Loondoorbetaling bij ziekte in geval van

Arbeidsrecht
Loondoorbetaling bij ziekte in geval van oproepovereenkomst
Op 9 oktober 2014 heeft de rechtbank Oost-Brabant zich uitgelaten over de vraag of
werkneemster in geval van een oproepovereenkomst haar loon krijgt doorbetaald gedurende
ziekte. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de vraag of de werknemer, indien de
ziekte niet was opgetreden, arbeid zou hebben verricht.
Een oproepovereenkomst is een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht. Een
dergelijke overeenkomst wordt ook wel een nul-urencontract genoemd.
Feiten
Werkneemster is voor de periode van 1 oktober 2012 tot 1 april 2013 in dienst getreden van
werkgever als Medewerker Contact Center op basis van een oproepovereenkomst. Vanaf 13
december 2012 is werkneemster arbeidsongeschikt geraakt. Vanaf die datum heeft zij geen
salaris meer ontvangen.
Werkneemster
Werkneemster is van mening dat zij recht heeft op doorbetaling van het loon tijdens
arbeidsongeschiktheid en vordert daartoe haar achterstallige salaris. Werkneemster voert aan
dat zij vanaf 1 oktober 2012 in een regelmatig arbeidspatroon heeft gewerkt. De afspraak was
dat zij 12 uur per week zou werken, op dinsdag-, woensdag-, en vrijdagavond voor 4 uur per
avond. Daarnaast zou er nooit sprake zijn geweest van een oproep. Tot slot stelt werkneemster
dat zij haar uren zou hebben gewerkt als zij niet arbeidsongeschikt was geworden. Haar
loonvordering van 12 december 2012 tot 1 april 2013 is daarom gebaseerd op 12 uur per week.
Werkgever
Werkgever stelt dat werkneemster niet in een vast patroon werkte. Volgens werkgever werd het
werkrooster tussen leidinggevende en werkneemster wekelijks afgestemd. Van een vast rooster
is geen sprake. Werkgever stelt dan ook dat er geen verplichting tot loondoorbetaling is.
Beoordeling
De kantonrechter oordeelt allereerst dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst met
uitgestelde prestatieplicht. De kantonrechter benadrukt vervolgens dat of een werknemer met
een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht in geval van arbeidsongeschiktheid
aanspraak heeft op doorbetaling van loon afhankelijk is van de vraag of de werknemer, indien
de ziekte niet was opgetreden, arbeid zou hebben verricht. De duur van de loonaanspraak is
dan in beginsel beperkt tot de duur van de beoogde tewerkstelling.
Op basis van de feiten en omstandigheden concludeert de kantonrechter concludeert dat
werkneemster tot haar ziekmelding in een min of meer vast patroon werkte. Daarnaast staat
voor de kantonrechter vast dat werkneemster niet iedere week uitdrukkelijk werd opgeroepen
om te komen werken, maar dat iedere week het rooster met haar werd afgestemd. Tevens staat
vast dat werkneemster vanaf de dag van ziekmelding, 13 december 2012, niet meer is
opgeroepen.
De kantonrechter overweegt vervolgens dat nergens uit blijkt dat werkgever het werk dat
werkneemster tot haar ziekmelding verrichtte niet meer kon aanbieden omdat het niet meer
beschikbaar zou zijn. Voldoende aannemelijk is dan ook volgens de kantonrechter dat
werkneemster, indien zij niet ziek was geworden, vanaf 13 december 2012 voor werkgever
verder zou hebben gewerkt in een min of meer vast patroon zoals hiervoor vastgesteld. Er is
daarom geen reden om te betwijfelen dat dit tot 1 april 2013 ook het geval zou zijn geweest als
werkneemster niet ziek was geworden.
De kantonrechter oordeelt dan ook dat werkneemster recht heeft op doorbetaling vanaf 13
december 2012. Nu werkneemster de ene week 12 uur werkte en de andere week 8 uur,
hanteert de kantonrechter als gemiddeld aantal gewerkte uren per week 10 uren. De
vorderingen van werkneemster werden aldus toegewezen. Ledeninformatie maart 2015
Pagina 3 van 18