WERKPLAN 2015

 WERKPLAN 2015 Goedgekeurd door het bestuur op 19 september 2014
1/19 1. Totstandkoming werkplan Dit werkplan is gebaseerd op het nieuwe Meerjarenbeleidsplan NCJ 2015 ­ 2018, getiteld: ‘Vernieuwen, verbinden, versterken’ dat door het bestuur van het NCJ op 19 september 2014 is vastgesteld. Daarnaast is de landelijke nota gezondheidsbeleid ‘Gezondheid dichtbij’, waarin een aantal belangrijke speerpunten is benoemd, bepalend geweest voor de keuzes die gemaakt zijn. Om te komen tot een nieuw meerjarenperspectief dat aansluit bij de wensen van de praktijk, zijn in juni 2014 twee denkdiners georganiseerd om respectievelijk de JGZ­organisaties, de landelijke stakeholders en het ministerie van VWS te consulteren over het concept­Meerjarenbeleidsplan NCJ 2015 ­ 2018. De inbreng uit deze consultaties is in het Meerjarenbeleidsplan verwerkt. Het voorgenomen werkplan 2015 is in september 2014 aan een viertal JGZ­managers/directeuren voorgelegd om te toetsen of de resultaten en activiteiten die het NCJ in 2015 wil bereiken, goed aansluit aan de behoefte van de JGZ­organisaties en kan rekenen op draagvlak. Het bestuur heeft op 19 september 2014 het werkplan en de onderliggende begroting 2015 goedgekeurd. Op grond hiervan wordt voor elk project een projectplan uitgewerkt. Het werkplan en de begroting vormen de basis voor de instellingssubsidie­aanvraag over 2015 bij het ministerie van VWS. 2. Beleidsmatige uitgangspunten Met ingang van 1 januari 2015 krijgt het nieuwe jeugdstelsel zijn beslag; gebaseerd op de transitie en transformatie van de jeugdzorg. Daarnaast is een aantal andere transities in het sociaal domein van belang: de veranderingen in de AWBZ, de Participatiewet en de invoering van Passend Onderwijs. Het NCJ heeft deze belangrijke ontwikkelingen betrokken bij het formuleren van haar activiteiten in dit werkplan. De JGZ werkt vanaf 1 januari 2015 volgens het nieuwe basispakket JGZ. De preventieve zorg door de JGZ staat in dit basispakket centraal. Versterken van eigen kracht van ouders en jeugdigen en normaliseren, ontzorgen en demedicaliseren vragen een benadering op maat. Uitgangspunt voor de JGZ blijft de vraag en behoefte van ouders en jeugdigen. Daarbij is wel van belang dat demedicaliseren geen doel op zichzelf is, maar van toepassing is wanneer is vastgesteld dat medicatie niet nodig is. De uitgangspunten van de landelijke nota gezondheidsbeleid ‘Gezondheid dichtbij’, die in mei 2011 is uitgebracht, zijn nog steeds van kracht en hebben eveneens een rol gespeeld bij het 2/19 opstellen van dit werkplan. De uitgangspunten zijn: ● Vijf speerpunten blijven belangrijk: overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. ● Uitgangspunten in de zorg zijn de behoeften en wensen van kinderen, jongeren en ouders. Betrokken partijen moeten werken aan een sterkere fysieke, organisatorische en inhoudelijke verbinding tussen de publieke gezondheid en de basiszorg. ● Verbondenheid van het gezondheidsbeleid met andere beleidssectoren is belangrijk om een gezonde omgeving te creëren. Mensen maken zelf keuzes, maar deze worden gemaakt in een omgeving waarin de gezonde keuze makkelijk is. Aan de omgeving dragen verschillende beleidssectoren bij. ● Het investeren in jeugd loont. Naast het bevorderen van een gezonde leefstijl, vroege signalering van risico’s en inzet op weerbaarheid, is het gerechtvaardigd om bij de jeugd grenzen te stellen en een gezonde basis te stimuleren. ● Aan jongeren moet actief op maat leefstijladvies en begeleiding aangeboden worden en bij het advies moeten lokale mogelijkheden expliciet betrokken worden. Door innovatieve werkwijzen kan de JGZ haar rol bij tieners/adolescenten versterken. Ook de uitgangspunten van het Nationaal Plan Preventie (NPP) zijn betrokken bij dit werkplan. In het NPP wordt gezondheid positief gepositioneerd, in plaats van in de sfeer van wat er niet mag en kan. De focus ligt op drie doelen: 1. Preventie een prominente plek geven in de gezondheidszorg. 2. De gezondheid van mensen bevorderen en chronische ziekten voorkomen, door een integrale aanpak in de omgeving waarin zij wonen, werken, leren en leven. 3. Gezondheidsbescherming op peil houden, nieuwe bedreigingen het hoofd bieden. De activiteiten vinden plaats in de domeinen wijk, school en werk. Tot slot zijn ook de speerpunten die afgesproken zijn in het Kennisprogramma Jeugd 2012 ­ 2016, het samenwerkingsverband van kennispartners in de jeugdsector, in dit werkplan verwerkt. De speerpunten zijn: 1. Effectief (evidence based) werken in ondersteuning, preventie en zorg in de jeugdsector. 2. Zicht op Jeugd en zorgvraag en gebruik. 3. Professionalisering. Het NCJ hanteert als uitgangspunt de definitie van gezondheid, zoals opgesteld door Huber e.a. (2011): ‘Health is the ability to adapt and self­manage in the face of social, physical and emotional challenges.’ Niet de aandoening (of de afwezigheid daarvan) staat centraal, maar het aanpassingsvermogen en het vermogen tot zelfmanagement, als men met problemen en uitdagingen op sociaal, lichamelijk en emotioneel gebied te maken krijgt. Vele aspecten van onze samenleving dragen bij aan gezondheid of bedreigen die juist. Het gaat naast welzijn namelijk ook om ‘coping’ (strategie waardoor je om kunt gaan met stressfactoren in je leven, zoals de last 3/19 van de ziekte) en zo lang mogelijk kunnen meedoen in de samenleving (participatie). Dit is een kenmerk van deJGZ. Er wordt niet alleen naar het kind als individu gekeken, ook wordt steeds gezocht naar de verbinding tussen het kind en zijn omgeving, naar de maatschappelijke context en de mogelijkheden tot het bevorderen van gezondheid vanuit een collectieve benadering. 3. Unieke positie en meerwaarde JGZ De JGZ heeft een unieke positie in Nederland. Zij kenmerkt zich door een laagdrempelige toegang en heeft alle kinderen in beeld, zeker die in de jonge leeftijdscategorie. Dat maakt het mogelijk om jeugdigen en hun ouders al vroeg te bereiken: op school, thuis of in de buurt. De JGZ is daarmee binnen het sociaal domein een belangrijke schakel aan de voorkant van de zorgketen. Daarnaast kan de JGZ de gemeente waardevolle informatie leveren over trends die zij waarneemt. De JGZ bereikt al vele jaren gezondheidswinst. Uit twee kosteneffectiviteitsonderzoeken van 1
Verdonck, Klooster & Associates blijkt de waarde van preventie­activiteiten van de JGZ. Uit het onderzoek naar de preventie­activiteiten voor 0­4 jarigen blijkt dat iedere euro die jaarlijks in de JGZ wordt geïnvesteerd elf euro oplevert en alle Nederlanders hebben één jaar van hun gezonde levensverwachting te danken aan de JGZ. Uit het onderzoek in 2013 naar een aantal opvoed­ en opgroeiprogramma’s blijkt dat de investeringen zich drie tot vijftig maal terugbetalen. De JGZ is volop in beweging. De laatste jaren hebben zich binnen en rond de JGZ allerlei ontwikkelingen voorgedaan die van groot belang zijn voor het karakter en de werkwijze van de JGZ. Er worden (nieuwe) vragen aan de JGZ gesteld die verband houden met ongezonde leefstijl, psychosociale problematiek en het opvoeden en opgroeien in een toenemend complexe maatschappij. Daarbij speelt een rol dat de gezondheidsvraagstukken die voortkomen uit deze ontwikkelingen, het meest spelen bij gezinnen en jongeren die mogelijk niet goed worden bereikt. De uitgangspunten bij de aanpak van deze nieuwe vragen zijn gericht op het ondersteunen van de eigen kracht en zelfredzaamheid van ouders en toename van de inzet van de pedagogische civil society. 1
Kosteneffectiviteit van de jeugdgezondheidszorg, Verdonck, Klooster & Associates, maart 2012 en
Investeringen in opvoeden en Opgroeien loont!, juli 2013
4/19 Waar de stelselherziening jeugd is gericht op vermindering van de groei van de jeugdzorg (‘ontzorgen’), kan de JGZ daarop inspelen door haar preventieve rol goed in te vullen met lichte vormen van hulp en ondersteuning om daarmee de toestroom naar zwaardere, geïndiceerde vormen van jeugdzorg te voorkomen. Het nieuwe basispakket zorgt voor een stevige basis in het nieuwe stelsel: preventieve JGZ binnen het sociaal domein aan de voorkant van de keten van zorg voor jeugd. Voor het gezondheidsbelang van kinderen en jongeren is het noodzakelijk dat de meerwaarde en inzet van de JGZ in een snel veranderende omgeving behouden blijft en dat de JGZ preventieve zorg in de meest brede zin van het woord op kwalitatieve, hoogwaardige wijze blijft aanbieden, afgestemd op de behoefte van kind en ouders. De JGZ werkt primair op grond van het kader van de Wet publieke gezondheid (Wpg). De essentie van publieke gezondheid is het waarborgen van de gezondheid van alle burgers in Nederland als collectief. Daartoe wordt de gezondheid van alle burgers bewaakt, beschermd en bevorderd. De JGZ ontleent aan deze taken haar identiteit en maatschappelijk toegevoegde waarde én positie aan de voorkant van de keten van zorg voor jeugd. De JGZ is gericht op het voorkomen van ziekten en andere problemen bij kinderen en jongeren, vroegsignalering en ondersteuning. Daartoe is het belangrijk dat de JGZ een laagdrempelige toegang verbindt met het in beeld hebben van alle kinderen, werkt vanuit een integrale bio­psychosociale optiek én een betrouwbare en deskundige partner is in het netwerk van zorg voor jeugd. Een proactieve houding van de JGZ naar haar opdrachtgever, de gemeente, is cruciaal gezien de veranderingen in het jeugdstelsel waarbij de gemeenten met ingang van 1 januari 2015 verantwoordelijk worden voor de gehele zorg voor jeugd. Gemeenten kunnen samenhangend beleid creëren tussen de Wpg, de Jeugdwet, de Zorgverzekeringswet, de wetgeving Passend Onderwijs en de Participatiewet. In het door het NCJ uitgebrachte visiedocument “Preventieve Zorg voor Jeugd”2 zijn de kansen benoemd die het nieuwe jeugdstelsel biedt om preventie, zorg en welzijn voor de jeugdigen beter in samenhang te organiseren en is ingegaan op de verbindende rol van het nieuwe Basispakket. 4. Missie, visie, waarden en doelstellingen NCJ Missie en visie Het NCJ heeft in het kader van het Meerjarenbeleidsplan 2015 ­ 2018 haar visie en missie voor de komende jaren aangescherpt en herijkt. Het is de visie van het NCJ dat alle kinderen in Nederland gezond en veilig opgroeien. De missie van het NCJ is: Het NCJ vernieuwt, versterkt en verbindt de JGZ. Als specialist in preventie, verbindt het NCJ de uitvoeringspraktijk vanuit het belang van het kind, de jongere en zijn of haar ouders op innovatieve en inspirerende wijze. De missie van het NCJ richt zich op twee aspecten. Ten eerste op de ondersteuning van de 2
Preventieve Zorg voor Jeugd, JGZ als preventieve basis binnen de integrale zorg voor jeugd ­ NCJ, april 2014 5/19 JGZ­organisaties. Daarnaast op de (landelijke) context waarbinnen de JGZ opereert en het (landelijke) beleid ten aanzien van de JGZ. Het eerstgenoemde aspect is voor het NCJ leidend. Dit betekent dat het NCJ zich in de eerste plaats richt op de JGZ­organisaties, voor wat betreft de ondersteuning van hun positionering in het sociaal domein, beleidsontwikkeling en de uitvoering van taken. Daarnaast levert het een bijdrage aan het creëren van een optimale context waarbinnen de JGZ­organisaties hun werk doen. Het NCJ is daarbij gericht op het positioneren en versterken van de JGZ, zodat de meerwaarde van de JGZ in het sociaal domein tot uiting komt. Om krachtig de missie van het NCJ te kunnen dragen zijn kernwaarden geformuleerd die als richtsnoer dienen: innovatief; inspirerend; deskundig en verbindend. Doelstellingen Als doelstellingen van het NCJ gelden: 1. Het NCJ is het landelijk innovatie­ en kenniscentrum voor de jeugdgezondheid. 2. Het NCJ zet zich in voor het optimaliseren van de kansen voor de jeugd in Nederland om zo gezond en veilig mogelijk op te groeien en te kunnen participeren in de maatschappij en speelt daarbij in op trends en maatschappelijke ontwikkelingen. 3. Het NCJ vormt de verbindende schakel tussen de uitvoeringspraktijk, onderwijs, beleid en wetenschap. 4. Het NCJ draagt bij aan de ontwikkeling, borging en professionalisering van de jeugdgezondheidszorg in de ruimste zin van het woord. Rollen Om deze doelstellingen optimaal te kunnen verwezenlijken, neemt het NCJ verschillende rollen in: 1. Visie­ontwikkelaar: het ontwikkelen van visies, kaders, standpunten rond relevante thema’s in de zorg voor jeugd. 2. Verbinder: het met elkaar verbinden van partijen, innovaties, kennis, nieuwe ideeën en praktijkervaringen binnen de zorg voor jeugd. 3. Vernieuwer: het initiëren, versterken en stimuleren van vernieuwing in de zorg voor jeugd. 4. Ontwikkelaar en co­creator: het (eventueel samen met JGZ­organisaties) ontwikkelen van kennis, instrumenten en materialen. 5. Sparring partner: het actief met de JGZ meedenken, ook in de vorm van consultatie en advies, bij (inhoudelijke) vernieuwing van de JGZ. 6. Makelaar: het uitwisselen van innovaties, kennis en materialen in de JGZ. 7. Beheerder: het actueel houden van bestaande kennis op basis van evaluatie, praktische bevindingen, nieuwe inzichten en ontwikkelingen. 6/19 8. Facilitator: het bieden van een platform voor de JGZ om in gezamenlijkheid kennis te ontwikkelen en te delen. Doelgroepen Het NCJ werkt primair voor de organisaties die JGZ uitvoeren met daarbinnen de volgende doelgroepen: ● Hoofden/ managers gerelateerd aan de jeugdgezondheidszorg. ● Staf­ en beleidsmedewerkers gerelateerd aan de jeugdgezondheidszorg. ● Professionals die JGZ uitvoeren. Toegevoegde waarde NCJ Het NCJ werkt als hét innovatie­ en kenniscentrum vanuit een expliciete focus op de JGZ en de uitvoerende organisaties die daarin actief zijn. Het NCJ ondersteunt JGZ­organisaties in innovaties en met kennis. Daarnaast vervult het NCJ een unieke ondersteunende rol naar JGZ­organisaties bij de implementatie van instrumenten. Het NCJ legt een nadrukkelijke koppeling tussen ontwikkeling, implementatie en borging van innovatie en kennis in de JGZ. Het NCJ draagt zo bij aan het vernieuwen, verbinden en versterken van de JGZ, zowel op het niveau van de uitvoering als op beleidsniveau. Het NCJ onderscheidt zich van brancheorganisaties, zoals Actiz, GGD Nederland en VNG, en van de beroepsverenigingen doordat het niet aan belangenbehartiging doet. Wel legt het NCJ verbinding tussen de veldpartijen in de JGZ door een breed gedragen lijn te bevorderen over de inhoudelijke koers en ontwikkeling van de JGZ. Op veel terreinen vindt samenwerking en afstemming plaats. Het NCJ onderscheidt zich van de LOT­instituten doordat het zich niet op een specifiek thema richt maar op de jeugdgezondheidszorg in brede zin. Met het NJi werkt het NCJ zoveel mogelijk complementair; het NJi richt zich immers ook op opvoeden en opgroeien, zij het meer in de ondersteuning van de Jeugdzorg. Het NCJ en het RIVM (Centrum Infectieziektenbestrijding en Centrum Gezond Leven) werken samen op voor de JGZ relevante thema's. Het NCJ particpeert in het samenwerkingsverband van het "Kennisprogramma Jeugd" samen met het NJi, TNO, het RIVM en met ZonMW. Het NCJ richt zich met haar activiteiten vooral op de inhoudelijke ondersteuning van de JGZ­organisaties en is daarin proactief en gericht op vernieuwing van de JGZ. Het NCJ neemt een stimulerende en prikkelende rol in om JGZ­organisaties te bewegen en te ondersteunen de slagen naar vernieuwing te (kunnen) maken. 5. Inleiding projectbeschrijvingen Bij de ontwikkeling van dit werkplan 2015 heeft het NCJ zich gebogen over de vraag hoe zij ten 7/19 aanzien van de thema’s uit haar Meerjarenbeleidsplan 2015 ­ 2018 het JGZ­veld kwalitatief hoogwaardige ondersteuning kan blijven bieden en optimaal invulling kan geven aan haar diverse rollen. Hierbij rekening houdend met de wensen en behoeften vanuit het JGZ­veld, ketenpartners en het ministerie van VWS. Deze ondersteuning omvat zowel de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve ideeën en producten en de implementatie daarvan, als het (coördineren en organiseren van het) beheer van bestaande producten die zich inmiddels in de praktijk hebben bewezen. Gebaseerd op haar Meerjarenbeleidsplan 2015 ­ 2018 kiest het NCJ voor een balans tussen innovatie en productontwikkeling enerzijds en beheer anderzijds in de uitvoering van de projectplannen en het realiseren van haar activiteiten. Het NCJ zet de helft van de beschikbare uren en budget in voor innovatie en productontwikkeling en de helft voor beheer. Beide aspecten innovatie en beheer zijn even belangrijk voor het JGZ­veld. Reden waarom als visie heeft om beide aspecten vanuit haar projecten aan het JGZ­veld aan te bieden. Jaarlijks zal het NCJ bij het opstellen van het werkplan bezien of de beheersactiviteiten nog voldoende passen bij de prioriteiten die het JGZ­veld stelt dan wel of het mogelijk is om bepaalde beheersactiviteiten tot posterioriteit te verklaren of over te dragen aan andere partijen. Hiermee moet worden voorkomen dat de balans tussen innovatie en beheer blijft bestaan. De activiteiten van het NCJ zijn uitgewerkt binnen de strategische thema’s, zoals beschreven in het Meerjarenbeleidsplan: ‘Kinderen, jongeren, ouders aan zet’, ‘De kracht van preventie’ en ‘Samenwerken’. Binnen deze thema’s, die vier jaar lang aandacht krijgen, is voor 2015 een prioritering aangebracht. In komende jaren daarna zal worden voortgebouwd op de eerste resultaten. In het thema ‘Kinderen, jongeren, ouders aan zet’ wordt gestart met de attitude en de competenties van de professional: wat heeft de professional nodig om kinderen, jongeren en ouders te kunnen helpen om de regie over hun eigen leven nemen? In ‘De kracht van preventie’ wordt ingezet op het beheer van instrumenten die bijdragen aan de kwaliteit van de preventieve activiteiten van de JGZ. Daarnaast wordt ingespeeld op mogelijkheden om te komen tot verbreding en verdieping van preventieve activiteiten. Binnen het thema ‘Samenwerken’ worden JGZ­organisaties geprikkeld en gestimuleerd tot (vernieuwde en) effectieve samenwerking. Bovendien krijgt samenwerking met nieuwe partners een belangrijke impuls. Via het project ‘Ontmoeten, inspireren en informeren’ brengt het NCJ meer samenhang aan in de ontmoetingen met en tussen het JGZ­veld en stakeholders teneinde verbinding te versterken tussen JGZ­organisaties onderling, maar ook om de ondersteuningsproducten in co­creatie te kunnen ontwikkelen. Tevens gaat het hier om het informeren van relevante partijen binnen en buiten de JGZ in relatie tot de projecten en de daarin ontwikkelde producten voor het JGZ­veld en partners. 8/19 Per project wordt via de verdeling van de beschikbare uren aangegeven in hoeverre er sprake is van: ● Innovatie & Implementatie. Dit is het ontwikkelen van geheel nieuwe producten/diensten, dan wel de ontwikkeling van een visie en het implementeren hiervan. ● Productontwikkeling & Implementatie. Hieronder wordt verstaan binnen een bestaande productenlijn of systematiek een nieuw onderwerp of format ontwikkelen dan wel een nieuw doel of een nieuwe doelgroep toevoegen en het implementeren hiervan. ● Beheer & Implementatie. Dit is het beheren van een bestaand product; doorontwikkeling van dit product op basis van evaluatie, maakt hiervan deel uit alsmede de implementatie daarvan. Na de vaststelling van dit werkplan zullen de projecten worden uitgewerkt in projectplannen. 6. Project Kinderen, jongeren, ouders aan zet Versterking van de competenties van de JGZ­professional Beschikbaar Innovatie & Implementatie: 1400 uur Beheer & Implementatie: 400 uur Beheer programma Voorzorg: 680 uur (additioneel); HP4ALL: 50 uur (additioneel) Korte projectbeschrijving Ouders en kinderen centraal is een thema waar de JGZ de afgelopen jaren al hard aan heeft gewerkt. Met het thema wordt beoogd dat kinderen, jongeren en ouders zelf regie kunnen voeren op een gezonde ontwikkeling en optimale participatie. Ter ondersteuning heeft het NCJ in samenwerking met het JGZ­veld en relevante stakeholders een aantal producten opgeleverd. Dit project bouwt voort op verkregen inzichten en richt zich op het verder versterken van een effectieve, gelijkwaardige relatie tussen kinderen, jongeren, ouders en professional. De belangrijkste factoren van invloed op de effectiviteit van de relatie zijn de persoonlijke relatie (de persoonlijke band tussen partijen) en de overeenstemming over het doel. Het project geeft daarom aandacht aan de attitude en competenties van de JGZ­professional die hiervoor nodig zijn. Verandering wordt echter niet van de ene dag op de andere bereikt. Er kunnen verschillende fasen in een veranderingsproces onderscheiden worden. In 2015 richt het project zich op de belangrijke eerste fase om tot de beoogde verandering te kunnen komen: enerzijds het versterken van de betrokkenheid anderzijds het vergroten van de bewustwording bij JGZ­professionals over wat het vraagt om inhoud en vorm te geven aan deze verandering in de relatie. Tevens is er aandacht voor de behoefte van kinderen, jongeren en ouders, waarbij de 9/19 centrale vraag, die tijdens het gehele project leidend is, luidt: “Wat hebben kinderen, jongeren en ouders nodig om regie te kunnen voeren over hun gezondheid?” Het project wordt in co­creatie uitgevoerd; het strategische thema ‘kinderen, jongeren en ouders aan zet’ vraagt vanaf het begin dialoog, enthousiasme, daadkracht en focus van alle betrokkenen om tot gedragen resultaten te komen. Dit project start daarom met het aanstellen van een begeleidingscommissie, waartoe diverse geledingen van het JGZ­veld worden uitgenodigd. Met deze commissie wordt een gedragen projectplan ontwikkeld. Tijdens dit proces worden drie stappen onderscheiden: het zo duidelijk mogelijk uitbeelden van het probleem, het aangeven van mogelijke oplossingsrichtingen voor de specifieke situatie van de JGZ en het committeren aan de gekozen aanpak van het project. Hierbij wordt uiteraard gebruik gemaakt van de eventueel beschikbare kennis uit andere jeugdsectoren. Op basis van het gezamenlijk ontwikkelde projectplan worden relevante stakeholders betrokken in de keuze voor de te ontwikkelen producten. Deze stakeholders zijn VNG, ActiZ, GGD GHOR Nederland, de beroepsverenigingen en de opleidingsinstituten. Het NCJ heeft op voorhand een aantal ideeën voor producten in gedachten, zoals bijvoorbeeld een instrument waarmee JGZ­professionals inzicht krijgen in hun competenties ten aanzien van een effectieve gelijkwaardige relatie en hoe zij deze kunnen verbeteren/versterken. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling van een ‘life map’3 , of (nog een voorbeeld) een instrument waarmee kinderen/jongeren/ouders de dienstverlening van een JGZ­professional beoordelen. Ten grondslag aan de te ontwikkelen instrumenten liggen het biopsychosociaal model en de uitwerking daarvan in de ICF­CY (International Classification of Functioning for Children and Youth). Dit gezien het belang van eenheid van taal, wat ook weer bleek in de inventarisatie van communicatieproblemen in de samenwerking tussen JGZ en haar partners die in 2014 is gedaan. Het beheer van methodieken en interventies, die de relatie tussen kind, jongere en ouders en de regievoering over het eigen leven kunnen versterken (Samen Starten, VoorZorg en HP4ALL), vallen ook binnen dit project. Doel 1. Het vergroten van de betrokkenheid bij managers, stafmedewerkers, professionals van JGZ­organisaties om kinderen, jongeren en ouders aan zet te helpen. 2. Het versterken van het gelijkwaardige partnerschap; hoe je tot een effectieve relatie tussen kind, jongere en ouders en JGZ­professional komt. ● De JGZ­professional is zich bewust van zijn nieuwe rol en voelt de noodzaak tot verandering. ● De JGZ­professional weet welke competenties hij nodig heeft om zijn nieuwe rol goed te kunnen uitvoeren. 3
Een digitale omgeving waarin iemand gedurende zijn/haar leven (gezondheids) gegevens kan opslaan en delen. 10/19 3. Het ondersteunen van de JGZ­professional bij hun taak om de regie door het kind, de jongere en ouders over de eigen gezondheid te versterken. ● Het kind, de jongere en ouders is/zijn zich bewust van hun rol en die van de JGZ­professional. ● De JGZ faciliteren in het versterken van de regie door het kind, de jongere en ouders over de eigen gezondheid. 4. Het beheren en doorontwikkelen van een aantal instrumenten (zoals Samen Starten, Voorzorg) die de relatie tussen JGZ en kind, jongere en ouders en de regievoering over het eigen leven kunnen versterken. Doelgroep Management, staf en professionals van JGZ­organisaties. Resultaten van het project Innovatie & Implementatie 1. Een gedragen projectplan en betrokkenheid van JGZ­organisaties om in co­creatie te komen tot dat wat JGZ­professionals nodig hebben om de regierol van kinderen, jongeren en ouders te versterken. 2. Alle 48 JGZ­organisaties beschikken voor de JGZ­professionals, afhankelijk van de keuzes die in het projectplan gemaakt zijn, over één of meer instrumenten waarmee zij bijvoorbeeld: a. inzicht krijgen in hun eigen competenties ten aanzien van een effectieve gelijkwaardige relatie en hoe zij deze kunnen verbeteren/versterken; b. inzicht krijgen in hoe de klant de geleverde dienstverlening beleeft; ouders faciliteren om meer in regie te komen. Beheer & Implementatie 3. Minimaal twee methodieken en interventies, die de relatie tussen kind, jongere en ouders en de regievoering over het eigen leven kunnen versterken, worden zodanig beheerd dat deze blijven aansluiten bij de actuele (behoefte vanuit de) JGZ­praktijk: onder andere de programma's Samen Starten en Voorzorg. 7. Project De kracht van preventie Vernieuwen en versterken van de uitvoering basispakket JGZ Beschikbaar Innovatie en Implementatie:1000 uur Productontwikkeling en Implementatie: 1600 uur Beheer en Implementatie: 2240 uur 11/19 Landelijke implementatie van richtlijnen: 470 (additioneel) Korte projectbeschrijving Preventie door de JGZ is hét middel in het gezond en veilig opgroeien van kinderen en jongeren en het vermijdt daarmee dure zorg. De JGZ is de expert op het gebied van preventie en levert een belangrijke bijdrage aan de invulling en uitvoering van het lokale gezondheidsbeleid. Met dit project stimuleert en ondersteunt het NCJ de JGZ­organisaties bij het inzetten van allerlei instrumenten en bij (nieuwe) uitdagingen en het investeren in de kwaliteit van preventie. Per 1 januari 2015 wordt het nieuwe Basispakket JGZ van kracht. In 2014 heeft het NCJ ingezet op activiteiten ter ondersteuning van de implementatie met de toolbox Basispakket JGZ. In 2015 ondersteunt het NCJ de JGZ­organisaties verder met de (flexibele) uitvoering van het Basispakket JGZ om de kracht van preventie optimaal te (blijven) benutten. Daarbij is een moderniseringsslag nodig met aandacht voor verbreding van de doelgroep (­9 maanden tot 23 jaar) en verdieping op de inhoud (nieuwe thema’s) van het JGZ­preventieaanbod, aansluitend bij de veranderende opvattingen over preventie. Zo wordt steeds duidelijker dat de meeste winst wordt geboekt als zo vroeg mogelijk met (collectieve) preventie wordt begonnen, liefst al voor de zwangerschap. Het NCJ zal daarom in 2015 de inzet van preventie door de JGZ in de prenatale fase concretiseren, in samenwerking met partijen die in deze fase actief zijn en in samenhang met het project Samenwerken. Voor jongeren die risico’s lopen als gevolg van leefstijl (zoals het gebruik van alcohol, drugs of gameverslaving) of kinderen (< 12 jaar) die risicogedrag op veiligheid en criminaliteit vertonen is preventie van belang. Ook voor deze groepen heeft de JGZ een voorlichtende, signalerende, en ondersteunende rol. In 2015 ligt de focus op de preventie van 12­minners (criminele jongeren) en preventie van schadelijk alcoholgebruik door jongeren. Deze prioritering voor 2015 wordt bij de JGZ­org en stakeholders, waaronder de LOT­instituten getoetst. Uit signalen die het NCJ krijgt blijkt dat de uitvoering van het werk verandert; ouders en jongeren willen via sociale media, liefst 24/7, hun vragen voorleggen aan JGZ­professionals. Ook ontstaan nieuwe technische toepassingen die ingezet (kunnen) worden in de uitvoering van de JGZ. Preventie is de essentie van de JGZ en heeft maatschappelijk toegevoegde waarde. Daarom wordt binnen dit thema ook aandacht besteed aan de meerwaarde van de preventie. Om het nieuwe jeugdstelsel tot een succes te maken, is het nodig dat alle partners in het jeugdveld zich bewust zijn van zowel de meerwaarde van preventie als de meerwaarde van de preventieve taken van de JGZ, vanuit de Wet publieke gezondheid. JGZ­organisaties dragen de meerwaarde van preventie uit naar hun partners in het lokale en regionale sociale domein/jeugdveld. Het NCJ draagt in haar contacten op landelijk niveau eveneens deze meerwaarde uit. Zo brengt het NCJ de rol en meerwaarde van de JGZ onder de aandacht van de VNG bij het bespreken van de kennisagenda jeugd. 12/19 Naast aandacht voor nieuwe ontwikkelingen is het van belang dat de JGZ preventieve zorg op kwalitatief, hoogwaardige wijze blijft aanbieden. Om dat te bevorderen, ondersteunt het NCJ op landelijk niveau de JGZ­organisaties bij de invoering (verspreiding, implementatie en borging) van innovaties, richtlijnen en andere instrumenten. Uitgangspunt is de professional te voorzien van actuele kennis om kwaliteit te bieden die aansluit bij de behoeften van jeugdigen en hun ouders. Daartoe coördineert en faciliteert het NCJ een aantal commissies die het NCJ adviseren over inhoud en aanpak; Richtlijnadvies­ en autorisatiecommissie (RAC), Adviescommissie Ontwikkelingsonderzoek, de Wetenschappelijke Adviescommissie, Adviescommissie Jeugd in Beeld, Begeleidingscommissie Jeugd in Beeld, Adviescommissie Vroegtijdige opsporing van visuele stoornissen (VOV), de Erkenningscommissie Interventies (in samenwerking met kennisinstituten in het sociale (jeugd)domein, te weten, RIVM/CGL, NJi, Movisie, Vilans, Trimbos) en de nog in te stellen Adviescommissie Wiegendood. Werkprocessen in de JGZ kunnen steeds beter digitaal worden ondersteund. Het gaat om de ondersteuning van de zorg voor het kind en het genereren van gezondheidsinformatie. De kennis en expertise van het NCJ bevindt zich juist op de scheidslijn tussen inhoud van de uitvoering door de JGZ en de technische vertaling daarvan in het Digitaal dossier JGZ (DD JGZ), los van belangen. Met het gebruik van het DD JGZ, gebaseerd op de basisdataset (BDS), zijn nieuwe kansen ontstaan om de informatievoorziening van de JGZ verder te professionaliseren. Daarvoor is uniforme registratie een belangrijke voorwaarde. Dat maakt het mogelijk de gezondheid van het individuele kind te monitoren en is de basis voor het genereren van betrouwbare gegevens op collectief niveau. Jeugd in Beeld (JIB) levert op landelijk niveau een bijdrage aan collectieve monitoring, waardoor (toekomstig) preventiebeleid wordt onderbouwd. Om de kwaliteit van de preventie te bewaken en waar nodig te vernieuwen, is het van belang ontwikkelde en ingevoerde innovaties te beheren en te bekijken hoe beheertaken efficiënt uitgevoerd kunnen worden. In dat kader onderzoekt het NCJ in 2015 welke rol zij het beste kan spelen in het erkenningstraject en hoe verdere professionalisering van het beheer van de BDS kan worden vormgegeven. In 2015 zal het NCJ een evaluatie uitvoeren over het draagvlak en de meerwaarde van Jeugd in Beeld. Doel Inzetten op preventie door de JGZ, zodat jeugdigen gezonder en veiliger opgroeien, belastende en dure zorg wordt voorkomen en meerwaarde op individueel en maatschappelijk niveau wordt bereikt. Om dit doel te bereiken, wordt binnen dit project gewerkt aan verschillende subdoelen binnen twee lijnen: 13/19 1. Uitdagingen voor preventie a. JGZ­organisaties uitdagen de kracht van preventie te versterken door hun preventieaanbod te verbreden en te verdiepen met nieuwe preventiethema’s en het bereiken van specifieke doelgroepen en waar mogelijk met vernieuwde werkwijze. b. Het bewustzijn over de meerwaarde van de JGZ vergroten bij de JGZ, gemeenten en partners in het jeugdveld door actieve NCJ deelname aan netwerken en externe werkgroepen. 2. Investeren in de kwaliteit van preventie a. Het stimuleren van JGZ­organisaties om te investeren in de kwaliteit van preventie door op landelijk niveau te ondersteunen bij de invoering en uitvoering van (nieuwe) instrumenten op kwalitatief hoogwaardige wijze. b. Het bevorderen van de kwaliteit van registratie van preventie als uitgangspunt voor de continuïteit van de zorg voor het kind en voor het verkrijgen van beleids­, stuur­ en spiegelinformatie voor en over de jeugdgezondheidszorg uit gegevens die bij JGZ­organisaties beschikbaar zijn in het DD JGZ om onder meer een bijdrage te leveren aan het preventiebeleid van de gemeente. Doelgroep Management, staf en professionals van JGZ­organisaties. Resultaten van het project Innovatie & Implementatie 1. Alle 48 JGZ­organisaties zijn ondersteund bij het aangaan van nieuwe uitdagingen voor preventie. Het gaat om 2 producten ter ondersteuning van het verbreden van preventie (concretiseren inzet JGZ prenataal), toepassen van nieuwe preventiethema’s en bereiken van nieuwe doelgroepen, zoals verslaving en een product voor het voorkomen van de 12­minners (criminele jongeren). Daarbij is in afstemming met JGZ­organisaties en stakeholders de prioritering bepaald. 2. Onderzocht en beschreven is de wijze waarop nieuwe technische toepassingen in het primaire proces kunnen bijdragen aan vernieuwing van de uitvoering van de JGZ. 3. In samenwerking met relevante stakeholders is nagegaan wat nodig is om digitaal en via social media als JGZ 24/7 bereikbaar te zijn, resulterend in een ondersteunend product. Productontwikkeling & Implementatie 4. Het NCJ heeft de ontwikkeling van nieuwe richtlijnen en de herziening van bestaande richtlijnen ondersteund door ervoor te zorgen dat de richtlijnencyclus in samenhang plaatsvindt, met een faciliterende en pro­actieve rol naar alle betrokken partijen (JGZ­beroepsverenigingen, ActiZ, GGD/GHOR NL, VNG, ZonMw, de richtlijnontwikkelaars). Het NCJ faciliteert en coördineert daartoe 6 RAC bijeenkomsten. 5. Er zijn minimaal drie nieuwe BDS­protocollen ontwikkeld ter ondersteuning van uniforme registratie. Hierdoor zijn betrouwbare, eenduidige en overdraagbare gegevens op individueel 14/19 niveau (voor goede zorg voor het kind) en genereerbare gegevens voor stuur­, beleids­ en spiegelinformatie op collectief niveau beschikbaar. 6. JGZ­organisaties, aangesloten bij Jeugd in Beeld (JIB), hebben toegang tot minimaal 3 standaardrapportages over vastgestelde onderwerpen en kunnen over deze onderwerpen naar eigen inzicht rapportages genereren. Beheer & Implementatie 7. Alle 48 JGZ­organisaties zijn ondersteund bij de uitvoering Basispakket en bij de flexibilisering in de uitvoeringsvarianten. 8. De meerwaarde van preventie is op verschillende manieren voor het voetlicht gebracht bij de JGZ, gemeenten en partners in het jeugdveld. Daarbij zijn alle 48 JGZ­ organisaties geïnformeerd over de veranderende opvattingen over preventie en uitgedaagd deze toe te passen in de uitvoeringspraktijk. Tevens is het JGZ­perspectief in het brede veld van zorg voor jeugd belicht, doordat het NCJ participeert in voor het werkveld relevante (advies)commissies, werkgroepen en overlegstructuren. 9. Alle 48 JGZ­organisaties zijn ondersteund bij de invoering en uitvoering op kwalitatief hoogwaardige wijze van hun preventieactiviteiten in de eigen organisatie en hebben daarbij de beschikking over webbased gepubliceerde JGZ­richtlijnen, waaronder 3 nieuwe richtlijnen en erkende interventies. Daarnaast heeft het NCJ alle 48 JGZ­organisaties ondersteund met kennis en materialen over ontwikkelingsonderzoek, visuele stoornissen en wiegendood. 10. De BDS is beheerd zodat deze blijft aansluiten bij de actuele JGZ­praktijk waardoor alle 48 JGZ­organisaties eenduidig en uniform kunnen registreren. Ter ondersteuning hiervan organiseert het NCJ 5 bijeenkomsten van de BDS redactieraad en 2 bijeenkomsten van de Accorderingcommissie. Hierdoor beschikken JGZ­ organisaties over de actuele versie van de Basisdataset JGZ (BDS). 11. Het draagvlak voor JIB en de meerwaarde die JIB heeft voor de JGZ zijn geëvalueerd. 8. Project Samenwerken Versterking van de verbindingen in het sociaal domein Beschikbaar Innovatie & Implementatie: 1200 uur Productontwikkeling & Implementatie: 1050 uur Beheer & Implementatie: 300 uur Korte projectbeschrijving De JGZ draagt bij aan de ambitie van veel gemeenten om samenhang in het sociaal domein te realiseren, met name in de zorg voor jeugd. Vanuit haar preventieve taak heeft JGZ de positie om verbindingen te leggen tussen de diverse partijen. Samenwerken is steeds duidelijker een 15/19 belangrijke voorwaarde om kinderen, jongeren en ouders effectief te ondersteunen en in het Basispakket JGZ 2015 heeft samenwerken dan ook een nadrukkelijkere plek gekregen. Intensieve samenwerking met jongeren, ouders en met (lokale) partners in de zorg en het sociale domein voor jeugd draagt immers bij aan de ontwikkeling van gezonde en gelukkige kinderen; er ontstaat meer samenhang in de activiteiten en er wordt sneller duidelijk waar overlap en/of hiaten zijn. Deze samenwerking zal de komende jaren in verschillende settings vorm krijgen, onder meer vanuit nieuwe organisatiestructuren in geheel nieuwe teams, zoals de wijkteams (jeugd, 0­100, doelgroepgericht), de CJG’s en de zorgstructuren rondom scholen. Daarbij wordt rekening gehouden met de resultaten uit het project 1Focus1Taal uit 2014. JGZ­organisaties zijn inmiddels volop bezig met het zoeken naar (ver)nieuw(d)e vormen van samenwerken om integrale zorg te kunnen bieden. De beoogde transformatie van het jeugddomein vraagt namelijk dat organiseren vanuit wat het gezin nodig heeft meer op basis van autonomie, verbinding, gelijkwaardigheid, transparantie en diversiteit plaats vindt. Een verandering die vraagt om bewustwording en nieuw gedrag. Nieuw gedrag is mogelijk wanneer het waarom en de urgentie van het vernieuwend samenwerken duidelijk is. JGZ heeft professionals nodig die creatief en flexibel zijn, kritisch nadenken, verantwoordelijkheid nemen en probleemoplossend werken. Er wordt een groter beroep gedaan op het zelforganiserend vermogen van medewerkers en teams, omdat we toe gaan naar ondernemende, klantgerichte en resultaatverantwoordelijke teams die in een netwerkstructuur samenwerken aan een gezamenlijk belang of ambitie. Dat betekent losbreken uit bestaande organisatiestructuren. Met de inzichten rond het ‘nieuwe organiseren’ wil het NCJ de JGZ­organisaties en professionals ondersteunen in dit proces. De producten die in het project Samenwerken uit 2014 zijn opgeleverd (een inspiratiedocument ‘Samen = Beter en een handreiking ‘Beter Samen’), zullen verder worden geïmplementeerd. De uitdaging voor 2015 ligt voor het NCJ in het inspireren en stimuleren van de verschillende doelgroepen (met name JGZ’ers, maar ook VNG, branche­ en beroepsverenigingen en samenwerkingspartners als opleidingsinstituten en onderwijs) om het gedachtegoed dat uit deze producten voortkomt te (er)kennen en er concreet mee aan de slag te gaan. Van de organisaties wordt derhalve een investering in tijd en aandacht voor het thema samenwerken gevraagd. Want een gezamenlijke visie over samenwerken eigen maken kost tijd, zodat professionals, staf en management geïnspireerd raken om actief aan de slag te gaan met het thema. Om het kind en het gezin optimaal te kunnen ondersteunen, is het van belang in de samenwerking de beschikbare kennis over het kind en het gezin met elkaar te delen. Hiertoe wordt met samenwerkingspartners ingezet op de doorontwikkeling van digitale gegevens­ uitwisseling: niet alleen voor de overdracht binnen de JGZ van het DD JGZ, maar ook voor de verdere gegevensuitwisseling in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma, de hielprikscreening en de gehoorscreening. Het aantal berichten tussen de samenwerkings­ 16/19 partners wordt uitgebreid, evenals het aantal samenwerkingspartners met wie gegevens worden uitgewisseld, zoals de Audiologische Centra en de Neonatale Intensive Care Units voor de gehoorscreening. Het NCJ ondersteunt de ontwikkeling van (nieuwe) berichten en gegevensrichtlijnen en draagt zorg voor het beheer daarvan. Door gebruik te maken van elkaars gegevens, wordt de eenduidigheid van de communicatie versterkt, waardoor misverstanden in die communicatie worden voorkomen en daarmee de zorg voor het kind en het gezin wordt versterkt. Bovendien verwacht het NCJ dat er kansen liggen door samenwerking met nieuwe partners uit het jeugdveld en daarbuiten om kinderen gezond en veilig op te laten groeien. Er zal daarom een verkenning gestart worden die antwoorden geven op vragen als: welke kansen voor preventie liggen er? Op welke wijze kan daarin samengewerkt worden? Hoe kunnen digitale gegevens dusdanig ingezet worden dat er vroegtijdig ingespeeld kan worden op trends en (leefstijl) ontwikkeling? Doel Managers en medewerkers in de JGZ stimuleren, inspireren en ondersteunen tot effectieve interne en externe samenwerking en ‘nieuw organiseren’ om betere zorg voor het gezin te realiseren. Doelgroep Management, staf en professionals in JGZ­organisaties Resultaten van het project Productontwikkeling en Implementatie 1. Alle 48 JGZ­organisaties beschikken over minimaal 3 concrete werkvormen en instrumenten om met samenwerken en nieuw organiseren in het sociaal domein aan de slag te gaan, zowel intern (tussen verschillende niveaus en disciplines) als met lokale samenwerkingspartners. 2. Tien JGZ­organisaties zijn actief ondersteund in het eigen maken van de ondersteuningsproducten over samenwerken en zijn geïnspireerd geraakt actief vorm te geven aan (vernieuwd) samenwerken in het sociaal domein. 3. Opleidingsinstituten voor JGZ­professionals zijn geïnformeerd over de verantwoordelijkheid van JGZ bij (vernieuwd) samenwerken en gestimuleerd hier aandacht aan te schenken in het onderwijsprogramma. Beheer & Implementatie 4. Het NCJ heeft een inhoudelijke bijdrage geleverd aan de doorontwikkeling van het JGZ­ berichtenverkeer en heeft de aan haar toegewezen gegevensrichtlijnen op adequate wijze 17/19 beheerd. Innovatie & Implementatie 5. Met enkele landelijke samenwerkingspartners (VNG, NHG, POH, GGZ, Onderwijs, Verloskunde, Kraamzorg etc.) heeft het NCJ het belang en de voordelen van samenwerken rondom preventie op de agenda gezet. De focus ligt in 2015 op de samenwerkingspartners Praktijkondersteuners huisartsen (POH), huisartsen en Onderwijs. 6. Er is een verkenning gemaakt welke kansen samenwerking met nieuwe partners binnen en buiten het jeugddomein oplevert voor effectieve preventie van kinderen en jongeren. 9. Project VERBINDEN JGZ Ontmoeten, inspireren en informeren Beschikbaar Productontwikkeling & Implementatie: 500 uur Beheer & Implementatie: 1721 uur Korte projectomschrijving Voor een kennis­ en innovatiecentrum als het NCJ is het van belang om kennis en praktijkervaring op te halen uit het JGZ­veld om kwalitatief hoogwaardige producten in co­creatie te kunnen ontwikkelen. Het is van belang de doelgroepen niet te overvragen, maar op een gecoördineerde wijze van relevante informatie te voorzien en voor hen gerichte activiteiten te organiseren. Een strategische aanpak van informatievoorziening, kennisoverdracht en ontmoetingen is daarbij essentieel. Zo ontstaat er een herkenbaar, eenduidig en samenhangend beeld bij JGZ­organisaties van de projecten, producten en activiteiten die in hun behoefte voorzien. Dit project behelst alle activiteiten die bijdragen aan een optimale informatievoorziening en kennisoverdracht tussen het NCJ, haar doelgroepen en stakeholders; VNG, ActiZ, GGD GOHR Nederland, beroepsverenigingen en kenniscentra. Onderdeel daarvan is om goed aan te sluiten op de kennisbehoefte van de JGZ en haar opdrachtgever: de gemeente. Het NCJ zet in dit project in op de verdere optimalisering van huidige informatiemiddelen (website, social­mediakanalen en de nieuwsflits) en verkent nieuwe mogelijkheden van nieuwe media om beter aan te sluiten bij de wensen van de JGZ­sector (Time2Twist, E­learingmodules en Livemagazines). Daarnaast vallen onder dit project alle activiteiten die bijdragen aan het faciliteren van ontmoetingen die bijdragen aan het verbinden van expertise en kennis van relevante partijen binnen de JGZ, het stimuleren van kennisdeling en het actief uitdragen en ophalen van actuele nieuwe kennis. Activiteiten zijn onder meer de organisatie van bijeenkomsten voor de JGZ (toogdagen, kennisnetwerk, het innovatieatelier), bijdragen aan congressen (Jeugd in Onderzoek, CJG­congres, Transformeren doe je samen) klantenpanels. 18/19 Van belang is verder het accounthouderschap dat het NCJ inzet om een intensieve relatie onderhoudt met de respectieve JGZ­organisaties Uiteraard zijn ook dit belangrijke activiteiten om kennis op te halen, om themaprojecten inhoudelijk te voeden, inzicht in klanttevredenheid om producten te optimaliseren én om JGZ­organisaties optimaal te informeren over de producten, projecten en activiteiten van het het NCJ. Doelgroep Management, staf en professionals van JGZ­organisaties. Doel 1.
Het actief ophalen van de kennisbehoefte van de JGZ en haar opdrachtgever: de gemeente. 2.
Het optimaal informeren van relevante partijen binnen en buiten de JGZ over activiteiten, producten, middelen en berichten van het NCJ en landelijke ontwikkelingen in de JGZ. 3.
Het actief uitdragen én ophalen van actuele nieuwe kennis om projecten inhoudelijk te voeden en te optimaliseren. 4.
Het verbinden van expertise en kennis van relevante partijen binnen de JGZ. Resultaat van het project Productontwikkeling & Implementatie 1. Alle 48 JGZ­organisaties hebben de mogelijkheid om deel te nemen aan diverse bijeenkomsten, waarbij zij ten aanzien van vernieuwing en ontwikkelingen in de JGZ kennis kunnen delen en onderling kunnen uitwisselen. 2. Alle 48 JGZ­organisaties hebben de mogelijkheid een actieve bijdrage leveren aan de optimalisatie van projecten, activiteiten en producten van het NCJ. Beheer & Implementatie 3. Het NCJ heeft bij het JGZ­veld, de VNG, ActiZ en GGD GHOR Nederland de kennisbehoefte op het JGZ­terrein opgehaald en daarin zo mogelijk samengewerkt met andere relevante kennisinstituten. 4. Het NCJ heeft met ieder van de 48 JGZ­organisatie een relatie (accounthouderschap) onderhouden. 5. In samenwerking met stakeholders heeft het NCJ de informatievoorziening voor JGZ­organisaties over landelijke ontwikkelingen in de JGZ geoptimaliseerd. 6. Alle 48 JGZ­organisaties hebben de mogelijkheid op de hoogte te blijven van de (actuele)projecten, activiteiten en producten van het NCJ. 7. De website en de social media­kanalen van het NCJ zijn toegankelijk voor alle 48 JGZ­organisaties. 8. Het NCJ is zichtbaar op voor de JGZ relevante congressen en/of bijeenkomsten. 19/19