Staphylococcus aureus (faagtypering)

Staphylococcus aureus (faagtypering)
Referentielaboratorium
De dienst Faagtypering van het Pasteur Instituut - Brussel ontvangt stammen van Staphylococcus aureus van menselijke,
dierlijke, voedingsgebonden en milieugebonden oorsprong. De stammen worden na isolatie en identificatie door verschillende
laboratoria toegezonden. De meeste typeringen worden uitgevoerd op stammen afkomstig van ziekenhuisinfecties.
Faagtypering bestaat erin de gevoeligheid van bacteriën te bepalen voor een reeks van 23 bacteriofagen die deel uitmaken
van een internationaal schema. Hier kunnen eventueel nog 9 extra bacteriofagen aan worden toegevoegd.
Stammen van menselijke oorsprong of uit het ziekenhuismilieu
In 2002 werden 1758 stammen aan faagtypering onderworpen.
De stammen werden verstuurd door :
9
3
4
1
3
laboratoria in de provincie West-Vlaanderen
laboratoria in de provincie Antwerpen
laboratoria in de provincie Oost-Vlaanderen
laboratoria in Brussel
laboratoria in de provincie Limburg
Voor 17 stammen werd de diagnose gecorrigeerd :
Ø
Ø
Ø
13 stammen zijn coagulase-negatief bevonden (CNS);
3 stammen behoorden niet tot het genus Staphylococcus;
1 stam is niet gegroeid.
De MIC voor oxacilline, en voor de eerste 800 stammen de PCR voor het gen mec A, heeft de gelegenheid geboden
om de diagnose van methicillineresistentie (MRSA) te bevestigen die van toepassing is op de meeste ontvangen
stammen van S. aureus. Twijfelgevallen hebben de mogelijke diagose van «MRSA» doen wijzigen in BORSA
(«borderline» resistentie) : het ging hier om 13 stammen.
Negenendertig stammen waren gevoelig voor methicilline (MSSA). Negen stammen, geïsoleerd uit een hemocultuur
en afkomstig van één laboratorium, vertoonden verschillende faagtypes (één onder hen leek veeleer op een BORSA-stam).
Een MSSA-stam geïsoleerd uit een geval met een toxisch schoksyndroom had faagtype 80/54/77/83A/84/95 (RTDX100).
Een vermoeden van methicillineresistentie is ontkracht in het geval van 22 stammen, door het verkrijgen van een MIC < 1 mg/l
voor oxacilline; de PCR voor gen mec A is eveneens negatief gebleken voor 6 van deze stammen ontvangen in het eerste semester van 2002.
Onder de 1758 stammen waren er 1689 MRSA. Tabel 1 biedt een overzicht van de epidemische MRSA-faagtypes die
wij sinds 1991 hebben herkend.
Tabel 1 :
S. aureus MRSA : epidemische faagtypes en periodes (1991-2002)
Type
Gevoeligheid voor de fagen
Verdunning
Jaar
A
B
B2
C
C3
C31
H
H2
H3
H20
H21
Jo
J1
J2
J3
O
O1
O2
O3
O4
T
77
(42E)/47/54/75/77/84/85/(81)
47/54/75/85
6/47/54/75
6/42 E/47/54/75/77/84/85/81
(6)/42E/47/54/75/77/84/81
80/(42E)/47/54/75/77/84/85/(81)
80/(42E)/47/54/75/77/84/85/(81)/95
80/(42E)/84/85/95
80/47/54/(84)/85/
80/47/54/(84)/85/95
75/(77)
47/54
54
42E/47/54
80/(47)/54
80/47/54/83A
80/47/54/81
80/42E/47/54
80/47/54/81/95
89
RTD
RTD
RTD
RTD
RTD
RTD
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
RTDx100
Sinds 1991
Sinds 1991
Sinds 1996
1981-1989
1995-2000
Sinds 2000
1992-1999
1996-1999
1997
1998-2001
1998-2000
1995-1998
Sinds 1999
2000
2000
2000
2000
2000
2000
2000
Sinds 1996
( ) : zwakke of variabele gevoeligheid
Staphylococcus aureus (faagtypering)
1
Staphylococcus aureus (faagtypering)
Referentielaboratorium
In 2002 werd een grote verscheidenheid onder de faagtypes van groep C, O en J vastgesteld. Om deze reden en om het geheel te kunnen indelen, werden de groepen opnieuw gedefinieerd op basis van een gemeenschappelijke kern. Deze groepen
zijn :
RTD : <C> = 6/ …/54/…/84/81
RTDX100 : <J> = …/54/… en beperkt tot de fagen van groep III
<O> = 80/…/47/54/… en nooit tezelfdertijd 75/85
Tabel 2 geeft een beeld van de verspreiding van de faagtypegroepen in België.
Tabel 2 :
S. aureus MRSA : faagtypes (2000-2002)
% faagtypes
Aantal stammen
00
<C>
<H>
<J>
<O>
Oth
NT
732 (2000)
3
5
1
18
33
39
1
1182 (2001)
7
5
0
20
23
42
3
1689 (2002)
0
5
0
43
33
18
1
00 : epidemische stammen vóór 2000; Oth : andere; NT : niet typeerbaar
Tabel 3 toont de verspreiding van de stalen in functie van de plaats waar zij zijn afgenomen.
Tabel 3 : S. aureus MRSA : oorsprong van de stalen (N=1673)
Bloed
Etter
Sputum
Urine
Andere
63
4
407
24
282
17
228
14
693
41
Aantal
%
Opmerkingen
De hoeveelheid stammen onderworpen aan faagtypering neemt nog toe. Het gaat hoofdzakelijk om MRSA (1689 in
2002, 1182 in 2001, 732 in 2000, 625 in 1999).
De typeerbaarheid van MRSA haalt 99%.
Alleen enkele MRSA-stammen (< 1%) wijzen nog op een faagtype dat vóór 2000 werd opgemerkt. De andere epidemische
faagtypes stemmen overeen met de faagtypes die al in 2000 werden vastgesteld. Het complex <J> komt frequenter voor en
neemt zelfs toe tot 43%, terwijl de groep van de «andere» daalt. Deze percentages kunnen echter worden beïnvloed door een
betere herkenning van de apparentering tussen de verschillende J-faagtypes. De meest representatieve van de <J>, J2, vertegenwoordigt 21% van de MRSA-stammen, een vergelijkbaar percentage met de 18% in 2000 en de 20% in 2001.
N.B. : Een minder belangrijk faagtype (3% van het totaal aantal MRSA) heeft de aandacht getrokken tijdens de opsporing, via
PCR, van de genen die coderen voor de enzymatische resistentie tegen aminosiden in het eerste semester van 2002 (zie referentielaboratorium voor aminoglycosiden). Onder de 32 MRSA-stammen waar het gen aph A3 werd opgespoord, bevatten er
28 ook het gen aac A-aph D en 22 onder hen behoorden tot het nieuwe faagtype 29/42E/54/D11 (RTDX100). Deze isolaten
vertegenwoordigden de helft van de MRSA met een MIC > 256 mg/l. Het verschijnsel, in drie gevallen met een epidemisch
karakter, zette zich in 2003 voort in 9 ziekenhuizen. Bijkomstige gegevens van bepaalde laboratoria hebben resistentie tegen
macroliden aangetoond.
2 Staphylococcus aureus (faagtypering)