downloaden - De Antoontjes

Inspectierapport
De Antoontjes (BSO)
Lastageweg 50
1011 DB AMSTERDAM
Registratienummer: 142940896
Toezichthouder: GGD Amsterdam
In opdracht van: Stadsdeel Centrum
Datum inspectie: 04-02-2014
Type onderzoek: Jaarlijks onderzoek
Status: definitief
Datum vaststellen inspectierapport: 18-03-2014
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
1/12
Inhoudsopgave
Het onderzoek
Observaties en bevindingen
Pedagogisch klimaat
Personeel en groepen
Veiligheid en gezondheid
Accommodatie en inrichting
Ouderrecht
Inspectie-items
Gegevens voorziening
Gegevens toezicht
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
2/12
Het onderzoek
Onderzoeksopzet
Op 4 februari 2014 is een onaangekondigd jaarlijks onderzoek uitgevoerd, op grond van artikel 1.62, eerste lid
van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Omdat tijdens het onderzoek wegens afwezigheid van de houder geen documenten beschikbaar waren, is de
houder na het bezoek in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn documenten aan te leveren. Deze
documenten zijn beoordeeld bij het onderzoek.
Op grond van het risicoprofiel van de locatie zijn slechts een beperkt aantal kwaliteitseisen onderzocht.
Beschouwing
Buitenschoolse opvang De Antoontjes is een zelfstandige onderneming, gevestigd in de Sint Antoniusschool.
Het betreft een kleinschalige opvang bestaande uit twintig kindplaatsen. Het afgelopen jaar is een roerig jaar
geweest voor de buitenschoolse opvang. De houder, die tevens als beroepskracht werkzaam was op de groep, is
voor langere tijd uitgevallen. Tevens zijn de twee vaste beroepskrachten, die ten tijde van het laatste
inspectiebezoek werkzaam waren bij de buitenschoolse opvang, uit dienst getreden. Op het moment van het
inspectiebezoek zijn er vier beroepskrachten in dienst bij de buitenschoolse opvang. Twee van deze
beroepskrachten, waarvan één aanwezig ten tijde van het inspectiebezoek, zijn in januari 2014 in dienst
getreden. Er is tevens een externe vertrouwenspersoon aangesteld door de houder.
Op 18 februari 2014 heeft de toezichthouder telefonisch contact gehad met een lid van de oudercommissie. Het
lid van de oudercommissie heeft aangegeven tevreden te zijn over de kwaliteit die wordt geboden bij de
buitenschoolse opvang. De oudercommissie geeft aan tevreden te zijn over de (pedagogische) kwaliteit en de
inzet van het personeel, over de inrichting van de binnen- en buitenspeelruimte en over de veiligheid en
gezondheid in het kindercentrum. Er wordt een transparant beleid gevoerd, ouders worden goed ingelicht en de
houder staat open voor feedback van de ouders. Het wordt door de oudercommissie als prettig ervaren dat er
sprake is van 'kleinschalige' opvang waardoor er 'korte lijntjes' mogelijk zijn tussen de ouders, de
oudercommissie en het personeel. De oudercommissie geeft tevens aan dat er administratief wat verbeterpunten
zijn. Dit heeft te maken met de afwezigheid van de houder en uitval van één van de vaste beroepskrachten die
deze taken waarnam voor de houder tijdens haar afwezigheid. Verder geeft de oudercommissie aan dat het bij
ouders bekend is wie de functie van vertrouwenspersoon vervult.
Advies aan college van B&W
De toezichthouder adviseert om vanwege de geconstateerde overtredingen handhavend op te treden conform
het handhavingsbeleid van de gemeente.
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
3/12
Observaties en bevindingen
Pedagogisch klimaat
Op het moment van het inspectiebezoek zijn er vier beroepskrachten in dienst bij de buitenschoolse opvang.
Twee van deze beroepskrachten, waarvan één aanwezig is ten tijde van het inspectiebezoek, zijn in januari 2014
in dienst getreden. De houder, die tevens als beroepskracht werkzaam was op de groep, is voor langere tijd
uitgevallen. Bovendien zijn de twee vaste beroepskrachten, die ten tijde van het laatste inspectiebezoek (28
februari 2013) werkzaam waren bij de buitenschoolse opvang, uit dienst getreden.
Pedagogische praktijk
De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan en handelen conform dit plan. De
beroepskracht, die sinds januari 2014 in dienst is bij de buitenschoolse opvang, verklaarde dat zij het pedagogisch
beleidsplan ter inzage heeft meegekregen van de houder. Tevens geeft één van de beroepskrachten aan dat er
tijdens teamoverleg met de houder aandacht wordt besteed aan het pedagogisch beleid en de uitvoering hiervan,
doordat dit wordt besproken.
Ten tijde van het inspectiebezoek dragen de beroepskrachten er zorg voor dat de emotionele veiligheid van de
kinderen wordt gewaarborgd, dat kinderen de mogelijkheid krijgen om hun persoonlijke en sociale competentie te
ontwikkelen en dat waarden en normen worden overgedragen. Eén van de beroepskrachten geeft aan dat aan de
kinderen te merken is dat er in het afgelopen jaar veel wisselingen hebben plaatsgevonden onder de
beroepskrachten. Zij geeft aan dat de kinderen bijvoorbeeld vragen hebben gesteld over de beroepskrachten die
uit dienst zijn getreden en over de afwezigheid van de houder.
Ten tijde van het inspectiebezoek is er van 15.00 tot 16.00 uur geobserveerd op de groep. Bij binnenkomst op
de groep worden de kinderen begroet door de beroepskrachten. Een kind dat heel stil en afwezig binnenkomt,
krijgt wat extra aandacht van één van de beroepskrachten en een kind dat een heel mooi verhaal wil vertellen
krijgt de gelegenheid hiervoor. Hiermee wordt de emotionele veiligheid gewaarborgd. De sfeer is ten tijde van het
eetmoment wat chaotisch en onrustig. Een aantal kinderen is al begonnen met eten voordat de rest klaar is met
het smeren van hun crackers en de kinderen roepen druk door elkaar heen. De beroepskrachten blijven echter
rustig en normen en waarden worden duidelijk besproken met de kinderen wanneer dat nodig is. Zo vraagt één
van de beroepskrachten een rustmoment aan de kinderen zodat zij elkaar 'eet smakelijk' kunnen wensen.
Daarnaast benadrukken de beroepskrachten dat kinderen ook netjes iets kunnen vragen voordat ze direct iets
pakken. Na het eetmoment mogen de kinderen vrij spelen. Eén van de beroepskrachten gaat met een groepje
kinderen naar buiten en de andere beroepskracht blijft met een deel van de kinderen binnen. De beroepskracht
biedt de kinderen aan het boetseerwerk, dat zij eerder gemaakt hebben, te beschilderen. Zij laat de kinderen
kiezen uit verschillende kleuren verf. Hiermee bevordert zij de persoonlijke ontwikkeling. Wanneer één van de
kinderen huilend binnenkomt omdat er een kleine ruzie is ontstaan met drie andere kinderen, vraagt de
beroepskracht of alle kinderen die bij deze ruzie betrokken zijn even bij haar willen komen zitten. Door de
kinderen duidelijke vragen te stellen, door de emoties van de kinderen te benoemen en door aan te geven dat het
belangrijk is dat de kinderen de ruzie goed uitpraten wordt de sociale ontwikkeling van de kinderen gestimuleerd.
De beroepskracht helpt de kinderen een oplossing te vinden waar alle kinderen tevreden mee zijn.
Gebruikte bronnen:
- pedagogisch beleidsplan (versie 2014);
- gesprek met de beroepskrachten;
- inspectieonderzoek.
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
4/12
Personeel en groepen
Ten tijde van het voorgaande jaarlijkse inspectiebezoek (28 februari 2013) is geconstateerd dat de verklaring
omtrent het gedrag van één van de beroepskrachten niet vóór aanvang van de werkzaamheden bij het
kindercentrum was overgelegd. Hiervoor heeft bureau handhaving kinderopvang (BHK) op 13 mei 2013 een
schriftelijke waarschuwing afgegeven. De betreffende beroepskracht is ten tijde van het huidige inspectiebezoek in
bezit van een geldige verklaring omtrent het gedrag.
Verklaring omtrent het gedrag
De toezichthouder heeft beoordeeld dat de personen werkzaam bij het kindercentrum beschikken over een
geldige verklaring omtrent het gedrag.
Passende beroepskwalificatie
De vaste beroepskrachten zijn in het bezit van een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals
in de cao Kinderopvang is opgenomen. Van de vaste invalkracht is geen voor de werkzaamheden passende
beroepskwalificatie zoals in de cao Kinderopvang is opgenomen overgelegd.
Op basis hiervan is geconstateerd dat aan de volgende voorwaarde(n) niet is voldaan:
Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO
Kinderopvang is opgenomen.
(art 1.50 lid 1 lid 2 sub b sub c W et kinderopvang en kw aliteitseisen peuterspeelzalen; art 3 lid 1 lid 2 lid 3 Besluit kw aliteit
kinderopvang en peuterspeelzalen; art 4 lid 1 lid 2 Regeling kw aliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.)
Beroepskracht-kind-ratio
Bij de buitenschoolse opvang worden maximaal 20 kinderen opgevangen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar
oud door twee beroepskrachten. Er zijn voldoende vaste beroepskrachten voor het aantal kinderen dat maximaal
wordt opgevangen, er zijn geen vacatures. Bij ziekte en vakantie van de beroepskrachten vallen de vaste
beroepskrachten voor elkaar in. In de schoolvakanties wordt er gebruikgemaakt van een vaste invalkracht. Deze
invalkracht is niet in het bezit van een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de cao
Kinderopvang is opgenomen. Zij mag om deze reden niet meegerekend worden in de beroepskracht-kind-ratio.
Aan de hand van een steekproef uit de roosters en presentielijsten van week 49 (2013) tot en met week 6
(2014) is geconstateerd dat deze invalkracht niet is ingezet ten behoeve van de beroepskracht-kind-ratio.
De houder verklaart dat er op schooldagen en op schoolvrije dagen te allen tijde leerkrachten, een conciërge of
andere personen werkzaam zijn in het schoolgebouw waarin de buitenschoolse opvang is gevestigd. In geval van
calamiteiten is de achterwacht als volgt geregeld, dit is de vertrouwenspersoon van de organisatie. De
vertrouwenspersoon kan binnen 15 minuten op de locatie aanwezig zijn. De beroepskrachten zijn op de hoogte
van de achterwachtregeling.
De buitenschoolse opvang is tijdens schooldagen op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag geopend van
15.00-18.30 uur en op woensdag van 12.00 tot 18.30 uur. De beroepskrachten hebben de volgende werktijden:
13.30 tot 18.00 uur en van 14.00 tot 18.30 uur. Op woensdag hebben de beroepskrachten de volgende
werktijden: 11.30-18.00 uur en 12.00 tot 18.30 uur. De beroepskrachten pauzeren niet. Hiermee wordt niet
langer dan een half uur per dag afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio.
Tijdens schoolvrije dagen is de buitenschoolse opvang van 8.00-18.30 uur geopend. De beroepskrachten hebben
de volgende werktijden: 8.00-17.00 uur, 9.30-18.00 uur en 10.30-18.30 uur. Eén van de beroepskrachten heeft
verklaard dat er ook op schoolvrije dagen niet gepauzeerd wordt door de beroepskrachten. Hiermee wordt er niet
meer dan drie uur afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio.
De houder verklaart dat er op schooldagen en op schoolvrije dagen te allen tijde leerkrachten, een conciërge of
andere personen werkzaam zijn in het schoolgebouw waarin de buitenschoolse opvang is gevestigd. Zodoende
komt het niet voor dat er een beroepskracht alleen in het kindercentrum aanwezig is in afwijking van de
beroepskracht-kind-ratio.
Opvang in groepen
Bij de buitenschoolse opvang worden de kinderen opgevangen in één stamgroep die bestaat uit maximaal 20
kinderen.
Gebruikte bronnen:
- roosters en presentielijsten van week 49 (2013) tot en met week 6 (2014);
- gesprek met de beroepskrachten;
- gesprek met de houder op 6 februari 2014;
- inspectieonderzoek.
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
5/12
Veiligheid en gezondheid
Op het moment van het inspectiebezoek zijn er vier beroepskrachten in dienst bij de buitenschoolse opvang.
Twee van deze beroepskrachten, waarvan één aanwezig is ten tijde van het inspectiebezoek, zijn in januari 2014
in dienst getreden. Deze beroepskrachten zijn ten tijde van het inspectiebezoek nog niet volledig ingewerkt op het
veiligheids- en gezondheidsbeleid. Aan de hand van de roosters van week 49 (2013) tot en met week 6 (2014) is
geconstateerd dat deze twee beroepskrachten vanaf het moment dat zij werkzaam zijn voor de houder
(maandag 6 januari 2014) met zijn tweeën zijn ingezet op alle maandagen (tot en met maandag 10 februari).
Om een verantwoord veiligheids- en gezondheidbeleid te voeren verdient het aanbeveling om in ieder geval één
beroepskracht in te plannen die van het volledige beleid op de hoogte is.
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
De risico-inventarisaties zijn uitgevoerd door één van de vaste beroepskrachten. Deze beroepskracht is op het
moment van inspectie niet meer werkzaam op de locatie. De houder verklaart dat het bespreken van het beleid
omtrent veiligheid en gezondheid een vast agendapunt is tijdens het teamoverleg dat wekelijks plaatsvindt. De
werkinstructies en protocollen zijn recent aangepast en waren ten tijde van het inspectiebezoek niet allemaal
aanwezig op locatie. Deze zijn later in de onderzoeksperiode verstuurd en beoordeeld.
Ten tijde van het inspectiebezoek heeft de toezichthouder een aantal vragen gesteld aan de werkzame
beroepskrachten met betrekking tot het beleid veiligheid en gezondheid. De beroepskracht die sinds januari 2014
werkzaam is kan niet benoemen welke afspraken er zijn vastgesteld met betrekking tot het gebruik van de
speeltoestellen in de buitenspeelruimte. Deze beroepskracht staat ten tijde van het inspectiebezoek echter niet
buiten met de kinderen. De tweede beroespkracht, die wel buiten staat met de kinderen, is wel op de hoogte van
deze afspraken. Binnen het kindercentrum wordt een nauwkeurige ongevallenregistratie bijgehouden waarbij
passende maatregelen worden beschreven om de kans op dergelijke ongevallen in de toekomst te verkleinen. De
houder verklaart dat protocollen indien nodig worden aangepast naar aanleiding van een geregistreerd ongeval.
Zowel de beroepskrachten als de oudercommissie worden hier direct bij betrokken en van de (nieuwe) te treffen
maatregelen en/of protocollen op de hoogte gesteld door de houder.
De kinderen maken gebruik van kindertoiletten die in de hal zijn gevestigd. Ten tijde van het inspectiebezoek zijn
er voldoende papieren handdoekjes en vloeibare zeep voor de kinderen aanwezig. De wastafels zijn op
kindhoogte. Eén van de beroepskrachten verklaart dat de kinderen altijd voordat zij aan tafel gaan, hun handen
wassen in de toiletruimte. Deze regel hangt ook op het prikbord in de groepsruimte.
Meldcode kindermishandeling
Er wordt bij het kindercentrum gebruikgemaakt van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van de
Brancheorganisatie Kinderopvang (versie juli 2013). Deze meldcode voldoet aan de beschreven eisen. De nieuwe
meldcode is later in de onderzoeksperiode digitaal aan de toezichthouder gestuurd. De beroepskrachten die ten
tijde van het inspectiebezoek werkzaam zijn verklaren dat er op 2 februari 2014 aandacht is besteed aan de
wijzigingen in de meldcode. De houder verklaart dat zij er tevens zorg voor zal dragen dat de beroepskrachten op
korte termijn een training volgen met betrekking tot de meldcode. Eén van de vaste beroepskrachten is in het
voorgaande jaar aangesteld als aandachtsfunctionaris kindermishandeling. Dit betreft echter één van de
beroepskrachten die niet meer werkzaam is op de locatie. Op het moment van inspectie is er geen
aandachtsfunctionaris kindermishandeling aangesteld.
Gebruikte bronnen:
- risico-inventarisatie veiligheid d.d. 21 september 2013;
- risico-inventarisatie gezondheid d.d. september 2013;
- veiligheidsverslag mei 2013
- gesprek met de houder op 6 februari 2014;
- gesprek met de beroepskrachten;
- meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (versie juli 2013);
- notulen werkoverleg d.d. 20 januari 2014
- notulen werkoverleg d.d. 13 januari 2014
- inspectieonderzoek.
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
6/12
Accommodatie en inrichting
De buitenschoolse opvang is gevestigd in het gebouw van de Sint Antoniusschool.
Binnenspeelruimte
De buitenschoolse opvang beschikt over één groepsruimte en een hal. Daarnaast mag de buitenschoolse opvang
ook gebruikmaken van de gymzaal die in de school is gevestigd. De groepsruimte is passend ingericht en in
overeenstemming met de leeftijd en het aantal van de op te vangen kinderen. Er zijn verschillende hoeken
gecreëerd met diverse materialen die uitnodigen tot zowel drukke als rustige activiteiten. Kinderen kunnen het
gevarieerde speelgoed gemakkelijk vinden en pakken. Er is een loungehoek met bank en kussens aanwezig, een
meidenhoek met opmaak- en verkleedspullen en er is een keukentje. Tevens staat er een kast in de groepsruimte
die gevuld is met knutselmateriaal, boeken en spellen voor de diverse leeftijden.
Buitenspeelruimte
De buitenschoolse opvang maakt gebruik van de aangrenzende buitenspeelruimte van de school. Deze
buitenspeelruimte is toegankelijk en gedurende de opvangtijden altijd beschikbaar voor de kinderen. De
buitenspeelruimte is aantrekkelijk ingericht met onder andere een groot klimtoestel, een huisje met glijbaan en
schommels, een zandbak en divers los materiaal. Kinderen met een zelfstandigheidscontract kunnen daarnaast
gebruikmaken van het grote voetbalplein dat aan deze buitenspeelruimte grenst.
Gebruikte bronnen:
inspectieonderzoek
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
7/12
Ouderrecht
Informatie
De houder informeert de ouders door het informatieboekje ‘Infotonius’, het pedagogisch beleidsplan (dat tevens
te downloaden is op de website), het klachtenreglement en de website www.deantoontjes.nl. Deze
informatiebronnen zijn toegankelijk voor alle ouders. In het informatieboekje en op de website is beschreven
welke beroepskrachten er dagelijks op de groep werkzaam zijn. De informatie die hierover op de website staat
beschreven komt ten tijde van het inspectiebezoek niet overeen met de situatie in de praktijk. In het kader van
overleg en overreding is de houder in de gelegenheid gesteld om deze informatie aan te passen. De houder heeft
van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Op 18 februari 2014 is geconstateerd dat deze informatie is aangepast.
Daarnaast worden ouders middels een nieuwsbrief of een bericht per e-mail onder andere op de hoogte gehouden
van de vakantieactiviteiten en eventuele wisselingen binnen de personele bezetting.
Het laatste inspectierapport heeft de houder op de eigen website gepubliceerd.
Deze informatiebronnen zijn toegankelijk voor alle ouders.
Oudercommissie
Op 18 februari 2014 heeft de toezichthouder telefonisch contact gehad met een lid van de oudercommissie. Het
lid van de oudercommissie heeft aangegeven dat wijzigingen in het beleid ter advies zijn voorgelegd. De
oudercommissie heeft hier positief advies over uitgebracht. Tevens geeft de oudercommissie aan dat er
ongevraagd advies is gegeven over onder andere het voedingsbeleid.
De oudercommissie geeft aan dat de oudercommissiebijeenkomsten frequenter en formeler van aard mogen zijn.
Echter, de oudercommissie geeft hierbij tevens aan dat er een goed informeel contact is met de houder en dat de
oudercommissie nauw betrokken is en goed geïnformeerd wordt bij en over zaken omtrent de buitenschoolse
opvang.
Gebruikte bronnen:
- 'Infotonius' (versie februari 2014);
- website www.deantoontjes.nl (bezocht op 4 februari 2014);
- website www.deantoontjes.nl (bezocht op 18 februari 2014);
- gesprek met de houder d.d. 6 februari 2014;
- gesprek met een lid van de oudercommissie op 18 februari 2014;
- notulen oudercommissiebijeenkomst d.d. 21 september 2013.
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
8/12
Inspectie-items
Pedagogisch klimaat
Pedagogische praktijk
De houder draagt zorg voor uitvoering van het pedagogisch beleidsplan.
De houder draagt zorg voor het waarborgen van emotionele veiligheid.
De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van persoonlijke
competentie te komen.
De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van sociale
competentie te komen.
De houder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden.
Personeel en groepen
Verklaring omtrent het gedrag
De houder en personen werkzaam bij de onderneming waarmee de houder het kindercentrum exploiteert zijn in
het bezit van een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee jaar.
De verklaring omtrent het gedrag van een persoon werkzaam bij de onderneming is vóór aanvang van de
werkzaamheden bij het kindercentrum overgelegd.
De verklaring omtrent het gedrag van een persoon werkzaam bij de onderneming is bij aanvang van de
werkzaamheden niet ouder dan twee maanden.
Passende beroepskwalificatie
Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO
Kinderopvang is opgenomen.
Beroepskracht-kind-ratio
A. De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de
groep bedraagt ten minste:
- 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar.
- 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar.
Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het minimale aantal beroepskrachten berekend met de
rekentool op www.rijksoverheid.nl.
OF
B. De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de
groep bedraagt ten minste:
- 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar.
De houder heeft geregeld dat een andere volwassene telefonisch bereikbaar is en binnen 15 minuten aanwezig
kan zijn in geval van een calamiteit, indien conform de beroepskracht-kindratio slechts één beroepskracht in het
kindercentrum aanwezig is.
Bij buitenschoolse opvang gedurende schooldagen, kunnen ten hoogste een half uur per dag minder
beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is.
Bij buitenschoolse opvang gedurende vrije dagen, kunnen ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten
ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is. Deze inzet betreft de tijd voor 9.30 uur en na
16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze.
De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 uur en na 16.30 uur en tijdens de voor
dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten.
Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken
van de beroepskracht-kind-ratio.
Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het
kindercentrum wordt ingezet, is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig.
Opvang in groepen
Ieder kind behoort bij een basisgroep.
A. De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het
basisonderwijs voor die kinderen eindigt.
Of
B. De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het
basisonderwijs voor die kinderen eindigt.
Veiligheid en gezondheid
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
9/12
In het plan van aanpak geeft de houder aan welke maatregelen op welk moment zijn respectievelijk worden
genomen in verband met de veiligheidsrisico’s, alsmede de samenhang tussen de veiligheidsrisico’s en de
maatregelen.
De houder zorgt ervoor dat personen werkzaam bij het kindercentrum kennis kunnen nemen van de vastgestelde
risico-inventarisatie veiligheid.
In het plan van aanpak geeft de houder aan welke maatregelen op welk moment zijn respectievelijk worden
genomen in verband met de gezondheidsrisico’s, alsmede de samenhang tussen de gezondheidsrisico’s en de
maatregelen.
De houder zorgt ervoor dat personen werkzaam bij het kindercentrum kennis kunnen nemen van de vastgestelde
risico-inventarisatie gezondheid.
Meldcode kindermishandeling
De houder heeft een meldcode kindermishandeling die voldoet aan de beschreven eisen.
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
Accommodatie en inrichting
Binnenspeelruimte
De binnenruimte is passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen
kinderen.
Buitenspeelruimte
Ouderrecht
Informatie
De houder informeert de ouders over het te voeren beleid.
De houder informeert ouders en personeel over het inspectierapport door het zo spoedig mogelijk na ontvangst
op de eigen website te plaatsen. Indien geen website aanwezig is legt de houder een afschrift van het
inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
Oudercommissie
De houder heeft een oudercommissie ingesteld.
De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met
betrekking tot de genoemde onderwerpen in artikel 1.60 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
peuterspeelzalen.
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
10/12
Gegevens voorziening
Opvanggegevens
Naam voorziening
Vestigingsnummer
Website
Aantal kindplaatsen
Gesubsidieerde voorschoolse opvang
:
:
:
:
:
De Antoontjes
000000000000
Gegevens houder
Naam houder
Adres houder
Postcde en plaats
KvK nummer
Website
:
:
:
:
:
Fatima Zohra Achhoud
Leliendaalstraat 5
1013 BP AMSTERDAM
53417518
:
:
:
:
:
GGD Amsterdam Inspectie kinderopvang
Postbus 2200
1000 CE AMSTERDAM
020 555 55 75
Mw. C. van Opstal
20
Nee
Gegevens toezicht
Gegevens toezichthouder (GGD)
Naam GGD
Postadres
Postcode en plaats
Telefoonnummer
Onderzoek uitgevoerd door
Gegevens opdrachtgever (gemeente)
Naam
Postadres
Postcode en plaats
: Stadsdeel Centrum
: Postbus 202
: 1000 AE AMSTERDAM
Planning
Datum inspectiebezoek
Opstellen concept inspectierapport
Zienswijze houder
Vaststellen inspectierapport
Verzenden inspectierapport naar houder
en oudercommissie
Verzenden inspectierapport naar
gemeente
Openbaar maken inspectierapport
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
:
:
:
:
:
04-02-2014
24-02-2014
18-03-2014
18-03-2014
24-03-2014
: 24-03-2014
:
11/12
Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum
De zienswijze betreft een reactie van de houder op de inhoud van het inspectierapport.
Zienswijze bij inspectierapport 4 februari 2014 BSO De Antoontjes
Naar aanleiding van het inspectierapport horende bij de jaarlijkse inspectie d.d. 4 februari 2014, door u
uitgevoerd bij BSO De Antoontjes, stuur ik u deze zienswijze.
Allereerst verheugt het positieve rapport ons. Het rapport is een bevestiging van het goede werk dat door ons
allen bij BSO De Antoontjes dagelijks wordt verricht. Wij streven er naar om een zo goed mogelijke en voor de
kinderen, leuke buitenschoolse opvang te bieden. Het inspectierapport is voor ons een waardevol middel om de
kwaliteit nog beter te maken.
Wij betreuren dat er ondanks onze inspanningen toch één onvoldoende is geconstateerd, namelijk met
betrekking tot de passende beroepskwalificatie van de medewerkers. Alle vaste beroepskrachten beschikken
over een passende beroepskwalificatie, maar het klopt dat één invalkracht toch niet over het juiste diploma blijkt
te beschikken. Wij hebben deze medewerker aangenomen op basis van het curriculum vitae en hieruit zou
kunnen worden geconcludeerd dat zij beschikte over een minimaal PW3 diploma. Ondanks herhaald verzoek van
zowel ondergetekende, de directeur/eigenaar van BSO De Antoontjes, als van de senior pedagogisch
medewerker met coördinerende taken, heeft deze invalkracht verzuimd een geldig diploma in te dienen. Ten
tijde van het inspectieonderzoek hebben wij moeten constateren dat deze invalkracht niet over het juiste
diploma beschikt, maar in het laatste jaar van haar opleiding zit ( PW 4). Wij hebben met onmiddellijke ingang
besloten deze invalkracht niet meer in te zetten om zo de overtreding ongedaan te maken.
Met vriendelijke groet,
F.Z. Achhoud
Directeur/eigenaar van BSO De Antoontjes
De Antoontjes - Jaarlijks onderzoek 04-02-2014
12/12