Ontwerp-projectplan fase 5/6b Meander Hersend en Aaveld

Projectplan Hersend en Aaveld
Dynamisch Beekdal, fase 5 en 6b
Ontwerp
's-Hertogenbosch, 9 april 2014
Pagina 2 van 89
Inhoud
LEESWIJZER ................................................................................................................................... 5
DEEL I
AANLEG VAN HET DYNAMISCH BEEKDAL: DEELTRAJECTEN HERSEND-AAVELD ............. 7
1.
AANLEIDING EN DOEL.......................................................................................................... 7
2.
LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED .............................................................................. 8
3.
Huidige situatie.................................................................................................................... 9
4.
BESCHRIJVING VAN DE WATERSTAATSWERKEN EN OVERIGE WERKZAAMHEDEN .......... 11
4.1
Herinrichting Hersend ................................................................................................... 11
4.2
Herinrichting Aaveld ...................................................................................................... 17
5.
BESCHIKBAARHEID GRONDEN ........................................................................................... 22
6.
EFFECTEN VAN HET PLAN .................................................................................................. 22
7.
WIJZE WAAROP HET WERK ZAL WORDEN UITGEVOERD .................................................. 23
8.
BESCHRIJVING VAN DE TE TREFFEN VOORZIENINGEN, GERICHT OP HET ONGEDAAN
MAKEN OF BEPERKEN VAN NADELIGE GEVOLGEN ........................................................................... 24
8.1
Beperken nadelige gevolgen van het plan .................................................................... 24
8.2
Beperken nadelige gevolgen van de uitvoering ............................................................ 24
8.3
Financieel nadeel ........................................................................................................... 25
9.
LEGGER, BEHEER EN ONDERHOUD ................................................................................... 26
9.1
Legger ............................................................................................................................ 26
9.2
Beheer en onderhoud ................................................................................................... 26
10.
DEEL II
1.
SAMENWERKING ............................................................................................................... 28
VERANTWOORDING ...................................................................................................... 29
VERANTWOORDING OP BASIS VAN WET- EN REGELGEVING............................................ 29
1.1 Voorkoming en waar nodig beperking overstromingen, wateroverlast en
waterschaarste .............................................................................................................................. 29
1.2 Bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van
watersystemen .............................................................................................................................. 30
1.3 Vervulling van de maatschappelijke functies van het watersysteem ............................... 30
1.4 Overige regelgeving .......................................................................................................... 30
2.
VERANTWOORDING OP BASIS VAN BELEID ...................................................................... 31
2.1
Toets beleid waterschap ............................................................................................... 31
2.2
Toets overige beleid ...................................................................................................... 31
2.3
Planologische inpassing ................................................................................................. 32
3
VERANTWOORDING VAN DE KEUZES IN HET PROJECT ..................................................... 33
4
BENODIGDE VERGUNNINGEN EN MELDINGEN ................................................................. 34
DEEL III
RECHTSBESCHERMING .................................................................................................. 36
DEEL IV
BIJLAGEN ....................................................................................................................... 37
Bijlage 1: Ecologisch streefbeeld van de Aa................................................................................ 38
Bijlage 2 Beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, de cultuurhistorie en de archeologische
waarden van en in het landschap ..................................................................................................... 41
Pagina 3 van 89
Bijlage 3: Hydrologisch achtergronddocument .......................................................................... 47
Bijlage 4: Landschapsbeeld totaal............................................................................................... 69
Bijlage 5: Achtergronddocument waterkeringen ....................................................................... 71
Bijlage 6: Kaartmateriaal Hersend .............................................................................................. 73
Bijlage 7: Kaartmateriaal Aaveld ................................................................................................. 75
Bijlage 8: Protocol waterberging ................................................................................................ 77
Bijlage 9: Beheer- en onderhoudsrichtlijn .................................................................................. 79
Pagina 4 van 89
LEESWIJZER
Het projectplan voor de deeltrajecten Hersend en Aaveld, fase 5 en 6b van het Dynamisch
Beekdal, bestaat uit vier delen. Deel I beschrijft de huidige situatie, wat het waterschap gaat doen en
de wijze van uitvoering van het werk. Deel II geeft een toelichting op waarom dit werk wordt
uitgevoerd. Dit deel is, met andere woorden, de onderbouwing van het plan. Deel III geeft informatie
over de rechtsbescherming en de procedures, en deel IV bevat de bijlagen. Hierin zijn kaartmateriaal,
rapporten en onderzoeken die voor het plan van belang zijn, opgenomen.
Pagina 5 van 89
Pagina 6 van 89
DEEL I
AANLEG VAN HET DYNAMISCH BEEKDAL: DEELTRAJECTEN HERSENDAAVELD
1. AANLEIDING EN DOEL
In het Waterbeheerplan (WBP) 2010-2015 van waterschap Aa en Maas zijn de beleidsopgaven voor
de komende jaren vastgelegd. Klimaat en maatschappij veranderen momenteel snel. Om ook in de
toekomst op een prettige manier te kunnen wonen, werken en recreëren moet de komende jaren
veel aan het watersysteem gebeuren. Nieuwe doelstellingen zijn geïntroduceerd als gevolg van het
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Kader Richtlijn Water (KRW). Samen met het Rijk, de
provincie Noord-Brabant en de gemeenten in het beheersgebied van het waterschap is bepaald
welke maatregelen het waterschap moet uitvoeren om de gemeenschappelijke ambities waar te
maken.
In het kader van bovenstaand beleid wil het waterschap het watersysteem zo ontwikkelen, beheren
en in stand houden dat gezonde en veerkrachtige watersystemen bestaan, die ruimte bieden aan een
duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied. Met de aanleg van het Dynamisch Beekdal
wordt wateroverlast in ´s-Hertogenbosch voorkomen en verbeteren de (verloren gegane)
natuurwaarden (goede ecologisch toestand) van het oppervlaktewater. Hierbij is de veiligheid
gewaarborgd en is er ook oog voor economische aspecten.
Het beekdal van de Aa tussen Veghel en ’s-Hertogenbosch moet natuurlijker gaan functioneren. Het
streefbeeld voor de Aa is een langzaam stromende benedenloop van een laaglandbeek. De beek
slingert binnen een brede natuurstrook (gemiddeld 100 – 120 meter), bestaande uit (riet)moeras,
bloemrijke graslanden, ruigtes en bosjes afgewisseld met oude meanders en poelen. De beek die in
het verleden recht is getrokken (gekanaliseerd) met het oog op een snellere afvoer van water, geven
we nu haar ‘speelse en vrije loop’ weer terug. In en langs de beek vinden spontane natuurlijke
processen plaats, waarbij het stromende water zorgt voor sedimentatie en erosie. Binnenbochten
slibben aan tot flauwe oevers. Buitenbochten schuren uit en er blijven steile en holle oevers over. De
beekbodem zelf is rijk aan stroomkuilen en zandbedjes. Dit is belangrijk voor o.a. de volgende typisch
beeknatuur: winde en kopvoorn, moerasvogels, dotterbloem, kamsalamander, waterspitsmuis, bever
en ijsvogel. Voor meer informatie over het streefbeeld van de Aa: zie bijlage 1.
Met de herinrichting wordt tevens ’s-Hertogenbosch en de haar omliggende dorpen beschermd
tegen bestaande wateroverlast, maar wordt ook rekening gehouden met de klimaatontwikkeling.
Langs de beek gelegen landbouwgronden blijven in landbouwkundig gebruik. De lagere gelegen
landbouwgronden worden ingezet om water te bergen (parkeren) gedurende periodes waarin sprake
is van extreme afvoeren; afvoeren die eens in de 100 jaar zich voordoen. Dit voorkomt wateroverlast
in
woonkernen
en
de
daaraan
verwante
schade
is
minimaal.
De recreatie en de bestaande cultuurhistorische en archeologische waardevolle elementen wordt
afgestemd op de nieuwe inrichting van het gebied. Extensieve (watergebonden) recreatie, zoals
kanovaart, struinen door het dal, fietsen/wandelen over de kaden wordt ingepast en waardevolle
elementen geaccentueerd daar deze niet botsen met overige gebruikersfuncties van het gebied.
Pagina 7 van 89
2. LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED
In figuur 1 is het totale projectgebied voor het Dynamisch Beekdal weergegeven. De fasen 1 en 2
(Meander Assendelft en meander kasteel Heeswijk) zijn uitgevoerd. De planvorming voor fase 3 en 4
(Molenhoek, Middelrode en Seldensate) wordt op dit moment voorbereid. Voor fase 6a (De Hasselt)
is in het najaar van 2013 een projectplan opgesteld en wordt de uitvoering op dit moment
voorbereid. Dit projectplan is opgesteld voor de fasen 5 en 6b (Hersend en Aaveld). De gebieden
Hersend en Aaveld liggen beiden in de gemeente Sint-Michielsgestel. Het deel van Aaveld direct
benedenstrooms aan de Runweg (parallel aan de nieuw aan te leggen N279) wordt voorlopig nog
niet gerealiseerd in verband met gebrek aan verworven gronden
Figuur 1: Afbeelding verschillende fasen in het Dynamisch Beekdal, met blauw omcirkeld het projectgebied
Pagina 8 van 89
3. Huidige situatie
In het projectgebied is de Aa een afwateringskanaal met een doorvoerfunctie voor het water van het
bovenstroomse gebied. De Aa loost het water via de StadsAa en de Dieze bij Crèvecoeur op de Maas.
Het benedenstroomse deel van de Aa en het beekdal zijn in ecologisch opzicht matig tot slecht
ontwikkeld. Door het kanaliseren van de beek in de jaren ‘30 zijn veel natuurwaarden die typisch zijn
voor beekdalen, verloren gegaan. Door de kanalisatie is de gemiddelde stroomsnelheid van het water
en de natuurlijkheid van oevers en waterbodem sterk achteruit gegaan. Voldoende zuurstof in het
water, rijk begroeide oevers en natuurlijke processen als oevererosie, zandbankvorming zijn
essentieel als leefgebied voor typische beekdieren als kopvoorn en kokerjuffers.
Figuur 2: Foto met van huidige, gekanaliseerde Aa
Waterplanten die veel voorkomen in de beek zijn onder andere grof hoornblad, gele plomp, pijlkruid,
grote egelskop en gewoon sterrenkroos. Dit zijn soorten die kenmerkend zijn voor matig tot
voedselrijk, stilstaand tot zeer langzaam stromend water. De beek heeft, vooral in de zomer, een te
geringe stroming. De oevers zijn begroeid met ruige vegetatie van brandnetel, grassen en soms riet.
De visstand van de Aa bestaat vooral uit algemene soorten als baars en blankvoorn. Kenmerkende
beekvissen als serpeling en kopvoorn ontbreken. Riviergrondel, winde en bermpje komen
mondjesmaat voor. Kleine modderkruiper is een beschermde vissoort die in de Aa voorkomt.
Hoewel dit traject van de Aa niet onderzocht is, is van het bovenstroomse traject bekend dat ook van
macrofauna (kleine waterdieren) vooral algemene soorten voorkomen (van stilstaand water).
Naast de das en kleine modderkruiper komen in het gebied mogelijk de beschermde steenanjer (op
de kade), de waterspitsmuis, de kamsalamander en de grote modderkruiper voor. Dit wordt in mei
nader onderzocht (het onderzoek kan pas dan uitgevoerd worden in verband met wettelijke
termijnen). De resultaten worden meegenomen in het nog op te stellen ecologisch werkprotocol. In
een bosje nabij Hersend is een roofvogelhorst aanwezig. Nabij Beekveld moet mogelijk rekening
gehouden worden met de aanwezigheid van vleermuizen. Ook dit wordt meegenomen in het
ecologisch werkprotocol.
De kades langs de Aa zorgen ervoor dat bij hoge waterstanden op de Maas de omliggende gronden
niet overstromen.
Door de kades en de hoge waterstanden, kan het water van de omliggende percelen niet
rechtstreeks lozen op de Aa. Dit water wordt daarom afgevoerd via parallelsloten, die verder
benedenstrooms worden bemalen. Dit gebeurt nu nog door gemaal Steenen Kamer, maar met de
aanleg van de sifon onder de nieuwe Zuid-Willemsvaart door wordt het gemaal Steenen Kamer, nabij
de zandvang, vervangen door twee nieuwe gemalen. De bouw van deze nieuwe gemalen maken
geen onderdeel uit van dit projectplan. Ze zijn opgenomen in de werkzaamheden ten behoeve van de
verlegging van de Zuid-Willemsvaart.
De parallelsloten, en niet de Aa zelf, zorgen voor de af- en ontwatering van het beekdal. Deze
waterlopen bepalen de grondwaterstand en vangen ook de kwel in het beekdal af. Het grondwater in
het gebied is afgestemd op het huidige gebruik, dat voornamelijk uit landbouw bestaat. Zie voor een
meer gedetailleerde beschrijving van de waterhuishouding bijlage 3.
Pagina 9 van 89
Het bovenstroomse traject Hersend is grotendeels in extensief agrarisch gebruik, maar herbergt nog
veel interessante natuurelementen. Het landschap is kleinschalig met elzensingels en rijen
knotwilgen. Helemaal in het noorden is een moerasbos aanwezig in een voormalige restgeul van de
Aa (Moerputten). Op de hogere gronden, Westakkers, net buiten het plangebied is een dassenburcht
aanwezig. Het benedenstroomse beekdal (Beekveld) is geheel in agrarisch gebruik en heeft
nauwelijks natuurwaarden.
De Aa maakt onderdeel uit van een regionale kanovaarroute, tevens zijn de visrechten verhuurd.
Door het gebied lopen enkele wandelpaden (onder andere de landelijke wandelroute het
Hertogenpad) en er loopt een fietsverbinding.
In bijlage 2 is een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, de cultuurhistorie en de archeologische
waarden van het beekdal van de Aa aanwezig.
Pagina 10 van 89
4. BESCHRIJVING VAN DE WATERSTAATSWERKEN EN OVERIGE WERKZAAMHEDEN
De huidige situatie van het beekdal van de Aa voldoet niet aan de huidige eisen op het gebied van
waterafvoer en ecologie. Het nieuwe beekdal moet zorgen voor voldoende afvoer van water voor het
aangrenzend landgebruik (landbouw), waterberging ter bescherming van Den Bosch en goede
randvoorwaarden voor een natuurlijker beeksysteem.
De keuze voor het type maatregelen wordt onder andere bepaald door de eisen en
randvoorwaarden vanuit de waterafvoer en ecologie. Dimensionering en ligging van de watergangen,
het huidig gebruik, aanwezige landschapselementen, beschikbaarheid van gronden en hydraulische
eisen bepalen het ontwerp en ligging van de nieuwe Aa. In tabel 1 is een samenvatting gegeven van
de uit te voeren maatregelen per onderdeel. De onderdelen zijn gecategoriseerd per beleidsdoel.
Daarbij moet wel worden gezegd dat een maatregel bij een bepaald beleidsdoel ook een gunstig
effect kan hebben op (een) ander(e) beleidsdoel(en). In totaal wordt:
 550.000 m³ waterberging aangelegd;
 3,1 km beekherstel in de vorm van (laagland)beek;
 3,1km ecologische verbindingszone (EVZ) aangelegd;
 3,4 km watergebonden recreatieroute aangelegd;
 14,6 hectaren landbouwgebied heringericht.
De beschreven maatregelen voor waterhuishoudkundige herinrichting gelden als wijzigingen van het
oppervlaktewaterlichaam. In bijlage 4 is een overzichtskaart opgenomen met de te nemen
maatregelen. Deze maatregelen worden in de paragrafen 4.1 en 4.2 verder uitgewerkt en per
beleidsdoel behandeld.
Nr.
Beleid
Doel
1
KRW, PWP, WBP
2
KRW, PWP, WBP
4
5
KRW, PWP, WBP
KRW, PWP, WBP
6
KRW, PWP, WBP
Beekherstel – Ruimte voor waterplanten
en spontane oeverontwikkeling
7
PWP, WBP
EVZ – Verbeteren ecologische waardes
8
PWP, WBP
EVZ – aanleggen landschapselementen,
kleinschaliger landschap
9
Nota Recreatie
10
WBP
Recreatie – Realisatie
recreatiemogelijkheden
Landschap aanpassen aan nieuwe functie
11
Waterberging – Realiseren gestuurde
waterberging (t=100)
Beekherstel – Creëren natuurlijke
fluctuatie in waterstanden en
stroomsnelheden
Beekherstel – Wateroverlast voorkomen
Beekherstel – Verbeteren waterkwaliteit
WBP, Beheerplan
Maatregelen voor beheer en onderhoud
Watergangen
Tabel 1: Overzicht maatregelen per beleidsdoel
Maatregel(en)
Aanleg kades, aanleg inlaatvoorziening, afgraven
grond
Aanbrengen nieuw beekprofiel met klein
slingerend zomerbed en breed winterbed,
verwijderen stuw
Aanleg en verplaatsen van kades
Meander Hersend: Verbeteren waterkwaliteit door
wegnemen instroom landbouwwater en baggeren.
Tevens bemestingsbeperking op percelen rondom
meander.
Breed, flauw oplopend winterbed, extensief
beheer, toestaan van erosie- en
sedimentatieprocessen
Aanleg plasdraszones, extensief beheer
(natuurbegrazing of hooilandbeheer)
Aanleg poelen, planten struweel, passeerbaar
maken wegenstructuur en verwijderen stuw
(vismigratie)
Aanleg wandelpaden, aanleg kano in- en
uitstapplaats, aanleg recreatief rustpunt
Dempen niet meer te gebruiken delen van de Aa,
verwijderen stuw, aanleggen detailafwatering en
aanpassing structuur sloten
Plaatsen hekwerk, aanleg wildroosters, plaatsen
klaphekken, plaatsen poorten
Bovenstaande opsomming van te realiseren doelen en te nemen maatregelen gelden voor het gehele
projectgebied. In de volgende paragraven wordt per deeltraject (Hersend en Aaveld) ingegaan op de
te nemen maatregelen. Tevens wordt per maatregel aangegeven of het hier gaat om een zogenaamd
waterstaatswerk of niet.
4.1
Herinrichting Hersend
Pagina 11 van 89
Figuur 3 geeft het inrichtingsbeeld weer van de toekomstige situatie. Deze figuur is tevens als bijlage
6.1 opgenomen. In onderstaande tekst wordt in grote lijnen uiteengezet welke maatregelen er
genomen worden, waarna vervolgens in de vorm van een aantal tabellen de maatregelen beschreven
zijn.
Figuur 3: Inrichtingsbeeld Hersend
Ten noorden van de huidige Aa wordt een nieuwe licht meanderende Aa gegraven, met een nieuw
beekprofiel: een klein zomerbed en breed winterbed. In de zomer, wanneer er weinig afvoer is, blijft
de Aa door het smalle zomerbed de gewenste stroomsnelheid, en daarmee zuurstofgehalte,
behouden. In de winter, bij hoge afvoeren, gaat het brede winterbed mee stromen. De huidige Aa
wordt daarom geheel of gedeeltelijk gedempt.
Pagina 12 van 89
Figuur 5: Principeprofiel oude (boven) en nieuwe (onder) situatie
In de ecologische zone, die gemiddeld 100 tot 120 meter breed is, worden een aantal poelen
gegraven. Deze poelen liggen maximaal 500 meter van elkaar vandaan om optimale verbinding voor
amfibieën mogelijk te maken. De poelen worden zo aangelegd dat ze om de paar jaar droog vallen of
niet vaker dan eens in de tien jaar inunderen met water uit de Aa. Dit is belangrijk om te voorkomen
dat vis in de poelen kan overleven, deze eten namelijk de eitjes van amfibieën. Het bestaande plasje
nabij de Runweg en de slootjes bovenstrooms Hersend komen ook beter tot uiting als leefomgeving
voor amfibieën.
De kade aan de noordzijde van de huidige Aa wordt verwijderd. Aan de rand van de ecologische zone
wordt een nieuwe kade gelegd. In de bijlagen is een notitie opgenomen over de dimensionering van
de nieuw aan te leggen kades (zie ook bijlage 5). De brug over de Aa bij Hersend blijft gehandhaafd,
hier blijft het profiel van de Aa hetzelfde als nu zodat deze onder de brug door kan. Het peilbeheer
van het agrarisch gebied aan de zuidzijde wordt geoptimaliseerd. Met water aan- en afvoer wordt
een peil gerealiseerd, dat afgestemd is op de gebruiksfunctie landgoed en landbouw. Het water
wordt met een sifon onder de Aa in benedenstroomse afgevoerd naar gemalen buiten het
projectgebied De aansluiting van de slotenstructuur wordt in deze fase meegenomen, aangezien de
afwatering van de landbouwpercelen nu uitmondt in het projectgebied. Daarnaast wordt met deze
slotenstructuur een nieuwe waterhuishouding voor landgoed Seldensate gerealiseerd.
Benedenstrooms van dit traject sluit de Aa aan op de door de provincie te vergraven Aa in het kader
van de verbreding van de N279.
De gronden ten zuiden van de huidige Aa blijven geschikt voor landbouwgebruik en worden niet
ingezet voor waterberging.
Voor de oude meander wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit. Daarom wordt
zij eenmalig opgeschoond. Dit betekent dat de meander gebaggerd wordt waarbij een klein deel blijft
zitten zodat waterplanten en waterdieren van daaruit weer kunnen herkoloniseren. Daarnaast wordt
er een beperking voor het gebruik van bemesting op de percelen om de meander gelegd. Zo wordt
voorkomen dat er voedselrijk landbouwwater en effluentwater de meander in stroomt. Door het niet
aantakken op de Aa en overig slotensysteem (door landbouw beïnvloed water) wordt de meander
door grond- en regenwater gevoed, wat de kwaliteit van het water ten goede komt, met name voor
stilstaand water is dit een belangrijke voorwaarde.
Ten behoeve van struweelvogels worden diverse struwelen aangeplant. Deels zijn dit besdragende
soorten als lijsterbes en meidoorn. Daarnaast mag er direct langs de beek spontane ontwikkeling van
elzen en wilgen plaats vinden.
Pagina 13 van 89
In het gebied Hersend worden waar mogelijk extensieve recreatiemogelijkheden aangelegd. Door en
langs het gebied lopen nu al enkele wandelroutes, waaronder een landelijke wandelroute, het
Hertogenpad. De loop van bestaande wandel- en fietspaden wordt aangepast aan de nieuwe situatie
en waar mogelijk worden nieuwe ommetjes gecreëerd. Er wordt geen verharding aangelegd. De
wandelroutes zijn zo geselecteerd, dat het beekdal beleefd kan worden. Hierbij is rekening gehouden
met de loop van de Aa en de ecologische doelen, maar ook de gebruikers van het gebied (creëren
van korte, beloopbare ommetjes vanuit de dorpskern).
Naast de wandelpaden over de kades, biedt ook de ecologische zone wandelmogelijkheden. Hier
worden geen recreatieve voorzieningen voor getroffen, maar kan vrij door het gebied gewandeld
worden. Intensieve recreatie, zoals fietsen en mountainbiken, is in de ecologische zone niet
toegestaan. Dit gaat niet samen met de ontwikkeling van gewenste natuurwaarden.
In de tabellen 2 tot en met 6 wordt ingegaan op de te nemen maatregelen die noodzakelijk zijn om
de doelstellingen voor Hersend te realiseren. In de tabellen wordt verwezen naar de
maatregelenkaart, die als bijlage 6.2 is opgenomen in dit rapport.
Pagina 14 van 89
HERSEND: WATERBERGING
Maatregelen
Doel
Locatie
Waterstaatswerk
Verwijderen
- Aan de gemeente verzoeken in het nieuwe
bestemming
bestemmingsplan de bestemming waterberging te
waterberging
verwijderen van de landbouwpercelen buiten de
Tabel 2: Maatregelenecologische
Waterberging
zone van de Aa
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, maatregelen
waterberging
HERSEND: BEEKHERSTEL
Maatregelen
Doel
Beekherstel – Creëren
natuurlijke fluctuatie in
waterstanden en
stroomsnelheden
- Aanbrengen nieuw beekprofiel met klein
slingerend zomerbed en breed winterbed
Beekherstel – Ruimte voor
waterplanten en spontane
oeverontwikkeling
- Realiseren klein zomerbed met
overstromingsvlakte (winterbed) met variatie in
oevers en waterbodem, extensief beheer,
toestaan van erosie- en sedimentatieprocessen
Beekherstel - Creëren
natuurlijkere waterloop en
voorkomen wateroverlast
- Verleggen kades voor verbrede bedding
Beekherstel –
Waterkwaliteit
- Verbeteren waterkwaliteit door wegnemen
instroom landbouwwater en door baggeren
waterbodem. Tevens bemestingsbeperking op
percelen rondom meander.
Nee
Locatie
Waterstaatswerk?
Bijlage 6:
Themakaart
Hersend,
maatregelen
beekherstel
Bijlage 6:
Themakaart
Hersend,
maatregelen
beekherstel
Bijlage 6:
Themakaart
Hersend,
maatregelen
beekherstel
Bijlage 6:
Themakaart
Hersend,
maatregelen
beekherstel
Ja
Ja
Ja
Nee
Tabel 3: Maatregelen Beekherstel – laaglandbeek
Doel
HERSEND: ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE
Maatregelen
EVZ – opheffen ecologische
barrières
EVZ – opheffen ecologische
barrières
EVZ – opheffen ecologische
barrières
EVZ – opheffen ecologische
barrières
EVZ - Ruimte voor water- en
oeverbegroeiing
EVZ - Verbeteren ecologische
waardes
EVZ - Verbeteren ecologische
waardes
EVZ - Geschikt maken voor
begrazingsbeheer
Pagina 15 van 89
- Aanleg poelen
- Afdammen en aanleg
natuurvriendelijke oevers
aan slootjes voor amfibieën
- Aanplanten struweel en
toestaan spontane
ontwikkeling van
wilgen/elzen
- Passeerbaar maken brug bij
weg De Hersend
- Aanleg plasdraszones (natte
zone langs de beek met riet,
zegges, ruigten, els en wilg)
- Extensief beheer van
ecologische zone
(natuurbegrazing,
hooilandbeheer en spontane
ontwikkeling)
- Ecologische inpassing kades
door verflauwen kade aan
de noordzijde van de EVZ
naar een profiel van 1:6
- Plaatsen hekwerk langs de
EVZ
Locatie
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Waterstaatswerk?
Ja
Ja
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Nee
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Nee
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Nee
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Ja
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Nee
Ja
EVZ - Geschikt maken voor
begrazingsbeheer
EVZ - Geschikt maken voor
begrazingsbeheer
Tabel 4: Maatregelen EVZ
Doel
- Aanleg wildroosters bij
Hersend
- Plaatsen klaphekken en
toegangspoorten
HERSEND: WATERGEBONDEN RECREATIE
Maatregelen
Locatie
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- Geschikt maken wandel- en
fietspad over de nieuwe
noordkade van de Aa
- Geschikt maken wandelpad
over de zuidkade van de Aa
- Aanplanten van beplanting op
de kade ter bescherming
privacy bewoners gebied
- Plaatsen recreatief rustpunt en
informatiebord
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- In stand houden mogelijkheden
voor sportvisserij
(bereikbaarheid en
bevisbaarheid)
Tabel 5: Maatregelen watergebonden recreatie
Doel
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Bijlage 6: Themakaart Hersend,
maatregelen EVZ
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Verbeteren ontwatering
agrarische percelen en
landgoed Seldensate
- Dempen huidige Aa
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Verwijderen kades
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Beschermen houtsingels in
bestemmingsplan
Tabel 6: Maatregelen aanpassen aan nieuwe bestemming
Pagina 16 van 89
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, aanpassing
nieuwe functie
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, aanpassing
nieuwe functie
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, aanpassing
nieuwe functie
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, aanpassing
nieuwe functie
Nee
Waterstaatswerk?
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, maatregelen
EVZ
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, maatregelen
EVZ
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, maatregelen
EVZ
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, maatregelen
EVZ
Bijlage 6: Themakaart
Hersend, maatregelen
EVZ
HERSEND: AANPASSING NIEUWE FUNCTIE
Maatregelen
Locatie
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Waterstaatswerk?
Ja
Ja
Ja
Nee
4.2 Herinrichting Aaveld
Figuur 4 geeft het inrichtingsbeeld weer van de toekomstige situatie. Deze figuur is tevens als bijlage
7 opgenomen. In onderstaande tekst wordt in grote lijnen uiteengezet welke maatregelen er
genomen worden, waarna vervolgens in de vorm van een aantal tabellen de maatregelen beschreven
zijn.
Figuur 6: Inrichtingsbeeld Aaveld
Door de verbreding van de N279 wordt de Aa over een groot deel middels het Provinciaal
Inpassingsplan (PIP) naar het noorden opgeschoven (de rechte Aa die behouden blijft tussen de
Runweg en Aaveld). De Aa loopt daar parallel aan de verbrede weg. Hier is nu geen extra grond
beschikbaar voor ecologische inrichting. Nadat de Aa naar het noorden toe aftakt (vanaf huidige
Dungense loop), wordt de ecologische inrichting wel mogelijk. De Aa wordt over een groot deel
gedempt en er wordt een nieuwe slingerende loop gegraven in de richting van de Nijvelaar en
Beusingsedijk. In de ecologische zone, die gemiddeld 100 tot 120 meter breed is, worden drie poelen
gegraven. Deze poelen liggen niet meer dan 500 meter van elkaar vandaan om optimale verbinding
Pagina 17 van 89
voor amfibieën mogelijk te maken. De poelen worden zo aangelegd dat ze om de paar jaar droog
vallen en niet vaker dan eens in de tien jaar inunderen met water uit de Aa.
Daarnaast liggen in het gebied, naast de kaden, enkele hogere delen die bijna nooit inunderen. Dit is
belangrijk voor de ontwikkeling van drogere natuurwaarden en als hoogwatervluchtplaats voor
dieren.
Enkele huidige kavelslootjes worden heringericht tot laagtes of poel. De huidige kades van de Aa
worden waar nodig verwijderd. Aan de rand van de ecologische zone wordt een nieuwe kade
aangelegd, die tot een hoogte van t=100 (de hoogte die gemiddeld eens in de 100 jaar bereikt wordt)
beschermen. In de bijlagen is een notitie opgenomen over de dimensionering van de nieuw aan te
leggen kades (zie ook bijlage 5).
In het noorden van het projectgebied wordt een groot waterbergingscompartiment ingericht, waar
in totaal 550.000m³ water geborgen kan worden. Dit compartiment zal als landbouwgrond gaan
functioneren en zal alleen bij extreme waterstanden (t=100) ingezet worden. Hiervoor wordt een
inlaatkunstwerk in de kade aangelegd. De inzet van waterberging wordt geregeld in het protocol
waterberging (opgenomen als bijlage 8). Om het compartiment geschikt te maken voor de landbouw,
wordt de aanwezige stuw (die haar functie verliest) verwijderd doordat de Aa verlegd wordt. Ook het
bosje (onnatuurlijke hoogte in het maaiveld) zal geëgaliseerd worden en als landbouwgebied worden
ingericht. De bestaande wandelroute vanaf de Hasseltse dijk wordt ook doorgetrokken tot aan het
verlegde Aa. Aan weerszijden wordt een haag met lage beplanting en een waterloop aangelegd. De
waterloop aan de zuidkant voert het water van de Run af Haaks daarop worden de agrarische sloten
gegraven.
Tevens wordt, voor de transport van mest, een leiding onder de Hasseltseweg aangelegd naar het
agrarisch bedrijf aan de andere kant.
Aan de buitenzijde van het waterbergingscompartiment wordt de grond ter plekke opgehoogd tot
aan de stal van de agrariër, zodat de agrariër het gebied eenvoudig kan binnentreden. Aan de grens
van het waterbergingscompartiment zijn afspraken gemaakt met bewoners over de waterkering; zij
verkiezen ombij een t=100 situatie een deel van de achtertuin te laten overstromen ten opzichte van
permanente kades grenzend aan de achtertuin in plaats van een hoge kade achter hun tuin.
Er wordt een recreatieve fietsverbinding gerealiseerd van de dorpskern in de richting van de kern van
Sint-Michielsgestel. Hier wordt aangesloten op de te realiseren fietsverbinding langs de nieuwe
ontsluitingsweg. Door en langs het gebied lopen enkele wandelroutes, waaronder een landelijke
wandelroute, het Hertogenpad. Bestaande wandel- en fietspaden worden aangepast en nieuwe
paden worden gecreëerd. Er wordt buiten de fietsverbinding geen verharding aangelegd. De
wandelroutes zijn zo geselecteerd, dat het beekdal beleefd kan worden. Hierbij is rekening gehouden
met de loop van de Aa, maar ook met de wens van direct omwonenden (met name gericht op het
behoud van privacy door het wegnemen van zicht op achtertuinen door middel van beplanting) en
gebruikers van het gebied (creëren van korte, beloopbare ommetjes vanuit de dorpskern). Over de
waterbergingskades mag niet gerecreëerd worden, omdat zij door het agrarisch blok lopen en in
gebruik zullen zijn van de agrariërs. Over de kades aan de noordelijke rand van de ecologische zone
mag wel gewandeld worden. Ook kan er gewandeld worden door de ecologische zone. Hier worden
geen recreatieve voorzieningen voor getroffen, maar kan vrij door het gebied gewandeld worden.
Fietsen en mountainbiken in de ecologische zone is niet toegestaan.
In de tabellen 7 tot en met 11 wordt ingegaan op de te nemen maatregelen die noodzakelijk zijn om
de doelstellingen voor Aaveld te realiseren. In de tabellen wordt verwezen naar de
maatregelenkaart, die als bijlage 7 is opgenomen in dit rapport.
Pagina 18 van 89
AAVELD: WATERBERGING
Maatregelen
Doel
Waterberging - Realiseren
gestuurde waterberging
Waterberging - Realiseren
gestuurde waterberging
Waterberging - Realiseren
gestuurde waterberging
Waterberging - Realiseren
gestuurde waterberging
Waterberging – realiseren
gestuurde waterberging
Locatie
- Aanleggen inlaatwerk in de kade
van de Aa (technische tekening
opgenomen als bijlage 7)
- Aanleggen nieuwe kades (talud
min. 1:3) ten behoeve van
waterberging met een hoogte van
6,0 meter NAP
- Verwijderen bestemming
waterberging op perceel aan
Hasseltsedijk
- Aanbrengen verhoging in
landschap in agrarisch gebied ter
bescherming woonkern Berlicum
tegen hoogwater situaties
- Erfpachtconstructie voor kades
opnemen
Waterstaatswerk?
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
waterberging
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
waterberging
Ja
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
waterberging
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
waterberging
Nee
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
waterberging
Nee
Ja
Ja
Tabel 7: Maatregelen Waterberging
AAVELD: BEEKHERSTEL
Maatregelen
Doel
Locatie
Waterstaatswerk?
Beekherstel – Creëren natuurlijke
fluctuatie in waterstanden en
stroomsnelheden
- Aanbrengen nieuw beekprofiel met
klein slingerend zomerbed en breed
winterbed, verwijderen stuw
Beekherstel – Ruimte voor
waterplanten en spontane
oeverontwikkeling
- Realiseren klein zomerbed met
overstromingsvlakte (winterbed) met
variatie in oevers en waterbodem,
extensief beheer, toestaan van erosieen sedimentatieprocessen
- Verleggen kades voor verbrede bedding
Beekherstel - Creëren natuurlijkere
waterloop en voorkomen
wateroverlast
Bijlage 7:
Themakaart Aaveld,
maatregelen
beekherstel
Bijlage 7:
Themakaart Aaveld,
maatregelen
beekherstel
Ja
Bijlage 7:
Themakaart Aaveld,
maatregelen
beekherstel
Ja
Ja
Tabel 8: Maatregelen Beekherstel – laaglandbeek
Doel
Locatie
AAVELD: ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE
Maatregelen
EVZ – aanleg
landschapselementen
EVZ – aanleg
landschapselementen
EVZ – herinrichting
landschapselementen
EVZ – opheffen ecologische
barrières
EVZ - Ruimte voor water- en
oeverbegroeiing
EVZ - Verbeteren ecologische
waardes
Pagina 19 van 89
- Aanleg poelen
- Aanplanten struweel
- Afdammen en aanleg
natuurvriendelijke oevers aan
slootjes voor amfibieën
- Verwijderen stuw
- Aanleg plasdraszones (natte
zone langs de beek met riet,
zegges, ruigten, els en wilg)
- Ecologische inpassing kades
door waar mogelijk
verflauwen Aa-kaden EVZ naar
Waterstaatswerk?
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Ja
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Ja
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Ja
Nee
Ja
Ja
EVZ - Geschikt maken voor
begrazingsbeheer
EVZ - Geschikt maken voor
begrazingsbeheer
EVZ - Geschikt maken voor
begrazingsbeheer
Tabel 9: Maatregelen EVZ
Doel
een profiel van 1:6
- Plaatsen raster langs de EVZ
- Aanleg wildroosters bij
Hersend
- Plaatsen klaphekken en
toegangspoorten
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen EVZ
AAVELD: MAATREGELEN WATERGEBONDEN RECREATIE
Maatregelen
Locatie
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- Aanleggen nieuwe fietsroute langs
de Aa
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- Aanleg wandelpad van
Hasseltsedijk naar ecologische
zone
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- Geschikt maken wandelpad over
de noordkade van de Aa
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- Aanplanten van beplanting op de
kade ter bescherming privacy
bewoners gebied en voorkoming
wandelen over kades waar dit niet
toegestaan is.
- Plaatsen recreatief rustpunt en
informatiebord
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
Recreatie - Realisatie
recreatiemogelijkheden
- In stand houden mogelijkheden
voor sportvisserij (bereikbaarheid
en bevisbaarheid)
Nee
Nee
Nee
Waterstaatswerk
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld,
maatregelen
watergebonden
recreatie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
watergebonden
recreatie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
watergebonden
recreatie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
watergebonden
recreatie
Nee
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
watergebonden
recreatie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
watergebonden
recreatie
Nee
Nee
nee
Nee
Nee
Tabel 10: Maatregelen watergebonden recreatie
Doel
Locatie
AAVELD: MAATREGELEN AANPASSING NIEUWE FUNCTIE
Maatregelen
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Dempen huidige Aa en
Dungense Loop
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Verwijderen huidige kades
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Verwijderen Stuw
Runkampen
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Verwijderen gemaal Aa
Berlicum
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
- Verwijderen bos en
verhoging nabij stuw
Runkampen
Landschap aanpassen aan nieuwe
- Ontwatering de Run
Pagina 20 van 89
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Waterstaatswerk
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
functie
Landschap aanpassen aan nieuwe
functie
aansluiten op slotenstructuur
agrarisch gebied
- Ontwatering door sloten
graven in agrarisch gebied en
egalisering agrarisch gebied
naar hoogte van 3.50 meter
+ NAP
Landschap aanpassen aan nieuwe
- PE100 buis Ø 200 mm
functie
middels een gestuurde
boring onder
Hasseltsewegdoor voor
mesttransport
Tabel 11: Maatregelen aanpassen aan nieuwe bestemming
Pagina 21 van 89
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Bijlage 7: Themakaart
Aaveld, maatregelen
aanpassing nieuwe
functie
Ja
Nee
5. BESCHIKBAARHEID GRONDEN
Alle genomen maatregelen, worden genomen op grond in eigendom of ter beschikking van het
waterschap. De gronden zijn vanaf het voorjaar 2015 beschikbaar voor het uitvoeren van de
maatregelen.
6. EFFECTEN VAN HET PLAN
Het project Dynamisch Beekdal levert een bijdrage aan het voldoen aan de hydrologische en
ecologische doelstellingen van de Aa (streefbeeld laaglandbeek), met uitzondering van het deel dat
parallel loopt aan de N279 bij Aaveld. Hier is door het niet verkrijgen van de benodigde grond, geen
ruimte voor beekherstel mogelijk. Door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart en de peilverlaging van
de Aa, treed veel (lokale) kwel op, die de inrichting van hoogwaardige natuurzones mogelijk maakt.
De randvoorwaarden voor beekherstel/ecologie van het plangebied die bereikt worden zijn als volgt
samengevat:
- Beekherstel met de eis van permanente stroming, een stroomsnelheid van 0,1 tot 0,5 m/s, een
slingerend zomerbed met in het winterbed minimaal 20% opgaande begroeiing. De waterdiepte
is 0,4 tot 1,0 m en is voor vis passeerbaar;
- De beek kenmerkt zich door variatie in stroming, inrichting en morfologie waardoor echte
beeksoorten van een laaglandbeek aanwezig zijn. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het
voorkomen van gewenste soorten als verschillende fonteinkruiden, waterranonkelsoorten,
aarvederkruid, gele plomp, pijlkruid en grote en Kleine egelskop. Typische beekvissen die hier
baat bij hebben zijn de kopvoorn, winde en het bermpje. Ook voor libellen als de beekrombout,
ijsvogels, waterspitsmuis, bever en macrofauna zoals kokerjuffers, en watervlokreeften Of
deze soorten daadwerkelijk gaan voorkomen is ook afhankelijk van de waterkwaliteit en of ze
het gebied daadwerkelijk kunnen bereiken. Dit kan enkele tot tientallen jaren duren.
- Door de aanleg van verschillende landschapselementen als poelen en bosjes functioneert het
Dynamisch Beekdal als een ecologische verbindingszone tussen de natuurgebieden Kasteel
Heeswijk, de Wamberg en Landschapspark Rosmalense Aa voor onder andere amfibieën en
struweelvogels.
- Het leefgebied van de das (bij Hersend) wordt niet aangetast, waardoor voor de das geen
maatregelen noodzakelijk zijn. De kleine modderkruiper komt in verschillende delen van het
plangebied voor, in zijn leefgebied kan gewerkt worden mits volgens de gedragscode wordt
gewerkt. Van de waterspitsmuis kan uitgegaan worden dat hij in het gebied zit, daarvoor moet
een ontheffing op de Flora en Faunawet aangevraagd worden. Naar de mogelijke aanwezigheid
van kamsalamander en grote modderkruiper wordt nog onderzoek gedaan.
Bestaande cultuurhistorische en archeologische waardevolle landschapselementen, zoals de
karakteristieke kavelstructuur rondom meander Hersend blijven behouden en, waar mogelijk,
versterkt. Dit geldt ook voor de ten zuidwesten van de Aa gelegen restanten van een kasteeltje,
gelegen in landgoed Seldensate.. Voor de gebruikersfuncties landbouw en wonen wordt de reguliere
waterhuishouding geoptimaliseerd en worden voorzieningen getroffen om wateroverlast gedurende
de situaties dat waterberging wordt ingezet, tot het minimum te beperken.
Daarnaast wordt door de aanleg van verschillende wandel- en fietspaden de beleefbaarheid van het
gebied vergroot. De recreatie krijgt een impuls door de mogelijkheid tot het beleven van het
Dynamisch Beekdal. De recreatieve visserij blijft mogelijk. Het landschap verfraait door de ruimte
die ontstaat voor beekherstel en ecologie. Ook de aanwezige landbouw krijgt door de vernieuwde
kavelstructuur een impuls.
Pagina 22 van 89
7. WIJZE WAAROP HET WERK ZAL WORDEN UITGEVOERD
Het werk wordt uitgevoerd door een nog aan te stellen uitvoerder, die de werkzaamheden zal
integreren met de werkzaamheden voor de verbreding van de N279, in opdracht van de provincie
Noord-Brabant. De volgende extra (proces)eisen worden voor deze werkzaamheden meegegeven
aan de opdrachtnemer:
- De opdrachtnemer dient het vastgestelde ontwerp aan te houden,
- De opdrachtnemer dient de werkzaamheden in de ecologische zone natuurtechnisch uit te
voeren,
- De opdrachtnemer dient de eisen voor bescherming van flora en fauna te respecteren (zie ook
deel II van dit projectplan) en voor de werkzaamheden van dit ontwerp overeenkomstig de
gedragscode Flora en Fauna voor waterschappen (februari 2012) een werkprotocol op te stellen.
De opdrachtnemer dient de werkzaamheden en de planning ervan nauwkeurig en tijdig af te
stemmen met het procesteam bestaande uit vertegenwoordigers van: de agrariërs in het
plangebied, de gemeente Sint Michielsgestel, Rijkswaterstaat en Waterschap Aa en Maas. Het
waterschap kan op verzoek van de opdrachtnemer binnen 2 weken een overleg organiseren met
deze vertegenwoordigers. Vertegenwoordiger vanuit het waterschap is hier het eerste
aanspreekpunt.
- De opdrachtnemer moet de in het plan aangemerkte landbouwgronden (ook te dempen Aa en
Dungense Loop) geschikt maken voor landbouwkundig gebruik,
- De opdrachtnemer dient de landbouwgebieden op te leveren met de minimale bijbehorende
omvang zoals weergegeven in figuur 7.
Figuur 7: verdeling oppervlakte agrarische percelen
Pagina 23 van 89
8. BESCHRIJVING VAN DE TE TREFFEN VOORZIENINGEN, GERICHT OP HET
ONGEDAAN MAKEN OF BEPERKEN VAN NADELIGE GEVOLGEN
8.1 Beperken nadelige gevolgen van het plan
In onderstaande tabel worden de maatregelen genoemd die voorzien zijn om de negatieve effecten
uit paragraaf 6 van dit projectplan te compenseren.
Negatief effect
Maatregelen
Locatie
Beperken overlast

Beperken zicht op woningen Bijlage 6: Themakaart Hersend,
recreatie
watergebonden
door ontmoedigen recreatie op maatregelen
recreatie
bepaalde trajecten

Beperken zicht op woningen Bijlage 7: Themakaart Aaveld,
watergebonden
door aanbrengen beplanting op maatregelen
recreatie
dijklichamen
Een deel van de percelen 
De percelen aan de oostzijde Bijlage 6: Themakaart Hersend,
ligt niet hoog genoeg
worden opgehoogd zodat ze voldoen maatregelen aanpassing nieuwe
aan de norm van T=100 bij bestemming
wateroverlast
Beheersing
3:
Hydrologisch

Aanleg hoofdwaterlopen en Bijlage
grondwaterstanden
achtergronddocument
detailafwatering
buiten het beekdal

Egalisatie landbouwgebied
In deelgebied Aaveld
Bijlage
7:
themakaart

Deze dienen omgelegd te
liggen enkele kabels en
worden bij de uitvoering van het Aaveld, aanpassingen kabels en
leidingen die in
project. Zie voor de locatie van de leidingen
waterberginsgsdeel
kabels bijlage 7.
komen te liggen
Tabel 12: Maatregelen beperken nadelige gevolgen van het plan
8.2 Beperken nadelige gevolgen van de uitvoering
Doel
Beschermen
verkeersveilig-heid
Borgen bereikbaarheid
van het gebied
Beperken
overlast
omwonenden
Maatregelen
 De opdrachtnemer dient met de wegbeheerder overeenstemming te
bereiken over het borgen van de verkeersveiligheid
 De opdrachtnemer dient zorgt te dragen voor het zo min mogelijk
beperken van de bereikbaarheid van het gebied
 De opdrachtnemer dient werkzaamheden zo veel mogelijk uit te voeren
tussen 7 uur ’s ochtends en 19 uur ’s avonds, en bij voorkeur niet in het
weekend
Beschermen
tegen  De opdrachtnemer dient te garanderen dat de veiligheid van de
wateroverlast
waterkering niet in het geding komt, door eerst de nieuwe waterkering
aan te leggen en vervolgens de oude te verwijderen
Garanderen afwatering  De opdrachtnemer dient tijdens de uitvoering de afvoer van water het
agrarische percelen
oppervlaktewater en van aanliggende percelen aantoonbaar te
garanderen
Garanderen agrarische  De opdrachtnemer dient te garanderen dat de percelen voor landbouw
bedrijfsvoering
maximaal één groeiseizoen (zijnde maximaal 1,5 jaar in de periode
november x t/m maar jaar x+2) aan de landbouw onttrokken worden.
Indien door werkzaamheden gronden langer dan 1 groeiseizoen aan
landbouw worden onttrokken wordt door de opdrachtnemer vooraf
afspraken gemaakt met de betreffende agrariërs. De inkomstenschade
voortkomend voor het langer onttrekken komen voor rekening van de
opdrachtnemer
Tabel 13: Maatregelen beperking nadelige gevolgen uitvoering
Pagina 24 van 89
8.3 Financieel nadeel
Vergoedingssystematiek
Waterwet (algemene regeling voor schadevergoeding)
Artikel 7.14 en volgende van de Waterwet bevatten een algemene regeling voor het vergoeden van
schade ontstaan als gevolg van een besluit of een handelen van het waterschap. Wie schade lijdt, kan
zich op dit artikel beroepen. De schade wordt alleen door het waterschap vergoed als deze niet of
niet geheel voor rekening van de benadeelde behoort te blijven. Het kan ook zijn dat de geleden
schade op een andere wijze wordt vergoed, bijvoorbeeld door aankoop of onteigening. De
toepassing van deze artikelen is nader uitgewerkt in de Verordening schadevergoeding waterschap
Aa en Maas. Deze is in te zien op: www.aaenmaas.nl/loket/, onder “Regelgeving”, zoeken op
“schadevergoeding”.
Het waterschap wijst gebieden aan voor waterberging om in het beheergebied schade door
overstromingen zoveel mogelijk te beperken. Het water wordt “opgeslagen” in een landbouw- of
natuurgebied om daarmee veel grotere schade in bijvoorbeeld stedelijk gebied te voorkomen. Door
het in gebruik nemen van deze waterbergingsgebieden kan schade ontstaan in die gebieden zelf. Er
kan schade optreden als er tijdelijk water op het land staat. Denk hierbij aan schade aan gewassen en
de bodemstructuur. Ook kan het geld kosten als drijfvuil moet worden opgeruimd of als de eigenaar
de grond nog maar beperkt kan gebruiken door achtergebleven verontreinigingen.
Het waterschap heeft voor waterbergingsgebieden een schaderegeling voor gewassenschade. Met
deze regeling wordt een vlotte afhandeling van inundatieschade beoogd na het in gebruik nemen van
daarvoor ingerichte waterbergingsgebieden. In een dergelijke situatie kan worden volstaan met een
melding bij het waterschap.
In de Regeling Vergoeding van schade bij waterberging (inundatieschade), door het Dagelijks Bestuur
vastgesteld op 14 februari 2012 en op 31 maart 2012 in werking getreden, is de procedure
opgenomen die regelt hoe het waterschap omgaat met schade door inundatie. Voor gedetailleerde
informatie en verdere details wordt verwezen naar het de Regeling Vergoeding van schade bij
waterberging, die via de website van het waterschap te downloaden is.
Waterschap heeft met de eigenaren en omwonenden afspraken proberen te maken over de schade
als gevolg van dit ontwerp projectplan. Partijen waar geen overeenstemming mee is bereikt, of
partijen die van mening zijn dat overeengekomen vergoeding niet toereikend is , kunnen op grond
artikel 7.14 van de Waterwet een verzoek indienen voor vergoeding van de schade die als gevolg van
dit ontwerp-projectplan redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten
aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. Voor de wijze van
indiening van een dergelijk verzoek en voor de procedure wordt verwezen naar de verordening
schadevergoeding
waterschap
Aa
en
Maas,
te
vinden
via
http://www.aaenmaas.nl/informatie_op_maat/agrariers_en/agrariers/waterberging/schade_door .
Pagina 25 van 89
9. LEGGER, BEHEER EN ONDERHOUD
9.1 Legger
Jaarlijks zal het waterschap de in dat jaar gerealiseerde werken inmeten en optekenen op
revisietekeningen. Vervolgens worden de maten of de functionele eisen in de Legger vastgelegd.
9.2 Beheer en onderhoud
Streefbeeld
In het koepelplan Dynamisch Beekdal wordt het streefbeeld beschreven als een combinatie van open
water, poelen, moeras, (natte) graslanden, ruigte en bos en struweel. Specifiek voor het terrein in
het Dynamisch Beekdal geldt een streefbeeld van natte graslanden, open water en ruigte met
moeras.
Onderhoud van de waterlopen
De Aa wordt in beginsel niet gemaaid. De beek mag zich zoveel mogelijk spontaan ontwikkelen en zal
eventueel eens per twee jaar gefaseerd worden gemaaid. De detailafwatering wordt verzorgd door
de overige leggerwaterlopen. Deze worden jaarlijks 2 maal gemaaid (bodem en talud).
Poelen
De water- en oevervegetatie van poelen mogen zich in eerste instantie spontaan ontwikkelen. Door
matig voedselrijke tot voedselrijke omstandigheden en hoge lichtinstraling zijn poelen vaak erg
productief. Hierdoor treedt successie op, wat leidt tot verlanding. Het regelmatig opschonen is
noodzakelijk om de poel open te houden. Dit kan het beste gebeuren wanneer het wateroppervlak
voor meer dan 75% begroeid is geraakt od de diepte minder is geworden dan 75 cm . Zulke
maatregelen hebben altijd invloed op de levensgemeenschappen, maar hoeven niet desastreus te
zijn wanneer rekening wordt gehouden met de levenscyclus van soorten waar het om gaat. Zo wordt
het tijdstip voor opschonen gekozen in een periode dat er geen of weinig amfibieën in het water
zitten. Tevens wordt het onderhoud gefaseerd uitgevoerd: ongeveer de helft van de poel wordt niet
geschoond. De waterbodem van de poel hoeft waarschijnlijk slechts eens in de 5 a 10 jaar geschoond
te worden. Oevervegetatie om de twee jaar en in begraasde gebieden is dit helemaal niet nodig. De
op het zuiden gerichte oeverzone is voor een aantal dieren belangrijk voor de ei afzetting. Daarom
mag dit deel niet te dicht begroeid raken. Houtopslag in een straal van 20 meter rondom de poel
wordt verwijderd.
Het maaisel wordt eerst op de kant gelegd zodat allerlei dieren weer naar het water kunnen
teruggaan. Na enkele dagen wordt dit afgevoerd.
Kades
De kades zijn stabiel goed om te berijden tijdens calamiteiten. Buitentalud wordt twee keer per jaar
gemaaid en niet korter dan 7 cm. Jaarlijks wordt de onderbegroeiing en opschot van de taluds en de
kruin verwijderd en wordt een schouw uitgevoerd op de bedekking van de grasmat en eventuele
holen van dieren. In principe mogen hier geen bomen op de kade ontwikkelen. Basis uitgangspunt is
dat kades met talud 1:3 gehooid worden en kades met een talud van 1:6 begraasd.
De kades met een talud van minimaal 1:6 maken onderdeel uit van de begrazingseenheid (extensieve
natuurbegrazing met koeien en/of paarden). Begrazing met schapen is vanuit keringsoogpunt
toegestaan maar hier wordt binnen dynamisch beekdal niet voor gekozen.. Bij hooibeheer wordt de
afrastering onder in de teen geplaatst. Bij begrazing kan de afrastering verder op de kade geplaatst
worden.
Overstromingsvlakte en grazige ruigte
Op gebieden die na inrichting nog (tijdelijk) niet aan de juiste voorwaarden voldoen voor
jaarrondbegrazing zal ontwikkelingsbeheer plaatsvinden. De fase waarin de pioniersituatie
Pagina 26 van 89
langzaam overgaat naar een meer stabiele vegetatie en de kans op verbossing groot is stelt
specifieke eisen aan het beheer. Deze beheerperiode heet de periode van ontwikkelingsbeheer.
Daarna volgt het instandhoudingbeheer. Het ontwikkelingsbeheer zal bestaan uit maaien en
afvoeren, al dan niet in combinatie met beweiden. Het instandhoudingsbeheer is in principe
jaarrondbegrazing met natuurgrazers. Op terreinen die te klein zijn voor natuurbegrazing vind
hooilandbeheer en/of seizoensbeweiding plaats.
Voor een gedetailleerdere beschrijving van het beheer en onderhoud wordt verwezen naar bijlage 9,
de beheer en onderhoudsrichtlijn.
Pagina 27 van 89
10. SAMENWERKING
In het ontwerpproces is door het waterschap gezamenlijk met de belangrijkste stakeholders (de
agrariërs in het gebied) en de betrokken overheden (gemeenten Sint-Michielsgestel en ’sHertogenbosch, provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat) invulling gegeven aan de gezamenlijk
gestelde doelen. Hierbij wordt gewerkt vanuit de Mutual Gains Approach (MGA). In deze MGA
methodiek staat het creëren van een win-win voor elke deelnemer centraal.
Daarnaast zijn de direct omwonenden betrokken door het organiseren van meerdere
informatieavonden. In oktober 2013 zijn tijdens een tweetal informatieavonden aan de streek de
plannen gepresenteerd. Daarnaast zijn alle deelnemers uitgenodigd mee te denken in een aantal
ontwerpsessies, waarbij voor zowel Hersend als Aaveld in enkele bijeenkomsten gekeken is naar de
plannen en waar betrokkenen hun inbreng hebben kunnen leveren. Dit is, waar mogelijk,
meegenomen in dit projectplan. Hiervoor hebben zich een kleine twintig mensen opgegeven.
Er is tijdens het opstellen van het projectplan veelvuldig met bilaterale contacten gewerkt, waarbij
middels huisbezoeken aan de keukentafel en in het veld is gekeken naar de voorgenomen plannen
en wat er aangepast kan worden om tegemoet te komen aan wensen van bewoners en
belanghebbenden.
In het Dynamisch Beekdal wordt al lang gewerkt met een klankbordgroep. In deze klankbordgroep
zitten vertegenwoordigers van lokale belangengroepen, waarvan een aantal organisaties als agenda
lid zijn opgenomen. De volgende belangengroepen zijn opgenomen in de klankbordgroep:
- IVN Bernheze
- IVN Sint-Michielsgestel
- Brabants Landschap
- Natuurgroep Gestel
- Heemkunde Berlicum
- Buurtvereniging Kom Mirroi
- Actiecomité Middelrode
- ZLTO Sint-Michielsgestel
- Visclub EBHV (agenda lid)
- VVV (agenda lid)
- Gemeente Bernheze (agenda lid)
- Gemeente Sint-Michielsgestel (agenda lid)
De klankbordgroep wordt voorgezeten door het waterschap. In het MGA-proces is het ontwerp aan
de klankbordgroep voorgelegd en de klankbordgroep heeft ingestemd met het voorliggende
ontwerp.
Pagina 28 van 89
DEEL II
VERANTWOORDING
1. VERANTWOORDING OP BASIS VAN WET- EN REGELGEVING
Als een waterschap een waterstaatswerk wil aanleggen of wijzigen, dient op grond van artikel 5.4
Waterwet een projectplan te worden vastgesteld, met daarin een beschrijving van het werk en de
wijze waarop dat zal worden uitgevoerd èn een beschrijving van de voorzieningen om nadelige
gevolgen van de uitvoering van het werk ongedaan te maken of te beperken. Het werk dient bij te
dragen aan de doelstellingen van de Waterwet waaronder:
 Voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste,
in samenhang met:
 Bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen
en
 Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen (artikel 2.1).
1.1 Voorkoming en waar nodig beperking
waterschaarste
overstromingen, wateroverlast en
Het beleid van Waterschap Aa en Maas is gericht op het voorkomen en waar nodig het beperken van
overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Dit is vastgelegd in het Waterbeheerplan 20102015, vastgesteld op 13 november 2009 door het Algemeen Bestuur van het waterschap.
Het projectplan maakt onderdeel uit van het Dynamisch Beekdal. Hiervoor is in 2009 het Koepelplan
door het Algemeen Bestuur van het waterschap vastgesteld.
Door de aanleg van bergingen wordt ruimte gecreëerd voor water. Tijdens piekafvoeren van de Aa
wordt de peilverhoging afgevlakt doordat een deel van het overtollige water tijdelijk opgevangen
wordt in de waterbergingen. Als het peil in de Aa zakt, stromen de waterbergingen weer leeg.
Het plan is zorgvuldig opgesteld, er treedt in gemiddelde omstandigheden geen significante
verslechtering voor de bestaande functies op. De volgende uitgangspunten worden gehandhaafd
voor vier typisch hydrologische situaties:
1. Droog: verdroging wordt tegengegaan en waar mogelijk verminderd;
2. Gemiddeld: de natschade neemt niet significant toe en de oppervlaktewaterpeilen
ondersteunen de grondwaterstanden voor de bestaande functies;
3. Nat: tijdens jaarlijks voorkomende natte omstandigheden (de situatie die 1 à 2 keer per jaar
voorkomt) mag het niet significant natter worden;
4. Extreem: bij T=10 (natte situatie die 1 keer in de 10 jaar voor komt) mogen de 5% laagste
gronden volgens de NBW-normering inunderen.
In het stroomgebied van de Aa worden op verschillende locaties de peilen van het grondwater en
oppervlaktewater gemonitord conform het opgestelde monitoringsplan voor het totale Dynamisch
Beekdal.
Pagina 29 van 89
1.2 Bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van
watersystemen
Het projectplan voor de gebieden Hersend en Aaveld levert een bijdrage aan de bescherming en
verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen zoals bedoeld in de
Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW is Europees beleid en in de Nederlandse wetgeving
verankerd met de implementatiewet EG-kaderrichtlijn water (2005) en de Waterwet (2009). De
maatregelen voor de KRW zijn per waterlichaam opgenomen in het waterbeheerplan 2010-2015. De
maatregelen voor de Aa zijn: herinrichten van de watergang (beekherstel), het vispasseerbaar maken
van de aanwezige stuwen en het realiseren van een ecologische verbinding. Hiermee wordt de
ecologisch kwaliteit van het gebied sterk vergroot. De waterkwaliteit verbetert met deze
maatregelen slechts zeer beperkt omdat hiervoor andere maatregelen bovenstrooms noodzakelijk
zijn, dit ligt buiten de scope van dit project.
1.3 Vervulling van de maatschappelijke functies van het watersysteem
De doelstellingen van de maatschappelijke functies van het watersysteem, recreatief medegebruik,
sportvissen, vaarwater (kanovaart) en cultuurhistorie zijn vastgelegd in het Waterbeheerplan 20102015. De Aa grenst aan een cultuurhistorisch waardevol en recreatief gebied, zoals het landgoed
Seldensate en de Hersend. Bij de ontwikkeling van het plan is afstemming gezocht met de eigenaar
van het landgoed, de gemeente Sint-Michielsgestel. De Aa is vergund voor kanovaart. In- en
uitstapplaatsen zijn opnieuw bekeken binnen dit ontwerp en daarop herzien.
Conclusie toetsing doelstellingen Waterwet:
De uitvoering van dit plan is in overeenstemming met de doelstellingen van de Waterwet.
1.4 Overige regelgeving
De aanpassingen aan de waterstaatswerken zullen na realisatie opgenomen worden in de legger.
Pagina 30 van 89
2. VERANTWOORDING OP BASIS VAN BELEID
2.1 Toets beleid waterschap
In het Waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas zijn de beleidsopgaven voor de komende jaren
vastgelegd. Inhoudelijke doelstelling voor het Dynamisch Beekdal, en daarmee ook voor de gebieden
Hersend en Aaveld, is het op een integrale wijze invulling geven aan de beleidsopgaven voor
waterberging, beekherstel, evz, en het geven van een impuls aan extensieve recreatie langs, en
waterrecreatie op de Aa. In het Waterbeheerplan 2010-2015 van waterschap Aa en Maas worden
deze doelen als volgt uitgewerkt:
- Het gebied Aaveld is opgenomen als in te richten waterbergingsgebied;
- De gebieden Aaveld en Hersend zijn opgenomen als te realiseren evz langs waterlopen;
- De gebieden Aaveld en Hersend zijn opgenomen als beekherstel, met de opgave van
beekherstel-natuur;
De Aa stroomt door het Dynamisch Beekdal, is als watergang belangrijk voor de ontwikkeling van de
visstand.
Niet alle doelen zullen volledig bereikt worden. Door ruimtegebrek bij Aaveld benedenstrooms de
Runweg vind hier over een lengte van 600 meter geen inrichting plaats. Op sommige locaties is
minder dan 100 meter ruimte beschikbaar. Daarnaast zal de waterkwaliteit de komende jaren nog
niet voldoen door invloeden van bovenstroomse gebieden. Dit betekent dat de ambitie beekherstelnatuur vooralsnog niet gehaald wordt en met de huidige inrichting de beleidsopgave beekherstelverweven wel behaald wordt. Indien maatregelen bovenstrooms (waterkwaliteit) genomen worden,
en het tussenliggende traject alsnog verworven kan worden, zijn de doelstellingen om te voldoen aan
beekherstel natuur wel gerealiseerd.
2.2 Toets overige beleid
Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)
De Kaderrichtlijn Water eist dat alle oppervlaktewateren in een goede ecologische toestand worden
gebracht. Wat wordt verstaan onder een goede ecologische toestand verschilt per watergang en is
afhankelijk van het type (beek of sloot). De Aa is aangewezen als waterlichaamtype R6
(langzaamstromend riviertje op zand/klei).
Het Nationaal Waterplan
In het Nationaal Waterplan 2009 – 2015 wordt het volgende geschreven: ‘Water, cultuurhistorie en
groen leveren een duidelijke bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving en bepalen mede de
culturele identiteit van de stad. Bewoners hebben toegang [….]’ (Nationaal Waterplan, 22 december
2009).
Dit nationale water- en ruimtelijke beleid is een rechtvaardiging van het dit ontwerp-projectplan in
die zin dat het een bijdrage levert aan de kwaliteit van de leefomgeving én culturele identiteit van ’sHertogenbosch. Ook geeft het bewoners van het hele gebied toegang tot een bijzonder en
hoogwaardig natuurgebied. Hiermee neemt de kwaliteit van de leefomgeving van het hele gebied
toe.
Provinciale structuurvisie
Conform het provinciaal waterhuishoudingsplan heeft de Aa een functie als ecologische
verbindingszone. De huidige bedijkte en gekanaliseerde Aa heeft een lage ecologisch waarde en
voldoet niet aan die functie.
Verordening Ruimte
Op 11 mei 2012 hebben de Provinciale Staten van Noord-Brabant de Verordening ruimte NoordBrabant vastgesteld. De Verordening ruimte bevat op hoofdlijnen algemene regels die gemeenten in
Pagina 31 van 89
acht moeten nemen bij het opstellen van bestemmingsplannen en het verlenen van
omgevingsvergunningen waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Daarnaast regelt de
Verordening ruimte de organisatie van het regionaal ruimtelijk overleg waarin afspraken over
woningbouw, bedrijventerreinen en kantorenlocaties worden gemaakt. Hierbij wordt getoetst op
cultuurhistorie, natuur en landschap, de ontwikkeling van veehouderij en overig agrarisch en
stedelijke ontwikkeling.
Op de kaartlaag Natuur en Landschap (kaart 3 van verordening) is het projectgebied aangewezen als
groenblauwe mantel. Voor de ontwikkeling van veehouderij is het gebied aangewezen als
verwevingsgebied. Voor stedelijke ontwikkeling is het gebied aangewezen als regionaal
waterbergingsgebied. Dit plan past door de inrichting als waterbergingsgebied binnen deze
uitgangspunten.
Waterplan 2010-2015 (‘Waar water werkt en leeft’)
Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 ‘Waar water werkt en leeft’ heeft een status van Structuurvisie
Water onder de Wet ruimtelijke ordening. In het Waterplan is opgenomen dat: ‘de inrichting en het
beheer […] zijn gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van gezonde en goed functionerende
ecosystemen.’. Dit ontwerp-projectplan voorziet in alle drie de eisen uit het Waterplan. Er wordt
circa 10 hectare natuurontwikkeling en 15 hectare waterberging gerealiseerd, waarmee het plan zich
richt op het behoud, herstel en ontwikkeling van gezonde en goed functionerende ecosystemen.
2.3 Planologische inpassing
Mer
In 2009 is een MER-studie uitgevoerd voor het Dynamisch Beekdal, ter onderbouwing van de
bestemming waterberging in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente SintMichielsgestel. Door een MER-procedure krijgt het milieubelang een volwaardige en vroegtijdige
plaats in het plan- en besluitvormingsproces. In de MER zijn twee alternatieven onderzocht, een
vrijstromend alternatief (waarbij kades verwijderd worden en meandering vrij plaats vindt) en een
gestuurd alternatief (waarbij middels kades waterberging gestuurd ingezet wordt en
beekdalontwikkeling beperkter is.
Belangrijkste conclusie van de MER is dat beide alternatieven volwaardige alternatieven zijn. het
vrijstromend alternatief scoort zeer goed voor natuur en minder goed voor het effectief bergen van
water. Het gestuurde alternatief scoort goed voor natuur en goed voor waterberging.
Bestemmingsplan
Voor wat betreft de gemeente Sint-Michielsgestel zijn de betreffende gronden volgens het geldende
bestemmingsplan buitengebied bestemd tot "Agrarisch met waarden - Natuur en Landschapswaarden". In de hierbij behorende bestemmingsomschrijving (artikel 6.1.) is opgenomen dat de als
zodanig aangewezen gronden onder andere zijn bestemd voor:
- Water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
- Paden, wegen en parkeervoorzieningen;
- Extensief dagrecreatief medegebruik;
- Agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer.
De realisering van het dynamisch beekdal past binnen de doeleindenomschrijving van de
bestemmingen “Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden” en “Agrarisch met
waarden – Landschapswaarden”. Binnen de doeleindenomschrijving bij deze bestemming is immers
onder meer aangegeven dat de als zodanig bestemde gronden bestemd zijn voor: “agrarisch
natuurbeheer en/of landschapsbeheer” en “water- en waterhuishoudkundige voorzieningen”.
Binnen deze omschrijving kan het gebied worden gebruikt voor waterberging en beekherstel.
Op basis van deze doeleindenomschrijving kan het projectplan worden uitgevoerd. Bij de
eerstvolgende herziening zou eventueel een maatwerkoplossing geboden kunnen worden, maar een
directe noodzaak hiertoe is gelet op het voorgaande niet aanwezig.
Pagina 32 van 89
3 VERANTWOORDING VAN DE KEUZES IN HET PROJECT
In de huidige situatie is het watersysteem van de Aa voornamelijk gericht op de aan- en afvoer van
water. Om invulling te geven aan de beleidsopgaven voor waterberging en natuur is het realiseren
van meer ruimte voor water in de vorm van waterberging noodzakelijk.
De ecologische waarden op het gebied van vegetatie, vissen en macrofauna in het gebied voldoet
niet aan de kwaliteitsdoelen zoals door het waterschap is vastgesteld binnen de normen van de
Kaderrichtlijn Water. De realisatie van beekherstel langs de Aa is daarom noodzakelijk. Dit geldt ook
voor de vispasseerbaarheid van de Aa.
De geplande herstelmaatregelen vormen een belangrijke basis voor ecologisch herstel. De
waterkwaliteitsnormen zullen met deze maatregelen niet bereikt worden. Voor het verbeteren van
de waterkwaliteit zijn maatregelen bovenstrooms nodig (buiten scope van dit project).
In het huidige bestemmingsplan buitengebied van Sint Michielsgestel is opgenomen dat hier een
bestemming waterberging op de landbouwpercelen in deelgebied Hersend ligt. Echter, in dit gebied
wordt geen waterberging gerealiseerd omdat de hoeveelheid waterberging die met de inrichting
gerealiseerd kan worden niet in verhouding staat tot de noodzakelijke investering. Parallel aan de
vaststelling van het projectplan zal aan de gemeente Sint-Michielsgestel worden verzocht de
dubbelbestemming waterberging die op de agrarische percelen ten noorden en ten zuiden van de
ecologische zone van de Aa ligt te verwijderen.
De oude meander Hersend, in het landschap nog steeds zichtbaar, wordt niet aangetakt, in
tegenstelling tot de eerste plannen van het Dynamisch Beekdal. Aantakken van deze meander bleek
namelijk financieel en landschappelijk niet haalbaar (hoge kosten voor afgraven met grote
landschappelijk impact door afgraven singels en aanleg kaden). De landschappelijke waarden
rondom de oude meander van de Aa worden door de keuze namelijk behouden. De kavelstructuur,
geaccentueerd door elzen, wilgensingels en zoomvegetatie blijven bestaan. Enkel helemaal
bovenstrooms zullen enkele knotwilgen verdwijnen door de aanleg van het nieuwe winterbed.
Op 30 september 2011 heeft het Algemeen bestuur van waterschap Aa en Maas besloten om voor
meer gestuurde berging te kiezen in dit plangebied van het Dynamisch Beekdal. Daar wordt met
onderhavig projectplan invulling aan gegeven.
Pagina 33 van 89
4 BENODIGDE VERGUNNINGEN EN MELDINGEN
Aanvullend op dit projectplan zijn de volgende vergunningen nodig:
Omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende werken:
- Bouwwerken, geen gebouwen zijn hoger dan 3 m en oppervlakte 20 m2;
- Aanpassingen aan verhardingen en paden;
- Aanpassingen aan bestaande structuren, natuur- en landschapselementen; en
- Grondwerken: grondverzet van meer dan 100 m3, dieper dan 60 cm (Agrarisch gebied met
natuurwaarden) of 30 cm (Natuurgebied).
Op basis van bovenstaande dient bij de gemeente Sint-Michielsgestel in ieder geval een
omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor de volgende werkzaamheden:
- Graven watervoerend profiel
- Verleggen kades
- Aanleg poelen
- Fauna-passeerbaar maken brug hersend
- Aanleg wildroosters
- Aanleg leiding onder Hasseltseweg
- Aanleg inlaatwerk
- Aanleg semi-verharde fietsroute
- Verwijderen stuw Runkampen
- Egalisering agrarisch gebied
Voor de vergunningaanvraag zal met de gemeente samen naar de geplande werkzaamheden
gekeken worden om te controleren of alle vergunningplichtige werkzaamheden opgenomen worden.
Flora- en faunawet
Tijdens de planvorming is inzichtelijk gemaakt of er (mogelijk) sprake is van beschermde
natuurwaarden en negatieve effecten daarop, of er voldoende mogelijkheden zijn om eventuele
negatieve effecten te mitigeren of compenseren, en of hiervoor een ontheffing- of vergunningsplicht
geldt.
Uit een quickscan van 2014 (BEWA, 2014) is naar voren gekomen dat binnen het gebied, het
voorkomen van de soortgroepen vaatplanten, vogels, zoogdieren, vissen, reptielen en amfibieën
voldoende onderzocht is en dat een toetsing aan de Flora- en faunawet kon worden uitgevoerd.
Conclusies en aanbevelingen voor de (zwaar) beschermde soorten en vogels zijn:
- Rekening houden met de aanwezigheid van een buizerdhorst in bosje nabij Hersend
- Das is aanwezig in plangebied, maar wordt niet beinvloed door de maatregelen,
- Nader onderzoek naar grote modderkruiper en kamsalamander in oude meanders/ plasjes
(Pierekuil) wordt in mei 2014 uitgevoerd
- Rekening houden met kleine modderkruiper in de Aa en overige sloten
- Vleermuizen zijn aanwezig in het plangebied maar worden niet verstoord door de
beekherstelmaatregelen. Wooneenheden woning Runweg/Beekveld zijn wel geschikt voor
vleermuizen. Afstemmen met provincie.
- Rekening houden met aanwezigheid van waterspitsmuis en aanvragen ontheffing hiervoor .
Monumentenwet
In het gebied liggen geen objecten die vallen onder de monumentenwet.
Explosieven
Voor het terrein is een verkennend explosievenonderzoek uitgevoerd. De uitvoerende partij dient
het terrein te onderzoeken op niet-gesprongen explosieven.
Pagina 34 van 89
Ontgrondingsverordening
Op basis van de ontgrondingsverordening van de provincie Noord-Brabant volstaat het waterschap
met het doen van een ontgrondingsmelding. Zie ook artikelen 9 en 9a van de
ontgrondingsverordening van de provincie Noord-Brabant, waarin onder andere staat opgenomen
dat “Krachtens artikel 7, tweede lid, van de wet is geen vergunning vereist voor ontgrondings- en
herinrichtingsactiviteiten in het kader van ecologische verbindingszones, beek- en
kreekherstelprojecten en overige natuurontwikkelingsprojecten die in overeenstemming zijn met het
provinciaal natuurbeleid, en indien deze zijn opgenomen in een plan, waarover via een openbare
inspraakprocedure besluitvorming heeft plaatsgevonden onder aantoonbare, integrale afweging van
alle belangen betrokken bij de ontgronding en zijn gemeld bij gedeputeerde Staten.”
Pagina 35 van 89
DEEL III
RECHTSBESCHERMING
Uitgebreide procedure conform afdeling 3.4 Awb
Zienswijze
Als een ontwerp projectplan is vastgesteld, wordt dit bekend gemaakt. Het plan ligt gedurende zes
weken ter inzage. Voordat het waterschap een definitieve beslissing neemt, kunnen ingezetenen en
belanghebbenden gedurende deze periode hun zienswijze op dit ontwerp projectplan kenbaar
maken. Dat kan schriftelijk of mondeling. Een reactie moet vóór afloop van de termijn bij het
waterschap zijn ingediend.
Beroep en hoger beroep
Als het projectplan is vastgesteld, wordt dit bekend gemaakt. Het plan ligt gedurende zes weken ter
inzage. Gedurende zes weken vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd kan beroep
worden ingesteld bij de rechtbank. Belanghebbenden die tijdig een zienswijze hebben ingediend en
belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben
ingediend, kunnen beroep indienen. Het is mogelijk digitaal beroep in te stellen bij genoemde
rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet de indiener beschikken over
een elektronische handtekening (DigiD). Op de genoemde site staan de precieze voorwaarden. Voor
het indienen van een beroepschrift is griffierecht verschuldigd. Tegen de uitspraak van de rechtbank
kan vervolgens hoger beroep worden ingediend bij de Raad van State.
Crisis- en herstelwet
Op de vaststelling van een projectplan is afdeling 2 van hoofdstuk 2 van de Crisis- en herstelwet van
toepassing. Dit betekent dat de belanghebbenden in het beroepschrift moeten aangeven welke
beroepsgronden zij aanvoeren tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen
geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Belanghebbenden worden verzocht in het
beroepschrift te vermelden dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.
Verzoek om voorlopige voorziening
Het projectplan treedt na vaststelling in werking, ook al wordt een beroepschrift ingediend. Dit
betekent dat de maatregelen opgenomen in het projectplan kunnen worden uitgevoerd. Om dit te
voorkomen kunnen belanghebbenden gelijktijdig of na het indienen van een beroepschrift een
zogenaamd “verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening” vragen bij de
Voorzieningenrechter van de rechtbank. Ook in dat geval is griffierecht verschuldigd. Zie voor het
digitaal indienen van een verzoek om voorlopige voorziening onder “Beroep en hoger beroep”.
Pagina 36 van 89
DEEL IV
BIJLAGEN
De volgende bijlagen zijn in dit projectplan opgenomen:
- Bijlage 1: Ecologisch streefbeeld van de Aa
- Bijlage 2: Beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, de cultuurhistorie en de archeologische
waarden van en in het landschap
- Bijlage 3: Hydrologisch achtergronddocument
- Bijlage 4: Landschapsbeeld totaal
- Bijlage 5: Achtergronddocument waterkeringen
- Bijlage 6: Kaartmateriaal Hersend
o Maatregelenkaart Hersend
o Landschapsbeeld Hersend
o Themakaarten Hersend
o Dwarsprofielen Hersend
- Bijlage 7: Kaartmateriaal Aaveld
o Maatregelenkaart Aaveld
o Landschapsbeeld Aaveld
o Themakaarten Aaveld
o Dwarsprofielen Aaveld
o Technische tekening inlaatwerk Aaveld
- Bijlage 8: Protocol waterberging
- Bijlage 9: Beheer- en onderhoudsrichtlijn
Pagina 37 van 89
Bijlage 1: Ecologisch streefbeeld van de Aa
Het streefbeeld voor de Aa is een langzaam stromende benedenloop van een laaglandbeek. De beek
slingert binnen een brede natuurstrook (100 – 150 meter breed) bestaande uit (riet)moeras,
bloemrijke graslanden, ruigtes en bosjes afgewisseld met oude meanders en poelen. Het beekdal van
de Aa moet als ecologische verbinding gaan functioneren tussen de natuurgebieden kasteel
Heeswijk, Wamberg en Landschapspark Rosmalense Aa te voor de volgende doelsoorten:
kamsalamander/heikikker, struweelvogels, kleine en grote modderkruiper, dagvlinders, bloemrijke
graslanden.
In en langs de beek vinden spontane natuurlijke processen plaats, waarbij het stromende water zorgt
voor sedimentatie en erosie. Binnenbochten slibben aan tot zandige oevers. Buitenbochten schuren
uit en er blijven steile en holle oevers over. In de oeverzone groeien riet, zegges, elzen en wilgen. De
beekbodem zelf is rijk aan stroomkuilen en zandbedjes. Dit is belangrijk voor o.a. de volgende typisch
beeknatuur: windes en kopvoorn, kokerjuffers, dotterbloem, , waterspitsmuis, bever en ijsvogel. Dit
streefbeeld komt voort uit de streefbeelden zoals die voor Brabantse beken zijn verwoord in
Streefbeelden voor Beken en Kreken (RoyalHaskoning 2005) en de ecologische doelen uit de
maatlatten voor de Kaderrichtlijn Water.
Een langzaamstromende benedenloop heeft de volgende ecologische ‘ontwerpeisen’:
- klein zomerbed met altijd stromend water (min 0,1 m/s)
- slingerende beekloop (zomerbed)
- breed winterbed als overstromingsvlakte; geleidelijk oplopend beekdal
- ongeveer 15-20% opgaande beplanting in het beekdal tot 50% in de oevers (els en wilg)
- beek volgt primair de natuurlijke laagtes in het gebied (zoveel mogelijk passend in de
geomorfologische eenheden die bij het beekdal horen)
- waar mogelijk oude meanders aantakken, maar ook delen bewaren als geïsoleerde watertjes
(met hun eigen typische natuur)
- kwel langs de beek; hoge grondwaterstanden langs de beek, steeds droger hogerop
- natuurlijke peilfluctuaties (hoog in de winter, laag in de zomer)
Het hoogteverschil in het gebied, de afvoer van de beek (jaarrond) en bovengenoemde ecologische
randvoorwaarden maken dat ongeveer een principedwarsprofiel nodig is van een zomerbed van 4-8
meter breed en met een breed winterbed.
Bij de keuze van de nieuwe ligging van de Aa spelen de volgende zaken een rol:
historische ligging vormt inspiratiebron, maar is niet heilig omdat de oorspronkelijke
omstandigheden waarin deze meandering is onstaan niet meer bestaan (andere hydrologie
en landgebruik)
- beek zoveel mogelijk in geomorfologisch beekdal, laagtes en beekeerdgronden
- beschikbare grond: vroeger was het beekdal van de Aa enkele honderden meters breed. Dit
is in de huidige tijd niet meer mogelijk in verband met huidige gebruik en infrastructuur. Het
Pagina 38 van 89
nieuwe beekdal volgt dus zo veel mogelijk het natuurlijk dal, maar kan niet volledig herstelt
woren. Het nieuwe Aadal wordt dus natuurlijker, maar niet natuurlijk.
Vanuit de ecologische verbindingszone zijn bepaalde landschapselementen (van bepaalde
omvang/op bepaalde afstand van elkaar) nodig:
- Kleinschalig landschap met gras, kruiden, bospercelen en struwelen (heggen en
laanbeplanting helpen ook)
- Poelen om de minimaal 400 meter;
o minimaal 400m2 groot
o bij voorkeur niet dieper dan 1,5 meter, waar mogelijk ondieper, op natte plekken
o bij voorkeur buiten overstromingsbereik van de Aa
o jaarrond watervoerend, mag in droge zomers droogvallen
o Geen vis aanwezig
- Regelmatige aanwezigheid van struwelen (besdragend (o.a. meidoorn, sleedoorn, lijsterbes)
wilgen en elzen)
- Plasdraszones langs de beek, met veel watervegetatie
Overige ecologische randvoorwaarden
- Zorg waar mogelijk voor geleidelijke overgangen van nat naar droog
- Kwel is zeer waardevol, zeker in beekdalen. Benut kwel waar mogelijk in poelen, laagtes en
slootjes, maar ook in de beekzone
- Geef de kaden waar mogelijk flauwe taluds; dat is ecologisch zinvol
- Zorg dat er ook terreindelen zijn die altijd droog zijn (hoogwatervluchtplaatsen voor dieren,
donken voor de das specifiek)
- Behoud landschappelijke waarden gronden rondom meander Hersend
- Verbeteren kwaliteit water meander zelf: opschonen, deel slib verwijderen?, isoleren zodat
meander enkel gevoed wordt door schoon grond- en regenwater
Pagina 39 van 89
Pagina 40 van 89
Bijlage 2 Beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, de cultuurhistorie en de
archeologische waarden van en in het landschap
Ondergrond plangebied: geomorfologie, bodem en hoogten
Het plangebied maakt deel uit van het Zuid-Nederlandse zandgebied en wordt qua geologie
beïnvloed door in de ondergrond aanwezige breuken. Het gebied behoort tot de Centrale Slenk; een
dalingsgebied. Het plangebied bestaat uit een pleistoceen dekzandlandschap met dekzandruggen,
welvingen en vlakten, doorsneden door het beekdal van de Aa. Binnen het plangebied is het meest
voorkomende bodemtypebeekeerdgrond(zie figuur 7 voor de bodemopbouw). Niet op alle locaties
binnen het plangebied zal de bodem nog intact zijn. In de jaren 70 van de vorige eeuw heeft een
ruilverkavelingsproject plaatsgevonden waarbij naast verstoring van de historische verkaveling en
het dempen van meanderbochten, mogelijk ook de bodem deels is verstoord als gevolg van
egalisatie.
Figuur 8: Uitsnede landschappelijke eenhedenkaart
Het noordoosten van het gebied wordt begrensd door een dekzandrug. Daarnaast komen verspreid
binnen het plangebied enkele dekzandkoppen voor. Het dekzandgebied wordt doorsneden door het
dal van de Aa, waarin voornamelijk leemhoudende zand is afgezet (met lokaal het slecht doorlatende
Brabants leem). Aanvullend geomorfologisch onderzoek (Bron: Landslide 2014) laat zien dat de
gronden bij Aaveld, ter hoogte van de nieuwe loop, vooral bestaan uit leemarm, soms leemhoudend,
zand. Nabij Hersend wordt de bodem leemhoudender en bovenstrooms worden zelfs enkele
leemlaagjes aangetroffen. Bovenstrooms meander Hersend is een sterke kwelzone aanwezig waarbij
ook ijzerconcreties en mogelijk ijzeroerbanken zijn aangetroffen.
Pagina 41 van 89
Op figuur 8 (hoogtekaart) is te zien dat de maaiveldhoogten in het gebied variëren van circa 7,0 m
+NAP op de dekzandruggen (rood) tot circa 3 m + NAP in het beekdal(blauw).
Figuur 9: Hoogtekaart van plangebied
Het beekdal van de Aa is in het noordwestelijke deel van het plangebied vrij breed. In het
zuidoostelijke deel heeft de Aa zich in het wat hoger liggende landschap ingesneden; het beekdal is
beperkter in omvang.
Over de ontstaanswijze en de exacte ouderdom van de Aa is (nog) relatief weinig bekend. Het relatief
brede, ondiepe dal is ontstaan in de ijstijd. De Aa heeft zich nadien ingesneden in het
dekzandlandschap waardoor het stroomt. In de loop der tijd zijn oude geulen verlaten en zijn nieuwe
geulen ontstaan. Oude geulen zijn opgevuld met zand, klei en veen. De meest in het oog springende
restgeulen bevinden zich in het zuidoostelijke deel van het plangebied rond Hersend.
Deze meander Hersend is nog steeds watervoerend, en het aftakken is het gevolg van de
normalisatie van de Aa in het verleden.
De meest uitgesproken natuurlijke restgeul bevindt zich eveneens in het zuidoostelijke deel van het
plangebied, op de grens met de bebouwde kom van Berlicum (Moerputten). Deze restgeul is vòòr
1830 verland.
Pagina 42 van 89
Cultuurhistorische waarden
Volgens de Provinciale Cultuur-Historische Waardenkaart (2010) behoort het grootste deel van het
plangebied niet tot een gebied met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Het zuidelijke deel van
het plangebied behoort tot zowel het cultuurhistorisch landschap ‘Groene Woud’ als het
cultuurhistorisch vlak ‘landgoed Seldensate’. De zuidwestgrens van het plangebied behoort tot het
archeologisch landschap ‘dekzandrug Tilburg-Den Bosch’. Daarnaast zijn diverse oude lijnstructuren
in het plangebied gekarteerd als waardevolle historisch-geografische lijnen. Het gaat daarbij onder
andere om de kades langs de Aa en de Zuid-Willemsvaart, een deel van de Westerbroek en een
aantal lanen van Wamberg, die gekarteerd zijn als lijn van hoge waarde. De Oude Bossche BaanHasseltsedijk-Milrooijseweg, De Kunning, de Westakkers, Beekveld, de Nijvelaar en de Beusingsedijk
zijn aangeduid als historisch-geografische lijnen van redelijk hoge waarde. Verspreid over het
plangebied zijn enkele gebieden, waaronder de parkaanleg van buitenplaats Seldensate, het struweel
langs de weg de Westakkers en de bossen, houtwallen en laanbeplanting van landgoed Wamberg
aangewezen als historisch groen.
Figuur 10: Uitsnede plangebied Hersend van Cultuurhistorische Waardenkaart
Pagina 43 van 89
Figuur 11: Uitsnede plangebied Aaveld van Cultuurhistorische Waardenkaart
Pagina 44 van 89
Archeologie
Aan de dekzandruggen maar ook aan de beekdalen grenzend aan de dekzandruggen is een hoge
specifieke verwachting toegekend op het aantreffen van (prehistorische) vondsten en sporen. De
eventuele vindplaatsen zijn binnen het beekdal mogelijk afgedekt (en derhalve beschermd) door
jongere sedimenten (jongere beekafzettingen van de Aa). Bij de verwachte vindplaatsen wordt
voornamelijk strooiing van overwegend (bewerkt) vuursteen verwacht. Echter, ook archeologische
indicatoren als aardewerk, leem, houtskool, hout, bot en gewei kunnen worden verwacht. Op de
archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels een rode kleur. Aan een zone van 100
m rond een dekzandrug/kop is een middelhoge specifieke verwachting toegekend op het aantreffen
van (prehistorische) vondsten en sporen. Dit geldt ook voor de dekzandwelvingen. Bij de verwachte
vindplaatsen wordt voornamelijk strooiing van overwegend (bewerkt) vuursteen verwacht. Echter,
ook archeologische indicatoren als aardewerk, leem, houtskool, hout, bot en gewei kunnen worden
verwacht. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels een oranje kleur. Aan
die delen van het plangebied waar zich geen dekzandruggen/welvingen in de directe omgeving
bevinden, wordt een lage specifieke verwachting toegekend op het aantreffen van vondsten en
sporen samenhangend met een nederzetting. Op de archeologische verwachtingskaart (bijlage 6) is
dit weergegeven middels een gele kleur.
Voor de restgeulen geldt een lage archeologische verwachting maar met kans op bijzondere
datasets. Hierbij moet worden gedacht aan fenomenen die verband houden met het gebruik van het
gebied in (pre-)historische tijd. Voorbeelden zijn visvoorzieningen, vaartuigen (uitgeholde
boomstammen), rituele deposities en veenwegen. Op de archeologische verwachtingskaart is dit
weergegeven middels een blauwe kleur. Op basis van historisch kaartmateriaal is voor het
plangebied de nog bestaande en inmiddels verdwenen historische bebouwing in kaart gebracht.
Hierbij is aan de historische kernen, zones rond bepaalde puntlocaties als historische erven,
(water)molens, kastelen en mogelijke voorden een hoge specifieke verwachting toegekend op het
aantreffen van vondsten en sporen daterend vanaf de middeleeuwen. In het geval van een oud erf
betreft het hierbij voornamelijk strooiing van fragmenten aardewerk en sporen van bewoning, zoals
waterputten, afvalputten en paalsporen. In het geval van een brug of voorde moet worden gedacht
aan (houten) restanten van voorlopers van de brug en/of resten die kunnen duiden op de
aanwezigheid van een voorde. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven middels
een donkerbruine kleur. De vermoedelijke ligging van de vestingwerken uit de Tachtigjarige oorlog
zijn apart weergegeven middels een paarse arcering. Aan de delen binnen het plangebied waar
ontgrondingen hebben plaatsgevonden en die zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek, wordt
geen specifieke verwachting toegekend. Op de archeologische verwachtingskaart is dit weergegeven
middels een grijze kleur.
Pagina 45 van 89
Figuur 12: Uitsnede plangebied uit archeologische verwachtingskaart
Pagina 46 van 89
Bijlage 3: Hydrologisch achtergronddocument
Inleiding
Waterschap Aa en Maas werkt samen met een aantal partners aan een duurzame inrichting van de
Aa tussen Kasteel Heeswijk en ’s-Hertogenbosch: het project Dynamisch Beekdal de Aa. Het doel is
om tussen Kasteel Heeswijk en ’s-Hertogenbosch de Aa zoveel mogelijk als dynamische beek te laten
functioneren. De Aa krijgt waar mogelijk binnen een zone van 80 tot 120 meter de ruimte om haar
eigen weg te zoeken. Hiermee wordt ruimte gecreëerd voor waterberging, natuur en recreatie. Het
Dynamisch Beekdal begint bij kasteel Heeswijk en eindigt bij de zandvang nabij de A2 (de kruising van
de Zuid-Willemsvaart). Het project wordt uitgevoerd in een aantal fasen. Dit rapport beschrijft de
hydrologie van het deeltraject 5 en 6b (figuur 1) en de samenhang met de fasen 3-4 en 6a.
Figuur 1: Deeltrajecten Dynamisch Beekdal
Samenhang Aa en peilsloten
De Aa en de peilsloten vormen in het plangebied 2 deelsystemen als het gaat om de afvoer voor het
landelijk gebied. De Aa ligt tussen kades en functioneert als doorvoerkanaal voor het water van de
bovenstrooms gelegen gebieden. De peilsloten zorgen voor de af- en ontwatering van de gronden
buiten de kades. Deze waterlopen bepalen de grondwaterstand en vangen ook de kwel in het
beekdal af.
Pagina 47 van 89
Huidige situatie
Peil en afvoer van de Aa
De Aa is op dit deeltraject een afwateringskanaal met een doorvoerfunctie voor het bovenstroomse
gebied. De afvoer wordt bepaald door het aanbod vanuit het bovenstroomse gebied en varieert in
het plangebied globaal tussen 1,5 m3/sec (5% laagste afvoer = T5%) en 75 m3/sec (afvoer eens per
100 jaar = T100). De Aa loost het water via de StadsAa en de Dieze bij Crevecoeur op de Maas. Via de
Dieze wordt ook het water van de Dommel en de Zuid-Willemsvaart geloosd (figuur 2).
Figuur 2: Hoofdafwatering rondom ‘s-Hertogenbosch
Bij Crevecoeur varieert het peil op de Maas van 0,55 m+ tot ca. 5,35 m+ (1 keer per 100 jaar). De
hoge waterstanden van de Maas kan wateroverlast veroorzaken in ’s-Hertogenbosch. Een peil van
4,90 m+ bij de Citadel is het kritische peil voor overlast. Als de Maas dit peil bereikt, gaat de sluis bij
Crevecoeur dicht om te voorkomen dat Maaswater naar binnen stroomt. Het water van de Dommel,
de Zuid-Willemsvaart en de Aa moet dan via het Drongelens kanaal worden afgevoerd naar de Maas.
De afvoercapaciteit van dit kanaal is ongeveer 100 m3/sec en dit is in extreme situaties onvoldoende
om al het water af te voeren. Door water tijdelijk op te vangen in een aantal waterbergingsgebieden,
wordt schade in het stedelijk gebied van ’s-Hertogenbosch voorkomen. Bij de HOWABO-studie
(HoogWater bescherming Den Bosch) is berekend, dat in 2015 een aantal bergingsgebieden nodig
zijn om de stad te beschermen tegen schade voor een situatie die 1x per 150 jaar voorkomt. Naast de
bergingsgebieden van Bossche Broek (6 mln. m3) en Gement (4,5 mln. m3) is het Dynamisch Beekdal
met een capaciteit van 1 mln. m3 nodig.
Het huidig profiel van de Aa is ontworpen voor een minimaal ruimtebeslag (diep en smal). De kades
langs de Aa zorgen ervoor, dat bij extreem hoge waterstanden op de Maas het omliggende gebied
niet overstroomt. Zonder de kades zouden immers grote delen van het Aa-dal regelmatig onder
water lopen, omdat die lager liggen dan de optredende Maaspeilen. De stuwen zorgen ervoor dat de
Aa niet droogvalt bij lage Maaspeilen in combinatie met lage afvoeren op de Aa. In het plangebied
kunnen 2 peilgebieden worden onderscheiden (figuur 3):
Pagina 48 van 89


Figuur 3: Peilgebieden van de Aa
Het peilgebied van stuw Runkampen:
Stuw Runkampen houdt het gebied ten zuiden van de Hasseltse Dijk op peil. In de zomer is het
peil 4,20 m+ NAP. In de winter wordt een peil nagestreefd van 3,80 m+, maar dit peil kan bij hoge
afvoeren van de Aa in combinatie met hoge waterstanden in de Maas oplopen tot 5,20 m+ NAP.
Het peilgebied van stuw Crevecoeur:
Met de stuw bij Crevecoeur wordt het peil in de Dieze, de StadsAa en de Aa tot stuw Runkampen
geregeld. De stuw heeft een streefpeil van 2,20 m+ NAP. Afhankelijk van het Maaspeil en de
afvoer van de Aa kan het peil ook in dit peilgebied oplopen tot 5,20 m+.
Door het diepe profiel en de peilregeling met stuw Runkampen, is de stroomsnelheid in de Aa in de
zomerperiode vaak kleiner dan 0,05 m/sec.
Pagina 49 van 89
Peil en afvoer van het beekdal
De gronden aan weerszijden van de Aa hebben een eigen afwateringssysteem met wateraanvoer en
bemaling. Dit systeem bestaat uit peilsloten direct langs de Aa, waarop weer kavelsloten van de
omliggende gronden zijn aangesloten. De peilsloten worden ter hoogte van kasteel Heeswijk gevoed
met water uit de Leijgraaf en benedenstrooms bemalen met gemaal Steenen Kamer. Met de aanleg
van de sifon onder de Zuid-Willemsvaart is het gemaal Steenen Kamer vervangen door twee nieuwe
gemalen met een laagst maalpeil van 2,50 m+. Ter hoogte van stuw Runkampen staat in de peilsloot
een stuw met een zomerpeil van 3,30 m+ en een winterpeil van 3,00 m+. De peilen in de peilsloten
worden niet gemeten en zijn daarom bepaald met een modelberekening op basis van de bestaande
afmetingen. Deze peilen zijn in figuur 4 voor een aantal locaties weergegeven. De peilen treden op
bij maatgevende afvoer: een afvoer die gemiddeld 1x per jaar voorkomt.
Figuur 4: Peilen in de peilsloot in perioden met maatgevende afvoer (1x per jaar)
Peil en afvoer Dungense Loop
In het kader van de omlegging van de Zuid-Willemsvaart is een nieuwe sifon aangelegd onder het
kanaal. De sifon is aangesloten op een nieuw gemaal met een capaciteit van 1 m3/sec, dat het water
van de Dungense loop afvoert op de Aa. De maalpeilen van het gemaal zijn gelijk aan de
oorspronkelijke peilen van de Dungense Loop: 3,30 m+ in de zomer en 3,10 m+ in de winter.
Figuur 5: Verandering van de situatie bij de Dungense Loop
Pagina 50 van 89
Ontwerpeisen
Dynamische Aa
De randvoorwaarden en ontwerpeisen voor de ecologie kunnen worden vertaald in hydrologische
randvoorwaarden. Voor de Dynamische Aa zijn de volgende ecologische beleidsdoelen van belang:
 Beekherstel natuur (provinciaal, WBP) – benedenloop laagland beek
 Behalen goede ecologische toestand van een langzaamstromende benedenloop(KRWtype
R6)
 Ecologische verbindingszone (provinciaal, WBP)
Bovenstaande hydrologische randvoorwaarden, die bij deze beleidsdoelen van toepassing zijn, zijn
onderstaand weergegeven:
Beekherstel/KRW:
 Het streefbeeld voor benedenloop van een laaglandbeek is een beek binnen een zone van
100-150 m breed met natuurlijke peilfluctuaties (hoge winterwaterstanden en lage
zomerwaterstanden). De overstromingsvlakte loopt geleidelijk onder water en staat 1x per
jaar helemaal onder water.
 De Aa heeft een meanderend zomerbed van minimaal 4 m breed en heeft een waterdiepte
van 0,4 tot 1,0 m. De meandering van het zomerbed leidt tot asymmetrische dwarsprofielen
met variatie in oevers en beplanting.
 In het winterbed staat minimaal 10% opgaande begroeiing.
 In het overgangsgebied tussen zomer- en winterbed groeit meer opgaande beplanting.
 De Aa is permanent stromend (0,1-0,5m/sec) en in de droogste maand van het jaar is de
minimum stroomsnelheid nog 0,1m/s.
 De beek is vispasseerbaar dus geen barrières die de visoptrek belemmeren.
Ecologische verbindingszone
 Vanuit ecologische verbindingszone zijn er geen aanvullende hydrologische eisen boven de
eisen voor beekherstel/KRW. De aan te leggen landschapselementen in het beekdal kunnen
worden ingepast in de profielen van de beek.
Gronden buiten de Dynamische Aa.
Bij de inrichting van het beekdal wordt de waterhuishouding afgestemd op de bestaande of nieuwe
functies van landbouw, bebouwing ed. Voor de landbouw gaat het om intensief en extensief gebruik,
waarbij de drooglegging moet zijn afgestemd op het gebruik. Voor de natuur (Seldensate en
meander Hersend) is naast peilbeheer ook de waterkwaliteit van belang. Punt van aandacht zijn de
bestaande mestkelders van de agrariërs in het gebied, waarbij schade kan ontstaan bij verhoging van
de grondwaterstand in het gebied.
Waterveiligheid en waterberging
Het omliggende gebied moet beschermd worden tegen een overstromingsrisico van 1x per 100 jaar.
Het gebied moet daarnaast een bijdrage leveren aan de waterberging voor het systeem van De Aa,
De Dommel en de Zuid-Willemsvaart ter bescherming van ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor wordt
gestreefd naar een waterberging van 1 mln. m3 in het traject van kasteel Heeswijk naar de zandvang.
De bijdrage van het plangebied is 550.000 m3.
Pagina 51 van 89
Uitwerking Dynamische Beekdal
Beekprofiel van de Aa
Op basis van de randvoorwaarden voor beekherstel en KRW-eisen, is een ontwerp-dwarsprofiel
bepaald, waarmee aan de verschillende eisen kan worden voldaan. Asymmetrische profielen worden
toegepast om de meandering vorm te geven (d.w.z. dat in de bochten het zomerbed meer naar links
of rechts van het midden ligt). Daar waar de bestaande Aa in het winterbed ligt, is een aangepast
profiel gemaakt. Hier wordt de oude Aa gedeeltelijk gedempt en een zomerbed langs de oude Aa
aangelegd. Dit beperkt het grondverzet terwijl het profiel toch aan de KRW-eisen voldoet. In verband
met de beschikbare gronden is het werkelijke beekdal 80 – 120 m breed tussen de kades. Op één
traject is nog geen grond beschikbaar om het gewenste profiel te realiseren. Hier is gerekend met het
bestaande profiel van de Aa en overgangsprofielen om de aansluiting naar het nieuwe beekprofiel te
maken.
Fig. 6: Ontwerpprofielen voor Dynamische Beek
De uitgewerkte profielen met afmetingen zijn voor een aantal locaties weergegeven in bijlage 1.
Rekenmodel en invoergegevens.
De Dynamische Aa is met de nieuwe profielen doorgerekend met een SOBEK-model voor meerdere
afvoersituaties. SOBEK is een rekenprogramma voor het simulerenThe programmes within the SOBEK
modelling suite simulate the complex flows and the water related processes in almost any system.
van waterstroming in waterlopen (één-dimensionaal) en over horizontale vlakken (tweedimensionaal). It is the ideal tool for guiding the designer in making optimum use of resources. Het
rekenprogramma wordt algemeen gebruikt door adviesbureaus en overheden. Het rekenmodel
omvat het hele traject vanaf de meander bij kasteel Heeswijk tot de Maas, zodat de samenhang
tussen de verschillende fasen is gewaarborgd. Er zijn meerdere scenario’s doorgerekend om de
randvoorwaarden voor beekherstel en veiligheid te toetsen. De gebruikte parameters in het model
zijn weergegeven in bijlage 1. De invoergegevens per scenario zijn hieronder weergegeven.
Pagina 52 van 89
Beekherstel:
 Randvoorwaarde minimum stroming droogste maand van het jaar.
Deze eis wordt getoetst met de T=5% afvoer, dus 5% van de tijd (=gemiddeld 18 dagen per
jaar) is de afvoer kleiner dan deze waarde. Deze afvoer is afgeleid uit de langjarige meting bij
stuw Runkampen (periode 1976 – 2005) en is in het plangebied 1 m3/sec.
 Randvoorwaarde overgangszone tussen zomer- en winterbed.
Deze eis is getoetst met fluctuatie tussen T=5% norm en de T50% norm. Dit houdt in, dat
50% van de tijd (=180 dagen per jaar) fluctueert tussen deze waarden. De afvoer is afgeleid
uit de langjarige meting bij stuw Runkampen (periode 1976 – 2005) en is 5 m3/sec.
 Randvoorwaarde overstromingsvlakte die minimaal 1x per jaar onder water staat.
Deze eis is ingevuld als het peil en de inundatie, die gemiddeld 1x per jaar (T1) optreedt.
Deze afvoer is in het plangebied ca. 30 m3/sec.
Veiligheidseis:
 Randvoorwaarde veiligheid
Het omliggende gebied bevat verspreide bebouwing en heeft daarom een beschermingseis
voor een peil dat 1x per 100 jaar optreedt (T100). De piekafvoer van deze golf is 74 m3/sec.
Parameters in het SOBEK-model
 Binnen het hydraulisch onderzoek is ingegaan op zowel hoge- als lage afvoeren. De lage
afvoeren zijn afgeleid uit de langjarige meting bij stuw Runkampen (periode 1976 – 2005). De
hoge afvoeren (T=10 en T=100) zijn bepaald met het Gebiedsdekkend Hydrologisch Model.
 De interactie met de Maasgolf is overgenomen uit de HOWABO-studie: (Hydrologic, 2006).
Gebaseerd op de modelberekeningen van Hydrologic blijkt dat de piek van de Dommel 55
uur eerder plaatsvindt dan die van de Maas, en de piek van de Aa 24 uur eerder dan die van
de Dommel plaatsvindt.
 In de modellen is uitgegaan van de omgelegde Zuid-Willemsvaart inclusief de nieuwe sifon.
 Voor de inundatieoppervlakken is gerekend met een grid van 25 x 25 m2.
 Voor de ruwheid in de waterlopen is uitgegaan van Bos en Bijkerk 20 (sterk begroeide
waterloop) in het zomerbed 25 (matig begroeide waterloop) in het winterbed. In de 2Dmodule is een constante Manning-waarde aangenomen van 0,03 .
Pagina 53 van 89
De rekenresultaten zijn in figuur 7 en tabel 1 weergegeven.
Figuur 7: locaties voor toetsen van ontwerpeisen
lokatie
T5%
snelheid
T5% peil
1
0,
10
12
3,
20
T50%
peil
2
0,
T1 peil
25
3,
4,
4,
60
90
4,
05
4,
70
5,
35
3,
3,
4,
5,
30
30
45
65
9
0,
3,
3,
85
60
5,
28
16
35
80
7
0,
3,
3,
4,
5,
25
09
34
50
6
0,
3,
3,
75
30
5,
23
10
33
70
5
0,
3,
3,
4,
5,
22
12
30
10
4
0,
3,
3,
50
80
T100 peil
13
3,
3,
25
3
0,
4,
90
5,
45
5,
65
Tabel 1: rekenresultaten per locatie in m+ NAP (peil) en m/sec (stroomsnelheid)
Pagina 54 van 89
Uitwerking waterberging
De waterberging wordt ingevuld in het landbouwgebied tussen de Hasseltsedijk, Beekveld en de
kade van de Dynamische Aa. Voor de waterberging wordt uitgegaan van een maximaal peil van 5,50
m+ (dit peil wordt mogelijk met optrekken van stuwen bij de sifon van de Zuid-Willemsvaart). De
inhoud van het bergingsgebied is met een GIS bewerking op basis van de actuele hoogtekaart van
Nederland bepaald op 550.000 m3. Het bergingsgebied wordt beschermd voor kades, verhoging van
tuinen in combinatie met mobiele kades en door herstel van een voormalige donk (zie figuur 8). Het
water kan worden ingelaten met een inlaatduiker van 4 m breed en 1,50 m hoog. Dit inlaatwerk kan
alleen op de locatie zelf elektrisch worden bediend. De inlaathoeveelheid varieert van 10 tot 12
m3/sec, waarmee het bergingsgebied in ca. 15 uur geheel is gevuld.
Figuur 8: waterbergingsgebied met maatregelen
Pagina 55 van 89
Uitwerking gronden buiten de Dynamische Aa
Verandering door inrichting van het beekdal.
In de huidige situatie worden de gronden ten noorden van de Aa van water voorzien door aanvoer
vanuit de Leijgraaf, die de peilsloot direct ten noorden en oosten van de Aa op peil houdt. De
waterlopen aan de zuid- en westkant van de Aa dienen alleen voor de afvoer van water. Er is geen
wateraanvoer. Door de inrichting van het beekdal, wordt de aanvoer via de noordkant afgesneden.
Vanwege het nieuwe tracé van de Dynamische Aa en de wens om de landbouwgebieden optimaal in
te richten, zal de peilsloot vrijwel geheel worden verlegd. Het waterschap wil in de nieuwe situatie
de wateraanvoer voor de landbouwgebieden mogelijk maken met een nieuw inlaatgemaal ter
hoogte van de meander Middelrode (maakt deel uit van fase 3-4). Hiermee kan vrijwel het hele
plangebied van water worden voorzien (zie figuur 9). De inlaathoeveelheid wordt afgestemd op het
aanvoergebied en bedraagt maximaal 150 l/sec. Dit is voldoende voor peilbeheer, beregening en
doorstroming.
Figuur 9: nieuwe peilsloot en deelgebieden
De wensen en maatregelen voor de waterhuishouding van de verschillende deelgebieden wordt
hieronder per deelgebied besproken.
Pagina 56 van 89
Deelgebied 1: landgoed Seldensate:
Knelpunt en wensbeeld
Het huidige waterpeil op het landgoed is te laag. Het peil in de waterlopen fluctueert tussen 4,20 m+
tot 4,60 m+ in langdurig natte perioden. Bij lage waterstanden hebben de bomen last van verdroging
en komen de houten paalkoppen van de fundering onder de ruïne boven water en gaan rotten. De
dikke laag bagger heeft een negatieve invloed op de waterkwaliteit en vooral bij droogval wordt de
belevingswaarde van de waterlopen negatief beïnvloed. Met een constant peil van 4,50 à 4,60 m+
worden de problemen van verdroging en de fundering van de ruïne opgelost. Als de waterlopen ook
worden gebaggerd wordt de waterkwaliteit beter en neemt de belevingswaarde toe.
Maatregelen
Peilverhoging op het landgoed kan alleen met het oppompen van water worden gerealiseerd. Het
huidige en toekomstige peil van de Aa is te laag om de gewenste peilverhoging in het landgoed onder
vrij verval te realiseren. Het waterschap wil daarom een nieuw gemaal bouwen bij de meander
Middelrode (uitwerking in projectplan fase 3-4). Hiermee wordt de waterloop aan de buitenrand van
het landgoed van water voorzien en op het gewenste peil gebracht. De waterloop, die ook gebruikt
wordt voor aanvoer van water naar de noordelijk gelegen gebieden, gaat buiten meander Seldensate
om, zodat waterhuishoudkundig één systeem ontstaat. Op de overgang van het landgoed en het
landbouwgebied wordt een stuw geplaatst met een vaste drempel van 4,50 m+ en 2 m breed. De
waterlopen in de kern staan in verbinding met de buitenrand en worden alleen op peil gehouden
(geen doorstroming). De hoofdwaterloop wordt verbreed en verdiept en de overige waterlopen
worden gebaggerd. De bestaande kunstwerken worden zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat
hersteld. De grondwaterstand en waterpeilen zullen op enkele plaatsen in het gebied worden
gemeten, waarmee de hydrologische randvoorwaarden worden gevolgd en zonodig gericht kunnen
worden bijgestuurd.
Figuur 10: maatregelen deelgebied 1
Pagina 57 van 89
Deelgebied 2: landbouwgebied tussen Aa en N279
Knelpunt en wensbeeld
Het gebied heeft een maaiveldhoogte van 5,0 à 5,50 m+ en de wenspeilen voor de landbouw zijn een
winterpeil van 4,20 m+ en een zomerpeil van 4,50 m+. De afwatering gebeurt nu met de peilsloot
langs de Aa, die een bodemhoogte heeft van 4,00 à 4,20 m+. Daarmee wordt een winterpeil bereikt
van 4,20 à 4,40 m+. In de zomer valt de watergang droog. Om te kunnen voldoen aan de wenspeilen
voor de landbouw, is wateraanvoer en peilopzet met een stuw noodzakelijk. Vanwege de behoefte
aan water voor het benedenstroomse gebied dient de watergang ook als doorvoer te functioneren.
Naast de landbouwkundige wensen, moet ook de afwatering van de bermsloot van de N279 worden
opgenomen in het systeem.
Maatregel
Voor een goede peilregeling is een regelbare stuw (breedte 1 m) nodig, waarmee een winterpeil van
4,20 m+ en een zomerpeil van 4,50 m+ kan worden ingesteld. Ten behoeve van de waterdoorvoer is
het nodig, dat de huidige waterloop wordt verbreed en verdiept (zie profielen in bijlage 2). Daarnaast
is vanwege de kruising met de Aa een sifon nodig met een diameter van 800 mm. De huidige sifon
vervalt door de werkzaamheden van de N279. Een geschikte nieuwe lokatie is nabij de brug onder de
Hersend. Ter plaatse van de sifon kan ook de bermsloot van de N279 worden aangesloten.
Figuur 11: maatregelen deelgebied 2
Pagina 58 van 89
Deelgebied 3: meander Hersend
Knelpunt en wensbeeld
Voor de meander Hersend is handhaving van de bestaande landschappelijke waarden en versterking
van de natuurwaarden gewenst. Voor de versterking van de natuurwaarden is het nodig, dat de
meander alleen wordt gevoed met regenwater en kwel van het omliggende gebied. Voor het behoud
van de landschappelijke waarden, is voor het gebied rondom de meander extensief landbouwkundig
gebruik gewenst. De meander fungeert nu als waterdoorvoerroute voor het benedenstrooms gebied.
Aan het wensbeeld kan worden voldaan, door de doorvoer direct na de sifon onder de Aa via de
bestaande peilsloot langs de Aa te leggen. Het peil van de meander kan met een peil van 3,90 m+
worden afgestemd op extensief landbouwkundig gebruik. Bij dat peil varieert de drooglegging van
0,40 m op de lage delen langs de meander tot 0,80 m op de hogere delen. Hiermee ontstaat een
gevarieerd gebied met natte natuurontwikkeling langs de lage buitenrand en afwisselend meer of
minder extensieve landbouw in de rest van het gebied. De bebouwing ligt overal hoger dan 5,0 m+
en blijft met dit peil altijd vrij van wateroverlast.
Maatregel
Het aanvoerwater vanaf de sifon onder de Aa (bij de brug Hersend) en de duiker onder de Hersend
via de bestaande peilsloot leiden. Voor een goede doorvoer is het nodig, dat de bestaande duiker
wordt vergroot en de waterloop wordt verdiept en verbreed. Over een korte afstand wordt hiervoor
de kade naar het zuiden opgeschoven. Het peil in de waterloop wordt met een te plaatsen stuw in
deelgebied 4 geregeld. De meander krijgt na deze maatregelen geen doorstroming, maar blijft wel op
peil door de verbinding via de duikers onder de Beekveld.
Figuur 12: maatregelen deelgebied 3
Pagina 59 van 89
Deelgebied 4: rondom de nieuwe Runweg
Knelpunt en wensbeeld
Met de aanleg van de Runweg moet de waterhuishouding ter plaatse worden aangepast. De nieuwe
waterloop en de peilen kunnen daarbij worden afgestemd op de functies in het gebied. Het nieuwe
peil moet worden afgestemd op het wenspeil van de meander Hersend (zie hiervoor) en het peil voor
de boomkwekerij. Voor de boomkwekerij (maaiveld > 4,90 m+) is niet alleen voldoende drooglegging
nodig, maar er is ook de wens om in het voorjaar te beregenen om vorstschade te voorkomen. Met
een peil van 3,90 m+ ontstaat voldoende drooglegging voor de boomgaard, kan worden beregend in
het voorjaar en wordt voldaan aan het peil voor meander Hersend . De inrichting van de stapstenen
aan weerszijden van de Runweg moet worden afgestemd op dit peil.
Maatregel
Rekening houdend met het peil van 3,90 m+ bij de meander is een peil van 3,80 m+ benedenstrooms
van de stapstenen nodig om voldoende doorstroming te creëren. Om dit peil te kunnen instellen is
een stuw nodig in de noordelijke stapsteen. Deze stuw kan worden uitgevoerd als vaste stuw met
een breedte van 2,50 m en een drempelhoogte van 3,80 m+. Vanwege de breedte is de peilfluctuatie
gering bij wisselende afvoeren. Door het afkoppelen van de meander is een nieuwe duiker onder de
Beekveld nodig.
Figuur 13: maatregelen deelgebied 4
Pagina 60 van 89
Deelgebied 5: landbouwgebied ten noorden van Beekveld
Knelpunt en wensbeeld
Met de omlegging van de Aa is het gewenst het gebied buiten de Dynamische Aa in te richten voor
intensief landbouwkundig gebruik. De kavelinrichting en het peilbeheer moeten hierop worden
afgestemd. Vanwege de kavelinrichting is het gewenst de peilsloot langs de nieuwe kade van de
Dynamische Aa te leggen. Ook de Run wordt om die reden buiten het landbouwgebied om gelegd en
aangesloten op de peilsloot. Daarnaast is het gewenst om de Aa, de Dungense Loop en de bestaande
peilsloten te dempen en op te nemen in het landbouwgebied. Het landbouwgebied loopt sterk af
vanaf 5,0 m+ bij de Beekveld naar 4,0 m+ in het dal. Een optimaal peil voor het hele gebied is daarom
moeilijk te realiseren. Om wateroverlast in de laagste delen te voorkomen wordt uitgegaan van het
huidige peil: 3,20 m+ in de zomer en 3,0 m+ in de winter.
Maatregel
Aanleg van een nieuwe peilsloot langs de kaden van de Dynamische Aa, bouw van een regelbare
stuw nabij het aan te leggen wandelpad met een breedte van 1,50 m, een zomerpeil van 3,20 m+ en
een winterpeil van 3,0 m+. Dempen van de bestaande Aa, de Dungense Loop en de peilsloten.
Omleggen van de Run en aansluiten op de nieuwe peilsloot.
Figuur 14: maatregelen deelgebied 5
Pagina 61 van 89
Deelgebied 6: landbouwgebied ten noorden van Hasseltse dijk
Knelpunt en wensbeeld
Met de omlegging van de Aa is het gewenst het gebied buiten de Dynamische Aa in te richten voor
intensief landbouwkundig gebruik. De kavelinrichting en het peilbeheer moeten hierop worden
afgestemd. Vanwege de kavelinrichting is het gewenst de peilsloot langs de nieuwe kade van de
Dynamische Aa te leggen. Daarnaast is het gewenst om de Aa en de beide peilsloten te dempen en
op te nemen in het landbouwgebied. Voor het dempen worden de hoge delen van de omliggende
percelen afgegraven, waardoor het nieuwe maaiveld een gemiddelde hoogte krijgt van 3,50 m+. Om
ingesloten laagtes te voorkomen, worden de nieuwe percelen bol gelegd worden met een helling in
de richting van de nieuwe peilsloot langs de Dynamische Aa. De gewenste drooglegging is 0,60 m
(zomer) en 0,80 m (winter). Hiervoor zijn wenspeilen van 2,80 m+ (zomer) en 2,60 m+ (winter) nodig.
Maatregel
Het dempen van de Aa en aanliggende peilsloten in combinatie met afgraven van de kades en hoge
delen van de omliggende percelen. Percelen onder een helling en de akkers bol leggen tussen de
perceelsloten. Afmetingen van de peilsloot afstemmen op een winter/zomerpeil van 2,60/2,80 m+
met een regelbare stuw bij de Beusingsedijk.
Figuur 15: maatregelen deelgebied 6
Pagina 62 van 89
Deelgebied 7: rondom Nijvelaar
Knelpunt en wensbeeld
Voor dit gebied is het gewenst de overlast door kwel vanuit de Zuid-Willemsvaart te voorkomen. Het
gebied kenmerkt zich door een hooggelegen bebouwde kern (Nijvelaar), waaromheen lager gelegen
landbouwgronden liggen. Om overlast door kwel vanuit de Zuid-Willemsvaart te voorkomen, heeft
Rijkswaterstaat sloten aangelegd en grote delen van de landbouwgrond gedraineerd. De afwatering
rondom de kern van Nijvelaar is nog niet gegraven in afwachting van het definitieve tracé van de
Dynamische Aa. Deze waterloop is wel nodig om schade aan gebouwen en kelders te voorkomen.
Het waterschap is verantwoordelijk voor de aanleg van het nog ontbrekende gedeelte en sluit aan op
de door Rijkswaterstaat gegraven waterlopen. Vanwege de aanwezige mestkelders mag het peil niet
hoger worden dan 4,50 m+.
Maatregel
Graven van een peilsloot rondom de kern Nijvelaar en de Dynamische Aa en aansluiten op de door
Rijkswaterstaat gegraven waterlopen. Het peil in de waterloop wordt 2,50 m+.
Figuur 16: maatregelen deelgebied 7
Pagina 63 van 89
Bijlage 1. Dwarsprofielen Dynamische Aa
Figuur 1: Locaties dwarsprofielen in Aa veld
Pagina 64 van 89
Pagina 65 van 89
Figuur 2: Locaties dwarsprofielen in Hersend veld
Pagina 66 van 89
Pagina 67 van 89
Bijlage 2. Dwarsprofielen peilsloot
Pagina 68 van 89
Bijlage 4: Landschapsbeeld totaal
Pagina 69 van 89
Pagina 70 van 89
Bijlage 5: Achtergronddocument waterkeringen
Overloop/overslag
Om overloop en overslag tijdens hoogwater tegen te gaan dient de kruinhoogte van de aan te leggen
kades hoog genoeg te zijn. In het regionaal systeem wordt hiervoor een toeslag van 0,5 m
gehanteerd boven op het maatgevend hoogwater, in dit geval de waterpeilen bij een t100 situatie.
Als sprake is van een zandige ondergrond en een kade die uit zandig materiaal wordt opgebouwd,
zullen klink en zetting beperkt zijn. Bij de aanleg kan naar verwachting worden volstaan met een
overhoogte van 0,1 meter om eventuele klink van de ophoging en zetting te compenseren.
Macrostabiliteit binnen- en buitentaluds
Veiligheidsfactor (Fmin) = 1,08 gebaseerd op norm 1/100
In praktijk zal dit bij zandig materiaal taluds van circa 1:3 opleveren. Dit is afhankelijk van het type
zand en dan specifiek de hoek van inwendige wrijving, deze wordt mede bepaald door de korrelgrote
en vorm. Met ‘afgerond’ zand (eolisch, dekzand) moeten wellicht flauwere binnentaluds worden
aangehouden richting 1:4. Wanneer gegevens uit het grondonderzoek beschikbaar zijn kan een
definitief ontwerp worden gemaakt met D-geostability berekeningen.
Microinstabiliteit
Bij kades met talud 1:6 speelt microinstabiliteit geen rol.
Voor de kades met taluds rond 1:3 kan het mechanisme wel spelen. Het geotechnisch onderzoek
naar de materiaaleigenschappen van de grond waar de kades op worden aangelegd en uit
opgebouwd zal uitwijzen of microinstabiliteit op kan treden.
Piping
Afhankelijk van bodemopbouw, hiervoor moet een oppervlakkige deklaag aanwezig zijn, de
verwachting is dat deze niet aanwezig op de locatie. Grondonderzoek zal dit moeten uitwijzen.
Bekleding
De eisen voor kruin en binnentalud zijn beperkt of kunnen zelfs los worden gelaten als de
aanleghoogte zoals eerder genoemd wordt aangehouden. Er kan dan, gegeven de norm met
bijbehorende waterstand, geen sprake zijn van overloop of overslag en erosiebestendigheid van de
bekleding op de kruin of het binnentalud is dan niet relevant.
Voor het buitentalud is een goede bekleding essentieel, met name als gekozen wordt voor een
zanddijk. Het zandige materiaal i.c.m. zuid ligging buitentalud biedt omstandigheden waardoor
grasmat makkelijk verdroogt en hierdoor na de zomer niet voldoende hersteld. Oplossing kan zijn het
aanbrengen van een deklaag van circa 0,5 meter erosiebestendige klei (klasse 2) eventueel met een
teelaarde laag zodat zich een diep gewortelde gesloten grasmat kan ontwikkelen. Opgemerkt moet
worden er onder dagelijkse omstandigheden geen water tegen de kade aanstaat en bij maatgevend
hoogwater de stroomsnelheid laag zal zijn.
Beheer en onderhoud
In het ontwerp van de nieuwe kades dient rekening gehouden te worden met het beheer en
onderhoud. De taluds van circa 1 op 3 zijn machinaal te maaien en met een kruin van tenminste 3
meter breedte is de kade ook tijdens hoogwater toegankelijk voor een personenwagen of een kleine
vrachtwagen.
Pagina 71 van 89
Pagina 72 van 89
Bijlage 6: Kaartmateriaal Hersend
Pagina 73 van 89
Pagina 74 van 89
Bijlage 7: Kaartmateriaal Aaveld
Pagina 75 van 89
Pagina 76 van 89
Bijlage 8: Protocol waterberging
Algemeen
De waterberging in het Dynamisch Beekdal levert een bijdrage aan de bescherming van de kern van
’s-Hertogenbosch tegen wateroverlast. Samen met de bergingsgebieden van HOWABO (4,5 mln. m3)
en Bossche Broek (6 mln. m3) en de waterbergingsgebieden van fase 3-4 en 6a, wordt ’sHertogenbosch zodanig beschermd, dat inundatie niet vaker dan 1x per 150 jaar voorkomt. Het
bergingsgebied heeft een oppervlakte van 35 ha en een capaciteit van 550.000 m3 bij een maximaal
peil van 5,50 m+ NAP. De ligging van het gebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: waterbergingsgebied fase 5-6b
De inzet van de waterberging en de afstemming met de andere gebieden wordt na gereedkomen van
het bergingsgebied meer gedetailleerd uitgewerkt en opgenomen in het draaiboek Hoogwater van
het waterschap.
Voorbereiding inzet
Het stedelijk gebied van ’s-Hertogenbosch gaat inunderen bij een peil van 4,90 m+. In een eerder
stadium neemt het waterschap al voorbereidende maatregelen voor inzet van de bergingsgebieden.
Dit bergingsgebied wordt ingezet in samenhang met HOWABO en Bossche Broek. Deze gebieden
worden als eerste ingezet, omdat die vrijwel geheel in de EHS liggen en dus geen schade aan
landbouwgrond veroorzaken. Het signaal voor de inzet van de waterberging wordt genomen door
het calamiteitencentrum van het waterschap. In de voorbereidingsfase moeten verschillende
maatregelen worden genomen,:
 De grondeigenaren, de pachters en de gemeente worden geïnformeerd over de mogelijke inzet
van waterberging
 Vee wordt geëvacueerd;
 De kunstwerken en kades worden geïnspecteerd en schades hersteld;
 Er wordt een noodpomp gereserveerd voor inzet op afroep en ook worden maatregelen
genomen voor inzet van de mobiele kade.
 Gereedmaken pompopstelling en reserveren van een noodpomp voor inzet op afroep bij de Run
t.b.v. het drooghouden van het stedelijk gebied van Berlicum dat hierop afwatert.
 Gereedmaken mobiele waterkering voor inzet bij Rraadhuislaan 6.
Pagina 77 van 89

De meetlocaties bij de boerderijen worden gecontroleerd en voorzien van divers, zodat continue
meting van grondwaterstand plaatvind. Deze metingen zijn nodig om maatregelen te nemen
en/of achteraf de oorzaak van eventuele schade te kunnen vaststellen.
Inzet en nazorg
De daadwerkelijke inzet gebeurt op locatie, zodat gecontroleerd kan worden ingelaten om
uitspoeling van gronden beperkt blijft. Tijdens de inzet wordt de grondwaterstand rondom de
gebouwen gecontroleerd. Als deze te hoog dreigt te worden, worden maatregelen genomen om de
stijging te beperken.
Na inzet van de waterberging wordt het water zo gauw als mogelijk weer teruggevoerd op de Aa. Dit
gebeurt in eerste instantie via het inlaatwerk. Als het peil gezakt is tot ongeveer het maaiveld wordt
ook het gemaal bij de Beusingsedijk in werking gezet. Hier wordt ook een noodpomp geplaats om het
gebiedsneller leeg te maken en schade aan landbouwgrond zoveel mogelijk te beperken. Als het
gebied weer helemaal leeg is wordt de schade aan eigendommen van derden opgenomen en
hersteld of vergoed.
Pagina 78 van 89
Bijlage 9: Beheer- en onderhoudsrichtlijn
Inleiding
Dynamisch beekdal de Aa betreft een groot natuurontwikkelingsproject langs de beek de Aa tussen
Heeswijk en Den Bosch. De Aa als beek wordt hersteld en de gronden langs de beek moeten gaan
functioneren als ecologische verbindingszone voor typisch natuur van beekdalen.
In 2015-2016 worden de deeltrajecten Hersend en Aaveld gerealiseerd. De beek krijgt weer meer de
ruimte en de overstromingsvlakte mag zich spontaan gaan ontwikkelen. Naast de natuurontwikkeling
wordt in het Aaveld ook een waterbergingsgebied aangelegd dat gestuurd ingezet kan worden.
Het doel van deze Beheer en onderhoudsrichtlijn (BOR) is om invulling te geven aan de doelstellingen
van Waterschap Aa en Maas, de Provincie Noord-Brabant en het projectplan Hersend en Aaveld
‘Dynamisch beekdal, fase 5 en 6b’. In deze BOR beschrijven we de (natuur)elementen binnen het
beekdal van de Aa en het beheer en onderhoud dat toegepast gaat worden. Ingezet wordt op
extensief beheer en zo weinig mogelijk ingrijpen. Deze BOR gaat in op beheeruitgangspunten en
methoden.
Periode: De richtlijn is bedoeld voor onbepaalde periode. Jaarlijks vindt een evaluatie plaats van het
toegepaste beheer en onderhoud. Waar nodig worden activiteiten aangepast of juist gestart dan wel
gestopt.
Eigendom en beheer
Waterloop:
Gemeente:
Eigendom:
Beheerder(s):
Stroomgebied:
Uitvoerder onderhoud:
Betrokken ecoloog:
De Aa
Sint Michielsgestel
Watergang Waterschap Aa en Maas, aanliggende
gronden Aa en Maas
Waterschap Aa en Maas
De Aa
District Beneden Aa
Mirja Kits
Kenmerken gebied
Ligging en begrenzing: zie kaart bijlage 1.
Type waterloop: Langzaam stromende benedenloop van een laaglandbeek.
De Aa stroomt meanderend door het gebied heen. Het peil van de beek wordt beïnvloed door de
stuwen in de sifon van de Aa en de vispassage ernaast. In de winter staat het peil van de Aa hoog en
zal een deel van de overstromingsvlakte langs de beek geïnundeerd zijn. In de zomer staat het peil
van de Aa lager, in zeer droge zomers zal de beek in een klein stroompje veranderen.
Natuurwaarden
Over het algemeen is de benedenloop van de Aa en directe omgeving in ecologisch opzicht matig tot
slecht ontwikkeld. De beek kent een geringe stroming en weinig stromingsvariatie. Dit in combinatie
met het ontbreken van variatie in oeverbegroeiing -en waterbodemstructuren maakt de huidige Aa
(peiljaar 2014) tot een waterloop met weinig bijzondere beeksoorten.
Qua macrofauna (waterkevers, vlokreeften, kokerjuffers e.d.) scoort de Aa hier ontoereikend. De
aangetroffen soorten zijn soorten van (matig) voedselrijk en stilstaand water. Er worden geen
zeldzame of typische kenmerkende soorten voor beken aangetroffen.De libellenfauna van de
trajecten langs de Aa is niet zo rijk. Positief is het relatief hoge aandeel van de stromingssoorten
weidebeekjuffer en blauwe breedscheenjuffer. De volgende stromingssoorten die je zou mogen
verwachten (bijvoorbeeld beekrombout) zijn een stuk kritischer. Vestiging in de toekomst is mogelijk
indien de waterkwaliteit verbetert, oever rijker begroeid raakt en meer trajecten heringericht
worden.
Pagina 79 van 89
Het beekdal van de Aa is momenteel slecht geschikt voor amfibieën. Op het traject Hersend zijn wel
enkele watertjes aanwezig die geschikt zijn voor amfibieën. Dit zijn vooral algemene soorten als
kleine watersalamander, gewone pad en groene kikkercomplex. Dit zijn algemene amfibieënsoorten.
Kritische soorten zoals de doelsoort kamsalamander komen niet voor. Met de nieuwe inrichting van
Aaveld en Hersend komen er veel geschikte leefgebiedjes (waaronder poelen) voor amfibieën bij.
De visgemeenschap van de Aa bevat vooral algemene soorten. Kenmerkende beekvissen als de
beekprik, de serpeling en de kopvoorn ontbreken nagenoeg. De riviergrondel, winde, bermpje en
kleine modderkruiper komen sporadisch voor.
Van een verruigd zijslootje van meander Middelrode is de aanwezigheid van waterspitsmuis bekend.
Mogelijk zit deze bijzondere zoogdiersoort (tevens doelsoort) ook bij de ruiger begroeide stukken
nabij meander Hersend. Zodra de nieuwe begroeiing langs de heringerichte Aa ruiger begint te
worden is de kans groot dat waterspitsmuis zich hier ook vestigt.
Broedvogels zijn nooit onderzocht in dit gebied. Uit de Nationale Databank Flora en Fauna zijn hier
geen bijzondere waarnemingen bekend.
Kortom, de huidige natuurwaarden de beek de Aa bij Aaveld en Hersend is laag. Door het
kleinschalige landschap nabij Hersend is de natuurwaarde van het beekdal hier iets hoger.
Maarbijzondere natuurwaarden komen echter nauwelijks voor en het streefbeeld wordt nog niet
gehaald. Na herinrichting zal de natuurwaarde van het beekdal langzaam toenemen: natuur heeft tijd
nodig om zich te ontwikkelen. Deels komt dit echter ook omdat de rest van de beek nog niet is
ingericht en sommige doelsoorten in de omgeving ook nog niet voorkomen en de waterkwaliteit nog
te voedselrijk is.
Aandachtspunten Gedragscode Flora- en faunawet
 Bomen langs de beek waar mogelijk laten ontwikkelen;
(streefbeeld 20% bos in het gebied). Dit zijn vooral elzen en
wilgen.

Aanwezigheid van ruige oevers zeer belangrijk voor
waterspitsmuis

Omgevallen bomen incl. kluit (over de beek) laten liggen (evt.
na broedseizoen verwijderen indien er ongewenste
stuwingen optreden);

Zorg dat de zonnige taluds van de poel/afgesloten meander
vrij blijft van schaduw en maaisel.

Indien aanvullend gemaaid moet worden op de begrazing
doe dit dan na het broedseizoen, of loop het terrein na
voordat
gaat worden
Indien in het
veld gemaaid
beschermde
soorten worden aangetroffen dan wordt dit gemeld bij de
verantwoordelijke
ecoloog
(zie
contactpersonen
onder
2).ter hoogte van
 In principe wordt de waterbodem van
de Aa
meander Assendelft niet gemaaid. Indien zich toch te veel
waterplanten ontwikkelen, wordt een stroombaan in het
najaar gemaaid.
Pagina 80 van 89
Doelstellingen
De Aa heeft volgens het Waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas de volgende doelstellingen:
 beekherstel-natuur (langzaamstromende benedenloop)
 vismigratie
 waterberging
 ecologische verbindingszone tussen diverse natuurgebieden in het Aadal en de Maas: kasteel
Heeswijk, Wamberg, uiterwaarden Maas
Streefbeeld
Functie beekherstel-natuur: Beek(dal) met natuurlijke processen en een natuurlijk peilregime.
Het streefbeeld van het gehele plangebied houdt in dat de Aa haar eigen weg mag zoeken binnen het
Dynamisch Beekdal. Hierdoor zal een min of meer natuurlijk beekdallandschap ontstaan waarin
spontane ontwikkelingen het beeld en de kwaliteit zullen bepalen. De dynamiek en spontane
processen staan binnen het beekdal centraal. Afkalving en aanslibbing van zandbanken en de
spontane ontwikkeling van vegetatietypen gaan het landschap bepalen. Mede als gevolg van
natuurlijke successie en het ontstaan van pioniermilieus kunnen nieuwe soorten zich vestigen en
zullen andere soorten weer verdwijnen.
Anders dan bij een plangebied waarin in een inrichtingsplan op voorhand wordt bepaald hoe en waar
de verschillende terreintypen in het plangebied worden gepositioneerd, wordt het eindbeeld van het
Dynamisch Beekdal voor het overgrote deel bepaald door het beheer. Aangezien spontane processen
en natuurlijke dynamiek hierin een belangrijk aandeel hebben is het niet mogelijk om op
perceelsniveau een gedetailleerde beschrijving te geven van het uiteindelijke beeld van het
Dynamisch Beekdal.
In het Beheerplan Dynamisch Beekdal (Staro 2009) is dit streefbeeld beschreven: er wordt gestreefd
naar een gevarieerd half open landschap bestaande uit de terreintypen beek, poelen, moeraszones
(plas-dras), open, grazige vegetaties, ruigte en opgaande begroeiing (struwelen en bosjes).
De ligging en gezamenlijke oppervlakte van elk terreintype varieert enigszins in de tijd. Deze variatie
wordt veroorzaakt door begrazing van het plangebied en door de invloed van wisselende
waterpeilen.
De grazige gebieden beslaan naar verwachting 30 tot 50% van het plangebied. De vegetatie,
bestaande uit verschillende soorten grassen en kruiden, is rijk aan structuur en loopt uiteen van zeer
korte tot wat langere, extensief begraasde begroeiing. Lokaal zijn veepaadjes en latrines te vinden
van de in het gebied aanwezige grazers.
Een deel van de open ruimte (10-30%) wordt ingenomen door ruigtevegetatie die zich door
extensievere begrazing verder heeft kunnen ontwikkelen. Opslag van bomen en struiken is dan ook
veelal in deze terreindelen te vinden. Ruigtevegetatie is van grote waarde voor onder andere kleine
zoogdieren als muizen, vlinders en planten die begrazing slecht verdragen.
Vooral op de overgang van oppervlaktewater naar hoger gelegen land zijn moeraszones (10-30% van
het oppervlak) te vinden. Deze gebieden staan permanent of periodiek onder water en staan veelal
onder directe invloed van peilverschillen in de Aa. De moeraszones bieden plaats aan tal van
waterplanten en vochtminnende soorten en vormen een belangrijk habitat voor amfibieën, vissen en
macrofauna. Rietvegetaties bieden daarnaast een geschikt leefgebied voor diverse vogelsoorten.
Circa 2% van het plangebied bestaat uit stilstaand oppervlaktewater in de vorm van poelen. Deze
poelen vormen een belangrijke schakel (ecologische verbindingszone) in het leefgebied van
amfibieën en macrofauna en vormen een groeiplaats voor diverse waterplanten. Als gevolg van het
periodiek buiten haar oevers treden van de Aa, zal in de poelen ook vis voorkomen.
Pagina 81 van 89
20 tot 30% van de oppervlakte van het plangebied wordt bezet door opgaande begroeiing. Bij
voortschrijdende verbossing wordt dit aandeel kunstmatig teruggebracht tot onder de 30%.
Opgaande begroeiing bestaat uit bosjes, struwelen, boomgroepen en eventueel solitaire bomen.
Naar verwachting zullen de soorten wilg, els en berk daarin een belangrijk aandeel hebben. De
soortensamenstelling is echter zeer locatieafhankelijk. Vele vogelsoorten vinden in deze begroeiing
nestgelegenheid.
Als rode draad door het landschap loopt de Aa slingerend door het plangebied. Het waterpeil van de
Aa varieert door het jaar, wat leidt tot periodieke overstromingen van het plangebied. De Aa is
daarmee verantwoordelijk voor een flinke mate van dynamiek en vormt een drijvende kracht achter
verschillende spontane processen. Plaatselijk treedt afkalving van de buitenbochten op. IN de beek
ontstaan lokaal zandbanken.
De waterloop (de Aa) ligt voor een deel in de schaduw van opgaande begroeiing aan de oevers en
ontvangt op andere delen weer volop direct zonlicht. Circa 20 tot 40% van het wateroppervlak is
begroeid met ondergedoken, drijvende en/of emergente waterplanten.
Bovenbeschreven terreintypen vormen samen een lappendeken met daarin tal van overgangszones
van natte naar droge en van open naar gesloten vegetaties. Verschillende stadia van successie zijn op
korte afstand van elkaar te vinden en zorgen voor een grote variatie aan planten en dieren.
De opbouw van de zone bestaat uit:
Waterloop: de Aa
zuurstofrijk, matig voedselrijk water; doorlopende watervoerende structuur, gevarieerde
micromilieus door variatie in stroming en niet/nauwelijks maaien van de beek. Waterplanten, zanden slibbanken en dood hout vergroten de variatie in de waterbodem. Circa 20 tot 40% van het
wateroppervlak is begroeid met oever-, ondergedoken en drijvende waterplanten.
Doelsoorten: winde, riviergrondel, bermpje en kleine modderkruiper; weidebeekjuffer en
beekrombout, stroomminnende macrofauna zoals kokerjuffers
Onderhoudsstrook niet van toepassing
In het gebied is geen onderhoudspad aanwezig omdat de beek zelf in principe niet onderhouden
hoeft te worden. Indien er gemaaid moet worden, gebeurt dit met de maaiboot/longreach waar
geen onderhoudsstrook voor nodig is.
Moerassige oeverzone (10-30% van het oppervlak)
Moerassige oeverzone met gevarieerde begroeiing van o.a. zeggenvegetatie, lisdodde en rietruigte.
De oeverzone maakt onderdeel uit van de overstromingsvlakte en betreft met name de zone direct
langs de beek.
Doelsoorten: vissen, libellen en amfibieën
Overstromingsvlakte, ruigtes
Een groot deel van het gebied is overstromingsvlakte van de Aa. Dit gebied staat jaarlijks tot eens in
de 10 jaar onder water en is begroeid met (riet)ruigte.
Doelsoorten: zoogdieren, vogels, vlinders, libellen, kruiden
Grazige vegetaties (30-50% oppervlak)
De vegetatie, bestaande uit verschillende soorten grassen en kruiden, is rijk aan structuur en loopt
uiteen van zeer korte tot wat langere, extensief begraasde begroeiing. Op schralere plekken is de
vegetatie bloemrijk (dit kan op diverse plekjes door het hele terrein zijn, maar vooral buiten de
overstromingsvlakte en op de kade).
Doelsoorten: kruiden, vlinders
Pagina 82 van 89
Kade
Rondom het gebied ligt een kade. Deze beschermt de omliggende gronden tegen overstromingen
met een frequentie van minder dan eens in de 100 jaar. Dwars door het gebied ligt nog een lagere
kade die zorgt dat de tuin en restant oude meander niet vaker dan eens in de 10 jaar overstroomt.
De kade moet een (bloemrijke) grazige vegetatie krijgen/behouden en vanwege erosiebestendigheid
niet te ruig/kaal worden en ook niet begroeien met bomen.
Bos en struweel (20-30% oppervlak)
Maximaal 30% van de oppervlakte van het gebied mag zich ontwikkelen tot opgaande begroeiing
zoals wilgenbosjes en elzen. Deze bosjes liggen voor een groot deel op de oevers van de beek.
Doelsoorten: ijsvogel, struweelvogels, vissen en macrofauna (wortels in de oever)
Poel
In het gebied liggen poelen en deze hebben een structuurrijke watervegetatie. De oevers zijn rijk
begroeid met lisdodde, kalmoes, kattestaart en andere oeverplanten. De poel heeft flauwe taluds,
belangrijk voor de opwarming van het water. In een strook van minimaal 10 meter rondom poel en
meander komt geen bos voor. De poelen doen dienst als voortplantingswater en leefgebied voor met
name amfibieën.
Doelsoorten: amfibieën, libellen, dagvlinders
Pagina 83 van 89
Onderhoudsmaatregelen
Watergang
De Aa wordt niet gemaaid. De beek mag zich zoveel mogelijk spontaan ontwikkelen en zal eventueel
eens per twee jaar gefaseerd worden gemaaid. In principe wordt alleen ingegrepen in de beek indien
er ongewenst veel opstuwing ontstaat. Dit wordt bepaald aan de hand van de hydrologische situatie
(nog te bepalen).
De detailafwatering wordt verzorgd door de overige leggerwaterlopen. Deze worden jaarlijks 2 maal
gemaaid (bodem en talud).
Poel
Door matig voedselrijke tot voedselrijke omstandigheden en hoge lichtinstraling zijn poelen vaak erg
productief. Hierdoor treedt successie op, wat leidt tot verlanding. Het regelmatig opschonen is
noodzakelijk om de poel open te houden. Dit kan het beste gebeuren wanneer de diepte minder is
geworden dan 75 cm tot één meter. Zulke maatregelen hebben altijd invloed op de
levensgemeenschappen, maar hoeven niet desastreus te zijn wanneer rekening wordt gehouden met
de levenscyclus van soorten waar het om gaat.
Zo zal het tijdstip voor opschonen moeten worden gekozen in een periode dat er geen of weinig
amfibieën in het water zitten. Tevens is het wenselijk bij een onderhoudsbeurt ongeveer de helft van
de poel niet te schonen. Dat wil zeggen dat jaarlijks of om de twee jaar de waterplanten in ongeveer
de helft van de poel worden afgemaaid en dat het maaisel wordt afgevoerd. De op het zuiden
gerichte oeverzone is voor een aantal dieren belangrijk voor de ei afzetting. Daarom mag dit deel niet
te dicht begroeid raken.
Het maaisel kan het beste eerst op de kant worden gegooid zodat allerlei dieren weer naar het water
kunnen teruggaan. Na enkele dagen kan dit worden afgevoerd.
Instandhoudingsbeheer
Periode van onderhoud is september-oktober. Dan zal 50% gefaseerd gemaaid worden en
houtopschot aan de zuidzijde verwijderen. Maximaal 30% van de noordelijke oeverlengte is begroeid
met inheemse bomen en/of struiken.
Bagger eenmaal per acht à tien jaar gefaseerd verwijderd, indien mogelijk combineren met
baggercyclus watergang. Nooit meer dan 60% baggeren i.v.m. behoud van fauna. Specie direct
nalopen op amfibieën. Vis niet terugzetten in de poel, maar in aangrenzend water of als dit niet
geschikt is op groter water. Bij een reeks van poelen worden de poelen niet tegelijk in één jaar
onderhouden maar verspreid over meerdere jaren, waarbij poelen worden ‘overgeslagen’. Periode
van onderhoud half aug. - half okt.
Kades
De kades zijn stabiel goed om te berijden tijdens calamiteiten. Buitentalud wordt twee keer per jaar
gemaaid en niet korter dan 7 cm. Jaarlijks wordt de onderbegroeiing en opschot van de taluds en de
kruin verwijderd en wordt een schouw uitgevoerd op de bedekking van de grasmat en eventuele
holen van dieren.
In principe mogen hier geen bomen op de kade ontwikkelen.
De kades mogen eventueel begraasd worden met schapen, maar niet met jongvee en
koeien/paarden. Dus een afrastering onder in de teen is nodig wanneer de overige terreinen worden
begraasd. Bij zeer weinig koeien zal dit mogelijk nog toegestaan kunnen worden (en taluds van
minimaal 1:6) en kan de afrastering verder op de kade geplaatst worden.
Pagina 84 van 89
Overstromingsvlakte en grazige ruigte
(Half open landschap van moeras- en plas-dras zones, open, grazige vegetaties, ruigte en opgaande
begroeiing)
Op gebieden die na inrichting nog (tijdelijk) niet aan de juiste voorwaarden voldoen voor
jaarrondbegrazing zal ontwikkelingsbeheer plaatsvinden. De fase waarin de pioniersituatie langzaam
overgaat naar een meer stabiele vegetatie en de kans op verbossing groot is stelt specifieke eisen
aan het beheer. Deze beheerperiode heet de periode van ontwikkelingsbeheer. Daarna volgt het
instandhoudingbeheer.
Ontwikkelingsbeheer
De eerste 3 tot 5 jaar zal de overstromingsvlakte en het talud oeverzone jaarlijks (1 tot 2 keer)
worden gemaaid en geruimd om verruiging tegen te gaan. Door de 1e maaibeurt uit te voeren in de
1e week van juni wordt het meeste resultaat gehaald. Dominante soorten steken dan hun energie in
de vorming van bloemen. De 2e snede wordt uitgevoerd in de 2e helft van september. Eventueel kan
een extra maaibeurt worden uitgevoerd in eind juli / begin augustus. Al naar gelang de
soortenontwikkeling vordert, wordt het maaibeheer aangepast en mogelijk wordt overgegaan op
instandhoudingsbeheer.
Instandhoudingsbeheer
De variatie in deze begroeiingstypen wordt bereikt door extensieve jaarrondbegrazing.
Jaarrondbegrazing vindt enkel plaats op terreinen die minimaal 10 hectare groot zijn. Voor kleinere
eenheden wordt gekozen voor seizoensbeweiding, hooilandbeheer of een combinatie van beide.
Indien er meer dan 30% houtige opslag (bos) ontstaat of de grazige vegetatie minder dan 30% wordt,
wordt de begrazing geïntensiveerd. Indien de bosjes verdwijnen of meer dan 50% grazige vegetatie
ontstaat wordt de begrazing geëxtensiveerd.
Bij jaarrond natuurbegrazing zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- Begrazing moet passen in het dynamische karakter van het beekdal en een positieve bijdrage
leveren aan de spontane processen daarbinnen.
- Jaarrondbegrazing vindt plaats in lage dichtheden van 1 GVE per 2 ha. Dichtheden zijn in beginjaren
hoger om bijvoorbeeld houtopslag tegen te gaan.
- Grazers moeten een maximale bijdrage leveren aan het ontstaan van structuurvariatie.
- Grazers moeten bestand zijn tegen lastige en natte omstandigheden van het dynamisch beekdal
(harde soorten als Schotse Hooglander, Galloway of Brandrood rund)
- Bij inzet voor jaarrondbegrazing moeten grazers een hoge mate van zelfredzaamheid hebben op
gebied van bijvoorbeeld afkalving
- grazers worden niet bijgevoerd (extreme wintersituaties uitgezonderd), omdat dit een negatief
effect heeft op de vegetatie-ontwikkeling van het terrein
- Grazers moeten goed reageren op mensen, geen bedelgedrag ontwikkelen en geen agressieve
reacties naar recreanten en passanten vertonen
- Grazers moeten voldoen aan alle wettelijke voorschriften en aantoonbaar ziektevrij zijn
Bij seizoensbeweiding zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- Begrazing moet passen in het dynamische karakter van het beekdal en een positieve bijdrage
leveren aan de spontane processen daarbinnen.
- Voor seizoensbeweiding wordt uitgegaan van 1 à 2 GVE/ha.
- Dichtheden dienen ten alle tijden verhoogd of verlaagd te kunnen worden als het terrein te kaal
wordt of te veel verruigd/verbost
- mogelijk is aanvullend onderhoud nodig om ongewenste soorten tegen te gaan
- Grazers moeten een maximale bijdrage leveren aan het ontstaan van structuurvariatie.
- Grazers moeten bestand zijn tegen lastige en natte omstandigheden van het dynamisch beekdal.
Het soort grazer moet van oudsher passen in het landschap, bijvoorbeeld Brandrood rund.
Pagina 85 van 89
- grazers worden niet bijgevoerd, omdat dit een negatief effect heeft op de vegetatie-ontwikkeling
van het terrein
- Grazers moeten goed reageren op mensen, geen bedelgedrag ontwikkelen en geen agressieve
reacties naar recreanten en passanten vertonen
- Grazers moeten voldoen aan alle wettelijke voorschriften en aantoonbaar ziektevrij zijn
Veerooster
Jaarrond inspectie door District. Indien er onvolkomenheden zijn wordt ingegrepen.
Overzichtstabel
Tabel: overzicht maatregelen zoals weergegeven in kaart bijlage 1.
Traject
Detailafwaterin
g gebied
Lengte/
opp.
periode
4272 meter
juni en september
Methode
Materieel
(aanbevel
ing)
Maaien
Maaikorf/maai
Kosten
/ jr.
€ 1367,-
hark
De Aa
Waterbodem
3900 m
3.7ha
Poelen
1.41 ha
Kades
Binnentalu
d
Buitentalud
4134 m
4134 m
najaar-
September /
oktober
> 70% begroeid +
opslag zuidoever
juli en september
juni en aug-novr
Jaarrond
In principe geen
onderhoud. Indien nodig
gefaseerd
Indien nodig
met maaiboot of
Longreach
Poelen in begraasd
gebied behoeven
nauwelijks onderhoud.
Hooguit schonen eens in
de 7 a10 jaar en
houtopslag verwijderen.
Poelen in gemaaid
gebied gefaseerd maaien/
afvoeren
evt maaisel op hopen.
Midi maaikorf
Maaien 2x
Maaien en
nabeweiden
Taludtractor
mobiele kraan met
maaikorf
€ 4.290,-
€ 1721,-
€ 10.335,-
Begrazen
€ 600,jaarlijks schouwen
Onderbegro
Controle door
district + opmaken gaten
eiing
Overstromingsvl
26.3 ha
akte
Ontwikkelingsbehe
Maaien en afvoeren
taludtractor
€30.000,-
Begrazing
Jaarrond
seizoen
runderen
€6.636,-
Instandhoudingsbe
nvt
controle
nvt
-
er
heer
Veerooster
2 stuks
Totale kosten
(range)
*Tarieven Subsidie Natuur en Landschapsbeheer (SNL)
Pagina 86 van 89
€ 54.949,-
Overig beheer
Overige beheer- en onderhoudszaken:
Exoten
In de Aa komt Grote waternavel voor. Plaatselijk kan dit dusdanige overlast opleveren dat extra maaiwerk
noodzakelijk is. Deze werkzaamheden worden conform de gedragscode flora- en faunawet uitgevoerd.
Onkruiden
Vanuit natuurontwikkeling gezien worden weinig kruiden als onkruid gezien. In het beekdal zullen zich ruige
vegetaties van 0,5-1,5 meter hoog ontwikkelen met riet, pitrus, zegges, grassen, brandnetel, distels,
koninginnekruid e.d Grote (akker)distel- en brandnetelhaarden zijn ook vanuit natuuroogpunt ongewenst en
hierop zal ingegrepen worden door daar pleksgewijs enkele jaren te maaien en af te voeren.
Ongewenste houtopslag
Het is de bedoeling dat 20-30% van de terreinen bij Aaveld en Hersend spontaan begroeid met wilgen en
elzenbosjes. Met name in de oevers van de beek is de ontwikkeling van bijvoorbeeld elzen zeer gewenst.
Indien zich meer dan 30% houtopslag ontwikkeld, of als bijvoorbeeld de oever van de poelen beschaduwd
raken dient hierop ingegrepen te worden. Dit kan door de begrazing te intensiveren, pleksgewijs te maaien of
incidenteel drukbegrazing toe te passen.
Te vergaande oeverafkalving
In principe is oeverafkalving langs de Aa een gewenst en natuurlijk proces waarop niet wordt ingegrepen.
Echter indien deze op ongewenste plekken te dicht bij de kades komen (of op andere wijze de veiligheid in
gevaar brengt)zal dan worden bepaald hoe de oever beschermd zal moeten worden. Bij voorkeur gebeurt dit
met ecologisch passende materialen zoals boomstronken.
Zand- slibbanken
Zand en slibbanken mogen zich van nature vormen in de Aa. Deze worden enkel verwijderd als deze voor
aantoonbaar te grote opstuwing bovenstrooms zorgen.
Toegangspoorten/Wandelpad
Er loopt een wandelroute langs/door het terrein. In principe gaan we hier uit van een struinpad en wordt daar
geen onderhoud voor gepleegd. Mocht het terrein echter volledig onbegaanbaar worden kan hierop beperkt
ingegrepen worden (pleksgewijs maaien)
Pagina 87 van 89
Bijlage 1: Kaart beheerobjecten
Pagina 88 van 89
Pagina 89 van 89