Slapen en slaapstoornissen - Apotheek Janssens

Slapen en slaapstoornissen
Om slaapproblemen te begrijpen is het nuttig enkele basisbegrippen en weetjes
over de slaap op een rij te zetten.
De verschillende slaapfasen
In de loop van de nacht volgen 4 tot 5 cycli elkaar op. Elke cyclus is op te
splitsen in enkele fasen en verloopt op de volgende manier:
De trage slaap: hier zijn de hersenen weinig actief (traag). Ze verloopt in 4
stadia:
1. De inslaapfase: de hersenactiviteit neemt stap na stap af. Het gaat
gepaard met geeuwen, gevoelloosheid en men wordt bij het minste geluid
wakker.
2. De trage slaap: de hersenen ontvangen nog signalen, maar begrijpen ze
niet meteen, de ademhaling en de hartslag zijn trager.
3. De diepe slaap: de hersenen ontvangen niks meer, de ademhaling is heel
traag en de spieren zijn ontspannen.
4. De zeer diepe slaap: dit is de cruciale fase voor het fysieke herstel
De REM-slaap: nu is de hersenactiviteit snel en vergelijkbaar met die tijdens
het wakker zijn. De ademhaling en het hartritme zijn onregelmatig, de
spierspanning is laag, maar de ogen maken snelle bewegingen onder de oogleden.
REM staat dan ook voor Rapid Eye Movement. Het is in dit stadium dat dromen
ontstaan. Wanneer men een slaper wekt in deze fase, is hij in staat om de droom
gedetailleerd te herinneren.
Wanneer de cyclus eindigt, kan men een volgende cylcus beginnen of men kan
wakker worden. Deze fase zorgt voor zenuwherstel en het wordt mogelijk om de
tijdens de dag verzamelde informatie op te slaan en dus te memoriseren.
Deze twee slaapfasen wisselen af over een lengte van 90 tot 120 minuten.
De fase van de REM-slaap is het grootst in het begin van de nacht en vermits de
zeer diepe slaap de vermoeidheid neutraliseert, zijn de eerste uren van de slaap
ook de meest herstellende. Als de nacht vordert, vermindert de lengte van deze
fase en maakt plaats voor de REM-slaap.
De slaap verandert met de leeftijd
Ten gevolge van een evoluerende maatschappij vermindert de slaaptijd jaar na
jaar (activiteiten, veel werken, televisie, internet,…)
Bij de jongvolwassenen dreigt dit probleem bijzonder belangrijk te worden. Ze
hebben gemiddeld 9 tot 10 uur slaap nodig, maar ze stellen het vaak uit. Ze gaan
spontaan later slapen en worden dus normaal later wakker, maar dat is niet altijd
verenigbaar met de school- of lesuren. Bovendien kijken ze meer televisie, gamen
ze, zitten ze op het net of zijn ze met hun gsm bezig. Een gebrek aan slaap kan
dan de volgende problemen met zich meebrengen:
Slaperigheid en vermoeidheid leiden tot een slechtere concentratie, verminderd
geheugen en motivatie, een vertraagde secundaire ontwikkeling van de hersenen
en een verhoogde prikkelbaarheid.
Is een korte siësta aan te raden?
Een dip in de alertheid tussen 13 en 15 uur is normaal. Een siësta van 10 tot 30
minuten op dat moment doet dan zeker geen kwaad. Maar die mag dan ook niet
langer duren om te voorkomen dat men in een diepe slaap terechtkomt met een
daarmee gepaard gaan moeilijk ontwaken.
Slapeloosheid
Slapeloosheid wordt gedefiniëerd als het geheel van klachten over slechte
slaapkwaliteit of –kwantiteit waarbij het functioneren overdag negatief wordt
beïnvloed door moeheid, slaperigheid, prikkelbaarheid, verminderde concentratie
en prestatie. Het is dus een 24-uursprobleem.
Slecht slapen kan betekenen
• Moeilijk inslapen (meer dan 30 minuten nodig hebben om in te slapen).
• Slecht doorslapen (’s nachts frequent wakker worden).
• ’s Ochtends zeer vroeg wakker worden.
Men maakt het onderscheid tussen kortdurende slapeloosheid (minder dan 3
weken) en langer durende slapeloosheid (langer dan 3 weken waarbij patiënt
klaagt over minstens tweemaal per week slecht slapen).
Adviezen om een goede nachtrust te bevorderen
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Ga pas naar bed als je slaperig bent.
Ga steeds slapen op hetzelfde tijdstip en sta elke dag op hetzelfde
tijdstip op. Ook als je maar kort hebt geslapen.
Vermijd wakker te liggen in bed: als je na een kwartier nog niet
slaapt, sta dan op en ga in een andere kamer iets anders doen en ga
pas weer naar bed als je slaperig bent.
Zorg voor een vast slaapritueel.
Gebruik de slaapkamer alleen om te slapen of te vrijen.
Vermijd in de drie uren voor het slapen gaan koffie, alcohol,
copieuze maaltijden.
Probeer je hoofd vrij te maken: zit voor het slapen gaan niet achter
de computer en vermijd afleiding door elektronische apparaten.
Vermijd forse inspanningen voor het slapen gaan. Matige intensieve
lichaamsbeweging overdag laat in de middag of vroeg in de avond
kan de slaap bevorderen.
Zorg voor een goed bed, matras en hoofdkussen, prettige
nachtkleding en plezierige atmosfeer.
Zorg voor aangename temperatuur in de slaapkamer, goede
verluchting en goede verduistering.
Niet slapen is geen ramp, geef er maar aan toe, verzet je er niet
tegen, dat maakt het alleen maar erger.
Slaap lekker!
Bronnen: farmassistente nr 89, Farmazine 9/13, apothekersmagazine 12/09