Veenoord Organisatie Zorg

ORGANISATIE ZORG VMBO Veenoord
DE MENTOR
De mentor is het eerste aanspreekpunt.
Vooral het vroegtijdig signaleren van zorgleerlingen en/of probleemgedrag is een
item waarin de mentor een belangrijke functie heeft. Van de mentor wordt een
proactieve houding verwacht. Dat houdt in dat hij zich via magister op de hoogte stelt
van de acties die ondernomen zijn met betrekking tot zijn leerlingen, die nog lopen of
die nog moeten worden uitgevoerd. Op de M-schijf weet hij de weg in de zorgmap.
De taken van een mentor kort op een rij zijn:
Absentie
De mentor volgt de absentie van zijn leerling, achterhaalt de reden en bespreekt zijn
bevindingen met de leerling en en belt met thuis.
Rapportage
1. de mentor maakt een didactisch handelingsplan aan de hand van het standaard
groepshandelingsplan voor de leerlingen met lwoo. Hij zorgt voor tussentijdse
aanpassingen en / of bijstellingen eens per acht weken.
2. de mentor zorgt ervoor dat leerlingen die extra zorg nodig hebben op de agenda
worden geplaatst van het kernteam overleg.
3. de mentor stelt, indien nodig, samen met de leerling een handelingsplan op.
4. de mentor zorgt, nadat het vertrek met de teamleider is besproken,voor de
overdracht van leerling gegevens bij het tussentijds verlaten van de school,.:
a. naar een andere VMBO school.
Nadat ouders het toestemmingsformulier VO-VO (zie bijlage) hebben
ingevuld, vult de mentor het overdrachtsdossier VO-VO in ( zie bijlage), draait
hij relevante contactregistraties uit het logboek in magister uit en kopieert hij
het okr van de basisschool, de testgegevens van de afgenomen
intelligentietest, de didactische gegevens en de uitslag van de NPV-J en
eventueel de RVC beschikking uit het papieren dossier.
b. Naar een onderwijsopvang voorziening.
Hiervoor wordt het intake formulier voor de Eenheid Zorg ingevuld (zie
bijlage), draait hij relevante contactregistraties uit het logboek in magister uit
en kopieert hij het okr van de basisschool, de testgegevens van de afgenomen
intelligentietest, de didactische gegevens en de uitslag van de NPV-J uit het
papieren dossier.
c. Naar een REC school
Hiervoor vult hij het bijbehorende OKR in, draait hij relevante
contactregistraties uit het logboek in magister uit en kopieert hij het okr van de
basisschool, de testgegevens van de afgenomen intelligentietest, de
didactische gegevens en de uitslag van de NPV-J en eventueel de RVC
beschikking uit het papieren dossier.
Leden van het zorgteam kunnen in alle bovenstaande gevallen ondersteuning bieden.
Leerling-dossier magister (LVS)
De mentor zorgt ervoor dat aanvullende naw gegevens over leerling en
gezinssituatie via de administratie in het algemeen dossier terecht komen. De mentor
zorgt ervoor dat aanvullende zorg gegevens over de leerling via de administratie in
het algemeen papieren dossier terecht komen, evenals in magister.
Voorlichting
De mentor brengt ouders en leerlingen op de hoogte van de schoolregels, algemene
afspraken, het leerlingenstatuut, determinatie, specifieke zorg en buitenschoolse
activiteiten.
Probleemgedrag en/of leerachterstanden
Vroegtijdig signaleren van probleemgedrag en/of leerachterstanden, met behulp van
het kwadrantmodel inventariseren van oorzaken om tot een oplossing te komen
zodat een leerling zo optimaal mogelijk kan functioneren.
Sfeer in de klas
De sfeer in de klas zo optimaal mogelijk krijgen en behouden, waardoor de leerling
een sfeer van veiligheid en geborgenheid ervaart die steunt op een
vertrouwensrelatie tussen de leerlingen onderling en tussen leerling en de mentor.
Algemene organisatie en informatie
De mentor begeleidt de leerling naar zelfstandigheid; in zijn relatie met ouders,
vakdocenten, leerlingenbegeleiding, decanaat, smw, schoolpsycholoog en
klasgenoten. De mentor geeft de leerling ‘gereedschap’ om zelfstandig problemen op
te lossen en intervenieert zo min mogelijk. Soms zijn er situaties waarbij de mentor
expliciet moet optreden. Dit kan alleen met medeweten van de leerling.
Bijlagen:
a. toestemmingsformulier VO-VO overdracht
b. VO-VO formulier
c. Intake formulier voor Eenheid Zorg
WEKELIJKS KERNTEAM OVERLEG

Vóór het kto mailt de mentor aan de kernteamleider de naam van de leerling door die hij op de
agenda van het kto wil plaatsen.
Een leerling wordt ingebracht in het kernteam overleg door de mentor en / of de
kernteamleider.
Al naar gelang de problematiek op sociaal emotioneel, didactisch en of pedagogisch
vlak, beslist het kernteam tijdens het kto:
1. dat er tijdens het kernteam overleg actie punten geformuleerd worden
2. dat er een handelingsplan wordt opgesteld
3. dat de leerling verwezen wordt naar de psycholoog
→ Na overleg met de kernteamleider vult de mentor het aanmeldingsformulier
voor de psycholoog in. (zie bijlage)
→ Ná overleg met de kernteamleider brengt de mentor de ouders van de
Aanmelding op de hoogte.
→ kernteamleider zet de leerling op de agenda van het zorgteam.
→ psych. communiceert tijdens casusverloop met mentor en kernteamleider.
→ psych. communiceert naar zorgteam wanneer casus gesloten wordt.
4. dat de leerling verwezen wordt naar de schoolmaatschappelijk werker
→ Na overleg met de kernteamleider vult de mentor het aanmeldingsformulier
voor de smw in. (zie bijlage)
→ Ná overleg met de kernteamleider brengt de mentor de ouders van de
aanmelding op de hoogte.
→ kernteamleider zet de leerling op de agenda van het zorgteam.
→ smw communiceert tijdens casusverloop met mentor en kernteamleider.
→ smw communiceert naar zorgteam wanneer casus gesloten wordt.
5. dat de leerling op de agenda van het zorgteam wordt gezet
→ kernteamleider zet de naam van de leerling op de agenda van het zorgteam
→ mentor zorgt voor de benodigde info. →
Bijlagen:
a. gedrag signaleringslijst
b. licor verzamellijst
c. aanmeldingsformulier psycholoog / smw
DE EFFECTIEVE LEERLING BESPREKING
Frequentie: naar behoefte
Deelnemers:
Kernteamleider (voorzitter).
Mentor van de leerling (inbrenger van het probleem).
Indien mogelijk de docenten die les geven aan de leerling die besproken wordt.
De zorgcoördinator en smw.
De docenten krijgen een boekje met handelingswijzers voor regelmatig voorkomende problematiek.
Iedere handelingswijzer krijgt zijn eigen kleur.(zie bijlage)
Op de M-schijf wordt een boekje geplaatst waarin per klas te zien is welke leerling een speciale
aanpak nodig heeft vanwege een specifiek probleem.
1. Voorbereiding
1. mentor stelt leerling mondeling op de hoogte dat er voor hem een
handelingsplan wordt opgesteld en bespreekt met de leerling de reden
waarom het kernteam vindt dat er een handelingsplan gemaakt moet worden.
2. de mentor helpt de leerling eventueel na overleg met een van de leden van
het zorgteam, met het formuleren van zijn hulpvraag.
3. ouders worden mondeling en / of via een standaardbrief (zie bijlage) door de
mentor op de hoogte gebracht.
4. aan de hand van het kwadrant van de leerling kiest de mentor een
handelingswijzer voor de leerling en maakt samen met de leerling een “smart”
handelingsplan (zie bijlage).
2. De effectieve leerling bespreking
5. het handelingsplan wordt besproken in de effectieve leerling bespreking.
6. ktl agendeert evaluatie
3. Uitvoering
7. mentor bespreekt het plan met de leerling en de ouders.
8. het plan wordt ondertekend door ouders, leerling, mentor en ktl.
9. docenten en leerling gaan minimaal 4 en maximaal 6 weken aan de slag met
het handelingsplan.
4. Evaluatie
10. mentor bereidt evaluatie voor door het evaluatieformulier naar de betrokken
docenten te sturen. (zie bijlage).
11.mentor inventariseert de bevindingen op één evaluatieformulier.
12. plan wordt geëvalueerd met betrokken docenten onder voorzitterschap van de
kernteamleider.
13. wanneer het handelingsplan niet het beoogde doel heeft bereikt, wordt de
leerling door de kernteamleider op de agenda van het zorgteam geplaatst.
kernteamleider zorgt voor ondersteuning voor die leerkracht die niet in staat blijkt het HP uit te kunnen
voeren.
Bijlagen:
a.
b.
c.
d.
e.
handelingswijzers voor docenten
standaardbrief voor ouders
invulformulier handelingsplan
invulformulier evaluatieformulier handelingsplan
vergaderprocedure effectieve leerlingbespreking
HET ZORGTEAM OVERLEG
Frequentie: wekelijks
Deelnemers
Zorgcoördinator (voorzitter)
Kernteamleiders
Schoolpsycholoog
Schoolmaatschappelijk werker
notulist
De zorgteam deelnemer die een leerling op de agenda plaatst zorgt voor de kwadrantgegevens en de
hulpvraag.
Een leerling wordt op de agenda van het zorgteam gezet wanneer
 men er tijdens het kernteam overleg niet uitkomt welke interventies er nodig
zijn om de leerling te helpen
 een van de deelnemers van het zorgteam consultatie nodig acht
 er overwogen wordt de leerling te verwijzen naar een OOVR
 er overwogen wordt de leerling naar een REC te verwijzen
 het lmt besloten heeft een leerling officieel te schorsen voor 3 of 5 dagen.
Tijdens het zorgteam overleg wordt besloten wie de informatie terugkoppelt naar de
mentor
HET ZORG EN ADVIES TEAM = ZAT
Frequentie: een keer per zes weken.
Deelnemers:
Zorgcoördinator (voorzitter)
Kernteamleiders
Schoolpsycholoog
Schoolmaatschappelijk werker
Leerplichtambtenaar
Schoolverpleegkundige
Schoolcontactpersoon
notulist
Het is altijd mogelijk een externe instantie uit te nodigen voor het ZAT, in de hoop de nodige
ondersteuning te krijgen bij het oplossen van het probleem van de leerling.
De ZAT deelnemer die een leerling op de agenda plaatst zorgt voor de kwadrantgegevens en de
hulpvraag.
Leerlingen die hier besproken worden zijn ook altijd in het intern zorgoverleg ter
sprake geweest.
Het ZAT heeft 4 functies:
 interventie in samenwerking
 consultatie
 doorverwijzing
 evaluatie: - nazorg aan leerlingen
- functioneren van het ZAT
- beleidsvorming
Tijdens het ZAT wordt besloten wie de informatie terugkoppelt naar de mentor.