Bijlage 1 Begroting 2015

Begroting
2015
Colofon
Uitgave
Gemeente Eindhoven
CTRL - Control
Datum
September 2014
Inhoudsopgave
Introductie5
Samenstelling bestuur
6
1 Algemeen 1.1 Bestuurlijke hoofdlijn
1.2 Financiële hoofdlijn
8
9
12
2 Paragrafen20
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5 2.6
2.7 Bedrijfsvoering
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Verbonden partijen
Onderhoud kapitaalgoederen
Grondbeleid
Lokale heffingen
Financiering
21
26
28
36
44
49
54
3 Raadsprogramma’s60
RP1 Sociale basis
RP2 Sociale ondersteuning
RP3 Economie, Cultuur en Sport
RP4 Openbare ruimte
RP5 Ruimtelijke inrichting
RP6 Bestuur, dienstverlening en veiligheid
61
68
76
88
98
109
Inhoudsopgave - 3
4 - introductie
Introductie
Voor u ligt de Begroting 2015, de eerste begroting van onze nieuwe coalitie.
We bouwen in deze begroting voort op het fundament dat we in de Kadernota
2015 - 2018 hebben gelegd: grenzeloos ambitieus, een duurzame banenmotor,
een zorgzame stad en onze financiën verantwoord en reëel. Daarnaast blijven
we investeren in de stad.
De begroting is een hoeksteen in het gemeentelijk bestuur en de gemeentelijke
organisatie. Het stelt de gemeenteraad en het college in staat om richting te geven
aan de inzet van onze middelen en de organisatie om dit te beheersen. In deze
begroting hanteren we daarvoor een nieuwe indeling in raadsprogramma’s die
beter aansluit bij onze veranderende omgeving.
In deze begroting zijn nu voor het eerst ook de budgetten voor de integratieuitkering sociaal domein opgenomen. Voor de middelen behorend bij de nieuwe
taken in de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en het gebundelde participatiebudget zal geen (landelijke) bestedingsvoorwaarde gelden. Het
Rijk en de VNG hebben wel een gemeenschappelijk belang bevestigd om de gelden
voor het sociaal domein in te zetten. Ook in ons coalitieakkoord is dit voornemen
opgenomen. In de aanloop naar 2015 zijn deze nieuwe taken zorgvuldig voorbereid.
Onze WIJeindhoven-filosofie speelt hierin een centrale rol. Met de opgebouwde reserve sociaal domein maken we een zachte landing van de decentralisaties mogelijk.
Nieuwe taken brengen ook nieuwe onzekerheden met zich mee. Met het oog op de
toenemende behoefte aan sturing en beheersing van de begroting passen we onze
systematiek aan op het gebied van personeelskosten, doorbelasting van overhead,
interne rente en het grondbedrijf. We herijken de financiële normen en scherpen de
monitoring en sturing van lopende taakstellingen verder aan.
De begroting die wij u aanbieden is structureel sluitend. Het weerstandsvermogen
is toereikend. Kortom, een verantwoorde en reële basis om verder te gaan.
introductie - 5
Samenstelling bestuur
Het college van burgemeester en wethouders is als volgt samengesteld en kent de volgende
portefeuilleverdeling:
De heer R. van Gijzel
Burgemeester
Integrale veiligheid, representatie, internationale acquisitie,
externe betrekkingen, bestuursondersteuning, mondiale
bewustwording
De heer ir. G.C.F.M. Depla (PvdA)
Wethouder van Economie, Werk en inkomen en
Beroepsonderwijs
Economie, werk en inkomen (incl. decentralisatie partici­
patiewet), beroepsonderwijs, inkoop en aanbesteding,
regionale samenwerking, Spoorzone
Mevrouw drs. M.-A. Schreurs (D66)
Wethouder van Innovatie en design, Cultuur en Duurzaamheid
Innovatie/design, cultuur, monumenten en archeologie,
duurzaamheid, milieu en groen, water, licht, roadmap Educatie,
bedrijfsvoering/P&O, NRE-terrein/Mariënhage
Mevrouw ing. J.A. Visscher (SP)
Wethouder van Jeugd, Onderwijs en Verkeer en vervoer
Jeugd (incl. decentralisatie Jeugdzorg), onderwijs, passend
onderwijs, onderwijshuisvesting, VVE en Spilontwikkeling,
verkeer, vervoer en mobiliteit
De heer Y. Torunoglu (PvdA)
Wethouder van Wonen, Wijken, Ruimte en Burgerparticipatie
Wonen en wijken, burgerparticipatie, onderhoud openbare
ruimte, grond en vastgoed, handhaving, dienstverlening,
Meerhoven en VDMA-terrein
6 - samenstelling bestuur
De heer M. van Dorst (D66)
Wethouder van Ruimtelijke ordening en Financiën
Ruimtelijke ordening, financiën (incl. MIP), minder regels,
stedelijke ontwikkeling strategisch, Eindhoven Noordwest
(inclusief Eindhoven Airport)
Mevrouw B.G.M.W. van Kaathoven (SP)
Wethouder van Actieve stad, Diversiteit en Vergunningen
Sport, studentenstad, citymarketing, evenementen en
toerisme, binnenstad, detailhandel, markten, Stratumseind 2.0,
vergunningen, diversiteit, communicatie
Mevrouw drs. H.T.M. Scholten (Groen Links)
Wethouder van Zorg en WIJeindhoven
WIJeindhoven, zorg en welzijn (incl. decentralisatie AWBZ),
armoedebeleid, dierenwelzijn, ombudsfunctie, bezwaar
en beroep
Mevrouw drs. P.M. Pistor
Gemeentesecretaris/Algemeen directeur
samenstelling bestuur - 7
1.
Algemeen
8 - 1. Algemeen
1.1Bestuurlijke hoofdlijn
Hier staan wij voor
Eindhoven is een stad met veel potentie. De regio Eindhoven staat bekend om de kracht van de
toptechnologische industrie, het unieke samenwerkingsmodel, creativiteit en innovatievermogen. We
staan nationaal en internationaal goed op de kaart. Er gebeuren interessante en spannende dingen in
onze stad en dat wordt steeds breder gezien, erkend en gewaardeerd.
Tegelijkertijd zien wij onzekerheid en teleurstelling bij groepen mensen in de stad. Het niet hebben van
werk en de veranderingen in de zorg zijn voorbeelden die kunnen leiden tot bezorgdheid en onrust bij
mensen en in gezinnen. We maken ons dan ook zorgen om die mensen die dreigen achter te blijven.
Wij staan ervoor dat iedereen mee kan doen. We schreven in het coalitieakkoord dat we geen twee­
deling accepteren in deze stad. Eindhoven is één en ongedeeld. Iedereen doet mee in onze samen­
leving! Natuurlijk in de eigen snelheid en door zijn verantwoordelijkheid te nemen en een bijdrage te
leveren. Ook wij hebben een verantwoordelijkheid in het realiseren van deze inclusieve Eindhovense
samenleving.
Wij nemen hierin een dienende rol en willen dingen mogelijk maken, zonder het publieke belang uit het
oog te verliezen. Soms verbinden we, soms laten we los, geven we ruimte en schaffen we regels af en
soms pakken we een actieve daadkrachtige rol. In het coalitieakkoord schreven we al dat we ons in
het bijzonder verantwoordelijk voelen voor de zorg voor iedere Eindhovenaar, injecties in de banenmotor en verdraagzaamheid. Een gezonde economie met voldoende banen is nodig voor welvaart en
welzijn. Onderwijs - en daarmee talentontwikkeling - zien wij als de schakel van zorg naar werk.
Inclusieve smart city
Technologie, design en kennis zijn de externe dragers van onze stad. Innovatie zit in onze genen.
Onze triple helix-samenwerking koppelt economische ontwikkeling aan de grote maatschappelijke
vragen en ontwikkelt zich door tot een samenwerking waarin de eindgebruiker – naast andere
stakeholders – meer en meer als volwaardig partij deelneemt. We kunnen en willen de oplossingen
voor vraagstukken op het gebied van bijvoorbeeld vergrijzing, energie en schaarse grondstoffen niet
alleen bedenken, maar ook maken en gebruiken. De stad Eindhoven stelt zichzelf beschikbaar als
levend laboratorium en de Eindhovenaar moet daar als eerste van profiteren. Het zijn van een
‘smart city’ is daarom één van onze grenzeloze ambities.
Echter, voor ons is ‘smart city’ meer dan alleen optimaal gebruik maken van de kracht van technologie
en ICT. Het gebruik van technologie is namelijk niet waarde- en keuzevrij. Ook hierin moeten we
telkens opnieuw bedenken: voor wie doen we het, heeft het waarde, wat levert het op, draagt het
bij aan onze inclusieve en ongedeelde samenleving? Het zijn van een ‘smart city’ is meer dan alleen
het verhogen van efficiency. In Eindhoven willen we een intelligente en inclusieve gemeenschap zijn;
op het fundament van een efficiënte ‘smart city’ bouwen we een samenleving waar iedereen mee
kan doen en tot zijn recht kan komen. Het doel ligt voor ons dus hoger dan sec de vernieuwing en
technologische vooruitgang en het kan en moet daarom niet alleen door de gemeente nagestreefd
worden. Inclusiviteit betekent bijvoorbeeld ook dat woningcorporaties aan de lat staan om te zorgen
dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen, dat scholen met de invoering van Passend Onderwijs
de opdracht hebben om leerlingen met een beperking optimaal te laten participeren en we verwachten
van ondernemers en hun medewerkers dat ze mensen met een beperking een plek op de werkvloer
gunnen. Kortom: typisch Eindhovense dragers als technologie en ICT laten wij bijdragen aan een
inclusieve samenleving waarin iedereen op een gelijkwaardige manier aan deel kan nemen ongeacht
culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen.
1. Algemeen - 9
Onrust in de wereld
Eindhoven is geen eiland in de wereld. We leven in onrustige tijden en we sluiten onze ogen niet
voor de huidige ontwikkelingen in de wereld. Sinds eind 2010 is er veel veranderd. Onrust in
Noord-Afrikaanse landen en landen in het Midden-Oosten onder andere in Egypte, Syrië, Libië
en Tunesië, hebben geleid tot felle protesten en het omverwerpen van vaak dictatoriaal geleide
regeringen. Het optimisme van de Arabische Lente heeft echter inmiddels plaatsgemaakt voor zorgen
over de blijvende onrust in dit gebied. De burgeroorlog in Syrië in combinatie met de instabiliteit van
het regime in Irak is de broedplaats geworden waar de extremistische organisatie IS zeer gewelddadig
een radicaal islamitische staat wil vestigen. Deze zomer is de onrust in de wereld verder toegenomen.
Het oplaaiend conflict tussen Israël en de Palestijnen in de Gazastrook leidde ook tot onrust en
demonstraties hier, zoals in de Schilderswijk. Sommigen voorspellen dat de onrust in de Arabische
wereld nog lang zal voortduren. Ook in de Oekraïne is de situatie geëscaleerd; een conflict dat met
het neerhalen van de MH17 nog dichterbij is gekomen. De verharding in de relatie tussen Europa en
Rusland met allerlei sancties over en weer zorgt voor druk op de financiële markten en voor onrust
zowel op politiek als economisch en sociaal gebied.
Religieuze spanningen en radicalisering vormen in veel van deze landen onderdeel van het conflict.
Deze ontwikkelingen kunnen meer impact hebben op onze stad dan we in eerste instantie denken.
De economische groei in de eurozone mag dan weer aantrekken - waardoor de Nederlandse economie
ook weer in de plus komt en we voorzichtig al spreken over betere tijden -, de internationale ontwikkelingen noodzaken echter tot behoedzaamheid. We sluiten niet uit dat de ontwikkeling in de wereld ook
effect heeft en tot concrete problemen kan leiden in onze stad. Steden vormen netwerken van cultuur,
handel en communicatie. Diversiteit is daarmee een kenmerk van steden, ook in Eindhoven. Wij maken
ons daarom zorgen over de onrust in de wereld en de effecten daarvan op de Eindhovense samenleving. We investeren in ontmoeting en zijn scherp op signalen uit de wijken. De basis voor een ongedeelde samenleving is het ‘elkaar kennen’. Als er signalen komen dat er spanningen zijn in onze stad,
dat anderen mogelijk onze ‘samenleven’ dreigen te kapen in wijken, scholen of geloofsgemeenschappen, gaan we het gesprek aan met alle betrokkenen. Of het nu gaat om jeugdoverlast in de
wijken of om mensen of groepen die zich uitgesloten voelen. We laten het gesprek tussen groepen
tot stand komen. En we nemen zelf actief deel aan dit gesprek omdat wij het als onze opdracht voelen
dat onze stad één stad blijft.
Ook zoeken wij actief naar mensen en initiatieven in de stad die zorgen voor samenhorigheid.
Niet om het over te nemen of om er een blauwdruk van te maken, maar om hen daar waar nodig te
ondersteunen en om hen een podium te geven, zodat zij anderen kunnen inspireren: een etalage
om te laten zien wat voor mooie dingen er al gebeuren.
1e etappe van Expeditie Eindhoven: Cocreating the smart city
Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft. Het is daarom aan ons om te anticiperen,
mee te bewegen en nieuwe paden te bewandelen. We gaan als gemeente niet alleen op expeditie.
Samenwerking zit in ons DNA. In ons akkoord hebben we beelden geschetst over het eindpunt. Het is
een kompas dat de manier beschrijft waarop we daar gaan komen. Hoe precies gaan we het komend
jaar ontdekken. We doen dit door ons te verbinden en door samen te werken met partners vanuit
ieders rol en bijdrage. We werken aan commitment op de geschetste opgaven en zoeken naar de
manier waarop we samen met partners de aanpak van onze gezamenlijke opgaven kunnen organiseren
en tot stand brengen.
10 - 1. Algemeen
Milestones
In 2015 willen we stappen zetten, verbinding maken en commitment krijgen op een aantal cruciale
ontwikkelingen:
•een gedeeld begrip over wat we verstaan onder een inclusieve samenleving in de context van
bijvoorbeeld de decentralisaties en de economische en technologische ontwikkelingen;
•het versterken van de sociale basisvoorzieningen, zodat mensen in staat worden gesteld hun
eigen kracht te ontplooien en in te zetten;
•het verder op kracht brengen van de WIJeindhoventeams;
•het efficiënter (minder versnipperd en meer vraaggericht) inregelen van specialistische
voorzieningen, waaronder de nieuwe verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg,
AWBZ/Wmo en de Partcipatiewet;
•het aantrekkelijk houden van de binnenstad ten behoeve van ons vestigingsklimaat;
•meer mogelijkheden om werklozen duurzaam aan het werk te krijgen;
•het duurzaam en innovatief exploiteren en beheren van onze sportvoorzieningen met een
sluitende begroting;
•een nieuw kader voor onze culturele basisstructuur en het opnieuw vormgeven van de
manier waarop we met onze cultuurmiddelen om willen gaan;
•verdere ontwikkeling en toepassing van duurzame mobiliteitsmaatregelen;
•duurzame stedelijke ontwikkelingen mogelijk te maken vanuit cocreatie en meer ruimte
voor particulier initiatief.
Tot slot
In de huidige, sneller bewegende wereld speelt flexibiliteit een steeds groter wordende rol. In het
toekomstbestendig maken van onze stad, hebben wij als overheid een belangrijke rol in het vroegtijdig
herkennen en bespreekbaar maken van kansen, opgaven en mogelijke spanningen. Wij zien geen van
‘buiten naar binnen’ meer. Juist door de binnen- en buitenwereld van elkaar te scheiden, zet je jezelf
buitenspel. Wij willen als volwaardig partner onze rol spelen en onderdeel uitmaken van de
samenleving.
We leven op dit moment in een onrustige wereld en we staan voor flinke opgaven. Een sterke stad en
samenleving is een noodzakelijk voorwaarde om daar goed mee om te kunnen gaan. Daarom zetten
wij komend jaar stevig in op de weerbaarheid van onze gemeenschap. Waarbij wij blijvend inzetten op
onze stad als één ongedeeld geheel. Dat is geen vanzelfsprekendheid. We zijn daarom extra alert op
wie niet mee wil of kan en op groepen die niet aangehaakt zijn. We nemen mensen serieus, gaan met
ze in gesprek en nemen iedereen mee.
1. Algemeen - 11
1.2Financiële hoofdlijn
De Programmabegroting 2015-2018 is gebaseerd op de uitgangspunten, randvoorwaarden
en richtlijnen zoals door de raad vastgelegd op 8 juli 2014 in de Kadernota 2015-2018. In deze
kadernota hebben we zowel inhoudelijk als financieel het coalitieakkoord ‘Expeditie Eindhoven’
gevolgd. Onze uitgangspunten voor de financiële positie zijn: verantwoord en reëel ramen,
wendbaar zijn, anticiperen op risico’s en tegenvallers kunnen opvangen. Structurele lasten
worden met structurele baten gedekt. In deze paragraaf beschrijven we, naast het financieel
beeld uit de kadernota, de nieuwe inzichten uit onder meer de meicirculaire van het gemeentefonds en de tussentijdse rapportage over 2014. We nemen aanvullende maatregelen om er
voor te zorgen dat de begroting sluitend blijft.
Algemeen
Onze begroting is een hoeksteen in het gemeentelijk bestuur en in de gemeentelijke organisatie.
Het stelt het college en de gemeenteraad in staat richting te geven aan de inzet van de gemeente
en stelt het management in staat binnen de geboden ruimte resultaat te boeken en de middelen te
beheersen. In de eerste begroting van deze nieuwe collegeperiode voeren we een aantal belangrijke
verbeteringen door. De oude begrotingssystematiek ten aanzien van personeelskosten, doorbelasting
van overhead en interne rente voldeed niet meer aan de behoefte aan sturing en beheersing van de
begroting in deze tijd. Bij de vaststelling van de personeelsbudgetten gaan we voortaan uit van een
normbedrag per personeelslid naar functieschaal. Voor de kostenverdeling gaat er gewerkt worden
met één vast opslagbedrag voor overhead bovenop ieder personeelsuur in de primaire sectoren van de
gemeente. De interne rente is al enige jaren hoger dan de markrente. Daardoor worden investeringen
zwaarder belast dan te rechtvaardigen is. Daarom stellen we nu de interne rente voor de komende
jaren bij naar 3,75%. Ook scherpen we nu de functie en scope van de Meerjaren Investerings Planning
(MIP) en MKBA-systematiek aan.
Financieel meerjarenbeeld
Startpunt voor deze begroting is het financieel meerjarenbeeld uit de Kadernota 2015-2018. Dit is
zowel in het eerste als in het laatste jaar sluitend. We voldoen daarmee aan de norm. In de tussen­
liggende jaren staat nog een saldo.
X €1 miljoen
2015
2016
2017
2018
Saldo Programmabegroting 2014-2017
-14,3
-20,9
-26,2
-27,0
2,0
2,0
2,0
2,0
Herinrichting begroting (interne rente doorbelasting)
-4,0
-4,0
-4,0
-4,0
Eerdere besluiten (o.a. lokale omroep, e-werkplek)
-1,0
-2,0
-0,9
-0,7
Maatregelen coalitieakkoord ‘Expeditie Eindhoven’
17,3
23,9
30,3
30,3
Saldo Kadernota 2015-2018
0,0
-1,0
1,2
0,6
Gemeentefonds (herfstakkoord)
12 - 1. Algemeen
Voor een compleet begrotingsbeeld zetten we de maatregelen uit ons coalitieakkoord
nog eens op een rij:
X € 1 miljoen
2015
2016
2017
2018
Aanpassing inflatiecorrectie
4,7
8,0
12,0
9,0
Wmo
4,0
4,0
4,0
5,0
Armoede
2,9
2,9
2,9
2,9
Subsidies
1,0
1,0
1,0
1,0
Bijzondere Bijstand Zelfstandigen
0,5
0,5
0,5
0,5
WWB (opbrengst fraudebestrijding)
0,3
0,3
0,3
0,3
Gemeentefonds
0,5
0,8
1,1
1,4
Storting MIP
0,8
0,8
0,8
0,8
OZB
0,5
1,0
1,5
2,5
Dekking overhead
1,5
1,5
1,5
1,5
Uitloopschalen
0,4
0,8
1,2
1,4
Samenwerkingsverbanden
0,2
0,4
1,0
1,5
Cultuur en sport
-
1,0
1,0
1,0
Vastgoed
-
0,4
1,0
1,0
Eindhovense arbeidsvoorwaarden
-
0,5
0,5
0,5
17,3
23,9
30,3
30,3
Maatregelen coalitieakkoord
In deze begroting komen we, op basis van de actuele inzichten, in deze paragraaf met aanvullende
maatregelen. Actuele inzichten zijn er ten aanzien van het gemeentefonds (inclusief integratieuitkering sociaal domein), de kapitaallasten, de personeelslasten, het grondbedrijf en de rente.
Meicirculaire gemeentefonds (inclusief integratie-uitkering sociaal domein)
De meicirculaire is dit jaar bijzonder omdat het Rijk ‘groot onderhoud’ aan alle verdeelsleutels
heeft gedaan. De nieuwe opbouw en verdeling moet beter aansluiten bij de werkelijke uitgaven van
gemeenten. Van sommige verdeelsleutels wijzigt de definitie. Er gaan oude verdeelsleutels af en
nieuwe komen er bij. Dit leidt tot een herverdeling van het gemeentefonds over de gemeenten.
Voor 2015 geldt een overgangsregeling. In de nieuwe raming zien we voor onze gemeente met name
een positief effect ontstaan in de actualisering van de OZB-maatstaven en de bijstandsontvangers.
Ook is sprake van een positieve bijstelling van het accres (de groei). De meicirculaire bevat ook losse
taakmutaties, welke in principe één op één worden doorgezet naar het beleidsveld. De zogenaamde
‘bommenregeling’ voor het ruimen van explosieven in nieuwbouwwijken wordt omgezet in een
declaratieregeling. Ook het buitenonderhoud aan scholen voor speciaal onderwijs en primair onderwijs wordt uit het gemeentefonds gehaald. Dit geld gaat voortaan rechtstreeks naar de scholen zelf.
De Buma-korting (eveneens ten aanzien van onderwijshuisvesting) bedraagt € 3,6 miljoen. Dat is
€ 0,1 miljoen lager dan verwacht. Ook zijn er wijzigingen op het gebied van onder meer de decentralisatie-uitkeringen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. In totaal komt de nieuwe raming
van het gemeentefonds voor 2015 uit op € 216,1 miljoen (= € 0,6 miljoen hoger), oplopend naar
€ 221,9 miljoen in 2018 (= € 6,8 miljoen hoger). Een deel van deze effecten hadden we op basis van
eerdere berichtgeving al ingecalculeerd. Het netto-effect voor de algemene middelen bedraagt
+ € 2,2 miljoen in 2015, oplopend tot + € 4,3 miljoen in 2018.
1. Algemeen - 13
Gemeenten hebben via de meicirculaire nu ook te horen gekregen op hoeveel geld ze volgend jaar voor
de decentralisaties kunnen rekenen. Veel gemeenten, waaronder Eindhoven, krijgen in 2015 minder
geld voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dan waarmee ze tot nu toe
rekening hielden. Voor een deel worden taken die aanvankelijk binnen de Wmo vielen, overgeheveld
naar de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet (persoonlijke verzorging) en vallen daarmee
buiten de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Daar staat tegenover dat het macrobudget voor de
jeugdzorg hoger uitvalt dan aanvankelijk gedacht. De Participatiewet voegt de Wet werk en bijstand,
de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong samen. Het bedrag hiervoor is separaat door het Rijk
bekend gemaakt. Op het nieuwe totaalbedrag voor participatie komen de bestaande budgetten (die in
de nieuwe regeling opgaan) in mindering. Per saldo nemen de inkomsten voor onze gemeente als
gevolg van de veranderingen in het sociaal domein in 2015 toe met € 110 miljoen (netto). Met de
reserve sociaal domein maken we een zachte landing van de decentralisaties mogelijk. Het verwachte
herverdeelmodel op BUIG (Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorziening aan Gemeenten) nemen
we net als vele andere gemeenten nog niet in de financiële begroting mee vanwege de onzekerheid
over het definitieve effect.
Actualisering kapitaallasten
We willen graag voorkomen dat investeringen enorm uitlopen of vertragen. Juist de combinatie van
bezuinigen én investeren geeft een impuls aan onze stad. Ook de investeringsmiddelen zijn echter
schaars. Daarom worden de geplande investeringen jaarlijks opnieuw beoordeeld op hun fasering.
Om uiteenlopende redenen schuiven er investeringen naar achter in de tijd. Hierdoor ontstaan met
name in 2015 en 2016 (tijdelijk) voordelen op de kapitaallasten.
Personeelslasten/nieuwe cao
De VNG en de vakorganisaties hebben 15 juli 2014 een principeakkoord voor een nieuwe cao
gemeenten bereikt. De cao heeft een looptijd van 3 jaar: van 1 januari 2013 tot 1 januari 2016.
Per 1 oktober 2014 ontvangen medewerkers een structurele salarisverhoging van 1%. Per 1 april 2015
wordt het salaris structureel verhoogd met € 50 bruto. De financiële vertaling van de extra
personeels­lasten (in 2015 € 2,2 miljoen) kunnen alleen worden opgevangen als ook de taakstellingen
op de uitloopschalen en Eindhovense arbeidsvoorwaarden worden gerealiseerd. Hierover zal overleg
met de vakbonden plaatsvinden, vertegenwoordigd in onder meer GO. Inzet is om nieuwe personele
taakstellingen daarmee te voorkomen.
De cao bevat ook afspraken over een nieuw beloningshoofdstuk, een individueel keuzebudget voor
medewerkers en een redactionele vereenvoudiging van de CAR-UWO. Harmonisatie, vereenvoudiging
en (beperkte) modernisering vergroot de mobiliteit van medewerkers. Ook hebben we de tijdelijke
uitbreiding van het aantal wethoudersposten meegenomen. Deze incidentele kosten worden gedekt
binnen de reservepositie.
Grondbedrijf
Voor de begroting 2015 is een technische update gemaakt van het MPG. In deze technische update
is de nieuwe interne rekenrente en het nieuwe interne uurtarief op basis van een gemiddeld functieniveau bij projecten doorgerekend. Ook rekenen we minder personeelskosten toe aan de grondexploitaties. De achtervang in het weerstandsvermogen, die in principe voor 3 jaar was geregeld, is zo niet
meer nodig.
AFZ
De gemeente Eindhoven scoort hoog op de delicten auto-inbraken, fietsendiefstal en zakkenrollerij
(kortweg AFZ). Dit tast de objectieve veiligheid en ook het veiligheidsgevoel van onze inwoners aan.
Het ministerie heeft toegezegd tot en met 2017 een bedrag van € 680.000 bij te dragen aan een pilot.
Dit bedrag is niet voldoende voor het intensiveren en structureel inbedden van maatregelen.
Dit vraagt binnen onze begroting voor deze periode jaarlijks € 0,2 miljoen extra.
14 - 1. Algemeen
Rente
Onder de huidige economische omstandigheden zitten onze liquide middelen langer vast in activa
(gronden en gebouwen). Om te kunnen blijven investeren moeten we meer geld lenen. In de Kadernota
2012-2016 is hiervoor een extra budget van € 4 miljoen structureel vrijgemaakt. In de praktijk groeit
de leningenportefeuille echter geleidelijk. Net als in 2014 zal ook in 2015 een deel van het rentebudget
nog niet gebruikt worden. We schatten dit in op € 1,3 miljoen. In de planperiode voorzien we echter
bijna € 500 miljoen aan investeringen. In dat geval is er vanaf 2017 extra rentebudget nodig.
De monitoring op de renteontwikkelingen wordt daarom verscherpt, onder meer door halfjaarlijkse
rapportages aan de accountantscommissie.
Overige mutaties
Het totaal van alle overige actualisaties, ook wel ‘ongewijzigd beleid’ genoemd, vertoont op
totaalniveau een gering effect. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de daadwerkelijke indexering van
budgetten versus de volumes die we hiervoor in de begroting standaard meenemen.
Deze ontwikkelingen leiden tot het volgende financieel meerjarenbeeld:
X €1 miljoen
2015
2016
2017
2018
Saldo Kadernota 2015-2018
0,0
-0,9
1,2
0,6
Meicirculaire gemeentefonds
2,2
4,5
4,3
4,3
Actualisering kapitaallasten
1,5
1,1
-0,5
0,0
Personeelslasten/nieuwe cao
-2,2
-2,3
-2,0
-2,2
Grondbedrijf
-2,8
-2,8
-2,8
-2,8
AFZ
-0,2
-0,2
-0,2
0,0
Rente
1,3
0,0
0,0
0,0
Overige mutaties begroting ongewijzigd beleid
0,2
0,4
0,2
-0,1
Saldo Programmabegroting 2015-2018
0,0
-0,2
0,2
-0,2
Een belangrijk uitgangspunt voor het provinciaal toezicht is een reëel sluitende begroting voor 2015.
Dit houdt in dat de begroting in evenwicht is, waarbij de jaarlijks terugkerende lasten zijn gedekt door
jaarlijks terugkerende baten. Het is uiteraard wel mogelijk om in de begroting in één of twee jaren een
deel van de reserves in te zetten voor de eenmalige uitgaven waarvoor ze zijn bestemd. In de bijlagen
(bijlage 3) is een overzicht opgenomen van incidentele baten en lasten. Dit overzicht kan gebruikt
worden om te zien of we reserves ook deels inzetten op de structurele uitgaven. Dit is niet het geval.
Wanneer we het incidentele saldo verrekenen met het totale saldo van de Programmabegroting,
kunnen we concluderen dat onze structurele lasten worden gedekt door structurele baten:
X € 1 miljoen
2015
2016
2017
2018
0,0
-0,2
0,2
-0,2
Saldo incidentele baten en lasten
1,7
0,4
0,5
0,5
Structureel saldo
1,7
0,2
0,7
0,3
Saldo Programmabegroting 2015-2018
1. Algemeen - 15
Begrotingsbeeld 2015
Ook de opzet van de begroting hebben we aangepakt. We hanteren een nieuwe indeling van de
begroting in raadsprogramma’s en collegeproducten, die beter in balans is en aansluit op de sociale
en ruimtelijke veranderingen in onze omgeving. Bij de opzet staan de raadsprogramma’s centraal.
De collegeproducten worden compact uitgewerkt als technische bijlage, met budgetten en doelen
(SMART) op één A4 per product. Rode draad in de indeling is de integrale samenhang die de gemeente
in haar handelen wil bieden voor de mensen èn de stad. Het is in eerste instantie aan mensen om
zelf en met elkaar hun leven in te richten. De gemeente is er om dit te ondersteunen met een goede
inrichting en voorzieningen in de stad. Te zorgen dat de basis op orde is en waar nodig iets extra’s
wordt georganiseerd.
De baten en lasten verdeeld naar raadsprogramma’s
Het is de bedoeling van de gemeente Eindhoven om alle inkomsten (€ 870 miljoen) in te zetten voor de
stad en haar burgers, instellingen en bedrijven. Zo zet de gemeente € 81 miljoen in voor de sociale
basis. Op de eerste en tweedelijns hulp zetten we € 348 miljoen in. Hiermee verzorgen we onder meer
hulp bij het huishouden, helpen we mensen weer aan het werk en verstrekken we uitkeringen. Voor het
ontwikkelen en beheren van de openbare ruimte is in 2015 € 228 miljoen beschikbaar. De rest van de
middelen besteedt de gemeente Eindhoven aan economie, cultuur en sport (€ 94 miljoen) en bestuur,
dienstverlening en veiligheid (€ 103 miljoen). Tenslotte storten we € 16 miljoen in onze reserves om
onder meer te sparen voor nieuwe projecten.
(- = voordeel)
bedragen x € 1.000
1 Sociale basis
Lasten
Baten
Saldo
begroting begroting begroting begroting begroting begroting
20141
2015
2014
2015
2014
2015
80.089
80.597
15.698
15.857
64.391
64.740
258.262
347.941
162.744
116.223
95.518
231.718
83.823
94.135
25.632
26.982
58.191
67.153
4 Openbare ruimte
103.445
131.879
59.181
77.706
44.264
54.173
5 Ruimtelijke inrichting
131.469
96.505
104.422
87.609
27.047
8.896
Bestuur, dienstverlening en
veiligheid
72.325
103.036
332.832
496.629
260.507-
393.593-
Mutatie reserves
32.718
15.983
61.972
49.096
29.254-
33.113-
762.131
870.076
762.481
870.102
350 V
26 V
2 Sociale ondersteuning
3 Economie, cultuur en sport
6
Totaal
De baten en lasten verdeeld naar categorieën
Ruim de helft van de baten ontvangt de gemeente van het Rijk. Voor een deel zijn de middelen van
het Rijk vrij besteedbaar. Dit deel heet de algemene uitkering en bedraagt in 2015 € 235 miljoen.
Nieuw is de integratie-uitkering sociaal domein (€ 157 miljoen) met daarin de middelen voor de
decentralisaties. Daarnaast ontvangt de gemeente Eindhoven € 116 miljoen van het Rijk voor
specifieke doeleinden, zoals de bijstand. Van burgers en bedrijven ontvangt de gemeente
€ 112 miljoen in de vorm van Onroerende Zaak Belasting, afvalstoffenheffing, rioolrechten en
leges bouwvergunningen. We onttrekken € 49 miljoen aan onze reserves voor eerder vastgestelde
projecten.
1
De vergelijkende cijfers voor 2014 zijn indicatief in verband met de nieuwe indeling van de begroting.
16 - 1. Algemeen
Baten
Omschrijving
(Bedragen x € 1.000)
Uitkeringen gemeentefonds
Primair
2014
Herzien
2014
Percentage
Primair
2015
Primair
2014
Herzien
2014
Primair
2015
253.995
251.957
392.086
33
32
45
Overige rijksbijdragen
181.168
183.507
115.877
24
23
13
Belastingen en heffingen
113.242
111.826
111.908
15
14
13
Grondbedrijf
66.686
70.933
73.638
9
9
8
Overig
85.418
79.796
127.497
11
10
15
Onttrekkingen aan reserves
61.972
90.870
49.096
8
12
6
762.481
788.889
870.102
100
100
100
Totaal
De personeelskosten (vast en inhuur) nemen af. Ook de kapitaallasten dalen als gevolg van het
bijstellen van de interne rente. De kapitaallasten bedragen 7% van de totale begroting. Onder de
categorie ‘overig’ vallen onder andere doorbelaste of intern verrekende kosten en opbrengsten,
goederen en diensten en werken van/voor derden en stelposten. De toename in 2015 zit vooral in de
middelen van de integratie-uitkering sociaal domein. Naarmate de aanbestedingen concreter worden
kan invulling van deze middelen plaatsvinden richting andere kostencategorieën (zoals subsidies
en overdrachten).
Lasten
Omschrijving
(Bedragen x € 1.000)
Personeelslasten
Kapitaallasten
Subsidies en overdrachten
Grondbedrijf
Overig
Storting in reserves
Totaal
Primair
2014
Herzien
2014
Percentage
Primair
2015
Primair
2014
Herzien
2014
Primair
2015
150.094
151.778
140.367
20
19
16
74.120
73.532
58.368
10
10
7
274.125
279.905
281.208
36
35
32
71.723
76.919
74.332
9
10
9
159.351
167.990
299.818
21
21
34
32.718
36.554
15.983
4
5
2
762.131
788.678
870.076
100
100
100
1. Algemeen - 17
Balansbeeld
In de ontwikkeling van het balansbeeld kijken we met name naar de verwachtingen ten aanzien van de
bezittingen (vaste activa), de reserves en de netto schuldpositie. De omvang van ons bezit is, na de
forse toename van enkele jaren geleden, nu redelijk stabiel. Investeringen in economisch nut (zoals
scholen) worden op de balans bij ons bezit opgeteld. In tegenstelling tot veel andere gemeenten zijn
onze investeringen in maatschappelijk nut (waaronder wegen) niet bij onze bezittingen opgenomen.
Sinds 2010 geldt dit ook voor de investeringen in riolen. De waarde van ons bezit ligt desondanks ruim
boven de schulden. Door de geplande inzet van reserves voor investeringen in maatschappelijk nut zal
de totale reservepositie per saldo dalen. De schulden worden zo veel mogelijk beperkt, maar een
stijging zal als gevolg van de geplande investeringen in economisch nut onvermijdbaar zijn.
Sturen met normen
We willen wendbaar zijn om snel te kunnen reageren op veranderingen. We houden onze begroting
op orde, leggen ons vermogen minder langjarig vast en houden een grotere financiële buffer aan.
Sturen met normen maakt financiële ontwikkelingen snel zichtbaar. Hiermee vergroten we onze
sturingsmogelijkheden.
De hoogte van de normen wordt jaarlijks geactualiseerd. In het jaar 2015 kijken we hierbij in het
bijzonder naar de effecten van de decentralisaties. Door de decentralisaties wordt het begrotings­
totaal ruim € 100 miljoen hoger. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm bewegen hierin mee. Dit is
terecht, omdat de geldstromen van de decentralisaties niet precies gelijk over het jaar verdeeld zullen
zijn. Dit patroon zal overigens in 2015 nog moeten blijken. De decentralisaties vragen echter niet of
nauwelijks om extra investeringen in economisch nut. De kapitaallastennorm, die voorheen op 10%
stond, passen we daarom aan. Ook stellen we de kapitaallastennorm neerwaarts bij als gevolg van
de verlaging van de interne rente. De norm voor het weerstandsvermogen trekken we verder op.
1) Flexibiliteit
Voor de flexibiliteit van de begroting sturen we op de kapitaallastennorm. Voor 2015 stellen we deze
vast op maximaal 7% van het begrotingstotaal. Daarnaast lenen we in principe alleen voor investeringen met economisch nut. De kapitaallastennorm slaat terug op alle geactiveerde investeringen en
heeft een tweeledige signaalfunctie. Voor het beoordelen van de gezondheid van een gemeente is het
enerzijds belangrijk om te laten zien dat de ruimte voor kapitaallasten in tact wordt gelaten en dat de
vrijval van kapitaallasten niet wordt benut voor lopende (andere) uitgaven. Daar staat tegenover dat te
veel investeren leidt tot verdere afname van het al beperkte deel van de begroting dat beïnvloedbaar
is. De kapitaallasten over 2015 bedragen € 58,4 miljoen. Dit is 7% van de totale lasten en dit valt
binnen de nieuwe norm. Een overzicht van de ontwikkeling van de kapitaallasten staat eerder in
deze financiële hoofdlijn.
2)Stabiliteit
Voor de stabiliteit sturen we op een structureel sluitende begroting, zowel in het eerste als het
laatste jaar van het vierjarenbeeld. Norm is dat de gemeentelijke begroting reëel sluitend moet zijn.
Dat wil zeggen: structureel in evenwicht, waarbij alle jaarlijks terugkerende lasten worden gedekt
door jaarlijks terugkerende baten. Hiervoor stellen we het overzicht van incidentele baten en lasten
op (zie bijlage 3). Het overzicht laat zien dat we in 2015, conform de norm, de jaarlijks terugkerende
lasten hebben gedekt met jaarlijks terugkerende baten. Een toelichting staat eerder in deze financiële
hoofdlijn.
18 - 1. Algemeen
3)Weerbaarheid
Voor de weerbaarheid sturen we met ingang van 2015 op een minimum weerstandsvermogen van 10%
van het begrotingstotaal. Dit hogen we op met de extra stortingen conform het coalitieakkoord.
Daarnaast volgen we (via de Vereniging Nederlandse Gemeenten) de schuldpositie van alle gemeenten
in het algemeen en van Eindhoven in het bijzonder. Onze financiële weerbaarheid wordt in grote mate
bepaald door onze buffer waarmee we onverwachte tegenvallers kunnen opvangen. Eind 2015 komt de
norm voor het weerstandsvermogen uit op minimaal € 87,0 miljoen. Hiervan is
€ 40,6 miljoen voor algemene risico’s, € 44 miljoen voor de risico’s van de grondexploitaties en
€ 2,4 miljoen voor vastgoed. Beschikbaar is € 87,0 miljoen. De ontwikkeling van het weerstands­
vermogen wordt toegelicht in paragraaf 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Onze schuldontwikkeling loopt in de pas met het landelijk beeld. In het meest recente VNG-overzicht van alle
gemeentelijke schuldratio’s staan we (eind 2012) op een schuldratio van 59% (was 53%) en rangnummer 182 (was 179) van totaal ruim 400 gemeenten.
4) Wettelijke kaders
Voor de wettelijke kaders sturen we op de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (respectievelijk 8,5%
en 20% van het begrotingtotaal). Via de kasgeldlimiet wordt voorkomen dat gemeenten veel kort
lenen en daarmee vatbaar zijn voor renteschommelingen. We maken optimaal gebruik van de lage
rente op korte leningen. Onze kasgeldlimiet zal een groot gedeelte van het jaar onder de norm blijven,
maar zal deze als gevolg van nieuwe investeringen ook deels overschrijden. Binnen de kaders is een
overschrijding van 3 achtereenvolgende kwartalen toegestaan. Naar verwachting zullen we medio
2015 een stukje van de kasgeldleningen omzetten in langlopende leningen om binnen de norm te
blijven. Met de renterisiconorm wordt het risico van rentestijgingen gespreid over de jaren. Ook voor
de renterisiconorm blijven we in 2015 binnen de wettelijke kaders. Een nadere toelichting staat in
paragraaf 2.7 Financiering.
Sturen met normen
September
2013
April 2014
Herijkte
norm
September
2014
Begroting
2014
Rekening
2013
2015
Begroting
2015
Kapitaallastennorm (7% van begroting)
10%
9%
< 60,9
58,4
Saldo exploitatie op structurele posten
4,4
7
>0
1,7
Weerstandsvermogen (10% van begroting)
106
114
> 87,0
87,0
Kasgeldlimiet (8,5% van begroting)
143
85
< 74,0
74,0
48
36
< 174,0
47,0
Bedragen x (€ 1 miljoen)
Renterisiconorm (20% van begroting)
1. Algemeen - 19
2.
paragrafen
20 - 2. paragrafen
2.1Bedrijfsvoering
De wereld verandert in een rap tempo. We hebben elkaar meer nodig dan ooit tevoren.
Niet alleen binnen de gemeente, maar ook partners daarbuiten. De komende jaren gaat het om
ons vermogen samen te kunnen veranderen en ons blijvend te kunnen vernieuwen en verbeteren.
De bedrijfsvoeringsectoren zijn zich zeer bewust van het beroep dat op hen wordt gedaan om
verandering en innovatie mogelijk te maken en te ondersteunen. En zelf ook – in gezamenlijkheid –
een vernieuwingsslag te maken die ingegeven wordt door de veranderende samenleving en de permanent in ontwikkeling zijnde rol van de overheid. De ontwikkelingen die we in de stad zien, zien we ook
terug in onze eigen organisatie en in de wijze waarop we intern en extern met elkaar samenwerken en
kansen zien en nemen. De bedrijfsvoeringsectoren geven gezamenlijk vorm aan een meerjarenplan
bedrijfsvoering. Hierin formuleren we de ambitie en de strategie om de bedrijfsvoering van onze organisatie te innoveren. Om op korte termijn onze partners goed te kunnen ondersteunen en faciliteren in
de veranderingsprocessen die nu plaatsvinden, en om proactief te kunnen anticiperen op de onder­
steuningsbehoefte van de organisatie voor de middellange en lange termijn. Centraal staat dat de
bedrijfsvoeringsectoren samen staan voor een innovatieve, efficiënte, hoogwaardige en duurzame
ondersteuning van de primaire sectoren. De opgaven van de stad zijn de gezamenlijke opgaven van
primaire sectoren en bedrijfsvoeringsectoren. We willen innovatie de ruimte geven, een waardevolle
enabler van verandering en transitie zijn. Nu en in de toekomst. Efficiënt werken, standaardiseren en
digitaliseren waar dat kan. Maatwerk leveren waar dat moet. Experimenteerruimte creëren om
slimme coalities aan te gaan en nog ongebaande wegen te verkennen. In een goed samenspel
tussen politiek, bestuur, partners en gebruikers.
Het meerjarenplan bedrijfsvoering beschrijft wat de organisatie van de bedrijfsvoeringsectoren mag
verwachten ten aanzien van prioritaire ontwikkelthema’s en hoe we middels strategisch programmeren
bedrijfsvoering naar een hoger plan brengen. Het meerjarenplan bedrijfsvoering sluit aan bij de eerder
vastgestelde organisatie- en HRM visie “Weet Wat Werkt” en bij de gerealiseerde bezuiniging en
ingezette kwaliteitsverbetering uit Route 2014. En verder is een aantal conclusies uit het onderzoek
t.b.v. de I-visie voor gemeente Eindhoven al meegenomen.
Vier kernthema’s
Onder het motto “Financiën helder en op orde” is de afgelopen jaren de omslag gemaakt van een
bedrijfsvoering in een context van overvloed naar een bedrijfsvoering in een context van schaarste. We
blijven actief sturen op de in deze context ontwikkelde normen om nog sterker grip te krijgen op de
gemeentelijke bedrijfsvoering.
Daarnaast zijn er vier kernthema’s benoemd, waarlangs de bedrijfsvoering in 2015 verder wordt
doorontwikkeld:
•integraal de bedrijfsvoeringsprocessen sturen;
•kostenbesparing door bedrijfsvoering optimaliseren, onder meer door standaardisatie
en digitalisering;
• doorontwikkeling Businesspartnerschap;
• coalitievorming regionaal, landelijk en met andere gemeenten.
Doorontwikkeling integraal management
We geven verantwoordelijkheid en zeggenschap terug aan de stad. Inwoners hebben de regie over hun
eigen leven en standaardoplossingen voldoen niet langer. Steeds vaker vragen mensen om maatwerk,
we gaan met hen op zoek naar de menselijke maat. Deze ontwikkeling, die we zien in de samenleving,
2. Paragrafen - 21
zien we ook in onze eigen organisatie. Van leidinggevenden en medewerkers verwachten we andere
competenties. Dat zij eigenaarschap tonen, verantwoordelijkheid nemen, met veranderingen kunnen
omgaan en deze zelf initiëren en gericht zijn op steeds blijven verbeteren. Dat zij, minder hiërarchisch
gestuurd, functioneren in netwerken van zeer verschillende samenstelling. Inspelen op maatschappelijke vragen in plaats van het zekeren van belangen. Goed kunnen omgaan met ‘richtruimte’, met het
(mogen) maken van fouten.
Dit vergt vanuit de organisatie ook een aanpassing van leiderschapstijl en versterking van zowel
managers als medewerkers. Integraal management is de basis van waaruit wij resultaatgericht sturen
op de realisatie van de organisatiedoelen en de verdere professionalisering en ontwikkeling van mensen organisatie. Medewerkers en leidinggevenden van verschillende organisatieonderdelen werken
efficiënt en effectief samen in een moderne inspirerende werkomgeving en worden daarbij gefaciliteerd
door moderne ICT hulpmiddelen en selfservicevoorzieningen, waarbij zij voortdurend gebruik kunnen
maken van realtime (management)informatie. Er wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van een
lerende organisatie die blijvend reflecteert op mogelijkheden om slimmer te werken. Dat vraagt om
investeren in Management Development en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Eindhovens
Managementkompas, waarbij leidinggevenden zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen
competentieontwikkeling. ‘Upgrading’ van basisvaardigheden wordt gefaciliteerd. De implementatie
van een nadrukkelijker vorm van resultaatgericht management loopt. De medewerker heeft vanuit een
nadrukkelijker gevoel van eigenaarschap een grote(re) mate van eigen verantwoordelijkheid en vrijheid
ten aanzien van wanneer en op welke manier het resultaat behaald wordt. Het ‘wat en hoe’ wordt
veel meer losgelaten en afspraken worden gemaakt over wat het gewenste resultaat of de gewenste
uitkomst moet zijn. Een en ander vraagt om een verdere uitwerking, waarbij de verschillende jaarcycli
tussen organisatiedoelen, begroting en de HR-cyclus meer op elkaar worden afgestemd. We verbeteren
hiertoe ons competentiemanagement en ons beoordelingssysteem en vernieuwen de HR jaarplan­
cyclus en stemmen die af op de begrotingscyclus (vertaalslag organisatiedoelen en begroting naar
sectorale en afdelingsdoelen en vertaalslag afdelingsdoelen naar individuele jaarplannen).
Daarnaast blijven we investeren in een inspirerend en stimulerend opleidings- en ontwikkelaanbod dat
past bij de lerende organisatie die we willen en moeten zijn. Daarbij richten we ons op de bijbehorende
cultuurontwikkeling: Fouten maken mag in het samenspel tussen politiek, bestuur, partners en
burgers, mits we ervan leren.
De doorontwikkeling van integraal management is ook van invloed op de relatie tussen management
en bedrijfsvoering. Willen managers hun veranderende rol kunnen waarmaken, dan zullen zij goed
ondersteund moeten worden door hoogwaardige professionals op alle bedrijfsvoeringterreinen.
Professionals die over de grenzen van hun eigen bedrijfsvoeringaspect heen kijken, meedenken, buiten
de gebaande paden kunnen adviseren met goede kennis van de business van de betreffende manager.
Van bedrijfsvoering wordt meer en meer verwacht dat er pro actief, innovatief en toekomstgericht,
vanuit een integrale blik geadviseerd wordt op hoog tactisch en strategisch niveau. Adviseurs bedrijfsvoering moeten hoogwaardige businesspartners zijn. Dit businesspartnerschap wordt bedrijfsvoeringbreed versterkt.
Samen naar efficiëntie en innovatie
In de loop van het jaar 2015 zijn de (integrale) processen binnen bedrijfsvoering gerealiseerd. Uitgangspunt hierbij is uniformeren en standaardiseren daar waar mogelijk, maatwerk daar waar nodig. Voor alle
vervolgstappen in de samenwerking met anderen, binnen en buiten de organisatie, is het van belang
dat de basisprocessen bekend zijn en optimaal functioneren. Dat maakt outsourcing, het aangaan van
samenwerkingsverbanden met andere gemeenten of bijvoorbeeld gemeenschappelijk aanbesteden
met partners in de stad gemakkelijker.
Om te komen tot verdere kostenbesparing worden op basis van ontwikkelde businesscase modellen
aanbevelingen gedaan voor slim en kostenbewust samenwerken en het vormen van coalities.
22 - 2. Paragrafen
Dit gebeurt bedrijfsvoeringbreed en samen met het primaire proces. Door middel van samenwerkingsverbanden realiseren we een taakstelling van € 200.000 in 2015 op bedrijfsvoering. Moderne ICT-voor­
zieningen en mogelijkheden om veilig elektronische informatiebronnen te kunnen gebruiken daarbij
van groot belang.
Om meer inzicht te verkrijgen in de financiële mogelijkheden wordt een integrale begroting bedrijfs­
voering gecreëerd, de gevolgen van de aanpassingen van de begroting en de kostentoerekening in
kaart gebracht, regie gevoerd op de diverse projecten rondom de begroting, P&C cyclus en management informatie en aanbevelingen gedaan met betrekking tot bezuinigingsmogelijkheden.
Om beter gezamenlijk prioriteiten te kunnen stellen en beter te kunnen sturen op de inzet van bedrijfsvoeringcapaciteit, kiezen we voor bedrijfsvoeringbrede strategische programmering. In de dialoog
tussen primaire sectoren, bedrijfsvoeringsectoren, directie en bestuur worden ontwikkelthema’s
benoemd, die worden uitgewerkt in roadmaps en (uitvoerings)programma’s. Zo kunnen we waarborgen
dat we op de korte termijn leveren wat geleverd moet worden en voor de middellange en lange termijn
experimenteer- en ontwikkelruimte scheppen voor innovatie, coalitievorming en vernieuwing.
Financiën en control
•de verbetering van stuur- en beheersinformatie voor bestuur en management via herinrichting van het
cyclisch planning- en control instrumentarium. Verder vereenvoudigen van de werkprocessen
die ten grondslag liggen aan de producten om daarmee een verdere versnelling in opleveren van
resultaten te realiseren;
•doorontwikkelen van de dashboards voor managementinformatie, de deelname aan landelijke
benchmarks en het (technisch) integreren van diverse managementinformatiesystemen om efficiency
te realiseren (begrotingsapp, Navigus) alsmede de opzet en uitvoering van een roadmap voor de
komende jaren voor de ontwikkeling van managementinformatie en de bijbehorende ICT-instrumenten (inclusief open data);
•het verder versterken van projectcontrol is in voorbereiding. Niet alleen het aanschaffen van een
applicatie, maar zeker ook de transitie in het ruimtelijk domein moeten de verbetering van de
projectbeheersing mogelijk maken;
•zorg dragen voor betere risicobeheersing via vergroting van het risicobewustzijn in de organisatie,
een betere risicoinventarisatie (risicoprofielen) en de integratie van risicomanagement in processen
en projecten;
•verdere versterking van de risicogerichte aanpak van de verbijzonderde interne controle (VBIC).
We nemen deel aan het veranderlab van de Vrije Universiteit, om in samenwerking met tien andere
grote gemeenten te komen tot een verdere doorontwikkeling van risicomanagement bij gemeenten;
•we voeren een leer- en inspiratieprogramma uit voor de controllers binnen onze organisatie.
Dit onder de noemer: een advies in een keer goed!;
•realiseren kennisbank voor innovatieve financiële instrumenten. Hiermee maken we meer mogelijk in
de stad. Denk bijvoorbeeld aan revolving funds en de verdere ontwikkeling van het instrument MKBA
(maatschappelijke kosten- batenanalyse);
•we voeren een strak debiteurenbeheer, wat leidt tot het terugdringen van oude openstaande
vorderingen. Doelstelling is dat alle vorderingen binnen één jaar volledig zijn afgewerkt. Voor de
tijdige betaling van alle inkoopfacturen is de doelstelling om 95% van alle facturen binnen 30 dagen
te betalen.
Human Resource Management
•versterken businesspartnerschap, m.n. gericht op ondersteuning transities sociaal en
ruimtelijke domein;
•mobiliteitsopgave: Inspanningen zijn gericht op intern of extern herplaatsen van verplichte mobiliteitskandidaten en boventalligen, met het doel medewerkers zo snel mogelijk duidelijkheid te geven
en perspectief. Hierbij investeren we in de eerste plaats in de persoonlijke ontwikkeling met het doel
2. Paragrafen - 23
hen snel naar een passende functie – intern of extern – te leiden. Daarbij zetten we boventalligen zo
veel mogelijk in op innovatieprojecten, zoals open data en slimmer leven. Hiermee bieden we zowel de
medewerker als de stad een aantrekkelijk toekomstperspectief;
•de gemeente Eindhoven vervult een voorbeeldrol voor wat betreft het bieden van stages, leerwerkplaatsen en werkervaringsplaatsen. De organisatie gaat aan de slag met de Prestatieladder Sociaal
Ondernemen, zet de ingezette lijn voor wat betreft het aanbieden van een groot aantal stageplaatsen
op verschillende niveaus voort en onderzoekt op welke wijze we het stagebeleid verder kunnen
versterken;
•modernisering en uniformering van arbeidsvoorwaarden. De inzet daarbij is zoveel mogelijk te
standaardiseren en afscheid te nemen van specifiek Eindhovense voorwaarden en aan te sluiten bij
landelijke kaders (CAO) en regelgeving. Hierover zal intensief overleg met de vakbonden, vertegenwoordigd in onder meer GO, plaatsvinden;
•strategische HR-agenda: het hoofdthema van de strategische agenda is Duurzame en Flexibele
inzetbaarheid. Deelthema’s daarbinnen zijn Leren&Ontwikkelen, Loopbaan&Mobiliteit, Organisatieontwerp en Vitaliteit&Gezondheid. Deze thema’s worden op strategisch, tactisch en operationeel
niveau verder uitgewerkt en versterkt, in nauwe verbinding met de andere opgaven van onze
organisatie.
Informatievoorziening en ICT
•door de klant centraal te stellen wordt de groei naar businesspartner ingezet door dichtbij de klant
te opereren, vanaf de start van verandertrajecten;
•drempels wegnemen en samen oplossingen ontwikkelen die de business het beste ondersteunen in
termen van kwaliteit en kosten. De relaties met bestaande / nieuwe partners intensiveren. Volgen van
de ontwikkelingen op gebied van ICT-innovatie: de samenwerking met externe partners opzoeken en
zo innovaties inzetten om de business te ondersteunen;
•behoud stabiele en veilige ICT-omgeving: modernisering en vervanging van programmatuur, risico’s
in kaart brengen en naar aanleiding daarvan aanpassingen doorvoeren. Voorbeeld: het terugbrengen
van punten in de ICT-omgeving die niet dubbel zijn uitgevoerd en daardoor een ‘single-points-offailure’ vormen;
•proactief inzetten van kennis en kunde in de grote decentralisaties en transformaties binnen de
Gemeente. Zo vroeg mogelijk in het verandertraject. Planmatige invulling van de informatiebehoeften
van domeinen en sectoren aan de hand van heldere thema’s en plannen.
Voorbeelden: digitalisering, managementinformatie, basisregistraties, dienstverlening;
•uitbouwen van het ‘smart city’ concept;
•over de grenzen van domeinen en sectoren heen actief de samenwerking opzoeken door het
opzetten van bijvoorbeeld kennis- en projectgroepen en van elkaar leren, samenwerken en coalities
opzetten met bijvoorbeeld de 100.000-plus gemeenten, de B5, de G5, alsmede de regionale
bedrijven en opleidingsinstituten;
•moderne digitale documentaire informatievoorzieningen:
-er is een machtiging voor ‘doorlopende substitutie’, dit betekent dat alle poststukken die binnenkomen bij de gemeente Eindhoven door een ‘scanstraat’ gaan om te worden gedigitaliseerd,
waarna de analoge stukken vernietigd kunnen worden.
-minder dan 20% van de uitgaande stukken wordt nog voorzien van een ‘natte handtekening’;
•uitwerken en implementeren van de I-thema’s uit de I-visie waar onder andere aandacht
wordt geschonken aan:
-verbetering digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven waar mogelijk met behulp
van iNUP-bouwstenen;
-ontwikkeling van moderne managementinformatievoorziening (zie ook Financiën en Control);
-ontwikkeling van het stelsel van Basisregistraties waarmee bronnen op een geüniformeerde en
gecontroleerde manier kunnen worden ontsloten;
-digitalisering van de processen op basis van zaakgericht werken;
24 - 2. Paragrafen
-modernisering van de ICT-infrastructuur opdat de gemeente Eindhoven bij de voorlopers binnen
de Gemeenten op technologisch vlak blijft behoren;
-informatiebeveiliging en Privacy;
-inzet van voorzieningen op het gebied van social media, alsmede open en big data.
• de werkprocessen van I&B worden verder geprofessionaliseerd;
•doorontwikkelen van enterprise architectuur (processen, IV en ICT) zodat deze ook gereed is voor de
toekomst. De ambitie is voorloper binnen de Nederlandse gemeenten te zijn;
•verder inrichten van leveranciersmanagement. Voorbeeld: zowel bij de gemeente als bij klant één
strategisch aanspreekpunt creëren.
Duurzaamheid
•interne mvo (maatschappelijk verantwoord ondernemen) beleid door de adviezen uit de ISO 26.000
opvolgen en de eigen medewerkers trainen in hoe zij duurzaamheid in de eigen werkzaamheden mee
kunnen nemen. Dit laatste volgens de principes van The Natural Step. In 2015 zijn de laatste sectoren
aan de beurt en wordt doorgegaan met sectoren waar duurzaamheid nog onvoldoende geborgd is.
Aantal uitgevoerde aanbevelingen uit de ISO 26.000: 2012: 0, 2013: 5, 2014: 9,
2015: 12, 2016 (alle) 16;
•verduurzamen van de woon-werk kilometers en de zakelijke kilometers;
•verlagen van de gemeentelijke energierekening (inzet van energiemanager);
•duurzaam bouwen bij de bouw van gemeentelijke gebouwen;
•hoge eisen ten aanzien van duurzaam inkopen;
•ecologische footprint wordt in 2015 opgesteld over 2014. Dit om de resultaten van het duurzaamheidbeleid van de afgelopen jaren te meten. Mondiale voetafdruk van de gemeente Eindhoven over 2009
was 2755,6 gha , begroting voor 2015 (maar dus over 2014) is 1664,4 gha;
•verduurzaming energie door innovatieve ontwikkelingen zoals het plaatsen van zonnepanelen op
dienstgebouwen etc. met als doel om de uitstoot van CO2 te verminderen. Kengetallen: het aantal m3
gas, aantal kWh elektriciteit per dienstgebouw.
Communicatie
Het medialandschap verandert razendsnel. Via digitale platforms communiceren velen over de stad
Eindhoven en over beleid, besluiten en dienstverlening van de lokale overheid. Deze interactie kan niet
centraal geregisseerd worden door de sector Communicatie, maar wordt net zoals communicatie in de
brede zin van het woord, meer en meer een taak van de individuele ambtenaar. De sector Communicatie
leert hen hoe het beste te participeren en te communiceren en reikt daarvoor tools en handleidingen
aan. Daarnaast zorgt de sector Communicatie ook voor het monitoren van de vele platforms.
Dat vereist steeds meer tijd en expertise. Niet alleen het medialandschap verandert, ook de manier
waarop informatie wordt aangeboden verandert. Persberichten worden niet meer gelezen.
De komende jaren werken we samen met diverse partners aan een internet platform op stadsniveau
(de gemeente is daar een onderdeel van).
Inkoop
Voor de versterking van de verduurzaming van inkoop worden vanuit het “Manifest Professioneel
Duurzaam Inkopen” gunningcriteria voor duurzaam inkopen (maximaal) opgenomen in het EMVIsysteem (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) en wordt uitgegaan van Total Cost of Ownership
(TCO) (inclusief o.a. afschrijving en onderhoudskosten). Voor de versterking van social return
(re-integratie arbeidsmarkt) stellen we standaard contractvoorwaarden bij aanbestedingen en zo
nodig en mogelijk via maatwerk. Tevens wordt voor aanbestedingen onder de Europese grens gelet op
het beschikken over een PSO-certificaat (Prestatieladder Socialer Ondernemen).
In verband met het toenemende belang van inkoop a.g.v. de decentralisaties en de verandering van
subsidie naar inkoop, zullen de inkoopprocessen en -organisatie worden versterkt.
2. Paragrafen - 25
2.2Weerstandsvermogen en
risicobeheersing
Een gezonde financiële positie van de gemeente is een absolute voorwaarde voor haar
slagkracht. Dat vergt niet alleen een sluitende begroting, maar óók voldoende weerstands­
capaciteit in relatie tot de risico’s. Het beschikbaar weerstandsvermogen is de belangrijkste
buffer voor risico’s waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen.
Op 1 januari 2015 bedraagt het eigen kapitaal € 91,5 miljoen. Dit is exclusief nog een mogelijke
onttrekking in 2014 voor doorbelasting van kosten aan projecten. Of dit nodig is zal uiterlijk bij de
jaarrekening over 2014 blijken. De geplande onttrekking voor 2015 bedraagt € 1,6 miljoen. Voor de
bezuinigingen op cultuur en sport is 2015 een overgangsjaar waarin we voor beide onderwerpen in
2015 eenmalig € 0,5 miljoen ter beschikking stellen. Op deze wijze komen de gesprekken met de
partners in de stad niet onder druk te staan. Door de nieuwe begrotingsystematiek is de onttrekking
aan het eigen kapitaal voor het grondbedrijf en de doorbelasting van kosten aan projecten in 2015 fors
minder. Het restant van deze claims kan dan ook vervallen. Voor de uitvoering van ons coalitieakkoord
hevelen we € 1,0 miljoen over naar de saldireserve specifiek. Voor 2015 rekenen we met een beschikbaar weerstandsvermogen van € 87,0 miljoen. Vooruitkijkend voorzien we dat het weerstands­
vermogen vanaf nu weer kan gaan aantrekken. Er zijn geen substantiële onttrekkingen meer gepland.
Daarnaast kunnen we naar verwachting de resultaten toevoegen die ontstaan door strakke(re)
sturing. In het coalitieakkoord ‘Expeditie Eindhoven’ is afgesproken om 25% van de meevallers
(rekeningresultaten) te bestemmen voor versterking van het eigen vermogen / aflossing van vreemd
vermogen. Deze bedragen geven we dus niet opnieuw weer uit.
In het kader van ‘sturen met normen’ is de norm voor ons weerstandsvermogen eerder vastgesteld
op minimaal 10% van de vrij besteedbare inkomsten (algemene uitkering gemeentefonds en OZB)
vermeerderd met het benodigd weerstandsvermogen voor grond en vastgoed. Jaarlijks wordt de
norm herijkt. Het jaar 2015 vormt hierin een bijzonder jaar vanwege de komst van de decentralisaties.
De vraag dient zich aan of de algemene risicobuffer moet worden opgehoogd als gevolg van de komst
van de integratie-uitkering sociaal domein. De algemene overweging achter de weerstandsnorm lijkt
zeker ook op de integratie-uitkering sociaal domein van toepassing. Vanwege de vele onzekerheden
zijn de risico’s voor dit deel van de begroting op dit moment eerder groter dan kleiner dan voor andere
delen van de begroting.
In de begroting 2014 bedroeg het minimaal berekend weerstandsvermogen € 80,6 miljoen.
Het begrotingstotaal voor 2014 bedroeg € 762,5 miljoen. Wanneer we het weerstandsvermogen voor
2014 relateren aan het begrotingstotaal voor 2014 dan komt dit uit op ruim 10%. Om de norm van het
weerstandsvermogen in lijn te brengen met de nieuwe ontwikkelingen en spelregels hanteren we met
ingang van 2015 een norm van minimaal 10% van het begrotingstotaal, vermeerderd met de extra
stortingen conform het coalitieakkoord.
Berekend minimaal weerstandsvermogen
(x € 1 miljoen)
Begroting
2014
Rekening
2013
Gemeentefonds + OZB
271
267
Begrotingstotaal
870,1
Risico’s algemeen (10%)
27,1
26,7
Norm (10%)
87,0
53,5
44,0
Waarvan voor risico’s grondbedrijf
44,0
0,0
4,0
Waarvan voor risico’s vastgoed
2,4
80,6
74,7
Waarvan voor risico’s algemeen
40,6
Risico’s grondbedrijf
Risico’s vastgoed
Norm
26 - 2. Paragrafen
Begroting
2015
Het berekend weerstandsvermogen komt voor 2015 uit op minimaal € 87 miljoen. Het berekend
weerstandsvermogen en het beschikbaar weerstandsvermogen (€ 87 miljoen) zijn dus in evenwicht.
De actuele berekening van het benodigd weerstandsvermogen voor het MPG komt voor 2015 onver­
anderd uit op € 44 miljoen. Voor het mogelijk niet sluitend krijgen van enkele vastgoedexploitaties
rekenen we nog met een bedrag van € 2,4 miljoen. Voor algemene risico’s is de buffer gestegen tot
€ 40,6 miljoen. In bijlage 8 worden de risico’s toegelicht. Nieuwe risico’s zijn er ten aanzien van de
decentralisaties, afvalverwerking en het Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding.
Ten aanzien van de totale reservepositie liggen diverse stortingen en onttrekkingen in het verschiet.
Zo hebben we bijvoorbeeld de afgelopen jaren een reserve Sociaal Domein opgebouwd. We gaan deze
vanaf 2015, voor zover dat nodig is, inzetten op een zachte landing van de decentralisaties. Daarnaast
hebben we reserves waaraan we in 2015 zowel middelen toevoegen als onttrekken. Denk hierbij aan
de reserves voor het MIP/investeringen in maatschappelijk nut. Tenslotte zijn er reserves waarvoor
met name onttrekkingen zijn gepland, zoals de reserve Integrale Wijkvernieuwing en de Saldireserve
specifiek (o.a voor bouw VMBO).
In de reserve ombuigingen (voorheen Endinetreserve) is een budget opgenomen voor de mobiliteit
van personeel. Er is er een mobiliteitscentrum ingericht waarbij met meer dan 500 medewerkers
gesprekken zijn gevoerd (en diverse trajecten zijn gestart) over loopbaanadvies, opleiding(advies),
bemiddeling, stimulering, coaching, assessment en bedrijfsmaatschappelijk werk. Daarnaast is
geïnvesteerd in een matchingsysteem en het ontwikkelen van netwerken samen met andere (grote)
werkgevers. Verder is ingezet op onderzoek en analyse om de mobiliteit in goede banen te leiden en
onze organisatie voor te bereiden op de kwaliteitsslag die we moeten maken en talentontwikkeling
voor de toekomst. In 2013 heeft de inzet geleid tot een doorstroom van 166 medewerkers en een
uitstroom van 108 medewerkers (Bron: Sociaal jaarverslag 2013). In de loop van 2014 en de eerste
helft van 2015 voorzien we – als gevolg van de implementatie van Route 2014 - meer medewerkers die
gedwongen mobiel en boventallig worden. Dit leidt in 2015 tot een piek in de kosten voor het vrijwel
uitgeputte mobiliteitsbudget. We verhogen daarom het mobiliteitsbudget met de nog daarvoor
gereserveerde resterende ruimte in de reserve ombuigingen van € 3 miljoen. We beperken de financiële consequenties zo veel mogelijk door gezamenlijk met de betrokken medewerkers een nieuwe
taak - intern of extern - te vinden die past bij hun competenties.
Het verwachte verloop van de totale reservepositie is als volgt:
350
x € 1 miljoen
berekend weerstandsvermogen
300
bestemde reserves
250
200
150
100
50
0
2011
2012
2013
2014
2015
2. Paragrafen - 27
2.3Verbonden partijen
Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin de gemeente zowel bestuurlijk, als financieel
een belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur of een stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen beschikbaar stelt, die
zij mogelijk kwijt is, in geval van faillissement van de verbonden partij. In praktijk is deelname in
NV’s, BV’s, VOF’s, CV’s en Gemeenschappelijke Regelingen (per definitie) een verbonden partij.
Ook stichtingen en (coöperatieve) verenigingen kunnen onder verbonden partijen vallen, indien
de gemeente een zetel in het bestuur heeft en financiële risico’s loopt. Bovendien kan het zijn
dat met de verbonden partij tevens een subsidierelatie bestaat. In dit verband kan bijvoorbeeld
genoemd worden het Muziekgebouw en het Parktheater.
Het deelnemingenbeleid van de gemeente Eindhoven is verankerd in de nota “Op afstand verbonden”.
In deze nota is een bestuurlijk-juridisch, financieel en organisatorisch kader gegeven voor niet alleen
de (privaatrechtelijke) deelnemingen, maar ook voor de (publiekrechtelijke) openbare lichamen,
waaraan de gemeente bevoegdheden en taken heeft overgedragen.
Het deelnemingenbeleid gaat uit van actief aandeelhouderschap om de publieke belangen binnen de
verbonden partijen te borgen. Als aandeelhouder wil de gemeente op de volgende terreinen actief
invloed uitoefenen: strategie (o.a. koersbepalende investeringen), beloningen in de (semi)publieke
sector (Wet Normering Topinkomens), maatschappelijk verantwoord ondernemen (o.a. social return),
risicobeheersing, weerstandsvermogen, benoemingen bestuurders en commissarissen.
In het deelnemingenbeleid is verankerd dat de risicobeheersing bij de verbonden partijen jaarlijks
wordt onderzocht, zodat het monitoren van risico’s, en beheersingsmaatregelen bij de verbonden
partijen kan worden vergroot en de gemeente niet voor onaangename financiële verrassingen komt
te staan. Het bestuur wordt via een intern team van deskundigen voorzien van financieel, juridisch
en beleidsinhoudelijk advies.
De rekenkamercommissie van de gemeente Eindhoven voert een onderzoek uit naar het beleid
rondom verbonden partijen. Na een verkenning heeft de commissie besloten een studie uit te voeren
naar de stand van zaken en wat nodig is in het licht van de toekomstige opgaven. De rekenkamer­
commissie beoogt een objectief oordeel te geven en eventueel richtingen voor verbetering te
identificeren. Het rekenkamerrapport wordt eind september 2014 aan de Raad aangeboden.
Op grond van artikel 15 van het gewijzigd Besluit begroting en verantwoording provincies en
gemeenten (BBV) d.d. 25 juni 2013 wordt de informatie omtrent verbonden partijen op de volgende
pagina’s nader uiteengezet.
28 - 2. Paragrafen
Financiële informatie verbonden partijen (peildatum 1 januari 2014, bedragen x € 1.000)
Naam Verbonden
partij
Vreemd
vermogen
Eigen
vermogen
2013
31-12-2013
31-12-2013
in %
-5
46
18
50%
9
9
- 1.750
4.746
8.255
50,9%
4.202
4.202
6.108
33.752
50.150
24,5%
12.287
556
168
510
4.216
30,7%
1.294
1.279
Park Strijp
Beheer B.V.
14
67
96
50%
48
10
Park Strijp C.V.
0
21.573
2.000
50%
1.000
1.000
Parktheater
Eindhoven N.V.
117
3.980
2.757
100%
2.757
45
Muziekgebouw
Eindhoven N.V.
- 537
4.925
- 295
100%
- 295
-
225
16.091
4.106
20%
821
113
- 392
2.245
2.973
14,52%
432
7
-1.013
16.230
-1.013
100%
-1.013
-
Enexis Holding N.V.
239.100
2.894.800
3.370.100
0,015%
506
11
Bank Nederlandse
Gemeenten N.V.
283.000 127.753.000
3.430.000
0,3%
10.290
429
Flight Forum B.V.
Flight Forum C.V.*
Eindhoven
Airport N.V.
Breedband Regio
Eindhoven B.V.
Twice Eindhoven B.V.
Brainport
Development N.V.
Meerhoven
Meerrijk B.V.
GR Werkvoorziening
Regio Ehv. (Ergon)
Resultaat
Aandeel gemeente
Eindhoven
Boekwaarde
in € deelneming
862
8.220
5.657
75%
4.243
-
- 2.988
190.529
7.277
30,2%
2.198
-
65
13.669
2.076
13,89%
288
-
1.921
28.649
5.486
28%
1.536
-
GR CURE
201
7.261
259
75%
194
-
GR Omgevingsdienst
Zuidoost- Brabant
(ODZOB)
402
7.373
402
8%
32
-
GR SRE
GR GGD Brabant
Zuidoost
GR Veiligheidsregio
Zuidoost Brabant
* Gebaseerd op de concept jaarrekeningcijfers 2013.
2. Paragrafen - 29
De doelstellingen en de belangrijkste ontwikkelingen van de verbonden partijen
worden onderstaand toegelicht.
1. Flight Forum BV / CV te Eindhoven
Gemeente Eindhoven en Schiphol Real Estate participeren samen in Flight Forum BV. Flight Forum BV
is beherend vennoot in de CV Flight Forum. Flight Forum CV is een samenwerkingsverband tussen de
gemeente Eindhoven en Schiphol Real Estate met als doelstelling een hoogwaardig bedrijventerrein te
realiseren bij Eindhoven Airport. De verwachting was dat alle gronden van Flight Forum zouden zijn
verkocht en dat de Flight Forum CV kon worden opgeheven. Vanwege de recessie loopt de verkoop van
de gronden achter bij deze verwachting. Besloten is om de CV in stand te houden maar in afgeslankte
vorm. Schiphol Real Estate trekt zich terug qua werkzaamheden maar blijft het risico meedragen tot
de markt beter is om de CV op te heffen.
Gezien de verslechterde balanswaarde van Flight Forum zijn er zorgen om de toekomst van Flight
Forum en de vraag hoe lang de continuïteit van de onderneming geborgd kan blijven. Afgelopen tijd
heeft de directeur zowel binnen de gemeente als bij Schiphol Real Estate verkennende gesprekken
gevoerd. In het najaar van 2014 zal de directie procesvoorstellen doen gericht op de ontwikkeling van
scenario’s inzake de continuïteit van de onderneming. Factoren die daarin meegenomen zullen
worden, zijn in ieder geval de economische ontwikkelingen op diverse schaalniveaus, de ontwikkelingen in de vastgoedmarkt in het algemeen en de kantorenmarkt in het bijzonder, de ontwikkelingen
als het gaat om (nieuwe) werkconcepten en de diverse ontwikkelingen in Eindhoven Noordwest.
2. Eindhoven Airport NV te Eindhoven
Eindhoven Airport wil als internationale luchthaven een bijdrage leveren aan het vergroten van de
bereikbaarheid van de omliggende regio door het winstgevend en duurzaam exploiteren van een
luchthaven die vooral zakelijke reizigers direct of indirect toegang geeft tot bestemmingen over de
gehele wereld. Eindhoven Airport mag in de komende jaren gaan groeien (kabinetsbesluit 14 december
2010 op basis van het Aldersadvies van 21 juni 2010). Het aantal vliegbewegingen (vertrek of
aankomst) mag in de komende jaren worden uitgebreid in twee stappen. Tot 2015 mag de luchthaven
ca. 10.000 extra vliegbewegingen per jaar toestaan. En, na evaluatie in 2015, komen er nog eens
ca. 15.000 vliegbewegingen bij. De luchthaven moet daarvoor wel een stevig pakket aan maatregelen
nemen, onder meer voor de beperking van hinder en de verduurzaming van de luchthaven. Ook zal de
luchthaven landzijdig goed moeten worden ontsloten. Met de uitbreiding van de terminal en het
hotel kan Eindhoven Airport tot 2020 de passagiersgroei faciliteren. Wordt de groei gefaciliteerd
overeenkomstig het kabinetsbesluit, dan is de verwachting dat het aantal passagiers dan rond de
vijf miljoen zal liggen.
3. Breedband Regio Eindhoven BV (BRE) te Eindhoven
De samenwerking van 23 organisaties, waaronder de gemeente Eindhoven ten aanzien van de inkoop
en eigen gebruik van glasvezel is ondergebracht in de BRE. Hoewel BRE op zichzelf goed functioneert,
is gegeven alle ontwikkelingen een herijking van de strategie (inbegrepen de governance structuur) op
zijn plaats, waarbij nadrukkelijk gekeken zal worden naar de dynamiek tussen de (founding) aandeelhouders op het gebied van infrastructurele groei, (maatschappelijke) benutting, en een verkenning om
te komen tot strategische samenwerking van BRE en EFX. Met de aandeelhouders is hiervoor de
dialoog aangegaan.
4. Park Strijp BV / CV te Eindhoven
Doel is het bestuurlijk belang bij de ontwikkeling van het Masterplan Strijp veilig te stellen; Park Strijp
Beheer BV is de beherend vennoot van Park Strijp CV. De vennootschap Park Strijp CV heeft als doel
de verwerving, (her-)ontwikkeling, exploitatie en vervreemding van registergoederen gelegen in
plangebied Strijp-S. Middels Park Strijp Beheer B.V. is het bestuurlijk belang van de gemeente
gewaarborgd.
30 - 2. Paragrafen
De ambitie om van Strijp-S een kwalitatief aantrekkelijk en bruisend hoogstedelijk gebied te maken,
begint steeds meer vorm te krijgen. De industriële bedrijvigheid is nagenoeg weggetrokken, en die
ruimte wordt verder ingenomen door nieuwe gebruikers: cultuuruitingen, innovaties, bedrijfjes,
evenementen en de eerste bewoners. Om te bewerkstelligen dat de feitelijke opstalontwikkeling op
gang blijft, wordt veel energie gestopt in continue marktverkenning en acquisitie, en wordt gestudeerd op onderwerpen als flexibilisering van programma/planning/regelgeving, op het benutten van
kansen van de tijdelijkheid in de transformatie-opgave, etc. Met het in het leven roepen van Fond-S
(financiële stimulans voor gewenste functies), en de oprichting van Mobility-S (innovatief parkeer- en
mobiliteitsprogramma) wordt het voor opstalontwikkelaars iets eenvoudiger om te blijven realiseren.
Naar verwachting is 2015 het jaar waarin weer meerdere bouwkranen zullen draaien:
Space-S (bouwveld G), het Veemgebouw, het Chinees Paviljoen, het eerste bouwveld tegen het spoor,
en vermoedelijk ook de woningbouw naast het NatLab (het gemeentelijke bouwveld F).
Na de oplevering van het getransformeerde gebouw NatLab wordt op 1 januari 2015 ook met de bouw
van het aangrenzende St. Lucas gestart. Zeker met de onderlinge synergiekansen is dit een belangrijke bijdrage in de realisatie van (het voortleven van) de multimedia op Strijp-S. Tevens zal begin 2015
de verkenning naar verbreding van het STRP-festival (i.c. -Biënnale) respectievelijk naar de samenwerkingskansen van diverse instellingen in een nieuw platform worden afgerond.
5. Parktheater Eindhoven NV te Eindhoven
Doelstelling is het verzorgen van een veelzijdig theateraanbod met een hoge mate van toegankelijkheid voor alle geledingen van de bevolking door het in eigen beheer exploiteren van voorstellingen op
het gebied van podiumkunsten, en het samen met het bedrijfsleven organiseren van voorstellingen
door verhuring en het uitoefenen van activiteiten, die in de meest ruime zin genomen daarmee in
verband staan.
6. Muziekgebouw Eindhoven NV te Eindhoven
Doelstelling van het Muziekgebouw is het bieden van een hoogwaardig en pluriform muziekaanbod
en het bieden van huisvesting aan het voormalig Brabants Orkest (inmiddels Philharmonie ZuidNederland). De exploitatie, als ook de financiële positie van het Muziekgebouw is onder druk komen
te staan, waardoor de continuïteit van het Muziekgebouw onvoldoende is gewaarborgd. De gemeenteraad is in maart 2014 op de hoogte gesteld van de gevolgen van het niet indexeren van de subsidie
voor onder andere het Muziekgebouw. Er is aangegeven dat er meerdere scenario’s worden uitgewerkt
voor het overleg met de provincie om te komen tot een overbruggingsregeling. Nog onduidelijk is op
welke wijze het exploitatietekort wordt teruggedrongen zodat binnen afzienbare tijd sprake is van een
(meerjaren) sluitende begroting. Hierover is de gemeente Eindhoven als aandeelhouder de dialoog
aangegaan met de Raad van Commissarissen en de directie van het Muziekgebouw.
7. Twice Eindhoven BV te Eindhoven
Doel is het versterken van de sociaaleconomische structuur in de regio Eindhoven en het stimuleren
van de werkgelegenheid. Het oorspronkelijke Twinning concept, vooral gefocust op ICT, is inmiddels
verbreed naar biotechnologie, embedded software, medische technologie, ICT-kennis-leveranciers en
hoogwaardige dienstenaanbieders. Het gaat daarbij om het bieden van hoogwaardige en betaalbare
bedrijfshuisvesting (Twinning Centrum), financiering en netwerken, met als doel nieuwe bedrijvigheid/
starters en doorstarters in specialistische, hoogwaardig technologische sectoren te stimuleren.
Onder Twice vallen de centra Twinning en Catalyst op het TU/e Sciencepark en Beta en Mµ op de
High Tech Campus Eindhoven. Mµ is het meest recent opgeleverd en richt zich met name op bedrijven
in Lifetec en New Energy. De directievoering voor deze thematische bedrijvencentra wordt door
Brainport Development verricht.
2. Paragrafen - 31
8. Brainport Development NV te Eindhoven
Per 1 januari 2010 zijn NV REDE, de economische ontwikkelingsmaatschappij voor de regio
Eindhoven, en Brainport Operations BV, de uitvoeringsorganisatie van Stichting Brainport,
gefuseerd in een ontwikkelingsmaatschappij nieuwe stijl, Brainport Development NV.
Brainport Development NV richt zich op het versterken van de economische structuur van de
toptechnologieregio Brainport, belangrijke economische pijler van de Nederlandse economie.
Vanwege de rol die Brainport Development NV als (project)ontwikkelmaatschappij voor haar aandeel­
houders dient te kunnen vervullen - en de potentiële risico’s die dat met zich meebrengt - heeft de
AvA op 22 mei 2013 besloten om binnen de vennootschap een financiële buffer op te bouwen binnen
het eigen vermogen totdat het bij het 97%-punt behorende weerstandscapaciteit van € 3.690.185,50
is bereikt. Dit betekent dat er, zodra die omvang van het weerstandvermogen is bereikt, 3% kans is
dat Brainport Development NV niet in staat is om zonder aanvullende financiering een positief eigen
vermogen te behouden.
In 2012 heeft besluitvorming plaatsgevonden over de meerjaren financiering Brainport Development NV
2013 t/m 2016. Hiermee is invulling gegeven aan de tweeledige opdracht van de raad om de financiering van Brainport Development NV met een langere looptijd aan te gaan en met meer nadruk op
projecten. Aangezien de gestelde ambities in de triple helix onverminderd hoog zijn in een tijd dat de
overheidsfinanciën onder druk staan, wordt gestreefd naar een actievere en intensievere bijdrage
van de andere partners (bedrijfsleven en kennisinstellingen). Einde 2013 hebben bedrijfsleven en
onderwijs- en kennisinstellingen in de stichting Brainport aangegeven zo hun rol te willen oppakken
en eigenaarschap te tonen ten aanzien van de strategische focus voor de Brainportregio en voor het
uitvoeren en cofinancieren van activiteiten en projecten en programma’s van Brainport Development NV,
die mede door hen zijn aangedragen. Door de 3-helixpartijen wordt daaraan thans intensief uitvoering
gegeven. Zo werkt het stichtingsbestuur, samen met partners uit de triple helix, aan een herijking van
de strategie op weg naar een ‘Brainport for Next Generation’. In de herijkte strategie zal er, naast
aandacht voor de doorontwikkeling van de ‘humuslaag’ voor de economische structuur (via de aanpak
in de domeinen People, Business, Technology en Basics), met name ook gefocust worden op de
aanpak van een aantal maatschappelijke thema’s die kunnen gaan werken als groeiversnellers voor
de ontwikkeling van Brainport regio Eindhoven.
9. Meerhoven Meerrijk BV te Eindhoven
Als onderdeel van het Stimuleringsplan Economische Herstel (mei 2009) heeft de gemeente
Eindhoven voor het project Meerrijk een achtervang constructie opgezet. Mede hierdoor kon dit
project, ondanks de crisis, in uitvoering worden gebracht, met de nodige positieve effecten voor de
regionale werkgelegenheid in de bouw tot gevolg. Voor het project Meerrijk betekende dit dat de
hoogstnoodzakelijke winkelvoorzieningen en het gezondheidscentrum van start konden gaan.
Hierbij heeft de gemeente maximaal gebruik gemaakt van de financiële ondersteuningsmaatregelen
van de Provincie en het Rijk, alsmede sturingsinstrumenten die we als gemeente zelf tot de
beschikking hebben.
In het geval van Meerrijk betreft het een garantie op de afname van maximaal 70 niet-verkochte
woningen, die overgenomen zijn van ASR vastgoedontwikkeling. De 70 woningen zijn eigendom van
Meerhoven Meerrijk BV, waarvan er inmiddels 1 is verkocht. Uitgangspunt is om alle woningen zo
spoedig mogelijk tegen een acceptabele prijs te verkopen. Mocht als gevolg van de huidige markt­
situatie de verkoop op korte termijn niet voldoende zijn, kan alsnog besloten worden om de woningen
te verhuren. Door te verhuren kunnen in ieder geval de exploitatiekosten gedekt worden.
Recentelijk is een verkoop- verhuurstrategie uitgewerkt.
32 - 2. Paragrafen
10. Enexis Holding NV te Groningen
Enexis is een onafhankelijk netbeheerder en zorgt voor de aanleg, onderhoud, beheer en ontwikkeling
van de transport- en distributienetten, zodat een veilige en ononderbroken distributie van gas en
elektriciteit door de energieleveranciers kan plaatsvinden. Energievoorziening is een basisbehoefte
voor burgers en bedrijven en daarmee een groot maatschappelijk en publiek belang. Burgers en
bedrijven moeten er zeker van kunnen zijn dat energie altijd beschikbaar is.
11. Bank Nederlandse Gemeenten NV te Den Haag
BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. BNG is expert
in het financieren van publieke voorzieningen. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt
BNG bij aan het zo laag mogelijk houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de
burger. Daarmee is de bank essentieel voor de publieke taak. De activiteiten van de BNG richten zich
op het aantrekken en uitzetten van gelden, verlenen van kredieten en garanties, betalingsverkeer,
valutatransacties, effecten en andere vermogensbestanddelen.
12. GR Werkvoorziening Regio Eindhoven (Ergon) te Eindhoven
De uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de vorm van een gemeenschappelijke
regeling. Ergon is de uitvoeringsorganisatie. De gemeenten Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard,
Veldhoven en Waalre zijn de verbonden partijen in deze Gemeenschappelijke Regeling. Met de
gemeente Geldrop-Mierlo bestaat sinds 1 januari 2007 een inkooprelatie.
Met de invoering van de Participatiewet zal de instroom in de Wsw stoppen; gemeenten krijgen de
mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken en de voorziening ‘beschut werk’ aan inwoners
aan te bieden.
De regiogemeenten en Ergon hebben destijds besloten om de voorbereiding op de Participatiewet
gezamenlijk op te pakken. Nog niet alle ontwikkelingen zijn op dit moment uitgekristalliseerd. De
dienstverlening op de drie decentralisaties wordt zoveel mogelijk integraal benaderd en conform de
uitgangspunten van WIJeindhoven aangeboden. Ook kennen wij de definitieve bedragen die we van
het Rijk ontvangen nog niet. Dit betekent dat we op inhoud samenwerken en in een later stadium
bepalen welke structuur daarbij het beste past. Samen met de regiogemeenten en Ergon borgen
wij dat er voor de nieuwe doelgroepen een zachte landing wordt gerealiseerd. Ook heeft Ergon een
herstructureringsplan 2012-2015 geïmplementeerd om de komende bezuinigingen op de Wsw
(2015-2020) op te vangen.
13. G
R Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) te Eindhoven (volgens planning treedt
per 1 januari 2015 de nieuwe GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) in werking)
In de Regioraad van 19 februari 2014 is de transformatie van het Samenwerkingsverband Regio
Eindhoven (SRE) naar Metropoolregio Eindhoven (MRE) definitief in gang gezet. De gezamenlijke focus
van de 21 gemeenten ligt op economie, mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling. Vanaf 1 maart jl. is het
SRE stap voor stap begonnen deze vernieuwde samenwerking vorm te geven. In de loop van 2014
wordt dit geformaliseerd in een nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR). Het aangaan van een
nieuwe GR MRE vereist eensluidende besluitvorming door de 21 gemeenten. Het SRE legt de nieuwe
GR MRE in de loop van 2014 aan de gemeenten voor. Volgens planning treedt de GR MRE per 1 januari
2015 in werking. Het jaar 2015 wordt daarmee het eerste formele jaar van de Metropoolregio Eindhoven. Voor de gezamenlijke regionale opgaven wordt een nieuwe Regionale Agenda opgesteld,
waarin de visie op de toekomst van de regio is vastgelegd en de doelen en acties zijn gespecificeerd.
Jaarlijks wordt de Regionale Agenda (en begroting) geactualiseerd en via de gemeenteraden
vastgesteld.
Deze transformatie gaat gepaard met een verlaging van de inwonersbijdrage aan de SRE. Deze
middelen zullen wij beschikbaar houden voor regionale samenwerking. De samenwerking met de
campusgemeenten (economische topagenda) is perspectiefrijk en ook de vernieuwde samenwerking
in het stedelijke gebied op beleidsvorming en –uitvoering (nog gericht op de thema’s wonen en
2. Paragrafen - 33
werken) vraagt onze blijvende inzet. Het kabinet heeft de afschaffing van de Wgr+ aangekondigd,
maar besluitvorming hierover heeft nog niet plaatsgevonden. Als de afschaffing van de Wgr+ doorgaat
dan vervalt in principe voor onze regio de verkeers- en vervoerstaak aan de provincie en komt er een
einde aan onze rol als vervoersautoriteit. Om recht te doen aan het nationale belang van de Brainportregio blijven wij ons inzetten voor continuering van bevoegdheden op het gebied van economie, ruimte
en mobiliteit en zijn wij hierover met de provincie in gesprek. De wettelijke taken op het terrein van
verkeer en vervoer zijn opgenomen als verplicht onderdeel van de bestuurlijke samenwerking in het
programma Metropoolregio Eindhoven.
14. GR GGD Brabant Zuidoost te Eindhoven
Onder regie van de gemeenten in de regio Brabant Zuidoost streeft de GGD BZO actief naar
gezondheidswinst van alle inwoners door de gemeenten op alle aspecten van de openbare gezondheidszorg te adviseren en te ondersteunen. De nieuwe hoofdvestiging voor de GGD BZO in Eindhoven
(Witte Dame) is gerealiseerd. Het pand De Callenburgh in Helmond wordt per 1-10-2014 verkocht.
Naast de financiering van de gemeenschappelijke taken (wettelijke taken o.b.v. Wet Publieke Gezondheid) middels een inwonersbijdrage neemt de gemeente Eindhoven bij de GGD BZO contract taken af
in de vorm van een BCF subsidie. In 2013 heeft het college besloten een aanzienlijk pakket van deze
contract taken niet meer af te nemen. Om deze reden zijn er frictiekosten ontstaan. Gezien het feit dat
de GGD BZO een gemeenschappelijke regeling is waar de gemeente Eindhoven onderdeel van
uitmaakt, moeten de financiële nadelen van het beëindigen van contracttaken gecompenseerd
worden. Dit zijn zowel de personele frictiekosten als ook de overheadtoerekening.
Per 1-1-2015 zal het Besluit Jeugdgezondheidszorg (onderdeel van de Wet Publieke Gezondheid)
aangepast worden. Hierin wordt bepaald dat gemeenten vanaf dat moment een extra contactmoment
14+ (ook wel pubercontactmoment genoemd) moeten invoeren. Met de GGD BZO wordt deze uitbreiding momenteel voorbereid zodat we per 1-1-2015 aan deze nieuwe wettelijke taak kunnen voldoen.
15. GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost te Eindhoven
In de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) zijn de Regionale
Ambulancevoorziening / Meldkamer Ambulancezorg ( RAV/MKA), het Bureau Geneeskundige
Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de Regionale Brandweer ondergebracht.
Per 1 januari 2014 is de brandweer volledig geregionaliseerd. Het jaar 2014 wordt beschouwd als
overgangsjaar. In het overgangsjaar wordt gewerkt aan een Toekomstvisie Brandweerzorg, een
vertaling daarvan naar spreidingsplannen en een passende begroting. Dit vraagt om intensieve
afstemming tussen de 21 deelnemende gemeenten en het brandweerpersoneel. Daarnaast wordt in
het project Veiligheid en Rendement gewerkt aan rendementsverhoging van het brandweerpersoneel
zonder het veiligheidsniveau aan te tasten.
16. GR Centrum Uitvoering Reinigingstaken Eindhoven en omgeving (Cure) te Eindhoven.
Doelstelling van het per 1 januari 2014 operationele openbare lichaam Gemeenschappelijke Regeling
Cure is het beheer van de volledige afvalketen voor de drie deelnemende gemeenten Valkenswaard,
Geldrop-Mierlo en Eindhoven zoals bedoeld in de artikelen 10.21 lid 1 en 10.22.lid 1 van de Wet Milieubeheer. De gemeenten blijven individueel verantwoordelijk voor het te voeren beleid, de GR Cure heeft
hier een adviestaak.
De deelnemende gemeenten verwachten dat door het in één hand brengen van de volledige keten
een synergie is te behalen. De gemeenten willen binnen deze nieuwe regeling de afstand verkleinen
tussen regie en uitvoering. Ook verwachten zij meer flexibiliteit bij aanpassingen van beleid en
het takenpakket. Daartoe zijn afvalbeheertaken die nu door de gemeenten worden uitgevoerd,
34 - 2. Paragrafen
overgedragen. De GR Cure is 100% aandeelhouder van Cure Uitvoeringsdienst B.V. met als doel het
uitvoeren van huisvuilinzameldiensten, het transport van afvalstromen, het beheren van milieustraten
alsmede het verlenen van klantenservice. De resterende taken in de keten zijn ondergebracht bij de
staf van de GR Cure.
17. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) te Eindhoven
De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een Openbaar Lichaam op basis van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), gevormd door 21 gemeenten en de provincie Noord-Brabant. De Omgevingsdienst draagt zorg voor het inrichten en handhaven van een maatschappelijk gewenste en door
de lokale overheden aangegeven fysieke leefomgeving in Zuidoost-Brabant. De Omgevingsdienst
voert vanaf 1 juni 2013 voor Eindhoven taken uit op het gebied van beleid, advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving op het taakveld milieu. Sturing op beperking van de financiële risico’s
door deze verbonden partij is van belang en zal nauwlettend worden gevolgd. Het risico betreft in
hoofdzaak taakstellende bezuinigingen, formatie-afbouw en voldoende opdrachtvolume.
2. Paragrafen - 35
2.4 Onderhoud kapitaalgoederen
Algemeen
De kapitaalgoederen waar wij het hier over hebben zijn onder andere wegen, openbaar groen, riolering
en gebouwen. Veel meldingen van burgers hebben betrekking op onderhoud van kapitaalgoederen.
De burger spreekt raadsleden aan op loszittende stoeptegels, gaten in de weg, slecht onderhouden
schoolgebouwen e.d. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft via een dwarsdoorsnede van
de begroting inzicht in de mate van onderhoud en de financiële lasten die daarmee gepaard gaan.
Met onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Een helder
en volledig overzicht is daarom van belang voor een goed inzicht in de financiële positie.
Onderhoud openbare ruimte
De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte.
Deze openbare ruimte bestaat uit een aantal kapitaalgoederen:
• wegen, openbare verlichting en kunstwerken (collegeproduct 4.1);
• groen (collegeproduct 4.2);
• water inclusief Riolering (collegeproduct 4.3).
Het onderhouden van kapitaalgoederen waarborgt de continuïteit van de voorzieningen.
Het onderhoud is onderverdeeld in:
•cyclisch jaarlijks onderhoud: dagelijks of cosmetisch onderhoud, zoals papierprikken,
onkruidbestrijding, straatvegen en snoeien;
•curatief onderhoud: naar aanleiding van meldingen. De drie O’s: onvoorzien, onvermijdbaar,
onuitstelbaar, zijn hier van toepassing. Noodzakelijk voor permanente gebruikskwaliteit
Openbare Ruimte;
• groot onderhoud zoals renovatie beplantingen en bomen, opnieuw bestraten en asfaltrenovaties.
In 2006 is de Visie Openbare Ruimte vastgesteld. Hierin is de ambitie opgenomen om de basis­kwaliteit
in de openbare ruimte op het gebied van onderhoud voor alle wijken te behalen. Samen met het
handboek Openbare Ruimte (2010), het Basisboek Openbare Ruimte (2013) en de Kwaliteitscatalogus
Onderhoud Openbare Ruimte zorgt dit voor een bestuurlijk vastgesteld ambitieniveau voor het onderhoud van de stad. Daarnaast is in 2014 het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan door de Raad vast­
gesteld. Hiermee is over de volle breedte van de te beheren voorzieningen de ambitie op het gebied
van water beleidsmatig en bestuurlijk ingevuld. Waar tot 2006 de inputbenadering vooral richting­
gevend is geweest voor het Beheer Openbare Ruimte – dat wil zeggen dat de taakstellende budgetten
bepalend waren voor het kwaliteitsniveau – is momenteel de kwaliteitscatalogus voor het onderhoud
van de stad richtinggevend. De kwaliteitscatalogus voor het onderhoud van de stad gaat uit van een
viertal kwaliteitsniveaus (hoog, basis, laag en zeer laag) en twee kwaliteitskenmerken (schoon/netjes
en heel/veilig). Met de Visie Openbare Ruimte is bepaald welk kwaliteitsniveau voor Eindhoven geldt
(basiskwaliteit voor ca. 98% van de stad). Uit onderzoeken en technische inspecties blijkt hoe het
onderhoud van de stad op verschillende onderdelen scoort (zie ook de programmaonderdelen 4.1
en 4.2). De technische kwaliteit vormt het belangrijkste afwegingscriterium, daarnaast is er ook
aandacht voor de inbreng van bewoners bij het onderhouden van de openbare ruimte.
36 - 2. Paragrafen
Ontwikkeling
De te onderhouden hoeveelheid openbare ruimte is de afgelopen jaren netto toegenomen.
De kosten van het onderhoud zijn door de prijsindexering eveneens gestegen. Beoogd is om deze
kosten­stijgingen op te vangen door de onderhoudsbudgetten te corrigeren met een budgetindexering
(inflatiecorrectie) en accres (voor de areaaluitbreiding). De stijging van de kosten en de budgetten
loopt echter niet gelijk op. Er is de afgelopen vier jaar gemiddeld 3% per jaar verschil tussen kostenen budgetstijging. Het gaat daarbij om de kosten voor het dagelijks onderhoud (zoals vegen, reiniging,
snoeien) en het groot onderhoud (zoals herstraten, groenrenovaties), in zowel de collegeproducten
4.1 openbare ruimte als 4.2 groen- en recreatievoorzieningen, met een totaalbudget van circa
€ 33 miljoen. In 2012 zijn de niet door de systematiek gedekte meerkosten eenmalig met
gecompenseerd met € 400.000. Vanaf 2014 gebeurt dit structureel.
De afgelopen jaren hebben we een overschrijding geconstateerd van de curatieve lasten in de
openbare ruimte. Daarom is vanaf 2014 het budget verhoogd met € 500.000,-. Dit dekken we door het
groot onderhoudsbudget openbare ruimte met een bedrag van € 500.000,- te reduceren. Dat kan
doordat we een tweetal al ingezette bewegingen in het onderhoud van de openbare ruimte versnellen:
van traditioneel naar natuurlijker groen beheer en spelen, en van grijs naar groen.
Om de noodzakelijke groot onderhoudsprojecten van onze infrastructuur en civieltechnische
kunstwerken te kunnen realiseren, worden deze de komende jaren expliciet benoemd in het MIP.
Hiermee kan worden voorkomen dat de onderhoudsachterstanden verder oplopen.
Wegen
Om de wegen van de Gemeente Eindhoven te onderhouden en daarmee duurzaam in stand te houden
is het van belang inzicht te krijgen in de investering in relatie tot het jaarlijkse onderhoudsbudget.
Hieruit is globaal af te lezen in welk tempo wij de wegen onderhouden. Voor wegen ziet deze relatie
er zeer globaal als volgt uit:
Areaal
Investeringskosten/m2
Totale investering
Elementenverharding
8.625.000 m2
€ 75 (indicatie)
€ 646.875.000
Asfaltverharding
4.234.000 m
2
€ 93 (indicatie)
€ 393.762.000
264.000 m
2
€ 30 (indicatie)
€ 7.920.000
Kapitaalgoederen
Halfverharding
Totaal
Afgerond jaarlijks budget voor
instand-houding verhardingen
excl. andere programma’s zoals
verkeer en water:
Bijdrage vanuit het MIP komende
4 jaar € 2,55 miljoen.
Gemiddeld per jaar:
Totaal
€ 1.048.557.000
€ 6.000.000
€ 637.500
€ 6.637.500
De gemiddelde levensduur van een weg bedraagt 30 jaar. De gemiddelde vervangingswaarde
bedraagt daarmee € 34,9 miljoen. Hieruit blijkt dat ongeveer (€ 6,6 mln van€ 34,9 mln) 19% van de
stad jaarlijks aangepakt kan worden met het taakstellende onderhoudsbudget. Hierbij dient het
volgende opgemerkt te worden:
•in praktijk is de levensduur van wegen vaak langer dan de gestelde 30 jaar. Gemiddeld gaan wegen
in Eindhoven 40-50 jaar mee;
•naast de onderhoudsmiddelen, wordt de openbare ruimte ook verbeterd door het uitvoeren van
investeringsprojecten (zoals HOV2). Door de crisis en de toenemende bezuinigingen neemt het
aantal investeringsprojecten in de openbare ruimte echter wel af.
2. Paragrafen - 37
Openbare Verlichting
De totale vervangingswaarde van de openbare verlichting bedraagt € 29 miljoen. Rekening houdend
met een gemiddelde levenduur van masten van 40 jaar en armaturen van 20 jaar, bedraagt de jaarlijkse vervangingswaarde € 1.075.119,-. De beschikbare middelen voor vervangingen en renovaties
bedragen € 450.000,-. Hiermee kan 41,8% van het totaal aantal lichtmasten aangepakt worden.
In 2014 wordt de verlichting van de gemeente in het kader van de Roadmap Stedelijke Verlichting
innovatief aanbesteed. Dit moet leiden tot organisatie van de openbare verlichting met een gesloten
verdienmodel. In 2015 gaat deze nieuwe werkwijze in.
Civieltechnische kunstwerken
We hebben in totaal 232 kunstwerken in beheer. De onderhoudskosten (exclusief vervanging bedragen
t/m 2023 € 23 miljoen. De vervangingskosten van deze bruggen en viaducten varieert van enkelen
duizenden euro’s voor een houten bruggetje tot meer dan € 10 miljoen voor bijvoorbeeld de Hovering.
Ook de levensduur van de civieltechnische kunstwerken varieert enorm: van 10/15 jaar voor een
houten brug tot 80/100 jaar voor een betonnen viaduct. Op basis van de technische levensduur
zouden tot en met 2020 22 kunstwerken vervangen moeten worden. Omdat dit een theoretische
levensduur is, worden extra onderzoeken uitgevoerd om de noodzaak van vervanging of het treffen
van maatregelen inzichtelijk te maken. Het huidige jaarlijkse budget voor groot onderhoud en vervanging van civieltechnische kunstwerken bedraagt € 650.000,-. Op basis van de huidige gegevens kan
geconcludeerd worden dat er vanaf 2018 extra middelen nodig zijn voor vervanging van kunstwerken
(op basis van laatste gegevens € 4.000.000,-).
Bij bruggen en viaducten die ouder zijn dan 20 jaar bestaat het risico dat de constructie niet meer
voldoet aan de huidige verkeersintensiteiten. Met visuele inspecties kan niet in beeld worden
gebracht of de constructie voldoende is. Door middel van risico-analyses wordt nader onderzocht of
maatregelen noodzakelijk zijn. Uit de huidige risico-analyses blijkt dat 25 kunstwerken voldoen.
Twee viaducten voldoen niet (Zeelsterbrug en Wolvendijk) en moeten voor 2018 vervangen worden.
De Zeelsterbrug is in het MIP 2015 geprogrammeerd. De Wolvendijk is voorlopig on hold gezet. De
brug Beemdstraat en fietsbrug ’t Werdje zijn reeds geprogrammeerd. 11 houten (loop)bruggen die op
basis van hun levensduur vervangen moeten worden kunnen in de onderhoudsprogramma’s meegenomen worden. Voor zes kunstwerken is extra onderzoek noodzakelijk. Deze onderzoeken lopen.
Indien de bruggen niet tijdig worden vervangen, zullen de wegen afgesloten moeten worden om de
situatie veilig te houden. In 2015 worden 10 nieuwe kunstwerken geanalyseerd. Eind 2015 zijn de
risico’s van die kunstwerken inzichtelijk en is duidelijk of en zo ja welke maatregelen getroffen
moeten worden. Op dit moment lopen we geen acuut risico.
Achterstanden
Uit technische inspecties (uitgevoerd door gespecialiseerde instanties) dat er sprake is van achterstanden op het gebied van verharding en verlichting: de achterstanden op het gebied van verharding
zijn de afgelopen jaren door de NRE-impuls flink ingelopen. In 2010 bedroeg de achterstand nog
29,5%, in 2013 was dit 17%. De achterstanden op het gebied van openbare verlichting (armaturen)
bedragen 24%, de masten (6%) voldoen aan de eisen (maximaal 10% onder basiskwaliteit).
De achterstanden op het gebied van civieltechnische kunstwerken zijn inmiddels ingelopen en
bedraagt nog maar 2%. De budgetten zijn echter niet toereikend om achterstanden in de toekomst
te voorkomen. De achterstanden worden onder andere veroorzaakt doordat in de jaren 70 veel
infrastructurele voorzieningen zijn aangelegd. Deze wegen zijn nu toe aan vervanging. Daarnaast kan
er door nieuwe technieken (relining) minder worden meegelift met rioolprojecten. Door bij groot
onderhoud kritisch te kijken of de betreffende voorzieningen nog nodig zijn, het toepassen van de
financiële beheerparagraaf in projecten, integraal te programmeren, sober te ontwerpen en door
zoveel mogelijk te ontharden wordt getracht de onderhoudskosten in de toekomst zo veel mogelijk
38 - 2. Paragrafen
te beperken. Om de noodzakelijke groot onderhoudsprojecten van onze infrastructuur en civiel­
technische kunstwerken te kunnen realiseren, worden deze de komende jaren expliciet benoemd in
het Meerjaren Investerings Plan (MIP). Hiermee kan worden voorkomen dat de onderhoudsachterstanden verder oplopen
Water
Kerncijfers en overige gegevens
riool
rioolkolken
gemalen
oppervlaktewater
1.238 km
81.250 stuks
139 stuks
57 km lengte
Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen ‘water’ is het volgende kaderstellend:
• europese Kaderrichtlijn Water;
• (Nationaal) Bestuursakkoord Water;
•wet milieubeheer, Waterwet en Gemeentewet. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de
inzameling en het transport van afvalwater en voor het (overtollig) hemel- en grondwater;
•gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2015-2018. Voor de (ondergrondse) voorzieningen die voor water
zijn aangelegd voorziet het GRP in het duurzaam in standhouden ervan;
•het Convenant Waterplan dat begin 2006 door de vier waterpartners is ondertekend, benoemt voor
de oppervlaktewateren de uitgangspunten voor inrichting, beheer en onderhoud;
•het meerjarenprogramma baggeren (2006-2015) geeft een tienjarenplan voor de sanering van de
waterbodems van alle stadswateren;
•plannen voor herinrichting en onderhoud van de beide kanalen (Eindhovens kanaal en Beatrixkanaal)
raadsbesluit voor de (her)ontwikkeling van het Beatrixkanaal;
•activiteiten afstemmen op wijkvernieuwing, herbestraten, overig onderhoud (‘integraal
programmeren’).
Kosten onderhoud in 2015
Het GRP legt een duidelijk accent op een gestructureerd beheer en onderhoud en bijbehorende
exploitatielasten. Zo is er vanaf 2006 een intensivering van het reinigings- en inspectieprogramma,
waarbij in 10 jaar het gehele stelsel aan bod komt. In 2015 wordt deze 10 jaar cyclus afgerond. Alle
overige elementen van onderhoud (zoals kolken, lijnafwatering, overstorten, gemalen, bergingskelders, zinkers) zijn opgenomen in het meerjarig onderhoudsprogramma. Hierin zijn frequentie en wijze
van onderhoud vastgelegd. Dit borgt de instandhouding van deze voorzieningen. Voor onderhoud
van kapitaalgoederen (riolering, gemalen oppervlaktewater) is in de begroting 2015 een bedrag van
€ 4.354.000,- opgenomen. Dit zijn de kosten voor exploitatie onderhoud inclusief de personele lasten
en exclusief de kapitaallasten, afdracht BCF en mutatie voorziening. Voor de dekking van de kosten
zijn de begrote exploitatielasten in het GRP doorgerekend. Hier is een bijbehorend dekkingsplan
vastgelegd. Vervolgens is de rioolheffing voor de periode 2015-2018 bepaald.
Nadere toelichting over het onderhoud
Het onderhoud kan onderverdeeld worden in:
•cyclisch jaarlijks onderhoud: kolken reinigen, rioolgemalen reinigen; periodiek reinigen en
onderhouden oppervlaktewater.
•curatief onderhoud: naar aanleiding van klachten. Noodzakelijk voor goed laten functioneren
van het rioolsysteem en het oppervlaktewatersysteem.
2. Paragrafen - 39
Onderhoudsachterstanden
Er is geen achterstand.
Uitvoering projecten ter verbetering van kapitaalgoederen
Conform het GRP 2015-2018 worden vervangings- en verbeteringsinvesteringen uitgevoerd.
In het raadsprogramma Openbare Ruimte en collegeproduct Water is dit nader omschreven. Voor de
dekking van deze investeringen zijn de begrote investeringen langjarig in het GRP doorgerekend.
Hier is een bijbehorend dekkingsplan vastgelegd. Vervolgens is de rioolheffing voor de periode
2015-2018 bepaald.
Specifiek voor riolering: GRP 2015- 2018, investeringen en exploitatie
Kengetallen/Prestatie-indicatoren met streefwaarden
1. Investeringen
Rioolvervanging en -verbetering
2. Exploitatie
Inspectie en reiniging riolen
Reiniging kolken
Reiniging en inspectie rioolgemalen
Begroot 2015
€ 14.700.000,5.826 m
€ 4.354.000,125 km
162.500 st
480 st
Ontwikkelingen
Niet van toepassing.
Groen
Onderhoud groen en recreatievoorzieningen:
Kerncijfers en overige gegevens
Aantal stedelijke straat en parkbomen
107.000 stuks
Aantal bomen buitengebied
12.000 stuks
Oppervlakte stedelijk groen
1170 ha.
Oppervlakte buitengebied
360 ha.
Kinderboerderij
Speelplekken
1 stuk
740
Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen van het programmaonderdeel groen is het
volgende kaderstellend:
•wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, met name voor bomen en speelvoorzieningen
(gemeente heeft als eigenaar de zorgplicht);
•flora- en fauna wet (gemeente heeft als eigenaar de plicht om zorgvuldig te handelen ten aanzien
van beschermde plant- en diersoorten);
•nationaal, provinciaal natuurbeleid, met name de in het streekplan uitgewerkte ecologische
hoofdstructuur en ecologische verbindingszones;
•groenbeleidsplan (gemeente, 2001);
•nota Niet kappen tenzij (gemeente, 2007);
•bomenbeleidsplan (gemeente, 2008).
40 - 2. Paragrafen
Kosten onderhoud in 2014
Begrote cyclische onderhoudskosten, groot onderhoud/investeringen en curatief onderhoud liggen
jaarlijks rond de € 13,5 miljoen.
Nadere toelichting over het onderhoud. Het onderhoud kan onderverdeeld worden in:
•cyclisch jaarlijks onderhoud: Technische instandhouding als maaien, snoeien en 1 op 1 vervanging
van bomen en speeltoestellen;
•cyclisch meerjaarlijks onderhoud (zoals snoeien van bomen, bosplantsoen etc);
•exploitatie kinderboerderij (instandhouding gebouw en veestapel);
•curatief onderhoud: Onvoorziene schades, plagen in groen etc.;
•groot onderhoud/investeringsprojecten: worden op programmatische wijze gedaan in samenhang
met andere programma’s binnen de gemeente (integraal programmeren).
Onderhoudsachterstanden
Een inhaalslag op onderhoudsachterstanden is opgestart in de periode 2009-2012 met behulp van
de inzet van aanvullende incidentele middelen van jaarlijks € 1,3 miljoen voor investeringsprojecten
(waarbij direct ook het achterstallig onderhoud wordt aangepakt). Hoewel met ingang van 2013 dit
jaarlijkse bedrag is vervallen, loopt de uitvoering van in deze periode opgestarte projecten voor een
deel door tot en met 2016. Op langere termijn is het perspectief minder gunstig. Bij ongewijzigd beleid
zal geleidelijk aan een steeds groter deel van het gewenste grootonderhoud moeten worden door­
geschoven. Denk bijvoorbeeld aan de periodiek noodzakelijke renovatie van parken. Er zal naar
verwachting ook in beperkte mate kunnen worden tegemoet gekomen aan de vraag naar voor­
zieningen voor ondergrondse groeiruimte voor bomen. Deze vraag doet zich met name voor in
gebieden met een hoge ondergrondse dynamiek (onder meer door kabels en leidingen, ondergrondse
vuilopslag, wegfunderingen, etc.), zoals de binnenstad en langs de stedelijke radialen. Op termijn zal
dit in toenemende mate te zien zijn aan het groen in de stad.
Uitvoering projecten ter verbetering van kapitaalgoederen
Naast dat er nog een aantal in gang gezette investeringsprojecten doorlopen, heeft groen voor
nieuwe investeringsprojecten met ingang van 2014 prioriteit gekregen in het gemeentebrede meerjarig investerings programma (MIP). Daarmee is € 0,4miljoen uit de MIP-reserve prioritair gelabeld
voor groeninvesteringen. Het daadwerkelijke investeringsbedrag voor groen kan als resultaat van
het MIP-besluitvormingsproces hoger of lager uitvallen. Toekenning wordt met inachtneming van
de benoemde prioriteit namelijk afgewogen tegen andere aanvragen voor de jaarschijf van de
MIP-reserve en is mede afhankelijk van het totaalbedrag dat in het betreffende jaar beschikbaar is.
Ontwikkelingen
In het kader van de bezuinigingen is met ingang van 2013 is in het programma groen jaarlijks bedrag
€ 1,8 miljoen minder beschikbaar voor de taken die in het deelprogramma groen worden gedaan.
(waarvan € 1,3 miljoen incidenteel beschikbaar was gesteld voor achtereenvolgens vier jaar).
Dit is hoofdzakelijk opgevangen door de investeringsgelden te beperken en deels door het niet meer
onderhouden van plantenbakken in winkelcentra en door meer ecologisch graslandbeheer (minder
intensief maaien gazons en frequentie terugbrengen). Ook wordt het totaalareaal speelvoorzieningen
niet meer uitgebreid en waar mogelijk aangestuurd op krimp. Omdat het beschikbare budget taakstellend is worden in 2015 de eerder gemaakte keuzes verder uitgewerkt door:
•beperkt nieuwe investeringsprojecten beginnen;
•waar mogelijk investeringsprojecten gericht uit te voeren om de jaarlijkse onderhoudskosten te
verlagen (het omzetten van bestrating in groen en het omzetten van opgaande beplanting in gras);
•alleen de meest urgente inboet van beplanting en bomen uitvoeren;
•in veel gevallen speeltoestellen niet vernieuwen als deze aan vervanging toe zijn, maar levensduur
verlengen en indien economisch niet meer rendabel, in samenspraak met bewoners overgaan tot
verwijderen en niet meer terugplaatsen. Waar in overleg met bewoners wenselijk zal de beweging
richting natuurlijk spelen doorgezet worden.
2. Paragrafen - 41
Onderhoud gebouwen
Om flexibel te kunnen inspelen op klanten en maatschappelijke ontwikkelingen/vastgoedtrends,
is de totale gemeentelijke vastgoedportefeuille gegroepeerd in vier categorieën:
Categorie A: Eigen huisvesting;
Categorie B:Maatschappelijk vastgoed: onder andere sportaccommodaties, kunst en cultuur
gebouwen, welzijnsaccommodaties (speeltuinen, kinderdagverblijven, vrijetijdsaccommodaties, etc.), schoolgebouwen (incl. Spilcentra/brede scholen/bruikleenscholen);
Categorie C:Vastgoed Ruimtelijke Ordening: vastgoed dat om redenen van Ruimtelijke Ontwikkeling
tijdelijk wordt beheerd binnen de vastgoedportefeuille van de sector Grond en Vastgoed;
Categorie D:Overig Vastgoed: alle overige vastgoed niet behorend tot voorgaande groepen.
Hierbij is sprake van marktconforme exploitatie op basis van functie, kwaliteit en
locatie van gebouw.
Op basis van de huidige inschattingen (20 jaars-planning) zijn de onderhoudsvoorzieningen toereikend voor noodzakelijke eigenaars- en gebruikersonderhoud. Het eigenaaronderhoud en beheer van
alle gebouwen wordt onder regie van de sector Grond en Vastgoed uitgevoerd. In deze paragraaf zal
een doorlichting van alle onderhoudsactiviteiten worden weergegeven per categorie:
Categorie A: Eigen huisvesting
In de categorie ‘Eigen huisvesting’ zijn alle panden opgenomen waar het bestuur en de eigen
(ambtelijke) organisatie zijn gehuisvest. Het betreft hier het Stadhuis, Mercado, pand Nachtegaallaan
(allen eigendom van de gemeente) en het Stadskantoor (gehuurd door de gemeente). Het MO-gebouw
(Herman de Witte Huis) is vanaf medio 2014 niet meer in gebruik voor de eigen huisvesting, maar nog
wel eigendom van de gemeente. Ook de panden KBC-toren en Begijnenhof 27 zijn niet meer in gebruik,
hiervan is de huur in 2014 beëindigd.
De Stadhuistoren is vanaf 1 januari 2015 tijdelijk buiten gebruik gesteld voor de eigen huisvesting in
afwachting van de renovatie die eind 2015 zal starten.
Vastgoed voert voor deze eigen huisvesting het eigenaars- en gebruikersonderhoud uit. De gezamenlijke stand van de onderhoudsvoorzieningen voor deze objecten bedroeg per 1-1-2014 € 4.703.574,-.
Categorie B: Maatschappelijk vastgoed
Dit betreft het eigendom van de vastgoedobjecten ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen.
Het dagelijks beheer hiervan is gelegen bij de huurder / gebruiker. Vervanging en onderhoud
behorende bij de inhoudelijke producten: Sociale basisvoorzieningen, Voorzieningen, Onderwijs,
Sport, Kunst & Cultuur, Design, Ruimtelijke ontwikkeling, Groen, Milieu, Verkeer en Wonen zijn
opgenomen in hiervoor opgezette onderhouds- en investeringsplanningen. Alle planningen zijn onderverdeeld in eigenaars en gebruikersonderhoud. Voor een aantal vastgoedobjecten worden op verzoek
van de gebruiker (externe instellingen) eveneens de planningen voor het gebruikersonderhoud
opgesteld. De instelling dient hiervoor een vergoeding af te dragen.
Uitvoering van de eigenaars onderhoudswerkzaamheden vindt plaats in nauw overleg met de
gebruiker. De onderhoudsvoorzieningen voor het eigenaaronderhoud worden gevoed met in de
begroting voorziene jaarlijkse stortingen. Voor gebruikersonderhoud beschikt de gebruiker in de regel
over eigen onderhoudsmiddelen.
De gemeente is bezig om maatschappelijk vastgoed optimaal te gaan gebruiken voor functies
waaraan behoefte is in de stad. De vraag en het aanbod van het maatschappelijk vastgoed wordt aan
elkaar gekoppeld, waarbij wordt ingezet op een efficiënter en effectiever benutting van het maatschappelijk vastgoed. De gezamenlijke stand van de onderhoudsvoorzieningen voor deze objecten
bedroeg per 1-1-2014 € 9.479.441,- .
42 - 2. Paragrafen
De Beheersystematiek Cultuur Vastgoed is een nieuwe systematiek voor cultuur vastgoed in
eigendom van de gemeente, waarbij de gemeente het volledige onderhoud (eigenaars- en gebruikersonderhoud) voor de cultuurpanden gaat uitvoeren. De beheersystematiek Cultuur Vastgoed is ingevoerd bij: Popei, Parktheater en De Effenaar. Bij het Natlab (Plaza) is de beheersystematiek integraal
meegenomen in de nieuwbouw. N.a.v. een evaluatie zal worden bekeken in hoeverre deze systematiek
een vervolg zal krijgen.
Categorie C: Vastgoed Ruimtelijke Ordening
Dit betreft het vastgoed dat om redenen van Ruimtelijke Ontwikkeling tijdelijk behoort tot de vastgoedportefeuille. Het vastgoed omvat woningen en overige gebouwen, die de eindbestemming nog
niet hebben bereikt.
Voor het onderhoud vastgoed ruimtelijke ontwikkeling is per object maatwerk nodig. Voor deze
panden wordt alleen instandhoudingonderhoud uitgevoerd. De afwikkeling van dit onderhoud vindt
rechtstreeks plaats in de exploitatie.
Categorie D: Overig vastgoed
Al het overige vastgoed dat niet in een andere groep ingedeeld kan worden. Voor het overig vastgoed
wordt uitgegaan van een van marktconforme exploitatie op basis van functie, kwaliteit en locatie van
het gebouw.
De volgende onderhoudsvoorzieningen zijn hierbij betroken: diverse overig vastgoed,
diverse monumenten, ’t Karregat, Paradijslaan, Sportmedisch Centrum (Antoon Coolenlaan), IJzeren
Man, Alb. Thijmlaan, Oude Vensedijk 5 en woonwagenstandplaatsen. De totale stand van deze onderhoudsvoorzieningen (eigenaargedeelte) bedraagt per 1-1-2014 € 4.772.320,- .
In 2012 is het dossier ‘Afstoten delen gemeentelijk Vastgoedportefeuille’ besloten. Er is een quickscan
verkooplijst gemeentelijk vastgoed opgesteld. Een groot gedeelte van het gemeentelijk vastgoed,
dat niet meer noodzakelijk is voor gemeentelijk beleid, zal zoveel mogelijk worden afgestoten.
Hierbij is voor de periode 2011-2020 een financiële taakstelling ter grootte van € 17 miljoen gekoppeld.
Realisatie van de taakstelling zal afhankelijk zijn van de inhoudelijke besluiten omtrent de inzet
van gemeentelijk vastgoed.
2. Paragrafen - 43
2.5Grondbeleid
De ruimtelijke ordening is een uiterst boeiend vakgebied, dat volop in de schijnwerpers staat.
Discussies gaan over bijstellingen van grondexploitaties en over verliezen die genomen moeten
worden en het gebrek aan vertrouwen over de prognoses dat daardoor is ontstaan.
Er is afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in een toonbare ordeningsslag in zowel de
programma’s van lopende projecten als in de voorraadportefeuille van het grondbedrijf.
Een uitvoerige marktanalyse heeft plaatsgevonden naar de ‘match’ tussen vraag en aanbod
binnen de programma’s wonen, kantoren, bedrijfsruimte en commercieel.
Programma’s zijn op basis hiervan verder uitgefaseerd, aangepast of gestopt. Dit heeft financieel uiteraard zowel incidenteel als structureel de nodige consequenties gehad, waarover in de
jaarrekeningen en MPG’s uitvoerig is bericht. Daarnaast zijn verschillende maatregelen genomen
om voorzichtiger te ramen en om projectsturing en portefeuillemanagement te
verbeteren. Door de genomen stappen in de jaren 2008-2013 is een realistische, gezonde en
meer controleerbare situatie ontstaan voor de grondexploitaties binnen de gemeente Eindhoven.
Grondbeleid
Er is bij alle betrokken partijen in de gebiedsontwikkeling terughoudendheid voor het aangaan van
risico’s. Herbezinning van de eigen rol binnen de ruimtelijke ordening is het gevolg, iedereen wil liefst
de risico’s zoveel mogelijk naar andere partijen over dragen, zonder bereid te zijn daar extra voor te
betalen. Tegelijkertijd wordt er creatief maar soms ook bijna krampachtig gezocht naar mogelijkheden
om de vastgelopen ruimtelijke ordening weer vlot te trekken. En langzaam maar zeker wordt ook
nagedacht over nieuwe invullingen van de gebieden die voorlopig niet tot de beoogde ontwikkeling
komen, tijdelijke invullingen die zowel maatschappelijk als financieel nog van meerwaarde voor de
stad kunnen zijn.
In het MPG 2014 is geadviseerd om de nota grondbeleid, waarin staat beschreven met welk doel en
welke middelen we het grondbeleid willen uitvoeren te herzien. Onze nota dateert uit 2004 en er is
behoefte aan een nieuwe kijk, die er voor moet zorgen dat de ruimtelijke ontwikkelingen in de
gemeente een zo hoog mogelijk maatschappelijk effect blijven ondersteunen en die de financiële
impact van de veranderde context van de grondmarkt beheersbaar houdt. Geadviseerd is om eerst
een plan van aanpak voor te leggen aan het bestuur over de te nemen stappen om tot een nieuwe nota
grondbeleid te komen, vervolgens de brede discussie ambtelijk en bestuurlijk te voeren, alvorens de
nota grondbeleid te vernieuwen op basis van de uitkomsten van deze discussies. Ten tijde van het
schrijven van deze paragraaf grondbeleid voor de begroting 2015 wordt het plan van aanpak
geschreven dat naar verwachting in het derde kwartaal 2014 aan het bestuur wordt voorgelegd.
Eerst dan wordt duidelijk wanneer de nieuwe nota grondbeleid verwacht kan worden.
Vooruitlopend op de nieuwe nota grondbeleid is al eerder aangegeven (o.a. in de begroting 2014) dat
we de actieve rol die we voorheen vaak innamen in grond- en investeringspolitiek, niet meer als
primair uitgangspunt nemen, zoals dit wel nog in de nota grondbeleid uit 2004 is opgenomen.
We willen en moeten een andere rol aannemen, een rol waarbij we vooral op zoek gaan naar partners,
verbinden en regisseren. We staan vooral voor de opgave om de bestaande stad te transformeren
en in te zetten op hergebruik en niet meer op de grote nieuwbouwontwikkelingen.
44 - 2. Paragrafen
Doel MPG
Het doel van de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) is: het college en de gemeenteraad
actueel inzicht geven op basis van (markt)ontwikkelingen in de grondexploitaties die de gemeente
voert, zodat de gemeenteraad zijn controlerende rol kan uitvoeren. Daarbij wordt:
• inzicht gegeven op portefeuilleniveau voor de komende jaren;
• inzicht gegeven in de geplande afzet versus realisatie en de inschatting van de marktbehoefte;
• de afzet in private plannen (die de gemeente faciliteert) hierbij wordt meegenomen;
• inzicht wordt gegeven op in ieder geval de categorieën wonen, bedrijven, kantoren en detailhandel;
• inzicht gegeven in voorraadlocaties;
•inzicht wordt gegeven in risico’s en het beschikbare weerstandsvermogen om financiële risico’s
op te vangen.
Op basis van deze informatie bestaat actuele informatie over financiën en risico’s rondom
grondexploitaties.
Technische update MPG 2014 : Uitgangspunten ten behoeve van begroting 2015
De cijfers voor deze begroting zijn gebaseerd op:
• de herijking van de grondexploitaties ten behoeve van het MPG 2014;
• aangepaste renteberekening o.b.v. uitgangspunten voor de begroting 2015;
• aangepast gemiddeld uurtarief, specifiek voor grondexploitaties;
• aangepaste doorbelasting overhead conform eerdere besluitvorming College.
Grondexploitaties
De gemeente Eindhoven heeft momenteel 46 lopende grondexploitaties, de relatief grootste in
omvang zijn Meerhoven, Tongelresche akkers, Blixembosch Noord-Oost, Strijp-S, NRE-terrein en het
Stationsgebied. Daarnaast heeft de gemeente nog een aantal voorraadprojecten zoals Gebiedsexploitatie Eindhoven Noord West (Gebiedsexploitatie Eindhoven Noord West (voorheen Landelijk Strijp/
Brainport Innovatie Campus) en Picuskade.
Groep 1
Planexploitaties met een hoge importantie en hoog risicoprofiel, dit zijn onder
andere Meerhoven, Stationsgebied en Tongelresche Akkers.
Groep 2
Planexploitaties met een hoge importantie en laag risicoprofiel, dit zijn onder
andere Strijp-S en Stadionkwartier.
Groep 3
Planexploitaties met een lage importantie en hoog risicoprofiel, dit zijn onder
andere GDC Noord en Hotel Bergstraat.
Groep 4
Planexploitaties met een lage importantie en laag risicoprofiel, onder andere
woningbouw Puttense Dreef en Eindhoven Airport bedrijventerrein.
2. Paragrafen - 45
Programma
Een belangrijke inputfactor voor de planexploitaties is het programma dat gerealiseerd wordt op de uit
te geven grond. De verkoopopbrengst van de grond is hier namelijk direct aan gekoppeld. En alleen bij
een realistisch programma waar ook vraag naar is, zal de ingeschatte opbrengst ook behaald kunnen
worden. In onderstaande tabel zijn de totaaltellingen opgenomen van de te realiseren programma’s
van alle planexploitaties uit het MPG 2014. Ter vergelijking zijn de prognoses MPG 2013 opgenomen.
Verder is aangegeven wat hiervan t/m 2013 is gerealiseerd en tot slot wat hiervan nog te realiseren is
(Kolom Prospectie vanaf 2014).
Programma
MPG 2013
MPG 2014 Gerealiseerd
t/m 2013
Prospectie
vanaf 2014
MPG 2014
Grondgebonden woningen (in stuks)
5.611
5.875
3.337
2.538
Appartementen (in stuks)
4.633
5.525
2.119
3.406
Kantoren (in m BVO)
384.431
275.828
87.644
188.184
Bedrijfsterreinen (in m2)
998.332
855.725
362.491
493.234
Commercieel (in m2 BVO)
201.156
60.938
29.783
31.155
-
152.428
97.808
54.620
2
Overig m
2
Daarnaast worden nog diverse andere programma’s zoals infrastructurele werken, openbaar gebied,
parken en andere maatschappelijke functies door middel van grondexploitaties gerealiseerd.
Financiën portefeuille lopende planexploitaties
Op basis van jaarlijks geactualiseerde begrotingscijfers wordt berekend welk toekomstig resultaat
nog gerealiseerd zal worden. Voor de actualisatie wordt gebruik gemaakt van het meest realistische
scenario. In de volgende tabel is het verwacht toekomstig resultaat gepresenteerd van alle lopende
planexploitaties, zijnde een totaal verwachte Netto Contante Waarde van € 43,3 miljoen positief.
Vergelijking totaalresultaat begroting 2105 - MPG 2014
Groep
Saldo EW
Begroting
2015 (mln. €)
Saldo EW MPG
2014 (mln. €)
Saldo NCW
Begroting
2015 (mln. €)
Saldo NCW MPG
2014 (mln. €)
Groep 1
15,4
15,6
10,0
9,2
Groep 2
1,0
0,8
0,8
0,6
Groep 3
9,1
9,9
6,5
6,4
Groep 4
35,9
38,4
25,9
25,1
Totaal
61,4
64,7
43,3
41,4
In deze tabel weergegeven bedragen in de kolommen EW en NCW geven een verwachte winst weer
wanneer de bedragen positief zijn vermeld (negatieve bedragen dus een verwacht verlies)
Het geprognosticeerd saldo van alle projecten laat in de begroting 2015 een kleine verbetering zien
van € 1,9 miljoen NCW ten opzichte van het MPG 2014, dit wordt met name veroorzaakt door een
wijziging in de apparaats- en rentekosten.
46 - 2. Paragrafen
Benodigde weerstandscapaciteit
Planexploitaties kennen vaak complexe langdurige processen (bijvoorbeeld einde looptijd Meerhoven
2030). Dat brengt de nodige financiële en andersoortige risico’s met zich mee. De bepaling van de
risico’s en de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit, wordt voor de lopende projecten gedaan aan
de hand van een onderscheid in project en marktrisico’s; zijnde projectoverstijgende risico’s als
gevolg van externe marktontwikkelingen.
Benodigde weerstandscapaciteit wordt als volgt bepaald
MPG 2014
Benodigde weerstands­capaciteit lopende projecten
MPG 2013
Marktrisico’s
€
30.800.000
31.350.000
Projectrisico’s
€
21.000.000
24.000.000
Correctie post onvoorzien
€
-2.800.000
-8.700.000
Correctie projecten met positief saldo
€
-7.800.000
€
41.200.000
46.650.000
Benodigde weerstandscapaciteit voorraadprojecten
€
2.800.000
4.850.000
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
€
44.000.000
51.500.000
In het beschikbare weerstandsvermogen - eigen vermogen van de gemeente Eindhoven - is rekening
gehouden met de benodigde weerstandscapaciteit van € 44,0 miljoen.
2. Paragrafen - 47
48 - 2. Paragrafen
2.6 Lokale heffingen
Algemeen
De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Ze raken de burgers,
bedrijven en instellingen heel direct in hun portemonnee. Gemeentelijke heffingen staan dan ook sterk
in de politieke belangstelling.
Jaarlijks worden de belastingverordeningen en de daarbij behorende tarieven vastgesteld. De raad
heeft als bevoegd bestuursorgaan besloten dat de verordeningen en tarieven gelijktijdig met de
begroting worden vastgesteld. In deze paragraaf wordt daarom een overzicht gegeven van de voor­
gestane wijzigingen met betrekking tot de gemeentelijke heffingen die van invloed zijn op de begroting
2015. Hoe hoog is de lokale belastingdruk? Hoe hoog worden de woonlasten?
Geraamde inkomsten
(bedragen x €1.000)
Primaire
begroting
2014
Herziene
begroting
mei 2014
Primaire
begroting
2015
113.242.000
109.526.000
111.908.000
45.186.000
45.186.000
46.898.000
Precariobelasting
821.000
823.000
842.000
Hondenbelasting
951.000
951.000
970.000
1.857.000
1.857.000
1.857.000
Standplaatsgeld autobussen
12.000
12.000
12.000
Kanaalrechten
36.000
36.000
65.000
8.557.000
9.174.000
9.615.000
Leges
12.239.000
10.226.000
10.465.000
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
24.391.000
22.091.000
22.180.000
17.189.000
17.189.000
17.077.000
Begraafplaatsrechten
746.000
724.000
729.000
Marktgelden
659.000
659.000
600.000
Reclamebelasting
598.000
598.000
598.000
De inkomstenraming voor het totaal aan
lokale belastingen bedraagt:
Specificatie:
Onroerendezaakbelastingen
Toeristenbelasting
Parkeerbelastingen
Rioolrechten
Beleid en tariefstelling
Met de vaststelling van de Kadernota 2015-2018 is ervan uitgegaan dat er bij de inkomsten geen
andere dan autonome verhogingen zullen plaatsvinden.
Woonlasten
De woonlasten in Eindhoven behoren tot de laagste van de grote gemeenten. Dat houden we ook zo.
We sturen op het totaal van de woonlasten (de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de
rioolrechten). Dit totaal stijgt niet meer dan trendmatig (2%).
2. Paragrafen - 49
Onroerende zaakbelastingen
Bij de onroerendezaakbelastingen is de herwaardering ingevolge de Wet waardering onroerende
zaken (Wet WOZ) van belang. Deze WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Voor belastingjaar 2015
gaat het daarbij om de waarde naar peildatum 1 januari 2014. De uitkomsten van deze herwaardering
zijn mede bepalend voor de tarieven onroerendezaakbelastingen voor 2015. De voorgestelde tarieven
onroerendezaakbelastingen zijn de tarieven op basis van de nu beschikbare kennis. De definitieve
tarieven worden in december 2014 door de raad vastgesteld.
Rioolheffing
Op basis van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP), dat elke coalitieperiode wordt vast­
gesteld, worden de tarieven berekend. Deze zijn maximaal 100% kostendekkend. Uit het nieuwe
GRP blijkt, dat de tarieven licht dalen.
Toeristenbelasting
Het tarief wordt niet geïndexeerd. Conform het raadsbesluit bij het dossier Afronding transitie Stichting Eindhoven Marketing wordt meeropbrengst toeristenbelasting, hoger dan in de begroting opgenomen bedrag, gestort in de reserve Citymarketing, toerisme, recreatie en evenementen. Stortingen
en onttrekkingen vinden plaats conform realisatie, niet conform begroting. Indien de werkelijke
opbrengst toeristenbelasting lager is dan begroot, vindt in lijn met deze methodiek een onttrekking
aan de reserve plaats voor het afwijkende bedrag (tenzij het saldo van de reserve niet toereikend is).
Leges
Algemeen uitgangspunt bij legesheffing is een zoveel mogelijk kostendekkend tarief. Hierbij houden
we rekening met de maatschappelijke effecten van de tariefstelling. Daarom zijn bijvoorbeeld de
tarieven voor horecavergunningen niet kostendekkend.
Leges Burgerzaken
Rijbewijzen, paspoorten, identiteitskaarten en dergelijke. De van rijkswege vastgestelde tarieven voor
paspoorten en dergelijke zijn nog niet bekend. Zodra de landelijke tarieven bekend worden, kan het
college zelf de (leges)tarieventabel aanpassen.
Leges Vergunningen
In de opbouw van de legestarieven van vergunningen zijn de afgelopen jaren vele wijzigingen geweest.
In hoofdzaak hebben deze te maken met de landelijke economische crisis, die zich in de bouw hard
heeft gemanifesteerd. Door scherp naar de kosten en opbrengsten te kijken, hebben we bereikt dat de
tarieven zoveel mogelijk kostendekkend zijn. Er blijven echter ontwikkelingen gaande die op de kosten
en inkomsten invloed hebben, zowel organisatorische als landelijke. We hebben daarom een nieuwe
berekening opgesteld ten aanzien van de legestarieven en begroting. Hierbij is ondermeer een
stelpost Route2014 opgenomen.
50 - 2. Paragrafen
Parkeerbelastingen
De begrote opbrengst stijgt ten opzichte van 2014 met bijna 5% door een uitbreiding van het betaald
parkeergebied. In de tarieven zien we geen grote wijzigingen. De wijzigingen die doorgevoerd worden
zijn om de tarieven onderling meer in evenwicht te brengen. In het centrum worden deze iets
verhoogd, en in de schilwijk verlaagd. Een meer gedetailleerde toelichting treft u in het
tarievendossier aan. Naheffingsaanslag parkeren: het landelijke maximumtarief voor de parkeerbon
bedraagt € 59. Als onderdeel van de parkeerbelastingverordening wordt ook een kostenonderbouwing van de naheffingsaanslag parkeren toegevoegd. Dit omdat het tarief van de parkeerbon niet
meer dan kostendekkend mag zijn.
Reclamebelasting
De afgelopen vier jaar hebben we in het centrumgebied een pilot gehouden met de heffing van
reclamebelasting. Op initiatief van de ondernemers werd zo een ondernemersfonds gevoed,
waarmee allerlei voorzieningen en activiteiten konden worden gefinancierd. Momenteel wordt in
overleg met de ondernemers bekeken of de pilot omgezet kan worden in reguliere belastingheffing.
Het is op dit moment nog niet duidelijk of en op welke manier we in 2015 en verder reclamebelasting
heffen in het centrumgebied. Een eventueel voorstel daartoe wordt u daarom separaat aangeboden.
Lokale belastingdruk
De tarieven van de belastingsoorten waarmee nagenoeg alle huishoudens en bedrijven van doen
hebben, kunnen in het kort als volgt worden weergegeven.
2013
2014
20152
0,08254 %
0,09053 %
0,09582%
Gebruiker (% van de WOZ-waarde)
0,14059 %
0,1520 %
0,15851%
Eigenaar (% van de WOZ-waarde)
0,17634 %
0,1907 %
0,19914%
Eigenaar
€ 145,-
€ 148,-
€ 144,-
Gebruiker (per 500m3)
€ 201,-
€ 205,-
€ 199,-
Eenpersoonshuishouden
€ 189,-
€ 168,-
€ 168,-
Tweepersoonshuishouden
€ 226,-
€ 204,-
€ 204,-
Driepersoonshuishouden
€ 263,-
€ 241,-
€ 241,-
Vierpersoonshuishouden
€ 314,-
€ 295,-
€ 295,-
€ 405,35 (incl BTW)
€ 262,-(excl. BTW)
€ 262,-(excl. BTW)
Onroerendezaakbelastingen
Woningen
Eigenaar (% van de WOZ-waarde)
Niet-woningen
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
Reinigingsrechten
Reinigingsrecht ophalen bedrijfspanden
De tarieven zijn voorlopige tarieven. Met het vaststellen van de verordeningen Gemeentelijke Belastingen en Rechten 2015
worden de definitieve tarieven vastgesteld. Deze verordeningen worden gelijktijdig met de begroting aan de gemeenteraad
ter vaststelling voorgelegd. Deze verordeningen zijn in overeenstemming met de in de begroting opgenomen opbrengsten
en tarieven.
2
2. Paragrafen - 51
Kwijtscheldingsbeleid
De voorwaarden waarbinnen de gemeente kwijtschelding van belastingen en heffingen kan verlenen
zijn geregeld in de Invorderingswet 1990. De beleidsmatige regeling is beschreven in de Leidraad
Invordering Gemeente Eindhoven. Kwijtschelding is in de gemeente Eindhoven mogelijk voor de
volgende heffingen: afvalstoffenheffing, rioolheffing, onroerendezaakbelasting (eigendom) woningen,
hondenbelasting en begraafplaatsrechten. De overige gemeentelijke belastingen en/of heffingen
komen niet voor kwijtschelding in aanmerking. Er wordt geen kwijtschelding verleend indien:
• er voldoende betalingscapaciteit is om de aanslag te kunnen voldoen;
•er sprake is van vermogen; dit kan zijn overwaarde van de eigen woning, in het bezit zijn van een
auto of saldo bankrekening/spaarpolis waarvan de waarde/het saldo hoger is dan de gestelde norm;
• er sprake is van verwijtbaar gedrag.
De betalingscapaciteit wordt bepaald door berekening van het netto besteedbare inkomen waarvan
de kosten van bestaan worden afgetrokken. Als kwijtscheldingsnorm hanteert de gemeente
Eindhoven de maximaal toegestane norm van 100% van de bijstandsnorm + netto ziektekosten
+ netto huurkosten. Is de aldus vastgestelde betalingscapaciteit positief, dan mag 80% hiervan
voor de belastingbetaling worden opgeëist. De rest kan worden kwijtgescholden.
52 - Bijlagen
bijlagen - 53
2.7Financiering
Algemeen
Deze paragraaf informeert de raad over het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido).
Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de (mogelijk) uit de treasuryfunctie
voortvloeiende risico’s. Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut van de
gemeente Eindhoven. Hierin staan de doelstellingen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en
de administratieve organisatie rond het beheer van liquiditeiten van de gemeente op korte en
lange termijn.
Liquiditeiten ontwikkeling
De gemeente Eindhoven werkt vanuit totaalfinanciering. Kenmerk van totaalfinanciering is dat de
(tijdelijke of structurele) tegoeden dan wel schulden van sectoren niet separaat maar gebundeld
worden aangehouden bij commerciële banken. Dit bundelen van middelen leidt er toe dat alle tijdelijke
of structurele kastekorten of -overschotten gesaldeerd worden voordat de gemeente zich op de
geld- of kapitaalmarkt begeeft. In dat kader is het van belang om goed inzicht te hebben in het verloop
van inkomsten en uitgaven. Daarmee kunnen we beter sturen op de benodigde liquiditeiten voor de
komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten.
Belangrijk onderdeel van de liquiditeitenplanning is de investeringsplanning.
Uit de liquiditeitenprognose blijkt dat de netto-kasuitstroom in 2015 voornamelijk wordt bepaald door
de hoogte van de investeringen. De verwachte uitstroom in 2015 bedraagt € 105,4 miljoen.
Liquiditeitsprognose 2015
Bedragen x € 1 miljoen
Inkomsten exploitatie
703,0
Uitgaven exploitatie
-657,3
Subtotaal: kasstroom exploitatie
Financiële kasstroom
Subtotaal: kasstroom vóór investeringen
45,7
-41,6
4,1
Investeringskasstroom:
Investeringen maatschappelijk nut
-25,5
Investeringen economisch nut
-83,4
Investeringen grondexploitaties (netto)
Totaal netto kasstroom (-/- betekent lenen)
-0,6
- 105,4
De liquiditeitsprognose is opgemaakt aan de hand van de voorliggende begroting 2015, inclusief het
Meerjaren investeringsprogramma (MIP) 2015 – 2018. Omdat de betalingen (van de investeringen)
meestal plaatsvinden na de uitvoering van het (deel)project, is een temporisering van 20% in de
kasstroom verwerkt ten opzicht van de bedragen zoals in het MIP opgenomen. De laatste stand van
zaken met betrekking tot de geplande investeringen 2014 is eveneens verwerkt in de
liquiditeitsprognose.
54 - 2. Paragrafen
Het totale kasstroomoverschot vóór investeringen is in 2014 € 4,1 miljoen. De totale kasuitstroom voor
investeringen maatschappelijk nut 2015 is € 25,5 miljoen. We lenen in principe niet voor investeringen
in Maatschappelijk nut, maar betalen deze uit de exploitatie- en financiële kasstroom.
De investeringen in Maatschappelijk nut 2015 staan gezien de beschikbare middelen onder druk.
Op basis van de beschikbare gegevens moeten we een bedrag van € 21,3 miljoen lenen voor investeringen in Maatschappelijk nut in 2015. Over een periode van vier jaar kunnen de investeringen
maatschappelijk nut wel gefinancierd worden uit het positieve saldo van de kasstroom voor investeringen. Daarmee voldoen we aan het gestelde uitgangspunt dat er niet wordt geleend voor maatschappelijk nut. De planning van de investeringen wordt voortdurend gemonitord en leidt tot
actualisering van de liquiditeitsprognose.
Opgenomen leningenportefeuille
De wet Fido beoogt het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen.
De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte en voor lange financiering.
Via de kasgeldlimiet stelt de wet een grens aan het bedrag dat maximaal met kort geld mag worden
gefinancierd. Deze wordt berekend als een percentage van het begrotingstotaal (8,5%). Door de drie
decentralisaties stijgt het begrotingstotaal met ruim € 100 miljoen. De kasgeldlimiet beweegt mee en
stijgt in 2015 naar € 74 miljoen, een toename van € 9,2 miljoen; een logische toename gezien de extra
activiteiten die op de gemeente af komen. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal mag de
kasgeldlimiet niet overschrijden. De wet bepaalt tevens dat de gemeente aanvullende maatregelen
moet nemen wanneer de kasgeldlimiet in 3 achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden.
De kasgeldlimiet zal op z’n vroegst in het vierde kwartaal van 2014 overschreden worden, maar mogelijk pas in het 1e kwartaal 2015. Binnen drie kwartalen moet de overschrijding opgeheven zijn door
kasgeldleningen om te zetten in langlopende leningen (met een looptijd > 1 jaar). Op basis van de
liquiditeitenprognose 2014 en 2015 zal in 2015 ca. € 100 miljoen aan nieuwe langlopende leningen
afgesloten worden. De hiermee gepaard gaande rentekosten zijn structureel begroot. In 2015 zal
moeten blijken hoe de inkomsten- en uitgavenpatronen van de decentralisaties gedurende het jaar
gaan verlopen en welk effect ze hebben op de kasgeldlimiet. In het MIP zijn t/m 2018 bruto investeringen opgenomen voor bijna € 500 miljoen. Mede daardoor zal in deze periode de leningenportefeuille, naar verwachting, toenemen met ruim € 200 miljoen. In dat geval is er vanaf 2017 extra rentebudget nodig.
Voor het treasurybeheer is de ontwikkeling van de marktrente vanzelfsprekend erg belangrijk.
Zowel de korte rente op kasgeldleningen als de lange rente zijn nog steeds erg laag en in 2014 verder
gedaald. Gezien de zeer lage rente op kortlopende geldleningen (ca. 0,0%) zal de kasgeldlimiet zo
goed mogelijk worden benut, tenzij de verwachting is dat de lange rente substantieel gaat stijgen.
In dat geval is het gunstiger om eerder lang geld aan te trekken om zo een rentevoordeel voor
meerdere jaren te behalen.
2. Paragrafen - 55
De marktrente heeft zich de afgelopen 10 jaar als volgt ontwikkeld:
rente%
Omslagrente per 2015
10 jaars marktrente (gemeenten)
7,00
6,00
5,00
4,00
3,00
2,00
1,00
0,00
jul02 jan03 jul03 jan04 jul04 jan05 jul05 jan06 jul06 jan07 jul07 jan08 jul08 jan09 jul09 jan10 jul10 jan11
jul11
jan12 jul12 jan13 jul13 jan14 jul14
De gemeente Eindhoven heeft medio 2014 voor een totaalbedrag van ca. € 379 miljoen aan lang­
lopende geldleningen opgenomen, waarvan € 39 miljoen is doorgeleend aan Eindhovense woningbouwcorporaties. De renterisiconorm dwingt af dat openbare lichamen tot een dusdanige opbouw
van de leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het renterisico mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het
begrotingstotaal. De renterisiconorm neemt eveneens toe door de decentralisaties en wordt voor
2015 begroot op € 174 miljoen (20% van het begrotingstotaal). In 2015 wordt de norm niet overschreden: het totaal aan aflossingen in 2015 bedraagt ca. € 47 miljoen; er zijn geen renteherzieningen.
Indien kasgeld omgezet moet worden in lange leningen, worden in de regel leningen aangetrokken
met een looptijd tussen de 5 en 10 jaar. Deze looptijden vormen voor de gemeente Eindhoven een
optimale mix tussen het te betalen rentepercentage op nieuwe leningen, en het renterisico bij
herfinanciering. De structuur van de leningenportefeuille is zodanig opgebouwd dat jaarlijks voor een
bedrag van maximaal € 50 miljoen aan langlopende leningen afgelost moet worden, waarvoor
herfinanciering nodig is. Het jaarlijkse renterisico op herfinanciering is daardoor beperkt. Door geen
zeer langlopende leningen af te sluiten met looptijden langer dan 10 jaar, wordt optimaal gebruik
gemaakt van de rentestructuur (hoe langer de looptijd hoe hoger het rentepercentage). De rentedruk
(de te betalen rente als percentage van de totale uitgaven) komt ultimo 2014 naar verwachting
uit op 0,7%.
De rentelasten, die samenhangen met de financiering van investeringen in economische nut en
grondexploitaties, worden doorberekend aan de gemeentelijke sectoren. Over het kapitaalbeslag
wordt aan de interne sectoren een vooraf gecalculeerd rentepercentage (interne rekenrente) in
rekening gebracht. Dit percentage is een mix van de kosten voor eigen vermogen, aangetrokken
langlopende geldleningen en een deel van de kosten voor kortlopende middelen. De renteresultaten
komen rechtstreeks in de exploitatie tot uitdrukking.
Bij de kadernota 2015-2018 is de interne rekenrente opnieuw bepaald en vastgelegd voor de duur
van één collegeperiode op 3,75%. Uitgangspunt is de te betalen rente over langlopende leningen
(gebaseerd op de financieringspositie per eind 2013) met een opslag voor financieringsrisico’s op
concernniveau van 1%. Uitzondering hierop vormen, net als in 2013 en 2014, de verliesgevende
planexploitaties binnen het grondbedrijf, waarvoor een rentepercentage van 1,5% wordt gehanteerd.
56 - 2. Paragrafen
Verstrekte leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak
De wet schrijft voor dat het verstrekken van leningen evenals het verlenen van garanties alleen is
toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Begin 2015 heeft de gemeente voor een bedrag
van ca. € 74 miljoen aan leningen versterkt aan derden. Van dit bedrag is € 39 miljoen uitgeleend aan
Eindhovense woningbouwcorporaties, waarvan € 26 miljoen is afgesloten met zogenaamde WSW
garantie; in geval de tegenpartij in gebreke blijft, kan de gemeente haar lening via het Waarborgfonds
Sociale Woningbouw (WSW) terug krijgen.
Begin 2015 is voor een bedrag van ca. € 32 miljoen aan leningen direct gegarandeerd door de
gemeente aan instellingen, die actief zijn op het gebied van gezondheidszorg, welzijn, sport en
cultuur. De garanties zijn deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. B&W is terughoudend in het
verstrekken van nieuwe garanties of leningen. In geval van materiële bedragen wordt vooraf advies
ingewonnen van de raad.
Verloop huidige portefeuille
(x € 1 miljoen)
Ultimo jaar
2013
2014
2015
2016
2017
Totaal verstrekte leningen
74
Totaal verstrekte garanties
32
69
67
65
46
31
29
23
18
Bij de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) bekleedt de gemeente een achtervang­
positie. Hierdoor staat de gemeente samen met het Rijk eind 2014 indirect borg voor de langlopende
leningen die onder directe borging van het WSW aan woningcorporaties zijn verstrekt (ca. € 1,2
miljard). Momenteel zijn er geen signalen dat deze achtervangpositie wordt aangesproken.
Op de uitstaande leningen en garanties loopt de gemeente kredietrisico. Voor dit doel wordt de voorziening algemene risico’s garanties en geldleningen aangehouden. Over een deel van de lopende
leningen en garanties wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht bij de geldnemer die wordt
gestort in deze voorziening. Indien de gemeente wordt aangesproken op haar garantie, of een lening
niet wordt afgelost, komt dit verlies ten laste van deze voorziening. Om de hoogte van de voorziening
te bepalen wordt een relatie gelegd met het risico van de uitstaande leningen en garanties. Jaarlijks
wordt de financiële positie van de geldnemers individueel beoordeeld. De solvabiliteit van de geldnemer in combinatie met de (hypothecaire) zekerheden voor de gemeente bepaalt de noodzakelijke
buffer in de voorziening. De hoogte van de voorziening (ca. € 3,9 miljoen) wordt voldoende geacht
voor het afdekken van de risico’s.
Beleggingsportefeuille
Met de invoering van de wet HOF zijn gemeenten verplicht hun (structurele en incidentele) tegoeden
aan te houden bij de Nederlandse Staat, het zogenaamde verplicht schatkistbankieren. Nieuwe beleggingen zijn niet meer mogelijk, maar oude beleggingen mogen wel aangehouden worden tot de einddatum. Eindhoven heeft geen structurele tegoeden; vrijvallende beleggingen zijn en worden ingezet
voor de aflossing van geldleningen.
De beleggingsportefeuille, gekocht met middelen uit de verkoop van de NRE, bevat op 1 januari 2015
nog slechts één garantieproduct. Deze belegging, opgebouwd uit een deel obligaties (90%) en een
deel aandelen (10%), valt vrij in 2016.
Het kredietrisico volgen we onder meer aan de hand van ‘ratings’, een maatstaf voor kredietwaardigheid. Vanuit ons treasurystatuut is voor de kredietwaardigheid van tegenpartijen de status ‘AA’
minimaal vereist. De rating van de obligatie in het resterende garantieproduct voldoet aan deze eis.
2. Paragrafen - 57
Hoewel de gemeente Eindhoven geen structurele tegoeden heeft, kan het voorkomen dat er tijdelijk
een kasoverschot is. Indien dit kasoverschot gemiddeld over een kwartaal boven de limiet (ca € 4,5
miljoen voor Eindhoven in 2015) komt, moet het meerdere bij de Staat worden afgestort tegen minimale rentevergoeding. Door middel van een zo accuraat mogelijk liquiditeitenplanning op dagbasis,
wordt gestuurd op een liquiditeitensaldo dat gemiddeld onder de norm ligt. Met name de inkomstenkant (belastingen, incidentele subsidies) is moeilijk per dag voorspelbaar. De ervaring over 2014 leert
dat gemiddeld over het kwartaal deze pieken over het algemeen goed op te vangen zijn.
Samengevat
De komende jaren is als gevolg van investeringen opnieuw een forse liquiditeitenuitstroom te
verwachten. De leningenportefeuille neemt hierdoor toe. Voor 2015 blijven we binnen de gestelde
wettelijke normen op het gebied van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Wel wijken we in 2015
bewust af van de spelregel ten aanzien van het niet lenen voor investeringen in maatschappelijk nut.
Het rentebudget zal op termijn niet toereikend zijn. De realisatie van de voornemens wordt daarom
nauwgezet gevolgd om tijdig bij te kunnen sturen.
58 - 2. Paragrafen
2. Paragrafen - 59
3.
Raadsprogramma’s
60 - 3.
Bijlagen
raadsprogramma’s
RP1Sociale basis
Inleiding
De transformatie sociaal domein, bekend onder de naam WIJeindhoven bestaat uit de sociale
basis (nuldelijn), de generalistenteams (eerste lijn) en de specialistische zorg (tweede lijn).
Het is tevens de landingsbaan voor de drie decentralisaties: Jeugdwet, WMO/AWBZ
en Participatiewet.
De sociale basis gaat over het versterken van eigen kracht (zelfredzaamheid) en het sociaal netwerk
(samenkracht). De sociale basis is voor én van iedereen, is beschikbaar voor iedere Eindhovenaar en
is logischerwijs niet gericht op specifieke groepen inwoners. In de sociale basis staat het in positie
brengen van inwoners, het ontwikkelen van voldoende kracht om mee te kunnen doen en het aanboren
van onderlinge betrokkenheid centraal. Dat doen we via de lijn van de basisvoorzieningen en de lijn
van samenkracht. De komende periode zullen we investeren in de sociale basis, wat ook betekent dat
de gemeente, maar ook de inwoners en partners in de stad, een andere rol krijgen en tot een andere
‘rolverdeling’ komen. De rol van de gemeente wordt meer bescheiden (maar niet of niet zozeer in de
betekenis van ‘terugtredend’); van inwoners wordt een meer actieve rol in het vormgeven van de
sociale kwaliteit van de stad onderkend.
De gemeente streeft ernaar dat de sociale basisvoorzieningen in 2015 versterken en dat die zoveel
mogelijk ‘inclusief zijn’ (dat wil zeggen: voor iedereen toegankelijk). Tegelijkertijd is het zo dat de
gemeente slechts ten aanzien van een beperkt aantal voorzieningen direct invloed kan uitoefenen
(het gaat met name om Onderwijs en Publieke Gezondheid). Met betrekking tot de andere voorzieningen wil de gemeente in de vorm van innovatielabs en het vormen van coalities (denk bijvoorbeeld
aan de Lokaal Educatieve Agenda’s) een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van deze
voorzieningen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in het verbinden van het sociale domein met andere
domeinen binnen de gemeente.
Komend begrotingsjaar ligt de nadruk op het versterken van de sociale basis. Dat doen we in 2015
met name door te investeren in maatschappelijke initiatieven en te innoveren op verschillende thema’s
(denk bijvoorbeeld aan respijtzorg, vroege en voorschoolse educatie, stimuleren van netwerken
en nieuwe coalities).
3. raadsprogramma’s - 61
Effecten & Cijfers
Effectindicatoren
(max. 3)
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Sociale cohesie3
5.5
-
5.9
6.0
6.0
6.0
Rapportcijfer
Leefbaarheid4
7,0
-
7,0
7,0
7,0
7,0
- Nulmeting
-
-
-
Eigen kracht
indexcijfer5
-
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
Investeringen maatschappelijk nut
4.307
891
508
0
0
Investeringen economisch nut
34.185
46.493
2.011
471
284
Totaal investeringen
38.492
47.384
2.519
471
284
Baten/Lasten
(bedragen x € 1.000)
Lasten bestaand beleid
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
116.958
80.089
Daling personeelslasten
(nieuwe organisatie
sociaal domein)
80.831
70.331
64.744
64.483
-1.234
-1.256
-1.249
-1.249
1.000
1.000
1.000
1.000
Uitgaven ten laste van
integratie-uitkering
sociaal domein:
- Innovatie sociale
basis
Totaal lasten
116.958
80.089
80.597
70.075
64.495
64.234
Baten bestaand beleid
14.730
15.698
15.857
7.949
7.949
7.949
Totaal baten
14.730
15.698
15.857
7.949
7.949
7.949
Totaal saldo van baten
en lasten
102.228
64.391
64.740
62.126
56.546
56.285
Wijzigingen reserves
-45.073
-5.806
-13.918
-7.855
- 2.397
- 2.396
57.155
58.585
50.822
54.271
54.149
53.889
Resultaat
De gemiddelde score waarin mensen de sociale kwaliteit van hun woonomgeving ervaren, is in 2014 niet in de
begroting opgenomen.
4
Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners van 15 – 85 jaar geven aan de leefbaarheid van hun buurt.
5
Het rapportcijfer dat de mate van eigen kracht van Eindhovenaren aangeeft - door gegevens op verschillende leefterreinen
aan elkaar koppelen – . De Eigen Kracht Monitor is in ontwikkeling.
3
62 - 3. raadsprogramma’s
Lasten
Verdeeld naar
collegeproduct
Verdeeld naar categorie
1%
Uitgaven ten laste
integratie-uitkering
Sociaal Domein
16%
Rente en
afschrijvingen
10%
58%
28%
10%
Samen
kracht
Onderwijs
Sociale
basisvoorzieningen
Publieke
gezondheid
Baten
Verdeeld naar
collegeproduct
2%
Toevoegingen aan
voorzieningen
Goederen en
diensten
17%
Onderwijs
Sociale
basisvoorzieningen
Niet in te
delen lasten
25%
Goederen en
diensten
7%
Salarissen en
sociale lasten
37%
Overdrachten
7%
Verrekeningen
Verdeeld naar categorie
30%
83%
-5%
70%
Overdrachten
7%
Verrekeningen
3. raadsprogramma’s - 63
1.1Samenkracht
1.1.1 Korte toelichting op product
Dit product omvat het speelveld van het sociale alledaagse leven in de stad; samenkracht. Onder
samenkracht verstaan we het bij elkaar komen van vraag en aanbod tussen inwoners op sociaal gebied.
Samenkracht is de beweging naar eigen kracht en ‘samenredzaamheid’, waarbij het gaat om het totaal
aan maatschappelijke initiatieven dat plaatsvindt in de stad en bijdraagt aan ontmoeting en aan samenleven. Inwoners worden actief gestimuleerd om zich in te zetten voor zichzelf, elkaar en voor hun stad.
1.1.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Percentage inzet op
eigen kracht en/of de
sociale basis ten
opzichte van professionele inzet stijgt6
nulmeting
Aantal gerealiseerde
ideeën op basis van
maatschappelijke
initiatieven binnen de
opdracht Sociaal
Domein 20157
-
-
nulmeting
-
-
-
Het % inwoners in de
leeftijd van 15 - 85 jaar
dat een vorm van
vrijwilligerswerk doet8
42%
-9
42%
43%
43%
44%
1.1.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•deze doelstellingen worden bereikt door de mogelijkheden van én voor maatschappelijke initiatieven
te versterken door de inzet van (tijdelijke) middelen en of (tijdelijke) professionele ondersteuning,
het meer inzetten van de netwerken in de stad, samenwerking en verbinding tussen inwoners en
organisaties. Binnen de opdracht Sociaal Domein 2015 is meer ruimte voor de ideeën en initiatieven
vanuit inwoners en daarmee het investeren in en versterken van de sociale basis;
•inwoners, al dan niet in georganiseerd verband, faciliteren om anderen te ondersteunen
(maatjes­projecten, zelfhulp/ lotgenotencontact, mantelzorg, vrijwillige zorg en vrijwillige inzet);
•een bijdrage leveren waardoor inwoners, organisaties, buurtverenigingen zich bewust worden
van de betekenis van eigen kracht/ samenkracht en deze ontwikkeling (verder) versterken;
•blijvend investeren op en ondersteunen van informele zorg en informele netwerken. Passende
ondersteuning bieden aan inwoners en organisaties die een bijdrage leveren aan vrijwillige inzet,
informele zorg, samenkracht en de sociale basis;
•inwoners meer en meer laten meedenken en meewerken aan de ontwikkelingen die samenkracht
betreffen, bijvoorbeeld door het organiseren van innovatielabs om maatschappelijke vraagstukken/
onderwerpen in samenspraak met inwoners en organisaties in de stad met elkaar verder uit
te werken.
64 - 3. raadsprogramma’s
1.2 Sociale basisvoorzieningen
1.2.1 Korte toelichting op collegeproduct
De sociale basisvoorzieningen zijn die voorzieningen, die inwoners van de stad in staat stellen om hun
eigen kracht te ontplooien en in te zetten. Ze zijn toegankelijk voor alle Eindhovenaren. Wij Eindhoven
vraagt om een krachtige sociale basis. Dat betekent dat we de sociale basisvoorzieningen in 2015
verder willen versterken (bijvoorbeeld jongerencentra en vrijetijdsaccommodaties).
De Sociale basisvoorzieningen in Eindhoven zijn voor alle inwoners toegankelijk. Ze stellen mensen in
de gelegenheid hun basisvaardigheden (verder) te ontwikkelen, stimuleren bewustwording over Eigen
kracht en bevorderen Samenkracht.
1.2.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Percentage inzet op
eigen kracht en/of de
sociale basis ten
opzichte van
professionele inzet 10
1.2.3 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-
-
nulmeting
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•het faciliteren van de zogenaamde innovatielabs, om zo in samenwerking met de inwoners,
de maatschappelijke partners en het bedrijfsleven, de sociale basisvoorzieningen te versterken en
gezamenlijk in te richten. Op basis van die input wordt er een investeringsagenda voor de toekomst
bepaald;
•andere middelen - dan de middelen binnen de Opdracht Sociaal Domein - worden in 2015 aangepast
zodat deze nog meer in lijn komen met het gedachtengoed van WIJeindhoven en ook meer passend
inzetbaar zijn voor de Sociale basis(voorzieningen) en Samenkracht;
•vereenvoudigen van regelgeving en de huidige financieringsvormen;
•investeren in het verbinden van het sociale domein met andere domeinen.
Omdat de thema’s als zodanig nieuw zijn in de begroting, zijn deze in ontwikkeling. Bovengenoemde metingen
vindt plaats binnen de WIJ Portal.
7
Op deze indicator zijn momenteel nog geen gegevens beschikbaar. Omdat dit thema nieuw is in de begroting,
is deze in ontwikkeling. Nulmeting vindt plaats in 2015 binnen de Verantwoordingscyclus Opdracht sociaal domein.
8
Op deze indicator zijn momenteel nog geen gegevens beschikbaar. Omdat dit thema nieuw is in de begroting,
is deze in ontwikkeling. Nulmeting vindt plaats in 2015 binnen de stadsmonitor.
9
In 2014 is dit cijfer niet opgenomen in de begroting.
10
Op deze indicator zijn momenteel nog geen gegevens beschikbaar. Omdat dit thema nieuw is in de begroting,
is deze in ontwikkeling. Nulmeting vindt plaats in 2015 binnen de WIJ Portal.
6
3. raadsprogramma’s - 65
1.3Onderwijs
1.3.1 Korte toelichting op collegeproduct
Onderwijs is van belang voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Als gemeente vinden we het
van belang dat kinderen en jongeren in de gelegenheid worden gesteld om talent te ontwikkelen.
Daarbij speelt de omgeving van het kind een belangrijke rol. We sturen daarom in toenemende mate
op ouderbetrokkenheid. Daarbij is een gelijke start voor kinderen het streven.
De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting. Voor de periode 2014 tot en
met 2034 is het Integraal HuisvestingsPlan (IHP), waarin het vooral gaat om de transformatie
van panden -in plaats van nieuwbouw en tijdelijke huisvesting- hiervoor het uitgangspunt.
De opgestelde investeringsopgave is gebaseerd op huidige wet- en regelgeving, prijsniveau, leerlingenaantallen etc. De investeringen leiden tot hogere kapitaallasten in de begroting. De tekorten in de
begroting voor het IHP worden conform raadsbesluit 14R5866 “Financieringsopgave en - constructie
Integrale Onderwijs Huisvesting Opgave (IHP)” opgevangen binnen het MIP. Vanaf 2015 wordt jaarlijks
een bedrag van € 2,75 miljoen onttrokken uit de reserve financieringsfonds MIP.
Vanuit het gezamenlijk belang van een goede integrale investeringsplanning als basis voor het IHP
wordt met de schoolbesturen doorgesproken over de inzet van de BUMA-middelen als onderdeel
van de totale financieringsopgave.
1.3.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Instroom zonder taalof reken achterstand
in groep 311
-
-
nulmeting
Percentage jongeren
met startkwalificatie12
76,7%
-
77%
1.3.3
77%
77%
77%
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
• verder investeren en doorontwikkelen van de VVE agenda;
•investeren op de verbetering van de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt, o.a. door passende
voorzieningen (trainingen/praktijklokalen) te creëren voor jongeren die minder kansrijk zijn op de
arbeidsmarkt. Daarnaast wordt er in het op te richten werkbedrijf ook de verbinding gezocht met de
regionale opleidingscentra;
•in 2015 zal in overleg met de schoolbesturen en de kinderopvang de uitwerking van het IHP verder
vorm krijgen en worden de IHP-investeringen opgestart. Hierbij wordt rekening gehouden met het
SPIL beleid. Het SPIL beleid valt niet direct onder het IHP.
Op deze indicator zijn momenteel nog geen gegevens beschikbaar. Omdat dit thema nieuw is in de begroting, is deze in
ontwikkeling. Nulmeting vindt plaats in 2015 binnen de VVE Monitor.
12
Op deze indicator zijn momenteel nog geen gegevens beschikbaar. Omdat dit thema nieuw is in de begroting, is deze in
ontwikkeling. Nulmeting vindt plaats op basis van bestand leerling-zorg.
11
66 - 3. raadsprogramma’s
1.4
Publieke Gezondheid
1.4.1
Korte toelichting op collegeproduct
Publieke gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid van inwoners te bevorderen en beschermen.
De publieke gezondheid richt zich op “de gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende
maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen het voorkómen
en het vroegtijdig opsporen van ziekten”.
1.4.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aandeel Eindhovenaren
dat zich gezond voelt 13
88
Aandeel Eindhovenaren
dat zich door een
langdurige ziekte
sterk belemmerd
voelt in huis14
Aandeel Eindhovenaren
dat zich vanwege
gezondheidsredenen
sterk belemmerd voelt
in de vrije tijd15
1.4.3 -
84%
84%
5%
5%
5%
6%
7%
7%
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•de ontwikkeling van één breed sociaal domein binnen de gemeente Eindhoven waarbinnen de drie
decentralisaties vormgegeven gaan worden en de publieke gezondheid verbonden wordt met de
andere beleidsterrein (zoals jeugd, welzijn, werk, zorg en inkomen en maatschappelijke opvang en
verslavingszorg);
•de ontwikkeling van WIJeindhoven waardoor er meer inzet wordt gepleegd op preventieve
zorg op zowel individueel als collectief niveau en bewoners op hun kracht worden aangesproken;
•het aangaan van publiek-private verbindingen vooral met verzekeraars en aanbieders van zorg
zodat er een verbinding komt tussen de preventieve zorg (publieke gezondheid) en de eerstelijns
zorg (verzekerde zorg);
•innovatie te bevorderen door te participeren in de Coöperatie Slimmer Leven 2020 waardoor middels
samenwerking de invoering van innovatieve technologie wordt gestimuleerd, waardoor mensen
langer zelfstandig kunnen blijven wonen en zo goed en zo lang mogelijk aan de maatschappij
kunnen deelnemen.
Percentages komen uit de inwonersenquête (jaarlijks).
Percentages komen uit de inwonersenquête (jaarlijks).
15
Percentages komen uit de inwonersenquête (jaarlijks).
13
14
3. raadsprogramma’s - 67
RP2Sociale ondersteuning
Inleiding
De transformatie sociaal domein, bekend onder de naam WIJeindhoven bestaat uit de sociale
basis (nulde lijn), de generalistenteams (eerste lijn) en de specialistische zorg (tweede lijn). Het is
tevens de landingsbaan voor de drie decentralisaties: Jeugdwet, WMO/AWBZ en Participatiewet.
Het programma Sociale Voorzieningen betreft alle voorzieningen in de eerste en tweede lijn.
Dus enerzijds de wijkteams en anderzijds voorzieningen als specialistische begeleiding, langdurige
intensieve begeleiding en taken in de specialistische front-Office. Het gaat hierbij over de nieuwe
verantwoordelijkheden (Jeugdzorg, AWBZ/Wmo, Participatiewet) en een deel van de bestaande
tweedelijns voorzieningen. We streven ernaar in de toekomst de tweede lijn korter, doelgerichter,
minder versnipperd en meer vraaggericht in te richten. Door investeringen in de sociale basis en
preventief te werken in de generalistische eerste lijn, zal de tweede lijn in omvang afnemen.
Uitgangspunt is dat de specialistische begeleiding met ingang van 2015 zoveel mogelijk zal worden
ingekocht door de eerste lijn.
Effecten & Cijfers
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Percentage duurzame16
uitstroom van eerste
lijn naar sociale basis
Nulmeting
Percentage duurzame
uitstroom tweede lijn
naar eerste lijn en
sociale basis
Klantbeleving,
tevredenheid over
dienstverlening
eerste- en tweede lijn
vanuit het huishouden
Nulmeting
-
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
Investeringen maatschappelijk nut
Investeringen economisch nut
Totaal investeringen
16
-
Nulmeting
-
-
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
34
0
0
0
0
0
0
0
0
16
34
0
0
0
16
We komen in 2015 met een voorstel voor de afname van 2017 en verder.
68 - 3. raadsprogramma’s
-
Baten/lasten
(bedragen x € 1.000)
Lasten bestaand beleid
Rekening
2013
242.747
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
258.262
252.407
250.603
249.952
249.615
-3.511
-3.576
-3.554
-3.554
- WMO
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
- armoede
-2.900
-2.900
-2.900
-2.900
- subsidies
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
- BBZ
-500
-500
-500
-500
- WWB
-300
-300
-300
-300
8.700
8.700
8.700
8.700
101.937
103.657
100.689
100.845
1.539
-178
-1.660
-3.365
911
2.684
4.421
6.423
Korting gemeente­fonds agv invoering
integratie-uitkering
sociaal domein
-3.842
-5.640
-5.246
-4.857
Dekking overhead
(kadernota 2015)
-1.500
-1.500
-1.500
-1.500
Daling personeelslasten (nieuwe organisatie sociaal domein)
Reëel ramen (kadernota 2015)
Uitgaven ten laste van integratie-uitkering sociaal domein
- wijkteams
- maatwerkarrangementen
- participatie
- BUIG/nieuwe
doelgroepen
Totaal lasten
242.747
258.262
347.941
346.050
343.102
343.607
Baten bestaand beleid
170.144
162.744
115.312
115.642
115.974
116.307
911
2.684
4.421
6.423
- BUIG/nieuwe
doelgroepen
Totaal baten
170.144
162.744
116.223
118.326
120.395
122.730
Totaal saldo van baten
en lasten
72.603
95.518
231.718
227.724
222.707
220.877
12.101
1.025
-2.040
-35
0
0
84.704
96.543
229.678
227.689
222.707
220.877
Wijzigingen reserves
Resultaat
3. raadsprogramma’s - 69
Lasten
Verdeeld naar
collegeproduct
Verdeeld naar categorie
32%
Uitgaven ten laste
integratie-uitkering
Sociaal Domein
8%
11%
31%
Wijkteams
Participatie
Inkomen
1%
Rente en
afschrijvingen
36%
14%
Maatwerkarrangementen
Voorzieningen
0%
Toevoegingen aan
voorzieningen
Baten
Verdeeld naar
collegeproduct
27%
68%
Participatie
Inkomen
1%
4%
Maatwerkarrangementen
Voorzieningen
70 - 3. raadsprogramma’s
-1%
Niet in te
delen lasten
0%
Goederen en
diensten
5%
Verrekeningen
Verdeeld naar categorie
98%
Overdrachten
2%
Verrekeningen
3%
Salarissen en
sociale lasten
58%
Overdrachten
2.1 Wijkteams
2.1.1 Korte toelichting op product
Dit product omvat de generalistenteams die als eerste lijn de ondersteuningsvragen van inwoners
oppakken, waarbij het uitgangspunt ‘1 plan, 1 huishouden, 1 contactpersoon’ is en participatie van
inwoners (inclusief cliëntenparticipatie) doorlopend aandachtspunt is. De teams zijn divers samengesteld, zodat alle benodigde expertise vertegenwoordigd is om ondersteuningsvragen op te pakken.
De teams hebben twee doelstellingen:
1. B
evorderen dat de inwoner zo snel en duurzaam mogelijk weer voldoende zelfredzaam is in
de sociale basis.
2. B
evorderen dat zorg op een zo laag mogelijk niveau wordt aangeboden, voor een zo kort mogelijke
tijdsduur en tegelijkertijd zorgen voor een vangnet voor mensen die geen netwerk hebben of zorg
nodig hebben.
2.1.2 Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Percentage stijging op
ZRM van de totale
caseload17
-
-
nulmeting
-
-
-
Percentage duurzame
uitstroom van eerste
lijn naar sociale basis
van de totale caseload18
-
-
nulmeting
-
-
-
Percentage doorverwijzing van eerste lijn naar
tweede lijn19
-
-
nulmeting
-
-
-
2.1.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we gaan in 2015 de WIJeindhoventeams verder op kracht brengen (cf. afspraken Coalitieakkoord);
•we streven naar halvering van het aantal WW-ers in vier jaar (cf. afspraken Coalitieakkoord).
O.a. door het inzetten op toeleiding naar werk vanuit de generalistenteams. Daarnaast ondersteunen
we mensen met WWB-uitkering. We zetten groepsgericht maatwerk ((allochtone) jongeren en 55+ers)
in als uit analyses blijkt dat daar aanleiding toe is;
•we stellen een Service Level Agreement (SLA) op met de generalistische eerste lijn met prestatieafspraken voor 2015 en invulling van randvoorwaarden (o.a. het lerend vermogen binnen de teams).
mdat de thema’s als zodanig nieuw zijn in de begroting, zijn deze in ontwikkeling. Bovengenoemde metingen zullen we
O
verrichten we binnen de WIJ Portal. Bron: WIJ Portal (per kwartaal)
18
Omdat de thema’s als zodanig nieuw zijn in de begroting, zijn deze in ontwikkeling. Bovengenoemde metingen zullen we
verrichten we binnen de WIJ Portal. Bron: WIJ Portal (per kwartaal) – hierbij worden de plannen van ‘actief’ naar ‘inactief’
gesteld.
19
Omdat de thema’s als zodanig nieuw zijn in de begroting, zijn deze in ontwikkeling. Bovengenoemde metingen zullen we
verrichten we binnen de WIJ Portal. Bron: WIJ Portal (per kwartaal).
17
3. raadsprogramma’s - 71
2.2Voorzieningen
2.2.1 Korte toelichting op product
In het sociaal domein streven we naar zelfredzaamheid voor alle inwoners in Eindhoven. Tevens
erkennen we dat dit niet voor alle inwoners op elk moment aan de orde is. Sommige inwoners hebben
tijdelijk ondersteuning nodig om zelfredzaam te worden of te blijven. Een aantal specifieke voorzieningen kunnen hierbij ondersteunend zijn.
Het gaat hier om specifieke voorzieningen die gericht zijn op het mogelijk maken dat een inwoner
zolang en duurzaam mogelijk zelfredzaam kan blijven. Hierbij valt te denken aan voorzieningen op het
gebied van de Wmo en armoederegelingen.
2.2.2 Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aantal geleverde uren
hulp bij huishouden.
Afname urenvolume
met 40% (basisjaar
2013)20
845.000
802.750
722.745
541.856
541.856
541.856
Percentage Eindhovenaren met een laag
inkomen dat niet
meedoet (bron: stadsmonitor, jaarlijks)
7%
8%
8%
7%
-
-
2.2.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•de geleverde uren hulp bij het huishouden gaan naar beneden door inzet van WIJeindhoven;
•we kijken in 2015 of we de huishoudelijke hulp en de individuele begeleiding kunnen samenvoegen
tot één arrangement;
•door gerichte toekenning van specifieke voorzieningen dragen we bij aan het mogelijk maken dat
inwoners meedoen.
72 - 3. raadsprogramma’s
2.3Maatwerkarrangementen
2.3.1 Korte toelichting op product
Maatwerkarrangementen zijn trajecten in de tweede lijn die gericht zijn op het oplossen van complexe
sociale problemen. Zoals ernstige jeugdproblematiek, verslaving en dakloosheid. Ons streven is dat de
wijkgeneralisten van WIJeindhoven het beroep dat mensen doen op maatwerkarrangementen
opvangen. Tegelijkertijd willen we zorgen voor een hogere uitstroom uit deze specialistische vorm van
hulp. Zo kunnen we de maatwerkarrangementen meer vraaggericht inzetten. Ze worden zo ook meer
een kernspecialisme. Verder streven we naar een omslag van individuele ondersteuning en begeleiding
naar arrangementen in groepsverband.
2.3.2
Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Percentage uitstroom
tweede lijn naar eerste
lijn (WIJ Portal, per
kwartaal)21
% duurzame uitstroom
uit maatschappelijke
opvang/verblijf.
nulmeting
100%
100%
% duurzame uitstroom
vanuit arbeidsmatige
dagbesteding naar
werk
nulmeting
% duurzame uithuisplaatsingen in het kader
van jeugdzorg neemt af
nulmeting
2.3.3 100%
100%
100%
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•investeren op verschuiving van tweede naar de eerste lijn en de sociale basis, terugbrengen van
tweede lijn naar kernspecialisme;
•inzetten op beweging van individuele ondersteuning en begeleiding naar groepsondersteuning en
begeleiding;
•inzetten op verschuiving van producten en aanbod naar vraaggerichte maatwerkarrangementen;
•inzetten op verkorten duur van en op minder zware maatwerkarrangementen.
Conform afspraken in het Coalitieakkoord is in 2015 sprake van een zachte landing met betrekking tot Hulp bij huishouden.
Op deze indicator zijn momenteel nog geen gegevens beschikbaar. Omdat dit thema nieuw is in de begroting, is deze in
ontwikkeling. Nulmeting vindt plaats in 2015 binnen de WIJ Portal.
20
21
3. raadsprogramma’s - 73
2.4 Participatie
2.4.1 Korte toelichting op product
De participatiewet wordt naar verwachting op 1 januari 2015 ingevoerd. Met de Participatiewet wil de
overheid meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk krijgen. De gemeente wordt verantwoordelijk voor re-integratie van mensen met een arbeidsbeperking. Doordat er geen nieuwe instroom
in de Wsw mogelijk is én de Wajong-criteria worden aangescherpt, moeten meer mensen ondersteund
worden bij arbeidsinschakeling. De gemeente kan daarbij nieuwe voorzieningen inzetten, zoals beschut
werken en loonkostensubsidie.
2.4.2
Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?
Effect indicator
Uitstroom naar werk
Aantal arbeidsplaatsen
loonkostensubsidie
regulier werk
Aantal arbeidsplaatsen
loonkostensubsidie
beschut werk
2.4.3
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
567
700
700
700
700
700
-
-
14
70
127
177
21
44
71
94
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we maken afspraken met werkgevers over de Prestatieladder Socialer Ondernemen en social return,
zodanig dat er meer arbeidsplaatsen beschikbaar komen voor inwoners met een afstand tot de
arbeidsmarkt;
•we onderzoeken innovaties t.a.v. sociaal ondernemerschap en social impact bonds in samenwerking
met het bedrijfsleven;
•we onderzoeken samen met partnerorganisaties als MKB Eindhoven, WerkgeversServicepunt,
uitzendbureaus en Ergon (beschut werken) welke instrumenten zij nodig hebben en gericht in kunnen
zetten om meer inwoners met een arbeidsbeperking te laten werken;
•we maken met werkgevers afspraken over ‘reshoring’ en ‘jobcarving’. We werken niet alleen samen
met de traditionele organisaties, maar juist ook met ondernemers, BZW en EFK. We zoeken naar de
verbindingen met koploperbedrijven en het beroepsonderwijs. We betrekken cliëntenraden bij de
stappen die we zetten;
•inzetten van instrumenten (WLB, werkgeversteams, PRB trajecten, jobcoaching, loonkostensubsidie,
detacheringen, werkgeverssubsidie). We sluiten ook concrete samenwerkingsverbanden met
bedrijven en starten werkgelegenheidsprojecten op.
74 - 3. raadsprogramma’s
2.5Inkomen
2.5.1 Korte toelichting op product
Daar waar duurzame bijstandsonafhankelijkheid (nog) niet mogelijk is, wordt voorzien in een inkomensvoorziening aan Eindhovenaren. Hierbij worden de rechten en plichten van de inwoner in acht genomen.
Er wordt gestreefd naar het verminderen van instroom van nieuwe inwoners, het bevorderen van
uitstroom en het beperken van misbruik.
2.5.2 Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?
Effect indicator
Aantal uitkeringen
WWB
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
5.880
6.365
6.392
6.420
6.447
6.475
Aantal uitkeringen BBZ
(LO)
119
132
132
133
134
134
Aantal uitkeringen
IOAW/Z
286
332
333
335
336
338
2.5.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
• binnen de geldende wettelijke termijn afhandelen van aanvragen levensonderhoud;
• het betaalbaar stellen van de inkomensvoorziening aan bijstandsgerechtigden;
• het strikt uitvoeren van de poortwachterfunctie;
• het toepassen van hoogwaardig handhaven;
• het uitvoeren van het gemeentelijk sanctiebeleid;
• het intensiveren van een debiteuren- en incassobeleid;
• het beleid met betrekking tot de inkeerregeling (handhaving) wordt opnieuw herzien.
3. raadsprogramma’s - 75
RP3Economie, Cultuur en Sport
Inleiding
De Brainport-ambitie vormt de verbindende schakel voor dit raadsprogramma. Hierin komt de
economische ontwikkeling van de stad samen met de voorzieningen die een belangrijke factor zijn
voor het vestigingsklimaat. De agenda van de stad is grenzeloos ambitieus. Het economisch
programma richt zich op speerpunt sectoren en het versterken van de economische basis van de
stad, arbeidsmarkt en expats. Daarbij blijven we werken aan een minder conjunctuurgevoelige
economische groei en een toename van werkgelegenheid, waarbij we een zo groot mogelijk deel
van de beroepsbevolking willen inschakelen.
Kunst en cultuur, evenementen, sport en design, dragen in belangrijke mate bij aan het aantrekkelijk
houden van Eindhoven voor inwoners, bedrijven en (internationaal) talent om hier te wonen, te leven,
te verblijven en/of te vestigen. Daarnaast leveren ze in samenhang met andere domeinen een net zo
belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de stad. Ze dragen ook bij aan de eigen kracht van de
inwoners, verbinding en ontmoeting en aan het imago en vestigingsklimaat van de stad. De inzet op
zowel de ‘harde’ economische factoren als op de ‘zachtere’ factoren die het vestigingsklimaat
bevorderen zorgen voor een impuls voor de stad.
Tegen de achtergrond van maatschappelijke en economische ontwikkelingen kiezen we steeds meer
om de uitvoering van ons beleid daar te beleggen waar taken, activiteiten en projecten het beste
uitgevoerd kunnen worden. We zoeken daarbij naar de juiste balans tussen vertrouwen geven,
autonomie en verantwoorden.
Voor Sport kiezen we ervoor om o.a. samen met de Eindhovense Sportraad een nieuwe visie op sport
te ontwikkelen en gaan we samen op zoek naar concrete maatregelen om de bezuinigingstaakstelling
voor Sport in te vullen. Voor Kunst en Cultuur richten we een stichting Cultuur Eindhoven in.
Deze zorgt o.a. voor advies aan de gemeenteraad m.b.t. de culturele basisstructuur en het (meerjaren)
subsidiekader.
76 - 3. raadsprogramma’s
Effecten & Cijfers
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Economische groei
Brabant ZO (%)
-1,0%
1,25%
1,75%
1,75%
1,75%
1,75%
7,5
7,5
7,5
7,5
7,5
7,5
Percentage Eindhovenaren dat sport
70%
70%
70%
70%
70%
(15 t/m 84 jarigen)
70%
70%
70%
70%
70%
Kunst en cultuur infrastructuur: tevredenheid
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
Investeringen maatschappelijk nut
Investeringen economisch nut
Totaal investeringen
Baten/lasten
(bedragen x € 1.000)
Lasten bestaand beleid
Rekening
2013
91.119
784
-
920
-
-
11.513
10.421
6.912
4.307
6.146
12.297
10.421
7.832
4.307
6.146
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
83.823
93.807
94.225
94.314
93.798
328
328
328
328
Sport bezuiniging
(kadernota 2015)
-500
-500
-500
Cultuur bezuiniging
(kadernota 2015)
-500
-500
-500
Lokale omroep
(kadernota 2015)
Totaal lasten
91.119
83.823
94.135
93.553
93.642
93.126
Baten bestaand beleid
29.253
25.632
26.982
27.566
27.524
27.524
Totaal baten
29.253
25.632
26.982
27.566
27.524
27.524
Totaal saldo van baten
en lasten
61.866
58.191
67.153
65.987
66.118
65.602
999
-904
-259
-337
-302
-252
62.865
57.287
66.894
65.650
65.816
65.350
Wijzigingen reserves
Resultaat
3. raadsprogramma’s - 77
Lasten
Verdeeld naar
collegeproduct
Economie
Arbeidsmarkt
Sport
9%
0%
48%
Verdeeld naar categorie
0%
Uitgaven ten laste
integratie-uitkering
Sociaal Domein
8%
Rente en
afschrijvingen
34%
2%
7%
Kunst en
cultuur
Innovatie
en design
Van
Abbemuseum
13%
Toevoegingen aan
voorzieningen
Baten
Verdeeld naar
collegeproduct
Arbeidsmarkt
Sport
0%
74%
Verrekeningen
4%
Economie
Van Abbemuseum
78 - 3. raadsprogramma’s
Niet in te
delen lasten
54%
Goederen en
diensten
15%
Verrekeningen
Verdeeld naar categorie
9%
11%
0%
86%
Goederen en
diensten
0%
Niet in te
delen baten
4%
Overdrachten
8%
Salarissen en
sociale lasten
2%
Overdrachten
3.1Economie
3.1.1 Korte toelichting op collegeproduct
Het aanjagen van de economie in Brainport, haar bedrijvigheid en daarmee de banenmoter van onze
regio blijft speerpunt in ons beleid. Dit staat ten dienste van een complete samenleving, waarin ook
voor de onderkant van de arbeidsmarkt plaats is. We geven dat vorm vanuit het strategisch kader dat is
geformuleerd in Brainport 2020. Daarbij houden we ook rekening met ‘Brainport for Next Generation’,
de actuele herijking van de Brainportstrategie waarvan de uitkomsten eind 2014 worden verwacht. We
werken langs drie hoofdlijnen. We investeren in een aantrekkelijke stad met een goed investerings- en
vestigingsklimaat voor bedrijven en kennis- en onderzoeksinstellingen. Onze regionale ontwikkelingsstrategie ‘Brainport Development’ zetten wij mede in. Daarnaast stimuleren we ondernemerschap
ondermeer door in te zetten op een goede dienstverlening. Het derde spoor gaat over citymarketing en
evenementen.
3.1.2 Wat willen we bereiken?
Effectindicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Saldo bedrijvigheid
517
520
520
520
520
520
Toeristische bestedingen (x miljoen euro)
167
170
180
190
200
210
3.1.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we zetten in op een aantrekkelijke stad met goede op consumenten (en werknemers) gerichte voorzieningen en evenementen;
•we versterken het ondernemersklimaat door zorg te dragen voor een goede dienstverlening aan
ondernemers en hun (internationale) werknemers;
•we versterken de samenwerking tussen bedrijven en kennis- en onderzoeksinstellingen in met name
de ‘high tech’ en ‘design’ clusters. Wij verbinden hen aan onze stad, zodat deze zich kan doorontwikkelen tot een ‘smart city’, die proeftuin en launching customer is ten bate van onze bedrijven en
inwoners;
•we herijken de nota bedrijventerreinen en de detailhandelsnota. Daarbij houden we rekening met de
veranderende vastgoedmarkt;
•we bieden ruimte aan economische ontwikkeling onder meer door het op peil houden van de kwaliteit
van bestaande werklocaties;
•we formuleren samen met betrokken marktpartijen een gemeenschappelijke visie op het
aantrekkelijk houden van de binnenstad.
3. raadsprogramma’s - 79
3.2Arbeidsmarkt
3.2.1
Korte toelichting op collegeproduct
Zorgen voor meer banen in onze regio is het beste middel om werkloosheid te bestrijden. We streven
naar een halvering van het aantal werklozen in vier jaar. Onze strategie is o.a. gericht op het aantrekken
van internationaal vernieuwingstalent en het verlagen van drempels voor ZZP-ers. We versterken ons
vestigingsklimaat door prioriteit te geven aan goede onderwijsvoorzieningen. We vertalen de landelijke
afspraken om 125.000 banen te creëren voor kwetsbaren op de arbeidsmarkt naar onze regio en maken
afspraken met werkgevers over social return en het verhogen van het aantal leerwerk- en stageplaatsen. Ook in ons aanbestedingsbeleid en subsidiebeleid sturen we op social return. Social return
heeft als doel om de uitstroom naar werk te bevorderen voor mensen die zonder re-integratieondersteuning niet aan het werk komen.
3.2.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Beroepsbevolking
(x 1.000)
WW-uitkeringen
Werkgelegenheid
3.2.3 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
105
105
106
106
106
107
4.924
5.867
5.150
4.400
3.650
2.950
143.380
143.500
143.650
143.800
143.950
144.100
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we blijven inzetten op het Technologiepact Brainport om flexibele scholings- en arbeidsmarktmaat­
regelen te ontwikkelen en de aandacht voor techniek in het basis- en voortgezet onderwijs te
vergroten;
•we maken een actieplan ‘Duurzaam aan het werk’, dat aansluit bij de vraag van bedrijven naar
medewerkers en optimaal inspeelt op talenten van werkzoekenden;
•voor mensen voor wie dat niet werkt, zoeken we naar mogelijkheden via nieuwe soorten
werkvoorziening;
•we gaan afspraken maken met werkgevers over reshoring en jobcarving om arbeidsplaatsen
voor lager gekwalificeerd personeel te laten ontstaan;
• we trekken bedrijven en talent aan die onze economische basis versterken;
•we formuleren een beleid voor het toepassen van social return in ons inkoop-, aanbestedingsen subsidiebeleid.
80 - 3. raadsprogramma’s
3.3 Sport
3.3.1
Korte toelichting op collegeproduct
Sport wordt als middel ingezet om de gezondheid, sociale samenhang en (sport-) participatie van
Eindhovenaren te bevorderen. Daarmee levert de sport een bijdrage aan een vitale Eindhovense samenleving. De sport en beweegfaciliteiten zijn, als het gaat om afstand en tijd, voor alle inwoners van de
gemeente Eindhoven goed bereikbaar. We werken met sociale tarieven en er is een goede spreiding
tussen sportverenigingen en vrije sporters. Het aanbod is kwalitatief hoogwaardig. Het doel is om de
sportparticipatie minimaal op peil te houden, waarbij het bevorderen van de sportparticipatie van
Eindhovenaren met een functionele en sociale beperking speciale aandacht krijgt. Waar het kan
gebruiken we nieuwe innovatie mogelijkheden in de dagelijkse praktijk, waar de breedtesport ook de
vruchten van plukt. Ook in de sport moet er de komende jaren nog extra bezuinigd worden. Dit zal in
overleg met de Eindhovense Sportraad gebeuren.
3.3.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Bezoekersaantallen
Tongelreep,
ir. Ottenbad,
IJssportcentrum*
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
1.279.473
1.337.000
1.337.000
1.337.000
1.337.000
1.337.000
Percentage
Eindhovenaren dat
sport (4 t/m 17 jarigen)
81%
80%
80%
80%
80%
80%
Percentage
Eindhovenaren dat
sport (18 t/m 84 jarigen)
64%
70%
70%
70%
70%
70%
Vitaliteit Eindhovense
sportverenigingen**
71%
73%
73%
75%
75%
*Mogelijke sluiting van (delen van) sportaccommodaties in het kader van de inkleuring van bezuinigingsopgave zijn nog
niet in de toekomstige bezoekersaantallen verwerkt.
**Vanaf 2014 wordt elk jaar onderzoek gedaan bij Eindhovense sportverenigingen naar de vitaliteit van
de verenigingen (leden, kader, accommodatie en financiën).
3.3.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
De belangrijkste onderwerpen voor 2015 betreffen:
•het duurzaam en innovatief exploiteren en beheren van sportvoorzieningen binnen de drie sport-,
recreatie- en natuurgebieden. Daarbij geven we in 2015 inkleuring aan het omvormen van de
Tongelreep naar een gezinsbad. In het kader van de inkleuring van de bezuinigingsopdrachten
heroverwegen we de exploitatie van de overige gemeentelijke sportaccommodaties;
•het realiseren van een topsport-trainingsaccommodatie hockey op Genneper Parken in samen­
werking met de hockeyverenigingen;
•uitvoering van het verbreden van de inzet van het sportvastgoed als onderdeel van het optimaliseren
(o.a. verhogen bezettingsgraad) van de inzet van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed
(bijvoorbeeld voor buurtontmoeting).
3. raadsprogramma’s - 81
•het doorvertalen van de nieuwe beleidsvisie Sport en Bewegen, in samenspraak met alle
betrokken actoren;
•het bevorderen van de sportdeelname door het in coproductie ontwikkelen, faciliteren en uitvoeren
van sportstimuleringsprojecten (w.o. Sportformule) en het inzetten van de buurt (sport-) coaches
voor:
- het leggen van verbindingen met andere sociaal maatschappelijke actoren in de wijken;
- het activeren, stimuleren en ondersteunen van de burgerparticipatie;
- het bevorderen van de leefbaarheid, het sociale netwerk (samenredzaamheid) en de kracht
en kwaliteit van onze stad.
82 - 3. raadsprogramma’s
3.4
Kunst en Cultuur
3.4.1
Korte toelichting op collegeproduct
Kunst en Cultuur zijn belangrijk voor de stad, omdat ze bijdragen aan het welzijn en de welvaart in
Eindhoven. Culturele voorzieningen maken Eindhoven een aantrekkelijke stad om te wonen, te
bezoeken, te werken, te verblijven. Ook krijgen mensen de kans om zich te ontwikkelen, te ontspannen
en te ontmoeten. Het komend jaar hebben we de ambitie om een nieuw meerjarige subsidiesystematiek
uit te rollen en een stichting Cultuur in het leven te roepen. Daarbij staan de volgende punten centraal:
toegankelijkheid en betaalbaarheid, experiment, verbinding, cocreatie en talentontwikkeling.
3.4.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator*
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aantal uitgevoerde
culturele activiteiten
nnb
7.037
7.037
-
-
-
Aantal bereikte
leerlingen primair en
voortgezet onderwijs
nnb
63.430
63.430
-
-
-
Aantal bezoekers van
gesubsidieerde
culturele instellingen
nnb
752.433
752.433
-
-
-
*i.v.m. de nog in te vullen bezuinigingstaakstellingen zijn de indicatoren voor 2016 en verder nog niet bepaald.
3.4.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we ondersteunen een breed en pluriform aanbod van de disciplines beeldende kunst, theater, muziek,
cultuurhistorie, media, urban en cultuureducatie;
•specifiek wordt vanuit de gemeente ingezet op activiteiten;
•ontwikkelen van een nieuwe meerjarige subsidiesystematiek die gelijk loopt met de systematiek
van het ministerie van OCW. Op 1 januari 2017 werken de basisinstellingen met deze systematiek;
•de Stichting Cultuur Eindhoven is operationeel per 1 januari 2015;
•voor 1 januari 2016 ligt er een besluit voor aan de gemeenteraad ten aanzien van de culturele
basisstructuur en het subsidiekader;
•leggen van verbindingen en de samenwerking met andere domeinen is belangrijk, omdat cultuur dan
een bijdrage kan leveren aan gemeentebrede doelstellingen voor de stad en haar inwoners.
3. raadsprogramma’s - 83
3.5
Innovatie en Design
3.5.1
Korte toelichting op collegeproduct
Eindhoven wordt wereldwijd erkend om haar kwaliteit op het gebied van design en technologie. We
willen deze kracht benutten, versterken en (in de stad) verankeren. Wij willen design (-thinking), de
kracht van technologie en ICT (zoals open data en snelle verbindingen) inzetten als instrumenten om in
co-creatie met de eindgebruiker, producten en (maatschappelijke) diensten te ontwikkelen waaraan
echt behoefte is. Hiermee willen we aan de ene kant een impuls geven aan innovatie en economische
ontwikkeling, maar bovenal aan de ontwikkeling van mensgerichte innovatieve oplossingen voor
sociaal-maatschappelijke vraagstukken (bijvoorbeeld het slim omgaan met energie, verkeersstromen,
openbare ruimte en het slimmer en beter organiseren van zorg, veiligheid, educatie en cultuur):
Eindhoven als een ‘smart city’.
3.5.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Aantal bezoekers DDW
Waardering van de
Dutch Design Week
Totale werkgelegenheid
designsector
3.5.3
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
250.000
> 120.000
200.000
200.000
200.000
200.000
8
8
8
8
8
8
7.266
> 7.400
> 7.400
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Om Eindhoven daadwerkelijk te ontwikkelen tot een ‘smart city’ gaan we het volgende doen:
•we versterken het ‘design-ecosysteem’ door onder andere het ondersteunen van de activiteiten
Dutch Designweek, Dutch Design Awards en Graduation Show van de Design Academy Eindhoven,
het Europese project PROUD en Smart Culture, het (blijven) aanjagen van het gebruik van design en
technologie bij de aanpak van vraagstukken op alle gemeentelijke taakvelden en het ontwikkelen en
onderhouden van relaties met sterke designregio’s in de wereld teneinde kennis uit te wisselen;
•we doen mee aan de ontwikkeling van visies en roadmaps op relevante domeinen. Dat doen we in
co-creatie: samen met de betrokken stakeholders ontwikkelen we projecten;
•we stimuleren de samenwerking tussen bedrijven en instellingen uit de sectoren hightech en design
met andere sectoren (de zogeheten cross-overs);
•we stellen onze stad beschikbaar als proeftuin. Wij zijn niet alleen de kraamkamer van innovatie en de
productiefabriek, maar juist ook de proeftuin voor al deze uitvindingen. We willen dat de stad en haar
inwoners de vruchten plukken van wat bedrijven ontwikkelen;
•zoals gesteld in het coalitieakkoord raakt innovatie alle raadsprogramma’s. De impuls aan de stad als
levend laboratorium financieren we niet alleen met de middelen in het raadsprogramma Design en
Innovatie, maar ook en met name in de andere raadsprogramma’s. Het inzetten van innovatie is
daarom een gezamenlijke afweging van het hele college.
84 - 3. raadsprogramma’s
3.6
Van Abbemuseum
3.6.1
Korte toelichting op collegeproduct
Het Van Abbemuseum is, als een van de meest vooraanstaande musea voor moderne en hedendaagse
kunst in Nederland, een internationaal erkend topinstituut. Het museum schakelt tussen lokale betrokkenheid en internationale ambitie. Daardoor draagt het zowel bij aan een aantrekkelijk leefklimaat als
ook aan een brede toppositionering van Eindhoven in de internationale kunstwereld. Het museum richt
zich op een breed lokaal, nationaal en internationaal publiek. Het museum verzamelt en beheert een
internationale topcollectie, doet onderzoek, produceert tentoonstellingen met werk van derden en van
de eigen collectie binnen en buiten de muren van het museum en ontwikkelt kunstgerelateerde
projecten met partners uit kunstcultuur, bedrijfsleven, educatie en gezondheidszorg. De samenwerking
met kennisinstellingen en het bedrijfsleven benadert het museum vanuit een inhoudelijke invalshoek.
De doelstelling daarbij is om de gemeenschappelijke ontwikkeling van projecten te faciliteren en de
verankering van het museum in de regio duurzaam te waarborgen. Maatschappelijke betrokkenheid,
burgerparticipatie en educatie zijn centrale pijlers van het museumbeleid.
3.6.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aantal bezoekers per
jaar Tentoonstellingen
93.262
87.500
87.500
87.500
87.500
87.500
Aantal bezoekers add.
Projecten in Eindhoven
89.000
7.500
7.500
7.500
7.500
7.500
Aantal bezoekers add.
Projecten in buitenland
145.000
3.6.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we verzorgen een tentoonstellingsprogramma op internationaal topniveau in oud- en nieuwbouw van
het Van Abbemuseum. Hierbij wordt in de nieuwbouw op vijf etages gefocust op een collectiepresentatie met 600 werken uit de collectie en in de oudbouw ligt de focus op een tentoonstellingsprogramma dat aansluit bij de nationaal en internationaal vooruitstrevende positie van het Van
Abbemuseum;
•we werken intensief samen met partnerinstellingen, kennisinstellingen en bedrijven uit de regio. Denk
aan de samenwerking met de DAE tijdens de Dutch Design Week, het co-curateren van GLOW,
samenwerking met het Maxima Medisch Centrum, Holst Center, Baltan, TU/e en het Muziekgebouw;
•we bieden een zeer uitgebreid educatief programma voor scholieren, studenten, volwassenen en
bijzondere doelgroepen in Eindhoven en regio. Daarmee kunnen we een belangrijke bijdrage leveren
aan de doelstelling van een levenlang leren. We bouwen de programma’s die we al eerder zijn gestart
uit voor bezoekers met beperkingen (doven, blinden en mensen die minder mobiel zijn): het Alzheimer
programma “Onvergetelijk Van Abbemuseum” en het programma “Special Guests”;
•we houden het internationale netwerk met topmusea en kennisinstellingen in de hele wereld in stand
en breiden waar het kan uit, zoals via het Europese netwerk L’Internationale. Als ambassadeur voor
de innovatieregio Eindhoven bieden we zowel onze curatorische kennis in universiteiten wereldwijd
aan als ook onze collectie en tentoonstellingen in musea wereldwijd;
3. raadsprogramma’s - 85
•we breiden het cultureel ondernemerschap verder uit door collectiemobiliteit, co-producties, fondsenwerving, sponsoring, verhuur van locatie en kennis aan derde partijen. Ook gaan we de museumwinkel, het restaurant en de online-shop doorontwikkelen;
•we zorgen dat er eind 2014 een onderzoeksrapport ligt, dat de basis vormt voor een principebesluit
over een mogelijke verzelfstandiging. Na het onderzoek is duidelijk(er) wat de gevolgen zijn voor de
gemeente van een verzelfstandiging van het Van Abbemuseum. Het jaar 2015 zou dan in het teken
kunnen staan van een mogelijke verzelfstandiging in 2016.
86 - 3. raadsprogramma’s
3. raadsprogramma’s - 87
RP4Openbare ruimte
Inleiding
De gemeente Eindhoven heeft de ambitie om een leefbare en aantrekkelijke stad te zijn op het
gebied van wonen, werken, en recreëren. Dit geldt zowel voor bewoners als bezoekers. Daarbij
staan duurzaamheid en innovatie voor en door de stad centraal. Dit doen we samen met en ten
dienste van onze partners: bewoners, woningbouwcorporaties, kennisinstellingen, andere
overheden en bedrijven (bijvoorbeeld in triple helix verband).
Het programma Openbare ruimte draagt hier aan bij door de kwaliteit van de openbare ruimte (verkeer
en vervoer, groen en recreatievoorzieningen, water en milieu) in de stad op een duurzame en innovatieve manier in stand te houden en te ontwikkelen. Hierbij streven we naar een basiskwaliteit van de
openbare ruimte door onderhoud en gerichte investeringen. En daarnaast ligt de focus het komende
jaar op de volgende onderwerpen: schone lucht voor de gezondheid (luchtkwaliteit), waterberging, de
roadmap licht, het vergroenen van de stad en duurzame mobiliteit. Om dit te bewerkstelligen zoeken
we de samenwerking met andere gemeentelijke disciplines, zoals economie en sociaal. Zo leveren we
een bijdrage aan de belangrijke gebiedsopgaven zoals Eindhoven Noordwest (inclusief luchthaven), de
binnenstad en de Spoorzone.
Effecten & Cijfers
Effect indicatoren
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aandeel Eindhovenaren
dat tevreden is over
inrichting en onderhoud
van de openbare ruimte
75%
>75%
>75%
>75%
>75%
>75%
Rapportcijfer over de
bereikbaarheid
7,3
≥7,3
≥7,4-
≥7,4-
≥7,4
≥7,4
Beleving milieuhinder:
% inwoners met geluidhinder en /of gevaar
(gevaarlijke stoffen,
straling, luchtkwaliteit)
SW<50%
53
53
53
52
52
52
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
Investeringen maatschappelijk nut
Investeringen economisch nut
Totaal investeringen
88 - 3. raadsprogramma’s
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
32.979
42.651
43.189
15.486
2.742
909
1.240
2.395
670
830
33.888
43.891
45.584
16.156
3.572
Baten/lasten
(bedragen x € 1.000)
Rekening
2013
Lasten bestaand beleid
101.229
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
103.445
Daling personeelslasten (nieuwe organisatie ruimtelijk domein)
Totaal lasten
133.912
134.497
112.249
100.018
-2.033
-1.910
-1.468
-1.468
101.229
103.445
131.879
132.587
110.781
98.550
Baten bestaand beleid
59.361
59.181
77.706
82.254
71.049
61.589
Totaal baten
59.361
59.181
77.706
82.254
71.049
61.589
Totaal saldo van baten
en lasten
41.868
44.264
54.173
50.333
39.732
36.961
Wijzigingen reserves
-1.368
-1.209
-15.730
-12.311
-1.756
1.069
40.500
43.055
38.443
38.022
37.976
38.030
Resultaat
Lasten
Verdeeld naar
collegeproduct
Verdeeld naar categorie
0%
32%
29%
18%
8%
Niet in te
delen lasten
13%
8%
Rente en
afschrijvingen
Milieu
Groen
Verkeer
13%
Toevoegingen aan
voorzieningen
Baten
Verdeeld naar
collegeproduct
32%
Verkeer
2%
Overdrachten
15%
Verrekeningen
Verdeeld naar categorie
29%
18%
13%
27%
Milieu
Water
Goederen en
diensten
Salarissen en
sociale lasten
Openbare
ruimte
Water
8%
54%
8%
Goederen en
diensten
Openbare
ruimte
69%
Overdrachten
4%
Verrekeningen
Groen
3. raadsprogramma’s - 89
4.1
Openbare ruimte
4.1.1
Korte toelichting op collegeproduct
Een van de kerntaken van de gemeente is het inrichten en beheren van de openbare ruimte. Dit doen
we door de aanleg, het onderhoud en het beheer van de openbare ruimte bestaande uit verhardingen,
landbouwgronden, (civiel)technische kunstwerken en openbare verlichting. De activiteiten zijn gericht
op een duurzame instandhouding van de functies en kwaliteit van de openbare ruimte. Op deze wijze
wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid en het vestigingsklimaat van de stad.
4.1.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Min % dat voldoet aan
basiskwaliteit
Basiskwaliteit
schoon en netjes
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
96,5%
≥ 92,5%
≥ 92,5%
≥ 92,5%
≥ 92,5%
≥ 92,5%
Basiskwaliteit heel
en veilig: wegen
83%
≥ 90%
≥ 90%
≥ 90%
≥ 90%
≥ 90%
Basiskwaliteit heel en
veilig: verlichting
71%
≥ 90%
≥ 90%
≥ 90%
≥ 90%
≥ 90%
4.1.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Leefbare en aantrekkelijke stad
•opstellen en uitvoeren van het integraal onderhouds- en reconstructieprogramma om de stad tot
de afgesproken basiskwaliteit te brengen. Projecten die in 2015 uitgevoerd worden zijn o.a. het
vervangen van de deklaag van de Urkhovenseweg en herinrichting van de Jacob van Maerlantlaan.
•we zorgen voor een efficiënte en effectieve uitvoering van het dagelijks onderhoud (o.a. reinigen,
gladheidsbestrijding, curatieve reparaties) om de stad schoon, netjes en veilig te houden,
conform de vastgestelde basiskwaliteit.
Duurzame stad
•We gaan openbare ruimte ontharden en vergroenen. Daarnaast zorgen we er in ontwerp voor dat de
openbare ruimte voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt en op een toekomstbestendige manier
wordt ingericht. Dit doen we o.a. door de reconstructie van de Kennedylaan binnen de Ring.
Innovatieve stad
•We geven uitvoering aan de innovatieve aanbesteding in het kader van de Roadmap Stedelijke
Verlichting. De roadmap heeft als doel verlichting op dusdanig vernieuwende wijze in te zetten,
dat het bijdraagt aan de kwaliteit van leven in de stad. We zetten samen met partners en burgers
de komende tijd de stad in als proeftuin voor de ontwikkeling van slimme lichttoepassingen in
de openbare ruimte.
90 - 3. raadsprogramma’s
4.2Groen
4.2.1
Korte toelichting op collegeproduct
Groen versterkt de ruimtelijke structuur van de stad, met behulp van parken, plantsoenen, wegbermen
en straatbomen. We willen het recreatief gebruik van het groen faciliteren en stimuleren, natuurwaarden handhaven en waar mogelijk versterken. Met groen dragen we bij aan milieudoelstellingen op
het gebied van luchtkwaliteit, reductie van hittestress en waterdoelstellingen op het gebied van lokaal
langer vasthouden van water.
4.2.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Tevredenheid over de
inrichting en het onderhoud van het groen in
de woonomgeving
87%
70%
70%
70%
70%
70%
% inwoners dat jaarlijks
een van de grote
stadsparken bezoekt
72%
70%
70%
70%
70%
70%
Biodiversiteit soortgroepen blijft gemiddeld gelijk (+/-), neemt
toe (+/++) of af (-/--)
+/-
+/-
+/-
+/-
+/-
+/-
4.2.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Leefbare en aantrekkelijke stad
•we houden de stad schoon, heel en netjes door het op een efficiënte en effectieve manier uitvoeren
van cyclisch- en curatief onderhoud. We doen gerichte investeringen in de groenstructuur via het
onderhoudsprogramma en het meerjaren investeringsprogramma (MIP). Zo renoveren we het
Gerarduspark, beplantingen op ca. 35 locaties, en vervangen we bomen op ca. 15 locaties, deels
samen met wegrenovaties, en leggen tegelijk (als dat relevant is) faunapassages aan;
•we behouden en versterken de open groene ruimtes en van recreatieve voorzieningen. Zo vervangen
we ca. 40 speeltoestellen in overleg met omwonenden, en leggen voorzieningen voor natuurlijk
spelen aan.
Duurzame stad
•We zorgen met bomen en beplanting voor de afvang van fijnstof langs wegen. (o.a. langs de
Kennedylaan). We vergroenen (ontharden) groenarme gebieden door groen en grijs in projecten
nog meer te verbinden, mede ter reductie van hittestress en realisatie van waterberging.
Creëren van meer ruimte voor groen en water, mede in het kader van de klimaatverandering
(o.a. in de binnenstad, mede in relatie tot het aantrekkelijk houden van de binnenstad).
Innovatieve stad
•gezamenlijk werken aan: stadslandbouw, biodiversiteitsprojecten, educatieprojecten en betere
verbinding met het buitengebied (o.a. project Dommeldal de Hogt). We betrekken burgers en
andere partijen samen met omliggende gemeenten (onder meer via Het Groene Woud en het
samenwerkingsverband project Boven Dommel;
• het aanpassen van het groenbeleid om te zorgen voor het verminderen en versimpelen van regels.
3. raadsprogramma’s - 91
4.3Water
4.3.1
Korte toelichting op collegeproduct
Eén van de kerntaken van de gemeente is de aanleg en instandhouding van riolering. Hierdoor leven we
langer, houden we droge voeten, beschermen we het milieu en leveren we een bijdrage aan een betere
leefomgeving. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht voor het grondwater en hemelwater. Om
wateroverlast bij te veel of te weinig water en/of verstoring van de oppervlaktewaterkwaliteit door
lozingen uit het rioolstelsel te voorkomen, wordt er extra ingezet op waterberging. Een aantal stedelijke
oppervlaktewateren, het Beatrixkanaal en Eindhovens kanaal vallen onder de (onderhouds)zorg van
de gemeente.
4.3.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Tevredenheid burgers
over de afvoer van het
regenwater als het flink
heeft geregend
74%
70%
70%
70%
70%
70%
Tevredenheid burgers
over de inrichting van
de openbare ruimte
met water
91%
80%
80%
80%
80%
80%
Tevredenheid burgers
over de bewaking van
de kwaliteit van het
‘openbare water’
88%
80%
80%
80%
80%
80%
4.3.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
De doelen en activiteiten hiervoor zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan. In 2015 vinden
onder meer de volgende activiteiten plaats:
Leefbaar en aantrekkelijk
•vergroten, versterken van de belevingswaarde door het zichtbaar maken van water. Dit door de
aanleg van waterstructuren (De Burgh en Eindhoven Noord) die tevens dienen voor opvang en afvoer
van regenwater. Voor de Nieuwe Gender wordt gewerkt aan de voorbereiding van de ontbrekende
delen ter plaatse van o.a. het Emmasingelkwadrant en Stationsweg;
•we bestrijden op duurzame wijze de grondwateroverlast. De grondwaterwinningen Aalsterweg en
Vredeoord worden door een gebiedgerichte aanpak in stand gehouden. In samenwerking met de
waterpartners wordt invulling gegeven aan het (op termijn) realiseren van extra waterwinputten in
Genneperparken Noord;
•voor de instandhouding van de basisvoorzieningen vinden rioolvervangingen plaats (o.a Kruidenbuurt
Zuid, Van Maerlantlaan, Heezerweg, Bosrank e.o., d’Hondecoeterstraat e.o., Hageheldlaan
Zwaluwstaartweg).
92 - 3. raadsprogramma’s
Duurzaam
•Het klimaatbestendig maken van de stad. Dit door de aanleg van waterstructuren en het afkoppelen
van verhard oppervlak (o.a. Kanaalzone, Kruidenbuurt Zuid, bedrijventerrein De Tempel). Bij projecten
wordt als uitgangspunt het vergroenen van de stad en het slim inrichten van de openbare ruimte voor
tijdelijke waterberging gehanteerd.
Innovatief
•in het samenwerkingsverband Waterportaal ZuidOostBrabant wordt samen met waterschap en
12 omliggende gemeenten invulling gegeven aan Doelmatig Waterbeheer. Een van de meest innovatieve en kosteneffectieve maatregel die gezamenlijk wordt uitgevoerd, is het beluchten van de
Dommel om zuurstofdips na hevige regenval (o.a.door riooloverstorten) tegen te gaan en zo een
bijdrage te leveren aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn;
•samen met waterschap De Dommel als opdrachtgever wordt met de TU/e de Roadmap Water
opgesteld. Hierin geven we de ambities richting voor klimaatadaptatie, verbinding met o.a. groen,
duurzaamheid etc.
3. raadsprogramma’s - 93
4.4Milieu
4.4.1
Korte toelichting op het collegeproduct
Het milieubeleid in Eindhoven draagt bij aan een gezonde leefomgeving, het optimaal gebruiken van
grondstoffen en een duurzame ruimtelijke inrichting van de stad. Dat doen we door te hoog belaste
situaties (bodem, geluid, lucht, risico’s externe veiligheid en straling) te saneren en restafval van
huishoudens maximaal te hergebruiken. Ook wordt structureel bijgedragen aan voorbereiding van
nieuwe ruimtelijke projecten; daarmee wordt beoogd de gebruikskwaliteit van de nieuwe leefomgeving
(wonen, werken, verkeer, groen, water) gezond te houden c.q. te maken. De milieukwaliteit van de
leefomgeving wordt stadsbreed gemonitord en - openbaar toegankelijk - inzichtelijk gemaakt. In 2015
ligt de focus op duurzame energie en verbeteren en op peil houden van de luchtkwaliteit.
4.4.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aandeel restafval
53
40
40
35
35
30
% inwoners dat zich
(zeer) onveilig voelt als
gevolg van gevaarlijke
stoffen/straling/
luchtverontreiniging
SW < 30%
36
35
35
35
34
34
% inwoners dat last
heeft van minstens
1 vorm van geluidhinder
SW < 30 %
36
35
35
34
34
33
4.4.3
Wat gaan we daarvoor doen?
Leefbaar en aantrekkelijk
•Bodem: afronden convenant sanering spoedlocaties met rijk en vervolgafspraak voor periode
2016-2020.
Geluid
• treffen van geluidisolerende maatregelen woningen spoor Tongelre;
• realiseren Geluidmeetnet (open data) Randweg en aangelegen wijken;
• evaluatie meetdata sensornet Achtse Barrier;
• luchthaven: Werkprogramma Alderstafel;
•2e peiling gezondheidbelevingsonderzoek door GGD/RIVM incl. evaluatie 1e fase;
• evaluatie 1e fase t.a.v. Hinderbeperking en Leefbaarheid;
• bepalen vervolgaanpak monitoren leefbaarheid 2e fase groei.
94 - 3. raadsprogramma’s
Duurzaam
•Afval: Uitvoeren van proeven ter verbetering van gescheiden inzameling in twee buurten in de
Bennekel (aantal deelnemende huishoudens: 1000). Plan van aanpak maken om doelstelling te
bereiken voor periode 2016-2020. Ambitie is om in 2020 nog maar 5% restafval te hebben.
Overig ingezameld afval wordt dan hergebruikt.
Innovatief
• Opstellen Plan van aanpak roadmap Gezonde leefomgeving;
• Lucht: Innovatief Lucht Meetsysteem AiREAS;
• Ontsluiten ILM incl. App ILM-Eindhoven beschikbaar stellen;
• Uitbouwen ILM met temperatuurmeting (hittestress);
• Starten Gezondheidsonderzoek;
• Evaluatie meetdata 2014.
3. raadsprogramma’s - 95
4.5 Verkeer en vervoer
4.5.1 Korte toelichting op collegeproduct
Wij streven naar een bereikbare stad met een verandering van de vervoerswijzen (meer lopen, meer
fietsen, meer gebruik van openbaar vervoer en minder motorvoertuigen binnen de Ring). De uitvoering
van Eindhoven op Weg, als visie op de toekomst van duurzame mobiliteit in onze stad, is hiervoor de
basis. Maatregelen, gericht op het verduurzamen van de mobiliteit moeten leiden tot een leefbare,
aantrekkelijke, gezonde en (verkeers)veilige stad met een prettig vestigingsklimaat. Er wordt veel
aandacht besteed aan de kwaliteit van de openbare ruimte door een sterke verbinding met de
producten openbare ruimte en groen.
4.5.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
% duurzaam vervoer
in de modal split
Aantal verkeersslacht­offers
4.5.3 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
60%
≥60%
≥60%
≥60%
≥60%
≥61%
nnb
nnb
nnb
nnb
nnb
nnb
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Leefbaar en aantrekkelijk stad
•we verbeteren de externe stedelijke bereikbaarheid door met partners uitvoering te geven aan het
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, de Rijksplannen voor de A2, A58 en A67 én de verbetering/
betere benutting van het regionale wegennet;
•we verbeteren de interne stedelijke bereikbaarheid door de gebiedsgerichte aanpak van o.a.
De Kade, de binnenring oost, Strijp-R/Strijp-S en Eindhoven Noordwest te vertalen naar concrete
uitvoeringsplannen. Dit doen we door de aanleg van HOV2, HOV Huizingalaan, fietspaden Bleekstraat,
Stratumsedijk, voetgangersoversteken op de binnenring, de aanpak black spot Fransebaan/
Montpellierlaan, het vervangen van verkeerslichten en de toepassing van slimme
bereikbaarheidsoplossingen.
Duurzame stad
•Verdere ontwikkeling en toepassing van duurzame mobiliteitsmaatregelen (schoner, slimmer en
efficiënter), zoals het stimuleren en faciliteren van elektrisch rijden, het promoten van gedeelde
vervoersconcepten in combinatie met het voeren van een sturend parkeer(vergunningen)beleid in het
centrum en het blijven investeren in fiets- en openbaar vervoermarketing.
Innovatieve stad
•Samen met de TU/e en bij voorkeur met Helmond als medeopdrachtgever starten met het ontwikkelen
van de Roadmap Mobiliteit, waarin we – met de stad als proeftuin – op zoek gaan naar mobiliteits­
concepten van de toekomst.
96 - 3. raadsprogramma’s
3. raadsprogramma’s - 97
RP5 Ruimtelijke inrichting
Inleiding
Waar het in programma Openbare ruimte gaat om de zorg voor het publieke domein van de stad
door de gemeente, draait het in dit programma om de integrale ontwikkeling en de inrichting van
de stad. De nadruk ligt op de ruimtelijke samenhang van het gebied, de gebouwde omgeving en
haar functionaliteiten. In het coalitie akkoord “Expeditie Eindhoven” hebben we onze ambitie
vastgelegd om via de Brainport-agenda een economisch vitale stad te zijn èn een ongedeelde
stad waar iedereen mee doet. Daarom wil Eindhoven een stad zijn met een aantrekkelijke en
duurzame woon- en leefomgeving voor huidige en nieuwe bewoners. In de komende periode
werken we aan versterking van ons bruisende stadshart alsmede de opgave in Brainport Park
(Eindhoven Noordwest). Wij streven om meer ontwikkelingen mogelijk te maken.
De gemeente is hierbij één van de partners in de energieke samenleving. Het doel is om duurzame
ontwikkelingen mogelijk te maken via co-creatie.
We bereiken dit doel door het fysiek-ruimtelijk mogelijk maken van grote en kleine duurzame gebiedsontwikkelingen met partners in de stad . We hebben daarbij onze focus op majeure gebiedsontwikkelingen als Spoorzone, Brainport Park en Meerhoven die in grote mate bijdragen aan de versterking van
het vestigings-, woon- en leefklimaat. We beogen daarbij een regionaal evenwicht te realiseren tussen
vraag naar en aanbod van woningen. We streven er daarbij naar ons erfgoed te beschermen en de
beleving van dat erfgoed te versterken.
We brengen daarbij samenhang aan met andere programma’s zoals Openbare ruimte, Economie,
Cultuur, Sport en de programma’s uit het sociaal domein.
We zoeken in het vormgeven van de ruimtelijke inrichting naar samenwerking met onze partners in de
stad – zoals bewoners, woningcorporaties, bedrijven, instellingen en andere overheden. Ook maken
we ruimte voor private en particuliere initiatieven door onze ruimtelijke instrumenten, zoals bestemmingsplannen, vergunningen, grondbeleid en de crisis- en herstelwet meer faciliterend op te stellen.
Effecten & Cijfers
Effectindicatoren
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Rapportcijfer voor
Eindhoven als stad om
in te wonen en te leven
-
nulmeting
Woningbouwproductie
netto
1.368
557
Percentage duurzaam
(binnen de stad)
opgewekte t.o.v. totaal
verbruikte energie,
stedelijk
1,41
1,7
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
-
-
-
- 400
400
400
-
2,0
2,3
3,0
-
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
Investeringen maatschappelijk nut
11.661
7.202
8.267
2.077
1.962
Investeringen economisch nut
-1.981
28
152
36
530
Grondexploitaties
36.982
27.805
21.414
24.528
25.808
Totaal investeringen
46.662
35.035
29.833
26.641
28.300
98 - 3. raadsprogramma’s
Baten/lasten
(bedragen x € 1.000)
Lasten bestaand beleid
Rekening
2013
212.482
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
131.469
Daling personeelslasten (nieuwe organisatie ruimtelijk domein)
97.860
90.801
77.625
88.566
-1.355
-1.274
-979
-979
0
-400
-1.000
-1.000
Bezuiniging vastgoed
(kadernota 2015)
Totaal lasten
212.482
131.469
96.505
89.127
75.646
86.587
Baten bestaand beleid
206.754
104.422
87.609
80.121
76.156
83.779
Totaal baten
206.754
104.422
87.609
80.121
76.156
83.779
Totaal saldo van baten
en lasten
5.728
27.047
8.896
9.006
-510
2.808
Wijzigingen reserves
-1.803
-26.700
-6.240
-6.759
1.805
-1.609
Resultaat
3.925
347
2.656
2.247
1.295
1.199
Lasten
Verdeeld naar
collegeproduct
Verdeeld naar categorie
-2%
Wonen
2%
Ruimtelijke
ontwikkeling
12%
Duurzaamheid
4%
Grond
82%
Niet in te
delen lasten
9%
Rente en
afschrijvingen
1%
Toevoegingen aan
voorzieningen
Baten
Verdeeld naar
collegeproduct
Wonen
1%
Ruimtelijke
ontwikkeling
12%
Duurzaamheid
3%
Grond
84%
46%
Goederen en
diensten
5%
Salarissen en
sociale lasten
0%
Overdrachten
29%
Verrekeningen
Verdeeld naar categorie
82%
Goederen en
diensten
1%
Overdrachten
17%
Verrekeningen
3. raadsprogramma’s - 99
5.1Wonen
5.1.1 Korte toelichting op collegeproduct
We streven naar een woningmarkt die regionaal in evenwicht is. Dit betekent voldoende betaalbare
huur- en koopwoningen in Eindhoven en de regiogemeenten maar ook het borgen van de kwaliteit van
buurten en wijken. Daarnaast streven we naar het verbeteren van de woon- en leefsituatie in de actiegebieden vanuit een integraal perspectief (sociaal, economisch, veiligheid, fysiek) op het wonen en de
leefomgeving.
5.1.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Verhouding sociale
woningvoorraad /
doelgroep van beleid*
% actiegebieden met
hogere score buurtthermometer t.o.v.
voorgaande jaar
gemiddeld energielabel
van de bestaande
woningen
>1
>1
>1
>1
>1
Pm
>75%
> 75%
> 75%
> 75%
> 75%
1.84 (D)
1.82 (D)
<1.82
<1.82
<1.82
<1.82
* De gemeenten in de Eindhovense regio hebben in het Bestuursconvenant Stedelijk Gebied (2013) afgesproken dat elke
individuele gemeente beschikt over een sociale woningvoorraad (kernvoorraad huur + sociale koop) die groot genoeg is om
de eigen lokale doelgroep van beleid (huishoudinkomen onder de inkomensgrens) en de sociale taakstelling op basis van
eerder gemaakte afspraken te huisvesten.
In 2014 zullen de regionale afspraken verder worden uitgewerkt. Er zal een nieuw woningbouwprogramma worden
opgesteld voor de periode 2014-2023. Daarbij wordt gekeken naar de prijsgrens van sociale koopwoningen (€ 194.000).
Gezien de prijsdaling in de bestaande woningvoorraad de afgelopen jaren zal worden onderzocht of een neerwaartse
bijstelling nodig is.
5.1.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
We stellen in 2014/2015 een woonvisie op samen met onze partners. In de woonvisie geven we aan:
•hoe (en of) we sturen op de beschikbaarheid van woningen voor mensen met een handicap,
expats, studenten, arbeidsmigranten;
•wat het betekent als we de inkomensgrens optrekken van € 34.000,- naar € 43.000,bij het bepalen van de omvang van de sociale woningvoorraad;
• of en hoe doorstroming te bevorderen en het wonen betaalbaar houden;
• we maken nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties;
• we bevorderen (collectief) particulier opdrachtgeverschap;
•we makende opgave wijkvernieuwing (IWV/Krachtwijken) af en voeren het programma
actiegebieden 2015-2018 uit.
100 - 3. raadsprogramma’s
5.2 Ruimtelijke ontwikkeling
5.2.1
Korte toelichting op collegeproduct
Ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de profilering en groei van de Brainport met respect voor ons
erfgoed. We streven er naar om sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen in de stad
mogelijk te maken. Daarmee ondersteunen we de doorontwikkeling van de Brainport. Hierbij proberen
we slagvaardig en klantvriendelijk de ruimtelijke instrumenten (bestemmingsplannen, vergunningen)
toe te passen, rekening houdend met de nieuwe rol van de overheid.
Vanuit erfgoed bezien willen we de historische ontwikkeling van de stad herkenbaar houden en
beschermen. Hierbij willen we van Eindhoven een leesbare stad maken die zich laat begrijpen in haar
karakteristiek met een historische gelaagdheid en verscheidenheid, met verschillende gezichten en
verhalen, die samen de Eindhovense identiteit bepalen.
5.2.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Rapportcijfer voor
Eindhoven als stad om
in te wonen en leven
Rapportcijfer Eindhoven
m.b.t. cultureel erfgoed
Nulmeting
6,6
* voor beide indicatoren geldt een nulmeting in 2014, op basis van inwonersenquête.
5.2.3
Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Met onze partners, zoals bewoners, woningbouwcorporaties, bedrijven en andere overheden,
werken we samen aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en bescherming van ons erfgoed
via diverse sporen.
Ruimtelijke instrumenten
•we onderzoeken de inzet en planologische ruimte van bestemmingsplannen, vergunningen,
grex, crisis- en herstelwet;
• actualisatie bestemmingsplannen (wettelijke taak om plannen op orde te houden);
•we streven naar het stapsgewijs invoeren van de private bouwtechnische toets. In 2015 voeren we
de pilot met het Woonbedrijf uit (niet alleen bouwbesluit, maar hele ruimtelijke inpassing);
•scherp blijven sturen op doorlooptijden van vergunningen en bestemmingsplannen;
•in het kader van minder regels gaan we in 2015 uit van de implementatie van het nieuwe welstandsbeleid en de nieuwe aanpak van het groenbeleid;
•we starten met een nieuwe aanpak van het parkeerbeleid en de prioriteitennota. We streven naar
het aanwijzen van 2 regelvrije zones, met aandacht voor aanhaking op de omgeving.
Gebiedsontwikkeling, gebiedsprogrammering
•we voeren gebiedsanalyses uit en stellen gebiedsprogramma’s op. Mede met de komst van de
nieuwe ambtelijke organisatie, willen we komen tot stadsdekkende gebiedsprogramma’s;
•we werken samen met partijen in de stad aan creatieve oplossingen voor het vormgeven van
gebiedsontwikkeling;
•in overleg met marktpartijen en bewoners zetten we in op het opstellen van een integrale gebiedsanalyse voor het Centrum.
3. raadsprogramma’s - 101
Erfgoed
•we willen de betrokkenheid van bewoners bij erfgoed versterken door het openstellen van de
erfgoedwerkplaats, het beschikbaar stellen van de erfgoedkaart op internet (open data) en de
Open Monumentendag;
•ter bescherming van ons erfgoed gaan we een aantal gemeentelijke monumenten (wederopbouw­
periode) aanwijzen. Daarnaast ondersteunen we de aanwijzing van nieuwe rijksmonumenten
(W-Hal/TU/e, Evoluon, pand Philips Nederland aan Boschdijk);
•we stimuleren transformatie en hergebruik van erfgoed, onder meer bij Mariënhage en het
NRE terrein.
102 - 3. raadsprogramma’s
5.3 Duurzaamheid
5.3.1 Korte toelichting op collegeproduct
Het programma duurzaamheid bestaat uit 5 pijlers: energie, duurzaam bouwen & wonen, duurzame
mobiliteit, maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) en de implementatie van duurzaamheid
in organisatie en stad.
Vanuit het programma wordt bewustwording en gedragsverandering in de gemeentelijke organisatie
en de stad aangejaagd. Het coördinatiepunt duurzame energie jaagt projecten aan die energie
besparen en duurzaam opwekken, zowel in de eigen organisatie als in de stad. De werkzaamheden
van de andere pijlers worden zo veel mogelijk op andere plaatsen in de begroting beschreven (bij
bedrijfsvoering, economie, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en verkeer) omdat de resultaten van
duurzamer gedrag en acties uiteindelijk daar moeten landen.
Met de inspanningen vanuit dit collegeproduct wordt de bewustwording en gedragsverandering op
het aspect duurzaamheid aangejaagd. Doel is duurzaamheid meetbaar en zichtbaar te laten landen in
onze projecten en programma’s. Zo ook bij het beheer en onderhoud van de stad. Per saldo dient bij
alle activiteiten het aspect duurzaamheid aandacht te krijgen.
Daarnaast enthousiasmeren en ondersteunen wij bedrijven, de aan ons gelieerde partijen zoals
woningbouwcoöperaties en de inwoners van de stad, om duurzaamheid als vertrekpunt voor hun
doen en laten te nemen.
Het coördinatiepunt duurzame energie jaagt projecten aan die energie besparen en duurzaam
opwekken, zowel in de eigen organisatie als in de stad. De andere aspecten worden zo veel mogelijk
op andere plaatsen in de begroting beschreven (zoals bij bedrijfsvoering, economie, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en verkeer) omdat de resultaten daar landen.
5.3.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Energieneutraliteitsindex gemeentelijke
organisatie
-
60%
65%
70%
75%
80%
% inwoners dat
gezochte informatie
over duurzaamheid in
de stad heeft kunnen
vinden
66%
70%
75%
80%
85%
90%
% voertuigen op niet
fossiele brandstoffen
t.o.v. totale aantal
voertuigen van
Eindhovenaren
-
-
-
-
-
-
3. raadsprogramma’s - 103
5.3.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we stimuleren om energie te besparen en duurzaam op te wekken, met name inzet op zonnepanelen
in de stad en energiebesparing in de eigen organisatie. Zo faciliteren we zonnepanelen voor burgers,
op gemeentelijke gebouwen en terreinen, geven we sportverenigingen inzicht in hun energieverbruik
d.m.v. slimme meters en denken we mee over de bouw van een 4e biomassacentrale in Eindhoven;
•we gaan met de campagne en website Eindhoven Duurzaam burgers in de stad stimuleren tot
duurzamer gedrag. Zo laten we goede voorbeelden van duurzaam gedrag en acties van burgers en
partijen in de stad zien;
•we faciliteren duurzame voertuigen in de stad, o.a. elektrische voertuigen door elektrische
laadpunten aan te laten leggen;
•binnen de eigen organisatie stimuleren we duurzame vormen van vervoer voor zakelijke kilometers.
Meer fietsen, minder eigen voertuigen en waar nodig elektrische voertuigen;
•we pakken samen met de woningbouwcorporaties projecten op om huurwoningen en hele wijken te
verduurzamen, o.a. waanzinnige woonwijkproject in Gestel, duurzaamheid in de Aireywijk en ontwikkelend beheer in Vaartbroek/Eckart;
•we stimuleren bedrijven en particulieren hun panden en omgeving te verduurzamen. Hiervoor geven
we o.a. workshops en voorlichting, hebben we de energiebesparingslening en werken we samen met
ondernemersverenigingen;
• we faciliteren co-do.net en reiken het keurmerk duurzame ondernemer uit;
•we trainen binnen de gemeentelijke organisatie verder de eigen medewerkers in het meenemen van
duurzaamheid in de eigen werkzaamheden;
•we werken binnen de gemeente aan het verder vormgeven van MVO, onder andere door uitvoering
van de adviezen uit de ISO 26.000.
104 - 3. raadsprogramma’s
5.4 Grond
5.4.1 Korte toelichting op collegeproduct
De gebiedsontwikkeling in de stad krijgt mede vorm via projecten op basis van grondexploitaties.
De grondexploitaties zijn ondersteunend aan vooral de programma’s Wonen, Economie (Kantoren
en bedrijventerreinen) en maatschappelijke functies (zoals Onderwijs, Cultuur , Sport).
De focus richt zich op de grote projecten Spoorzone, Meerhoven, Brainport Park en NRE terrein.
In de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) worden jaarlijks grondexploitatieprojecten
geprogrammeerd en geprioriteerd. Daarnaast faciliteren we ruimtelijke ontwikkelingen via (zogeheten
‘anterieure‘) overeenkomsten, waarbij we door kostenverhaal actief en projectmatig meewerken aan
initiatieven van derden op hun eigen grond, Dit gebeurt vooral daar waar maatschappelijk meerwaarde
te realiseren is.
5.4.2
Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Uitgifteopbrengsten
5.400
27.900
17.400
22.800
23.600
34.400
Overige opbrengsten
14.700
13.000
11.300
16.100
9.200
7.600
5.4.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Relevante (acties voor) begrote uitgifte en overige opbrengsten:
Meerhoven
In Meerhoven stimuleren we de woningbouwontwikkeling door actieve marktbenadering en verder
uitbouwen van vraaggericht werken. We vergroten de aantrekkingskracht van de wijk door inzet op
ambassadeurschap van bewoners en slimmer inzetten van nog te bebouwen terreinen.
Brainport Park
•in 2015 wordt de ruimtelijke procedure afgerond voor de Brainport Innovatie Campus (BIC), met een
stedenbouwkundig ontwerp en bestemmingsplan;
•de gebiedscoöperatie in Brainport Park voert de realisatie uit van de langzaam verkeer verbindingen
over het spoor en de randweg en het beheer van gras- en agrarische gronden;
•we starten de MIRT-verkenning op, om te komen tot een businesscase met uitvoeringsprogramma
om de langetermijnvisie binnen Brainport Avenue te realiseren;
•na besluitvorming over de varianten en financiering voor het Bereikbaarheidsplan wordt de
uitwerking van die variant gestart. We evalueren de Aldersafspraken en starten op basis daarvan de
2e fase van de afspraken over Eindhoven Airport.
Stationsdistrict
•in het Stationsdistrict start de bouw van The Studenthotel (ca. 375 eenheden) in het
project Lichthoven;
•de Stationspassage wordt gestart en deze wordt in gebruik genomen, waarna we de oude tunnel en
stationshallen aanpakken. We starten aan de noordzijde van het station de bouw van het gezamenlijke (met NS en ProRail) fietsenstallingproject. (ca. 4.500 plaatsen).
3. raadsprogramma’s - 105
Strijp-S
•we starten met de bouwvelden F (ca. 220 wooneenheden), G (ca. 350 wooneenheden) en
-afhankelijk van de stand van zaken van de verkoop- Q (ca. 100 appartementen);
•op bouwveld U wordt met gebruikers begonnen met het ontwerp de eerste (nieuwbouw)
kantoormodules (Collectief Zakelijk Opdrachtgeverschap);
• we realiseren het Chinese Paviljoen (geschenk Nanjing).
Strijp-T
•We leveren (afhankelijk van de besluitvorming hierover in 2014) een gemeentelijke
biomassa-centrale.
NRE-terrein
• We voeren de marktselectie af en bereiden besluitvorming voor.
106 - 3. raadsprogramma’s
3. raadsprogramma’s - 107
108 - 3. raadsprograma’s
RP6 Bestuur, dienstverlening
en veiligheid
Inleiding
In dit raadsprogramma staat het domein van de gemeente zelf centraal. Het draait in dit domein
over de directe relatie tussen de gemeente en de inwoners, aan de ene kant via het door de
Eindhovenaren democratisch verkozen bestuur en aan de andere kant via de directe dienstver­
lening aan de inwoners van Eindhoven. Wij willen borg staan voor een bestuur waarin de mensen
in de stad zich goed vertegenwoordigd voelen. Ook willen we hoogwaardige dienstverlening
bieden aan de inwoner als onze individuele klant.
Onze opgaven van morgen liggen in de dynamiek tussen overheid en samenleving. Dat vraagt om een
dienende overheid die ontwikkeling mogelijk maakt zonder het publiek belang uit het oog te verliezen.
Wij willen onze rol spelen in een netwerk van gelijkwaardige partners. Soms moeten we verbinden,
soms zullen we los moeten laten. Op een aantal thema’s zoals veiligheid pakken we een daadkrachtige
rol, omdat onze inwoners en partners in onze stad dat van ons verwachten en omdat bepaalde
problematiek dat ook van ons vraagt. Eindhoven staat bekend om haar ‘triple helix’- samenwerking.
Deze intensieve samenwerking is voor ons een metafoor voor de wijze waarop wij als bestuur de stad
vooruit willen stuwen. We werken daarbij al lang niet meer alleen binnen de grenzen van onze eigen
gemeente. Het schaalniveau van samenwerking en lobby wisselt naar gelang de opgave. Soms in de
stad of in het stedelijk gebied, soms in de regio of binnen Brabant, soms op het niveau Amsterdam en
Rotterdam of in internationale allianties. Wij voelen ons daarbij ook verantwoordelijk voor een goede
samenwerking in de regio op de maatschappelijke en economische vragen van de stad en om krachten
te bundelen. De uitdaging van nu is het vasthouden, versterken en vernieuwen van deze verbindingen.
In onze manier van werken zijn we dienend aan de inwoners in de stad. Goede dienstverlening met
veel tevreden klanten en korte wacht- en doorlooptijden hoort daar bij. Het vraagt ook van ons dat we
onze interne dienstverlening op orde hebben. Dat zorgt ervoor dat de zaken die we als overheid
moeten doen (het primair proces) zo goed mogelijk worden ondersteund, terwijl de kosten van de
overhead verantwoord blijven. We gaan onze bedrijfsvoering waar dat kan samen uitvoeren (poolen)
met andere instellingen in de stad en andere gemeenten in de regio. Daardoor kunnen we onze kwaliteit verhogen tegen lagere kosten.
Wij beschouwen veiligheid als een kernverantwoordelijkheid van onze gemeente. Veiligheid is essentieel voor het vertrouwen dat mensen in hun overheid hebben. Ze gaan er terecht vanuit dat die goed
wordt bewaakt. Daarbij werken we samen met de partners in de veiligheidsketen – de politie, het
openbaar ministerie, de overige veiligheidsdiensten, en natuurlijk ook met onze ondernemers en onze
inwoners. Vaak kunnen we dat het best vormgeven in regionaal verband met Eindhoven als centrumgemeente in een trekkende rol.
3. raadsprogramma’s - 109
Effecten & Cijfers
Effectindicatoren
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Waardering voor
gemeentelijke
dienstverlening
nulmeting
-
Index objectieve
veiligheid
100.7
tussen
100,5 en
101
Tussen
100,5 en
101
Tussen
100,5 en
101
Index veiligheidsbeleving
99,8
Minimaal
100
Minimaal
100
Minimaal
100
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
-
-
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2014
2015
2016
2017
2018
Investeringen maatschappelijk nut
-
-
-
-
-
Investeringen economisch nut
1.862
2.322
50
250
73
Totaal investeringen
1.862
2.322
50
250
73
Lasten
Verdeeld naar
collegeproduct
Verdeeld naar categorie
10 Bedrijfsvoering
Veiligheid
en leefbaarheid
14%
13%
28%
Verrekeningen
13%
Algemene
middelen
-6%
36%
Bestuur
21%
Publieke
dienstverlening
14%
21%
Rente en
afschrijvingen
Niet in te
delen lasten
8%
Goederen en
diensten
Salarissen en
sociale lasten
16%
Overdrachten
Samenwerken
aan veiligheid
Baten
Verdeeld naar
collegeproduct
Verdeeld naar categorie
2 Bedrijfsvoering
Publieke
dienstverlening
12%
25%
Uitgaven ten laste
integratie-uitkering
Sociaal Domein
Rente en dividenden
86%
Algemene
middelen
2%
Goederen en
diensten
110 - 3. raadsprogramma’s
63%
Overdrachten
1%
Verrekeningen
Baten/lasten
(bedragen x € 1.000)
Lasten bestaand beleid
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
81.203
72.325
Daling personeelslasten
(nieuwe organisatie
publiekscontacten)
Waterschapsverkiezingen 2015
80.631
84.589
89.501
88.385
-680
-680
-680
-680
-200
-800
-1.300
315
Bezuiniging samen­
werkingsverbanden
(kadernota 2015)
Aanpassing inflatiecorrectie (kadernota 2015)
-4.700
-8.000
-12.000
-9.000
Afzondering personeelsbudget ten behoeve van
garantieschalen
4.203
4.203
4.203
4.203
Personeelslasten inzake
nog te formaliseren O&F
plannen (Route 2014)
8.813
8.696
7.930
7.930
14.454
14.347
14.347
14.347
Effect invoering
nieuwe kostenverdeelsystematiek (stafafdeling voortaan ten laste
van collegeproduct en
niet meer opgenomen
in de overhead)
Totaal lasten
Baten bestaand beleid
81.203
72.325
103.036
102.955
102.501
103.885
331.823
332.832
384.489
387.152
384.412
384.177
Algemene middelen integratie-uitkering sociaal domein
- inkomsten inte­gratieuitkering sociaal
domein
113.176
113.179
108.729
107.180
- korting gemeentefonds
-3.812
-5.600
-5.246
-4.827
2.231
4.458
4.287
4.257
545
534
524
576
Algemene middelen gemeentefonds
- meicirculaire
Stijging OZB als
gevolg van daling van
rioolrechten door
wijziging interne rente
(kadernota 2015)
Totaal baten
Totaal saldo van baten
en lasten
Wijzigingen reserves
Resultaat
331.823
332.832
496.629
499.723
492.706
491.363
-250.620
-260.507
-393.593
-396.768
-390.205
-387.478
-9.329
4.340
5.074
9.014
7.988
8.303
-259.949
-256.167
-388.519
-387.754
-382.217
-379.175
3. raadsprogramma’s - 111
6.1 Publieke dienstverlening
6.1.1 Korte toelichting op collegeproduct
De gemeente Eindhoven vindt adequate dienstverlening aan burgers en bedrijven belangrijk. Burgers
en bedrijven willen hun zaken met de gemeente goed en makkelijk kunnen regelen. Snel, op het
moment én op de wijze die hen het beste uitkomt. Zij verwachten betrouwbare informatie in duidelijke
taal, één aanspreekpunt en geen overbodige vragen, regels en procedures.
Op dit product worden bepaalde lokale lasten verzameld, zoals OZB. De OZB vormt samen met de
rioolrechten (product 4.3) en de afvalstoffenheffing (product 4.4) de lokale woonlasten. Daarnaast
vallen onder dit product de leges Burgerzaken (rijbewijzen, paspoorten, etc.).
6.1.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Werken op afspraak
(aandeel klanten dat
binnen 5 minuten
geholpen is
-
-
80%
80%
80%
80%
Aandeel telefonische
klanten dat binnen 25
seconde contact heeft
-
-
80%
80%
80%
80%
% digitaal aangevraagde producten
Burgerzaken
-
-
40%
50%
50%
50%
6.1.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
Naast de standaard activiteiten worden de verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschap op 18
maart 2015 georganiseerd. Het totaal van de lokale woonlasten stijgt niet meer dan trendmatig (2%).
112 - 3. raadsprogramma’s
6.2 Bestuur
6.2.1 Korte toelichting op collegeproduct
We hebben in ons coalitieakkoord aangegeven dat we deze stad willen besturen in samenspel met
onze partners in de stad als een dienende overheid, die het publieke belang niet uit het oog verliest.
In dit collegeproduct brengen we de kosten van het bestuur en haar directe ondersteuning onder.
Dat zijn de Directieraad en de staffuncties op concernniveau. Dat vraagt om sensitiviteit voor de
vragen vanuit de samenleving, het voorbereiden naar bestuurlijke besluitvorming en sturen op de
uitvoering daarvan. Onderdeel van het bestuurlijke proces is onze internationale samenwerking.
Onze internationale oriëntatie is immers een belangrijk factor in de kracht van Eindhoven.
6.2.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Aandeel dat van mening
is dat de gemeente
luistert naar de mening
van haar burgers
-
-
nulmeting
-
-
-
Aandeel dat van mening
is dat de gemeente
burgers voldoende
betrekt bij haar
plannen, activiteiten
en voorzieningen
-
-
nulmeting
-
-
-
Aantal actoren dat een
actieve bijdrage levert
aan de implementatie
van het beleid Mondiale
bewustwording
-
-
nulmeting
-
-
-
6.2.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we organiseren een herbezinning op een eigentijdse invulling van de rolverdeling tussen overheid,
inwoners, instellingen en markt in de stad;
• we gaan door met het project Minder regels, goed geregeld;
• we gaan proeftuinen opzetten om belemmerende regelgeving weg te nemen of te versoepelen;
•we sorteren optimaal voor op het EU voorzitterschap NL2016 en we positioneren daarin de
Eindhovense agenda. We investeren in de relatie met (omliggende) gemeenten en verkennen kansen
voor samenwerking, ook in het licht van nieuwe Metropoolregio Eindhoven, het nieuwe bestuurs­
convenant in het Stedelijk gebied en de Campussamenwerking;
•we geven samen met Brainport Development vorm aan de samenwerking met de Amsterdamse en
Rotterdamse regio;
•we vergroten mondiale bewustwording in Eindhoven door het stimuleren van mondiaal burgerschap;
•we vergroten toegang tot en delen mondiaal aanwezige kennis en ervaringen door het stimuleren van
mondiale partnerschappen en netwerken;
•we leveren als stad zelf een bijdrage aan het realiseren van de agenda van de Verenigde Naties
tegen armoedebestrijding in de wereld;
•we rekenen in 2015 de staffuncties niet langer door als overhead, maar nemen deze op onder
het Collegeproduct Bestuur.
3. raadsprogramma’s - 113
6.3 Algemene middelen
6.3.1 Korte toelichting op collegeproduct
Op het product algemene middelen verzamelen we (gemeentebrede) kosten en opbrengsten die we
niet doorbelasten naar andere producten. Dit zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de
rente over leningen en beleggingen. Het gemeentefonds is de grootste bron van inkomsten voor
gemeenten. Tegenover dit geld dat we van het Rijk ontvangen, en dat in principe vrij besteedbaar is,
staan uitgaven op de programma’s. Drie keer per jaar (in mei, september en december) informeert het
Rijk de gemeenten via circulaires over de wijzigingen in de uitkering.
6.3.2 Wat willen we bereiken?
De financiële positie wordt gevolgd via ‘sturen met normen’ (zie 1.3 Financiële hoofdlijn). De lastendruk staat in paragraaf 2.6 Lokale lasten.
6.3.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•het Rijk voert in 2 fases (2015 en 2016) groot onderhoud uit aan het gemeentefonds, waarbij de
verdeelsleutels meer in lijn worden gebracht met de daadwerkelijke uitgaven van gemeenten zelf. we
maken duidelijk wat de effecten hiervan zijn op onze begroting;
•met ingang van 2015 wordt de integratie-uitkering sociaal domein toegevoegd aan het gemeentefonds. Hierin zit het geld dat we van het Rijk krijgen voor de drie decentralisaties;
•financiële meevallers zetten we voor 25 procent in op versterking van het vermogen/aflossen
van leningen. Daarnaast gaat 25 procent naar Smart City en 50 procent naar het MIP.
114 - 3. raadsprogramma’s
6.4Bedrijfsvoering
6.4.1 Korte toelichting op collegeproduct
Onder bedrijfsvoering wordt verstaan het adviseren, ondersteunen en faciliteren van het college van
B&W, de gemeentesecretaris, de Directieraad en de sectoren. De bedrijfsvoering levert op professioneel hoogwaardige niveau diensten en producten die aansluiten op de behoeften (snelheid, gemak,
kwaliteit) én voor zo laag mogelijke kosten. Middels o.a. state-of-the-art informatie- en communicatietechnologie wordt innovatie onze organisatie binnengebracht. De dienstverlening is servicegericht
en onderscheidt zich door kwalitatief hoogstaand advies. De uitvoering is gericht op het faciliteren
van primaire processen. De bedrijfsvoering is zelf een slanke en beheersbare organisatie doordat
processen lean (weghalen van verspillingen) zijn ingericht en gerichte sturing plaatsvindt op voortdurende verbetering. De dingen zo slim mogelijk doen en de precies de juiste dingen doen.
6.4.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
% overhead (fte) van
totale gemeentelijke
organisatie
-
-
33.1%
(top 25
notering)
80%
80%
80%
Aantal gerealiseerde
samenwerkings­
verbanden
-
-
nulmeting
-
-
-
Mate van businesspartnership (fase 1 t/m 5)
-
-
nulmeting
-
-
-
6.4.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•uitvoering geven aan het bedrijfsvoeringplan;
•begeleiding van de transities en decentralisaties zodat deze succesvol kunnen worden ingevoerd;
•groei naar businesspartner door in 2015 integraal vanuit bedrijfsvoering de onderwerpen op te
pakken en de verkenning van samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bedrijfsvoering;
•uitbouwen van ‘smart city’ concept: elke verandering in het ICT landschap analyseren we en daarbij
houden we rekening met de uitgangspunten van smart city en open data en sluiten we aan op de
i-visie.
3. raadsprogramma’s - 115
6.5 Veiligheid en leefbaarheid
6.5.1 Korte toelichting op collegeproduct
De aandacht van het veiligheidsbeleid in 2015 richt zich grotendeels op de door de gemeenteraad
geformuleerde veiligheidsprioriteiten, genoemd in het Beleidskader Integrale Veiligheid 2014-2017.
De nadruk ligt daarbij op de thema’s High Impact Crimes (woninginbraak, overvallen en straatroof),
Risicojeugd, Overlast (waaronder woonoverlast), Veilig Uitgaan en Georganiseerde Criminaliteit met
als prioriteiten mensenhandel en hennepteelt.
Daarnaast zal het komende jaar extra aandacht zijn voor veelvoorkomende criminaliteit (auto-inbraak,
fietsendiefstal, zakkenrollerij) en natuurlijk de criminaliteitsvormen die vanwege (het perspectief op)
sterk toenemende incidenten onze aandacht vragen.
6.5.2 Wat willen we bereiken?
Effect indicator
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Index
veiligheidsgevoelens
99.8
Minimaal
100
Minimaal
100
-
-
-
Index objectieve
veiligheid
100.7
Tussen
100,5 en
101
Tussen
100,5 en
101
-
-
-
10 %
toename
t.o.v. 2014
-
-
-
aantal personen dat
deelneemt aan
buurtpreventie
6.5.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
• we gaan door met de aanpak Jeugd in beeld (JIB) en JIB + (aanpak criminele jeugdgroep);
• we gaan door met de Dadergerichte aanpak volgens de Top X-aanpak;
•we zetten ons in voor de verhoging van het veiligheidsniveau in de uitgaansgebieden door
handhaving veiligheidsglas, collectieve ontzeggingen, handhaving nieuwe drank- en horecawet;
• we gaan door met de aanpak van de georganiseerde criminaliteit binnen de horeca.
• we verbeteren onze Intelligence (kennis) als het gaat om de relatie tussen boven- en onderwereld;
• we werken handvatten uit voor privacy.
116 - 3. raadsprogramma’s
6.6 Samenwerken aan Veiligheid
6.6.1 Korte toelichting op collegeproduct
Door samenwerking met de diverse partners (politie, OM, Belastingdienst, RIEC e.d.) zowel lokaal als
regionaal komen we tot strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en fiscale interventies. Hierdoor verbeteren we de veiligheid en de leefbaarheid.
Daarnaast werken we samen met uiteenlopende partners (Veiligheidsregio) om crisissituaties te
verminderen en, liever nog, te voorkomen.
6.6.2 Wat willen we bereiken?
Voor dit product zijn geen effectindicatoren ontwikkeld.
6.6.3 Wat gaan we doen voor het begrotingsjaar?
•we stellen samen met onze partners een governancemodel op voor het bedrijfsmatiger inrichten
van onze samenwerkingsverbanden;
•we maken een overgang van regionale coördinatie van het RCF (Kenniscentrum Handhaving,
Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding) naar een landelijk netwerk;
•we bereiden een regionaal informatieknooppunt voor waarin wij volgens de Intelligence-gedachte
van Eindhoven gaan werken;
•we ontwikkelen privacyhandvatten als het gaat om de veiligheidsmaatregelen die we nemen;
•we gaan werken volgens de Top-X-methodiek.
3. raadsprogramma’s - 117
118 - Bijlagen