing Liefst twee opeenvolgende lesuren.
Materiaal
Verkiezingspropaganda van de verschillende politieke partijen die aan de verkiezingen
deelnemen.
Doelstellingen
De leerlingen doen een oefening in kritisch denken: ze analyseren en beoordelen subjectieve informatie uit een bepaalde invalshoek. Ze benaderen het materiaal met vragen als
‘is er een bewijs voor deze bewering?’, ‘waarom is dat zo?’, ‘is dit een feit of een mening?’,
‘is dit een vooroordeel of een objectief gegeven?’, ‘zijn er alternatieve opvattingen?’, ‘zijn
de standpunten onderbouwd met argumenten?’, ‘is dit oplossingsgericht?’… Door zorgvuldig na te denken komen ze tot een eigen gefundeerde conclusie.
De leerlingen reflecteren kritisch over de invloed van propaganda en slogans op hun eigen
opvattingen en (toekomstig) kiesgedrag.
De leerlingen oefenen hun communicatieve vaardigheden: bij het invullen van de tabel
moeten ze hun gedachten helder verwoorden.
Aandachtspunt
Zorg er zeker voor dat de leerlingen zich bewust zijn van het verschil tussen feiten en
meningen.
Verloop
Tijdens de verkiezingsperiode zit er heel wat verkiezingspropaganda in de brievenbussen.
Geen probleem dus om aan materiaal te geraken. Laat de leerlingen gedurende een week
verkiezingsfolders en -affiches verzamelen.
Elke leerling of groep kiest één verkiezingsaffiche of -folder van een partij en gaat die analyseren op basis van het observatieschema. Het is de bedoeling dat de leerlingen een zo
creatief en gemotiveerd mogelijke analyse voorleggen aan de klas.
Opdracht 14 Kieskringen en kandidaten
Sleutelwoorden
Verkiezingen, kandidaten, partijen, lijsttrekker, kieskring
Klasorganisatie
Deze opdracht kunt u individueel of in kleine groepen (maximaal 3 personen) in de klas
laten uitvoeren. Elk groepje kiest een kieskring. Zorg ervoor dat alle partijen aan bod
komen, niet alleen de grote en bekendste partijen. Daarvoor werd er een leeg vak opengelaten in het schema.
34
In Detail
Timing
Een lesuur.
Materiaal
Een pc per groepje, verkiezingspropaganda van de verschillende politieke partijen.
In de oefeningenmap vindt u de 6 kieskringen van de verkiezingen voor het Vlaams
Parlement. Vul het schema aan met alle partijen die een kandidatenlijst zullen indienen. Noteer de namen van de lijsttrekkers en zet hun foto erbij.
Extra info
Een kieskring is het grondgebied waarbinnen de partijen die meedoen aan de verkiezingen een kandidatenlijst kunnen voordragen. Per kieskring zijn er zetels te verdelen.
Hoeveel zetels dat zijn, hangt af van het inwonersaantal.
Hoe meer inwoners, hoe meer zetels
In het Vlaams Parlement zijn er per kieskring een aantal zetels te verdelen. Hoe meer
inwoners een kieskring telt, hoe meer zetels te verdelen zijn. Zo heeft Antwerpen met
33 het meeste aantal zetels te verdelen, Brussel met 6 het minste.
Ook belangrijk om weten is dat we in België, voor alle parlementen, werken met een evenredigheidsstelsel. De zetels worden verdeeld volgens het percentage stemmen van het
totaal. Een partij met een derde van de stemmen, heeft dus in principe recht op een derde
van de zetels. In Amerika en het Verenigd Koninkrijk werken ze met het meerderheidsstelsel. Wie de meeste stemmen binnenhaalt, krijgt ook de ene zetel van die kieskring. “The
winner takes it all”, heet dat.
Heel kleine kieskringen
Stel dat je een heel klein grondgebied afbakent, met een beperkt aantal inwoners en dus
ook een beperkt aantal zetels te verdelen. Voor de lokale kandidaten is dat voordelig.
Zij zijn namelijk wel bekend in hun eigen stad of streek en kunnen daar veel stemmen
halen. Maar voor de bekende namen, de grote stemmentrekkers van de partijen, is zo’n
kleine kieskring dan weer een nadeel. Want zij kunnen veel meer gebruik maken van hun
bekendheid in de hele provincie of het hele gewest.
Lange tijd waren de kieskringen in ons land relatief klein. Sinds 2003 vallen de kieskringen
voor de Vlaamse verkiezingen samen met de provincies.
Heel grote kieskringen
Stel dat je voor heel België 1 grote kieskring organiseert, waar zowel Franstalige als
Nederlandstalige kandidaten zich in heel het land kunnen presenteren aan de kiezers.
Over zo een federale kieskring is al veel inkt gevloeid. Zo worden politici verplicht om
met de andere taalgemeenschap rekening te houden zeggen de voorstanders, maar de
tegenstanders vrezen een terugkeer naar het unitaire België. Voor zo’n federale kieskring
bestaat er in elk geval nu geen politieke meerderheid.
Kieskringen voor de Europese verkiezingen
Verkiezingen 2014
35
In het Europees Parlement heeft België 21 zetels van de 751. (Momenteel zijn er nog
766 zetels. Na de verkiezingen vermindert het aantal zetels tot 751.)
In de meeste Europese lidstaten dienen de partijen een lijst in voor het hele land. De kieskring
is dan landelijk. Landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kiezen voor een regionale
opdeling. Zo heb je vertegenwoordigers voor Schotland, Londen en The West Midlands aan
Britse zijde en zijn er drie parlementsleden voor de Franse overzeese gebieden (Outre-Mer).
De Belgische Europarlementsleden worden verkozen in drie kiescolleges: een Franstalig,
een Nederlandstalig en een Duitstalig, hoewel dat laatste maar één vertegenwoordiger
telt.
Kieskringen voor het Vlaamse Gewest
De politieke partijen die in het hele Vlaamse Gewest willen deelnemen aan de verkiezingen moeten dus in elke kieskring (in elke provincie) een andere lijst met kandidaten
voordragen.
Oefening 15 Wie mag stemmen?
Sleutelwoorden
Verkiezingen, stemgerechtigd zijn.
Klasorganisatie
Individueel of per twee.
Timing
30 minuten
Doelstellingen
Aan stemrecht zijn voorwaarden verbonden, o.a. leeftijd, nationaliteit, burgerrechten.
Bovendien zijn er verschillende voorwaarden op de verschillende bestuursniveaus. De
leraar kan hier ook de link leggen naar de ontwikkeling van het stemrecht sinds 1830 en
kan reflecteren over de mogelijke uitbreiding van stemrecht.
36
In Detail
Regionale
verkiezingen
voor
de gewesten
en gemeenschappen
Europese
verkiezingen
Federale
verkiezingen
Frequentie
om de 5 jaar
om de 5 jaar
om de 5 jaar
(tenzij de
regering valt)
om de 6 jaar
Volgende
verkiezingen
25 mei 2014
25 mei 2014
25 mei 2014
14 oktober 2018
Elodie Peeters
Belgische
°1978
juriste
Marek Pasinzy
Pool
°1975
woont sinds 1998
in Antwerpen
werkt bij een
­renovatiebedrijf
Zeynep Yildiz
Turkse
°1990
woont sinds 2003
in Lommel
werkt in bejaarden-tehuis
x
o
o
x
x (indien ...)
o
x
o
o
GemeenteVoorwaarden om stem-gerechen provincie- tigd te zijn
raadsverkiezingen
x
Belgische, heeft opkomstplicht voor
alle bestuursniveaus.
x (indien ...)
Europese vreemdeling - moet zich
laten inschrijven op de kiezerslijsten
van de gemeente waar hij woont,
heeft vanaf dan opkomstplicht voor
Europese verkiezingen en gemeenteen provincieraadsverkiezingen.
x (indien)
Bij de volgende gemeente- en provincieraadsverkiezingen in 2018
kan zij zich op de kiezerslijsten
laten inschrijven: ze woont hier dan
al meer dan 5 jaar (zie Yassine).
Indien Yassine bewijst dat hij hier
5 jaar ononderbroken in België
woont, een papier ondertekent
waarin hij verklaart dat de Belgische Grondwet en wetten te zullen eerbiedigen, en vraagt om
op de kiezerslijsten ingeschreven
te worden,heeft hij opkomstplicht
voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen.
Yassine Nouri
Marokkaan
°1962
woont sinds 1982
in Antwerpen
werkt als taxichauffeur
o
o
o
x (indien)
Robert Janssens
Belg
°1956
veroordeeld tot
levenslang voor
moord
o
o
o
o
Laura Di Tomaso
Italiaanse
°1974
woont sinds 2010
in Brussel
werkt bij de
Europese
Unie als tolk
Joren Maes
Belg
°1993
lijdt aan downsyndroom
verlengd minderjarig verklaard
o
o
x (indien)
o
o
o
Robert heeft zijn
rechten verloren.
burgelijke
x (indien)
Europese vreemdeling(e) - moet
zich laten inschrijven op de kiezerslijsten van de gemeente waar
ze woont, heeft vanaf dan opkomstplicht voor de Europese verkiezingen en gemeente- en provincieraadsverkiezingen.
o
Wegens de verlengde minderjarigheid (te wijten aan zijn aandoening) mag Joren op geen enkel
niveau gaan stemmen.
Verkiezingen 2014
37
Opdracht 16 Kandidatenlijsten en geldig stemmen
Verkiezing van 8 vertegenwoordigers voor de leerlingenraad
Breng een geldige stem uit. Wat mag, wat mag niet?
Geldig stemmen kan door te stemmen binnen één lijst. Daarbinnen mag een lijststem, één
of meerdere voorkeurstemmen of lijststem + voorkeurstem(men). Op verschillende lijsten
stemmen is een ongeldig stem.
Welke lijst(en) is/zijn niet wettelijk
samengesteld? Waarom niet?
Lijst 1 ‘De CultuurSchool’ is niet wettelijk samengesteld omdat er slechts twee
vrouwen op 7 kandidaten op staan. In dit
voorbeeld moeten het minstens 3 vrouwen op 7 kandidaten zijn.
Lijst 3 ‘Leerlingen aan zet’ is niet wettelijk
samengesteld omdat de eerste drie kandidaten mannen zijn. Hoewel er dus de
helft vrouwen op de lijst staan (4 op 8) is
de lijst toch niet wettelijk samengesteld.
De eerste twee kandidaten moeten van
verschillend geslacht zijn.
Wat gebeurt er met blanco en
ongeldige stemmen?
Blanco en ongeldige stemmen tellen
niet mee voor de verdeling van de zetels.
1
De CultuurSchool
1
Kowlier Flip
2
Eggers Sien
3
Helsen Wim
4
Brusselmans Herman
5
Simoni Matteo
6
De Graeve Koen
7
Baetens Veerle
Opvolgers
38
In Detail
1
Druyts Natalia
2
Schoenaerts Matthias
3
De Roovere Eva
4
Van den Eynde Lucas
2
Sport & Spel Troef
3
Leerlingen aan Zet
1
Flipkens Kirsten
1
Van Riet Bartel
2
Nys Sven
2
Huysentruyt Piet
3
Van Acker Roos
3
Meus Jeroen
4
Defour Steven
4
Schoeters Siska
5
Liekens Goedele
5
Appermont Luc
6
Waes Tom
6
De Kock Véronique
7
Bolshakova Svetlana
7
Thielemans Joy Anna
8
Kompany Vincent
8
Lemmens An
Opvolgers
Opvolgers
1
Hanssen Evi
1
Dexters Tanja
2
Lenaerts Tom
2
Pfaff Jean-Marie
3
Ouédraogo Elodie
3
Gooris-Pfaff Kelly
4
Wauters Koen
4
Daeleman Eva
5
Feryn Lize
5
Rogiers Kurt
Verkiezingen 2014
39
Oefening 17 Onze begroting: kiezen of delen?
Timing:
25 minuten per bevoegdheidsniveau
Werkvormen:
●● groepswerk (2 à 5 leerlingen)
●● klasgesprek
Lesmateriaal:
●● voor de leerlingen: 20 fiches
per beleidsniveau (school, gemeente, Vlaanderen, België en Europa), 1 fiche voor elk van
de 4 bevoegdheden. Op elke fiche staan telkens 2 keuzemogelijkheden;
●● voor de leerkracht: 40 stroken om aan het bord te hangen (als bijlage)
op elke strook staat een keuzemogelijkheid;
●● een doos magneten.
Doelstelling:
In deze opdracht maken de leerlingen kennis met verschillende beleidsniveaus (school,
gemeente, Vlaanderen, België en Europa) en de bevoegdheden waarvoor ieder niveau
verantwoordelijk is. Per beleidsniveau krijgen ze de opdracht een keuze te maken tussen
een aantal maatregelen en een begroting op te stellen: waar willen we werk van maken?
En past dat dan binnen ons beschikbare budget?
De opbouw van de opdracht maakt het mogelijk in een eerste stap keuzes te maken en
een begroting op te stellen op een niveau dichtbij de leefwereld van jongeren (de school)
om vervolgens stapje per stapje naar een niveau hoger te gaan (gemeente, Vlaanderen,
België en Europa).
Spelverloop:
1 De spelbegeleider legt het doel van het spel uit aan de jongeren. De bedoeling van het
spel is om de spelers een begroting op te laten stellen op een beleidsniveau (school,
gemeente, Vlaanderen, België of Europa). Om praktische redenen werd het aantal
bevoegdheden per niveau beperkt tot 4. Per bevoegdheid moet telkens een keuze
gemaakt worden tussen twee mogelijke maatregelen (bijvoorbeeld bij het niveau
‘Gemeente’, bevoegdheid ‘Sport’: een nieuw subtropisch zwembad of gratis zwemmen voor iedereen). Belangrijk om te weten is dat voor de vier bevoegdheden samen
(en dus per beleidsniveau) er een budget beschikbaar is van maximaal 8 geldzakjes.
2 Iedere speler (of ieder duo/trio) krijgt een fiche met 1 bevoegdheid en kiest voor een
van beide opties. Er is telkens een goedkopere en een duurdere maatregel. Tijdens
deze fase zijn de spelers nog niet op de hoogte van de andere maatregelen en hoeveel die elk kosten.
3
Start van de begrotingsbesprekingen in grote groep:
a. Iedere speler (ieder duo/trio) zegt welke maatregel zijn voorkeur geniet en wat de
alternatieve maatregel is. De spelbegeleider hangt de gekozen maatregel aan het
bord met daaronder de alternatieve maatregel.
40
In Detail
b. Wanneer iedere groep zijn voorkeur voorgesteld heeft (en dat duidelijk op bord
weergegeven is) wordt bekeken of de gekozen maatregelen binnen het budget
van 8 geldzakjes vallen. Kunnen de voorgestelde keuzes uitgevoerd worden, rekening houdend met het beschikbare budget?
c. Opstarten van een groepsgesprek en –discussie: iedere speler (ieder duo/trio)
beargumenteert zijn keuze, spelers vragen naar elkaars argumenten en indien
nodig kunnen de andere mogelijkheden bekeken worden om keuzes bij te sturen
en aan te passen.
4
Het is de bedoeling om een beslissing te nemen over de vier bevoegdheden samen.
5
Als de begroting binnen het budget van 8 geldzakjes past, moet de begroting nog goed-
Samen mogen de vier gekozen maatregelen niet meer dan 8 geldzakjes kosten.
gekeurd worden door de meerderheid. Stemmen kan gebeuren bij handopsteking.
Stap 1: de school
●● infrastructuur
• zitbanken op de speelplaats – 3 geldzakjes
• inrichting kelder als zitruimte tijdens de middagpauze – 2 geldzakjes
●● ontspanning
• uitleendienst voor sportmateriaal tijdens de middagpauze – 2 geldzakjes
• een maandelijkse filmvoorstelling tijdens de middagpauze – 1 geldzakje
●● eten en drinken
• een drankautomaat op de speelplaats – 3 geldzakjes
• gratis fruit in de eetzaal – 2 geldzakjes
●● vervoer
• een overdekte fietsenstalling – 3 geldzakjes
• een fietshersteldienst op school – 2 geldzakjes
Stap 2: de gemeente
●● sport
• een nieuw subtropisch zwembad – 3 geldzakjes
• gratis zwemmen voor iedereen – 2 geldzakjes
●● jeugd
• meer nachtbussen – 2 geldzakjes
• subsidies voor plaatselijke jeugdhuizen – 1 geldzakje
●● ruimtelijke ordening
• een autovrij centrum – 2 geldzakjes
• een ondergrondse parking in het centrum van de stad – 3 geldzakjes
●● afval
• een sensibiliseringscampagne om het afval beter te sorteren – 2 geldzakjes
• meer betalen voor vuilniszakken – 1 geldzakje
Verkiezingen 2014
41
Stap 3: Vlaanderen
●● cultuur
• meer fuifgelegenheden – 2 geldzakjes
• korting voor jongeren op culturele activiteiten – 1 geldzakje
●● openbare werken en vervoer
• meer wegen – 2 geldzakjes
• goedkoper openbaar vervoer – 3 geldzakjes
●● onderwijs
• Wifi in elk klaslokaal – 2 geldzakjes
• een verplichte leerlingenraad in elke school, met een budget waar de leerlingen
kunnen over beschikken voor activiteiten – 1 geldzakje
●● sport
• meer geld voor topsport - 2 geldzakjes
• subsidies voor amateursportverenigingen – 1 geldzakje
Stap 4: België
●● politie
• meer politie om het verkeer in goede banen te leiden - 2 geldzakjes
• meer politie om de pakkans voor overtreders te vergroten – 2 geldzakjes
●● verkiezingen
• kunnen stemmen vanaf 16 jaar – 2 geldzakjes
• afschaffing van de stemplicht – 1 geldzakje
●● belastingen
• belastingvermindering voor mensen die een abonnement voor het openbaar vervoer hebben – 1 geldzakjes
• iedereen 10% minder belastingen – 3 geldzakjes
●● sociale zekerheid
• een verhoging voor de laagste pensioenen – 3 geldzakjes
• 100 geldzakjes meer leefloon voor de armste mensen– 2 geldzakjes
Stap 5: Europa
●● volksgezondheid
• drie maanden ouderschapsverlof voor alle mannen en vrouwen die mama of papa
geworden zijn - 2 geldzakjes
• een grens op het volume van mp3-spelers - 1 geldzakje
• technologie
●● snellere internetaansluitingen – 3 geldzakjes
●● wifi op alle openbare plaatsen – 2 geldzakjes
• vervoer
●● stimuleren van vrachtvervoer over het water (de kanalen) in plaats van over de weg –
2 geldzakjes
●● stimuleren van elektrische auto’s – 3 geldzakjes
• consumenten
●● goedkopere sms- en beltarieven vanuit het buitenland – 2 geldzakjes
●● duidelijke informatie op etiketten van voedingswaren (herkomst, ingrediënten, calorieën) –
1 geldzakje
42
In Detail
Oefening 18 Inspraak in onze omgeving
Doelstelling:
We gaan in deze oefening dieper in op inspraak en participatie. Hoe kun je met je leerlingen deelnemen aan democratische structuren? Om dat goed te kunnen, moeten leerlingen
weten en inzien hoe besluitvorming tot stand komt. De leerlingen zullen beseffen dat participeren ook betekent dat je de democratische regels moet respecteren. Iedereen heeft
recht van spreken maar ook de plicht om naar de anderen te luisteren. Je kunt de regels
niet zo veranderen dat ze enkel voor jezelf voordelig zijn en anderen onnodig nadeel
berokkenen.
Verloop:
Verdeel de klas in groepjes van vier leerlingen en laat hen een van de onderstaande situaties ‘uit het leven gegrepen’ uitbeelden en bespreken. Het is op dit moment niet belangrijk
dat in die groepen het element inspraak aan bod komt. In de nabespreking let je immers
vooral op de taakverdeling in de groep, of iedereen aan bod is gekomen en op welke
manier er is beslist. De bedoeling van de nabespreking is om samen tot de vaststelling te
komen dat er in elke kring besluiten moeten worden genomen.
Bespreek de verschillende gespeelde oplossingen. Onderzoek wie verantwoordelijk is
voor de beslissing in die kring. Onderzoek ook in hoeverre de kinderen konden (mee)
beslissen. Als er zich in de buurt van de school een onveilige verkeerssituatie voordoet,
kun je dit moment aangrijpen om een brief te schrijven naar het gemeentebestuur. Zo kun
je persoonlijk vaststellen of je in deze situatie inspraak hebt of niet.
Oefening 19 Inspraak op school
In deze oefening trekken we de lijn door naar inspraak van leerlingen op school en in de
klas en brengen de ruime waaier van ideeën, knelpunten en suggesties van kinderen over
de school in kaart.
Nemen we alle partijen die bij een participatieproces betrokken zijn in aanmerking, dan
kunnen zowel leraren, directie, ouders als leerlingen thema’s aanbrengen.
Eerst zoeken we een antwoord op de vraag: “Waarover willen de leerlingen het hebben?”.
Omdat kinderen het recht hebben om thema’s die ze belangrijk vinden naar voren te
brengen. Kinderen hebben ook het recht om hun mening en ervaringen te uiten en uit te
wisselen.
Methodiek 1: tekenen
Via tekeningen kun je informatie verzamelen over de thema’s die leerlingen bezighouden.
Je komt te weten hoe zij tegen een thema aankijken, wat zij er zich bij voorstellen en welke
ideeën zij errond hebben. De tekening hoeft niet mooi te zijn. Alle tekeningen zijn even
waardevol. Het gaat om participatie, dus het tekenproces en de informatie in de tekening
zijn belangrijker dan de technische kwaliteiten van het tekenwerk.
Verkiezingen 2014
43
Vraag de leerlingen een lijn te trekken in het midden van het blad. Bovenaan komt een
tekening die gaat over ‘Wat vind ik leuk… op school/in de klas/op de speelplaats…?’
Onderaan over ‘Wat vind ik niet leuk… op school/in de klas/op de speelplaats…?’ Voor de
leerlingen is wat ze tekenen een houvast voor het gesprek achteraf.
Tip! Als u de oefening 11 ‘Wat kies jij?’ doet, kunt u de plus- en minpunten die de leerlingen in deze oefening naar voren brengen, verwerken in de partijprogramma’s.
U vindt deze methodiek in de werkmap Leerlingenparticipatie “Oprechte deelneming”, die
u kunt aanvragen of downloaden van www.dekrachtvanjestem.be
Methodiek 2: Fotojacht en rondgang
Het doel van deze methodiek is concrete veranderingen die leerlingen voorstellen in kaart
te brengen. Leerlingen fotograferen wat zij als probleem ervaren, hun ideeën en voorstellen voor verandering. Op foto kun je tastbare dingen en gesimuleerde situaties vastleggen.
Foto’s brengen soms onverwachte dingen in kaart. De leerlingen kijken als het ware door
een andere bril naar de school(omgeving).
Maak een rondgang door de school met de hele klas of in kleine groepjes. De leerlingen
nemen zelf foto’s. Bijvoorbeeld van de voor hen meest in het oog springende mankementen. Of ze brengen de voor hen belangrijkste plaatsen van de school in beeld. Daarna
bespreek je samen de foto’s.
U vindt deze methodiek in de werkmap Leerlingenparticipatie “Oprechte deelneming”, die
u kunt aanvragen of downloaden van www.dekrachtvanjestem.be
Methodiek 3: de leerlingenraad
Het is heel moeilijk om met alle leerlingen samen tot een beslissing te komen. Daarvoor is
een leerlingenraad zeer geschikt. De leerlingen kiezen door welke medeleerlingen ze vertegenwoordigd willen worden. Eerst moet u dus de vraag stellen wie zich geroepen voelt
om als vertegenwoordiger te zetelen in de leerlingenraad. Minstens even belangrijk is de
motivatie van de andere leerlingen om die vertegenwoordiger bewust te kiezen.
Ook van de school wordt een inspanning gevraagd een leerlingenraad goed te laten functioneren. De school moet openstaan voor de stem van de leerlingen, zodat hun stem wel
degelijk kracht heeft. Een democratische instelling van de school in het algemeen en
van haar leerkrachten in het bijzonder is onontbeerlijk. Het is belangrijk om inspraak niet
(alleen maar) te simuleren. Geef de leerlingen daadwerkelijk inspraak. Uiteraard bepaalt
elke leerkracht, elke school, op basis van de eigen schoolcultuur, hoever hij of zij daarin
wenst te gaan. Het heeft echter geen zin te doen alsof, participatie te simuleren. Slechts
daadwerkelijke participatie kan resulteren in een democratische reflex.
U vindt deze methodiek in de werkmap Leerlingenparticipatie “Oprechte deelneming”, die
u kunt aanvragen of downloaden van www.dekrachtvanjestem.be
44
In Detail
Bijlagen
De bereikte doelen
Wanneer u in de klas werkt rond het thema verkiezingen, kunnen er heel wat eindtermen
aan bod komen.
Hieronder vindt u een lijst met geselecteerde eindtermen, waaraan u kunt werken naar
aanleiding van de lessen over politiek, democratie en verkiezingen. U vindt de nummering
van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling terug voor elke eindterm.
Eindtermen Basisonderwijs
Wereldoriëntatie
De leerlingen:
●● kunnen met een zelfgekozen voorbeeld het nut en het belang aangeven van een collec-
tieve voorziening waarvoor de overheid zorg draagt; (4.3)
●● kunnen op een eenvoudige manier uitleggen dat verkiezingen een basiselement zijn van
het democratisch functioneren van onze instellingen. (4.14)
ICT
●● De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
Muzische vorming
De leerlingen kunnen:
●● beeldinformatie herkennen, begrijpen, interpreteren en er kritisch tegenover staan; (1.3)
●● ervaringen, gevoelens, ideeën, fantasieën uiten in spel; (3.5)
●● eenvoudige, audiovisuele informatie uit de eigen belevingswereld herkennen, onderzoe-
ken en vergelijken. (5.5)
Nederlands
De leerlingen:
●● kunnen op basis van, hetzij de eigen mening, hetzij informatie uit andere bronnen, de
●●
●●
●●
●●
informatie beoordelen die voorkomt in: een door leeftijdgenoten geformuleerde oproep;
(1.10)
kunnen het gepaste taalregister hanteren als ze: van een behandeld onderwerp of een
beleefd voorval een verbale/non-verbale interpretatie brengen, die begrepen wordt door
leeftijdgenoten; (2.6)
kunnen overzichten, aantekeningen, mededelingen op- en overschrijven; (4.1)
kunnen een oproep, een uitnodiging, een instructie richten aan leeftijdgenoten; (4.2)
ontwikkelen bij het realiseren van de eindtermen voor spreken, luisteren, lezen en schrijven de volgende attitudes: luister-, spreek-, lees- en schrijfbereidheid. (4.8)
Sociale vaardigheden
De leerlingen kunnen:
●● bij groepstaken leiding geven en onder leiding van een medeleerling meewerken; (1.5)
●● kritisch zijn en een eigen mening formuleren; (1.6)
●● samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale achtergrond,
geslacht of etnische origine. (3)
Verkiezingen 2014
45
Buso ontwikkelingsdoelen
Burgerzin
4 Democratische vormen van bestuur
27 De leerling legt op een eenvoudige wijze de basiselementen van het functioneren van ons democratisch bestel uit.
31 De leerling beseft dat elk beleid voor een beslissing rekening moet houden met
ideeën en belangen van diverse betrokkenen, van meerderheids- en ook van
minderheidsgroepen.
32 De leerling heeft noties van het feit dat politieke beslissingen zoals in onderwijs
en jeugdbeleid, hun leven rechtstreeks kunnen beïnvloeden.
34 De leerling is bereid beslissingen die volgens democratische procedures zijn
genomen te aanvaarden.
5 Actief burgerschap en besluitvorming
37 De leerling weegt verschillende belangen op korte en langere termijn af.
38 De leerling is in staat om voorstellen of argumenten genuanceerd te benaderen.
39 De leerling spant zich in om de belangstelling, de standpunten en de argumenten van anderen te respecteren.
Taalvaardigheid
1 Waarnemen en luisteren
Interactie met anderen
25 De leerling toont empathie.
Attitudes
33 De leerling leeft luisterconventies na.
2 Uitdrukken en spreken
Zich mondeling duidelijk uitdrukken
41 De leerling gebruikt woordenschat over maatschappelijke thema’s in een zinvol
verband.
Meningen en gevoelens uiten
54 De leerling gaat een dialoog met anderen aan.
57 De leerling uit zijn meningen en argumenteert gepast.
Attitudes
64 De leerling is bereid constructief aan een gesprek deel te nemen.
67 De leerling is bereid tot overleggen en onderhandelen.
46
In Detail
Sociaal-emotionele educatie
1 Dynamisch-affectieve ontwikkeling
4 De leerling ontwikkelt eigen voorkeuren en interesses en laat zich niet steeds beïnvloeden door die van anderen.
2 Sociale cognitie
Kennis van gevoelens, gedachten, wensen, intenties van zichzelf en de ander en
perspectiefneming
28 De leerling houdt rekening met de gedachten, wensen of gevoelens van een
ander.
Sociale probleemoplossing
31
De leerling zoekt bij een concreet sociaal probleem naar mogelijke oorzaken,
genereert oplossingen, weegt voor- en nadelen af en evalueert de oplossing tijdens en na
de uitvoering.
3 Sociale vaardigheden en competentie
Zorg dragen voor relaties
59
De leerling accepteert verschillen en hecht belang aan respect en zorgzaamheid
binnen een relatie.
Constructief participeren aan werking van sociale groepen
66
De leerling kan in een groepsdiscussie zijn mening handhaven en bijsturen.
67
De leerling zoekt in overleg naar een manier van probleemoplossing.
Secundair onderwijs
Heel wat eindtermen van het secundair onderwijs komen aan bod in de oefeningen en
opdrachten. Het gaat om een aantal vakoverschrijdende eindtermen binnen de contexten
3. Sociorelationele ontwikkeling, 5. Politiek-juridische samenleving, 6. Socio-economische
samenleving, 7. Socioculturele samenleving en een aantal vakoverschrijdende eindtermen Leren leren.
Maar ook vakgebonden eindtermen Aardrijkskunde, Geschiedenis, Nederlands en Project
Algemene Vakken en specifieke eindtermen aso Economie en Humane Wetenschappen
kunnen, afhankelijk van de gekozen oefeningen en opdrachten, aan bod komen.
Voor een lijst met de eindtermen verwijzen we graag naar http://www.ond.vlaanderen.be/
dvo/secundair/specifieke_eindtermen/index.htm.
Verkiezingen 2014
47
Vakoverschrijdende eindtermen Leren leren
1ste graad
2de graad
3de graad
Opvattingen over leren
Opvattingen over leren
Opvattingen over leren
1
De leerlingen werken
ordelijk
1
De leerlingen werken
planmatig.
1
De leerlingen werken
systematisch.
2
De leerlingen weten dat
kennis en vaardigheden
via verschillende leerstrategieën kunnen verworven
worden.
2
De leerlingen
reflecteren over hun leeropvattingen, leermotieven
en leerstrategieën.
2
De leerlingen kiezen hun
leerstrategieën gericht
met het oog op te bereiken doelen.
Informatieverwerving
3
De leerlingen kunnen
gegevens memoriseren
door gebruik te maken van
hulpmiddelen.
4
De leerlingen oriënteren
zich in overzichtelijke
informatie door gebruik
te maken van vormkenmerken zoals titels,
ondertitels, afbeeldingen
en tekstmarkeringen.
5
De leerlingen maken
adequaat gebruik van
inhoudstafel en register.
6
De leerlingen raadplegen
adequaat een documentatiecentrum, bibliotheek en
multimedia.
Informatieverwerving
7
48
In Detail
De leerlingen zoeken bij
het instuderen van een
behandelde leerinhoud de
noodzakelijke voorkennis
opnieuw op in leerboek,
werkboek of notities.
Informatieverwerving
3
De leerlingen kunnen uit
gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch
kiezen en deze raadplegen
met het oog op te bereiken
doelen.
Informatieverwerving
Informatieverwerving
3
De leerlingen kunnen
diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch
kiezen en raadplegen met
het oog op te bereiken
doelen.
Informatieverwerving
8
Bij het leren van samenhangende informatie:
stellen de leerlingen
vragen bij de leerstof en
beantwoorden deze;
brengen in korte,
gestructureerde teksten
tekstmarkeringen aan;
vervolledigen een
schema aan de hand
van geboden informatie;
leggen verbanden tussen elementen van de
leerstof.
4
De leerlingen kunnen zinvol inoefenen en herhalen.
4
De leerlingen kunnen
verwerkte informatie
vakoverstijgend en in
verschillende situaties
functioneel toepassen.
9
5
De leerlingen kunnen
samenhangende informatie begrijpen en analyseren
door de betekenis van
woorden, begrippen en
zinnen, waar mogelijk, uit
de context af te leiden of
op te zoeken
De leerlingen kunnen
gegeven informatie onder
begeleiding kritisch analyseren en samenvatten.
5
De leerlingen kunnen
informatie samenvatten.
Problemen oplossen
Problemen oplossen
10 Bij het oplossen van een
probleem:
herformuleren de leerlingen het probleem;
bedenken zij onder
begeleiding een oplossingsweg en lichten die
toe;
passen zij de gevonden
oplossingsweg toe.
6
De leerlingen herkennen
strategieën om problemen
op te lossen en evalueren
ze.
Problemen oplossen
6
De leerlingen kunnen op
basis van hypothesen en
verwachtingen mogelijke oplossingswijzen
realistisch inschatten en
uitvoeren.
7
De leerlingen evalueren
de gekozen oplossingswijze en de oplossing en
gaan eventueel op zoek
naar een alternatief.
Verkiezingen 2014
49
50
In Detail
Regulering van het
leerproces
Regulering van het leerproces
Regulering van het leerproces
11
De leerlingen selecteren
en ordenen het nodige
materiaal en plannen
onder begeleiding hun
werktijd.
7
De leerlingen kunnen een
realistische werkplanning
op korte termijn maken.
8
De leerlingen kunnen een
realistische werkplanning
op langere termijn maken.
12
De leerlingen kunnen
werken met een antwoordblad en correctiesleutel
en houden rekening met
lesdoelstellingen of aanwijzingen van de leraar.
8
De leerlingen kunnen
onder begeleiding hun
leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid
en zonodig aanpassen.
9
De leerlingen sturen hun
leerproces, beoordelen
het op doelgerichtheid en
passen het zonodig aan.
13
De leerlingen vergelijken
de eigen werkwijze met
die van anderen en geven
vervolgens aan waarom
iets fout gegaan is en hoe
fouten vermeden kunnen
worden.
9
De leerlingen trekken
conclusies uit eigen
leerervaringen en die van
anderen.
10
De leerlingen kunnen
feedback geven en
ontvangen over hun
leerervaringen.
10
De leerlingen beseffen dat
er verschillende oorzaken zijn voor slagen en
mislukken.
11
De leerlingen kunnen het
eigen aandeel in slagen
en mislukken inschatten.
11
De leerlingen beseffen dat
interesses en waarden het
leerproces beïnvloeden.
12
De leerlingen erkennen de invloed van hun
interesses en waarden op
hun motivatie.
Vakoverschrijdende eindtermen I Stam en contexten
Gemeenschappelijke stam
De leerlingen:
communicatief vermogen
1.brengen belangrijke elementen van
communicatief handelen in praktijk;
kritisch denken
11.
kunnen gegevens, handelwijzen en
redeneringen ter discussie stellen aan
de hand van relevante criteria;
12.zijn bekwaam om alternatieven af
te wegen en een bewuste keuze te
maken;
13.kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken;
mediawijsheid
14.gaan alert om met media;
15.participeren doordacht via de media
aan de publieke ruimte;
open en constructieve houding
16.houden rekening met ontwikkelingen
bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld;
17.toetsen de eigen mening over maatschappelijke
gebeurtenissen
en
trends aan verschillende standpunten;
Contexten
3.Sociorelationele
ontwikkeling
5.Politiek-juridische
samenleving
6.Socio-economische
samenleving
7.Socioculturele
samenleving
respect
18.gedragen zich respectvol;
samenwerken
19.dragen actief bij tot het realiseren van
gemeenschappelijke doelen;
verantwoordelijkheid
20.nemen verantwoordelijkheid op voor
het eigen handelen, in relaties met
anderen en in de samenleving;
Verkiezingen 2014
51
zelfredzaamheid
23.doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen;
24.maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën
of meningen kenbaar te maken.
Context 3
Sociorelationele
ontwikkeling
Stam
Communicatief vermogen
Kritisch denken
Mediawijsheid
Open en constructieve houding
Respect
Samenwerken
Verantwoordelijkheid
Zelfredzaamheid
Leren leren
52
In Detail
De leerlingen:
2.erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van
gelijkwaardigheid,
afspraken
en
regels in relaties;
6.doorprikken vooroordelen, stereotypering, ongepaste beïnvloeding en
machtsmisbruik;
9.zoeken naar constructieve oplossingen voor conflicten.
Context 5
Politiek-juridische
samenleving
Stam
Communicatief vermogen
Kritisch denken
Mediawijsheid
Open en constructieve houding
Respect
Samenwerken
Verantwoordelijkheid
Zelfredzaamheid
Leren leren
De leerlingen:
1. geven aan hoe zij kunnen deelnemen
aan besluitvorming in en opbouw van
de samenleving;
2. passen inspraak, participatie en
besluitvorming toe in reële schoolse
situaties;
3. tonen het belang en dynamisch karakter aan van mensen- en kinderrechten;
4.zetten zich actief en opbouwend in
voor de eigen rechten en die van
anderen;
5. tonen aan dat het samenleven in een
democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die
gelden voor burgers, organisaties en
overheid;
6. erkennen de rol van controle en
evenwicht tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in ons
democratisch bestel;
7. illustreren de rol van de media en
organisaties in het functioneren van
ons democratisch bestel;
8. onderscheiden de hoofdzaken van de
federale Belgische staatsstructuur;
9. toetsen het samenleven in ons democratisch bestel aan het samenleven
onder andere regeringsvormen;
10.
illustreren hoe een democratisch
beleid het algemeen belang nastreeft
en rekening houdt met ideeën, standpunten en belangen van verschillende
betrokkenen;
11.kunnen van Europese samenwerking,
van het beleid en de instellingen van
de Europese Unie de betekenis voor
de eigen leefwereld toelichten;
12.tonen het belang aan van internationale organisaties en instellingen;
13.
geven voorbeelden die duidelijk
maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.
Verkiezingen 2014
53
Context 6
Socio-economische
samenleving
Stam
Communicatief vermogen
Kritisch denken
Mediawijsheid
Open en constructieve houding
Respect
Samenwerken
Verantwoordelijkheid
Zelfredzaamheid
Leren leren
De leerlingen:
1.leggen met voorbeelden uit hoe
welvaart wordt gecreëerd en hoe
een overheid inkomsten verwerft en
aanwendt;
2. toetsen de eigen opvatting aan de verschillende opvattingen over welzijn en
verdeling van welvaart;
3.zetten zich in voor de verbetering
van het welzijn en de welvaart in de
wereld;
8.geven kenmerken, mogelijke oorzaken en gevolgen van armoede aan.
Context 7
Socioculturele
samenleving
Stam
Communicatief vermogen
Kritisch denken
Mediawijsheid
Open en constructieve houding
Respect
Samenwerken
Verantwoordelijkheid
Zelfredzaamheid
Leren leren
54
In Detail
De leerlingen:
2. gaan constructief om met verschillen
tussen mensen en levensopvattingen;
3.illustreren het belang van sociale
samenhang en solidariteit;
4.trekken lessen uit historische en
actuele voorbeelden van onverdraagzaamheid, racisme en xenofobie;
5. geven voorbeelden van de potentieel
constructieve en destructieve rol van
conflicten.
Bijlage bij oefening 17 Onze begroting: kiezen of delen?
40 stroken voor de leraar om aan het bord te hangen
Zitbanken op de speelplaats
Inrichting kelder als zitruimte
tijdens de middagpauze
School
School
Een uitleendienst voor
sportmateriaal tijdens de
middagpauze
Een maandelijkse
filmvoorstelling tijden
de middagpauze
School
School
Verkiezingen 2014
55
56
In Detail
Een drankautomaat
op de speelplaats
Gratis fruit in de eetzaal
School
School
Een overdekte fietsenstalling
Een fietshersteldienst
op school
School
School
Een nieuw subtropisch
zwembad
Gratis zwemmen voor
iedereen
Gemeente
Gemeente
Verkiezingen 2014
57
58
In Detail
Meer nachtbussen
Subsidies voorplaatselijke
jeugdhuizen
Gemeente
Gemeente
Een autovrij centrum
Een ondergrondse parking in
het centrum van de stad
Gemeente
Gemeente
Een sensibiliseringscampagne
om het afval beter te sorteren
Meer betalen voor
vuilniszakken
Gemeente
Gemeente
Verkiezingen 2014
59
60
In Detail
Meer fuifgelegenheden
Vlaanderen
Meer wegen
Vlaanderen
Wifi in elk leslokaal
Vlaanderen
Korting voor jongeren op
culturele activiteiten
Vlaanderen
Goedkoper openbaar vervoer
Vlaanderen
Een verplichte leerlingenraad
in elke school, met budget voor
activiteiten
Vlaanderen
Verkiezingen 2014
61
62
In Detail
Meer geld voor topsport
Vlaanderen
Meer politie om het verkeer in
goede banen te leiden
België
Kunnen stemmen vanaf 16 jaar
België
Subsidies voor
amateursportverenigingen
Vlaanderen
Meer politie om de pakkans
voor overtreders te vergroten
België
Afschaffing van de stemplicht
België
Verkiezingen 2014
63
64
In Detail
Belastingvermindering voor
mensen met een abonnement
voor het openbaar vervoer
België
Een verhoging van de laagste
pensioenen
België
Drie maanden ouderschapsverlof voor mannen en vrouwen
Europa
Iedereen 10% minder
belastingen
België
100 € meer leefloon
België
Een grens op het geluidsvolume van mp3-spelers
Europa
Verkiezingen 2014
65
66
In Detail
Snellere internetaansluitingen
Europa
Stimuleren van vrachtvervoer
over het water
Europa
Goedkopere sms- en
beltarieven van en naar het
buitenland
Europa
Wifi op alle openbare plaatsen
Europa
Stimuleren van
elektrische auto’s
Europa
Duidelijke informatie op
etiketten van voedingswaren
Europa
Verkiezingen 2014
67
De Kracht van je Stem
Vlaams Parlement
Leuvenseweg 86 • 1000 Brussel • tel 02 552 45 34 • [email protected] • www.dekrachtvanjestem.be