19 juni 2014 - Cursor - Technische Universiteit Eindhoven

20
19 juni 2014 | jaargang 56
@tuecursor
Tweewekelijks blad van de Technische Universiteit Eindhoven
ndhoven
Voor het laatste nieuws: www.cursor.tue.nl en volg tuecursor op
en
2 | Vooraf
CURTOON
19 juni 2014
It takes 11,000 to tango
Colofon
Hoofdredacteur
Han Konings
Eindredacteur
Brigit Span
Redactie
Judith van Gaal
Tom Jeltes | Wetenschap
Norbine Schalij
Freke Sens (stagiaire)
San van Suchtelen
Monique van de Ven
Medewerkers
Nicole Testerink
Angela Daley
Fotografie
Rien Meulman
Bart van Overbeeke
Bart van Eijden
Coverbeeld
Bart van Overbeeke
In my article on our international
community, eleven people share
their opinions. They reflect on
the international community we
should embrace, instead of the
one we merely are. Eleven people,
all with different ideas about how
nationalities could and should
mingle more. Quotes vary from:
‘Why should we integrate more,
there are no conflicts whatsoever’
to: ‘It broadens people’s horizons,
and it’s enriching to spend time
with other nationalities outside
the lecture theater, too’.
I largely agree with the words
of Viktor Bonev, chairman of
international student association
Cosmos: “There’s no harm in
taking baby steps, but we
shouldn’t be afraid to take them.”
Internationalization advisor
Poll
Judith van
Gaal
Vincent Merk mentions that ‘it
takes two to tango’, but I’d like
to change that to ‘it takes 11,000
to tango’. So come on, TU/e folk!
Have lunch, strike up a conversation, or hit the sports center with
someone who’s actually from
another country. For this edition,
Cursor has done their part by
publishing more articles with
an international twist in English.
Op de vraag of het voor masterstudenten
die per 1 september 2015 een tweejarige
exacte master gaan volgen oneerlijk is
dat ze dan een extra jaar moet lenen,
reageerden 72 mensen.
Een zeer ruime
meerderheid (77,9 %) vindt
het inderdaad oneerlijk en
47,2 % is van mening dat
OCW dat jaar moet compenseren.
20, 8 % denkt compensatie te vinden
in de betere baangarantie die
een exacte opleiding je na het
afstuderen zal bieden.
Opmaak
Natasha Franc
Vertalingen
Annemarie van Limpt (p.30,31,32,33,38,39)
Benjamin Ruijsenaars (p.34,35,36,37)
Aangesloten bij
Hoger Onderwijs Persbureau
Redactieraad
prof.dr. Cees Midden (voorzitter)
prof.dr. Marco de Baar
Angela Stevens- van Gennip
Thomas Reijnaerts (studentlid)
Arold Roestenburg
Anneliese Vermeulen-Adolfs (secretaris)
Redactieadres
TU/e, Laplace 0.35
5600 MB Eindhoven
tel. 040 - 2474020
e-mail: [email protected]
Cursor online
www.cursor.tue.nl
Druk
Janssen/Pers, Gennep
Advertenties
Bureau Van Vliet BV
tel. 023 - 5714745
De TU/e-reisgids
Een belangrijke reden waarom
Nederland aantrekkelijk is voor
buitenlandse studenten en
medewerkers zijn de kleine
afstanden. Aldus medewerker
internationalisering Willem van
Hoorn. Alles is bereisbaar. Je
stapt in de trein en voor je het
weet, ben je bij de Amsterdamse
grachten, het Zuiderzeemuseum,
de bollenvelden van Lisse, de
Veluwe of het Vrijthof. Het lijstje
met highlights uit de Lonely
Planet is zo afgestreept.
Maar hoe zit het eigenlijk met de
landen waar onze internationals
vandaan komen? Voor deze
Cursor vroegen we TU/e’ers
van allerlei nationaliteiten
naar een bijzondere plek in
hun geboorteland.
Zelf voor gekozen,
dus niet over zeuren
vindt 13,9 %. En 6,9 %
vindt het sop de kool
niet waard omdat het
om een verwaarloosbaar
bedrag gaat.
ns
Freke Se
Nu vragen we op
www.cursor.tue.nl
Op pagina 16 t/m 19 vind je hun
tips voor onder andere Mexico,
Kameroen en China. Plus een
Nederlandse hotspot, omdat die
nu eenmaal zo lekker naast de
deur ligt.
Gedurende de periode dat Cursor niet op papier
verschijnt (tot donderdag 4 september)
zal de redactie op de site zo af en toe
de mening peilen over een actueel onderwerp.
Nieuws | 3
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Meer nieuws vind je op www.cursor.tue.nl
Extra doce
vangen gr nten en avondcoll
eges
oei instroo
17 juni - Om
de groeiend
m
e
o
in
extra docen
p
stroom op te
ten aangest
vangen, wo
eld.
rd
en komend
De maatreg
Ook verhuis
collegejaar
elen
t een beperkt
vijftien
aantal colle
die maandag vloeien voort uit een no
ges naar de
ta van de ta
door de univ
avond.
skforce ‘Acc
ersiteitsraa
op structure
ommoderen
d als ‘mager
lere voorste
Groei’,
’ werd betitel
llen, waarbij
d. Men had
verder in de
gehoopt
toekomst w
Volgens de
ordt gekeke
rector zijn d
n.
e faculteiten
in te dienen
al enige tijd
, waarin te zi
te
ru
en
g
uitgenodigd
moet zijn ho
ze zullen do
en bij eventu
om meerjar
e ze denken
enplannen
de groei te ga
ele krimp in
latere jaren
an
opvangen en
.
wat
TU/e voert eigen wetenschappelijke gedragscode in
17 juni - TU/e-hoogleraar Anthonie Meijers heeft op
basis van de landelijke Gedragscode Wetenschapsbeoefening een beknopte gedragscode voor wetenschappers, studenten en gasten van de TU/e opgesteld.
Volgens rector Hans van Duijn is zo’n code op maat
ook verstandig gezien de intensieve samenwerking
van veel TU/e-wetenschappers met het bedrijfsleven.
Naar verwachting wordt de zogeheten ‘TU/e Code’,
opgesteld in opdracht van het College van Bestuur,
na de zomervakantie ingevoerd.
Oranje euforie op Industria-feest
14 juni - Uitbundigheid, enthousiast
gejuich en euforisch dansen en springen.
Niet alleen Oranje heeft vrijdagavond
gewonnen, maar ook de ‘lustrumafsluitcommissie’ van Industria. De vijf Nederlandse doelpunten tegen Spanje zorgden
mede voor een topsfeer tijdens het
afsluitende lustrumfeest van de studievereniging (Industrial Engineering),
waarbij de WK-wedstrijd getoond werd
op het grote led-scherm van MetaForum.
Groen licht voor renovatie
Hoofdgebouw
13 juni - De Raad van Toezicht is akkoord
gegaan met het renovatieplan voor het
Hoofdgebouw. De renovatie valt in drie
deelprojecten uiteen: de uithuizing van
alle gebruikers voor 2015, sloop en asbestsanering tot medio 2016, gevolgd door
tweeëneenhalf jaar wederopbouw.
Eind 2018 biedt het gebouw onderdak aan
de faculteiten Industrial Design en Industrial
Engineering & Innovation Sciences, acht
ondersteunende diensten en het College van Bestuur.
Door het onverkort uitvoeren van het renovatieplan zal de komende jaren de baseline
van veertien procent -dat deel van het budget dat jaarlijks mag worden uitgegeven aan
huisvestingslasten- worden overschreden. Maar zowel de Raad van Toezicht als het
College van Bestuur vindt dat acceptabel.
Team Eindhoven zesde op GNSK
17 juni - Eindhoven heeft vijf medailles
behaald tijdens het Groot Nederlands
Studentenkampioenschap, afgelopen
weekend in Tilburg. Bij het voetbal
wonnen zowel de heren als dames goud,
verder waren er bronzen plakken voor
de waterpolodames, beachkorfballers
en tennissers. In het overall klassement
moest Eindhoven genoegen nemen met
een zesde plaats. Nijmegen werd voor
de tweede keer op rij eerste.
Tech United laat voor
WK nieuwste snufjes zien
16 juni - De wereldtitel moest het
team vorig jaar afstaan aan de
Chinese concurrentie, maar Tech
United is er maar wat op gebrand
om de robotvoetbalcup eind juli in
Brazilië te heroveren. Een krachtiger
balbehandeling, een betere grip
door nieuwe wielen, een grotere
nauwkeurigheid bij lobballen en
meer doortastendheid bij het nemen
van beslissingen. Onder andere met
deze verbeteringen hoopt het team met
zijn voetballende TURTLEs de wereldtitel terug naar Eindhoven te halen.
Dinsdag, op de jaarlijkse fanavond in de markthal van MetaForum, lieten de Eindhovenaren alvast hun nieuwste wapens in de robotstrijd zien.
oor
v
e
t
i
s
s
ling Intro
e
d
d
i
m
s
be
Kamer lekken tijden
slaapp l vóór de
s liefst a ustus aan
Introkid
13 juni - ingsweek in aug de inzet
is
ak
kennism lek helpen - dat
ce.
p
Crashpla en
p
t
a
e
m
ie
s
een sla
is
unn
trocomm
huizen k
van de in en en studenten anbieden,
ing
tsen a
Verenig
kogeerplaa
lo
e
it
zich de
s
lnemers
via deze
e
e
.
d
n
o
e
tr
eld
r in
waarvoo en kunnen aanm gangers
k
o
e
tr
w
in
e
t
d
d
raa
n
men
mmissie rdere huizen aa
o
c
o
tr
in
e
e
at
De
d
m
r
n
o
e
o
orkom
zich v
o
v
l
a
t
e
aan om
th
is er nog t
n. Moch
e
te melde ter het net vist,
h
hten in h
ac
overnac
siemand
te
u
p
m
m
o
de ca
optie
trum op niet ideaal.
altijd de
n
e
c
rt
o
nsp
dit
Studente introcommissie
e
d
t
d
al vin
Boeddha keert terug in kunstvijver bij Zwarte Doos
10 juni - Een paar jaar dobberden de tientallen glanzende zwarte eieren,
elk met een zonnepaneel op de bol, ietwat doelloos in de vijver.
Maar vanaf komende augustus zijn ze weer in solar business.
Dan keert de boeddha terug die oorspronkelijk het hart van ‘SOH19
States of Nature’, een kunstwerk van Alex Vermeulen, vormde - met
een nieuw, hydraulisch systeem om de zwarte figuur bij zon vanuit
het water omhoog te stuwen, zoals altijd de bedoeling was.
In tegenstelling tot voorheen zit de boeddha straks niet in
een perspex kolom, maar in de openlucht. Medewerkers van
het Equipment & Prototype Center van de TU/e werken
momenteel aan de elektronica die de hydrauliek van de
boeddha moet gaan aansturen.
4 | Gelinkt
19 juni 2014
Kosmopolieten uit
De TU/e: dagelijks het tweede thuis van zo’n tienduizend studenten
en medewerkers. Een relatief kleine gemeenschap, met ontelbare
banden tussen de leden - zakelijk en/of privé. In ‘Gelinkt’ laten we
steeds twee van hen aan het woord over hun relatie met elkaar en
de universiteit.
De een groeide op in China, emigreerde op haar negende naar Duitsland
en ging vervolgens in Nederland studeren. De ander komt uit Knegsel,
een dorp onder de rook van Veldhoven. Toch voelen Anqi Li en Rachel
van Berlo, beiden derdejaars Industrial Design, zich onderdeel van de
internationale gemeenschap van de TU/e. Zo zijn ze lid van internationale
studentenverenging Cosmos én lanceerden ze vorige maand het Tandem
Project waarbij koppels taal en cultuur uitwisselen.
Anqi Li
Rachel van Berlo
Gelinkt | 5
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
China en Brabant
Het is druk in de Common Room,
het thuishonk van Cosmos op de
begane grond van MetaForum.
Sommige mensen zitten geconcentreerd achter hun laptop, anderen
kletsen wat. De vereniging telt
zo’n vijfentwintig actieve leden,
onder meer uit Finland, Engeland,
Bulgarije, India, China, Japan en
Bolivia. Voor de Chinees/Duitse
Anqi (25) is dit een vertrouwde
omgeving. Ze is al vanaf de
begindagen bij Cosmos betrokken
en zit dit jaar in het bestuur.
De 21-jarige Rachel is sinds een
paar maanden lid. Daarmee bracht
ze het aantal Nederlandse leden
op twee. Te weinig, volgens Anqi
en Rachel. “Nederlandse studenten
zijn heel terughoudend naar ons
toe. Ze denken dat de vereniging
alleen voor buitenlandse studenten
is. Maar internationaal betekent óók
Nederlands.”
Voor Anqi was lid worden van
Cosmos een logische stap. Niet
alleen omdat ze nieuw was in
Nederland, ook omdat ze sinds haar
jeugd in Duitsland gewend is aan
een internationale omgeving.
“Chinese mensen in het buitenland
hebben vaak de neiging om andere
Chinezen op te zoeken. Mijn ouders
hadden juist veel contact met mensen
uit andere culturen. Zo hadden ze
Turkse, Iraanse, Franse, Duitse en
Italiaanse vrienden.”
Bij Rachel lag dat anders. Hoewel
haar vader en oudere broers veel
reisden en haar ouders haar
meegaven geen grenzen te ervaren,
koos ze voor een universiteit op
fietsafstand van haar ouderlijk huis.
Haar internationale contacten
beperkten zich tot die met IDstudenten. De omslag kwam toen ze
vorig semester in Italië studeerde.
“Als je zelf voor langere tijd in het
buitenland geweest bent, identificeer
je je veel meer met de mensen die
hier komen. Als je alleen Nederland
kent, heb je aan je leven als
Nederlandse student genoeg.
Je moet blijkbaar eerst het verschil
ervaren.”
“Voor vriendschap met een
buitenlandse
student moet
je meer moeite
doen”
Door haar eigen buitenlandervaring
herkent Rachel de problemen waar
veel internationale studenten hier
tegenaan lopen. Zoals de moeite
die het kost om bevriend te raken
met Nederlandse studenten.
“In Italië maakte ik makkelijker
contact met andere internationale
studenten dan met Italianen. Ik had
wel Italiaanse vrienden, maar ik
merkte dat zij naast hun vriendschap
met mij ook een ander leven hadden.”
Anqi ervoer iets soortgelijks toen ze
naar Nederland kwam. “Toen ik van
China naar Duitsland verhuisde,
integreerde ik heel snel. Als kind
heb je een taal zo onder de knie
en bovendien nauwelijks last van
vooroordelen.” Het maken van
Nederlandse vrienden bleek echter
lastiger. “Veel mensen hebben hier
al een vaste vriendengroep. En voor
de vriendschap met een buitenlandse
student moet je nu eenmaal meer
moeite doen. Zowel vanwege de
taalbarrière als de culturele
verschillen.”
Vorige maand lanceerden ze,
tussen het afronden van hun
bachelor door, het Tandem Project.
Een platform voor de uitwisseling
van taal en cultuur, zoals de naam
al aangeeft, in koppels. Rachel
leerde het concept kennen in Italië,
waar ze haar kennis van Engels en
Duits aanbood in ruil voor Italiaans.
“Met mijn partner ging ik wat
drinken en ondertussen oefenden
we de taal. Dat was heel informeel,
maar tegelijkertijd heel leerzaam
omdat we het over totaal andere
dingen hadden dan tijdens
reguliere taallessen.” Naast taal
kan ook cultuur worden gedeeld,
zoals culinaire tips. De initiatiefneemsters zijn tevreden met de
belangstelling tot nu toe. Er wordt
onder meer Russisch, Turks,
Spaans, Italiaans, Duits, Hindi en
Japans aangeboden. “Iemand bood
zelfs een taal aan waarvan we nog
nooit gehoord hadden”, aldus
Rachel. Maar ook voor dit project
hebben ze moeite met het vinden
van Nederlandse deelnemers. Anqi:
“Terwijl er juist veel interesse is van
internationale studenten die hun
Nederlands willen oefenen.”
“Ooh I don’t dare
to speak to you!”
Ze kenden elkaar al van Industrial
Design, maar raakten pas afgelopen
zomer tijdens een studiereis door
China bevriend. De laatste maanden
hebben ze elkaar veel gezien, vooral
in de Common Room. Ondanks hun
diverse achtergronden merken ze
weinig van culturele verschillen
onderling. “We hebben eenzelfde
manier van werken. Aan de ene
kant zijn we dat gewend vanuit
onze studie, aan de andere kant
verschillen de Nederlandse
en Duitse cultuur niet zo veel
van elkaar”, vertelt Rachel.
Anqi beaamt dat het contrast
waarschijnlijk groter was geweest
als ze direct vanuit China naar
Nederland was gekomen. “Dan was
ik vast heel verlegen geweest.”
Met een hoog stemmetje: “Ooh I
don’t dare to speak to you! Chinese
studenten vinden het vaak lastig om
Engels te praten. Bovendien durven
ze vaak hun mening niet
te geven uit angst iets verkeerds
te zeggen. Dat had ik ook toen ik
pas in Duitsland was. Maar hier
maakt het helemaal niet uit als je
iets verkeerds doet of zegt.” Rachel
vult aan: “Toen we in China waren,
voelden we dezelfde culturele
verschillen. Mensen daar zijn
passiever. Van ons wordt juist
verwacht dat we proactief en
creatief zijn.”
Zijn er dan helemaal geen verschillen?
Ze beginnen allebei te lachen.
Rachel: “Zij eet altijd…” “vreemde
dingen”, geeft Anqi toe. “Ik hou
heel erg van Chinees eten.” Rachel:
“Als ik snel iets moet eten, neem ik
een pizza, maar Anqi kookt zelfs dan
een uitgebreide Chinese maaltijd.”
Hun internationale identiteit ten
spijt, beginnen ze na de zomer
hun masteropleiding gewoon in
Eindhoven. De studie bevalt hen goed,
ook vanwege het internationale
karakter. Na het behalen van hun
masterdiploma willen ze wel weg.
Rachel: “Ik zie mezelf wel ergens
anders. In een grote stad en die kan
overal ter wereld liggen.” Anqi hoopt
in eerste instantie werkervaring op
te doen in Nederland of Duitsland.
In de verre toekomst wil ze terug
naar China. Haar ouders wonen
inmiddels ook weer daar om voor
haar grootouders te zorgen. “Voor
mij is dat niet de belangrijkste
reden om straks terug te gaan.
Dat is omdat ik me, ondanks dat ik
langer in Europa gewoond heb dan
in China, uiteindelijk toch het meest
Chinees voel.”
In september gaan ze weer naar
China in het kader van een ontwerpproject voor de Beijing Design
Week. Ze ontdekten pas achteraf
dat ze zich voor hetzelfde project
hadden ingeschreven. “Het heeft
iets met luchtvervuiling te maken.
Meer mogen we nog niet zeggen.
Maar we gaan in ieder geval weer
heel nauw samenwerken.”
Interview | Freke Sens
Foto | Bart van Overbeeke
6 | Onderzoek
19 juni 2014
Succescoach met
moleculaire passie
Volgende week kan prof.dr. Bert Meijer op zijn toch al indrukwekkende palmares een vinkje zetten achter ‘Prijs Akademiehoogleraren’. Op 26 juni ontvangt de TU/e-hoogleraar Organische
Chemie in het Amsterdamse Trippenhuis officieel deze oeuvreprijs
van de KNAW, die vergezeld gaat van één miljoen euro. Een gesprek
met een man met een grote liefde voor moleculen.
“Eigenlijk is deze prijs voor onze
onderzoeksgroep; mijn aandeel
in het onderzoek wordt al snel
overschat.” Bert Meijer (1955) is de
eerste die zijn persoonlijke bijdrage
aan de wetenschap relativeert.
Ondanks alle prestigieuze subsidies
en prijzen die hij de afgelopen
decennia heeft vergaard (een
selectie: KNAW-lidmaatschap,
Spinozapremie, Zwaartekrachtsubsidie, ERC Advanced Grant,
benoeming tot universiteitshoogleraar van de TU/e en vele interna-
tionale prijzen en benoemingen)
ziet hij zichzelf in de eerste plaats
als onderwijzer en coach.
“Ik maak graag de vergelijking
tussen wetenschap en sport”,
verduidelijkt Meijer. “Experimenteel
onderzoek is in die vergelijking een
teamsport, waarbij ik als hoogleraar
de coach ben die de spelers opstelt
en de tactiek bepaalt. Ik ben geen
speler die een doelpunt maakt.
Het is zelfs zo dat een coach nog
veel kan leren van de topspelers
die hij onder zijn hoede heeft.
Voorheen hield een benoeming
tot Akademiehoogleraar in dat je tot
je emeritaat vrijgesteld werd van
bestuurlijke en onderwijstaken.
Dat laatste vind ik bizar. Onderwijs
is namelijk een heel belangrijke
taak en onlosmakelijk aan ons
beroep verbonden.”
Dat hij het begeleiden van studenten,
promovendi en postdocs als zo’n
belangrijke opdracht beschouwt,
brengt voor Meijer wel beperkingen
(zelf noemt hij het liever “uitdagingen”) met zich mee voor het
formuleren van onderzoeksprojecten.
De jonge onderzoekers onder zijn
hoede moeten namelijk wel in staat
zijn om, in de paar jaar dat ze aan
hun onderzoek werken, iets
tastbaars te bereiken. En dat is
gezien het interessegebied van
Meijer, met veel aandacht voor zeer
fundamentele vragen, niet altijd
gemakkelijk.
“Ik ben verliefd
op moleculen”
“Ik lig niet snel ergens van wakker”,
zegt de chemicus. “Maar als ik
wakker lig, is het over de vraag of
de dingen die we doen wel succes
zullen brengen voor de jongelui
in onze groep.” Heeft hij, als
dat mislukt, gefaald als coach?
“Ach, als je een wedstrijd verliest,
kan dat zijn omdat je de verkeerde
speler hebt opgesteld, of op de
verkeerde positie. Maar je vraagt
je ook wel eens af waarom een spits
de bal er niet gewoon inschiet.
Ik ben heel blij dat onze sterke
focus op het opleiden niet ten koste
gaat van de wetenschappelijke
erkenning; ik ben ook heel trots
op deze prijs, die laat zien dat
onderzoek en onderwijs prachtig
samengaan.”
Rode draad in het wetenschappelijke
leven van de geboren Groninger is
de vraag hoe verzamelingen
moleculen in de natuur samenwerken in het georkestreerde
geheel dat we leven noemen; zowel
vanuit een intrinsieke fascinatie
voor wat dat ‘leven’ precies inhoudt,
als vanuit de gedachte dat je, door
controle te verwerven over dergelijke
moleculaire processen, een hele
nieuwe wereld van toepassingen
opent.
“Ik zeg wel eens dat ik verliefd ben
op moleculen. Alles om ons heen
Bert Meijer bij Ceres, waarin het ICMS is gehuisvest. Foto | Bart van Overbeeke
Onderzoek | 7
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
is er uit opgebouwd. Alles wat we
zijn en kunnen -denken, ademen,
schrijven- komt door moleculen.
Mijn droom is dat we op een
gegeven moment zoveel snappen
van hoe die moleculen samenwerken, dat je de meest simplistische vorm van leven in een
laboratorium kunt maken. Ik bedoel
dan niet eens een hele cel of zoiets
moeilijks, maar een simpel
moleculair fabriekje, waarvan je zou
kunnen zeggen dat het autonoom
zijn gang gaat en functies uitvoert
waar we nu alleen maar van kunnen
dromen. Dat blijkt ongelooflijk
ingewikkeld, omdat we niet goed
begrijpen hoe moleculen zich in een
verzameling van verschillende
interacterende moleculen gedragen.
Maar de afgelopen tien, twintig jaar
is op dit vlak al wel veel vooruitgang
geboekt.”
Een deel van die vooruitgang komt
door het werk van Meijer en zijn
collega’s binnen de eigen onderzoeksgroep en in het Instituut voor
Complexe Moleculaire Systemen
(ICMS), waarvan Meijer geestelijk
vader en wetenschappelijk directeur
is. “Onze groep heeft bijvoorbeeld
aangetoond dat kunststoffen, zoals
dit tafelblad, niet alleen gemaakt
kunnen worden van lange polymeerketens, maar ook van veel kleinere
moleculen. Door dynamische,
zwakke interacties plakken die als
een soort klittenband aan elkaar;
zogenaamde supramoleculaire
polymeren. Dat maakt het materiaal
veel eenvoudiger te verwerken en
het krijgt ook een soort zelfherstel-
lende eigenschap. Bij Biomedische
Technologie gebruiken ze dit
materiaal bijvoorbeeld om
bloedvaten te maken.”
Een miljoen
om dromen
waar te maken
Het onderzoek naar bovengenoemde
zelfherstellende plastics begon
volgens Meijer uit pure nieuwsgierigheid. Hij had dan ook nooit
gedacht dat uit deze experimenten al
zo snel technologische toepassingen
zouden volgen. “Het duurt vaak
heel lang voordat een vinding vanuit
het lab op de markt komt. Vloeibare
kristallen zijn al in de negentiende
eeuw ontdekt en worden pas de
laatste jaren op grote schaal
gebruikt in LCD-schermen. Ook de
uitvinding van de OLED stamt al
uit de jaren zeventig. Zelf heb ik
vroeger veel aan dendrimeren
gewerkt, boomachtige moleculen.
Pas twintig jaar later is in Japan
nu een fosfaatbinder tegen
nierproblemen op de markt
gekomen op basis van deze
moleculen. En we maakten eind
jaren tachtig onze eerste supramoleculaire polymeren. Ook die
zijn nu op de markt via SupraPolix,
maar dat is nog geen beursbericht
waard, hoor. Hoewel ik er van
overtuigd ben dat het een groot
commercieel succes wordt;
afwachten dus maar.”
Waar hij het miljoen van de
KNAW dat hij volgende week mag
bijschrijven voor gaat gebruiken?
Niet voor een grote carrièresprong
in ieder geval, hoewel de Prijs
Akademiehoogleraren die mogelijkheid in principe wel biedt.
“Toen ik de Spinozapremie kreeg,
heb ik besloten me te richten op
complexe moleculaire systemen
en in die richting ga ik door.
Dit miljoen geeft me een enorme
extra stimulans en extra mogelijkheden om onze dromen waar te
maken en vier of vijf jongelui op
te leiden tot doctor.”
Interview | Tom Jeltes
In de rubriek Sluitstuk vertellen afstudeerders over hun afstudeeronderzoek.
Wil je ook in deze rubriek, mail dan naar [email protected].
Sluitstuk
Meer tablets op tafel
Als het aan masterstudente
Kim Starmans ligt, schrijft ze als
toekomstig wiskundedocent haar
formules niet meer op het schoolbord, maar deelt ze die met haar
leerlingen via de tablet. Afgelopen
half jaar deed ze bij de Eindhoven
School of Education onderzoek
naar het gebruik van iPads op
de middelbare school.
Hoewel we in ons dagelijks leven
voortdurend schermen binnen
handbereik hebben, lijken die in
het onderwijs juist op afstand
gehouden te worden. Voorzichtig
wordt er geëxperimenteerd met
laptops in de klas, maar smartphones en tablets zijn er nog
nauwelijks te vinden, net zoals
studies hierover. En dat is een
gemiste kans, vindt Kim Starmans.
In het kader van haar combinatiemaster Industrial and Applied
Mathematics en Science, Education
en Communication volgde ze samen
met medestudent Giel Oerlemans
een project waarbij een vmbo-klas
bij elk vak iPad-onderwijs kreeg.
“Docenten denken vaak dat
leerlingen snel afgeleid zijn met
een tablet voor hun neus en andere
zaken gaan doen, zoals chatten.
Maar ze vergeten dat papieren
briefjes die rondgaan net zo erg
zijn. Dat afleiden bleek bovendien
erg mee te vallen. Leerlingen
vonden de iPad-lessen boeiender
en afwisselender. Leuk zullen ze
niet zo snel zeggen, het blijft toch
leren. En ook vanuit de docenten
hoorden we veel positieve geluiden,
ondanks de hogere werkdruk en de
soms haperende techniek. Het loopt
nog niet geheel naar behoren, maar
de meerwaarde die tablets kunnen
hebben, is voor de deelnemende
docenten heel duidelijk.”
Brugklassers van een regionale
middelbare school kregen vier
Kim Starmans. Foto | Rien Meulman
maanden lang bij elk vak les met
behulp van een iPad. Op haar eigen
tablet laat Kim wat voorbeelden
zien. “Met PuppetPals kun je
leerlingen met poppenkastpoppen
conversaties laten voeren in een
vreemde taal. De docent geschiedenis
gebruikte dezelfde app om een
dictator en een koning verschillende
bestuursvormen uit te laten leggen.
Iemand anders kwam met Nearpod,
waarmee je op een interactieve
manier een presentatie deelt met
leerlingen en tegelijkertijd lesstof
kunt evalueren. En zelfs in de
gymlessen werden apps gebruikt
om de bewegingen van de handstand te analyseren. Hoewel
docenten begeleiding kregen in het
integreren van de iPad in de lesstof,
werd er aangegeven dat het uitzoeken
welke apps geschikt zijn erg
tijdrovend is. Ook zijn veel
lesmethodes nog niet voldoende
aangepast aan de nieuwe vorm
van lesgeven.”
Er ligt dus nog veel werk voor
onderwijskundigen, docenten
en educatieve uitgeverijen.
Toch denkt Kim dat tablet-onderwijs
de toekomst heeft. Ze is nu nog
druk aan het solliciteren voor
komend schooljaar -haar tijdelijke
baan als invaldocent loopt bijna
af- maar hoopt binnenkort als
wiskundedocent bezig te blijven
met onderwijsvernieuwing. “Het is
eigenlijk heel vreemd dat leerlingen
buiten de klas constant met nieuwe
media bezig zijn, maar in de
schoolbanken alleen pen en papier
mogen gebruiken. Je moet als
docent weten hoe je nieuwe
technologie nuttig kunt gebruiken,
daar draait het om. En ja, er gaat
minder geschreven worden, maar
dat gebeurt nu ook al. Is dat een
nadeel? Ach, het scheelt in ieder
geval veel turen naar onleesbare
hanenpoten...” (NT)
8 | Onderzoek
19 juni 2014
4 brandende vragen
Peter Pasmans | Technische Natuurkunde
Atomen volgen met ultrasnelle
lasers en elektronen
1
we op
n
e
i
z
Wat
er van
v
o
c
de
hrift?
c
s
f
e
je pro
2
Ho
op f e leg
j
waa eestj e
e
r je
ond s uit
e
ove
r ga rzoek
at?
1 | cover
3
Welke persoon,
techniek of apparaat is
onmisbaar geweest
voor je onderzoek?
4
eeft
Wat h
ving
e
l
n
me
de sa uw werk?
aan jo
Bij ultrasnelle elektronendiffractie wordt gebruikgemaakt van de zogenaamde ‘pump-probe’-techniek.
Deze techniek wordt op artistieke wijze uitgebeeld op
de cover. De zwarte punten vormen een hexagonaal
rooster van atomen, zoals in grafeen, die links nog
netjes geordend zijn. De rode ‘pump’-laserpuls
warmt het rooster op waardoor de atomen meer gaan
bewegen en de ordening naar rechts toe verloren
gaat. De groene ‘probe’-elektronenpuls wordt
gebruikt om deze verandering van de structuur te
volgen in de tijd.
2 | feestjes
De typische tijdsschaal waarop atomen bewegen
in een rooster is 100 femtoseconden. Om een gevoel
te geven hoe snel dit is: 100 femtoseconden ten
opzichte van een seconde is vergelijkbaar met
een seconde ten opzichte van 300.000 jaar. Met
ultrasnelle elektronendiffractie is het mogelijk
om veranderingen in de ordening van atomen te
volgen op deze ultrakorte tijdsschalen. We hebben
fundamentele grenzen van deze techniek onderzocht met als ultieme doel om in de toekomst
atomaire processen te kunnen volgen in complexe
moleculen zoals eiwitten.
3 | onmisbaar
De geweldige ondersteuning van de technici in de
groep was onmisbaar bij het experimentele onderzoek, maar het enthousiasme van mijn promotor
(prof.dr.ir. Jom Luiten, red.) is ook heel belangrijk
geweest.
4 | samenleving
Er zijn vele onderzoeksgebieden waar gebruik van
ultrasnelle elektronendiffractie zou kunnen leiden
tot betere en nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld bij
onderzoek naar supergeleiding voor het reduceren
van elektrische transportverliezen of bij onderzoek
naar dynamica van eiwitten voor het begrijpen en
genezen van bepaalde ziektes.
(Onder redactie van Tom Jeltes)
Foto’s | Bart van Overbeeke
Onderzoek | 9
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
David Caicedo Fernández | Electrical Engineering
Slimme verlichting
1 | cover
Op de voorkant zien we een moderne kantoortuin met ruimte voor veel werkplekken en een
groot raam waardoor daglicht binnenkomt. Daarboven staat een afbeelding die illustreert
hoe meetgegevens van twee soorten sensoren, die de bezetting van het kantoor en het
lichtniveau meten, worden gebruikt om de verlichting in zo’n kantoortuin aan te sturen.
De zon is ook zichtbaar, omdat die een belangrijke rol speelt - hoewel we daar geen invloed
op hebben.
2 | feestjes
We willen de hoeveelheid energie minimaliseren die nodig is om kantoorgebouwen te
verlichten, zonder het risico dat de mensen te weinig licht hebben om bij te werken. Dat
betekent dat we het midden moeten vinden tussen altijd het licht aanhouden (zodat je zeker
weet dat er altijd genoeg licht is) en het licht overdag standaard uitdoen (zodat je het risico
loopt dat er te weinig licht binnenkomt op een bewolkte dag). Ik heb algoritmes ontwikkeld
om de verlichting aan te sturen met behulp van bewegings- en lichtsensoren.
3 | onmisbaar
Het prototype van een nieuw soort bewegingssensor, ontwikkeld door Philips, was onmisbaar.
Die heb ik namelijk gebruikt voor het ontwikkelen en testen van algoritmen waarmee je
kunt bepalen of en waar er mensen in het kantoor aan het werk zijn.
4 | samenleving
Energiebesparing in kantoorgebouwen is goed voor de portemonnee en voor het milieu.
Wij proberen dit doel te bereiken zonder dat de mensen die in het kantoor werken daar last
van hebben. Je wilt namelijk niet dat de lichten voortdurend aan- en uitgaan als in een disco.
Adrian Cioroianu | Technische Natuurkunde
De kracht van polymeernetwerken
1 | cover
Op de omslag van mijn proefschrift zien we een interpretatie van ontwerper Ovidiu Bejan
van een brug die is opgebouwd uit polymeernetwerken. Net als bij zo’n brug kan met
netwerken van polymeren een uitstekende stabiliteit worden verkregen met een minimale
hoeveelheid materiaal.
2 | feestjes
De cellen in ons lichaam, de weefsels in onze organen; allemaal gebruiken ze netwerken
van polymeren om niet uiteen te vallen. Deze netwerken zorgen voor een stabiele structuur
en het is daarom van groot belang om te onderzoeken, begrijpen en voorspellen hoe deze
structuren zich gedragen onder de invloed van de mechanische belasting waaraan ze in
ons lichaam voortdurend worden blootgesteld.
3 | onmisbaar
Mijn werk behoort tot het brede veld van de theoretische fysica. Sommigen beweren dat
een modern theoretisch fysicus niet meer nodig heeft dan een computer en onbeperkte
toegang tot wetenschappelijke publicaties, maar daar ben ik het allerminst mee eens.
Door de jaren heen heb ik vruchtbaar samengewerkt met veel andere onderzoekers. Als ik
één persoon moet noemen die onmisbaar is geweest, dan is het mijn dagelijkse begeleider,
dr. Kees Storm.
4 | samenleving
Ik denk dat dit werk relevant en nuttig is voor iedereen die geïnteresseerd is in biomedische
materialen, met name voor hen die zogeheten biomimetische materialen willen ontwerpen
om natuurlijke biomaterialen te vervangen of ondersteunen. Als ik verder vooruitkijk, denk
ik dat mijn werk ook interessante aanwijzingen levert voor bio-geïnspireerde synthetische
materialen. De materialen waaruit wijzelf zijn opgebouwd hebben een aantal wonderbaarlijke eigenschappen die we graag zouden willen nabootsen in kunststoffen.
10 | Universiteitsberichten
ALGEMEEN
Cursor |
Laatste Cursor deze jaargang
Deze Cursor is de laatste die in dit
collegejaar verschijnt. Op donderdag
4 september is de eerste papieren
Cursor weer te vinden in de rode
bakken op de campus. Tot die tijd
zijn wel natuurlijk wel actief op
www.cursor.tue.nl met nieuws
rondom onze universiteit. Ook op
facebook en twitter zijn we actief,
zij het minder frequent tijdens
de zomerperiode.
Lerarenopleiding |
Onderwijsmiddag
Op woensdag 25 juni a.s. wordt het
vak Bètadidactisch Ontwerpen van
de master Science Education and
Communication (ofwel de lerarenopleiding) afgesloten met de
onderwijsmiddag. Hier presenteren
de masterstudenten het door hen
ontwikkelde onderwijs. De middag
start om 14.15 uur met een welkomstwoord en een presentatie
over de samenwerking van de ESoE
met Wikiwijs. Daarna zullen alle
groepen studenten kort hun
ontwerp presenteren. Vervolgens
vindt de onderwijsmarkt plaats,
waarbij elk project zich bij een
stand presenteert. De middag wordt
rond 16.15 uur afgesloten met de
uitreiking van de publieksprijs.
Locatie is de van Trierzaal
(Traverse). Voor meer informatie,
mail naar: [email protected]
MENS
Faculteit Industrial Engineering &
Innovation Sciences |
Afscheidsreceptie Ted Clarkson
De faculteit IE & IS heeft het
genoegen u uit te nodigen voor de
afscheidsreceptie van Ted Clarkson.
Na 34 jaar werkzaam te zijn geweest
bij de TU/e, gaat Ted met pensioen.
U bent van harte welkom om hem
onder het genot van een hapje en
een drankje te bedanken voor de
samenwerking en hem geluk te
wensen voor de toekomst.
Datum: dinsdag 1 juli 2014 van
16.00 - 18.00 uur
Locatie: PVOC
19 juni 2014
UNIVERSITEITSBERICHTEN
Bureau voor Promoties en
Plechtigheden | Promoties
Donderdag 19 juni, 16:00 uur, CZ4:
promotie D. Raiteri MSc (EE)
Promotor: prof.dr.ir. A.H.M. van
Roermund
Voorzitter: prof.dr. A.G.L. Backx
Titel proefschrift: “Technology
aware circuit design for smart
sensors on plastic foils”
Donderdag 19 juni, 16:00 uur, CZ5:
promotie ir. P.L.E.M. Pasmans (TN)
Promotor: prof.dr.ir. O.J. Luiten
Voorzitter: prof.dr.ir. G.M.W. Kroesen
Titel proefschrift: “Ultrafast electron
diffraction An investigation of
fundamental limits”
Dinsdag 24 juni, 16:00 uur, CZ4:
promotie A. Lazaro Garcia MSc (B)
Promotor: prof.dr.ir. H.J.H. Brouwers
Voorzitter: prof.ir. E.S.M. Nelissen
Titel proefschrift: “Nano-silica
production at low temperatures
from the dissolution of olivine
synthesis, tailoring and modelling”
Woensdag 25 juni, 16:00 uur, CZ4:
promotie D.R. Caicedo Fernández
MSc (EE)
Promotor: prof.dr.ir. J.W.M. Bergmans
Voorzitter: prof.dr.ir. J.H. Blom
Titel proefschrift: “Distributed
Smart Lighting Systems:
Sensing and Control”
Donderdag 26 juni, 16:00 uur, CZ4:
promotie W. Aslam MSc (W&I)
Woensdag 2 juli, 14:00 uur, CZ4:
promotie D. Chen MSc (ST)
Promotor: prof.dr. G. de With
Voorzitter: prof.dr.ir. J.C. Schouten
Titel proefschrift: “Smart 3D
imaging strategies for
nanostructured soft matter”
Woensdag 2 juli, 16:00 uur, CZ4:
promotie F.F. Karbach MSc (ST)
Promotor: prof.dr. C.E. Koning
Voorzitter: prof.dr.ir. J.C. Schouten
Titel proefschrift: “Silica-supported
Catalysts for Ethylene Oligomerization”
Donderdag 3 juli, 16:00 uur, CZ4:
promotie S.A. de Groot MBA (IE & IS)
Promotor: prof.dr.ir. M.C.D.P.
Weggeman
Voorzitter: prof.dr.ir. A.C. Brombacher
Titel proefschrift: “In search of
beauty Developing beautiful
organizations”
Promotor: prof.dr. J.J. Lukkien
Voorzitter: prof.dr. E.H.L. Aarts
Titel proefschrift: “Quality of Service
Based Distributed Control of
Wireless Networks”
Maandag 30 juni, 16:00 uur, CZ5:
promotie ir. M. Oppeneer (W&I)
Promotoren: prof.dr. R.M.M.
Mattheij en prof.dr.ir. B. Koren
Voorzitter: prof.dr. E.H.L. Aarts
Titel proefschrift: “Sound propagation in lined ducts with parallel
flow”
Maandag 30 juni, 16:00 uur, CZ4:
promotie ir. Y. Li (ST)
Promotoren: prof.dr. C.E. Koning
en prof.dr. R.A.T.M. van Benthem
Voorzitter: prof.dr.ir. J.A.M. Kuipers
Titel proefschrift: “Bio-based
Poly(urethane urea) Dispersions
chemistry, colloidal stabilization
and properties”
Maandag 30 juni, 16:00 uur,
Filmzaal ZD: promotie A.R.
Cioroianu MSc (TN)
Promotor: prof.dr. M.A.J. Michels
Voorzitter: prof.dr.ir. G.M.W. Kroesen
Titel proefschrift: “Modeling the
Mechanics of Polymer Networks”
Maandag 18 augustus, 16:00 uur,
CZ4: promotie ir. F.A.A. Huijben (B)
Promotoren: prof.ir. F. van Herwijnen
en prof.ir. R. Nijsse
Voorzitter: prof.ir. E.S.M. Nelissen
Titel proefschrift: “Vacuumatics: 3D
formwork systems”
Dinsdag 1 juli, 16:00 uur, CZ4:
promotie ir. I.J.M. Erkens (TN)
Promotoren: prof.dr.ir. W.M.M.
Kessels en prof.dr. F. Roozeboom
Voorzitter: prof.dr.ir. G.M.W. Kroesen
Titel proefschrift: “Understanding
and Controlling Atomic Layer
Deposition of Platinum and
Platinum Oxide”
Intreerede
Vrijdag 20 juni, 16:00 uur, BZ:
intreerede prof.dr.ir. J.M.J. den
Toonder (W) - hl
Voorzitter: prof.dr.ir. C.J. van Duijn
Titel: “Microfluidics, merging
technology and biology”
Dinsdag 1 juli, 16:00 uur, CZ5:
promotie ir. R. Hoogendijk (W)
Promotor: prof.dr.ir. M. Steinbuch
Voorzitter: prof.dr. L.P.H. de Goey
Titel proefschrift: “Control of
flexible motion systems using
frequency response data”
Ook een bericht plaatsen op
deze pagina? Mail het bericht
(maximaal 100 woorden) dan naar
[email protected].
Je hebt nu Cursor-magazine in je handen, maar wist je dat we ook online te vinden zijn?
Op www.cursor.tue.nl vind je al het nieuws rondom de TU/e. Surf ook eens naar www.facebook.com/tuecursor en volg ons op www.twitter.com/tuecursor
Wil jij jouw feest, lezing, symposium of andere activiteit gratis onder de aandacht brengen op www.tue.nl/agenda? Mail ons dan voor inloggegevens ([email protected]).
We zien je graag online terug! www.cursor.tue.nl
Mens & Mening | 11
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
TUssen de oren
In Cursor worden iedere twee weken
studenten, docenten, labs, technische
artefacten, de werkomgeving, het wetenschappelijk bedrijf, de campus, het onderwijs en websites onder een psychologische
loep gelegd door de medewerkers van
TU/e-opleiding Psychology & Technology.
(Op) weg met
technologie!
Illustratie | Sandor Paulus
Bijna vakantie. Zonnebrandcrème, tandenborstel en zwembroek in het koffertje. TomTom instellen
op Zuid-Frankrijk, en gaan! O ja, vergeet de elektronica niet: de smartphone en de digitale
camera. Je wilt toch vastleggen en delen wat je allemaal meemaakt?
Camera’s zijn een bijzonder soort technologie. Ze leggen een moment in hoge resolutie vast,
maar tegelijkertijd beïnvloeden ze de scène zelf. Niet zelden gaan mensen poseren voor een
camera, of gaat een mooi spontaan moment teloor omdat mensen zich gefotografeerd weten.
Als mijn kinderen lekker in de huiskamer staan te swingen op een keihard bonkende Stromae,
dan transformeert de aanwezigheid van mijn camera hun onbevangen dans ineens tot een set
theatrale, kijk-eens-wat-ik-allemaal-kan bewegingen.
Een camera creëert ook afstand. Door een lens naar de wereld kijkend wordt de fotograaf een
journalist van zijn eigen leven. En paradoxaal genoeg heeft het vastleggen van een gebeurtenis
op film, toch vaak geboren uit een behoefte om iets goed te onthouden, een negatief effect op
ons geheugen.
Psychologe Lisa Henkel gaf proefpersonen in een experiment, gepubliceerd in 2013, een
rondleiding in een museum langs een aantal objecten. Wanneer proefpersonen werd gevraagd
om een digitale foto te maken van de objecten (nadat ze deze eerst hadden kunnen bekijken),
dan was hun herinnering aan deze objecten minder accuraat dan wanneer ze geen foto hadden
UR-podium
“Een buitenlandervaring is een
belangrijk onderdeel van je
persoonlijke ontwikkeling.
Zelfs als je naar Leuven gaat,
is het een heel andere wereld”,
aldus rector Hans van Duijn in
de 153ste UR-vergadering.
Een buitenlandervaring is
inderdaad belangrijk, zo vindt ook
Groep-één. In het visiedocument
over de TU/e Graduate School
wordt geopperd om een internationale ervaring voor elke masterstudent te verplichten. Hoewel we
het stimuleren van een buitenlandervaring toejuichen, vrezen we dat
gemaakt. Ondanks de tijd en aandacht die ermee gemoeid is om de camera scherp te stellen
en het object in zijn geheel op de foto te zetten, onthield men minder details van de objecten
en wist men ook de locaties van de objecten in het museum minder goed te reproduceren.
Als we iets buiten onszelf opslaan (bijvoorbeeld in een
computergeheugen, of op een foto) dan laat ons eigen
geheugen die herinnering los, zo lijkt het. Kennelijk
opereren de hersenen volgens een opportunistisch
007-principe: “only on a need to know basis” wordt
er informatie onthouden. Wanneer TomTom ons naar
onze bestemming in Frankrijk heeft gewezen, kunnen
we die route niet meer reproduceren - sterker nog, we weten vaak niet eens precies waar we
zijn. En met onze digitale camera’s altijd en overal op zak, zijn er weinig gebeurtenissen die
niet meer vastgelegd en dus vergeten kunnen worden. Daarom mijn tip voor de komende
vakantie: laat je camera thuis en geniet. En zonder TomTom weet je ook nog waar je bent.
Laat je camera
thuis en geniet
Wijnand IJsselsteijn | hoogleraar Cognition and Affect in Human-Technology Interaction
Met z’n allen…
een verplichtstelling meer kosten
dan baten zal opleveren.
Het verplicht stellen van een
internationale ervaring levert voor
zowel de student als voor de
universiteit een spanningsveld op.
Niet elke student heeft dezelfde
behoeftes, dus niet elke student
wil naar het buitenland. Voor
sommigen is een stage in Nederland, bijvoorbeeld bij ASML,
veel waardevoller dan een
internationale ervaring. Met de
voorgenomen maatregel bestaat
de kans dat deze studenten
uitwijken naar een universiteit
waar een internationale ervaring
niet verplicht is.
Voor de universiteit kan de
praktische invulling een probleem
vormen. Op het moment dat TU/e
iets verplicht stelt, zal zij een
zekere kwaliteit moeten waarborgen.
Dit komt bij het universiteitspersoneel te liggen. Gezien de
groeiende studentenaantallen en
de reeds hoge werkdruk, zullen zij
hier niet om staan te springen.
Verder zijn er weinig buitenlandse
universiteiten met dezelfde
jaarindeling als de TU/e. Massale
studievertraging door het volgen
van 15 ECTS in het buitenland
behoort dus tot de risico’s.
Met het leenstelsel in het vooruitzicht
verslechtert de financiële situatie
van de gemiddelde student.
Wij verwachten dan ook dat
studenten in groten getale zullen
kiezen voor een goedkope
buitenlandervaring, net over de
grens. Ze zien ons al aankomen,
daar in Leuven.
Noortje W
eenink,
Groep-één
12 | Special internationalisering
19 juni 2014
Verplicht naar
het buitenland:
vloek of zegen?
Tekst | Tom Jeltes
Illustraties | iStockphoto
Elk jaar pakken honderden TU/e-studenten hun koffers en vertrekken voor een aantal maanden
naar een locatie buiten de landsgrenzen. Niet voor vakantie, maar voor de studie. Als het aan het
College van Bestuur ligt, heeft vanaf het collegejaar 2015-2016 iedere student voordat hij of zij
een masterdiploma ontvangt verplicht een kwartiel in het buitenland doorgebracht. Wat houdt
die verplichte ‘buitenlandervaring’ precies in? Wat levert het op en wat kost het de student?
Wat wordt er ‘verplicht’?
De verplichte buitenlandervaring is
onderdeel van de herziening van
alle masteropleidingen in het kader
van de nieuwe Graduate School,
waarin al het onderwijs -inclusief de
promotietrajecten- aansluitend op
het Bachelor College moet gaan
vallen. In het zogeheten position
paper ‘Revision of Graduate School
master’s programs’ van afgelopen
februari wordt het als volgt
geformuleerd: ‘At least 15 EC’s of
the Master’s program should have
an international dimension. (…)
An actual stay abroad wil be
compulsory for all students that
cannot demonstrate international
experience (for instance by having
done (part of) their undergraduate
program abroad)’.
Dat komt dus neer op minstens
een kwartiel in het buitenland, om
vakken te volgen, voor een stage,
of voor het afstudeerproject.
Studenten die voor hun bachelor al
naar het buitenland zijn geweest,
krijgen waarschijnlijk dispensatie,
net als internationale studenten
voor wie hun verblijf in Eindhoven
logischerwijs al een buitenlandervaring is. Voldoe je als student
niet aan die criteria, dan kom je niet
zomaar onder die verplichting uit,
laat prof.dr.ir. Jan Fransoo, dean van
de Graduate School weten: “De kern
is dat studenten geen vrijstelling
kunnen krijgen omdat ze ‘niet
willen’. Er moet een inhoudelijke of
persoonlijke argumentatie zijn.”
Welke argumenten tegen een
buitenlands avontuur door de
examencommissie zullen worden
geaccepteerd, is volgens Fransoo
nu nog niet te zeggen. Dat zal ook
afhangen van in hoeverre de
studenten vanuit de universiteit
(financieel) ondersteund kunnen
worden. Studenten met geldgebrek
zouden in principe vrijstelling
kunnen krijgen als er bijvoorbeeld
vanuit de universiteit onvoldoende
fondsen beschikbaar zijn, geeft
Fransoo aan.
Er zijn nog meer signalen dat de
soep wellicht niet zo heet gegeten
wordt als hij is opgediend. Zo wordt
in het bovengenoemde ‘position
paper’ als einddoel van de onderwijs-
hervormingen genoemd dat tegen
2020 negen op de tien Nederlandse
TU/e-studenten een deel van hun
studie in het buitenland moet
hebben gedaan. De komende jaren
zal in ieder geval coulant worden
omgesprongen met studenten
met buitenlandvrees. Fransoo:
“In overleg met de decanen en de
universiteitsraad is afgesproken
dat we zeker in de eerste jaren
bijzonder ruim interpreteren.”
Special internationalisering | 13
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Het voorbeeld: Human-Techology
Interaction en Innovation Sciences
Een universiteitsbrede verplichting
om in het buitenland te studeren
zou uniek zijn voor Nederland, maar
op opleidingsniveau is een
verplichte buitenlandervaring voor
de TU/e allerminst nieuw: bij IE&IS
is het in de masteropleidingen
Human-Technology Interaction (HTI)
en Innovation Sciences (IS) al sinds
de millenniumwisseling verplicht
om in het buitenland te studeren,
vertelt opleidingsdirecteur dr. Lilian
Halsema.
“Dat hebben we destijds ingevoerd
omdat we een internationale
ervaring belangrijk vonden als
voorbereiding op de internationale
arbeidsmarkt.” De meeste studenten
volgen ter plekke vakken, maar een
enkeling kiest voor een onderzoeksproject of stage - die mede wordt
begeleid vanuit een universiteit
in het betreffende land.
Bij IE&IS bestaat weinig weerstand
tegen de verplichting, waarvoor
de betreffende opleidingen in
2010 zelfs een ‘speciaal kenmerk
internationalisering’ kregen van
accreditatieorganisatie NVAO.
“Bij die gelegenheid hebben het
geheel ook uitgebreid geëvalueerd”,
vertelt Halsema. “Uit enquêtes blijkt
dat vrijwel alle studenten het een
zinvolle ervaring vinden.” Zowel
het feit dat de studenten in het
buitenland voor het eerst echt op
zichzelf teruggeworpen worden,
als de kennismaking met een ander
onderwijssysteem of de specifieke
inhoud van de colleges, worden
daarbij volgens Halsema als
pluspunten genoemd.
De bedoeling is dat de studenten
HTI en IS een semester in het
buitenland doorbrengen; korter
is volgens Halsema eigenlijk niet
de moeite. Het bleek dat veel
studenten vertraging opliepen
omdat ze in het buitenlandsemester
minder dan de dertig studiepunten
haalden met de vakken die ze
volgden. Daarom wordt tegenwoordig uitgegaan van twintig
studiepunten uit vakken plus tien
studiepunten voor de voorbereiding
van het afstudeerproject, dat voor
het laatste semester van de studie
staat gepland.
Studenten die door persoonlijke
omstandigheden niet naar het
buitenland kunnen, krijgen
dispensatie en volgen een
alternatief programma - ze volgen
bijvoorbeeld vakken aan andere
Nederlandse universiteiten, of
soms in België of Duitsland.
Dat wordt via de studieadviseur in
overleg met de examencommissie
geregeld. Uit de cijfers uit 2010
is af te lezen dat dit bij HumanTechnology Interaction en
Innovation Sciences om zo’n
vijf tot tien procent van de
studenten gaat.
Ook bij Industrial Design lijkt
een verplichte buitenlandervaring
geen probleem op te leveren - mits
een buitenlandervaring in de
bachelor ook telt (dit is volgens de
formulering in de ‘position paper’
wel het geval). Bij die faculteit
gaat namelijk het merendeel
in het eerste semester van het
derde jaar, wanneer er geen
projecten gepland zijn, over de
grens.
Verplicht naar het buitenland? Reacties van (oud)-studenten.
Hoewel bijna iedereen het erover
eens lijkt te zijn dat studeren in
het buitenland van toegevoegde
waarde is voor je persoonlijke
ontwikkeling, valt vooral de tem
‘verplicht’ niet bij iedereen in goede
aarde. Dat bleek bijvoorbeeld uit
het grote aantal reacties op het
Cursorartikel waarin dit voornemen
werd gemeld.
Student Electrical Engineering Mark
Kleijnen bijvoorbeeld reageerde
vanaf zijn stageadres in Stellenbosch
(Zuid-Afrika) op het artikel op de
website van Cursor. Hij vindt een
verplichte ‘internationale’ een erg
slecht idee. Zijn voornaamste
argument is financieel van aard:
“Een internationale kost al gauw
vijf- tot tienduizend euro en
vanwege de slechte aansluiting
loopt de student een groot risico
op studievertraging. En dat
leidt weer tot verdere kosten.”
Kleijnen verwacht dan ook dat
een significant aantal studenten
dit -zeker met de invoering van
het leenstelsel in het vooruitzichtsimpelweg niet kan bekostigen.
Kleijnen heeft het prima naar zijn
zin in Stellenbosch. Hij typeert
zijn stage als “een onvergetelijke
ervaring”. Toch gelooft hij niet dat
een buitenlandse stage een must is
om een goede ingenieur te worden.
“Mijn technische kennis wordt hier
echt niet groter dan wanneer ik een
stage in Nederland had gedaan.”
Hij vindt dan ook dat de ‘echte
nerds’ (“toch een belangrijke
doelgroep van de TU/e”) die
zich alleen maar volledig in hun
vakgebied willen verdiepen,
de keuze moeten houden om
lekker thuis te blijven.
Giel Op ’t Veld studeerde Electrical
Engineering aan de TU/e, was
voorzitter van Groep-één, en doet
momenteel promotieonderzoek in
het Zwitserse Lausanne. Hij gelooft
er niets van dat de TU/e studenten
een diploma zal ontzeggen als ze in
Nederland blijven. Er zijn volgens
hem altijd wel valide redenen te
vinden om niet naar het buitenland
te gaan. “Verplichtstelling is een
marketingterm die in de praktijk
niet meer kan inhouden dan een
zeer streng ‘ja, tenzij’.”
Maar dat is volgens Op ‘t Veld
helemaal niet erg. “De TU/e kiest
hier een scherp en ambitieus
profiel. Ik kon altijd al waarderen
dat de cultuur in Eindhoven zo
is dat enorm veel studenten uit
zichzelf naar het buitenland gaan,
en het liefst zo ver mogelijk.
Het regelen daarvan is eenvoudig
en veelal gebaseerd op goede
persoonlijke contacten tussen
professoren. Ik beschouwde dat
altijd als een ‘unique selling point’
van Eindhoven. Ik vind het mooi
dat de TU/e zich nu ook actief als
zodanig gaat profileren. Aan de
TU/e kom je voor een ambitieuze
studie, die je uitdaagt en voorbereidt
om overal aan de slag te gaan.
Dus, adverteer die ‘ja’ voor
buitenlandervaring met grote
letters en werk de ‘tenzij’ weliswaar
goed uit, maar verstop die maar met
kleine letters ergens in de OER.”
Over de aansluiting tussen het
lokale en buitenlandse deel van
de studie maken veel studenten
zich zorgen, en dus ook studentenfracties in de universiteitsraad.
Jim Stolk is student Industrial
Design en UR-lid voor Groep-één.
Hij is tevens voorzitter van de
UR-commissie Graduate School,
waarin met onder anderen dean Jan
Fransoo wordt overlegd over de
invulling van de nieuwe masteropleidingen. “Het feit dat we
gaan werken met kwartielen
levert praktische problemen op.
Dat doen ze voor zover ik weet
aan geen enkele buitenlandse
universiteit. Het wordt daarom
erg lastig om een kwartiel in het
buitenland te organiseren. En een
semester is vaak een probleem
vanwege de studiedruk.”
Vóór stimuleren
tégen
verplichten
Stolk heeft nog een kanttekening:
“Zoals het nu geformuleerd wordt,
is een stage bij een internationaal
georiënteerd bedrijf in Nederland
niet goed, maar een paar vakken
volgen in Antwerpen of Leuven wel.
Ik heb ook in Antwerpen gestudeerd,
en daar is het echt niet zo anders
dan hier. Bovendien horen we ook
dat bedrijven als NXP, Philips en
ASML het niet fijn zouden vinden
als studenten in het buitenland
stage gaan lopen, omdat ze de
stagiairs goed kunnen gebruiken.”
Samengevat vindt Groep-één het
goed dat studenten gestimuleerd
worden om ervaring op te doen in
het buitenland. De universiteit
zou dit ook zo goed mogelijk moet
faciliteren. Maar de fractie is uit
principe tegen een verplicht
karakter. Die standpunten worden
gedeeld door de Eindhovense
Studentenraad (ESR), vertelt
Susanne Schouten van ESR:
“Ook wij zijn voor stimuleren en
tegen verplichten. We zouden graag
de voorwaarden om er onderuit te
komen geformuleerd willen zien.”
Ook Schouten weet overigens uit
persoonlijke ervaring waarover ze
het heeft: ze studeerde een halfjaar
in Melbourne. Ze had hiervoor
gespaard, maar Australië bleek
duurder dan ze had gedacht.
“Van de TU/e had ik een beurs van
900 euro, maar ook dat geld was
snel op.” Uiteindelijk wist ze in
haar onderhoud te voorzien door in
luxe winkelcentra dure Israëlische
crèmes met zout uit de Dode Zee
te verkopen. “Het waren echt heel
dure crèmes, en het werk was op
commissiebasis, dus ik heb
daarmee goed verdiend. Je wilt toch
geld hebben om iets van het land
te zien als je in Australië bent.”
Het voorbeeld van Schouten
illustreert dat veel studenten in het
buitenland meer aan hun hoofd
hebben dan de studie alleen.
Dat zit effectief studeren soms
in de weg, maar maakt een
buitenlandtrip ook een rijke
bron van levenservaring.
14 | Special internationalisering
19 juni 2014
11
De cijfers
Bij het ontvangen van een bachelor- of masterdiploma heeft twintig
procent van de TU/e-studenten nu een buitenlandervaring gehad.
Maar dat percentage is hoger als je alleen naar masters kijkt, of de
bachelor en master bij elkaar optelt. Aan de andere kant gaan sommige
studenten meerdere keren weg (zowel bachelor als master) en dat
vertekent het beeld weer. In 2013 zijn er 362 studenten weggeweest
(geregistreerd).
42
1
In totaal ontvingen 66 Europese onderwijsinstellingen 179 studenten
van de TU/e, van wie 136 op basis van een bilaterale uitwisselingsovereenkomst. Buiten Europa ontvingen 88 instellingen voor hoger
onderwijs 187 TU/e-studenten. Daarnaast hebben 89 studenten in 2013
een stage uitgevoerd bij bedrijven en instituten in het buitenland.
1
1
1
1
1
1
Populaire bestemmingen buiten en binnen Europa (aantal studenten):
Verenigde Staten (76)
Australië (43)
Singapore (18)
China (14)
Zuid-Korea (14)
Zweden (44)
Duitsland (32)
3
In de kaart is voor elk van de 44 landen waar TU/e-studenten op bezoek
gingen het aantal verschillende locaties (universiteiten, instituten en
bedrijven) aangegeven dat werd bezocht.
1
4
De enthousiasteling
Steffie Raemaekers is net klaar met
de masteropleiding Architectuur.
Omdat ze al tijdens haar studie
werkervaring op wilde doen, en ook
graag naar het buitenland wilde,
besloot ze een stage te doen in
Chili. “Ik had een cursus Spaans
gedaan en wilde de taal graag echt
leren”, zo motiveert ze haar keuze.
“En Chili is voor Zuid-Amerikaanse
begrippen een veilig land.” Omdat
de stage niet in het curriculum zat,
benutte Raemaekers haar basiskennis van het Spaans om op eigen
houtje in Chili te solliciteren.
“Dat bleek qua taal nog best tegen
te vallen, maar toch had ik binnen
drie dagen een contact en kon ik
een week later in Chili terecht. Eerst
heb ik bij de baas van het bedrijf
waar ik stage liep in huis gewoond,
en later bij een vriend van de baas.”
Die eerste drie maanden in Chili
bevielen Raemaekers bijzonder
goed, vertelt ze. “Ze spreken daar
geen Engels, dus ik heb heel snel
de taal geleerd. En ik mocht heel
praktisch aan de slag: ik heb een
garage mogen ombouwen tot
kruidenierswinkel en mocht na
twee maanden al in mijn eentje
een huis ontwerpen.” Na afloop van
de stage wilde ze zo snel mogelijk
terug om daar ook af te studeren.
“Bij Architectuur wordt afstuderen
in het buitenland in principe
ontmoedigd omdat ze slechte
ervaringen hebben met het niveau,
maar ik heb toch toestemming
gekregen van mijn begeleiders.”
En dus vertrok ze voor nog eens
een half jaar naar Chili om daar
nu een zelfbouwhuis te ontwerpen
voor een groot sociaal woningbouwproject. “Dat was fantastisch.
In Chili kreeg ik gewoon echt eigen
opdrachten, terwijl in Nederland
de banenmarkt zo slecht is dat ik
bij wijze van spreken aan de slag
zou moeten als serveerster. Ik wil
dan ook zo snel mogelijk terug.
Dat zou best kunnen lukken,
want ik heb nu de sociale contacten
die je daar nodig hebt.”
Ze heeft er veel aan gehad, zegt ze.
“Ik heb geleerd dingen zelfstanding
te doen. Hier ben je tijdens je studie
toch vooral bezig vakjes af te vinken
en word je wat eigen initiatief
betreft niet echt uitgedaagd.
Ik geloof dat zo’n ervaring in
principe goed zou zijn voor
iedereen, maar ik zou het niet
verplicht stellen. Als je het met
tegenzin doet, en heimwee hebt,
dan is het echt een verschrikkelijke
ervaring.”
Wat vinden potentiele
werkgevers?
Chemiereus DSM is louter positief over de plannen, zo laat het
bedrijf weten. Ze verwoorden hun standpunt als volgt: “DSM
opereert nadrukkelijk in een internationale, globale, wereldmarkt.
Wij hechten daarom groot belang aan het uitrusten van de
Nederlandse studenten met de relevante internationale vaardigheden voor hun beroepsuitoefening in eigen land en daarbuiten.
Om die reden kunnen wij het initiatief van TU/e onderschrijven en
toejuichen.”
Door chipmachinefabrikant ASML wordt genuanceerder gereageerd.
“Studeren in het buitenland staat natuurlijk goed op het cv”, zegt
woordvoerder arbeidsmarkt Jojanneke Meewis-Strijbos. “Aan de
andere kant bieden wij elk jaar 150 stageplekken aan, met als
indirecte doelstelling studenten te enthousiasmeren om in de
toekomst voor ons te komen werken. Als studenten in plaats
daarvan kiezen voor een stage in het buitenland, zou dat voor ons
nadelig zijn. Ik betwijfel overigens dat een stage in het buitenland
toegevoegde waarde heeft boven een stage bij ASML: bij ons
werken 84 nationaliteiten en daarnaast hebben we internationale
klanten en toeleveranciers.”
Raemaekers koos heel bewust voor
een stage. “Ik had geen behoefte aan
periode met een feestprogramma
zoals sommige internationale
uitwisselingsstudenten hier volgen.
Die fase was ik wel voorbij.”
Wat Philips van de plannen vindt is minder duidelijk. Woordvoerder
Eric Drent liet desgevraagd weten dat Philips nog geen standpunt
heeft over de verplichting en hij was ook niet van zins een standpunt
te vormen.
Foto | Denis Isla
Special internationalisering | 15
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
1
3
8
2
9
1
19
7
4
20
2
7
4
7
3
6
4
4
5
10
3
3
1
1
2
3
1
1
1
14
2
2
Waar moet je zijn?
Wil je als student in het buitenland
vakken volgen, of een stage doen,
dan moet je dat inhoudelijk regelen
met de verantwoordelijken binnen
je faculteit, zoals de internationaliseringscoördinator, studieadviseur, afstudeerbegeleider en
uiteindelijk de examencommissie
(die uiteindelijk bepaalt of je
studiepunten krijgt voor je
buitenlandse avonturen).
Voor de praktische ondersteuning
voor reislustige studenten is er
het International Office van STU.
Hier kun je onder meer terecht
voor hulp bij het aanvragen van
beurzen, regelen van de kosteloze
reisverzekering van de TU/e, en
informatie over visa. Ook heeft het
International Office een checklist
en stappenplan gemaakt (belangrijke punten: is je zorgverzekering
wel geldig in het land van bestemming en heb je je OV-kaart al
stopgezet?) en beheren ze een
database met stageverslagen die
studenten ter oriëntatie via Outlook
kunnen inzien. Sinds kort is er zelfs
een besloten Facebook-pagina die
studenten in den vreemde helpt
met elkaar in contact te komen.
Omdat de aanvraag van beurzen via
het International Office verloopt,
komen bijna alle studenten die
over de grens gaan bij haar terecht,
vertelt Petri van de Vorst van het
International Office. Wat een verblijf
in het buitenland gemiddeld kost,
is niet zo gemakkelijk te zeggen.
“Dat is van veel factoren afhankelijk,
maar volgens de studenten kan een
semester in een relatief duur land
buiten Europa, zoals de populaire
bestemmingen Verenigde Staten of
Australië, zomaar vijfduizend euro
kosten.” En dat is lastig met alleen
je studiefinanciering te bekostigen.
Als steuntje in de rug zijn er daarom
diverse beurzen beschikbaar.
De belangrijkste zijn de Erasmusbeurs (voor binnen Europa) en het
Fonds ECTS-punten Buitenland van
de TU/e (overige bestemmingen).
De Erasmusbeurs bedraagt
momenteel 220 euro per maand
voor maximaal 12 maanden,
ongeacht het land van bestemming.
Omdat het nog wel wat uitmaakt
of je in Zweden of Griekenland
rond moet zien te komen, wordt
met ingang van 1 september wel
rekening gehouden met het
prijsniveau in het land van
bestemming. Voor bedrijfsstages
binnen Europa is er de vergelijkbare
beurs Erasmus Placement.
Een wellicht niet onbelangrijk
detail: de minimumperiode voor
een Erasmusbeurs is drie maanden,
wat kan betekenen dat een kwartiel
in het buitenland niet vanuit de
EU gefinancierd zou worden. Ook
is in de huidige regeling voor de
toekenning van Erasmusbeurzen
een limiet aan het aantal beurzen
per universiteit, vertelt Anneroos
Dijkhuis van het International Office.
Of een dergelijke limiet ook in de
toekomst blijft bestaan, is nog een
open vraag. Dijkhuis: “In het
collegejaar 2014/2015 wordt het
nieuwe Erasmus+-programma
operationeel. De verwachting is
dat de financiële toekenning dat
eerste jaar nog niet veel groter zal
zijn dan nu, maar het is nog niet
bekend hoe de situatie voor de
jaren daarna zal zijn.” Het ligt
voor de hand dat een plotselinge
toename van het aantal aanvragen
(een verdrievoudiging lijkt realistisch
als de plannen doorgaan) voor
problemen kan zorgen.
Minstens de helft van de studenten
zoekt zijn heil echter buiten de
grenzen van de Europese Unie.
Voor die wereldreizigers heeft de
TU/e een eigen fonds, het Fonds
ETCS-punten Buitenland. Uit dit
fonds krijgt de student bij de
huidige stand van zaken dertig
euro per studiepunt. Als met
ingang van het collegejaar
2015/2016 daadwerkelijk veel
meer studenten Europa uit gaan,
zal de universiteit aanzienlijk
dieper in de buidel moeten tasten
- of de vergoeding per reislustige
student moet drastisch omlaag gaan.
Uitgaande van een normaal
studietempo komt de bijdrage
uit het ECTS-fond op nog geen
tweehonderd euro per maand.
Sparen of extra lenen is daarom
vaak nodig, zelfs als je niet vergeet
je OV-kaart stop te laten zetten
(dat levert ruim honderd euro per
maand op). Of je kunt je best doen
voor een bijdrage uit een van de
vele bijzondere fondsen, veelal
gefinancierd uit nalatenschappen,
zoals voor Friese meisjes, of
studenten met een specifieke
geloofsachtergrond.
(www.wilweg.nl.)
Het verplicht stellen van een
buitenlandervaring zal wellicht
leiden tot een verschuiving naar
goedkopere bestemmingen, geeft
Van de Vorst toe. Het is daarbij wel
raadzaam om verder te kijken dan
je neus lang is, vindt ze. “Sommige
bestemmingen, zoals Zweden, zijn
wel dichtbij en goedkoop te bereiken,
maar duur in het levensonderhoud.
Dan kan een verblijf in bijvoorbeeld
China of India, waar je heel goedkoop
kunt verblijven, gunstiger uitvallen.
Maar ik denk dat uiteindelijk de
kwaliteit van de buitenlandervaring
voor studenten zwaarder zal wegen
dan de kosten.” Een internationale
ervaring draagt volgens haar bij
aan de persoonlijke ontwikkeling
van de student, en komt ook vaak
zijn of haar latere carrière ten goede.
“Veel studenten sluiten hun verslag
dan ook af met een enthousiast
advies aan de volgende generatie om
‘vooral te gaan’ als je de kans hebt.”
16 | Special internationalisering
19 juni 2014
s
Tekst | Judith van Gaal en Freke Sen
dia
ime
wik
Foto’s | istockphoto en
TU/e’s
Nederland | Loosdrechtse Plasse
n
preid voor deze zomer?
Ligt jouw vakantiebedje nog niet ges
en? ‘Blader’ dan eens door
Kun je nog wel wat inspiratie gebruik
medewerkers je meenemen naar
onze reisgids waarin studenten en
eland.
een bijzondere locatie in hun geboort
Bob Olde Hampsink
en Jolijn van de Laar
bachelorstudenten
Innovation Sciences
sen op gegaan. Dat was met
We zijn onlangs de Loosdrechtse Plas
eve ledendag’. Je kunt er
‘acti
de
op
studievereniging Intermate
otjes gingen we overal heen.
echt een dag mee vullen. Met motorbo
je ziet leuke kleine dorpen,
We kwamen door mooie doorgangen,
ie strandjes waar je kunt
moo
je kunt even gaan zwemmen. Je hebt
Het is ook nog eens
ued.
rbec
geba
en
aanmeren en waar we hebb
ch Nederlands uit en er is
goed bereikbaar. Het ziet er echt typis
genoeg te zien en te doen.
Nederland
Loosdrechtse Plassen
Verenigde Staten
Blue Ridge Mountains
Marokko
Ras El Ma
Mexico
Hierve el Agua
Kameroen
Limbe
Special internationalisering | 17
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
ca
Mexico | Hierve el Agua, Oaxa
reisgids
Raul Quiñonez Uribe
masterstudent
Biomedical Engineering
mijn lievelingsplekken in Mexico.
Hierve el Agua in Oaxaca is een van
waterval waar je op kunt klimmen.
de
Het is een soort enorme versteen
t als je er bovenop staat is
Het uitzicht en het gevoel dat je krijg
n op maar een uurtje rijden
adembenemend. De plek ligt bovendie
en van Mexico waar onze tradities
van Oaxaca, een van de mooiste sted
nwoordig zijn. De keuken van
tege
en geschiedenis nog steeds alom
betreft variatie als kwaliteit.
Oaxaca is ook uitstekend, zowel wat
harte aanbevelen, want Hierve
Ik kan een bezoek aan mijn land van
ssingen die Mexico herbergt!
el Agua is maar één van de vele verra
Litouwen
inis meer
gur
Un
China
Fenghuang
India
Nainital -KausaniMukteshwar
18 | Special internationalisering
China | Fenghuang
Jiayi Zeng
bachelorstudent
Innovation Sciences
India | Kausani- Mukteshwar
-Nainital
Litouwen | Ungurinis meer
stadje in de provincie Hunan
Fenghuang is een klein eeuwenoud
minderheden. Mijn moeder
sche
etni
lei
dat wordt bevolkt door aller
jes, het water en de mensen
is er geboren. De authentieke huis
etnische minderheden die in
maken het stadje zo bijzonder. De
meen ontzettend vriendelijk en
Fenghuang wonen zijn over het alge
Om het stadje liggen rijstvelden
het eten is er ook nog eens heerlijk!
ese Muur.
en vlakbij staat een stuk van de Chin
Indre Kalinauskaite
PhD bij IE&IS
wen is een meer, Ungurinis.
Een van mijn favoriete plekken in Litou
zijn vanwege de vorm van
kan
Dat
De naam verwijst naar een paling.
diep is. Het meer is
zo
het
at
omd
het meer - lang en vrij smal - of
ingd door bossen. Het is absoluut
ontstaan na de ijstijd en wordt omr
keer dat ik er kom geniet ik het
geen toeristische trekpleister. Elke
even, maar soms ook voor
meest van de rust en stilte. Voor heel
en raak ik gebiologeerd door
ur
natu
de
twee uur, voel ik me een met
r. Vaak gaan we een stukje
het mysterieuze, donkere, diepe mee
r bij de auto komen, zijn onze
zwemmen. Als we uiteindelijk wee
bos vol staat met bosbessen.
handen helemaal blauw, omdat het
relaxen op een bruggetje.
me
van
Op de foto zie je een vriendin
om mis ik de Litouwse zomers.
Dat was een geweldige zomer. En daar
Bipashyee Ghosh
masterstudent
Innovation Sciences
afstand wil bewonderen, moet
Wie het Himalayagebergte van een
war - Nainital. Kausani staat
beslist reizen via Kausani - Muktesh
a en om de theetuinen die uitkijken
bekend als het Zwitserland van Indi
ukte thee proeven terwijl je
gepl
over de Himalaya. Je kunt er vers
sani reis je verder naar Mukteshwar.
geniet van het uitzicht. Vanuit Kau
mooier panorama van wel zeven
Daar word je getrakteerd op een nog
rgte groen van de bomen en
bergtoppen. In de zomer ziet het gebe
onder een laag sneeuw.
enkt
planten en in de winter is het bed
toeristische stad die is
een
ital,
Nain
De laatste bestemming is
r aan de voet van de Himalaya.
opgetrokken rond een gigantisch mee
r kun je wolken bijna aanraken.
Tijdens een boottocht over het mee
hoon en de rust van deze plaatsen.
Ik kan erg genieten van het natuursc
eg hebt van de drukte, vervuiling
De reis is perfect voor als je even geno
Zelf heb ik de reis gemaakt in 2011
en chaos in de grote Indiase steden.
lust voor het oog.
en de groene bergen waren echt een
19 juni 2014
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Verenigde Staten | Ridge Moun
tains
Max Sumrall
masterstudent
Computer Science
and Engineering
Marokko | Ras El Ma
Kameroen | Limbe
natuurlijk bekend: Manhattan,
In Amerika zijn de meeste hotspots
d Canyon, Las Vegas, de Golden
Gran
de
Times Square, Disney World,
Virginia aan de oostkust en daar
Gate Bridge, et cetera. Ik kom zelf uit
ntains. Je hebt het mooiste uitzicht als
vind je de prachtige Blue Ridge Mou
de populairste bergwandeling is de
je op een van de bergtoppen staat en
de tofste bergwandeling die ik ooit
Old Rag Mountain Hike. Het is ook
ste mensen zo aan, omdat er flink
heb gemaakt. De route spreekt de mee
En zodra je eenmaal boven bent,
over rotsen geklauterd moet worden.
en liggen op twee uur rijden van
berg
heb je een schitterend uitzicht. De
weet van de routes en er zijn dus
Washington, DC. De hele oostkust
eters rijden om hier te komen
genoeg mensen die honderden kilom
het soms zo druk dat er zich rijen
wandelen. Als het mooi weer is, is
ording om zo ver van de bewoonde
vormen. Het is een aparte gewaarw
lange rij mensen te stuiten.
wereld te zijn en dan ineens op een
Richard Forgwe
bachelorstudent
Software Science
onste steden van Kameroen.
Limbe is een van de kleinste en scho
nden en er waait de hele dag een
Het ligt aan de kust, heeft veel stra
nische tuin waar ik graag heen ga
aangename zeewind. Er is een bota
en horen; ik voel me dan altijd
om te ontspannen. Je kunt er de golv
naderij van Kameroen staat ook
één met de natuur. De enige olieraffi
bestemming, omdat het net is
in Limbe. Het is een heel bijzondere
sland hebben verplaatst.
alsof ze New York City naar niemand
Mount Cameroon, en ik heb de
aan,
De stad ligt aan de voet van een vulk
is verbluffend te zien hoe straten
laatste uitbarsting meegemaakt. Het
gevaagd door de lavastromen.
en palmboomplantages worden weg
Limbe ga om gegrilde zeevis te
Het komt ook voor dat ik alleen naar
le specialiteit.
loka
eten aan het strand, want dat is de
Moumen Khatiri
schoonmaker GOM
aan zee in het noorden van
Kaboyawa (Ras El Ma, red.) is een dorp
de stad waar ik vandaan kom.
Marokko. Het ligt vlakbij Berkane,
het eerst en inmiddels ben ik er
Op mijn achttiende kwam ik er voor
Marokkanen is het heel bekend,
zeker dertien keer geweest. Onder
toeristen. In Kaboyawa heb je
ndse
enla
maar je ziet er nauwelijks buit
kun je overal verse vis krijgen.
alles: zee, strand, bos en bergen. Ook
Ik kom er echt om te relaxen.
En vers fruit. De meloenen daar …
ik een beetje en ’s avonds gaat
Overdag lig ik aan het strand, zwem
e vis natuurlijk.
Vers
de barbecue aan. Wat erop ligt?
Special internationalisering | 19
20 | Special internationalisering
19 juni 2014
Tekst | Judith van Gaal
Illustratie | Sandor Paulus
Foto’s | Bart van Overbeeke
Mexicanen, Chinezen, Italianen, Russen en Brazilianen en nog vele nationaliteiten meer.
De TU/e-populatie wordt almaar internationaler, maar de contacten over de landsgrenzen
heen zijn vaak nog beperkt. Het is de bedoeling dat we een internationale gemeenschap krijgen
en dat er meer uitwisseling is. Om tot die ‘international community’ te komen, heeft de universiteit
nog een behoorlijke weg te gaan.
“Die drie kussen op de wang, daar
kan ik maar niet aan wennen”,
verzucht de Italiaanse Valentina
Bonito (26), promovenda bij
Biomedical Engineering. Met negen
andere promovendi zit ze bij de
training Intercultural communication
and cooperation. Promovendi van
allerlei nationaliteiten -ook de
Nederlandse- leren daarbij waarmee
ze rekening kunnen houden in de
omgang met andere culturen.
Zo krijgen ze een plaatje van
een perzik en een kokosnoot
voorgeschoteld. De symboliek
wordt pas duidelijk na de uitleg
van docent Vincent Merk: “Bij de
‘perziken’ kun je gemakkelijk tot
in de kern komen en die hebben
weinig moeite om privégegevens te
delen. Bij ‘kokosnoten’ kom je daar
moeilijker bij. Een Nederlander op
een seminar zal vertellen dat hij
getrouwd is en twee kinderen heeft,
waar de Chinees het houdt bij zijn
functietitel.”
Dat de verschillen al net over de
landsgrenzen kunnen spelen, blijkt
als de Vlaming Hannes Gemoets
(23, promovendus bij Scheikundige
Technologie) aangeeft dat Belgen
vaak wat minder open zijn dan
Nederlanders. “Belgen zijn dan
misschien kokosnoten, maar ik zie
dan wel dat -als je eenmaal door die
harde korst heen bent- de
contacten hechter zijn.”
Zowel Valentina als Hannes is
inmiddels aardig gewend in
Nederland en beiden gaan met
verschillende nationaliteiten om.
De Italiaanse: “Ik probeer het te
vermijden om alleen met Italianen
om te gaan. Dat is zeker niet voor
iedereen vanzelfsprekend. Ik zie
vaak een scheiding bij ons tijdens
de lunch. Zij (wijst op een Nederlandse promovenda) is een van de
weinige Nederlanders die aan een
‘internationale tafel’ aansluit.”
In contact
komen met
Nederlanders
blijkt lastig
Bij Dienst Personeel en Organisatie
heeft Mathilde Kockelkoren,
projectmedewerkster internationalisering, onlangs tachtig internationale medewerkers bevraagd
- met name promovendi, ontwerpers in opleiding, postdocs en
universitair (hoofd)docenten. Het
doel was vooral te achterhalen aan
welke activiteiten die doelgroep
behoefte heeft, hoe ze zich meer
thuis kunnen voelen en hoe de kloof
kan worden gedicht.
Hoewel ze nog geen conclusies
heeft geformuleerd, wil Kockelkoren
wel haar bevindingen toelichten.
“Ze waarderen het dat de TU/e tijd
en aandacht aan hen besteedt.
Wat wel opviel is dat maar weinig
buitenlandse medewerkers ervan
op de hoogte zijn wat er aan de
universiteit en in de omgeving te
doen is. Ze kennen bijvoorbeeld
culturele instellingen als het
Parktheater en de Effenaar niet.
Vanuit hun moederland zijn ze
gewend dat op een campus meer
activiteiten zijn. Ze willen vaak wel
Nederlands leren, maar doen het
niet omdat de kosten niet altijd
worden vergoed. Buitenlandse
medewerkers missen een sociaal
aspect bij de lunch. Waar de meeste
internationale medewerkers
gewend zijn om ‘s middags warm te
eten, zien ze dat Nederlanders een
boterham achter hun bureau eten.
Ze kennen de Common Room niet
altijd. Verder willen internationale
medewerkers graag specifieke
activiteiten - zoals leren fietsen,
een workshop banden plakken of
een keer een debatavond. Wat ze
precies willen en wanneer, verschilt
ook nog van cultuur tot cultuur.
Ze vonden het vaak lastig om met
Nederlanders in contact te komen.
De strikte scheiding tussen werk en
privé zou daarbij een belangrijke rol
spelen. Ook waren er maar weinig
op de hoogte van het bestaan van
het buddy-systeem, waarbij een
andere medewerker hen wegwijs
maakt.” Het Onderwijs en Studenten
Service Centrum gaat binnenkort
een enquête uitzetten onder
studenten over de internationale
gemeenschap aan de TU/e.
In het strategisch plan 2020 staat
het voornemen dat de TU/e zich wil
ontwikkelen tot een wérkelijk
internationale universiteit.
Maar waarom wil de TU/e überhaupt een menging van culturen?
Karen Ali, directeur van het
Onderwijs en Studenten Service
Centrum: “We hebben meer
ingenieurs nodig en moeten die
onder meer uit het buitenland
halen. We willen graag dat ze hier
blijven en werk zoeken in de regio.
Dat betekent dat ze zich thuis
moeten voelen. Daar komt bij dat
we Nederlandse studenten willen
voorbereiden op leven en werken
in een internationale omgeving en
behoefte hebben aan studenten
met een internationale mindset.
Om dit doel te bereiken, is het de
bedoeling dat er een integrale
aanpak komt. Voor de kennismaking, de introductie, het onderwijs,
voorzieningen en het studentenleven. De introductie is al grotendeels gemengd, we hebben de
Common Room waar verschillende
nationaliteiten komen, vakken in
het onderwijs die de integratie
bevorderen. Het Student Advies
Orgaan wordt binnenkort gemengd,
daar sluiten twee internationale
studenten bij aan. En mogelijk gaat
er ook een intro voor masterstudenten
komen. Maar we moeten verder
doorpakken. Er blijven wel zaken
die je specifiek voor buitenlandse
studenten zult moeten blijven doen.
Denk aan helpen bij huisvesting en
visa. Maar verder moet internationalisering geen aparte activiteit
meer zijn. Ik droom van de TU/e als
plek van een echte internationale
community, die je voelt zodra je
de campus op komt.”
Jan Fransoo, dean van de Graduate
School, vult aan: “Dit onderwerp
speelt ook binnen de Graduate
School. We willen niet zozeer naar
een internationale community, maar
naar een totale community - waar
alle masterstudenten, promovendi,
ontwerpers en alumni deel van
uitmaken. Zowel nationaal als
internationaal. We zijn net begonnen
met kijken hoe we dat kunnen
realiseren. En wat we ook willen,
is dat de banden hechter worden
tussen verschillende nationaliteiten
en dat TU/e’ers in een internationale
omgeving werken. Het verschilt per
opleiding hoe ver ze ermee zijn. Het
ligt voor de hand dat opleidingen
met weinig internationale instroom
-zoals Technische Natuurkunde en
Werktuigbouwkunde- minder ver
zijn dan opleidingen met veel
instroom zoals Electrical Engineering.
Het is een proces dat op gang komt
en dat nooit stopt. We kunnen er
wel impulsen aan geven. De
studieverenigingen zijn nu bijvoorbeeld vooral gericht op Nederlandse studenten, maar het zou mooi zijn
als ze ook openstaan voor promovendi en ontwerpers. Persoonlijk zou
ik het ook goed vinden als er meer
internationale medewerkers komen
onder het ondersteunend personeel.
Of het niet vanzelf gaat als er meer
internationale studenten en
medewerkers komen? Dat is een
kip-/ eiverhaal. Misschien zouden
we meer internationale groei
hebben als de buitenlanders die
er nu zijn zich meer thuis voelen.”
Het blijkt voor internationale
studenten en medewerkers moeilijk
om een netwerk in Nederland op te
bouwen en de Nederlanders op de
campus maken maar weinig kennis
met de internationals. Ook andere
nationaliteiten kijken soms maar
weinig ‘over de grens’. Dat we nu
alleen nog een internationale
community hébben -en er nog geen
zijn- zeggen nagenoeg alle personen
die we voor dit artikel hebben
gesproken. Uitspraken als ‘er is nog
een hoop werk aan de winkel’ en
‘we staan pas aan het begin’ komen
geregeld over tafel. De geïnterviewden noemen verschillende
oorzaken voor het ontbreken
daarvan en dragen ook oplossingen
en verbeterpunten aan.
Special internationalisering | 21
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Rector Hans van Duijn spreekt
geregeld met internationale
studenten, sowieso één tot twee
keer per jaar in georganiseerde
vorm - bij het Student Advies
Orgaan. Drie weken geleden sprak
hij nog met een groep. “We doen
best al het een en ander en
internationale studenten zijn best
tevreden over de TU/e en over
Eindhoven. Maar we moeten wel de
discipline hebben om onze eigen
afspraken na te komen. Als ik dan
weer hoor dat docenten geregeld
op het Nederlands terugvallen,
terwijl de les in het Engels zou
worden gegeven, dan schrik ik daar
wel van. Ik heb dan ook tegen de
decanen en opleidingsdirecteuren
gezegd dat ze dit onder de aandacht
moeten brengen.”
‘Niet terugvallen
op Nederlands’
“Kleine dingen kunnen al een
verschil maken. Denk er als
docent bijvoorbeeld aan dat ook je
hertentamens in het Engels zijn.
We moeten er ook rekening mee
houden dat internationale studenten
niet even assertief zijn en hun
problemen niet snel hogerop
aankaarten. Dan is het goed als
ze het binnen een zekere mate
van anonimiteit tegen ons kunnen
zeggen. Buitenlandse studenten
moeten zich hier welkom voelen.
We moeten langzamerhand aan
die community gaan bouwen,
in het bijzonder met verenigingen
en docenten.”
Vice-rector internationalisering
Aarnout Brombacher is actief
betrokken bij zowel het leggen van
contacten met diverse buitenlandse
universiteiten als met het, in
samenwerking met de TU/e
Graduate School, opzetten van
gezamenlijke onderzoeks- en
studieprogramma’s met deze
instellingen. “Uit eigen ervaring
weet ik dat het belangrijk is dat er
inhoudelijk een goede aansluiting
is, maar dat het daarnaast als
buitenlander, zowel als student en
als medewerker, belangrijk is om
je bij binnenkomst snel ‘thuis’ te
voelen. Dit begint bij een eerste
kennismaking en dat gaat door tot
en met de dagelijkse gesprekken
aan de diverse koffietafels over het
weer en de laatste voetbalwedstrijden.
Hoe boeiend zo’n gesprek ook
kan zijn; als het in het Nederlands
gevoerd wordt in het bijzijn van
onze collega’s uit andere landen
dan blijven mensen zich lang
buitengesloten voelen. Dit soort
kleine details zullen van iedereen
alertheid blijven vragen.”
Viktor Bonev is voorzitter van de
internationale studentenvereniging
Cosmos en is in 2012 vanuit
Bulgarije naar de TU/e gekomen.
Hij heeft zich altijd thuis gevoeld
in Nederland. “Maar dat ligt ook
wel aan mijn eigen persoonlijkheid.
Ik maak gemakkelijk contact met
iedereen. Wat me ook heeft
geholpen, is dat ik in de Intro in
een groep zat met verschillende
nationaliteiten, ook Nederlanders.
Ik ben nog steeds bevriend met hen.
Ik heb veel van de Nederlanders
geleerd; ze zijn vaak erg open.
22 | Special internationalisering
19 juni 2014
Na de cantus van de Intro 2013.
Ik denk dat het veel voordelen heeft
-voor alle studenten- als ze al op
tijd leren om in een internationale
omgeving te werken.” Hoewel er
volgens Viktor verbetering zit in
de onderlinge relaties tussen de
verschillende nationaliteiten, zijn
er ook genoeg dingen die beter
kunnen. “Ik hoor vaak van internationale masterstudenten dat ze
pas in het derde kwartiel meer in
contact komen met Nederlandse
studenten. Dat is behoorlijk laat.
We proberen vanuit Cosmos zoveel
mogelijk bewustzijn te kweken bij
de studieverenigingen, omdat zij
veel contact hebben met Nederlandse
studenten. De ene vereniging doet
dat beter dan de ander. Dat heeft
ook te maken met hoeveel internationale studenten de opleiding
heeft en hun vakken en de voertaal.
Als er een evenement is, wordt dat
bijvoorbeeld niet altijd in het Engels
aangekondigd. En dan vragen ze zich
af waarom internationale studenten
of medewerkers wegblijven.”
“Het valt me ook op dat de sfeer
op de verschillende plekken op de
TU/e verschilt. Bij MetaForum is
het bijvoorbeeld heel normaal dat
allerlei nationaliteiten door elkaar
lopen. We proberen nu tijdens de
Intro Cosmos wat meer onder de
aandacht te brengen. We merken
wel dat het voor sommige studieverenigingen wennen is dat wij er
ook bij zijn. We zouden graag meer
Nederlandse studenten zien in de
Common Room, maar het zijn er al
meer dan voorheen. Verder pleit ik
ervoor dat de communicatie van
grote TU/e-projecten in het Engels
is. Denk aan het Solarteam en de
Good pratices
Enkele voorbeelden van wat de TU/e al doet
• Internationale werving en contacten. Er worden beurzen bezocht, er is contact met partneruniversiteiten.
Om de internationale naamsbekendheid te vergroten en meer studenten uit het buitenland aan te
trekken, komt er een internationale wervingscampagne.
• Facebookgroep waar internationale studenten met vragen en opmerkingen terecht kunnen.
• Introductie voor internationale medewerkers en studenten. Sinds 2008 is de introductie voor
Nederlandse en buitenlandse studenten grotendeels gezamenlijk.
• De Common Room zit onderin MetaForum en is bedoeld als plek om samen te komen voor alle
nationaliteiten.
• De internationale studentenvereniging Cosmos is eind 2012 opgericht en heeft als doel om activiteiten
voor allerlei nationaliteiten te organiseren en internationale studenten en promovendi waar nodig de
helpende hand te bieden.
• Het buddyprogramma. Voor studenten in het bijzonder bij de faculteit IE&IS. Voor medewerkers zijn
er plannen om het buddy-programma weer nieuw leven in te blazen. Het idee is dat een student of
medewerker die hier al langer doorloopt de nieuwkomer wegwijs maakt.
• Trainingen Intercultural Communication & Cooperation (vooral bedoeld voor promovendi en ontwerpers
in opleiding).
• Het vak ‘cultural integration process’. Dit wordt bij Electrical Engineering gegeven. Het doel hiervan is
dat Nederlandse studenten zich bewust worden van de internationale setting en de samenwerking met
internationals. Nederlandse studenten begeleiden daarbij internationale masterstudenten bij het
gewenningsproces.
Die studenten krijgen zo ook ervaring in het leidinggeven aan een multicultureel team. Bij IE&IS wordt
het vrije keuzevak ‘international negotiation’ gegeven. Ook is er een vak over ‘communication skills’,
waarbij een technisch ontwerp begrijpelijk en interactief wordt gepresenteerd binnen een internationale
setting.
• Evenementen als Connect with my Culture, waarbij verschillende nationaliteiten iets kenmerkends van
hun eigen land laten zien.
• Het programma Get in Touch, waarbij activiteiten worden georganiseerd voor de partners van medewerkers.
• Bij het Student Advies Orgaan -een klankbord voor het College van Bestuur- sluiten binnenkort twee
internationale studenten aan. Voorheen waren die klankborden gescheiden.
Robocup. Het zou sowieso helpen
als het meeste in het Engels is.
Aan de andere kant helpt het als
de internationale TU/e’ers ook
Nederlands leren. Het blijft wel zo
dat ze soms maar kort hier blijven
en dat het Nederlands een moeilijke
taal is. We kunnen de stapjes
langzaam nemen, maar we moeten
niet bang zijn om die stappen te
zetten.”
“We moeten
niet bang zijn
om stappen
te zetten”
Jim Stolk is president bij de FSE, de
overkoepelende vereniging van de
studieverenigingen en ziet dat de
aanpak van de studieverenigingen
onderling verschilt. “Het bewustzijn
komt er wel steeds meer. Bij de
jongere verenigingen gaat dat al
wat natuurlijker. Die communiceren
bijvoorbeeld meer in het Engels.
Ik studeer zelf Industrial Design
en daar zie je dat verschillende
nationaliteiten aardig mengen.
We hebben ook internationale
studenten in commissies. Bij de
‘oude vier’ -Thor, Van der Waals,
Japie en Simon Stevin- begint dat
besef ook wel te komen, maar gaat
het proces langzamer. En soms
willen de besturen zelf wel, maar
is er weerstand vanuit de achterban.
Ik zie zelf best wat verschillen
tussen nationale en internationale
studenten. Ze zijn bijvoorbeeld vaak
meer gefocust op hun studie.
Ik snap dat ook wel, zeker als je
hier wat korter blijft. En het is ook
logisch dat ze zich aan elkaar
vastklampen, zeker ‘s avonds
als veel Nederlandse studenten
niet meer op de campus zijn.
We proberen ook wel activiteiten bij
ze onder de aandacht te brengen,
maar op de een of andere manier
zie je toch weinig internationale
studenten. Zoals laatst, bij de
BorrelXL. En waar dat dan aan ligt?
Het zou in mijn ogen wel vreemd
zijn om de internationale studentenvereniging Cosmos dezelfde status
te geven als die van de studieverenigingen. Ze bedienen per slot
van rekening nog een nichemarkt,
de doelgroep is vrij klein.
Of studenten nog activiteiten buiten
hun studietijd ontplooien, vind ik
persoonlijk buiten de verantwoordelijkheid van de TU/e vallen.
En waarom zou nog meer integreren
ook nodig zijn? Er zijn totaal geen
conflicten. Internationale ervaring
doen Nederlandse studenten ook
elders wel op. Leg vooral niets op,
maar laat het langzaam doorsijpelen.”
“Leg vooral
niets op”
Willem van Hoorn is adviseur
internationalisering bij Dienst
Personeel en Organisatie. “Het is
heel normaal dat je als buitenlandse medewerker of student
moet wennen in een nieuw land en
dat dat tijd kost. Wennen aan de
Nederlandse cultuur is daarbij nog
iets lastiger, vanwege de strakke
scheiding tussen werk en privé.
Nederlanders zijn meer taakgericht
dan relatiegericht. We zijn hulpvaardig
en dat wordt gezien. Maar we zijn
het wel vooral tussen 9 en 5.
Internationale collega’s willen graag
ook Nederlanders buiten het werk
om ontmoeten. Ik zie wel dat het
bewustzijn de afgelopen jaren flink
is toegenomen. Ik vind dat we al
veel doen en zo wordt dat ook door
bijvoorbeeld collega-universiteiten
en werkgevers in de regio gezien.
We hebben bij DPO een programma
voor meereizende partners van
internationale medewerkers en
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Special internationalisering | 23
Het Holi-festival in 2013 op de campus.
daarmee zijn we als werkgever
sterk onderscheidend. Ik weet dat
sommige internationale collega’s
zelfs vanwege dat programma
uiteindelijk voor de TU/e hebben
gekozen. Als ik het helemaal zelf
mocht bepalen, zou ik alles aan
de TU/e in het Engels doen. En ik
zou een foodcourt op de campus
inrichten, waar we elkaar kunnen
ontmoeten en ’s middags warm
kan worden gegeten uit allerlei
wereldkeukens. Mensen in
beleidsfuncties moeten misschien
de voorwaarden scheppen, maar
we zullen het met z’n allen moeten
doen. Het is vooral een mindset
die moet veranderen. En dat is
geen schakelaar die je even kunt
omdraaien.”
“Nederlanders
zijn hulpvaardig. Maar wel
tussen 9 en 5”
Vincent Merk is adviseur ‘International Community’ bij STU en geeft
trainingen interculturele communicatie en samenwerking. “We zijn
aan de TU/e vooral multicultureel.
Maar we moeten naar intercultureel. Van verschillende culturen die
naast elkaar leven naar culturen die
mét elkaar leven. Bij de cursussen
die ik geef, laat ik verschillende
nationaliteiten altijd door elkaar
zitten. Maar in de pauze zie je dat
de Nederlanders bij elkaar gaan
staan, de Italianen, de Chinezen,
enzovoort. Nu komen naar evenementen als Connect with
my culture vooral internationale
studenten. De grote massa komt
niet. Het is horizonverbredend en
verrijkend als nationaliteiten wel
meer mengen. Je kunt het buitenland hier creëren. En dat zou ook
buiten het klaslokaal moeten:
gemengd wonen, bij het sporten,
in de vrije tijd. Het gaat wel beter
dan voorheen. Het aanbod in de
kantine is verbeterd, er is meer in
het Engels - bijvoorbeeld bij Cursor
en Studium Generale.”
Merk, Fransman van origine,
heeft onlangs een visiedocument
geschreven waarin hij voorstellen
doet om tot verbeteringen te
komen. Hij pleit ervoor om het in
drie stappen te doen. “Eerst moet
de infrastructuur in orde zijn, dat
wil zeggen alles wat je ziet op de
campus. Denk aan de bewegwijzering,
ruimere openingstijden van de
kantine, gemengde woonunits,
meer internationale evenementen.”
De tweede laag gaat over internationaliswering van het curriculum,
onderwijs en communicatie.
“Meer trainingen in het Engels én in
het Nederlands en in interculturele
vaardigheden. Meer tweetalig.
En zet ook meer internationale
studenten in brochures en gebruik
ze in filmpjes.”
De derde stap betreft waardes en
gedrag. “Veel buitenlanders vinden
Nederlanders behoorlijk direct,
maar vaak waarderen ze dat wel.
Als een Zuid-Europese student
hier komt, verwacht hij dat hij
aan de hand wordt meegenomen.
Het is eerst de cultuurverschillen
herkennen en ze vervolgens
respecteren.” Merk is van mening
dat we internationale studenten
niet teveel in de watten moeten
leggen en dat er van alle kanten
aan gewerkt moet worden.
“It takes 2 to tango.”
Totaal aantal buitenlandse medewerkers:
1.637 waarvan 999 op payroll en 638 niet on payroll.
Van die 1.637 zijn 625 uit de EER afkomstig en 1.012 van elders.
Top 10 internationale medewerkers
China
Italië
Duitsland
India
Iran
Turkije
België
Griekenland
Rusland
Spanje
237
146
117
110
98
79
73
72
62
52
Bron: Dienst Personeel en Organisatie
De TU/e telt dit collegejaar (peildatum 1 december 2013)
207 ingeschreven internationale bachelorstudenten en
544 ingeschreven internationale masterstudenten.
In totaal zijn er onder de studenten 76 nationaliteiten.
Top 10 internationale studenten
China
India
Griekenland
Italië
Mexico
Roemenië
Duitsland
België
Indonesië
Iran
168
91
58
40
31
31
29
28
19
19
Bron: Onderwijs en Studenten Service Centrum
24 | Student
19 juni 2014
Clmn
76
Aanschuiven bij
Risotto met worst
en champignons
(voor vier personen)
Bereiding:
Bak drie vooraf in stukjes gesneden worstjes
in een koekenpan. Snijd de champignons in
schijfjes en bak deze in andere pan licht aan.
Voeg peterselie en peper toe.
Snijd winterpeen en halve ui in stukjes, kook
deze samen met verse peterselie beetgaar
en giet ze af.
Breng in een andere pan een liter water aan
de kook met een scheut olijfolie. Voeg een
halve gesnipperde ui en een snuf zout toe.
Daarna 300 gram risotto. Voeg na een
minuut het wortel-ui-mengsel en de overige
ingrediënten samen. Doorkoken tot de risotto
gaar is en het water in de mix is opgenomen.
Voor het opdienen nog een eetlepel
roomboter en Parmezaanse kaas toevoegen.
Thomas Prevoo
masterstudent
Innovation Ma
nagement
Verpakking
“Let niet op de rommel.” Dat onverwachts bezoek en een studentenhuis
niet goed samengaan, is bekend.
Maar niet alleen voor mijn onopgeruimde studentenkamer heb ik me
wel eens moeten verontschuldigen.
Tijdens menige meeloopdag gaf ik
scholieren schoorvoetend gelijk dat
de faculteit IE&IS met haar Paviljoen
niet in het allermooiste universiteitsgebouw ooit is gevestigd. Maar daar
komt eindelijk verandering in.
De inhoud is belangrijker dan de
verpakking. Dat geldt zeker voor
Technische Bedrijfskunde. Prima
docenten, goede colleges en
uitdagende cases. Maar dan dat
Paviljoen. De lange gangen van
geschakelde noodketen vormen
een gebouw dat je verwacht bij een
autosloopbedrijf op een afgelegen
haventerrein. Niet bij een faculteit
aan de meest innovatieve universiteit
van ons land. Studenten in spe
reageerden, in de hoop op klassieke
collegekathedralen of futuristische
TU-wolkenkrabbers, dus vaak
teleurgesteld als ik ze richting
de TBK-barakken leidde.
Het Paviljoen werd eind jaren vijftig
als tijdelijk (!) gebouw neergezet.
De geplande sloop kwam er echter
nooit en dus was mijn faculteit toen
ik deze járen geleden voor het eerst
betrad, nog steeds gevestigd in de
lelijke laagbouw aan de noordzijde
van onze campus. Af en toe werd
er nog wel eens een nieuwe vloerbedekking of likje verf tegenaan
gegooid, om te verbloemen dat het
noodgebouw dateerde van voor de
eerste ruimtevlucht en de kleurentelevisie - maar de lelijke oude
verpakking bleef een doorn in het oog.
Gedurende het afgelopen decennium
hing een mogelijke verhuizing als
het zwaard van Damocles boven de
faculteit. Die verhuizing lijkt nu dan
toch werkelijkheid te worden.
Het CvB bedacht afgelopen week
dat nog langer uitstellen van de
verbouwing van het Hoofdgebouw
toch niet zo’n soepel plan is en dus
wordt het HG volledig gerenoveerd
en krijgt de faculteit IE&IS over vier
jaar eindelijk een nieuw onderkomen
- samen met Industrial Design en
de centrale diensten van de TU/e.
Misschien is de heropening meteen
een goed moment om die foeilelijke
Hollandse naam Hoofdgebouw
te vervangen door iets beters?
Want op een mooie verpakking
hoort natuurlijk ook een mooi etiket.
Dessert:
Brigadeiro: chocoladecreme-pudding
Bereiding:
Smelt 200 gram boter in een pan. Voeg hier
evenzoveel chocoladepoeder (bijvoorbeeld
Nesquick) en een klein blikje gecondenseerde
melk (125 ml) aan toe. In de koelkast laten
stijven.
TU es
Wat doe je het liefst in je vrije tijd?
Reizen met mijn studievereniging Interactie binnen het Europese studentennetwerk
ESTIEM. Daar leer je in een korte periode veel nieuwe culturen, landen en mensen
kennen. Daarnaast ben ik veel op de volleybalvelden van Hajraa te vinden.
Welk broodje uit de kantine past het best bij jouw persoonlijkheid?
Broodjes uit de kantine? Die koop ik niet. Een echte student koopt zijn brood toch bij
de supermarkt en neemt een pot chocopasta mee?
Wat had je van tevoren niet verwacht over Eindhoven?
Dat hier zoveel mannen zouden wonen! Zelf kom ik uit Amsterdam waar de vrouwen in
de meerderheid zijn. Toch went het snel. De laatste twee jaar trekt de TU/e trouwens
heel wat meer vrouwen aan.
Als je je voor één keer kon -laten- teleporteren, waar zou je dan naartoe gaan?
Patagonië in Chili staat op mijn lijstje. Het schijnt één van de mooiste natuurgebieden
in de wereld te zijn. Een echte must-see dus.
Met wie zou je graag eens een biertje of wodkaatje drinken?
Robin van Persie. Zodat hij mij zijn legendarische zweefduik kan laten herbeleven.
Als je iets aan de TU/e zou mogen veranderen,
wat zou dat dan zijn?
Het Bachelor College. De TU/e moet studenten
de kans geven om weer zelfstandiger te worden
en zich ook naast hun studie te ontplooien.
Helaas wordt de student daarin belemmerd
door het grote belang van de tussentoetsen.
Stephanie Riffo Rodriguez (21 jaar)
vierdejaars Technische Bedrijfskunde
Foto | Bart van Overbeeke
Welke kleur zou je de gebouwen van de
TU/e geven, als je mocht kiezen?
Oranje, hoog tijd dat de oranjekoorts uitbarst
en we de mannen naar de finale steunen.
Stephanie
wil de vra
ag
over het
kantineb
roodje
vervange
nd
jezelf teru oor: ‘Als je
g in de ti
jd kon
verplaats
en, waar
zou de
reis dan
naartoe g
aan en
waarom?
’ (SvS)
Student | 25
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
De Braziliaanse Lucas Fernandes (22), landgenoot
Luisa Brasil (22) en de Spanjaard Jaime Vaquero (24)
delen een knus flatje in de Woenselse buurt Lijmbeek.
Ze vonden zichzelf eigenlijk niet zo geschikt voor deze
rubriek. Want “aan serieus koken doen we hier zelden.
Het is vooral simpel en snel”. Uiteindelijk werd de
Italiaanse buurtgenoot en BMT-studente Veronica di
Domenico (23) uitgenodigd om er toch nog iets
speciaals van te maken.
Hoe hebben jullie elkaar gevonden?
Lucas: “We doen alle drie een master Industrial
Engineering. Bij de Intro trokken we al snel met elkaar
op. Een Poolse student bracht ons in contact met deze
flat, waar we een jaar mogen blijven. Dat jaar zit er al
weer bijna op, helaas. Volgende maand gaat ieder zijn
eigen kant weer op. Zelf ga ik nog naar IJsland.”
Moeten jullie niet in Brazilië zijn, nu jullie land
op zijn kop staat voor het WK?
Luisa: “Ik had er dolgraag bij willen zijn. Via skype,
telefoon en social media proberen we er zoveel mogelijk
van mee te krijgen. Maar voor de échte beleving moet je
inderdaad daar zijn. De ‘kleine’ wedstrijden volgen we
via een live-stream. De wedstrijden van Brazilië en
Spanje in de kroeg of op het grote scherm van MetaForum,
zoals afgelopen vrijdag.” Jaime zucht diep. De nederlaag
van ‘La Rioja’ is nog lang niet verwerkt.
Zijn jullie een beetje van Eindhoven gaan
houden dit jaar?
Veronica: “Zeker! Vooral de kleine schaal waarop het
leven hier plaatsvindt. Alle belangrijke adressen liggen
bijna op loopafstand van elkaar. Een verademing.”
Luisa: “Dat is bij ons wel anders. Lucas en ik wonen
in hetzelfde district in Brazilië, maar nog altijd 600
kilometer van elkaar vandaan.”
Wat gaat er straks uit Nederland mee in
de koffer, terug naar Spanje en Brazilië?
Jaime: “Als het zou kunnen, zou ik alle fietspaden
meenemen en in Madrid weer uitrollen. De liefde voor
de fiets spat er hier vanaf.” Lucas: “Ik had vooraf
verwacht alle afstanden met mijn skateboard te
overbruggen. Inmiddels heb ik al drie fietsen versleten
en staat mijn board vol stof onder mijn bed.” Luisa
probeert een enorme pot Nutella van vijf kilo, die ze
onlangs cadeau kreeg, door de douane te loodsen.
“Ik neem me ook voor nog een pot mayonaise mee
te nemen. Die friet met mayo-traditie van jullie ga
ik in Brazilië ook introduceren.”
Hadden jullie niet de behoefte om deze flat
wat meer in Braziliaanse of Spaanse stijl
op te fleuren? Het oogt wat kaaltjes met
dat vergeelde Poolse postertje.
Luisa: “We zitten hier maar voor een jaar en zien het
niet zitten om straks weken bezig te zijn om de boel
weer op te ruimen. Maar ook zonder posters hebben
we het heel gezellig hier hoor.”
Tekst | San van Suchtelen
Foto’s | Bart van Overbeeke
Wil jij ook met je culinaire huisgenoten
in deze rubriek? Mail dan naar [email protected]
En hoe is het in Riga?
Studenten van de TU/e gaan steeds vaker voor hun studie naar het buitenland. Voor stage of voor het verrichten
van onderzoek, omdat het verplicht is of omdat ze het leuk vinden. Cursorlezers kunnen iedere twee weken over
de schouder van een TU/e-student in het buitenland meekijken.
Elk jaar roept een door de Europese Unie opgerichte commissie een stad uit tot Culturele Hoofdstad
van Europa. In 2009 werd bekendgemaakt dat Riga in 2014 deze eervolle titel mag voeren. Een aantal
jaren later besloot ik om in deze ongepolijste diamant van een stad stage te lopen bij het architectenbureau 1PLUS1. Voordat ik verder ga met mijn verhaal wil ik eerlijk zijn: op het moment dat ik besloot
naar Riga te gaan, was ik niet op de hoogte van dit feit. En op dit moment vind ik het moeilijk te
geloven dat dit een feit ís.
Riga, de hoofdstad van Letland, is namelijk nog niet klaar voor deze titel; hadden ze nog een jaar
of vijf gewacht, dan was het een bruisende stad geweest die uit volle borst kon roepen: “Ik ben dé
culturele hoofdstad van Europa”.
Riga is een gebroken stad. Ik zeg gebroken omdat de stad ooit heel was, een belangrijke handelsstad
die onderdeel was van de Hanze. Tot recent was Letland in handen van de Sovjet Unie, die tot 1991
het land praktisch kapot heeft gerukt. Wat deze geschiedenis heeft achtergelaten, is vandaag nog
steeds te merken. Niet alleen op sociaal- en economisch gebied, maar ook in de bebouwde omgeving.
Het oude centrum -merkbaar beschermd door UNESCO- wordt omgeven met gebouwen van begin
vorige eeuw en de meest eclectische Jugendstil-gebouwen. Die wordt vervolgens omhelsd met oude
Sovjet-microdistricten, plaatsen waar je je zelfs vandaag de dag niet op je gemak kunt voelen.
Toch verandert de stad, het klinkt cliché, maar men is hier niet bang om te doen. Elke week opent
een stel jonge ontwerpers een kleine handel en hippe craftsmanship-markten geven ruimte aan een
jonge generatie die een individualiteit uitstraalt die diep geworteld is in de oudste tradities van het
oorspronkelijke Letse volk. De architectuur vormt een van de meest belangrijke onderdelen van deze
verandering, want er moeten zo veel problemen worden opgelost. Daarom kwam ik naar Letland:
het is hier spannend en er is werk aan de winkel. In Nederland is het wat dat betreft simpelweg saai.
Foto | Arturs Martinovs
Pie
mastteerr Beer,
Bouwksutudent
nde
Vind jij het ook leuk om een bijdrage te leveren aan
deze rubriek en ben jij dit collegejaar in het buitenland?
Stuur dan een mailtje naar [email protected].
Lees alle buitenlandervaringen online op www.cursor.tue.nl
26 | Student
19 juni 2014
Cateringbeleid onder vuur
Het cateringbeleid van de TU/e frustreert educatieve en andere
initiatieven van studieverenigingen, stelt een groeiend aantal van
deze clubs. Ze zijn verplicht diensten van huiscateraar Eurest af
te nemen, maar haken vanwege de hoge prijs vaak vroegtijdig af.
De TU/e verdedigt het beleid.
“Neem nou een bierfust”, legt Jim
Stolk, president van de Federatie
Studieverenigingen Eindhoven uit.
“Zo’n ding kost bij Eurest zo’n 250
euro. Kopen we ze zelf, dan zijn
we 85 euro kwijt.” Internationale
studievereniging Interactie mort
over prijs van lunches en broodjes.
Vorig jaar nog was Interactie
gastheer van een groot internationaal
gezelschap dat de TU/e bezocht.
Victor Teunissen was er als voorzitter
van Interactie bij betrokken: “Voor
een koude lunch rekende Eurest vijf
euro. Zelf konden we dat één euro
goedkoper maken en bovendien
combineren met een diner ‘s avonds.
Dat bleek bij Eurest niet mogelijk.
Toen we besloten de catering zelf
in de hand te nemen, werden we
verbannen naar een buitenlocatie.”
Want zo is het in het contract met
Eurest afgesproken: de grote
evenementenlocaties Metaforum,
Auditorium en De Zwarte Doos zijn
exclusief domein van Eurest als
het om de catering gaat. Studieverenigingen die daar iets willen
organiseren, zijn aan Eurest
gebonden als er koffie, bier of
bitterballen geregeld moeten worden.
“Affiniteit met
studenten lijkt
niet in de haarvaten te zitten”
Wie de cateraar wil vermijden,
moet een andere locatie zoeken.
Ook bij Protagoras hebben ze geen
hoge pet op van de huiscateraar
die sinds 2011 op de TU/e actief is.
“Eurest is gewoon te duur voor
studieverenigingen met een krap
budget”, vindt voorzitter Lisanne
Kok. “Voor symposia zijn we het
meeste geld kwijt aan lunchkosten.
Dat zouden we veel liever in het
programma en onze gasten steken.”
Ook de collega’s van GEWIS betreuren
de prijzen van Eurest, die zich
volgens hen niet verhouden tot
het schaarse assortiment.
Het aantal klachten over het
monopolie van Eurest zwelt de
laatste tijd aan, weet Jim Stolk.
Dat heeft alles te maken met de
hausse aan evenementen in deze
tijd van het jaar. Wat de FSE-president
vooral steekt, is dat allerlei onderwijsgerelateerde evenementen, zoals
lezingen, symposia en workshops
in de kiem gesmoord worden,
omdat de organisatoren zich de
prijs voor de catering niet kunnen
veroorloven. Hij weet niet hoeveel
publieke evenementen uiteindelijk
in de ideeënfase zijn gestrand.
Maar dat de catering daarvan
de oorzaak is, zou het College
van Bestuur zich zeker moeten
aantrekken, vindt Stolk.
Het alleenrecht verleidt Eurest
volgens Stolk bovendien niet om de
klant zo goed mogelijk te bedienen.
“Zo zou de FSE graag zien dat de
kantines langer open zijn ‘s avonds.
Affiniteit met de student lijkt Eurest
sowieso niet in de haarvaten te
zitten”, concludeert Stolk.
Kritiek op zijn cateringmonopolie is
Eurest niet vreemd. In 2011 voerde
studentenvakbond SRVU van de
Vrije Universiteit van Amsterdam
al tevergeefs actie tegen de hoge
prijzen van de cateraar.
Volgens Monique Kuyck van Dienst
Interne Zaken (DIZ), verantwoordelijk
voor de catering en het contract met
Eurest, stelt de cateraar zich wel
degelijk flexibel op richting de
verenigingen. “Het is zeker niet de
starre club zoals die door velen
wordt voorgesteld. Dreigt een
evenement te verregenen en is er
nog een droge locatie voorradig,
dan doen wij noch Eurest moeilijk
over verplaatsing. Maar dan
moeten we het wel tijdig weten.
De verenigingen bedenken zich
vaak te laat dat ze ook hapjes en
drankjes bij hun evenement willen
hebben. In ieder geval regelen ze
het niet op tijd. Dat maakt de kans
op medewerking natuurlijk een
stuk kleiner.”
“Eurest is
zeker geen
starre club”
Kuyck vindt ook de kritiek op de
prijs onterecht. “Eurest moet aan
veel eisen voldoen op het gebied
van hygiëne, veiligheid en stiptheid.
Dat heeft zijn prijs. Worden die
normen niet gehaald, dan volgt
een boete. De studieverenigingen
hoeven al die normen niet in hun
prijs door te berekenen. Dat zij
een lagere prijs kunnen vragen,
verbaast me dus niet. Ik verzet
me tegen het beeld van Eurest als
boosdoener. Zij voeren slechts
TU/e-beleid uit. Concurrentie
toelaten op de campus is niet aan
de orde. Dat wordt een chaos, die
we niet willen.” Kuyck adviseert
de verenigingen eerder dan nu
met Eurest in gesprek te gaan. Dat
vergroot de kans op medewerking.
Dat Eurest contractueel een
exclusiviteitsrecht heeft op de
cateringexploitatie van de grote
evenementenlocaties is volgens
Kuyck niet meer dan logisch.
“Ze moeten natuurlijk de gelegenheid krijgen om hun eigen
investeringen terug te verdienen.”
Een verruiming van de openings-
tijden ligt volgens Kuyck voorlopig
niet voor de hand. “Zoals we het
nu inschatten, is de belangstelling
daarvoor te gering om dat rendabel
te maken. Het is niet zo dat het rijen
dik voor de kantines staat rond
sluitingstijd. Wie ’s avonds
behoefte heeft aan een snack
of drankje kan trouwens altijd
nog in het Auditorium of De Zwarte
Doos terecht.”
Eurest zelf neemt de kritiek ter
harte: “We betreuren het te moeten
vernemen dat onze dienstverlening
niet naar wens zou zijn”, reageert
woordvoerster Anouk Kogelman:
“Maar zoals Monique Kuyck al zegt,
hebben de aan ons gestelde eisen
hun prijs, die nooit zo scherp kan zijn
als die van de studieverenigingen.
Desondanks staan wij altijd open
voor suggesties. Zonodig gaan we
in gesprek met de TU/e om te kijken
of bepaalde wensen, zoals een
avondopenstelling, te realiseren
zijn. De behoefte daaraan moet dan
natuurlijk wel worden aangetoond.”
Het contract met Eurest loopt nog
tot 2016. De TU/e is volgens Kuyck
bewust een langdurig contract
aangegaan. Eventuele tussentijdse
investeringen in bijvoorbeeld
kantines kunnen daarmee over
een langere periode worden
uitgesmeerd.
Tekst | San van Suchtelen
Archieffoto’s | Bart van Overbeeke
Mens | 27
Kijk voor nieuws op www.cursor.tue.nl
Ariane Biemond
“Het leven is makkelijker
als je de touwtjes een beetje los kunt laten”
Na een half jaar Kenia voor haar
bachelorstage bij ID, was het voor
IE&IS-masterstudente Ariane
Biemond (25 jaar) al snel duidelijk
dat ze ook voor haar afstudeerproject
naar Afrika wilde. De beoogde drie
maanden Ethiopië werden er zes,
en hoewel ze van te voren nadrukkelijk aangaf in Nederland een baan
te willen zoeken, zijn er nu
serieuze plannen om na haar
afstuderen weer terug te keren.
Naast haar familie en vrienden
miste Ariane Biemond de bruine
boterham met kaas nog wel het
meest. De enthousiaste studente
IE&IS pakte eind vorig jaar haar
koffer om drie maanden in Ethiopië
onderzoek te doen naar duurzame
katoenteelt, in samenwerking met
hulporganisatie Solidaridad.
Die koffer zat niet heel vol -ze wist
pas een week van te voren dat ze
zou vertrekken- maar ook omdat
ze deze keer niet langer dan drie
maanden wilde blijven. “Ik ben
daar wel uitgelachen om mijn
bundeltje oude kleren, terwijl ik in
het relatief hippe en fashionable
Addis Ababa terechtkwam en ook
nog eens met de textielindustrie
bezig was”, vertelt Ariane, net
enkele dagen terug uit Ethiopië.
Zo oogt ontspannen en is nog
bruin van haar verblijf daar.
De afgelopen maanden hebben
voor haar in het teken gestaan van
duurzame katoenproductie: vele
boeren bezoeken, gesprekken
met retailers, rondleidingen door
katoen- en kledingfabrieken.
Ze wist vrij snel dat haar afstudeerproject een combinatie moest
worden van wetenschap en
praktijk, het liefst in samenwerking
met een ideële organisatie zodat
haar afstudeerverslag niet alleen
door begeleiders zou worden
gelezen en in een stoffige kast
terechtkomt. Door eerdere reizen
naar Afrikaanse landen was ze
geïntrigeerd geraakt door de vraag
waarom ontwikkelingslanden zo’n
economische achterstand hebben
in vergelijking met westerse
landen. Toen duidelijk was dat
Solidaridad bezig was met het
opzetten van een katoen-/
textielprogramma in Oost-Afrika,
was de keuze snel gemaakt.
honderd euro is niet voor iedereen
weggelegd. In mijn afstudeeronderzoek heb ik een strategie opgezet
om die transformatie van conventionele naar duurzame productie in
Ethiopië te starten. Juist nu zijn de
retailers, de Ethiopische overheid
en ontwikkelingsorganisaties
bereid om hierin te investeren.
Heel actueel en veel kansen voor
de Ethiopische boeren en de lokale
textielsector.”
“Uit een voorstudie bleek dat
Ethiopië dankzij de verticale ketens
-het hele proces van katoenteelt
tot en met de productie van kleding
vindt er plaats- het meest interessante land was. Ook vanuit de
retailers is er grote interesse voor
duurzame katoenproductie in
Oost-Afrika. De lonen in China zijn
aan het stijgen, maar ook willen
ze in Oost-Afrika door de nog
steeds groeiende kledingvraag
graag uitbreiden. Bedrijven als
H&M, IKEA en Tesco hebben
aangegeven dat ze hun producten
in Ethiopië willen laten produceren.
Tegelijkertijd hebben ze doelen
gesteld om de overstap naar
duurzame katoen te maken.
Ze willen laten zien dat goedkoop
en duurzaam heel goed kunnen
samengaan. Een positieve zaak,
want een groene spijkerbroek voor
Anders dan haar verblijf in Kenia,
waar ze zichzelf wilde bewijzen dat
ze kon ‘overleven’ in het buitenland
en alleen haar zaakjes kon regelen,
was het idee om in Ethiopië drie
maanden data te verzamelen,
tussendoor te genieten en met een
ervaring rijker terug te komen.
Haar twee tijdelijke huisgenoten
-een Franse werkzaam in de
toeristensector en een Amerikaans/
Ethiopische fotograaf- en ondertussen dierbare vrienden deden
haar tot inkeer komen.
“Ik zag hoe zij en ook de Ethiopiërs
hun leven op een heel andere manier
inrichten. Je veel meer laten leiden
door het hier en nu, de dingen doen
die je op dit moment gelukkig maken
en je vizier niet te veel richten op
de toekomst. Dat komt later wel.
Mijn collega’s vonden het belachelijk
dat ik zoveel aan het rennen was;
“Controle heb
je simpelweg
niet in Ethiopië”
ik wilde zoveel mogelijk dingen op
een dag regelen en alles onder
controle houden. Maar die controle
heb je in Ethiopië simpelweg niet.
Je vertrekt ‘s ochtends in een
propvol minibusje en dan is het
maar hopen dat er die dag water,
stroom en internet is. De touwtjes
een beetje loslaten werkt bevrijdend.
Ik denk nu vaker: het komt wel
goed. Is het niet vandaag, dan wel
een andere dag. Het klinkt heel
cliché, maar daardoor kan ik wel
meer genieten van het nu.”
Toch was het zeker in het begin
flink wennen aan het ontbreken
van regels geeft ze toe, zeker voor
iemand die zichzelf als controlfreak
omschrijft. “Alleen al in het
verkeer, waar iedereen maar zijn
eigen gang gaat, of de ellenlange
koffiepauzes terwijl er nog een hele
bult werk ligt. Na een tijdje gaat de
knop om en besef je dat het ook
wel heel fijn is dat er nog zoveel kan.
De vele rondritten bijvoorbeeld die
we op het dak van een jeep maakte,
dat kun je je in Nederland niet
voorstellen... Iets anders wat ik heb
geleerd, is dat ik me niet meer zo
veel laat leiden door wat mensen
van je verwachten, zoals de
vanzelfsprekendheid dat je na
je studie aan de slag gaat als
consultant, trainee of bij een bank.
Wat is er mis met het banen van je
eigen weg? Op de Bedrijvendag
struinde ik altijd een beetje
zenuwachtig langs de stands,
miste gedrevenheid en haalde mijn
schouders op bij de standaardvraag waar je jezelf over tien jaar
zag. Maar mijn werk in Ethiopië
gaf me een enorme berg energie.
Het is een geruststelling dat ik iets
heb gevonden waar ik mijn passie
in kwijt kan.”
De koffer is nog
niet naar zolder
Terug in Nederland is de koffer -vol
met een flinke lading sjaals in bonte
kleuren, telkens zag ze een nóg
mooiere die ze echt niet kon laten
liggen- ondertussen uitgepakt,
maar nog niet naar zolder. Dankzij
het onderzoek van Ariane heeft
Solidaridad de intentie om volgend
jaar te starten met een programma
in Ethiopië, gericht op duurzame
katoenproductie. Modeketen H&M
is druk in gesprek met Solidaridad
om de mogelijkheden te verkennen.
Er bestaat daarom een kans dat
Ariane weer terug kan gaan om bij
dit project betrokken te blijven.
“Een dubbel gevoel. Ik heb hier
fijne vrienden en familie bij wie je
op zondag kunt aanschuiven voor
een kop soep. Bovendien word ik
binnenkort voor het eerst tante.
Maar het voelt ook goed om bij
te dragen aan een verandering,
middenin een echte vernieuwing
te staan. Ik bekijk het maar heel
Afrikaans: we zien wel hoe het loopt
en waar ik over drie maanden sta.”
Interview | Nicole Testerink
Foto | Bart van Overbeeke