Stage verslag

Stage verslag
HBO-Verpleegkunde jaar 3
Hogeschool van Amsterdam
Naam: Lauri Linn Konter
Studentnummer: 500642432
Groep: LG14-3IKZ2
Docent: Ype vd Brug
Studie onderdeel: Stage verslag
Studiegids nummer: nvt
Aantal woorden: 6473
Datum: 07-07-2014
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Voorstellen
1.2 Opbouw
1.3 Rode draad
3
3
3
3
Hoofdstuk 2 Het leerproces
2.1 Persoonlijke leerdoelen
2.1.1 Stage werkplan
2.1.2 Verantwoordelijkheden
2.2 Leerdoelen
2.2.1 Opname en ontslag
2.2.2 Verpleegbeleid
2.2.3 Klinische les
2.2.4 Verpleegtechnische handelingen
2.2.5 Coördineren van zorg
4
4
4
4
6
6
6
7
8
8
Hoofdstuk 3 Analyse en Conclusie
3.1 Activiteiten en plan van aanpak
3.2 Positieve en negatieve factoren
10
10
10
Hoofdstuk 4 Praktijkvoorbeelden
Praktijksituatie 1: Geduld hebben en gedrag in context blijven zien
Praktijksituatie 2: Niet kijken, maar doen
12
12
12
Hoofdstuk 5 Aandachtspunten
13
2
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Voorstellen
Ik ben Lauri Linn Konter, 22 jaar, en studeer HBO-verpleegkunde aan de Hogeschool van Amsterdam.
Op dit moment heb ik mijn 3de jaar stage afgerond op de afdeling traumatologie van het Academisch
Medisch Centrum(AMC) te Amsterdam. Deze stage heeft in totaal 23 weken in beslag genomen,
waarin ik de ene week 4 dagen en de andere week 3 dagen naar stage ging en daarbij 1 dag per week
theorie lessen ontving op school.
1.2 Opbouw
In dit stage verslag ga ik mijn leerproces en ervaring van mijn derde jaar stage toelichten. Hierbij ga ik
gebruik maken van mijn gestelde leerdoelen, persoonlijke leerdoelen en de feedback die ik gekregen
heb van collega’s en werkbegeleiders. Ik zal hieronder beginnen me de rode draad van mijn stage te
omschrijven. Hierin vertel ik kort wat voor mij het belangrijkste leerproces gedurende mijn stage is
geweest. Hierna zal ik per leerdoel ingaan op het proces en het resultaat van dit leerdoel, waarbij ik
waar nodig praktijkvoorbeelden geef. Ook ga ik analyseren welke activiteiten wel succesvol zijn
geweest en welke niet en ga ik analyseren welke factoren een positieve en welke een negatieve
invloed hebben gehad op de uitvoering van mijn stage en mijn behaalde resultaten. Ook hier maak ik
gebruik van praktijkvoorbeelden. Uiteindelijk trek ik mijn conclusies en omschrijf ik welke
aandachtspunten ik kan meenemen naar mijn afstudeerstage en mijn carrière als afgestudeerd HBOverpleegkundige.
1.3 Rode draad
De rode draad van mijn stage dit jaar was mijn leerproces tot een zelfstandig verpleegkundige.
Gedurende mijn eerste en tweede jaar stage heb ik nog veel meegelopen en kon ik nog veel
terugvallen op de hulp van mijn werkbegeleiders. Op die manier heb ik nooit mijn eigen structuur
kunnen aanbrengen in de coördinatie van zorg en volgde ik daarin veel mijn collega’s/begeleiders. In
het derde jaar wordt van je verwacht dat je opkomt voor je eigen leerproces, je zorg kunt dragen
voor een x aantal patiënten en dat je werkbegeleider alleen is om je te ondersteunen bij
onzekerheden en het uitvoeren van nieuwe handelingen. Aan het begin van mijn stage op
traumatologie zat ik erg in de knel met mezelf en de verwachtingen die ik stelde. Ik heb mezelf erg
vergeleken met andere studenten die al meer ervaring hadden, hierdoor had ik het idee geen goede
verpleegkundige te zijn en had ik weinig vertrouwen in mijn leerproces op de afdeling. Toch heb ik
mij hier overheen moeten en kunnen zetten. Ik ben heel bewust mijn leerdoelen gaan aangeven,
zodat ik elke dag op die leerdoelen kon reflecteren en op die leerdoelen (positieve) feedback kreeg.
Hierdoor kreeg ik het vertrouwen over mijn eigen kunnen terug. Tijdens een lerenden bespreking
heb ik mijn onzekerheid over de coördinatie omtrent zorg aangegeven en door de tips die ik hier
kreeg heb ik vanaf dat moment mijn eigen coördinatie in handen kunnen nemen. Ik gaf mijn doelen
aan het begin van de dag aan en kon hier ook meteen benoemen hoe mijn dag er ongeveer uit zou
gaan zien en waar ik wel en géén hulp bij nodig zou hebben. Op die manier kon ik mijn eigen
planning volgen en was mijn werkbegeleider op de hoogte, maar hoefde deze mij niet te vertellen
wat ik moest doen. Ik kreeg van mijn werkbegeleider meerdere malen terug dat ik beknopt
terugkoppel, hierbij relevante dingen benoem en hierdoor veel vertrouwen wek. Zij heeft het gevoel
dat ik weet wat ik doe, wanneer ik dat doe en hoe ik dat doe. Ook heeft ze het vertrouwen in mij dat
ik naar haar toe kom als ik een keer niet weet wat ik moet doen. Hierdoor heeft zij mij gedurende de
stage steeds meer kunnen loslaten en kreeg ik de laatste weken veel feedback dat ik zo professioneel
en zelfstandig aan het werk was. Ik zie dit als rode draad, omdat ik van een onzekere verpleegkunde
student, naar een zelfstandige verpleegkundige in opleiding ben gegaan. Deze verandering heeft
meegedragen aan het (kunnen) uitvoeren van mijn leerdoelen. Tijdens mijn eindevaluatie werd
benoemd dat ik ontzettend gegroeid ben in het zelfstandig werken en dat ik de attitude van de
laatste paar weken (ik kan dit, dus ik doe dit), vast moet houden.
3
Hoofdstuk 2 Het leerproces
2.1 Persoonlijke leerdoelen
2.1.1 Stage werkplan
Persoonlijk leerdoel 1
Tijdens mijn stage heb ik alle opdrachten en handelingen tijdig, aan de hand van mijn planning in
mijn stage werkplan, afgerond.
Proces
Om structuur aan te brengen in mijn stage periode heb in de tweede stage week mijn stage werkplan
gemaakt en ingeleverd bij mijn werkbegeleiders. Op deze manier konden zij zien wat mijn leerdoelen
zouden zijn voor de aankomende 20 weken. Tijdens het introductie gesprek op de afdeling heb ik
aangegeven wat aandachtspunten van mijn zijn. Één daarvan is het tijdig uitvoeren van mijn
opdrachten om gehaast aan het einde van mijn stage te voorkomen. Ook heb ik aangegeven dat mijn
werkbegeleiders mij mogen aanspreken wanneer ik niet voldoe aan de gezette planning.
Gedurende mijn stage heb ik aan de hand van mijn planning vermeld in mijn stage werkplan
proberen te werken. Ik had mijn opdracht klinisch rederneren op tijd af en ingeleverd, waardoor mijn
werkbegeleiders hier nog feedback op hebben kunnen geven. Aan het begin van elke dienst gaf ik
aan wat mijn leerdoelen voor die dag/week waren, hierdoor heb ik mijn stage leerdoelen binnen de
gezette weken kunnen afronden. Mijn verpleegbeleid had ik erg achterin mijn stage gepland met het
idee dat ik daarvoor veel kennis over de afdeling nodig zou hebben. Echter ben ik hier wat eerder
mee begonnen, omdat zich een casus voordeed die voldeed aan alle criteria van de voorgeschreven
opdracht. Des te verder mijn stage vorderde, des te meer ik mijn planning uit het oog ben verloren.
Waarschijnlijk omdat ik het idee heb gehad ‘het meeste’ al af gerond te hebben. Hierdoor heb ik op
het laatst mijn klinische les moeten geven. Ook merkte ik dat ik werkzaamheden, zoals het maken
van dit stage verslag en het aanpassen van mijn portfolio, niet heb opgenomen in mijn planning. Om
deze reden heb ik in de laatste twee weken van mijn stage alsnog erg druk gekregen met het
afronden de stage documentatie.
Resultaat
Ik heb aan het begin van mijn stage een duidelijke overzichtelijke planning gemaakt, voor mijzelf,
mijn werkbegeleiders en mijn collega’s. Deze planning heeft ervoor gezorgd dat ik de meeste
opdrachten/leerdoelen volgens mijn planning afgerond heb, waarbij mijn werkbegeleiders mij niet
hebben hoeven aanspreken op mijn planning. Ook staat er op het formulier van de eindevaluatie
omschreven en ondertekent door mijn werkbegeleider dat ik voldoende gewerkt heb aan mijn
leerdoelen en mijn stage opdrachten. Uit deze feiten kan ik concluderen dat ik mijn persoonlijk
leerdoel ‘planning’ behaald heb.
2.1.2 Verantwoordelijkheden
Persoonlijk leerdoel 2
Tijdens mijn stage geef ik aan waar mijn verantwoordelijkheden liggen en wanneer deze
verantwoordelijkheden verschoven kunnen worden, doormiddel van de planning in mijn stage
werkplan en het voor bespreken van patiënten zorg.
Proces
Zoals ook in 2.1.1 besproken ben ik mijn stage begonnen met een introductie gesprek. Hier ik heb ik
kunnen aangeven aan mijn werkbegeleiders en de praktijkopleiders van de afdeling welke ervaring ik
heb en waar mijn verantwoordelijkheden en grenzen liggen. Ook heb ik kunnen vertellen wat ik van
hen verwacht en hebben zij kunnen uiten wat zij van mij verwachten. Op deze manier heb ik meteen
duidelijk kunnen maken dat ik niet veel ziekenhuis ervaring heb en dat ik de eerste weken erg veel
4
begeleiding nodig zou hebben. Zij konden aangeven dat ze verwachten dat ik tijdig alles af heb, ik
zoveel mogelijk met hun werk en ik elke 2 weken even contact met hen zoek(eventueel via de mail).
Het uitwisselen van deze verwachtingen heeft mij erg veel rust gegeven en maakte het voor mij
makkelijker om op de afdeling te kunnen zeggen: ‘ hier ligt mijn grens’. Zoals eerder benoemd uitte ik
in een lerenden bespreking het moeilijk te vinden mijn eigen draai te vinden wanneer ik steeds
andere begeleiders met andere aanpakken had. Hier werd mij duidelijk gemaakt dat het voor
bespreken van de dag, waarin je benoemd wat je kan, wat je niet kan, waar je hulp bij nodig hebt en
ook waar je geen hulp bij nodig hebt, erg prettig kan werken. Deze tip heb ik toegepast in de praktijk,
waardoor ik aan het begin van de dag al mijn grenzen aan kon geven en duidelijk kon maken waar ik
wel en geen hulp bij nodig had. Hierdoor kon ik mijn eigen draai geven aan de dag, waarin mijn
begeleider van die dag op de hoogte was van mijn leerdoelen en mijn verantwoordelijkheden.
Praktijkvoorbeeld:
In de vierde week van mijn stage voelde ik me al redelijk ingewerkt op de afdeling, maar had ik bij
medicatie en het inplannen en coördineren van mijn dag nog hulp nodig. Ik kwam ’s ochtends op
stage en las de patiëntendossiers van de patiënten waar ik die dienst verantwoordelijkheid voor zou
dragen, ook gaf ik aan een opname te willen doen aangezien dat mijn leerdoel was voor die week. Ik
was samen met een andere student gekoppeld aan een werkbegeleider waar ik nog nooit mee had
gewerkt. In de ochtend was het erg hectisch met een patiënt die naar de Operatie Kamer (OK)
gebracht moest worden en patiënten die veel ADL-zorg behoefden. Hierdoor konden mijn mede
student en ik de dag niet voor bespreken met de begeleider. Door de drukte had ik mijn patiënten
nog niet gezien en kon ik bij de artsen visite niet duidelijk benoemen hoe de patiënt zich voelde. De
begeleider gaf dit, waar de artsen bij stonden, aan mijn terug, waardoor ik haar niet door kon vragen
naar tips etc. Tijdens het delen van de medicijnen kon ik bepaalde medicatie niet vinden, mijn
werkbegeleider attendeerde mij erop dat ik niet volledig medicatie had uitgezet en dat ik dat
absoluut wel had moeten doen. Ook vertelde ze mij dat de opname die ik zou doen er al over een
half uur zou zijn en dat ik dat waarschijnlijk niet zou halen kijkend naar de zorg die ik nog moest
leveren. Op dit punt voelde ik mij totaal niet begrepen en gesteund door deze begeleider. Ze heeft
niet voorgesteld het samen te doen of iets over te nemen en kon mij niet voorzien van tips hoe ik dit
zou moeten aanpakken. Ik was op dat moment nog niet gebekt genoeg om werkzaamheden te
delegeren en kon nog niet inschatten hoeveel tijd ik nodig zou hebben voor bepaalde handelingen.
Zelf denk ik dat deze situatie een gevolg was van de drukte in de ochtend en het niet hebben kunnen
voor bespreken van de dag, waardoor zij geen idee had in welke fase van mijn stage ik zat en over
welke capaciteiten ik wel en niet beschikte. Dit is een heel belangrijk leermoment voor mij geweest,
omdat ik hierdoor heb ingezien wat het voor bespreken van de dag kan betekenen voor je gevoel en
de te ontvangen begeleiding.
Resultaat
Tijdens mijn stage kwam ik erachter, door bv dit praktijkvoorbeeld en de lerenden besprekingen, dat
het voor bespreken van de dag duidelijkheid kan geven aan mijzelf en de werkbegeleider. Op die
manier kan ik zelf het coördineren van zorg gedurende de dag inplannen en aan het begin al
aangeven waar ik wel en geen hulp bij nodig heb. Vanaf de zesde week heb ik dit adequaat kunnen
toepassen en mijn grenzen en verantwoordelijkheden kunnen aangeven aan alle begeleiders die ik
gedurende de weken heb gehad. Naarmate de stage vorderde kon ik mijn verantwoordelijkheden
verplaatsen en niet meer vragen in hoeverre de begeleiders me konden bij staan, maar aangeven in
hoeverre ik hulp nodig had, wanneer en hoe. Ook durfde ik meer te delegeren, waardoor ik bepaalde
verantwoordelijkheden af kon geven of kon verdelen. Ik denk dat ik dit leerdoel behaald heb, omdat
ik een enorme groei heb meegemaakt vergeleken met voorgaande jaren. Ik geef mijn grenzen
duidelijk aan en durf hier ook voor uit te komen. Ik ben duidelijk in de communicatie waardoor
werkbegeleiders weten wat ze aan mij hebben.
5
2.2 Leerdoelen
2.2.1 Opname en ontslag
Beroepsrol: zorgverlener
De hbo-verpleegkundige geeft informatie, voorlichting en advies aan individuen en groepen.
De hbo-verpleegkundige verleent preventieve zorg aan individuen en groepen.
Beroepsrol: regisseur
De hbo-verpleegkundige coördineert zorgverlening.
Stage doel:
De student kan verpleegkundige zorg verlenen binnen de kaders van de instelling.
De student kan een professionele samenwerkingsrelatie met de zorgvrager en met medewerkers
aangaan, onderhouden en afsluiten.
Leerdoel 1
Aan het einde van week 10 kan ik zelfstandig een opname en ontslag regelen volgens de procedure
van de afdeling Traumatologie.
Proces
In de eerste 5 weken moest ik echt inkomen op de afdeling. Zo moest ik wennen aan de structuur op
de afdeling, de collega’s, de patiënten categorie en het werken onder verschillende werkbegeleiders.
In deze eerste weken heb ik twee keer mee gekeken met een anamnese gesprek en heb ik 3 keer
samen met een begeleider een ontslag geregeld en 1 keer zelfstandig een ontslaggesprek gevoerd.
Vanaf de zesde week ben ik opnames en ontslagen zelf gaan doen. Hierbij deed ik de standaard
anamnese, waarbij ik navraag deed naar medische geschiedenis, thuissituatie en noteerde ik een
contactpersoon. Ook verleende ik hier preventieve zorg door decubitus scorelijsten in te vullen,
valrisico te analyseren en pijnscore te noteren. Deze scores zorgen ervoor dat de verpleegkundigen
grote risico’s op bijvoorbeeld complicaties eerder analyseren waardoor het probleem aangepakt kan
worden en deze complicatie zich niet voordoet. Bij het voeren van een ontslag gesprek gaf ik
voorlichting over aandachtspunten waar de patiënt zelf op moeten letten bij het terug naar huis
gaan, zoals tekenen van ontsteking, koorts etc. Hierbij gaf ik als advies bij koorts of ontsteking
tekenen meteen contact op te nemen met de afdeling. Ook gaven ik en de fysiotherapeut bij mensen
die fysiotherapie behoefden het advies zo snel mogelijk, het liefst als ze nog in het ziekenhuis waren,
een fysiotherapeut voor thuis te regelen. Ik moest, bij patiënten die thuiszorg behoefden, actief
achter het regelen aan. Zo moest er een aanvraag gedaan worden en vond er nauw contact plaats
tussen de transferverpleging en mijzelf.
Resultaat
Tijdens de 20 weken op de afdeling traumatologie heb ik meerder malen meegekeken met een
opname en ontslag waarna ik meerdere keren zelfstandig een opname en ontslag procedure heb
gecoördineerd. Ook heb ik feedbackformulieren waar ik reflecteer op deze opname of ontslag en die
aantonen dat ik hierin bekaam en professioneel ben. Deze formulieren zijn ondertekent door de
begeleider van die dag.
2.2.2 Verpleegbeleid
Beroepsrol: ontwerper
De hbo-verpleegkundige ontwerpt verpleegbeleid.
De hbo-verpleegkundige ontwerpt kwaliteitszorg ten behoeve van de verpleegkundige
zorgverlening.
Stage doel:
De student kan verpleegbeleid formuleren voor een niet-standaard verpleegsituatie.
De student kan onderbouwde aanbevelingen doen voor preventieve zorg op de stage afdeling.
6
De student kan de evidence voor een op de stage afdeling regelmatig uitgevoerde interventie via
systematisch literatuuronderzoek beoordelen en omzetten in aanbevelingen voor de stage afdeling.
Leerdoel 2
Aan het einde van week 16 heb ik een verpleegbeleid opgesteld voor een patiënt met een niet
standaard-verpleegsituatie, waarbij een multidisciplinair team betrokken is.
Proces
In de eerste tien weken van mijn stage lag mijn focus vooral op het oriënteren op de patiënten
categorie. Op die manier kon ik een inschatting maken hoe het verpleegbeleid er ongeveer uit zou
moeten zien. Ik ben naar het hoorcollege op school geweest, waar ik wat meer duidelijkheid kreeg
aan welke examen eisen het beleid moest voldoen. Toen ik een casus tegenkwam die een ‘nietstandaard verpleegsituatie’ was en waarbij een impliciet verpleegbeleid van toepassing was, ben ik
aan de gang gegaan met het schrijven van de casus. Deze heb ik na laten kijken en goed laten keuren
door mijn werkbegeleider. Hierna ben ik gegevens gaan verzamelen en analyseren om een zo breed
mogelijk beeld te krijgen van de patiënt in kwestie. Op die manier kon ik op alle verpleegkundige
aspecten ingaan. In het beleid heb ik belangen van verschillende betrokkenen aan het licht gebracht
en met elkaar vergeleken. Door de gevonden patiënten informatie en de zorg voor deze patiënt, kon
ik ook het belang van de patiënt verantwoorden.
Beoordelingscriteria
Ik heb alle stappen tot het maken van een verpleegbeleid doorlopen, daarnaast is mijn beleid
ingeleverd bij mijn werkbegeleiders. Ik heb op dit moment nog geen beoordeling terug van mijn
docentbegeleider, daardoor is dit leerdoel nog niet helemaal afgerond.
2.2.3 Klinische les
Beroepsrol: beroepsbeoefenaar
De hbo-verpleegkundige draagt bij aan deskundigheidsbevordering van collega’s.
Stage doel:
De student kan onderbouwde aanbevelingen doen voor preventieve zorg op de stage afdeling.
Leerdoel 3
In week 17 of 18 geef ik een interactieve klinische les voor medestudenten, collega’s en mijn
werkbegeleider over een thema waar op de afdeling behoefte aan is.
Proces
Tijdens mijn stage heb ik verschillende klinische lessen gekregen. Veel over breuken, casussen of over
artikelen. Zelf wilde ik graag een klinische les geven over een handeling waarbij veel praktijkvariatie
aanwezig zou zijn. Deze handeling vond ik in de laatste paar weken van mijn stage, toen er twee
patiënten op de afdeling lagen met een tracheacanule. Deze werd namelijk op allerlei mogelijke
manieren verzorgd, zonder het AMC protocol eerst raad te plegen. In overleg met de afdeling heb ik
het verzorgen van de tracheacanule als thema voor mijn klinische les gekozen. Een mede student had
hetzelfde idee als ik en in overleg met de praktijk opleider is kortgesloten dat wij samen een klinische
les zouden geven, waarna een datum is geprikt. Na lang zoeken en vergelijken van protocollen heb ik
een powerpoint presentatie vormgegeven, waarin ook de indicatie, risico’s en verpleegkundige
aandachtspunten naar voren komen. Hierbij kon ik in de presentatie zelf korte vraagstukken
opstellen waardoor mijn collega’s en mede studenten moesten nadenken in plaats van alleen
luisteren.
Beoordelingscriteria
7
Ik heb dit leerdoel behaald, omdat ik de klinische les, samen met mijn mede student, heb gegeven.
Hierbij heb ik veel mondelinge feedback gekregen dat het een duidelijke presentatie was en dat ze
het eens waren met de verwarring die ik vond in de protocollen. Ook kreeg ik terug dat dit ik een
goed thema had uitgekozen, omdat er inderdaad vraag was naar duidelijkheid omtrent de
tracheacanule.
2.2.4 Verpleegtechnische handelingen
Beroepsrol: zorgverlener
De hbo-verpleegkundige verleent zorg in complexe zorgsituaties.
De hbo-verpleegkundige geeft informatie, voorlichting en advies aan individuen en groepen.
Stage doel:
De student kan verpleegtechnische handelingen uitvoeren.
Leerdoel 4
Aan het einde van week 22 kan ik de 5 meest voorkomende verpleegtechnische vaardigheden op de
afdeling traumatologie zelfstandig volgens protocol uitvoeren.
Proces
Dit leerdoel begon vanaf de eerste dag dat mijn stage begon. Ik kwam namelijk meteen in aanraking
met verpleegtechnische handelingen. Zo heb ik meerdere malen meegekeken met wond zorg, aan
het begin hulp gevraagd bij medicatie oplossen en verdunnen, me georiënteerd op infuus prikken,
een protocol opgezocht van katheteriseren en heb ik kunnen zien hoe verschillende drains gespoeld
moeten worden. Zoals ook vermeld bij de ‘rode draad’ was ik aan het begin niet zeker van mijzelf,
daardoor duurde het een tijdje totdat ik handelingen zelfstandig durfde uit te voeren, laat staan op
eigen initiatief. Toen ik eenmaal wel zeker was van mijn zaak heb ik de handelingen zelfstandig uit
kunnen voeren, waarbij ik eerste het protocol na las, waarna ik onder begeleiding de handeling
uitvoerde. Verschillende handelingen deed ik daarna zelfstandig zonder begeleiding, waardoor ik
wond zorg en drainspoelen niet vaker dan 1 keer heb kunnen laten aftekenen. Het oplossen van
medicatie heb ik me gedurende deze stage eigen kunnen maken en ik ben zekerder geworden in het
inbrengen van een infuus en het prikken van bloed.
Resultaat
In week 15 kon ik dit leerdoel als behaald benoemen. Ik had toen alle 5 handelingen meerder malen
zelfstandig uitgevoerd en kon bij deze handelingen indicaties en aandachtspunten benoemen
tegenover mijn werkbegeleider. Ik kreeg meerder keren feedback terug dat mijn medische kennis en
mijn verpleegkundige blik goed op niveau zijn. Door het snel zelfstandig uitvoeren heb ik helaas niet
alles drie keer kunnen laten tekenen, toch weet ik voor mijzelf dat ik ze goed heb uitgevoerd en voel
ik me bekwaam.
2.2.5 Coördineren van zorg
Beroepsrol: zorgverlener
De hbo-verpleegkundige verleent zorg in complexe zorgsituaties.
De hbo-verpleegkundige geeft informatie, voorlichting en advies aan individuen en groepen.
Beroepsrol: regisseur
De hbo-verpleegkundige coördineert zorgverlening.
Stage doel:
De student kan verpleegtechnische handelingen uitvoeren.
De student kan een professionele samenwerkingsrelatie met de zorgvrager en met medewerkers
aangaan, onderhouden en afsluiten.
De student kan verpleegkundige zorg verlenen binnen de kaders van de instelling.
8
De student kan verpleegkundige zorg verlenen en preventie toepassen ten aanzien van zorgvragers
uit de volgende zorgcategorieën: chronisch zieken, zorgvragers voor en na chirurgische ingreep,
zorgvragers met psychiatrische ziekte.
Leerdoel 5
Aan het einde van week 22 kan ik zelfstandig zorgdragen voor 3 patiënten, waarvan 1 hoog-complex,
waarbij ik de zorg terug kan koppelen aan mijn werkbegeleider.
Resultaat
Ik had voor mezelf de hele stageperiode genomen om de coördinatie omtrent zorg voor 3 patiënten,
waarvan 1 hoog-complex te oefenen. Echter merkte ik al snel, toen ik eenmaal de coördinatie
omtrent zorg voor mezelf duidelijk had, dat ik 3 patiënten waarvan 1 hoog-complexe goed aan kan.
Ik heb uiteindelijk in de dagdienst zorg kunnen dragen voor 5 patiënten tegelijk begeleiding kunnen
geven aan een geneeskunde student en kon ik in de avonddienst de halve afdeling zelfstandig
verzorgen. Wat ik als erg moeilijk heb ervaren is de ochtendzorg zo vormgeven dat het je artsenvisite
niet in de weg zit. Zo wist ik vaak niet wanneer ik moest beginnen met de ADL zorg, met wie ik moest
beginnen en hoe. Ik heb dit in een lerenden bespreking aangegeven en kreeg veel tips mee. Zo mag
je best je werkzaamheden bij 1 patiënt in stukjes knippen, je hoeft niet meteen alles uit te voeren.
Ook kan je vaak zelfstandige mensen al voor het ontbijt aan het werk zetten, zonder dat je er dan zelf
druk mee bent. Ook zijn er voor de visite vaak collega’s die nog niets te doen hebben, probeer deze
te delegeren zodat ze je kunnen helpen. Door deze tips heb ik de laatste 6 weken makkelijker om de
visite heen kunnen plannen, waardoor mijn coördinatie nog beter verliep.
Praktijkvoorbeeld:
Tijdens de dagdienst zou ik zorgdragen voor 3 patiënten. 1 daarvan zou met ontslag gaan en zou al
om 8.30 u opgehaald worden door de ambulance. Hierdoor kreeg ik op mijn hart gedrukt van mijn
werkbegeleider dat ik bij deze mw. moest beginnen met de ADL, zodat zij in ieder geval klaar zou zijn.
Toevallig belde deze patiënt mij net op dat moment om aan te geven dat ze moest plassen. Ze wilde
dit graag op de po stoel naast haar bed doen. Mw. had een heupcontusie en een polsfractuur,
waardoor ze verminderd mobiel was. Ik pakte vast alle spulletje en heb haar op de po stoel gezet, ik
dacht slim te zijn door er meteen twee waskommen bij te zetten, zodat ze zichzelf alvast wat kon
opfrissen. Net toen mw. zat wilden de artsen visite lopen. Ik heb mw. laten zitten en ben naar de
artsen gelopen. Na een kort overleg met de artsen wilden ze bij mw. langs lopen, maar omdat ze op
de po zat en de gordijnen om het bed dichtzaten liepen ze niet bij mw. naar binnen. Toen de artsen
eenmaal weer weg waren begon mw. met vragen stellen. Waar ga ik naartoe?, waarom nu al?, wat
mag ik allemaal wel?, wat mag ik allemaal niet?, moet ik nog terugkomen? etc. Ik kon haar daar geen
antwoord op geven, dus moest hier achteraan bij de artsen. Inmiddels was het 8.15 u, was mw. nog
niet gewassen en aangekleed, had ze nog geen antwoord op haar vragen en waren de artsen nog
visite aan het lopen bij andere patiënten. Uiteindelijk heb ik haar snel kunnen aankleden en toen de
ambulance kwam heb ik nog snel een arts wat kunnen uitvragen en dit aan mw. kunnen doorgeven.
Toch verliep mijn ochtend hierdoor erg hectisch en heb ik pas na het ontslag van mw. aandacht
kunnen schenken aan mijn andere patiënten. Na deze ervaring heb ik tips gevraagd aan mijn collega.
Hij wees mij erop dat je patiënten soms niet altijd meteen kan helpen en je soms je planning voor
moet laten gaan. Hij zei dat ik mw. ook gewoon op een steek had kunnen zetten, waardoor de artsen
wel naar binnen zouden zijn gegaan en ik niet had hoeven haasten.
Beoordelingscriteria
Ik heb dit leerdoel behaald, wegens meerdere redenen. Ik heb aan mijn persoonlijke leerdoelen
gewerkt, heb de leerdoelen 2.2.1 en 2.2.4 afgerond, kon elke dag rustig tijd nemen voor het inlezen
van patiënten dossiers, besprak elke dienst de dag voor, bleef terugkoppelen aan mijn
werkbegeleider, kon gedurende de dag preventieve zorg leveren door administratieve handelingen
9
maar ook tijdens de ADL, durfde aan het einde collega’s en medestudenten te delegeren en
reflecteerde na elke dienst. Ook kon ik 3 patiënten, waarvan 1 hoog-complexe patiënt goed aan en
heb ik mijn grens daarin nog wat verlegd door ook eens meer patiënten te nemen.
Hoofdstuk 3 Analyse en Conclusie
3.1 Activiteiten en plan van aanpak
Mijn stage werkplan zie ik als plan van aanpak voor mijn hele stage periode. Hierin heb ik de 2de week
van mijn stage vermeld aan welke doelen ik ga werken en in welk tijdsbestek ik dit ga doen. Vanuit
hier heb ik een tijdschema gemaakt, zodat ik in één opslag kon zien wat ik in welke week moest
doen. Ook mijn werkbegeleiders kregen hierdoor inzicht in mijn tijdsplanning. In principe werkte dit
plan van aanpak goed voor mij. Vorig jaar merkte ik dat ik bij de leerdoelen in mijn stage werkplan
maar weinig onderbouwende activiteiten had gezet, waardoor ik het voortdurend moest aanpassen.
Dit jaar heb ik mijn stage werkplan 1 keer moeten aanpassen na de feedback van mijn
docentbegeleider, omdat ik bij elk leerdoel goed had uitgewerkt welke stappen ik zal moeten
ondernemen om deze af te ronden. Ik heb gedurende mijn stage volgens schema gewerkt en was
met alles, zo goed als, op tijd klaar. Echter ben ik nog ontzettend druk geweest met de puntjes op de
i zetten, terwijl ik dacht alles klaar te hebben. Ik moest hier en daar nog wat verbeteren, kreeg
feedback terug van mijn werkbegeleiders en moest nog wat einddocumenten vormgeven. Vooral het
feit dat ik de einddocumenten niet heb opgenomen in mijn planning, heeft voor de meeste stress
gezorgd. Ik had namelijk alle documenten vanuit mijn tijdtabel af op de tijd die hiervoor stond, maar
had in de tijdtabel geen zicht op de opdrachten die daarnaast nog uitgevoerd moesten worden.
Terugkijkend op mijn plan van aanpak kan ik concluderen dat het plan dat er lag voor mij goed
gewerkt heeft, omdat ik op tijd alle documenten opgenomen in de planning af had. Toch was de
planning niet helemaal compleet waardoor ik alsnog stress heb ervaren aan het einde van mijn stage.
Ik houd op de activiteiten die ik ondernomen heb verschillende gevoelens na. Aan het begin van mijn
stage heb ik mezelf erg vergeleken met mede studenten met meer ervaring. Ik dacht dat ik me
hieraan kon optrekken, maar in werkelijkheid demotiveerde het mij. Hierdoor heb ik 2 a 3 weken niet
in mezelf en mijn capaciteiten als verpleegkundige geloofd. Achteraf is het vergelijken met anderen
totaal niet succesvol geweest, omdat ik die 2 a 3 weken veel met m’n gedachten afwezig ben
geweest en weinig initiatief in het leren heb getoond. Door veel te praten, met mensen om mij heen,
over mijn gevoel, kon ik dit achter mij laten. Door juist contact te zoeken met de studenten waar ik
me mee vergeleek, kon ik leren, zonder mezelf minder te voelen. Ook heb ik mezelf op dat moment
aangeleerd heel specifiek naar feedback te vragen, zodat dit vaker positief is en mijn vertrouwen in
mezelf weer terug kwam. Hierdoor kreeg ik de zin in stage en het leren terug. Tijdens mijn
eindevaluatie werd benoemd hoe groot leerrendement ik heb meegemaakt op de afdeling en hoe,
doordat ik me openstelde, ik zekerder en zelfstandiger ben geworden. Het omzetten van ‘de knop’
van gedemotiveerd en onzeker, naar leergierig en zelfstandig heeft voor mij erg succesvol gewerkt.
3.2 Positieve en negatieve factoren
Voor mij bestaan er verschillende factoren die ervoor gezorgd hebben dat ik mijn stage op deze
manier heb kunnen afronden en mijn stage doelen behaald heb. Ten eerste heb ik het als erg positief
ervaren dat ik vanaf het begin van mijn stage het idee heb gehad bij het team te horen. Ondanks dat
ik wist dat ik een stagiair ben, kreeg ik het idee dat iedereen als gelijke behandeld werd. Op die
manier voelde ik me erg thuis in het team van gediplomeerde verpleegkundigen. Ik durfde mezelf te
uiten en over mijn gevoel te praten, waardoor ik tips en tops kon krijgen om mezelf te ontwikkelen.
Ook tijdens de werkbegeleiding voelde ik wederzijds respect, waardoor ik soms voor het blok gezet
kon worden en een handeling moest uitvoeren. Op die manier moest ik me overgeven aan mijn
10
onzekerheden, die vaak nergens op gebaseerd waren. Tijdens mijn eindevaluatie kwam naar voren
dat ik vaak weet waar ik het over heb, weet wat ik doe en over genoeg medische kennis beschik.
Ik merk, net als voorgaande jaren, dat ik moeite blijf hebben mijn eigen mening te ondersteunen
wanneer ik in gesprek ben met een meerdere. Door de feedback van mijn werkbegeleider en het
oefenen van gespreksvaardigheden met communicatieve vaardigheden, heb ik mij ook hier in
kunnen ontwikkelen. Ik ben artsen en collega’s meer als gelijke gaan zien, waardoor de
communicatie beter verloopt.
Wat ik ook als zeer positief heb ervaren is het flexibele rooster op de afdeling en de regeling tussen
het stage bureau op school en de praktijkopleiders van stage. Wegens een Bijzondere
Omstandigheid(BO) heb ik vanaf het begin van het jaar een aangepast rooster gehad. Op die manier
had ik elke twee weken, één dag vrij om bij te komen en mijn buffer weer op te bouwen. Ook kon ik
deze ‘vrije’ dag besteden aan schoolwerk, waardoor de werkdruk/stress en daarbij mijn symptomen
minder zouden worden. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik mijn absentie dagen heb kunnen
minimaliseren tot 7, waarvan ik er 3 heb in kunnen halen in de gezette stage tijd en de rest heb
kunnen inhalen door 1 week langer door te werken. Ik ben erg blij en trots dat ik mijn stage in
aanzienlijk minder dagen, met een 9 heb kunnen afronden.
Wat ik als negatief heb ervaren waren de vele studenten op de afdeling met daarbij geen eenduidig
beleid over werkbegeleiding. Aan het begin zijn wij, als studenten, ingedeeld in koppels. Dit omdat
traumatologie een leerbeddenconcept afdeling is. Dit houdt in dat we in die koppels zouden gaan
werken, waarbij de studenten samen werken en pas wanneer ze beiden de oplossing niet weten de
begeleider in consult vraagt. Naar mijn idee is dit weinig gebeurt en was het bij elke werkbegeleider
afwachten of je met de begeleider terugkoppelt of met je medestudent. Hierdoor had ik met de ene
werkbegeleider meer een collegiaal/samenwerkend verband en met de ander meer een
student/begeleider verband. Dit maakte het soms moeilijk om schakelen in benaderingswijzen en
begeleidingsstijlen. Wat ik ook merkte was het verschil in uitvoeren van handelingen tussen
verschillende collega’s. Dit geeft als student veel onzekerheid, omdat de mening van je begeleider
vaak doorslaggevend is in hoe jij de handeling moet uitvoeren.
Praktijkvoorbeeld
Een patiënt, amputatie van zijn linker been, rechterbeen niet belastbaar, aan bed en rolstoel
gekluisterd. Meneer heeft al weken dunne of brijige ontlasting en kan het erg moeilijk ophouden.
Dinsdagmiddag sta ik bij deze patiënt en vraag mijn werkbegeleider even te helpen met het draaien
van meneer, zodat ik hem kan verschonen. Ik pak een pak vochtige doekjes, waarop mijn
werkbegeleider meteen zegt: ‘nee doe maar niet die doekjes, die zijn zo duur. Je weet toch dat je die
doekjes voor dit soort dingen niet mag gebruiken. Hier heb je wat natte tissues’. Ik snap wat ze
bedoeld met duur, maar weet ook dat ik met de tissues veel langer bezig ben en deze lang niet zo
goed schoonmaken.
Woensdag sta ik weer bij dezelfde patiënt, alleen met een ander begeleider. Ik pak netjes de natte
tissues waarop zij meteen zegt: ‘Niet met die dingen hoor, dan blijf je bezig. Pak lekker die vochtige
doekjes’. Hierop reageer ik verontwaardigd en leg uit wat ik die dag ervoor van een collega te horen
kreeg. Waarop zij mij als tip geeft. Zolang jij kan verantwoorden waarom jij, met jou verpleegkundige
visie, voor een bepaalde interventie kiest, kan geen enkele werkbegeleider of collega jou daarop
straffen.
In eerste instantie paste ik me altijd aan, aan de begeleider waarmee ik liep. Deze casus heeft me
laten inzien dat ik best zelf kan na denken en verantwoorden waarom ik, vanuit mijn visie als HBO
verpleegkundige, sommige handelingen anders aanpak.
11
Hoofdstuk 4 Praktijkvoorbeelden
In de reflectie van mijn leerdoelen hierboven heb ik al 3 belangrijke praktijksituaties benoemd.
Hieronder benoem ik nog 2 praktijkvoorbeelden die voor mij een groot leerrendement met zich
meebrachten.
Praktijksituatie 1: Geduld hebben en gedrag in context blijven zien
Ik zorg samen met een collega voor een patiënt die verbaal ontremd is door neuroletsel na een
motorongeval. Deze meneer schreeuwt, heeft geen geduld en is niet instrueer baar. Ik merk aan mijn
collega dat haar geduld op raakt, toch blijft zij het voortouw nemen in het verzorgen van de patiënt.
Op een gegeven moment schreeuwt hij tegen mijn collega dat ze op moet schieten, dit schiet bij haar
in het verkeerde keel gat en zij schreeuwt terug dat hij z’n mond eens een keer moet houden en dat
ze haar best doet op te schieten. Ik schrik wat van haar reactie, maar laat haar de zorg zelf afmaken
en onderbreek haar niet. De volgende dag sta ik weer bij deze meneer. Ik merk dat hij inderdaad erg
ongeduldig is, maar zolang je hem op een goede manier bejegend(duidelijk zeggen wat je doet en
wat directief toespreken) hij beter instrueer baar is dan wanneer je tegen hem schreeuwt. Ik merk
dat ik na de ochtend en 20 bellen van meneer mijn geduld denk te gaan verliezen. Toch blijf ik
vriendelijk en probeer ik elke keer weer de oorzaak van zijn gedrag voor de geest te halen.
Uiteindelijk lukt het, met veel geduld, om meneer samen met een collega voor het eerst weer te
laten lopen. Op dat moment merk je aan alles dat de patiënt zo blij is en wordt je weer met twee
benen op de grond gezet dat ook de vervelendste patiënten iets heel heftigs kunnen hebben
meegemaakt en zij je geduld soms hard nodig hebben.
Ik had voor deze situatie nog nooit een patiënt met neuroletsel gezien, laat staan iemand die zo
verbaal ontremd is. Dit is een groot leerrendement voor mij geweest, omdat ik ben in gaan zien dat
gedrag altijd vanuit een oorzaak komt. Ook heeft mijn collega me laten zien hoe ik het absoluut niet
wil doen. Dit heeft mij laten inzien dat gedrag altijd in een context geplaatst moet worden en dat jou
geduld soms heel veel kan betekenen in de kwaliteit van zorg die er geleverd moet worden.
Praktijksituatie 2: Niet kijken, maar doen
Tijdens mijn 11e week sta ik met een mede student op de afdeling in de late dienst. Ik doe de ene
helft van de afdeling en mijn mede student de andere, waarbij we beide terugvallen op dezelfde
praktijkopleider. Ik verzorg een meneer met een geamputeerd linker been na fasciitis necroticans.
Omdat de wonden nog veel lekten, heeft meneer weken VAC pompen gehad. Tijdens de laatste VAC
wissel hebben de artsen besloten zijn wond niet meer af te plakken met een VAC, maar om in het
laatste gedeelte een drain in te brengen. Dit was de eerste keer dat ik een drain moest gaan spoelen.
Bij de afspraken zag ik staan dat er gespoeld moest worden tot het helder terug zou komen. Ik wist
wat dat betekent, ik wist met welke vloeistof ik moest gaan spoelen en ik wist hoe ik het effectiefst
te werk kon gaan. Toch vroeg ik aan de praktijkopleider of zij het eerst voor wilde doen, zodat ik het
de volgende keer kon doen. Zij nam even tijd voor mij en testte doormiddel van vragen of mijn
kennis over de handeling op peil was. Toen ze dit had vastgesteld gaf ze alle spullen aan mij en zei
me dat ik het zelf moest gaan doen. Dit heb ik gedaan en het ging goed. Ik wist waar ik op moest
letten, waar de aandachtspunten lagen en hoe ik meneer zo min mogelijk kon ‘lastigvallen’ met pijn.
Het lijkt een voorbeeld die voor zichzelf spreekt als stagiaire, maar ik heb hier heel veel van geleerd.
Één, omdat ik vanaf dit moment bedacht: als ik weet wat ik doe en ik kan het vooraf verantwoorden
aan een collega, dan ben ik dus bekwaam. Twee, wanneer mijn opleider me niet gevraagd had naar
de kennis achter de handeling, had ze nooit geweten dat ik het wel allemaal wist maar het gewoon
niet durfde. En ten derde, ben ik nogmaals gaan inzien dat wanneer een begeleider met me mee
kijkt. Al is het mijn eerste keer. Deze altijd kan ingrijpen. Vanaf dit moment heb ik vaak als leerdoel
aangegeven: Met eigen ideeën komen, zonder eerst te vragen. Omdat ik de laatste weken graag
12
wilde laten zien dat ik vaak al nagedacht heb over de vraag, voordat ik hem stel. En dat ik zelf al
klinisch redeneer wanneer ik voor een vraagstuk kom te staan.
Hoofdstuk 5 Aandachtspunten
Ik heb afgelopen 23 weken ontzettend veel geleerd over de zorg op de afdeling traumatologie, maar
heb ook erg veel over mezelf geleerd. Uit alle leermomenten die ik gedurende de 23 weken heb
gehad, heb ik enkele aandachtspunten gefilterd waar ik gedurende de volgende stage, mijn
afstuderen en mijn carrière als verpleegkundige aan wil blijven werken.
 Het compleet maken van mijn plan van aanpak. Ik heb gemerkt dat ik goed kan werken
volgens een planning en me hier ook aan houd. Echter merk ik dat ik vaak te makkelijk denk
over het maken van dit plan, waardoor niet alle werkzaamheden erin worden verwerkt. Ik
zou graag tijdens mijn volgende stage en mijn afstuderen een volledige planning maken.
 Voorstellen handelingen zelf uit te voeren, zonder eerst alles te moeten hebben gezien. Ik
merk dat ik het moeilijk vindt een handeling op mijn eigen manier uit te voeren, zonder eerst
een voorbeeld van een collega/begeleider te hebben gezien. Toch krijg ik van collega’s vaak
terug precies te weten wat ik moet doen, waarom, wat de indicatie is en wat de
aandachtspunten zijn. Daarom wil ik bij mijn volgende stage meteen met veel zekerheid
beginnen.
 Blijven werken aan de verstandhouding tussen mezelf en meerderen. Hiermee bedoel ik
artsen en/of leidinggevenden. Hierin wil ik zekerder worden, zodat ik mijn eigen mening, als
verpleegkundige, kan beargumenteren en verantwoorden zonder te twijfelen aan mijzelf of
mijn observatie. Ook wanneer er een machtsverschil heerst.
 Mezelf uitdagen om te klinisch redeneren, ook als ik mee draai in de zorg. Tijdens mijn
tussenbeoordeling kwam naar voren dat ik het moeilijk vond mijzelf te motiveren tot klinisch
redeneren. Door tussendoor op stage dingen op te zoeken en door thuis eens achter de pc te
gaan, heb ik deze motivatie kunnen vinden. Ook gaf ik gedurende mijn stage meerdere
malen ‘klinisch redeneren’ als leerdoel aan. Ik wil in mijn volgende stage en mijn carrière als
afgestudeerd verpleegkundige, mezelf blijven motiveren om te klinisch redeneren en de
verdieping in te gaan.
13