Faculteit der Geneeskunde

Faculteit der Geneeskunde
Regels en richtlijnen van de examencommissie
van de opleiding Master on Vitality and Ageing
geldig vanaf 01-09-2014
1
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Toepasselijkheid
Deze regels zijn van toepassing op de tentamens en examens van de opleiding(en)
Master on Vitality and Ageing van de Universiteit Leiden, hierna te noemen de
opleiding.
Artikel 1.2 Begripsbepaling
examinandus: degene die zich onderwerpt aan een tentamen of examen;
examinator:
degene die door of namens de examencommissie de feitelijke
supervisie of orde gedurende een examen is toevertrouwd.
fraude:
het handelen of nalaten van een examinandus dat erop is gericht het
vormen van een juist oordeel omtrent diens kennis, inzicht en
vaardigheden te belemmeren. Daartoe wordt onder meer gerekend:
- het gebruik van niet-toegelaten bronnen tijdens het afleggen van
het tentamen
- plagiaat, het gebruik van bronnen of delen daarvan zonder
vermelding van de herkomst;
- passiviteit tijdens het uitvoeren van groepsopdrachten of
praktische oefeningen;
- het vervalsen van uitkomsten van experimenten;
OER:
de
door
het
faculteitsbestuur
examenregeling van de opleiding;
vastgestelde
Onderwijs-
en
Voor het overige hebben de begrippen de betekenis die de wet of de OER daaraan
verbindt.
Hoofdstuk 2
commissie
Samenstelling, taken
en werkwijze van de
Artikel 2.1 Benoeming van voorzitter en secretaris
2.1.1
De examencommissie heeft een voorzitter en een vice-voorzitter.
2.1.2
De examencommissie heeft ook een officiële secretaris.
Artikel 2.2 Taken en bevoegdheden van de commissie
2.2.1 De commissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of
een student voldoet aan de voorwaarden die de onderwijs- en examenregeling stelt
ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van
een graad.
2
2.2.2 Onverminderd de wet en de daarop gebaseerde regelgeving heeft de
commissie voorts in ieder geval tot taak:
a. het borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens onverminderd artikel
7.12c van de wet,
b. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de onderwijsen examenregeling om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te
stellen,
c. indien de commissie daarvoor het meest in aanmerking komt, het verlenen van
toestemming aan een student om een door die student samengesteld programma als
bedoeld in artikel 7.3d van de wet te volgen, waarvan het examen leidt tot het
verkrijgen van een graad, waarbij de commissie tevens aangeeft tot welke opleiding
van de instelling dat programma wordt geacht te behoren voor de toepassing van de
wet,
d. het verlenen van vrijstelling voor het afleggen van een of meer tentamens dan wel
het deelnemen aan een of meer praktische oefeningen zoals beschreven in de
onderwijs- en examenregeling,
e. Indien het geval voordoet, het bepalen van de duur van de validiteit van succesvol
behaalde examens zoals gespecificeerd in de onderwijs- en examenregeling,
f. In bijzondere gevallen, het bepalen of een examen mondeling, schriftelijk of in
een andere vorm zal plaatsvinden in afwijking van de onderwijs- en
examenreglementen,
g. In bijzondere gevallen, beslissen of een examen publiekelijk plaatsvindt, in
afwijking van de condities in de onderwijs- en examenreglementen,
h. Het verlenen van een vrijstelling voor het verplicht participeren in praktische
examens die benodigd zijn voor de toelating tot een relevant examen, mogelijk onder
de conditie van extra eisen.
i. In individuele gevallen het accorderen van keuze van vakken die onderdeel
vormen van het programma,
j. Op verzoek van de student, en met in achtneming van de specificaties van het
onderwijs- en examenreglement toegang te verlengen aan een of meerdere
componenten van een examen voordat de student in kwestie het eerste jaar van het
relevante programma succesvol heeft afgerond,
k. Het bepalen, voor zover het Faculteitsbestuur dit geformuleerd heeft als
voorwaarde voor het volbrengen van de examens of examen componenten, dat er een
voldoende beheersing is van de Nederlandse taal voor de succesvolle deelname aan
de vakken door een student die een vrijstelling heeft gekregen voor het preliminaire
programma zoals gerefereerd in Artikel 7.24 van de Wet op basis van een diploma die
buiten Nederland is verkregen, of in gevallen waarin de student vrijstelling heeft
ontvangen van de toegangseisen voor de eerste fase van het programma,
l. Het uitgeven van een (bindend) studieadvies zoals genoemd in Artikel 7.8b
namens het Faculteitsbestuur,
m. Het uitgeven van een certificaat en een supplement zoals genoemd in Artikel 7.11
van de Wet als bewijs dat een examen succesvol afgerond is,
3
n. Het uitgeven van een verklaring welke de examens specificeert die succesvol
afgerond zijn in het geval dat de student meer dan een examen succesvol afgerond
heeft, maar het niet mogelijk is deze uit te geven zoals gerefereerd in m,
o. Maatregelen nemen en sancties opleggen als een student of externe kandidaat
fraude heeft gepleegd.
Artikel 2.3 Procedure
2.3.1 De commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking der
stemmen geeft het oordeel van de voorzitter de doorslag.
2.3.2 Leden kunnen benoemd worden voor bepaalde taken. Dit wordt bepaald door
de examencommissie.
2.3.3 Benoemde leden nemen hun beslissingen op basis van het Onderwijs- en
examenreglement en eerder geformuleerd beleid, en zijn verantwoordelijk voor hun
acties. De vorm die deze verantwoordelijkheid aanneemt is vooraf bepaald. In geval
van afwijking van eerder geformuleerd beleid beslist de gehele examencommissie.
2.3.4 De examencommissie beslist in elk geval over het volgende:
a) De samenstelling van de examencommissie;
b) De taken, autoriteit en verantwoordelijkheden van de voorzitter, vice-voorzitter,
leden en officiële secretaris;
c) De taken die toegewezen zijn aan de verschillende leden, inclusief de manier
waarop zij verantwoordelijk zijn voor hun beslissingen;
d) De frequentie van bijeenkomsten, de openbaarheid en vertrouwelijkheid van de
bijeenkomsten;
e) De manier van rapporteren en archivering van bijeenkomsten en beslissingen;
f) De interne procedure ten aanzien van
a. De benoeming van de examinatoren;
b. Waarborgen van de kwaliteit van de examens;
c. Verzoeken tot vrijstelling;
d. Fraude;
g) De registratie van de handtekeningen van leden.
Hoofdstuk 3
Aanwijzing examinatoren
3.1.1 Voor de aanvang van elk studiejaar en verder zo vaak als dat noodzakelijk is
wijst de commissie voor het afnemen van het tentamen verbonden aan elk van de
onderwijseenheden van de opleiding en het vaststellen van de uitslag examinatoren
aan.
3.1.2 Een examinator moet in bezit van competenties gerelateerd aan het studieveld
en gerelateerd aan de setting van examens in overeenstemming met Artikel 4.2
3.1.3
De commissie kan meer dan een examinator aanwijzen.
3.1.4 De commissie kan externe examinatoren aanwijzen. De commissie verzekerd
zich dat deze examinatoren de specifieke eisen vervullen. Externe examinatoren
ontvangen een brief van aanwijzing van de examencommissie welke specificeert dat
zij aangewezen zijn als externe examinator en voor welk examen.
4
3.1.5 De commissie maakt de aangewezen examinatoren bekend aan de betrokken
studenten en stafleden.
3.1.6 De commissie kan de aanwijzing om gewichtige redenen op ieder moment
ongedaan maken.
3.1.7
De examinatoren verstrekken de commissie de gevraagde inlichtingen.
Hoofdstuk 4
Tentamens
Artikel 4.1 Vorm van de tentamens
4.1.1 De vorm van de tentamens is vastgelegd in het Onderwijs- en
examenreglement. In bijzondere gevallen mag de commissie, in overleg met de
examinator, beslissen dat het tentamen in een andere vorm mag worden aangeboden
dan gespecificeerd. De examinator moet namens de examencommissie alle relevante
partijen informeren over de manier waarop het tentamen aangeboden zal worden ten
minste 25 werkdagen voorafgaand aan het tentamen.
4.1.2 De examinator kan op gemotiveerd verzoek van de examinandus toestaan dat
een tentamen op andere wijze wordt afgelegd dan in de OER is vastgelegd. De
examencommissie beslist in overleg met de examinator, en binnen tien werkdagen na
ontvangst van het verzoek resp. het bezwaar.
Artikel 4.2 Aard en vorm van de tentamens
4.2.1 Elk tentamen omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de
vaardigheden van de examinandus, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van
dat onderzoek.
4.2.2 De vragen en opgaven van een tentamen zijn duidelijk en ondubbelzinnig, en
bevatten voldoende aanwijzingen voor de vereiste detaillering van de antwoorden.
4.2.3 Het tentamen is geschikt en dient uitsluitend om te onderzoeken of de student
de kwaliteiten heeft verworven die tevoren als doel van de betrokken
onderwijseenheid zijn vastgesteld in het Onderwijs- en examenreglement.
4.2.4 Het tentamen is zo specifiek dat alleen studenten die voldoende beheersing
hebben over de stof in staat zijn de vragen en opgaven correct te beantwoorden. Het
tentamen is overeenstemmend met het niveau van het onderdeel.
4.2.5 De vragen en opgaven van het tentamen zijn zo evenwichtig mogelijk gespreid
over de examenstof.
4.2.6 De vragen en opgaven van het tentamen hebben uitsluitend betrekking op de
tevoren bekend gemaakte examenstof, waarvan de aard en omvang voor de aanvang
van het onderwijs dat op het tentamen voorbereidt in hoofdzaak bekend worden
gemaakt. Studenten worden duidelijk vooraf geïnformeerd hoe en wat getest zal
worden.
4.2.7 De duur van elk tentamen is zodanig dat de examinandus redelijkerwijs
voldoende tijd heeft om de vragen te beantwoorden en/of de opgaven te maken.
4.2.8
De beoordeling van geschreven tentamens zal plaatsvinden aan de hand van
5
normen die vooraf in schrift zijn gespecificeerd.
4.2.9 De procedure gerelateerd aan de kwaliteitsborging van de tentamens is
vastgesteld door de examencommissie.
4.2.10 De examencommissie beoordeelt de validiteit, betrouwbaarheid en
haalbaarheid van de tentamens op incidentele basis. Het resultaat hiervan wordt dan
besproken met de relevante examinator of examinatoren.
4.2.11 De examencommissie kan verzoeken om een onderzoek naar de validiteit,
betrouwbaarheid en haalbaarheid van tentamens als de evaluaties of resultaten
redenen geven om dit te doen.
4.2.12 In de vaststelling zoals gerefereerd in 4.2.10
examencommissie verzoeken om assistentie van experts.
en
4.2.11,
kan
de
Artikel 4.3 Toelating tot tentamens
4.3.1 De examinator moet vaststellen of aan de condities van toelating tot het
tentamen als gespecificeerd in het Onderwijs- en examenreglement of welke
voortkomen uit de Wet of een Universitair reglement zijn voldaan.
4.3.2 Een verzoek zoals gespecificeerd in het Onderwijs- en examenreglement 4.2.2
en 4.2.3 wordt alleen behandeld indien het vergezeld gaat van een studieplan waaruit
blijkt welke tentamens de student voornemens is af te leggen en aan welke voor de
opleiding relevante extracurriculaire activiteiten en door het College van Bestuur
erkende nevenactiviteiten hij voornemens is deel te nemen.
4.3.3 De opleidingsafdeling past bepaalde condities voor toegang tot hertentamens.
Deze kunnen gevonden worden op de website en e-prospectus.
4.3.4
NVT
4.3.5 De opleidingsafdeling past verdere eisen toe met betrekking tot voorkennis die
noodzakelijk is voor het deelnemen aan bepaalde onderdelen, tentamens of
praktijkoefeningen. Deze zijn een relevante Bachelor diploma om te participeren in
alle componenten. Eindopdrachten vereist de deelname aan (n.b. niet de succesvolle
afronding) van het trimester waarop deze opdracht betrekking heeft.
Artikel 4.4 Data van de tentamens
4.4.1 Voor zover die niet in de OER zijn vastgelegd, worden de data waarop
tentamens schriftelijk worden afgenomen uiterlijk een maand voor de aanvang van
het studiejaar door de commissie vastgesteld en bekendgemaakt.
4.4.2 Van de vastgestelde data zoals genoemd in 4.4.1 kan slechts worden
afgeweken in geval van overmacht of na verkregen instemming van de
opleidingscommissie en als de belangen van de studenten redelijkerwijs niet in
gedrang komen.
4.4.3 De data voor mondelinge tentamens worden vastgesteld door de examinator,
indien enigszins mogelijk in goed overleg met de examinandus
4.4.4 De provisies van 4.4.3 gelden ook zover mogelijk voor alle tentamens die een
andere vorm dan schriftelijk of mondeling hebben.
6
Artikel 4.5 Aanmelding voor en terugtrekking van tentamens
4.5.1 Een tentamen kan alleen worden afgelegd of het resultaat daarvan beoordeeld
worden dan nadat de student zich voor deelneming heeft aangemeld op een wijze die
is vastgesteld en bekendgemaakt door de commissie.
4.5.2 In bijzondere gevallen kan de commissie toestaan dat wordt afgeweken van
wat op grond van 4.5.1 is bepaald aangaande de uiterste datum en de wijze van
aanmelding.
4.5.3 Gedurende de periode waarin aanmelding voor een tentamen mogelijk is, is
terugtrekking op dezelfde wijze toegestaan.
4.5.4 Alleen in geval van persoonlijke omstandigheden, ter beoordeling door de
commissie, is terugtrekking mogelijk tussen het moment van verstrijken van de
aanmeldingstermijn en het begin van het tentamen.
4.5.5 Als een examinandus die zich heeft aangemeld en zich niet heeft
teruggetrokken het tentamen niettemin niet aflegt, dan wordt het tentamen geacht te
zijn afgelegd en beoordeeld met het cijfer 1, tenzij er sprake was van overmacht.
Artikel 4.6 Het afnemen van de tentamens
4.6.1 De betrokken examinator of examinatoren dragen er zo nodig zorg voor dat
ten behoeve van de schriftelijke tentaminering zo nodig surveillanten worden
aangewezen die erop toezien dat het tentamen in goede orde verloopt.
4.6.2 De examinandus dient zich op verzoek van of vanwege de examinator
deugdelijk te legitimeren.
4.6.3 Examinandi worden tot uiterlijk 30 minuten na de vastgestelde aanvangstijd
toegelaten tot de ruimte waarin het tentamen schriftelijk wordt afgenomen. De
examinandus mag de ruimte waarin het tentamen wordt afgenomen niet verlaten tot
één uur voor de vastgestelde eindtijd van het tentamen.
4.6.4 Communicatieapparatuur, waaronder mobiele telefoons, dient gedurende het
afnemen van het tentamen te zijn uitgeschakeld. Andere elektronische apparatuur
mag niet worden gebruikt dan met toestemming van de examinator.
4.6.5 De examinandus is verplicht de aanwijzingen van de commissie dan wel de
examinator die voor de aanvang van het tentamen zijn gepubliceerd, alsmede
aanwijzingen die tijdens en onmiddellijk na afloop van het tentamen worden gegeven,
op te volgen.
4.6.6 Indien de examinandus een of meer aanwijzingen als bedoeld in lid 4.6.2 en
4.6.5 niet opvolgt, dan kan hij door de examinator worden uitgesloten van de verdere
deelname aan het desbetreffende tentamen. De uitsluiting heeft tot gevolg dat het
resultaat van het tentamen beoordeeld wordt als 1 (uit 10). Voordat de examinator
een besluit tot uitsluiting neemt, stelt deze de examinandus in de gelegenheid te
worden gehoord.
4.6.7 De examinator stelt de commissie onverwijld schriftelijk in kennis van een
maatregel genomen op grond van het bepaalde in lid 4.7.8.
Artikel 4.7 Orde gedurende een praktijkoefening
4.7.1
De examinator van een praktijkoefening zorgt ervoor dat, indien noodzakelijk,
7
assistenten benoemd worden voor de praktische experimenten en zorg dragen dat het
tentamen ordelijk verloopt.
4.7.2 De student moet een valide (studenten) identificatiebewijs produceren als dit
verzorg wordt door of namens de examencommissie.
4.7.3 De student moet de instructies van een examinator van een praktische
oefening opvolgen, zowel voorafgaand als gedurende het practicum.
4.7.4 Een student die niet voldoet aan de regels zoals beschreven in Artikelen 4.7.2
en 4.7.3 kan uitgesloten worden door de examencommissie van verdere deelname
aan de relevante praktijkoefening. De consequentie van een dergelijke uitsluiting is
dat het resultaat van de praktijkoefening beoordeeld zal worden als 1 (uit 10).
Voordat de examinator een besluit tot uitsluiting neemt, stelt deze de examinandus in
de gelegenheid te worden gehoord.
Artikel 4.8 Mondelinge tentamens
4.8.1 Mondelinge tentamens worden gewoonlijk gehoord door 1 examinator. Op
verzoek van de student kan een mondeling tentamen gehoord worden door twee of
meer examinatoren.
4.8.2 De examencommissie kan besluiten dat een bepaald mondeling tentamen door
meer dan een student tegelijkertijd wordt afgenomen als de studenten hier mee
instemmen.
4.8.3 Het tentamen is openbaar, tenzij de examinator anders beslist indien de
examinandus daartegen gemotiveerd bezwaar maakt.
Artikel 4.9 Beoordeling van de eindopdrachten
De eindopdracht wordt altijd beoordeeld door twee examinatoren, welke overeen
moeten stemmen over het cijfer. Als de examinatoren niet tot overeenstemming
komen, zal de examencommissie een derde examinator aanwijzen. De derde
examinator maakt de uiteindelijke beslissing.
Artikel 4.10 Geldigheidsduur van tentamens
4.10.1 De geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens die in de OER is
vastgelegd wordt op verzoek van de examinandus door de commissie, gehoord de
betrokken examinator, met één jaar verlengd indien de leerdoelen van de
onderwijseenheid niet ingrijpend zijn veranderd.
Artikel 4.11 Inzage en bespreking
4.11.1 Gedurende de in de OER genoemde termijn kan kennis worden genomen van
de vragen en opdrachten van het desbetreffende tentamen, alsmede zo mogelijk van
de normen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden. De vragen en
opgaven kunnen éénmaal op een door de commissie aan te wijzen locatie gedurende
worden ingezien. Op geen enkele wijze mogen kopieën van de vragen en opgaven
worden gemaakt.
4.11.2 Indien tien of meer examinandi tegelijkertijd schriftelijk zijn getentamineerd,
dan houdt de examinator een collectieve nabespreking op een door hem vast te
stellen plaats en tijdstip.
8
Artikel 4.12 Vrijstelling van tentamens en praktische oefeningen
4.12.1 Een verzoek om vrijstelling van het afleggen van een of meer tentamens dan
wel van de verplichting tot deelneming aan een of meer praktische oefeningen als
bedoeld in de OER wordt door de examinandus schriftelijk en met valide redenen
omkleed ingediend bij de commissie.
4.12.2 De commissie beslist gemotiveerd binnen twintig werkdagen na de indiening
van het verzoek. Indien de commissie overweegt het verzoek niet in te willigen wordt
de examinandus in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Indien de commissie
niet heeft beslist binnen de genoemde termijn dan wordt het verzoek geacht te zijn
ingewilligd.
Artikel 4.13 Bewaartermijnen
4.13.1 In het kader van een tentamen gemaakt werk wordt gedurende een termijn
van ten minste twee jaar bewaard.
4.13.2 De eindopdracht van een student, inclusief het evaluatie formulier, wordt
bewaard voor tenminste twee jaar.
4.13.3 De besluiten van de commissie alsmede de uitslagen van afgelegde tentamens
en examen worden deugdelijk geregistreerd. Tot de geregistreerde gegevens hebben
uitsluitend diegenen toegang die daartoe door de commissie zijn gemachtigd.
Hoofdstuk 5
Examens en getuigschriften
Artikel 5.1 Het afleggen van het examen
5.1.1 In afwijking van 4.10.1 van het Onderwijs- en examenreglement kan de
examencommissie bepalen dat het examen tevens omvat een door haar zelf te
verrichten onderzoek als bedoeld in Artikel 4.2.1.
Artikel 5.2 Compensatie
In afwijking van de OER, behoeft niet ieder tentamen van het examen met goed
gevolg te zijn afgelegd, onder voorwaarde dat maximaal twee onderwijseenheden
onvoldoende zijn en dat zij gecompenseerd worden door behaalde resultaten in
andere onderwijseenheden.
Artikel 5.3 Goedkeuring
keuzeonderdelen
van
examenprogramma’s
en
Een verzoek tot goedkeuring van een examenprogramma als bedoeld in artikel 7.3d
van de Wet dient schriftelijk en gemotiveerd bij de commissie te worden ingediend. De
commissie beslist binnen dertig werkdagen na ontvangst van het verzoek. Bij het
uitblijven van een besluit binnen deze termijn wordt de commissie geacht de
gevraagde toestemming te hebben verleend.
Artikel 5.4 Getuigschrift en diplomasupplement
5.4.1
Ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd, wordt door de
9
commissie, nadat het College van Bestuur heeft verklaard dat aan de procedurele
eisen voor de afgifte is voldaan, een getuigschrift uitgereikt. Op dit getuigschrift
worden de gegevens vermeld als omschreven in artikel 7.11, tweede lid, van de Wet.
5.4.2 Het getuigschrift wordt opgesteld in het Nederlands en/of het Engels. Het
getuigschrift wordt namens de commissie ondertekend door de voorzitter. Bij
ontstentenis of afwezigheid van de voorzitter ondertekent de vice-voorzitter het
getuigschrift.
5.4.3 Degene die meer dan een tentamen met goed gevolg heeft afgelegd en aan
wie geen getuigschrift als bedoeld in kan worden uitgereikt, ontvangt desgevraagd
een door de commissie af te geven verklaring waarin in elk geval de tentamens zijn
vermeld die door hem met goed gevolg zijn afgelegd.
Artikel 5.5 Examenjudicium
5.5.1 De commissie verbindt aan de uitslag van het examen een eindoordeel over de
verrichtingen van de geëxamineerde. Dit oordeel is gebaseerd op het gemiddelde van
de cijfers die zijn behaald voor de tot het examen behorende onderwijseenheden
gewogen naar studielast.
5.5.2 Indien de uitkomst 8.0 of hoger is, dan verleent de commissie het predicaat
„cum laude”. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het predicaat „summa cum laude”
worden toegekend als het gewogen resultaat hoger is dan 9.0. Zie voor exacte
voorwaarden appendix I en de Artikelen 4.12.4, 4.12.5 en 4.12.6 van de OER.
5.5.3 In bijzondere gevallen kan de commissie
geëxamineerde afwijken van het bepaalde in 5.6.1.
in
het
voordeel
van
de
Artikel 5.6 Bewaartermijnen
De uitslagen van examens zijn openbaar. De examenregisters waarin de uitslagen van
de examens zijn vermeld worden voor altijd bewaard.
Artikel 5.7 Uitsluiting van de opleiding of bepaalde onderdelen
daarvan
5.7.1 Als een student door zijn gedragingen of uitlatingen blijk heeft gegeven van
ongeschiktheid voor de uitoefening van een of meer beroepen waartoe de door hem
gevolgde opleiding hem opleidt, dan wel voor de praktische voorbereiding op de
beroepsuitoefening, dan brengt de examencommissie desgevraagd advies uit aan het
College van Bestuur omtrent het weigeren dan wel beëindigen van de inschrijving van
de betrokken student voor de opleiding.
5.7.2 Indien de student, bedoeld in 5.7.1 is ingeschreven voor een andere opleiding
en daarbinnen het onderwijs volgt van een afstudeerrichting die overeenkomt met of
gelet op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening verwant is aan de
opleiding waarvoor de inschrijving met toepassing van artikel 7.42a, eerste lid, van de
wet is beëindigd, dan brengt de examencommissie desgevraagd advies uit aan het
College van Bestuur of het de student kan worden toegestaan die afstudeerrichting of
10
andere onderdelen van die opleiding te volgen.
5.7.3 De commissie brengt een advies als bedoeld in 5.3.2 of
werkdagen nadat daarom is verzocht.
Hoofdstuk 6
uit binnen tien
Fraude, onregelmatigheden en plagiaat
Artikel 6.1 Toegestane teksten, wetteksten
6.1.1 Als in de loop van een tentamen een student toegestaan is een tekst te
gebruiken dan mag deze tekst geen notities bevatten.
6.1.2
-
In 6.1.1, de term ‘notities’ omvat niet het volgende:
Onderstrepen, schaduwen
fluorescerende marker;
of
het
markeren
van
de
tekst
met
een
Referenties aan artikelen van een wet;
-
Referenties aan jurisprudentie en andere literatuur, onder voorwaarde dat deze
expliciet toegestaan zijn in het relevante tentamen
-
Marginale aantekeningen welke toegevoegd zijn door de editor van een
volume of wetgeving.
Artikel 6.2 Disciplinaire maatregelen genomen door de examinator
6.2.1 In geval van fraude tijdens het afleggen van een tentamen sluit de commissie
de examinandus uit van verdere deelname aan het betrokken tentamen. De
examinator kan elk object welke de student in bezit heeft en welke belang kan hebben
voor het vaststellen van een onregelmatigheid of fraude in beslag nemen.
6.2.2 Een student is verplicht op verzoek van de examinator elk object welke de
student in bezit heeft en welke belang kan hebben voor het vaststellen van een
onregelmatigheid of fraude te overhandigen. De in bezit genomen objecten zullen
binnen een redelijke termijn worden teruggegeven aan de student.
6.2.3 Als de examinator, onder voorbehoud de specificaties in artikel 1 van deze
paragraaf, van mening is dat op basis van de vastgestelde onregelmatigheid of fraude
een disciplinaire actie genomen moet worden tegen de student anders dan de
onmiddellijke uitsluiting van verdere deelname aan het tentamen, dan zal de
examinator contact opnemen met de examencommissie.
Artikel 6.3 Disciplinaire
examencommissie
maatregelen
genomen
door
de
6.3.1 In geval van een onregelmatigheid of fraude gedurende een tentamen, kan de
examencommissie ervoor kiezen de examinator, de student, de examinatoren en
andere partijen te horen.
6.3.2
De disciplinaire acties die genomen kunnen worden door de examencommissie
zijn:
11
a. Ongeldig verklaren van de resultaten van het tentamen;
b. Uitsluiting van deelname aan het tentamen voor welke de
onregelmatigheid of fraude is vastgesteld voor de maximale duur van 1
jaar en/of uitsluiting van deelname aan een of meerdere tentamens voor
de duur van maximaal 1 jaar en/of uitsluiting van deelname aan vakken,
tentamens of eindopdrachten van een of meerdere opleidingen
aangeboden door de Faculteit voor de duur van maximaal 1 jaar. Vakken
welke succesvol afgerond zijn aan een andere faculteit of een andere
hoger onderwijsinstellingen gedurende de uitsluitingsperiode (inclusief
essays, schriftelijk werk en scripties welke succesvol zijn afgerond)
kunnen op geen enkele wijze toegevoegd worden aan het curriculum.
c. In het geval van serieuze fraude kan het opleidingsbestuur, op voorstel
van de examencommissie, er voor kiezen de registratie van de student
voor de opleiding te beëindigen.
Artikel 6.4 Verdere bepalingen ten aanzien van de maatregelen
genomen door de examinator en examencommissie in
geval van onregelmatigheid of fraude
6.4.1 Als een onregelmatigheid of fraude bestaat uit het primair verstoren van de
redelijke orde van de procedure gedurende een tentamen, is het over het algemeen
voldoende voor de examinator om de student van het tentamen te verwijderen en de
student uit te sluiten van verdere deelname aan het tentamen. De examinator haalt
het tentamen papier van de student niet op, zodat niet geclaimd kan worden dat de
student deelgenomen heeft aan het tentamen. De examinator geeft de student geen
cijfer.
6.4.2 Als de onregelmatigheid of fraude niet primair bestaat uit een verstoring van
een de redelijke orde van de procedure gedurende een tentamen, kan de examinator
kiezen uit twee opties:
a. De examinator kan zelf de fraude of onregelmatigheid afhandelen en
geeft de student een cijfer 1 (uit tien);
b. De examinator kan de examencommissie vragen disciplinaire actie te
nemen. Mocht de examinator deze optie kiezen, dan kan hij nog steeds
de student een cijfer 1 (uit 10) geven: de disciplinaire acties genomen
door de examencommissie zullen dan supplementair zijn.
6.4.3 Als, als gevolg van een onregelmatigheid of fraude, de examinator de
examencommissie verzoekt om disciplinaire actie te ondernemen, zal de examinator
de objecten welke hij heeft ingenomen zoals onder Artikel 6.3 beschikbaar stellen aan
de examencommissie. Als de onregelmatigheid of fraude op welke basis de
examinator de examencommissie verzoekt disciplinaire actie te nemen bestaat uit
notities in een wettekst of andere tekstvolume, het gebruikmaken van middelen welke
niet toegestaan waren door de examinator (bijvoorbeeld een boek), etc. zal de
examinator kopieën van de ingenomen objecten beschikbaar stellen aan de
examencommissie in plaats van de objecten zelf. De examinator mag er voor kiezen,
in plaats van de ingenomen objecten of kopieën, een getuigenis van de vastgestelde
12
onregelmatigheid of fraude te overhandigen getekend door twee examinatoren.
6.4.4 Als de examinator kiest om te handelen naar aanleiding van een
onregelmatigheid of fraude zoals beschreven in paragraaf 1 of 2 onder (a), zal hij of
zij de voorzitter van de examencommissie zo snel mogelijk informeren over dit feit.
6.4.5 De examinandus wordt schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld van
een uitsluiting.
6.4.6 De examinandus kan bij de commissie een met redenen omkleed verzoek
indienen om de uitsluiting ongedaan te maken. Voordat de commissie een beslissing
neemt op een dergelijk verzoek stelt zij de examinandus in de gelegenheid te worden
gehoord. De examinandus kan zich bij die gelegenheid laten bijstaan door een
adviseur.
Artikel 6.5 Disciplinaire maatregelen in het geval van plagiaat
6.5.1 De examinator mag een essay, schriftelijk werk of onderzoeksopdracht ongeldig
verklaren in welke duidelijk plagiaat is aangetoond. Als de examinator ervoor kiest zelf
met het plagiaat om te gaan zal hij onmiddellijk de voorzitter van de
examencommissie informeren.
6.5.2 Als de examinator van mening is dat, naast het ongeldig verklaren van het
werk, een verdere disciplinaire maatregel moet genomen worden tegen de student zal
hij de examencommissie contacteren.
6.5.3 Als de examinator de examencommissie verzoekt disciplinaire maatregelen te
nemen als gevolg van plagiaat, zal de examinator bij de examencommissie het
relevante essay, schriftelijke werk of onderzoeksopdracht indienen.
6.5.4 In geval van verdenking van plagiaat, kan de examencommissie ervoor kiezen
de examinator, de student en andere partijen te horen.
6.5.5 De disciplinaire maatregelen welke de examencommissie kan nemen zijn:
a. Het ongeldig verklaren van een essay, schriftelijk werk, scriptie of
onderzoeksopdracht;
b. Uitsluiten van de student van deelname aan het schrijven van een essay,
schriftelijk werk, scriptie of onderzoeksopdracht voor welke plagiaat is
vastgesteld voor de duur van maximaal een jaar; in welk geval, binnen
de periode van uitsluiting, als een essay, schriftelijk werk, scriptie of
onderzoeksopdracht van dezelfde aard als voor welke plagiaat is
aangetoond succesvol volbracht wordt aan een andere faculteit of
instelling van hoger onderwijs, kan deze op geen enkele wijze
toegevoegd worden aan het curriculum van de student;
c. En/of uitsluiting van deelname aan een of meerdere tentamens
gedurende de periode van maximaal een jaar, en/of uitsluiting van
deelname aan vakken, tentamens en eindopdrachten van een of
meerdere opleidingen aangeboden door de Faculteit voor de duur van
maximaal een jaar. Vakken. Vakken welke succesvol afgerond zijn aan
een andere faculteit of een andere hoger onderwijsinstellingen gedurende
de uitsluitingsperiode (inclusief essays, schriftelijk werk en scripties
13
welke succesvol zijn afgerond) kunnen op geen enkele wijze toegevoegd
worden aan het curriculum.
d. In het geval van serieuze fraude kan het opleidingsbestuur, op voorstel
van de examencommissie, er voor kiezen de registratie van de student
voor de opleiding te beëindigen.
Hoofdstuk 7
Klachten, bezwaren en beroepen
Artikel 7.1 Indiening
7.1.1 Een student, kan een klacht en een beroep of bezwaar als bedoeld in artikel
7.61, eerste lid, van de Wet vanwege een genomen beslissing van de commissie of
door een of meerdere examinatoren aangewezen door de commissie.
7.1.2 De termijn voor het schriftelijk indienen van een beroep of bezwaar als
bedoeld in 7.1.1 bedraagt zes weken.
Artikel 7.2 Behandeling van klachten en bezwaren
Klachten en bezwaren zullen behandeld worden volgens de bestaande procedures als
vastgelegd in de reglementen van de Ombudsman, de Reglementen voor andere
klachten, de Reglementen van de procedure van College van Beroep voor Examens en
de Algemene administratieve Wet.
Artikel 7.3 Behandeling van beroepen
Adminsitratieve klachten zullen behandeld worden volgens de bestaande procedures.
Deze zijn opgenomen in de Reglementen van Procedure van de College van Beroep
voor Examens en de Studenten Charter.
Hoofdstuk 8
Jaarlijkse verslaggeving
Artikel 8.1 Verslaggeving
8.1.1 De examencommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden.
De examencommissie verstrekt het verslag aan het faculteitsbestuur.
8.1.2 Het verslag voldoet aan het door het College van Bestuur vastgestelde
standaardformat, en omvat in elk geval de voornaamste besluiten van de commissie
alsmede een beschrijving van de wijze waarop de commissie haar taak ten aanzien
van de kwaliteitsborging van tentamens als bedoeld in artikel 4.2 heeft vervuld.
Hoofdstuk 9
Slotbepalingen
Artikel 9.1 Bijzondere omstandigheden
9.1.1 In gevallen waarin deze regels en richtlijnen niet voorzien beslist de
commissie.
14
9.1.2 Indien in bijzondere gevallen onverkorte toepassing van hetgeen in deze
regels en richtlijnen is bepaald tot evidente onbillijkheid leidt, is de commissie
bevoegd anders te besluiten.
Artikel 9.2 Wijzigingen
9.2.1 Bij wijzigingen in deze regels en richtlijnen die betrekking hebben op het
lopende studiejaar, dan wel gewichtige gevolgen hebben voor degenen die daarvoor al
voor de opleiding waren ingeschreven, wordt zoveel mogelijk voorkomen dat de
belangen van de betrokken studenten worden geschaad.
Artikel 9.3 Inwerkingtreding
Deze regels en richtlijnen treden in werking op 01-09-2010
15
Bijlagen
Bijlage I: Cijfers, lof en aanwezigheid
Bijlage II: misdragingen, geschillen en beroep
Bijlage III: Modelverslag
16
Bijlage I: cijfers, lof en aanwezigheid
Cijfers
a. Onderdelen worden becijferd volgens het algemene cijfer schema zoals deze
gebruikt wordt door de Universiteit Leiden beschikbaar bij het OIC “Onderwijs
Informatie Centrum”. Op een schaal van 1 tot en met 10, de formele omschrijving
van de cijfers zijn als volgt:
10
Uitmuntend
9
Uitstekend
8
Erg goed
7
Goed
6
Voldoende
5 of minder Onvoldoende
b. Cijfers zullen bekend worden gemaakt maximaal 15 werkdagen na de datum van
het tentamen of de datum van indiening van een geschreven opdracht, tenzij de
student een ander schriftelijk bericht krijgt van de Leyden Academy.
c. Actieve participatie tijdens de les kan, onder de bevoegdheid van de docent van
het desbetreffende onderdeel, de student kwalificeren voor een hoger cijfer. De
maximale stijging van een cijfer voor lesparticipatie is 0.5.
d. Het gemiddelde cijfer van een student voor de opleiding wordt bepaald door het
gewogen gemiddelde van de behaalde cijfers voor elk onderdeel, op basis van het
aantal ECTS credits per onderdeel.
e. Nadat een docent van een onderdeel (examinator) het cijfer heeft ingediend bij het
studiesecretariaat/directie secretaresse, mag de docent dit cijfer alleen nog
veranderen als deze onjuist was als het gevolg van een rekenkundige,
administratieve, of een andere ‘mechanische’ fout. Een cijfer mag niet worden
veranderd als gevolg van her-evaluatie van het werk van een student, tenzij door
examencommissie.
f. Het is studenten niet toegestaan contact per email of op een andere manier met de
examinatoren te zoeken in betrekking tot het cijfer voor een tentamen, tenzij de
opleidingscoördinator de studenten heeft geïnformeerd dat een bepaalde
examinator bereid is om vragen te beantwoorden van individuele studenten
anders dan onder voorwaarden zoals vastgelegd in de OER.
g. Bij een herkansing van een geschreven opdracht, zoals genoemd in Artikel 4.1.1.
van de OER, zal een aftrek van 1 punt op het eindcijfer (op een schaal van 1-10)
plaatsvinden. De opdracht wordt op reguliere wijze nagekeken, en daarna wordt
een punt afgetrokken van het eindcijfer.
h. In geval van het overschrijden van een deadline voor een geschreven opdracht, zal
een aftrek van 1 punt op het eindcijfer (op een schaal van 1-10) plaatsvinden. De
17
opdracht wordt op reguliere wijze nagekeken, en daarna wordt een punt
afgetrokken van het eindcijfer.
Lof
a. Het diploma kan gewaadeerd worden met lof ‘Cum Laude’ of ‘Summa Cum Laude’.
b. Voor Cum Laude:
c.
Alle vakken moeten succesvol afgerond zijn met ten minste 7.0.
Een student moet een gewogen gemiddelde van 8.0 of hoger hebben.
Voor de eindopdrachten zijn de resultaten ten minste 8.0.
Het volledige curriculum van de opleiding is volbracht binnen 2 jaar.
Voor Summa Cum Laude:
-
Alle vakken moeten succesvol afgerond zijn met ten minste 8.0.
Een student moet een gewogen gemiddelde van 8.0 of hoger hebben.
Voor de eindopdrachten zijn de resultaten ten minste 9.0.
Het volledige curriculum van de opleiding is volbracht binnen 1 jaar.
d. Voor het bepalen van het judicium kunnen andere overwegingen een rol spelen.
Daarbij valt te denken aan aspecten zoals de ontwikkeling die de student tijdens
de opleiding heeft doorgemaakt, bepaalde uitzonderlijke prestaties die hij/zij heeft
geleverd heeft in het eindwerkstuk of scriptie of andere relevante bijzondere
omstandigheden.
Aanwezigheid
a. Aanwezigheid bij alle colleges is verplicht. Als de student meer dan twintig procent
van de lesmomenten per onderdeel afwezig is, dan kan de student de toegang tot
het tentamen worden geweigerd, inclusief de herkansing, voor het onderdeel. In
dat geval zal een student op de hoogte worden gesteld door de Leyden Academy
dat de persoon in kwestie is gezakt voor het onderdeel en het betreffende
onderdeel in zijn geheel dient over te doen in het daaropvolgende academische
jaar.
b. Ten aanzien van bovenstaande eis, uitzonderlijk als het aantal colleges gelijk of
minder is dan vier, dan mag de student niet meer dan één keer afwezig zijn.
c. In speciale omstandigheden, kan de examencommissie besluiten, in gevallen van
absentie, Artikel 4.6.17 dat de betrokken student wel aan het examen mag
deelnemen.
18
Bijlage II Misdragingen, Geschillen en Beroep
Misdragingen
a. Misdragingen door een student kunnen resulteren voor de student in een
onvoldoende voor een bepaald onderdeel of een uitsluiting van de student van de
opleiding, vgl. Artikel 5.7.
Misdragingen omvat, inter alia:

Het kopiëren, fotograferen, of manueel kopiëren van enig tentamenvraag
en/of antwoord.

Bedrog en collusie.

Plagiaat i.e., het reproduceren en het inleveren van werk van een ander
persoon voor een opdracht, ongeacht in zijn geheel of gedeeltelijk of zonder
medeweten van de andere persoon, zonder daarbij de geachte attributie aan die
andere persoon.

Het indienen van enig werk dat al eerder is ingeleverd als onderdeel van een
ander onderdeel binnen de opleiding of op enige andere universiteit, college of
school.

Handelen, of assisteren van een ander persoon, om iets onrechtmatigs te doen
in verband met enige vorm van opdrachten of tentamens.

Wanorde veroorzaken, al dan niet onder invloed van alcohol en/of verslavende
middelen, in of rondom de Leyden Academy.

Intimideren of bedreigen, in enige vorm, medestudenten, administratieve of
academische personeel.
b. Geschillen
-
Enig geschil over de opdrachten voor het onderdeel dienen te worden
behandeld door de examencommissie die voor de betreffende opleiding handelt.
-
Als een geschil niet kan worden opgelost, kan de student een klacht indienen
bij het College van Beroep voor Examens, wiens beslissing definitief is.
c. Beroep
Studenten kunnen beroep tegen beslissingen van de examencommissie aantekenen
bij het College van Beroep voor Examens van de Universiteit Leiden (Centrale
Examencommissie van het College van Beroep voor Examens van de Universiteit).
d. Procedure van Beroep
- Een student mag een klacht indienen bij het College van Beroep voor Examens
vanaf het begin van zijn/haar registratie als een student tot en met twee
maanden na de beëindiging van de registratie als zijnde student.
19
- Onder de bevoegdheid van het College van Beroep voor Examens, mag
persoonlijk of schriftelijk beroep worden ingediend.
- Het College van Beroep voor Examens, voorafgaand aan en tijdens het uitvoeren
van een beroep, mag de zaak onder beroep uitzoeken op een wijze die het
College wettelijk en eerlijk acht.
- Tijdens een beroepsverhoor mag een student:

persoonlijk komen, met of zonder de assistentie van een ander persoon; of

vertegenwoordigd worden, al dan niet in het bijzijn van de student, of een
ander persoon;

mag presenteren, of er wordt gepresenteerd namens de student, als bewijs of
ter ondersteuning van haar/zijn zaak

als een student niet komt opdagen, ofwel in persoon of door een
vertegenwoordiger, bij een beroepsverhoor op de overeengekomen dag, het
overeengekomen tijdstip en de overeengekomen plaats, kan het College van
Beroep voor Examens haar bevoegdheden uitoefenen in absentie van de student.
- Na het beschouwen van het bewijs en de gepresenteerde vertegenwoordiging
ingediend door of op verzoek van de student en de betrokken opleiding op het
beroepsverhoor, moet het College van Beroep voor examens:

de beslissing van de examencommissie bevestigen, veranderen of aan de kant
zetten gedurende het verhoor;

het advies bevestigen of aan de kant zetten dat de student gezakt is voor een
onderdeel;

een schriftelijke berisping aan de student bevestigen of aan de kant zetten;

een bestaand bevel tot de schorsing of beëindiging van de inschrijving van een
student bevestigen, veranderen of aan de kant zetten.
- Het College van Beroep voor Examens zal schriftelijk meedelen aan de student
welke beslissing er is genomen tijdens het verhoor om een beslissing, berisping
of bevel te bevestigen, veranderen of aan de kant te zetten en zal ook, in deze
kennisgeving, de redenen voor dit besluit toelichten.
- De beslissing van het College van Beroep zal medegedeeld worden aan de
student binnen één maand na de bijeenkomst van het College van Beroep.
Een beslissing van het college van beroep is definitief.
20
Bijlage III Modelverslag
Verslag
van
de
examencommissie
van
opleiding(en) ... over het academisch jaar …
Hoofdstuk 1
Inleiding
Hoofdstuk 2
De commissie en de examinatoren
de
Samenstelling van de commissie
Aangewezen examinatoren
Hoofdstuk 3
Kwaliteitszorg
Beoordeling en bewaking van de kwaliteit van de tentamens
Maatregelen van de commissie ter verbetering van de kwaliteit
Scholing van leden van de commissie en van examinatoren
Hoofdstuk 4
De tentamens [facultatief]
Verleende vrijstellingen van het afleggen van tentamens
Verleende vrijstellingen van deelneming aan praktische oefeningen
Opmerkingen t.a.v. de tentamens
Hoofdstuk 5
De examens [facultatief]
Examenjudicia, verleende predicaten
Opmerkingen t.a.v. de examens
Hoofdstuk 6
Kwantitatieve gegevens [facultatief]
21
JAARVERSLAG ACADEMISCH JAAR 20..-20..
van de EXAMENCOMMISSIE van de opleiding(en)
……………………….
CROHO nummer(s) van de opleiding(en) die ressorteren
onder de examencommissie
Samenstelling examencommissie:
Door de ex. cie. gekozen voorzitter
Lid 1
Lid 2
Lid 3
Lid 4
Ambtelijk secretaris:
Benoemingstermijn van de leden:
Aantal vergaderingen examencommissie
Subcommissies vallend onder de examencommissie
…
…
…
Onderwijs- en Examenregeling(en) van de opleiding(en)
‘Regels en richtlijnen’ van de examencommissie (ex
artikel 7.12 WHW)
Totaal aantal studenten:
Aantal uitgereikte diploma’s:
CROHO ..
CROHO ..
Aantal cum laudes:
CROHO ..
CROHO ..
Procedure van aanwijzing van de examinatoren in de
opleiding(en)
Toetsbeleid van de opleiding is vastgesteld op:
Kernelementen toetsbeleid:
Toetsplan voor opleiding CROHO ……. is vastgesteld door
Instituutsbestuur op:
Kernelementen:
Plagiaatpreventie door:
Aantal gevallen geconstateerd plagiaat:
Overzicht van genomen maatregelen:
Andere fraude: aantal gevallen:
Vormen:
Overzicht van genomen maatregelen:
Aantal klachten ingediend door studenten bij de
examencommissie (ex art. 7.12 b lid 4 WHW)
Aantal studenten aan wie toestemming verleend is om
een door de student zelf samengesteld
onderwijsprogramma te volgen:
..
..
Artikel .. Faculteitsreglement
..
..
..
..
..
..
Drie jaar.
..
Wijze en frequentie van rapportage/verantwoording
aan examencommissie
Vastgesteld door RvB op .. juni 201.
Vastgesteld op …
Gepubliceerd in ….
Zie Opleidingsjaarverslag 20..-..
..
..
… cum laudes (= ..%)
… cum laudes (= ..%)
..
..
.
..
…………………..
..
..
…………………..
..
..
22
Aantal studenten dat bij het College van Beroep voor de
Examens een bezwaarschrift/beroepschrift heeft
ingediend n.a.v. een klacht over een tentamen of
examen
Aantal studenten aan wie vrijstellingen verleend zijn
..
voor het afleggen van één of meer tentamens
Aantal studenten aan wie verlenging is verstrekt van de
..
geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegde
tentamen:
Aantal studenten aan wie toestemming is verleend een
..
tentamen af te leggen op andere wijze dan in de
onderwijs- en examenregeling voorzien:
Aantal studenten voor wie bepaald is dat een tentamen ..
in de openbaarheid wordt afgenomen, in afwijking van
het bepaalde in de onderwijs- en examenregeling:
Aantal studenten aan wie vrijstelling is verleend van de
..
verplichting tot deelnemen aan praktische oefeningen:
Aantal studenten bij wie toegang is verleend tot
..
onderdelen van het afsluitend examen voordat deze het
propedeutisch examen met goed gevolg heeft afgelegd:
Aantal studenten aan wie een verklaring is afgegeven
..
met vermelding van aantal behaalde tentamens ,
studenten die het getuigschrift van het afsluitend
examen niet behaald hebben:
Aantal BSA negatieve adviezen, namens
examencommissie uitgebracht:
CROHO ……:
… negatieve adviezen (= ..%)
Terugblik op aandachtspunten van de Examencommissie uit het afgelopen academische jaar 20..-20...
(Hoofdthema: zorg met betrekking tot de borging van de kwaliteit van examens en tentamens in de
opleiding(en); vaststelling van richtlijnen en aanwijzingen (binnen het kader van de onderwijs- en
examenregeling) m.b.t. beoordeling en vaststelling van uitslag van tentamens.)
Terugblik:
…..
Conclusies en actiepunten voor het huidige academische jaar 20..-20... (Wat de examencommissie in het
huidige academische jaar gaat aanpakken, op welke punten er aanleiding is voor nader onderzoek en nader
beleid, en welke onderwerpen aandacht op langere termijn vragen.)
Conclusies en actiepunten:
………
Dit jaarverslag van de Examencommissie is:
Geconcipieerd door:
Besproken in de Examencommissie op:
De ambtelijk secretaris van de examencommissie
..
..
Vastgesteld door de Examencommissie op:
23
24