“ zorgen…” - Basisschool de Wegwijzer Kockengen

“ zorgen…”
Jaaropening Basisschool “De Wegwijzer”
Donderdag 4 september 2014
Met medewerking van:
Ds. Hooydonk
Ds. Zaadstra
Organist: meester Kees Matze
1
1
Zingen: Wij knielen voor Uw zetel neer
1 Wij knielen voor Uw zetel neer,
wij, Heer, en al Uw leden,
en eren U als onze Heer
met lied'ren en gebeden.
Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot,
voor U, o Godsgetuige,
o Eerstgeboren' uit de dood
zich diep eerbiedig buige!
2 Die ons, gereinigd door uw bloed,
tot priesters hebt verheven,
en ons de hoge rang, de moed
van koningen gegeven,
U zij de roem, U zij de lof,
U de eerkroon opgedragen!
Geheel de aard' en 't hemelhof
moet van Uw eer gewagen.
2
Opening
3
Zingen: Psalm 43 vers 1 en 3
1 Geduchte God, hoor mijn gebeden;
Strijd voor mijn recht, en maak mij vrij
Van hen, die, vol arglistigheden,
Gerechtigheid en trouw vertreden,
Opdat mijn ziel Uw naam belij'
En U geheiligd zij.
3 Zend HEER', Uw licht en waarheid neder,
En breng mij, door dien glans geleid,
Tot Uw gewijde tente weder
2
Dan klimt mijn bange ziel gereder
Ten berge van Uw heiligheid,
Daar mij Uw gunst verbeidt.
4
Gebed: Ds. Hooydonk
5
Zingen: Als je geen liefde hebt voor elkaar
1 Als je geen liefde hebt voor elkaar,
vallen de dromen in duigen.
Dromen van vrede worden niet waar,
kwaad is niet om te buigen.
Refrein:
Als je geen liefde hebt voor elkaar
leef je buiten Gods gloria.
Als je geen liefde hebt voor elkaar
leef je buiten Gods gloria.
2 Als je geen antwoord geeft op verdriet,
zullen de tranen niet drogen.
Als je het leed in de wereld niet ziet,
worden Gods woorden verbogen. Refrein
3 Als je geen oog hebt voor het gemis,
als je geen brood weet te delen,
denk dan aan Jezus die brood en die vis
uit liefde deelde met velen. Refrein
4 Als je geen liefde hebt voor elkaar,
is er geen hoop meer op zegen.
Kinderen, maak de liefde toch waar;
schrijf het op alle wegen: Refrein
3
6
Lezing: 2 Samuel 9 vers 1 - 13
Edelmoedigheid van David tegenover Mefiboseth
1 David zei: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van
Saul, zodat ik hem goedertierenheid kan bewijzen omwille van
Jonathan?
2 Het huis van Saul nu had een dienaar van wie de naam Ziba
was. Zij riepen hem bij David. En de koning zei tegen hem: Bent u
Ziba? Hij zei: Uw dienaar.
3 De koning zei: Is er soms nog iemand van het huis van Saul,
zodat ik de goedertierenheid van God aan hem kan bewijzen? Toen
zei Ziba tegen de koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die aan
beide voeten verlamd is.
4 De koning zei tegen hem: Waar is hij? En Ziba zei tegen de
koning: Zie, hij is in het huis van Machir, de zoon van Ammiël, in
Lodebar.
5 Toen stuurde koning David boden en liet hem uit het huis van
Machir halen, de zoon van Ammiël, uit Lodebar.
6 Toen Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van Saul, bij
David binnenkwam, wierp hij zich met zijn gezicht ter aarde en
boog zich neer. David zei: Mefiboseth! En hij zei: Zie, hier is uw
dienaar.
7 David zei tegen hem: Wees niet bevreesd, want ik zal u zeker
goedertierenheid bewijzen omwille van uw vader Jonathan. Ik zal u
alle akkers van uw vader Saul teruggeven, en ú zult voortdurend
aan mijn tafel de maaltijd gebruiken.
8 Toen boog hij zich en zei: Wat is uw dienaar dat u aandacht
schenkt aan een dode hond als ik ben?
9 Toen riep de koning Ziba, de knecht van Saul, en zei tegen hem:
Al wat van Saul en heel zijn huis was, heb ik aan de zoon van uw
heer gegeven.
10 Daarom moet u voor hem het land bewerken, u, uw zonen en uw
slaven, en u moet hem de opbrengst brengen, zodat de zoon van uw
heer voedsel heeft om te eten. Mefiboseth, de zoon van uw heer, zal
4
voortdurend aan mijn tafel de maaltijd gebruiken. Nu had Ziba
vijftien zonen en twintig slaven.
11 En Ziba zei tegen de koning: Overeenkomstig alles wat mijn
heer de koning zijn dienaar gebiedt, zo zal uw dienaar doen;
Mefiboseth zal aan mijn tafel eten als een van de zonen van de
koning.
12 Mefiboseth had een jonge zoon van wie de naam Micha was.
Allen die in het huis van Ziba woonden, waren dienaren van
Mefiboseth.
13 Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan
de tafel van de koning at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten.
7
Zingen: Psalm 30 vers 1,2 en 3
1 Ik zal met hart en mond, o HEER',
Uw Naam verhogen en Uw eer,
Dewijl Gij mij Uw bijstand boodt,
Mij optrokt uit den diepsten nood;
Zodat de vijand in mijn lijden
Zich over mij niet mocht verblijden.
2 Mijn God, Gij hebt mij, op mijn klacht,
Genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
Als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken;
Ik ben niet in den kuil gezonken.
3 Psalmzingt, Gods gunstgenoten, geeft,
Geeft lof den HEER', die eeuwig leeft:
Zijn vlekkeloze heiligheid
Zij ter gedachtenis verbreid.
Een ogenblik moog' ons doen beven,
Zijn gunst verduurt een eeuwig leven.
5
8
Vertelling
9
Toelichting jaarthema
10
Zingen: Voor Uw liefde Heer Jezus dank U wel
Voor uw liefde, Heer Jezus, )
dank U wel. )2x
Wij aanbidden U, Heer.
U komt toe alle lof en eer.
O, Heer, wij prijzen uw naam!
Voor uw woord van genade, )
dank U wel. )2x
Heer, U maakte ons vrij.
In uw kracht overwinnen wij.
O, Heer, wij prijzen uw naam!
6
Wij aanbidden U, Jezus, )
Zoon van God. )2x
Vul ons hart voor altijd,
met uw liefde en heerlijkheid.
O, Heer, wij prijzen uw naam!
11
Gebed: Ds. Zaadstra
12
Zingen en afsluiting:
Zie de zon
Zie de maan
Zie de sterren in hun baan
Sterren ontelbaar Overal vandaan
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan
Heer hoe heerlijk is Uw naam
Hoor de zee
Hoor de wind
Hoor de regen als hij zingt
Druppels ontelbaar in de oceaan
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan
Heer hoe heerlijk is Uw naam
Ruik een bloem
Ruik een vrucht
Ruik de geuren in de lucht
Geuren ontelbaar zweven af en aan
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan
Heer hoe heerlijk is Uw naam
Voel je hart
Voel je huid
Voel je adem als je fluit
7
Mensen ontelbaar overal vandaan
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan
Heer hoe heerlijk is Uw naam
Zie ik de zon de sterren en de maan
Wat een wonder dat ik mag bestaan
Heer hoe heerlijk is Uw naam
Heer hoe heerlijk is Uw naam
8