Help 260261 Hartaandoeningen1

Borst +
12
Hartaandoeningen
Hartaanval
Bij een hartaandoening denken veel mensen onmiddellijk aan een hartaanval. Toch ligt bij een
hartaanval het eigenlijke probleem niet steeds bij
het hart, maar ook bij de bloedvaten. We spreken
daarom over hart- en vaataandoeningen.
Een hartaanval is het gevolg van een vernauwing of
verstopping van de slagaders die het hart met bloed
bevoorraden (kransslagaders). De zuurstofvoorziening en de werking van het hart komen daardoor in
het gedrang. Afhankelijk van de ernst en de duur van
het zuurstoftekort kan soms (een deel van) de hartspier afsterven. De symptomen die hiermee gepaard
gaan, noemen we een hartaanval.
Als een kransslagader vernauwd is, maar nog wel
bloed doorlaat, treden er vooral symptomen op
bij het leveren van een inspanning. Dan vraagt de
hartspier immers meer zuurstof, wat door de vernauwing van het bloedvat moeilijk kan aangevoerd
worden. Deze vorm van hartaanval noemen we
angor (hartkramp of angina pectoris). De symptomen verminderen vaak als de inspanning wordt
stopgezet, maar starten opnieuw als het slachtoffer
de inspanning hervat. Gekende angorlijders hebben vaak medicatie bij zich die ze bij pijn moeten
innemen. Een angoraanval leidt niet steeds tot een
blijvend letsel aan de hartspier.
het ontwaken. Mensen met angorklachten die al eerder een hartinfarct meemaakten, lopen een hoger
risico op het krijgen van een (tweede) hartinfarct.
Het risico op een vernauwing of verstopping van
een kransslagader neemt toe naarmate er meer risicofactoren aanwezig zijn. Sommige daarvan hebben we niet in de hand, zoals leeftijd, erfelijkheid
en geslacht (mannen lopen meer risico). Andere
risicofactoren kunnen we wel beïnvloeden. Mensen
met een verhoogde bloeddruk, diabetes of overgewicht lopen bijvoorbeeld meer risico op hart- en
vaataandoeningen. Ook slechte leefgewoonten,
zoals roken, een te vette voeding of te weinig lichaamsbeweging spelen een rol.
Niet enkel de kransslagaders kunnen aangetast zijn.
Ook bloedvaten in de hersenen kunnen dichtslibben. Een mogelijke complicatie daarvan is een beroerte (zie Beroerte, p. 236).
WAT STEL JE VAST?
• Een hartaanval begint dikwijls met
vage symptomen.
• Het slachtoffer ervaart een drukkende
pijn en een beklemmend gevoel in
de borststreek.
• De pijn kan uitstralen naar de linker- of
rechterarm, de rug, de nek, de schouders
of de maagstreek.
• Het slachtoffer is vaak kortademig.
Hij krijgt een bleke of grauwe huidskleur,
met blauwverkleuring aan de lippen
en vingernagels.
• Het slachtoffer kan duizelig zijn.
• Hij zweet en is vaak angstig.
• Soms is het slachtoffer misselijk en lijkt
het alsof hij vooral maaglast heeft.
WAT DOE JE?
• Laat het slachtoffer stoppen met de
inspanning waar hij mee bezig was.
Zorg dat hij zo rustig mogelijk blijft.
• Alarmeer 112. Zelfs als je niet zeker bent,
mag je niet meer dan 5 minuten afwachten vooraleer je hulp inschakelt.
• Help hem een comfortabele houding
aan te nemen (bijvoorbeeld zittend
of halfzittend).
• Laat het slachtoffer zijn medicatie
innemen als hij dat wil. Vraag hem
daarbij de dosis te respecteren. Geef zelf
geen medicatie.
• Adviseer het slachtoffer om een arts
te raadplegen, ook als de symptomen
binnen de 5 minuten vanzelf voorbijgegaan zijn.
Als een kransslagader volledig verstopt geraakt,
spreken we over een hartinfarct. In dat geval krijgt
een deel van de hartspier geen bloed (zuurstof)
meer, waardoor dit deel afsterft. Dit is een blijvend
letsel van de hartspier. Een hartinfarct kan zowel
optreden bij activiteit als in rusttoestand. Sommige
slachtoffers krijgen een hartinfarct in hun slaap of bij
260
261