Bestuurlijke consultatieronde Deltaprogramma

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
&
U I T G A A N D E BRIEF
Van:
W. van Bodegraven
Tel,nr,: 8304
Geraadpleegd consulent N u m m e r : 1 4 A . 0 0 1 0 4
Datum:
04-02-2014
Team:
Financieel:
Nee
Juridisch
Nee
Personeel
Nee
Communicatie
Nee
ICT
Nee
Inkoop:
Nee
Persbericht:
Realisatie en beheer
Tekenstukken:
Ja
Afschrift aan:
M. Bekkers, I.L. Elemans
Nee
Bijlagen:
2
N.a.v. (evt. briefnrs.):
Onderwerp:
Bestuurlijke consultatieronde Deltaprogramma
Advies:
De bijgevoegde brief te versturen naar het Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek
Paraaf team-manager:
Begrotingsconsequenties
O p m e r k i n g e n l e i d i n g g e v e n d e / s e c r e ta r i s / p o r t e f e u i l l e h o u d e r :
B . e n W. d . d . :
G e we n s t e d a t u m b e h a n d e l i n g i n d e r a a d ( d a t u m : zi e ve r g a d e r s c h e m a ) :
F a ta l e d a t u m b e s l u i t va n d e r a a d :
Nee
P o r t e f e u i l l e h o u d e r : - wethouder Van Tuijl
Nee
Blad 2 van 2
VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
&
RAADSINFORMATIEBRIEF
Va n : B o d e g r a ve n
O n d we r p : C o n s u l ta t i e r o n d e D e l ta p r o g r a m m a
Datum: 04-02-2014
E xtr a ov e rw eg ing en / k ant t e ke nin gen v oo r Co ll eg e
De tweede bijlage bevat de brief van het Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek waarin zij vraag om
een reactie op het regioadvies en het rapport Regioadvies Voorkeursstrategie Nederrijn en Lek.
E xtr a ov e rw eg ing en / a lte rn at iev en / a rgu ment en
n. v. t.
Kan tte k eni ng en: Sta n dpunt con su le nt e n
n.v.t.
S am enh ang m et e e rd er e b es lui tv or min g
n.v.t.
Bij l ag en
1. Brief bestuurlijke consultatieronde Deltaprogramma, d.d. 25-02-2014, 14U.02169.
2. Brief Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek, d.d. 12-12-2013, 13.031840.
provincie::
Utrecht
Gemeente Woerden
College van B en W
Postbus 45
3440 A A W O E R D E N
1 3 DEC,
Gemeente Woerden
2013
Beh. Ambt.
13.031840
Streefdat.:
Registratiedatum:
Behandelend afdeling
Afgehandeld door/op:
Afschr.:
13/12/2013
RVO,:
DATUM
12 december 2013
TEAM
FLG7WTR
NUMMER
80F04F1E
REFERENTIE
Mr.drs. M.J.W. Braam
030-258 3019
UW BRIEF VAN
DOORKIESNUMMER
uw NUMMER
E MAILADRES
7
BIJLAGE
ONDERWERP
[email protected]
Bestuurlijke consultatie
Deltaprogramma
Geacht College,
Van december - februari 2014 vindt een consultatieronde plaats in het kader van het Deltaprogramma. Ter
consultatie liggen voor:
1.
2.
Het Regioadvies Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek, inclusief ruimtelijke visie;
De contouren van de Voorkeursstrategie Deltaprogramma Rivieren;
3.
De hoofdlijnen van het Deltaprogramma 2015 en de concept Deltabeslissingen.
Deze stukken zijn als bijlagen bijgevoegd en staan tevens op de provinciale website (https://www.provincieutrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/waterveiligheid/documenten-downloads-0/).
Wij nodigen u uit om uw reactie kenbaar te maken op de voorliggende stukken. Kunt u de Voorkeursstrategie en
de bijbehorende maatregelen, zoals beschreven in het Regioadvies Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek
onderschrijven? Heeft u kanttekeningen of zorgpunten bij de Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek, de
contouren van de Voorkeursstrategie Deltaprogramma Rivieren en/of de hoofdlijnen van het Deltaprogramma
2015 en de concept Deltabeslissingen? Of heeft u opmerkingen die u voor het vervolgtraject om tot nadere
uitwerking ervan te komen wil meegeven?
De stukken die ter consultatie voorliggen hebben geen formele juridische status. Het zijn (concepten van)
bouwstenen en adviezen ter onderbouwing van de landelijk te nemen Deltabeslissingen. Wij vragen u in deze
consultatie dus niet om deze bouwstenen en adviezen vastte stellen o f t e accorderen. De bestuurders die
betrokken zijn bij het opstellen van het Regioadvies Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek en de
Deltacommissaris willen graag uw mening horen over de adviezen. De reacties die betrekking hebben op het
Regioadvies, worden door de provincie gebundeld en besproken in het Bestuurlijk Overleg Regioproces
Nederrijn-Lek in maart 2014, en leiden mogelijk tot aanpassing van het Regioadvies. Overige reacties worden
door het programmabureau Deltaprogramma Rivieren verwerkt of uitgezet bij de Deltacommissaris. Dit kan
leiden tot aanpassing van de stukken.
Wij richten de consultatie op de dagelijkse besturen van gemeenten. Wij nodigen u uit om uw gemeenteraad te
betrekken bij uw reactie. In veel gemeenten zijn raden of raadscommissies overigens al geïnformeerd over de
betekenis van het Deltaprogramma.
drs. R.E. de Vries
PHUrtNUtfcUlKtCHI.Nl
Lid van het college van gedeputeerde staten
Archimedeslaan 6
Postbus 80300, 3508 TH Utrecht
T030-2589111
provincie::
Utrecht
Betekenis Deltaprogramma voor uw gemeente
Voor uw gemeente is het Deltaprogramma mede van belang vanwege het advies over de bescherming tegen
overstromingen vanuit de Neder-Rijn en Lek. De gevolgen van een overstroming vanuit de Neder-Rijn en Lek
strekken zich uit over een groot gebied, met veel inwoners en grote economische waarden. In het Regioadvies
wordt geadviseerd om hiertoe voor 2030 te investeren in de Lekdijk van Amerongen tot Schoonhoven.
De gevolgen van een overstroming kunnen verder gereduceerd worden door slimme ruimtelijke maatregelen en
verbetering van de rampenbeheersing ('meerlaagsveiligheid').
In de hoofdlijnen van het Deltaprogramma 2015 en de concept Deltabeslissingen wordt naast waterveiligheid
ook ingegaan op klimaatbestendig bouwen, vanwege wateroverlast, droogte en hitte, en zoetwater. Voor
zoetwater wordt ingezet op een efficiënter watergebruik. De bestaande zoetwateraanvoer via de gekanaliseerde
Hollandse IJssel, Leidsche Rijn en Oude Rijn wordt uitgebreid. De komende tijd wordt onderzocht wat dit voor
uw gemeente betekent.
Via het Deltaprogramma en de Deltabeslissingen kunnen vorengenoemde onderwerpen doorwerking in uw
gemeente krijgen.
De hoofdlijnen van het Deltaprogramma 2015 en de concept Deltabeslissingen
Het Deltaprogramma werkt toe naar een veilig en aantrekkelijk Nederland, nu en straks (tot 2100), waar de
waterveiligheid en de zoetwatervoorziening op orde zijn. Dat is een belangrijke voorwaarde voor het
voortbestaan van Nederland en een sterke economie. Een innovatieve aanpak staat daarbij centraal.
Maatregelen zijn zo flexibel mogelijk, zodat ingespeeld kan worden op een veranderende situatie. De aanpak is
integraal: er wordt een relatie gelegd tussen waterbeheer, economie, ruimte en natuur. Overheden en
belangenorganisaties werken nauw samen aan de totstandkoming van het Deltaprogramma.
In 2011 is gewerkt aan een analyse van de lange termijn opgaven voor waterveiligheid en zoetwater. In 2012
zijn de mogelijke strategieën in beeld gebracht om deze opgaven op te lossen. In het recent vastgestelde
Deltaprogramma 2014 staan de kansrijke strategieën en conceptvoorstellen voor deltabeslissingen centraal. Op
Prinsjesdag 2014 volgt in het Deltaprogramma 2015 het definitieve voorstel voor vijf samenhangende en
structurerende deltabeslissingen en de voorkeursstrategieën voor waterveiligheid en zoetwater. De ter
consultatie voorliggende stukken zijn bouwstenen en adviezen hiervoor. De Deltabeslissingen gaan over
waterveiligheid, ruimtelijke adaptatie, zoetwaterstrategie, Rijn-Maasdelta en IJsselmeergebied. Negen
deelprogramma's leggen de basis voor de Deltabeslissingen, waaronder het Deltaprogramma Rivieren.
Via www.Deltacommissaris.nl vindt u nadere informatie over het Deltaprogramma.
Het Regioadvies Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek
Het Regioadvies voor de riviertak Neder-Rijn en Lek is tot stand gekomen na uitgebreid onderzoek en overleg
tussen provincies, waterbeheerders, gemeenten en Veiligheidsregio's, Rijk en diverse belangenorganisaties.
Het Regioadvies gaat over de voorkeursstrategie om het gebied rondom de Neder-Rijn en Lek veilig te krijgen
en te houden tegen overstromingen tot 2100. De maatregelen die al voor 2030 nodig zijn, zijn concreet
benoemd.
2
provincie::
Utrecht
De contouren Voorkeursstrategie Deltaprogramma Rivieren
Naast het Regioproces Neder-Rijn en Lek is in vier andere regioprocessen de afgelopen tijd ook gewerkt aan
een regioadvies voor de W a a l , IJssel en Maas. Het Deltaprogramma Rivieren levert één voorkeursstrategie op
voor het gehele rivierengebied. De vijf regioadviezen zijn hiervoor de basis.
Als u vragen heeft of wilt reageren, kunt u contact opnemen met mw. Braam ([email protected], tel: 030-2583019) of mw. Timmers ([email protected], tel. 030-2583525) van de
provincie Utrecht.
Wij nodigen uw college uit om uw reactie uiterlijk eind februari 2014 - en zo mogelijk eerder - aan ons kenbaar
te maken, gericht aan Provincie Utrecht, t.a.v. het Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek, aan mevrouw
M.J.W. Braam, postbus 80300, 3508 T H Utrecht [email protected].
Hoogachtend,
Namens hen,
rs. R . E . de Vries
Voorzitter Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek
Regioadvies
Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek
Versie voor de bestuurlijke consultatie van dec 2013 - februari 2014
November 2013
Inhoud
Samenvatting
3
1. Inleiding
7
2. Karakteristiek Neder-Rijn en Lek
8
3. De waterveiligheidsopgave voor de Neder-Rijn en Lek
11
4. Ruimtelijke visie Neder-Rijn en Lek
15
5. Principes en uitgangspunten
16
6. Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek
20
7. Beschouwingen en vervolg
34
Bijlagen
Bijlage 1: Kansen voor nieuwe Ruimte voor de rivierprojecten langs de Neder-Rijn en Lek?
Bijlage 2: Bestuurlijk Overleg Regioproces Neder-Rijn en Lek
Bijlage 3: Ruimtelijke visie Regioproces Neder-Rijn en Lek
Kaartmateriaal: 3 Kaarten met M a a t r e g e l e n , m e e k o p p e l k a n s e n en knelpunten
2
Samenvatting
Doel en status Regioadvies
In het voorliggende Regioadvies w o r d t ingegaan o p de voorkeursstrategie, inclusief bijbehorend
maatregelenpakket, o m het gebied r o n d o m de Neder-Rijn en Lek t o t 2100 veilig te krijgen e n t e
h o u d e n tegen overstromingen vanuit deze rivier.
Op 13 n o v e m b e r 2013 is dit Regioadvies vastgesteld in het Bestuurlijk overleg Regioproces NederRijn en Lek. Eind n o v e m b e r 2013 w o r d t het Regioadvies aan het p r o g r a m m a b u r e a u D e l t a p r o g r a m m a
Rivieren g e z o n d e n en t e r bestuurlijke consultatie bij de o v e r h e d e n in het Regioprocesgebied
uitgezet. Het Regioadvies Neder-Rijn en Lek v o r m t belangrijke input v o o r d e Voorkeursstrategie
D e l t a p r o g r a m m a Rivieren, evenals d e regioadviezen van de andere vier regioprocessen in het kader
van het D e l t a p r o g r a m m a Rivieren. De voorkeursstrategie D e l t a p r o g r a m m a Rivieren w o r d t in april
2014 in de Stuurgroepen Delta Rijn e n Delta M a a s vastgesteld. Vervolgens w o r d t d e
Voorkeursstrategie aan d e Deltacommissaris aangeleverd. De Deltacommissaris adviseert o p zijn
beurt de minister. In s e p t e m b e r 2014 komt het D e l t a p r o g r a m m a 2015 uit, m e t het definitieve
voorstel v o o r vijf Deltabeslissingen en de voorkeursstrategieën v o o r waterveiligheid e n zoetwater.
De waterveiligheidsopgave
De opgave voor de Neder-Rijn en Lek binnen het D e l t a p r o g r a m m a Rivieren is het ontwikkelen van
een voorkeursstrategie, inclusief maatregelenpakket, die de waterveiligheid tussen nu e n 2100 o p
een robuuste en v e r a n t w o o r d e wijze borgt. De opgave omvat o p hoofdlijnen:
1. Op orde brengen
van de
waterveiligheid
De opgave o m afgekeurde dijken t e v e r b e t e r e n (voortkomend uit de Landelijke Derde Toetsing
primaire waterkeringen) e n als gevolg van nieuwe technische inzichten. Naast d e al lopende
v e r b e t e r m a a t r e g e l e n zijn m e t name de categorie C-keringen (en ook de kunstwerken) tussen
dijkringen 14 en 15 en 4 4 v o o r een groot deel afgekeurd. O p basis van nieuwe inzichten over het
m e c h a n i s m e 'piping' blijken d e keringen langs de Neder-Rijn en Lek relatief hoge faalkansen te
hebben.
2. Actualisering
waterveiligheidsnormen
Uit de analyses van de e c o n o m i s c h e risico's e n slachtofferrisico's blijkt dat de dijkringen langs d e
Neder-Rijn en Lek t o t de meest risicovolle van Nederland b e h o r e n . Dit geldt zowel voor de noordzijde
als de zuidzijde van de Neder-Rijn en Lek. De M i n i s t e r van Infrastructuur en M i l i e u heeft in april 2013
per brief aan de T w e e d e K a m e r haar visie o p het t o e k o m s t i g e waterveiligheidsbeleid gegeven. De
daarin o m s c h r e v e n doelen 'basisveiligheid' en ' v o o r k o m e n van maatschappelijke ontwrichting' geven
v o o r de Neder-Rijn e n Lek aanleiding t o t aanscherping van het beschermingsniveau.
3. Op orde houden
van de
waterveiligheid
In de b e n e d e n l o o p van d e Lek zorgt de zeespiegelstijging v o o r een t o e n a m e van de maatgevende
waterstand (tot 2100: 6 0 c m bij Krimpen e n 20 c m bij S c h o o n h o v e n ) . Ook de relatief grote zetting
3
van de dijken, m e t name in de westelijk gelegen v e e n w e i d e g e b i e d e n , levert een v o o r t d u r e n d e
opgave o p v o o r m e t name de K r i m p e n e r w a a r d , Lopikerwaard en de A l b l a s s e r w a a r d .
M o m e n t e e l w o r d e n waterveiligheidsmaatregelen uitgevoerd in het kader van het T w e e d e
H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a en Ruimte voor de Rivier. Deze maatregelen zijn rond 2017
afgerond, e n m a k e n geen o n d e r d e e l uit van de opgave.
Voorkeursstrategie
Een oplossing v o o r de opgaven van de Neder-Rijn en Lek steunt in belangrijke mate o p e e n
dijkenstrategie. Grootschalige inzet van Ruimte v o o r de Riviermaatregelen over de gehele riviertak
biedt geen kosteneffectieve en passende oplossing v o o r d e opgave. O p lokaal niveau kan d e
dijkenstrategie w e l w o r d e n aangevuld e n / o f g e c o m b i n e e r d m e t Ruimte v o o r d e Rivier m a a t r e g e l e n .
Binnen de dijkenstrategie kan onderscheid w o r d e n gemaakt in trajecten die in a a n m e r k i n g k o m e n
v o o r reguliere dijkversterking en een beperkt aantal trajecten w a a r een r o b u u s t e r e / i n n o v a t i e v e
uitvoering van dijkverbetering kansrijk is. Bij de verkenningsfase van dijkverbeteringstrajecten
m o e t e n d e (beperkte) mogelijkheden voor rivierverruiming langs d e Neder-Rijn en Lek w o r d e n
m e e g e n o m e n , o m d a t s l i m m e koppeling van dijkversterking met rivierverruiming efficiencyvoordelen
kan o p l e v e r e n .
Meerlaagsveiligheid w o r d t d o o r de regio gezien als aanvullend o p maatregelen uit laag 1 (preventie).
Het is e e n belangrijk principe o m o p d e langere termijn voor een gebied t e zorgen dat het beter
bestand is tegen o v e r s t r o m i n g e n . De focus ligt daarbij o p vitale infrastructuur, d u u r z a m e
(toekomstige) ruimtelijke ontwikkeling e n r a m p e n b e h e e r s i n g .
Waterveiligheidsmaatregelenpakket
De hoofdlijn van het totale maatregelenpakket voor d e Neder-Rijn en Lek is g e b a s e e r d o p de
dijkenstrategie. Er zijn dijkversterkingen nodig in de v o r m van dijkverbredingen. In het westelijk deel
van het gebied zullen o p termijn ook dijkverhogingen noodzakelijk zijn v a n w e g e zeespiegelstijging en
d o o r g a a n d e zetting, m e t name in dijkringen 15 (Lopikerwaard- en Krimpenerwaard) e n 16
(Alblasserwaard). S t r o o m o p w a a r t s van V i a n e n kan o p lokaal niveau de dijkenstrategie w o r d e n
aangevuld e n / o f g e c o m b i n e e r d m e t Ruimte v o o r de Rivier maatregelen.
T.a.v. de volgende maatregelen voor het Regioprocesgebied w o r d t geadviseerd dat deze in de
periode t o t 2030 zullen plaatsvinden, met name v a n w e g e de waterveiligheidsrisico's:
1.
Waterveiligheid
Centraal Holland (dijkringen
14,15 en 44)
T e k o r t k o m i n g e n aan d e C-keringen in dit gebied leiden ertoe dat een o v e r s t r o m i n g vanuit d e N e d e r Rijn e n Lek zich niet tot één dijkring beperkt, maar over m e e r d e r e dijkringen t o t diep in de Randstad
doordringt. De voorkeursstrategie bestaat uit de volgende hoofdkeuzes:
Grootschalig investeren in de C-keringen is geen kosteneffectieve maatregel e n z o u
b o v e n d i e n grote maatschappelijke impact h e b b e n .
In plaats daarvan w o r d t ingezet o p risico gestuurde aanpak van d e noordelijke Lekdijken
tussen A m e r o n g e n e n S c h o o n h o v e n , waarbij ook lokaal m e e k o p p e l i n g m e t ruimte v o o r d e
riviermaatregelen w o r d t afgewogen. V o o r b e e l d e n van kansrijke ruimtelijke maatregelen zijn:
de S t e e n w a a r d , V e e r s t o e p Eist etc.
4
Als gevolg van deze keuzes w o r d e n de functie en status van d e C-keringen langs de
gekanaliseerde Hollandse IJssel, het A m s t e r d a m - R i j n k a n a a l e n het N o o r d z e e k a n a a l
(Spaarndammerdijk) h e r o v e r w o g e n .
De verdere uitwerking is binnen het nieuwe H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a (nHWBP) reeds
gestart binnen de projectoverstijgende verkenning Centraal Holland.
2.
Grebbedijk Deltadijk
(dijkring 45)
Dijkring 45 kent e e n groot overstromingsrisico dat met relatief beperkte maatregelen aan d e
Grebbedijk fors gereduceerd kan w o r d e n : d e Grebbedijk is een kansrijke locatie v o o r de toepassing
van het concept Deltadijk d o o r het hoge overstromingsrisico, de geringe lengte van d e Grebbedijk
(5,5 kilometer) en vanwege de mogelijkheid van functiecombinaties.
3.
Maatregelen
aan de overige meest risicovolle dijktrajecten
(o.a. dijkring 43 en 16)
M e t name vanwege piping zullen maatregelen aan risicovolle dijktrajecten nodig zijn. O f e n o m w e l k e
trajecten het gaat w o r d t in het kader van het vrijkomen van de V N K - s t u d i e (Veiligheid N e d e r l a n d in
Kaart) de k o m e n d e tijd duidelijker. O p basis van de huidige inzichten zal dit, naast de al g e n o e m d e
dijkringen o n d e r punt 1 e n 2, zeker gaan spelen in de dijkringen 4 3 e n 16 (Alblasserwaard).
4.
Overstromingsrobuuste
inrichting en
rampenbeheersing
Ruimtelijke maatregelen o m t o t een overstromingsrobuustere inrichting van het o v e r s t r o o m b a r e
achterland van de Neder-Rijn en Lek te k o m e n (mede gericht o p d e kwetsbare en vitale
infrastructuur) e n maatregelen die leiden t o t verbetering van de r a m p e n b e h e e r s i n g . Het project
W e s t p o o r t (Amsterdam) is e e n v o o r b e e l d hoe kan w o r d e n omgegaan m e t deze invulling v a n
M e e r l a a g s e Veiligheid.
Aanpak en gevoerd proces
Via de gebiedsprocessen is ingezet o p e e n nauwere betrokkenheid van m e t name g e m e e n t e n en
veiligheidsregio's bij de waterveiligheidsproblematiek. Hiertoe h e b b e n in 2012 en 2013 ambtelijke en
bestuurlijke b i j e e n k o m s t e n , individuele gesprekken met alle r i v i e r g e m e e n t e n , w o r k s h o p s ,
werkateliers, presentaties bij g e m e e n t e r a d e n en - commissies etc. plaatsgevonden, waarin d e
verschillende waterveiligheidsstrategieën, het waterveiligheidsmaatregelenpakket e n d e
m e e k o p p e l k a n s e n uitgebreid aan de orde zijn g e k o m e n .
Ruimtelijke visie
De ruimtelijke visie v o o r de riviertak Neder-Rijn en Lek is slechts in beperkte mate sturend v o o r d e
keuze in waterveiligheidsstrategieën, in tegenstelling tot bij de riviertakken W a a l , IJssel en M a a s ,
o m d a t d e waterveiligheidsopgave in belangrijke mate steunt o p één strategie, namelijk d e
dijkenstrategie. Binnen de dijkenstrategie w o r d t de keuze o m af t e zien v a n grootschalige versterking
van de C-keringen langs de gekanaliseerde Hollandse IJssel, Westkanaaldijk langs het A m s t e r d a m Rijnkanaal en in A m s t e r d a m en S p a a r n d a m m e r d i j k m e d e geleid d o o r ruimtelijk-economische
m o t i e v e n : de kosten v o o r grootschalige dijkversterkingen aan de C-keringen zijn namelijk heel hoog
en grootschalige dijkversterkingen h e b b e n een grote impact v o o r de maatschappij, landschap en
cultuurhistorie. Tegelijkertijd schept het afzien van grootschalige ingrepen langs de C-keringen w e e r
ruimte v o o r o n t w i k k e l i n g e n .
5
De keuze v o o r Deltadijken, naast reguliere dijken, w o r d t ook mede gebaseerd o p ruimtelijke
m o t i e v e n : een Deltadijk biedt behalve veiligheid o o k m e e k o p p e l k a n s e n v o o r functies zoals
w o n i n g b o u w en recreatie.
Rivierverruiming kan o p s o m m i g e locaties een interessante optie zijn, bv. v o o r het verkrijgen v a n
grond v o o r dijkversterkingen, en moet bij d e verdere uitwerking van dijkversterkingen w o r d e n
b e t r o k k e n . De ruimtelijke visie biedt hiervoor en voor d e dijkenstrategie kwaliteitsopgaven die
aangeven hoe de ruimtelijke kwaliteit t e versterken.
De dijken langs d e Neder-Rijn en Lek b e s c h e r m e n een groot achterland m e t daarin veel i n w o n e r s en
grote e c o n o m i s c h e w a a r d e n . V o o r een groot deel van het achterland zijn d e prognoses dat e r groei
plaats vindt in e c o n o m i s c h e w a a r d e n en dat de bevolking t o e n e e m t , m e t n a m e in stedelijke
gebieden.
Meekoppelkansen
Vanuit de regio w o r d t ingezet o p het o p t i m a a l benutten van m e e k o p p e l k a n s e n bij dijkversterkingen,
zowel bij maatregelen aan de dijk zelf, als buitendijks. Ook pleit de regio v o o r een integrale aanpak.
M e e k o p p e l k a n s e n die breed zijn g e n o e m d zijn verbetering van de verkeersveiligheid o p dijken d o o r
splitsing van fietsverkeer en g e m o t o r i s e e r d verkeer en het m e e k o p p e l e n van buitendijkse
ontwikkelingen v o o r natuur en recreatie. Er zijn nu overigens geen grootschalige ontwikkelingen
langs de rivier voorzien die g e c o m b i n e e r d kunnen w o r d e n m e t de w a t e r v e i l i g h e i d s m a a t r e g e l e n , m e t
uitzondering van ontwikkelingen in de g e m e e n t e W a g e n i n g e n .
Een integrale aanpak komt t o t stand d o o r koppeling van de waterveiligheidsmaatregelen m e t
maatregelen in het kader van z o e t w a t e r (speelt bij s o m m i g e inlaatpunten naar het regionale
w a t e r s y s t e e m zoals bij de K r o m m e Rijn e n het Valleikanaal), gebruik van grondstoffen (bijvoorbeeld
vrijkomend bij Ruimte voor de riviermaatregelen en natuurontwikkeling) v o o r dijkversterkingen etc.
Bij ruimte v o o r d e rivierprojecten w o r d e n veel m e e k o p p e l k a n s e n gezien evenals bij d e Deltadijken.
Bij dijkversterkingen betreft het veelal zeer lokale en kleinschalige m e e k o p p e l k a n s e n . Als d e Ckeringen een andere status krijgen, zal dit v o o r een aantal trajecten leiden t o t verkleining van het
profiel van vrije ruimte w a a r ruimtelijke beperkingen g e l d e n . H i e r d o o r ontstaan m e e r mogelijkheden
v o o r ruimtelijke ontwikkelingen.
M a a t r e g e l e n in het achterland o m de gevolgen van o v e r s t r o m i n g te beperken ('meerlaagsveiligheid')
zullen d a a r e n t e g e n juist veelal m o e t e n m e e k o p p e l e n m e t niet-waterveiligheidsmaatregelen, m e d e
v a n w e g e de betaalbaarheid ervan.
6
1. Inleiding
In voorliggend rapport w o r d t het Regioadvies v o o r de riviertak Neder-Rijn en Lek beschreven. Het
Regioadvies gaat over de voorkeursstrategie en het bijbehorende maatregelenpakket o m het gebied
r o n d o m de Neder-Rijn en Lek veilig te krijgen en te h o u d e n tegen overstromingen tot 2100.
Binnen de Deltaprogramma's Rivieren en Rijnmond-Drechtsteden vindt een groot deel van de
w e r k z a a m h e d e n voor de strategieontwikkeling naar kansrijke strategieën en een voorkeursstrategie
plaats in d e e l g e b i e d e n , in z o g e n o e m d e Regioprocessen resp. G e b i e d s p r o c e s s e n . Reden is dat het van
groot belang is dat bij het opstellen van de strategieën lokale en regionale o v e r h e d e n nauw
betrokken zijn. In deze regio- en gebiedsprocessen zijn waterveiligheidsstrategieën en een
waterveiligheidsmaatregelenpakket (tot 2030, 2031 - 2050 en 2051 - 2100) ontwikkeld en w o r d t
aangegeven hoe deze strategieën en maatregelen passen binnen de ruimtelijke inrichting van het
g e b i e d , m e d e via het opstellen van een ruimtelijke visie. Ook zijn de m e e k o p p e l k a n s e n van
maatregelen met natuur, verkeer, w o n i n g b o u w , etc. in beeld gebracht. De resultaten van deze
deelprocessen zijn regelmatig afgestemd en hebben geleid tot één Regioadvies Neder-Rijn en Lek.
Het Deltaprogramma Rivieren levert één voorkeursstrategie o p . Deze is gebaseerd op de
regioadviezen van vijf regioprocessen, w a a r o n d e r het Regioproces Neder-Rijn en Lek. In april 2014
w o r d t deze voorkeursstrategie in de Stuurgroepen Delta Rijn en Delta M a a s vastgesteld. Vervolgens
w o r d t de Voorkeursstrategie aan de Deltaccmmissaris aangeleverd ten behoeve van het
D e l t a p r o g r a m m a 2015. De Deltacommissaris adviseert op zijn beurt de minister. In s e p t e m b e r 2014
komt het D e l t a p r o g r a m m a 2015 uit, als bijlage bij de Rijksbegroting en het Deltafonds. In het
D e l t a p r o g r a m m a 2015 staan het definitieve voorstel voor vijf s a m e n h a n g e n d e en structurerende
deltabeslissingen en de voorkeursstrategieën v o o r waterveiligheid en zoetwater. Hierin zullen de
hoofdlijnen van dit Regioadvies een plaats krijgen.
7
2. Karakteristiek Neder-Rijn en Lek
2.1 Karakteristiek rivier Neder-Rijn en Lek
De Neder-Rijn / Lek is e e n rustige, middelgrote rivier die een groot deel van het jaar g e s t u w d is. Door
de invloed van d e s t u w e n is de rivierdynamiek van de Neder-Rijn g e t e m p e r d . De Neder-Rijn heeft
een paar f l a u w e bochten en op vele plaatsen brede u i t e r w a a r d e n . S t u w w a l , r i v i e r e n o e v e r w a l zijn
duidelijk te zien. Slechts zestig dagen per jaar, bij hoogwater, stroomt de rivier vrij af. Er s t r o o m t dan
22% van het Rijnwater dat bij Lobith ons land b i n n e n k o m t via deze riviertak naar zee .De
rivierbedding van de Neder-Rijn ligt dieper dan die van K r o m m e Rijn en Valleikanaal. Dit kan bij
l a a g w a t e r t o t inlaatbeperkingen leiden.
Aan de noordkant d o m i n e r e n de s t u w w a l l e n van de V e l u w e z o o m en de Utrechtse H e u v e l r u g , die
dijken op veel plaatsen o v e r b o d i g m a k e n . De kwel van de s t u w w a l l e n komt deels in de u i t e r w a a r d e n
naar b o v e n . A a n de zuidzijde ligt het laaggelegen en o p e n landschap van de B e t u w e achter hoge
dijken. V a n a f V i a n e n stroomt de rivier d o o r het v e e n w e i d e g e b i e d . Het getij is m e r k b a a r vanaf
Hagestein.
Tot aan Wijk bij Duurstede is de Neder-Rijn een d r a i n e r e n d e rivier. Dat wil zeggen dat de Rijn per
saldo (netto over het jaar) w a t e r o p n e e m t vanuit zijn o m g e v i n g . Doordat het kwel o p n e e m t , is bij
gesloten s t u w e n de waterkwaliteit beter dan van de andere rivieren. B e n e d e n s t r o o m s van Wijk bij
Duurstede w o r d t de rivier infiltrerend en geeft het per saldo w a t e r af aan zijn o m g e v i n g .
Bij Wijk bij Duurstede verandert de n a a m van de rivier in Lek. Het traject loopt tot aan de K r i m p e n
aan de Lek, w a a r de Lek samenvloeit met de N o o r d .
Vanaf de stuw Hagestein is de Lek vrij a f s t r o m e n d , t o t d a t de M a e s l a n d t k e r i n g dichtgaat. Het is een
typische zoetwatergetijdenrivier. De Lek slingert d o o r het v e e n w e i d e g e b i e d en het w i n t e r b e d w o r d t
s t r o o m a f w a a r t s steeds smaller en rechter. De uiterwaarden w o r d e n naar het w e s t e n t o e uitermate
s m a l . V o o r a l in het b e n e d e n s t r o o m s e d e e l van de Lek is de invloed van het getij m e r k b a a r langs de
oevers, de rietlanden en g o r z e n . De dagelijkse getijslag is bij Hagestein ongeveer 0,3 meter, bij
Krimpen is deze 1,5 meter. T w e e m a a l daags valt een smalle zone van oevers d r o o g bij e b en
o v e r s t r o o m t w e e r bij v l o e d . Deze getijdeninvloed is k e n m e r k e n d v o o r dit deel van de rivier. Bij
hogere rivierafvoeren en geheven s t u w e n neemt de getijdeninvloed al snel af. In s t r o o m a f w a a r t s e
richting n e e m t de invloed van hoge rivierafvoeren op de maatgevende w a t e r s t a n d e n af, en n e e m t de
invloed van z e e w a t e r s t a n d e n toe. Het omslagpunt ligt o n g e v e e r bij Bergambacht.
<
I
I
Airiviuqen
Rhener
Bwtchem
Ketfkwi
....
—
Figuur 2.1.: Karakteristieke
J
opdeling
Neder-Rijn
en LeK
8
'7 -
2.2. Karakteristiek overstromingen vanuit de Neder-Rijn en Lek
De dijken langs de Neder-Rijn en Lek b e s c h e r m e n een groot achterland met daarin veel inwoners,
grote e c o n o m i s c h e w a a r d e n , vitale infrastructuur en kwetsbare functies. Een dijkdoorbraak, of het
nu b o v e n s t r o o m s , b e n e d e n s t r o o m s , aan de zuidoever of n o o r d o e v e r is, leidt op deze riviertak in
vrijwel alle gevallen tot uitgestrekte en diepe o v e r s t r o m i n g s g e b i e d e n met aanzienlijke schade en
slachtoffers. M e e r dan een miljoen m e n s e n kunnen getroffen w o r d e n d o o r een overstroming vanuit
de Neder-Rijn/Lek, w a a r o n d e r grootstedelijke gebieden als Utrecht en A m s t e r d a m , maar ook steden
als A m e r s f o o r t , V e e n e n d a a l , Ede, W a g e n i n g e n , A r n h e m , C u l e m b o r g , V i a n e n en N i e u w e g e i n . De
o v e r s t r o o m b a r e gebieden zijn van essentiële betekenis v o o r d e e c o n o m i e van Nederland en w o r d e n
doorkruist d o o r de belangrijkste verkeersaders van ons land.
Figuur 2.2 geeft een g e c u m u l e e r d beeld van de gebieden die kunnen o v e r s t r o m e n vanuit de N e d e r Rijn en Lek. In tabel 2.1 zijn g e t a l s w a a r d e n v o o r de v e r w a c h t e e c o n o m i s c h e schade en het aantal
slachtoffers v o o r verschillende g e b i e d e n langs de Neder-Rijn en Lek g e g e v e n . Duidelijk is dat in alle
gevallen sprake is van grote e c o n o m i s c h e schade en met name in het b e n e d e n s t r o o m s e deel van de
riviertak ook een hoog slachtofferrisico. De gevolgen zijn in relatieve zin t e n opzichte van de meeste
andere o v e r s t r o o m b a r e delen van het land ook groot.
L
t
/»
i
•
Figuur 2.2. Overstromingsdiepte
omstandigheden
Nederrijn-Lek
bij overstromingen
vanuit de Neder-Rijn
(16.000 m3/s bij Lobith). De figuur
kunnen
en Lek bij
geeft een beeld van de gebieden
overstromen.
9
maatgevende
die vanuit
de
Tabel 2.1: Verwachte
Gebied
schade en slachtoffers
bij overstromingen
langs de Neder-Rijn
en Lek
Verwachte totale schade
Verwacht aantal slachtoffers
incl. slachtofferschade en opslag
[Miljard euro]
rekening houdend met evacuatie*
Betuwe, Tieler- en
Culemborgerwaarden
34
400
Gelderse Vallei
28
330
Kromme Rijn
Lopiker- en
Krimpenerwaard
Alblasserwaard
Vijfheerenlanden
43
30
1300
41
2000
Bron: Basisinformatie
waterveiligheid
340
e
21 eeuw (MKBA en SLA).
'Voor de Lopiker- en Krimpenerwaard en Alblasserwaard is rekening gehouden met een evacuatiefractie van 15%, voor de overige
gebieden 75%.
10
3. De waterveiligheidsopgave voor de Neder-Rijn en Lek
De opgave v o o r de Neder-Rijn en Lek binnen het D e l t a p r o g r a m m a Rivieren is het o n t w i k k e l e n van
een voorkeursstrategie die de waterveiligheid tussen nu en 2100 op een robuuste en v e r a n t w o o r d e
wijze borgt. De opgave omvat op hoofdlijnen:
1. Op orde brengen
van de
waterveiligheid
De opgave o m afgekeurde dijken te v e r b e t e r e n ( v o o r t k o m e n d uit de Landelijke Derde Toetsing
primaire waterkeringen) en als gevolg van n i e u w e technische inzichten (bv. piping).
2. Actualiseren
van het
beschermingsniveau
De opgave die voortvloeit uit de actualisering van de w a t e r v e i l i g h e i d s n o r m e n .
3. Op orde houden van de
waterveiligheid
De opgave die ontstaat als gevolg van klimaatverandering (hogere rivierafvoeren en het stijgen van
de zeespiegel) en b o d e m d a l i n g .
In dit hoofdstuk w o r d t de opgave aan de hand van b o v e n g e n o e m d e hoofdlijnen toegelicht. V o o r d a t
daarop w o r d t ingegaan, w o r d e n kort de huidige projecten uit reeds l o p e n d e p r o g r a m m a ' s toegelicht.
P R O V I N C I E :: U T R E C H T
OPGAVE WATERVtiUGHtD
Figuur 3.1: Globale weergave
van de
opgave
11
3.1. Huidige werkzaamheden HWBP2 en Ruimte voor de Rivier
M o m e n t e e l w o r d t op tal van plekken langs de Neder-Rijn en Lek gewerkt aan
waterveiligheidsmaatregelen. Deze w o r d e n uitgevoerd in het kader van het T w e e d e
H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a (HWBP2) en Ruimte v o o r de Rivier. Deze maatregelen zijn rond
2017 afgerond en m a k e n geen o n d e r d e e l uit van de voorkeursstrategie: ze w o r d e n als gerealiseerd
b e s c h o u w d . In het kader van het H W B P 2 betreft het drie dijkversterkingen in de b e n e d e n l o o p van de
Lek: 'dijkversterking Kinderdijk-Schoonhoven (KIS)', 'dijkversterking K r i m p e n ' en 'dijkversterking
B e r g a m b a c h t - A m m e r s t o l - S c h o o n h o v e n (BAS)'.
In het kader van Ruimte v o o r de Rivier betreft het in de Neder-Rijn de zes uiterwaardvergravingen
' M e i n e r s w i j k ' , ' D o o r w e r t h s c h e W a a r d e n ' , ' M i d d e l w a a r d ' , 'De T o l l e w a a r d ' , de 'obstakelverwijdering
bij Eist' en ' R u i m t e v o o r de Lek'.
O m d a t met ruimtelijke maatregelen niet overal langs de Neder-Rijn en Lek aan de taakstelling van
Ruimte voor de Rivier kan w o r d e n voldaan w o r d t ook een drietal dijkverbeteringen uitgevoerd. Deze
vallen ook o n d e r het p r o g r a m m a Ruimte v o o r de Rivier. Dit zijn: 'dijkverbetering Hagestein O p h e u s d e n ' , 'dijkverbetering V i a n e n , Schoonhovenseveer-Langerak' en de 'dijkverbetering A r n h e m
M a l b u r g e n ' . Oorspronkelijk w a r e n m e e r dijkverbeteringen langs de Neder-Rijn en Lek in het
basispakket Ruimte v o o r de Rivier o p g e n o m e n . Deze zijn bij nadere analyse afgevallen.
M e t deze maatregelen is de Neder-Rijn en Lek ingericht op het afvoeren van de m a a t g e v e n d e afvoer
van 16.000 m 3 / s bij Lobith.
3.2. Op orde brengen: nHWBP en nieuwe inzichten
Uit de Landelijke Derde Toetsing primaire waterkeringen komt naar voren dat een aanzienlijk deel
van de w a t e r k e r i n g e n r o n d o m de Neder-Rijn en Lek niet voldoet aan de huidige v e i l i g h e i d s n o r m e n .
V e e l van deze afgekeurde waterkeringen w o r d e n al versterkt in de projecten zoals b e n o e m d in
paragraaf 3.1. N i e u w e afgekeurde w a t e r k e r i n g e n , die in het nieuwe
H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a ( n H W B P ) zijn o p g e n o m e n , zijn:
De C-keringen (en ook de kunstwerken) tussen dijkringen 14, 15 en 44. De uitwerking is
o n d e r w e r p van de 'Verkenning waterveiligheid Centraal H o l l a n d ' in het kader van het nieuwe
H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a . De hoofdkeuzes w o r d e n binnen het D e l t a p r o g r a m m a
gemaakt.
O e v e r e r o s i e Klaphek. Dit project is v a n w e g e de urgentie reeds uitgevoerd met
voorfinanciering.
Kade A r n h e m .
Naast de opgave o m afgekeurde waterkeringen te v e r b e t e r e n resulteren de n i e u w e inzichten over
12
1
het m e c h a n i s m e ' p i p i n g ' in een opgave voor (delen van) de waterkeringen langs de Neder-Rijn en
Lek. Recente inzichten geven aan dat de faalkansen van waterkeringen als gevolg van dit
m e c h a n i s m e in met name het rivierengebied groter zijn dan v o o r h e e n gedacht. Nadere analyses van
de waterkeringbeheerders geven aan dat dit ook v o o r de Neder-Rijn en Lek een belangrijke opgave
is. O m meer inzicht te krijgen in de aard en o m v a n g van deze problematiek is binnen het nieuwe
H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a een projectoverstijgende verkenning 'piping' gestart.
De dijkversterking die m o m e n t e e l vanuit Ruimte v o o r de Rivier w o r d t uitgevoerd op het traject
Hagestein-Opheusden w o r d t extra robuust uitgevoerd zodat het nieuwe inzicht piping al zoveel
mogelijk is m e e g e n o m e n . Het is d a a r o m de verwachting dat dit traject na uitvoering voorlopig (tot
2050) op orde is, maar dit hangt m e d e af van het besluit over de nieuwe b e s c h e r m i n g s n o r m en de
nieuwe rekenregels piping.
3.3. Het actualiseren van het beschermingsniveau
Uit de analyses van de e c o n o m i s c h e risico's en slachtofferrisico's blijkt dat de dijkringen langs de
Neder-Rijn en Lek tot de meest risicovolle van Nederland b e h o r e n . Dit geldt zowel v o o r de noordzijde
als de zuidzijde van de Neder-Rijn en Lek. De M i n i s t e r van Infrastructuur en M i l i e u heeft in april 2013
per brief aan de T w e e d e K a m e r haar visie op het t o e k o m s t i g e waterveiligheidsbeleid gegeven. De
daarin o m s c h r e v e n d o e l e n 'basisveiligheid' en ' v o o r k o m e n van maatschappelijke ontwrichting' geven
voor de Neder-Rijn en Lek aanleiding tot aanscherping van het beschermingsniveau. Binnen het
Regioproces w o r d t geen advies uitgebracht over de hoogte van de t o e k o m s t i g e
beschermingsniveaus, maar w o r d e n w e l de consequenties van nieuwe waterveiligheidsnormen voor
het gebied en specifiek de dijken in beeld gebracht.
Basis voor z o w e l het D e l t a p r o g r a m m a Rivieren als het D e l t a p r o g r a m m a Rijnmond-Drechtsteden is de
b a n d b r e e d t e tussen basisveiligheid (LIR 10-5) en een n o r m op grond van de maatschappelijke kosten
baten analyse ( M K B A ) . Groepsrisico is daarin nog niet m e e g e n o m e n , maar speelt w e l een rol v o o r
met name de Alblasserwaard en Lopiker- en K r i m p e n e r w a a r d . Specifiek voor het D e l t a p r o g r a m m a
Rivieren zijn binnen de Regioprocessen z o g e n o e m d e a n a l y s e n o r m e n gebruikt voor het opstellen van
de voorkeursstrategie. Dit is e e n n o r m die in de meeste gevallen aan de bovenkant van de
b o v e n g e n o e m d e b a n d b r e e d t e ligt en die w o r d t gebruikt o m de consequenties van de nieuwe
n o r m e n in beeld te brengen.
3.4. Op orde houden van het systeem: Klimaatopgave en bodemdaling
De klimaatopgave voor de Neder-Rijn en Lek wijkt af van de overige riviertakken. Daar w a a r voor de
W a a l en IJssel de klimaatopgave als gevolg van een stijging van de maatgevende afvoer een
belangrijke rol speelt, is dit voor de Neder-Rijn en Lek niet van belang. Dit heeft te maken met de
1
Piping is een term uit de civiele techniek die aangeeft dat er water door een dijk stroomt als gevolg van een groot
waterstandsverschil. Door de druk zoekt het water zich een weg door de dijk, waarbij het ook gronddeeltjes meeneemt. Als
piping niet op tijd wordt gestopt kan het leiden tot verzakking of een dijkdoorbraak.
13
beleidskeuze in de PKB Ruimte voor de Rivier en het Nationaal W a t e r p l a n o m bij e e n t o e n a m e van d e
m a a t g e v e n d e a f v o e r e n in de t o e k o m s t d e Neder-Rijn en Lek t e ontzien: e r is v o o r g e k o z e n o m vanaf
3
2
16.000 m / s Rijnafvoer bij Lobith geen extra w a t e r meer over de Neder-Rijn/Lek af t e v o e r e n . V o o r
met name de Lek speelt echter w e l een verhoging van de waterstand d o o r zeespiegelstijging. In d e
b e n e d e n l o o p van d e Lek zorgt de zeespiegelstijging voor een t o e n a m e van de m a a t g e v e n d e
waterstand (tot 2 1 0 0 : +60 c m bij Krimpen en +20 c m bij Schoonhoven). Ook de relatief grote zetting
van de dijken, m e t name in de westelijk gelegen v e e n w e i d e g e b i e d e n (orde 1 c m per jaar) levert e e n
v o o r t d u r e n d e opgave o p voor met name de K r i m p e n e r w a a r d , Lopikerwaard en de A l b l a s s e r w a a r d .
MHlV-itijging Nederrifi - Ni»uw« MMtNMg
•^—sioo K n a t «BoafTair j t c m r o » v » r
——1100 Kmm
• 8oa»*«i»9 r«trotvtf
In de b e n e d e n loop van de Lek is
sprak van een
toenemende
invloed van
OS
zeespiegelstijging
(blauwe lijn) en
06
grote zettingen
aan beide zijden
:;
van de rivier
(groene en
::
paarse lijn)
Arnhem
Culemborg
Wageningen
Figuur 3.2: Klimaatopgave
Schoonhoven'
Vianen/Nieuwegein
en bodemdaling
voor de Neder-Rijn/
Lek in 2100
Een andere afvoerverdeling over de rivieren is hierbij ook van belang. Dit wordt echter besproken onder het
kopje 'Voorkeursstrategie riviertak Neder-Rijn en Lek'.
14
4. Ruimtelijke visie Neder-Rijn en Lek
4.1 Hoofdlijnen ruimtelijke visie
De basis voor de ruimtelijke visie is een aantrekkelijke en veilige Neder-Rijn en Lek. Het is van belang
o m deze rivier en zijn o m g e v i n g in s a m e n h a n g te b e s c h o u w e n . Tegelijkertijd zijn langs de rivier
verschillende landschappen te o n d e r s c h e i d e n welke elk hun eigen kernkwaliteiten h e b b e n . In de
visie zijn kwaliteitsbeelden o p gebiedsniveau b e n o e m d ; 'Rivierenland aan de voet van de s t u w w a l ' ,
' G e s t u w d e Rijn in het Laagland' en 'Smal rivierlint met getijde dynamiek'. V o o r elk van deze
kwaliteitsbeelden is een kwaliteitsopgave gegeven die richting geeft w a n n e e r men in het gebied met
maatregelen aan de slag gaat (met rivierverruiming d a n w e l met dijkversterking). O m d a t de
voorkeurstrategie sterk uitgaat van dijken is daarnaast specifiek aandacht besteed aan de kwaliteiten
en kansen voor dijkenmaatregelen. De generieke uitgangspunten v o o r ruimtelijke kwaliteit bieden
houvast voor toekomstige maatregelen, maar zullen nog w e l lokaal maatwerk vergen. In bijlage 2 is
de ruimtelijke visie v o o r de Neder-Rijn en Lek o p g e n o m e n .
4.2 Ruimtelijke visie als basis voor de voorkeursstrategie
Tijdens het Regioproces is g e b l e k e n dat de oplossing v o o r de opgaven van de Neder-Rijn en Lek in
belangrijke mate steunt op één waterveiligheidsstrategie, namelijk de dijkenstrategie. O p lokaal
niveau kan de dijkenstrategie w o r d e n aangevuld e n / o f g e c o m b i n e e r d met Ruimte voor de Rivier
maatregelen. De ruimtelijke visie is v o o r de riviertak Neder-Rijn en Lek d a a r d o o r slechts in beperkte
mate sturend v o o r de keuze in waterveiligheidsstrategieën, in tegenstelling tot bij de riviertakken
W a a l , IJssel en M a a s .
4.3 Dijkenstrategie
Nadere invulling dijkenstrategie op basis van ruimtelijk-economische motieven
Binnen de dijkenstrategie w o r d t de keuze o m af te zien van grootschalige versterking van de Ckeringen langs de gekanaliseerde Hollandse IJssel, Westkanaaldijk langs het A m s t e r d a m - R i j n k a n a a l
en in A m s t e r d a m en S p a a r n d a m m e r d i j k (zie verder hoofdstuk 6) m e d e geleid d o o r ruimtelijke c o n o m i s c h e m o t i e v e n : de kosten voor grootschalige dijkversterkingen bij de gekanaliseerde
Hollandse IJssel en het A m s t e r d a m - R i j n k a n a a l zijn namelijk heel hoog en grootschalige
dijkversterkingen hebben een grote impact v o o r de maatschappij, landschap en cultuurhistorie.
Tegelijkertijd schept het afzien van grootschalige ingrepen langs de C-keringen w e e r ruimte voor
ontwikkelingen.
De keuze v o o r Deltadijken, naast reguliere dijken, w o r d t ook mede gebaseerd op ruimtelijke
m o t i e v e n : een Deltadijk biedt behalve veiligheid ook m e e k o p p e l k a n s e n v o o r functies zoals recreatie.
Ruimtelijke invulling dijkenstrategie
Ten behoeve van de ruimtelijke invulling van de dijkenstrategie is in de ruimtelijke visie een t w e e t a l
kwaliteitsbeelden g e f o r m u l e e r d o p het niveau van dijken, namelijk 'De dijk als o n d e r d e e l van het
15
landschap aan w e e r s z i j d e n ' en 'De dijk als ontginningslint en scherpe grens'. Het streven is deze
beelden als uitgangspunt te n e m e n voor initiatieven.
De volgende m e e r generieke uitgangspunten zijn van belang voor een dijkenstrategie:
Bij het aanpassen van de dijken w o r d t zowel gekeken naar binnendijkse m o g e l i j k h e d e n , als
naar t e c h n i s c h e en buitendijkse mogelijkheden;
Bij het aanpassen van de dijken w o r d t ingezet op het handhaven en versterken van de grote
diversiteit aan landschappelijke, cultuurhistorische en stedelijke kwaliteiten langs de N e d e r Rijn en Lek. Daarbij is een g e n u a n c e e r d e aanpak nodig die recht doet aan de grote
verschillen langs de rivier;
Bij het aanpassen van de dijken w o r d t ingezet op b e h o u d e n van de e e n h e i d in het beeld van
de dijken, zodat het herkenbare beeld van de Neder-Rijn- en Lekdijken blijft bestaan. Hierin
m o e t de nuance gezocht w o r d e n met de verscheidenheid van de landschappelijke
kwaliteiten langs de rivier;
Bij het aanpassen van de dijken willen we de w e r k z a a m h e d e n zoveel als mogelijk
m e e k o p p e l e n met ontwikkelingen in het gebied langs de dijken
In bijlage 3 zijn deze uitgangspunten nader uitgewerkt.
16
5. Principes en uitgangspunten
5.1 A l g e m e n e principes
Naar overstromingskansen
De s a m e n w e r k e n d e o v e r h e d e n langs de Neder-Rijn en Lek onderschrijven de overstap van de huidige
3
4
overschrijdingskansnorm v o o r dijken naar een o v e r s t r o m i n g s k a n s n o r m op basis van een
risicobenadering, waarbij z o w e l de kans o p een o v e r s t r o m i n g als het gevolg van een overstroming in
beeld k o m e n .
Ook w o r d e n de drie d o e l e n van het nieuwe waterveiligheidsbeleid o n d e r s c h r e v e n , namelijk:
1.
2.
5)
Basisveiligheid voor iedereen achter de dijken, duinen en d a m m e n (van 10" ;
Maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een o v e r s t r o m i n g zoveel mogelijk v o o r k o m e n .
Maatschappelijke ontwrichting treedt o p als:
3.
a.
grote groepen slachtoffers vallen op de plaats w a a r de overstroming plaatsvindt of;
b.
veel e c o n o m i s c h e schade o p t r e e d t bij een overstroming.
Uitval van vitale infrastructuur en kwetsbare functies in een g e b i e d , zoals nutsvoorzieningen
of ziekenhuizen, zo veel mogelijk v o o r k o m e n . Deze zijn tijdens en na een ramp cruciaal v o o r
het functioneren van het betreffende g e b i e d , de regio of zelfs het hele land.
V o o r de Neder-Rijn en Lek geldt dat er voor alle drie de d o e l e n een aanzienlijke opgave ligt. In de
optiek van de regio leidt een o v e r s t r o m i n g vanuit de Neder-Rijn en Lek in vrijwel alle achterliggende
gebieden tot grote maatschappelijke ontwrichting. Zo leidt bijvoorbeeld een doorbraak in dijkring 44
of het riviergedomineerde deel van dijkring 15 tot grootschalige o v e r s t r o m i n g van de Randstad met
tientallen miljarden aan e c o n o m i s c h e schade en langdurige ontwrichting van gebieden met
essentiële betekenis v o o r de e c o n o m i e van N e d e r l a n d . Ditzelfde geldt ook voor de Gelderse Vallei.
Basisveiligheid is vooral een criterium dat speelt in de Alblasserwaard en de Tieler- en
C u l e m b o r g e r w a a r d e n , maar ook in die gebieden is naast slachtofferrisico sprake van grote
maatschappelijke ontwrichting v a n w e g e de grote e c o n o m i s c h e schade. Belangrijke verkeersaders in
dat gebied zoals de A 2 , A 5 0 , A 1 5 en de B e t u w e r o u t e zijn van groot e c o n o m i s c h belang voor vervoer
van Rotterdam naar het achterland en Europa.
Differentiatie normen
Aansluitend op het g e d a c h t e g o e d van de risicobenadering streeft de regio naar overstromingskansen
die zijn afgestemd op de gevolgen. Een bepaalde mate van differentiatie is goed uitlegbaar op grond
3
De overschrijdingskans is de kans dat een combinatie van hoogwaterstand en golven die de dijk veilig kan
keren wordt overschreden. Dit wil zeggen dat wanneer een gebied een veiligheidsnorm heeft van 1/1.250 dat
de waterkering een hoogwaterstand met de kans van voorkomen van 1/1.250 per jaar moet kunnen keren.
De overstromingskans is een maat voor de kans dat een overstroming plaatsvindt. De hoogte van de
overstromingskansnorm is afhankelijk van de gevolgen van een doorbraak van het betreffende dijktraject.
4
17
van de grote verschillen in gevolgen van overstromingen in verschillende g e b i e d e n . Dijkringen 44
( K r o m m e Rijn) en 45 (Gelderse Vallei) k e n m e r k e n zich bijvoorbeeld d o o r e e n dreiging v o o r
o v e r s t r o m i n g vanuit z o w e l het rivierengebied als het IJsselmeergebied. De gevolgen van
o v e r s t r o m i n g e n vanuit het rivierengebied zijn vele malen groter (zie figuur 5.1). Differentiatie in
n o r m e r i n g v o o r deze verschillende dreigingen ligt d a a r o m in de rede, uiteraard w e l met als m i n i m u m
de basisveiligheid v o o r alle g e b i e d e n . Een ander v o o r b e e l d is het verschil in gevolgen tussen
r i v i e r g e d o m i n e e r d e overstromingen en z e e g e d o m i n e e r d e overstromingen in de b e n e d e n l o o p van de
Lek. Bij r i v i e r g e d o m i n e e r d e overstromingen is de duur van de o v e r s t r o m i n g veel langer w a a r d o o r
grotere g e b i e d e n o n d e r w a t e r lopen. B o v e n d i e n loopt de hoogteligging van deze g e b i e d e n hellend af
richting het w e s t e n w a a r d o o r b o v e n s t r o o m s e overstromingen leiden tot diepere o v e r s t r o m i n g e n van
een groter g e b i e d .
V o o r dijkring 43 geldt dat ondanks de grote risico's de dijkring een lagere n o r m heeft dan de
n o o r d o e v e r . Dit w o r d t in belangrijke mate veroorzaakt d o o r het zogeheten lengte-effect. V a n w e g e
de vele kilometers aangesloten dijktraject kunnen f a a l m e c h a n i s m e n zich op relatief veel m e e r
locaties v o o r d o e n dan op een kleiner traject, zoals de 5,5 km lange Grebbedijk. H i e r d o o r is de
faalkans van de dijkring als geheel groter, maar het betekent niet per definitie een m i n d e r hoge of
sterke dijk aan de zuidoever dan aan de n o o r d o e v e r .
—
' 4
Figuur 5.1. Voorbeeld
de Grebbedijk
van dijkring
(middelste
vanuit de westdijk
plaatje)
45 (Gelderse Vallei)
tot veel grootschaliger
langs het Eemmeerfrechter
waarbij
een doorbraak
overstromingen
vanuit de Neder-Rijn
leidt dan een
bij
doorbraak
plaatje)
Meerlaagsveiligheid w o r d t d o o r de regio gezien als een belangrijk principe o m op de langere t e r m i j n
v o o r een gebied te zorgen dat het beter bestand is tegen o v e r s t r o m i n g e n . De focus ligt daarbij op
vitale infrastructuur, d u u r z a m e (toekomstige) ruimtelijke o n t w i k k e l i n g e n r a m p e n b e h e e r s i n g . V o o r
deze regio geldt dat meerlaagsveiligheid geen oplossing biedt v o o r de opgaven en v o o r a l aanvullend
kan w o r d e n ingezet. Het is dus niet o m te wisselen met maatregelen in de eerste laag (preventie van
overstromingen).
5.2 Uitgangspunten
De volgende bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten zijn als r a n d v o o r w a a r d e n v o o r het o n t w i k k e l e n
van de voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek a a n g e h o u d e n :
18
De beleidskeuze in de PKB Ruimte voor de Rivier en het Nationaal W a t e r p l a n o m bij e e n t o e n a m e
van de m a a t g e v e n d e afvoeren in de t o e k o m s t de Neder-Rijn en Lek te o n t z i e n : er is voor gekozen
o m vanaf 16.000 m 3 / s Rijnafvoer bij Lobith geen extra w a t e r m e e r over de Neder-Rijn en Lek af
te v o e r e n ;
V o o r de Deltabeslissing Rijn- en M a a s d e l t a w o r d t middels een 'fact-finding' bekeken of een
variant van de systeemingreep 'Lek extra o n t z i e n ' nader moet w o r d e n onderzocht. De
mogelijkheid van deze systeemingreep w o r d t niet m e e g e n o m e n in de gebiedsprocessen.
Uitgangspunt is dus de nu vastgestelde beleidsmatige a f v o e r v e r d e l i n g ;
Bij aanvang van het Regioproces lag er een aantal b o u w s t e n e n voor de gebiedsprocessen. In het
Bestuurlijk overleg Regioproces Neder-Rijn en Lek van 31 o k t o b e r 2012 zijn de 'Verkenning
Grebbedijk Deltadijk', de gebiedspilot 'Waterveiligheid Centraal H o l l a n d ' en de gebiedspilot 'De
waterbestendige s t a d ' (voor A m s t e r d a m ) , en de daarover uitgebrachte adviezen, als vertrekpunt
bij de verdere uitwerking van dit o n d e r w e r p in Regioproces Neder-Rijn en Lek vastgesteld, met
de kanttekening dat m e n binnen het Regioproces openstaat voor andere kansrijke strategieën.
Ondertussen hebben vervolgstudies en veiligheidsstudies voor het Regioprocesgebied en de
andere gebieden langs de Neder-Rijn en Lek plaatsgevonden, die uiteraard ook als basis v o o r het
Regioadvies d i e n e n ;
In de selectie van mogelijke strategieën (Deltaprogramma 2013) naar kansrijke strategieën
(Deltaprogramma 2014) zijn oplossingsrichtingen en maatregelen afgevallen. Deze zijn niet
m e e g e n o m e n in de voorkeursstrategie, zoals een d a m met zeesluis in de N i e u w e W a t e r w e g , een
ring van waterkeringen in de rivieren rond de regio R o t t e r d a m , het waterpeil in het IJsselmeer
sterk mee laten groeien met de zeespiegelstijging en een aantal grootschalige ingrepen in het
rivierengebied met een bovenregionaal effect zoals de aanleg van nieuwe verbindingen tussen
riviertakken.
19
6. Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek
6.1 A a n p a k en benadering
In het kader van het D e l t a p r o g r a m m a w e r k e n diverse gebiedsprocessen (mede) aan een regio- c.q.
gebiedsadvies o v e r de waterveiligheid v o o r de riviertak Neder-Rijn en Lek, namelijk:
1.
D e l t a p r o g r a m m a rivieren:
1.
Regioproces Neder-Rijn en Lek (Lopikerwaard, K r o m m e Rijngebied, G e l d e r s e
Vallei en B e t u w e , Tieler- en C u l e m b o r g e r w a a r d e n ) ;
2.
2.
Regioproces IJssel ( A r n h e m , noordzijde Rijn);
D e l t a p r o g r a m m a Rijnmond-Drechtsteden
1.
Gebiedsproces K r i m p e n e r w a a r d ;
2.
Gebiedsproces A l b l a s s e r w a a r d .
O m tot één voorkeursstrategie voor de riviertak Neder-Rijn en Lek te k o m e n , heeft het afgelopen
jaar regelmatig a f s t e m m i n g tussen deze gebiedsprocessen plaatsgevonden.
De voorkeursstrategie is niet z o m a a r ontstaan in het afgelopen jaar. A l voor de start van het
Regioproces in 2012 w a r e n diverse studies uitgevoerd, die als b o u w s t e n e n hebben g e d i e n d v o o r de
o m g a n g met de waterveiligheidsproblematiek. Zo w a r e n v o o r problematiek van
dijkringoverschrijdende rivieroverstromingen van Centraal Holland al diverse studies uitgevoerd en
heeft hierover regelmatig bestuurlijk overleg plaatsgevonden. V o o r de Grebbedijk is vanaf 2008
gewerkt aan e e n visie en o n d e r b o u w e n d e studies die hebben geleid tot de huidige inzichten over de
Grebbedijk als Deltadijk. Vanuit A m s t e r d a m dient de studie ' W a t e r b e s t e n d i g e s t a d ' als belangrijke
b o u w s t e e n en v o o r dijkring 43 heeft voor de start van het Regioproces een studie plaatsgevonden
naar meerlaagsveiligheid.
Via de g e b i e d s p r o c e s s e n en de p r o g r a m m a b u r e a u s D e l t a p r o g r a m m a Rivieren en D e l t a p r o g r a m m a
R i j n m o n d - D r e c h t s t e d e n vindt tussen 2012 en 2014 aanvullend onderzoek plaats naar de
waterveiligheidsstrategieën, waterveiligheidsnormering, m e e k o p p e l k a n s e n etc.
Via de gebiedsprocessen is ingezet op een n a u w e r e betrokkenheid van met name g e m e e n t e n en
veiligheidsregio's bij de waterveiligheidsproblematiek. Hiertoe hebben ambtelijke en bestuurlijke
b i j e e n k o m s t e n , individuele gesprekken met alle riviergemeenten, w o r k s h o p s , werkateliers,
presentaties bij g e m e e n t e r a d e n en - commissies etc. plaatsgevonden, waarin de verschillende
waterveiligheidsstrategieën, het waterveiligheidsmaatregelenpakket en de m e e k o p p e l k a n s e n
uitgebreid aan de o r d e zijn g e k o m e n .
V o o r het Regioproces Neder-Rijn en Lek heeft bovendien regelmatig overleg plaatsgevonden in het
'Bestuurlijk overleg Regioproces Neder-Rijn en L e k ' , waarin rijk, vier provincies, zeven
w a t e r b e h e e r d e r s , vijf g e m e e n t e n , één veiligheidsregio en de p r o g r a m m a b u r e a u s Rivieren en
Rijnmond-Drechtsteden vertegenwoordigd zijn (zie ook bijlage 2).
20
6.2 Hoofdlijn voorkeursstrategie
De voorkeursstrategie v o o r de Neder-Rijn en Lek heeft niet alleen tot d o e l het gebied veilig te
h o u d e n , maar ook o m de overstromingsrisico's v e r d e r te r e d u c e r e n . D o o r de relatief hoge
overstromingsrisico's langs de riviertak in de huidige situatie is dit noodzakelijk.
Een oplossing v o o r de opgave van de Neder-Rijn en Lek steunt in belangrijke mate op e e n
dijkenstrategie. Grootschalige inzet van Ruimte v o o r de Riviermaatregelen over de gehele riviertak
biedt geen kosteneffectieve en passende oplossing v o o r de opgave. O p lokaal niveau kan de
dijkenstrategie w e l w o r d e n aangevuld e n / o f g e c o m b i n e e r d met Ruimte v o o r de Riviermaatregelen.
De (beperkte) mogelijkheden v o o r rivierverruiming langs de Neder-Rijn en Lek m o e t e n betrokken
w o r d e n bij de verkenningsfase van dijkverbeteringstrajecten. Binnen de dijkenstrategie kan
onderscheid w o r d e n gemaakt in trajecten die in a a n m e r k i n g k o m e n v o o r reguliere dijkversterking en
een beperkt aantal trajecten w a a r een r o b u u s t e r e / i n n o v a t i e v e uitvoering van dijkverbetering
kansrijk is.
Meerlaagsveiligheid w o r d t d o o r de regio gezien als een belangrijk principe o m op de langere termijn
v o o r een gebied te zorgen dat het beter bestand is tegen o v e r s t r o m i n g e n . De focus ligt daarbij op
vitale infrastructuur, d u u r z a m e (toekomstige) ruimtelijke o n t w i k k e l i n g e n r a m p e n b e h e e r s i n g . Deze
maatregelen zijn aanvullend op de maatregelen uit laag 1 (preventie).
O n d e r s t a a n d w o r d t nader ingegaan op de dijkenstrategie, n i e u w e Ruimte v o o r de riviermaatregelen,
systeemingrepen en meerlaagsveiligheid.
6.3. Voorkeursstrategie nader toegelicht
6.3.1
Dijkenstrategie
De oplossing v o o r de waterveiligheidsopgave v o o r de Neder-Rijn en Lek leunt in grote mate o p een
dijkenstrategie. Binnen die dijkenstrategie kan, afhankelijk van het risico, kosten, e t c , naar
innovatieve oplossingen gekeken w o r d e n (vb. Deltadijken of o v e r s t r o o m b a r e dijken) en een
klimaatrobuuste uitvoering. Zo zijn verschillende locaties aan te wijzen w a a r grote risicoreductie
mogelijk is d o o r innovatieve oplossingen zoals Deltadijken (Grebbedijk, en mogelijk A r n h e m - Z u i d , als
o n d e r d e e l van de Kop van de B e t u w e ) .
Bij veel dijktrajecten zijn de waterveiligheidsrisico's nu hoog v a n w e g e stabiliteitsproblemen, met
name veroorzaakt d o o r piping. Hier zijn dijkversterkingen nodig in de v o r m van dijkverbredingen
(geen dijkverhogingen).
In het westelijk deel van het gebied zullen o p termijn dijkverhogingen noodzakelijk zijn v a n w e g e
zeespiegelstijging en zetting, met name in dijkringen 15 (Lopikerwaard- en Krimpenerwaard) en 16
(Alblasserwaard).
Ten b e h o e v e van het oplossen van de stabiliteitsproblemen zetten we in o p :
1.
Het t o e p a s s e n van traditionele dijkversterkingen w a a r v o l d o e n d e ruimte is o m dijken te
versterken;
21
2.
Het t o e p a s s e n van constructieve e n / o f innovatieve technieken o m het ruimtebeslag van
stabiliteitsmaatregelen v a n w e g e piping aanzienlijk te v e r m i n d e r e n ;
3.
Het beter benutten van de buitendijkse mogelijkheden v o o r dijkversterkingen als er
binnendijks o n v o l d o e n d e of alleen zeer dure ruimte te vinden is.
4.
Het m e e n e m e n van hoge v o o r l a n d e n in de veiligheidsbeschouwing; dit kan de ruimtelijke
inpassingsopgave voor, op en achter de dijk (bebouwing) sterk v e r m i n d e r e n . Hiervoor
w o r d e n met name kansen gezien in de b e n e d e n l o o p van de Lek.
6.3.2 Nieuwe Ruimte voor de
riviermaatregelen
Grootschalige inzet van Ruimte voor de riviermaatregelen is niet efficiënt v o o r de Neder-Rijn en Lek.
Lokaal kunnen rivierverruimende maatregelen mogelijk w e l een bijdrage leveren aan de oplossing
van de waterveiligheidsopgave. Als een verkenning of planstudie voor een dijkverbetering w o r d t
gestart, verdient het o p een aantal plaatsen aanbeveling o m de bijdrage van rivierverruiming aan de
waterveiligheidsoplossing in b e s c h o u w i n g te n e m e n . Niet alleen o m d a t d a a r m e e een bijdrage aan
het verkleinen van de overstromingskans kan w o r d e n geleverd, maar ook o m d a t daarbij s l i m m e
combinaties van g r o n d s t r o m e n mogelijk zijn die bovendien een impuls kunnen geven aan de
ruimtelijke kwaliteit e n / o f andere b e l e i d s d o e l e n , zoals natuur en recreatie. In bijlage 1 w o r d t hier
nader op ingegaan.
6.3.3
Systeemingrepen
Het afgelopen jaar is gebleken dat de strategie ' s y s t e e m i n g r e p e n ' niet kansrijk is. M o m e n t e e l w o r d t
een fact finding afgerond voor de afvoerverdeling tussen Neder-Rijn en Lek, W a a l e n / o f IJssel. O p
basis van de fact finding w o r d e n nut en noodzaak van verder onderzoek naar het extra ontzien van
de Neder-Rijn en Lek b e o o r d e e l d . Afgesproken is o m bij de formulering van de voorkeursstrategie in
de g e b i e d s p r o c e s s e n deze systeemingreep niet m e e te n e m e n .
Een systeemingreep die w e l kansrijk is en waarschijnlijk o n d e r d e e l zal uitmaken van de
voorkeursstrategie van het d e e l p r o g r a m m a Rijnmond Drechtsteden is de verbetering van de faalkans
van de M a e s l a n t k e r i n g van 1:100 naar o p termijn 1:1.000 (waarschijnlijk niet e e r d e r dan 2070).
H i e r d o o r w o r d t vooral op het z e e g e d o m i n e e r d e deel van de Lek de stijging van de m a a t g e v e n d e
w a t e r s t a n d e n g e r e d u c e e r d (bij Krimpen aan den IJssel met 25 cm). De introductie van 'partieel
f u n c t i o n e r e n ' van deze kering kan e e r d e r o p e r a t i o n e e l zijn en levert globaal e e n zelfde resultaat op.
Deze maatregel stelt de noodzaak tot nieuwe dijkversterkingen in dit deel van de Lek uit, maar maakt
deze niet o n g e d a a n .
6.3.4
Meerlaagsveiligheid
In het Regioproces Neder-Rijn en Lek is g e c o n c l u d e e r d dat in het overstromingsgebied van de NederRijn en Lek de gevolgen van een o v e r s t r o m i n g verder g e r e d u c e e r d kunnen w o r d e n d o o r s l i m m e
ruimtelijke o r d e n i n g en gevolgbeperkende maatregelen (meerlaagsveiligheid). Ruimtelijke
o r d e n i n g s m a a t r e g e l e n zijn v o o r a l kansrijk bij n i e u w b o u w of renovatie, en w e l met name bij nieuwe
vitale en kwetsbare infrastructuur en objecten. Ook v o o r bestaande vitale en kwetsbare objecten is
het echter wenselijk o m maatregelen te n e m e n . M a a t s c h a p p e l i j k e ontwrichting kan d o o r dergelijke
maatregelen w o r d e n beperkt in geval van o v e r s t r o m i n g .
V o o r gebieden die snel (binnen 24 uur) en diep (> 2 meter) o v e r s t r o m e n , zijn kansen v o o r
meerlaagsveiligheid beperkt. Dit geldt v o o r een groot deel van het overstromingsgebied van de
Neder-Rijn en Lek, en met name v o o r de Alblasserwaard en K r i m p e n e r w a a r d . V o o r de
22
Alblasserwaard en K r i m p e n e r w a a r d geldt b o v e n d i e n dat er weinig ontsluitingen uit het gebied zijn,
w a a r d o o r evacuatiemogelijkheden v e r d e r w o r d e n beperkt.
In o n d e r s t a a n d e t a b e l zijn v o o r b e e l d e n van regionaal o n d e r z o e k en regionale invulling van
meerlaagsveiligheid o p g e n o m e n .
Gebied
Meerlaagsveiligheid
Provincie Utrecht
Op basis van de provinciale ruimtelijke
v e r o r d e n i n g m o e t in de ruimtelijke afweging
waterveiligheid m e e g e n o m e n w o r d e n bij n i e u w e
kwetsbare en vitale infrastructuur en
grootschalige n i e u w b o u w
Vianen
Proeftuin waarin m e d e
o v e r s t r o m i n g s r o b u u s t h e i d is m e e g e n o m e n
K r i m p e n e r w a a r d en A l b l a s s e r w a a r d
O n d e r z o e k naar kansen v o o r meerlaagveiligheid
waaruit is gebleken dat c o m p a r t i m e n t e r i n g ,
shelters etc. geen effectieve maatregelen zijn
v o o r deze g e b i e d e n , m e d e vanwege de
overstromingsdiepte en -snelheid.
M u l t i f u n c t i o n e l e dijken zijn kansrijk in de
Alblasserwaard.
Amsterdam
Project W a t e r b e s t e n d i g e W e s t p o o r t (zie kader
hoofdstuk 6)
Dijkring 43
Meerlaagsveiligheid pilot
V o o r buitendijkse ontwikkelingen (speelt a m p e r bij Neder-Rijn) is anticiperen op h o o g w a t e r uiteraard
ook van belang. M e t name de bestaande b e b o u w d e buitendijkse gebieden langs de Lek aan de
Alblasserwaardzijde zijn nu al kwetsbaar. De o v e r s t r o m i n g s d i e p t e n n e m e n toe vanwege
w a t e r s t a n d s t o e n a m e d o o r klimaatverandering. De v e r w a c h t e zeespiegelstijging zal dit versterken.
6.4 Waterveiligheidsmaatregelenpakket voorkeursstrategie
De hoofdlijn van het totale maatregelenpakket v o o r de Neder-Rijn en Lek is gebaseerd op de
dijkenstrategie. Er zijn dijkversterkingen nodig in de v o r m van dijkverbredingen. In het westelijk deel
van het gebied zullen op termijn ook dijkverhogingen noodzakelijk zijn v a n w e g e zeespiegelstijging en
doorgaande zetting, met name in dijkringen 15 (Lopikerwaard- en Krimpenerwaard) en 16
(Alblasserwaard).
O n d e r s t a a n d w o r d t per gebied nader ingegaan op het waterveiligheidsmaatregelenpakket.
Waterveiligheid
Centraal Holland (dijkringen 14,15
en 44)
T e k o r t k o m i n g e n aan de C-keringen in dit gebied leiden ertoe dat een overstroming vanuit de N e d e r Rijn en Lek zich niet tot één dijkring beperkt, maar over m e e r d e r e dijkringen tot diep in de Randstad.
De voorkeursstrategie bestaat uit de volgende hoofdkeuzes:
Grootschalig investeren in de C-keringen is geen kosteneffectieve maatregel en zou
b o v e n d i e n grote maatschappelijke impact h e b b e n .
23
In plaats daarvan w o r d t ingezet op risico gestuurde aanpak van de noordelijke Lekdijken
tussen A m e r o n g e n en S c h o o n h o v e n , waarbij ook lokaal m e e k o p p e l i n g met Ruimte v o o r de
riviermaatregelen w o r d t a f g e w o g e n . V o o r b e e l d e n van kansrijke ruimtelijke maatregelen zijn:
de S t e e n w a a r d , V e e r s t o e p Eist etc.
Als gevolg van deze keuzes w o r d e n de functie en status van de C-keringen langs de
gekanaliseerde Hollandse IJssel, het A m s t e r d a m - R i j n k a n a a l en het N o o r d z e e k a n a a l
(Spaarndammerdijk) h e r o v e r w o g e n .
Waterveiligheid Centraal Holland is inmiddels o p g e n o m e n in het nieuwe
H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a als z o g e n a a m d e projectoverstijgende verkenning. Daarin w o r d t
t o e g e w e r k t naar de uitwerking van een integrale oplossing op basis van bovenstaande h o o f d k e u z e s .
De bijgevoegde kaders zijn een nadere toelichting op de problematiek en oplossingsrichting v o o r
Centraal Holland.
Grebbedijk
Deltadijk
(dijkring
45)
Dijkring 45 kent een groot overstromingsrisico dat met relatief beperkte maatregelen aan de
Grebbedijk fors g e r e d u c e e r d kan w o r d e n : de Grebbedijk is een kansrijke locatie v o o r de toepassing
van het c o n c e p t Deltadijk d o o r het hoge overstromingsrisico, de geringe lengte van de Grebbedijk
(5,5 kilometer) en v a n w e g e de mogelijkheid van functiecombinaties.
Een significant hoger veiligheidsniveau v o o r de Grebbedijk kan een heroverweging van de nut en
noodzaak van de binnendijks gelegen Slaperdijk b e t e k e n e n .
In bijgevoegd kaders is een nadere toelichting o p de ambitie Grebbedijk als Deltadijk o p g e n o m e n .
Betuwe,
Tieler- en Culemborgerwaarden
(dijkring
43)
Uit de beschikbare informatie van Veiligheid N e d e r l a n d in Kaart (VNK) v o o r dijkring 43 blijkt dat
z o w e l de overstromingskans als de risico's v o o r dijkring 43 tot de hoogste van N e d e r l a n d b e h o r e n .
Uit de uitgevoerde M L V - s t u d i e v o o r dijkring 43 blijkt dat dijkversterkingswerken zeer kosteneffectief
de veiligheidsopgave oplossen.
V o o r de samenstelling van het maatregelenpakket is voornamelijk gekozen uit dijkversterkingen
o m d a t de klimaatopgave op dit deel van de riviertak zeer beperkt is. O m de veiligheidsopgave o p te
lossen (die voornamelijk uit stabiliteit en piping bestaat) zijn enerzijds ruimtelijke oplossingen niet
effectief en anderzijds relatief duur. Op lokaal niveau kan de dijkenstrategie w e l w o r d e n
g e c o m b i n e e r d met rivierverruiming, bv. w a n n e e r dit s l i m m e combinaties van g r o n d s t r o m e n mogelijk
maakt e n / o f m e e k o p p e l k a n s e n realiseert. V o o r het oplossen van de stabiliteits- en pipingopgave zijn
maatregelen noodzakelijk die de stabiliteit vergroten. Hierbij kan gedacht w o r d e n aan b e r m e n in
g r o n d , s c h e r m e n en innovatieve oplossingen. V o o r een constructie in grond w o r d t gekozen zodra dit
ter plekke een g o e d e oplossing is, voor een bijzondere constructie w o r d t gekozen zodra de situatie in
het terrein d a a r v o o r aanleiding geeft. Het is mogelijk dat de constructie in grond een te omvangrijke
constructie w o r d t die op weinig maatschappelijk draagvlak kan rekenen. Ook kan het zijn dat de
constructie in grond gezien de o m v a n g m e e r kosten met zich brengt dan een constructieve oplossing.
In die situaties w o r d t vooralsnog uitgegaan van m a a t w e r k o p l o s s i n g e n . De grond die noodzakelijk is
v o o r de grondoplossingen kan zo mogelijk w o r d e n g e w o n n e n in de u i t e r w a a r d e n . Hierbij w o r d t er
naar gestreefd deze op korte afstand van het te maken werk te w i n n e n . Het is hierbij mogelijk
eventuele inrichtingswensen (natuur en recreatie) in de u i t e r w a a r d e n mee te k o p p e l e n .
24
O p dit m o m e n t w o r d e n er in het traject H a g e s t e i n - O p h e u s d e n dijkversterkingswerken uitgevoerd.
Het waterschap streeft er naar de streek zo min mogelijk extra te belasten met
dijkversterkingswerkzaamheden. Echter urgentie bepaalt de volgorde van de w e r k e n .
Alblasserwaard
(dijkring
16)
Het waterveiligheidsmaatregelenpakket bestaat voornamelijk uit dijkverhogingen en -versterkingen.
Ingezet w o r d t op een groene inrichting van de dijken, dat wil zeggen dijken van grond en goed
passend bij het natuurlijke o p e n karakter van de A l b l a s s e r w a a r d - V i j f h e e r e n l a n d e n . In delen van de
dijken van de Alblasserwaard zijn multifunctionele dijken kansrijk (voorbeeld Streefkerk).
V o o r uitgebreide informatie over de Alblasserwaard w o r d t v e r w e z e n naar de rapportages van het
d e e l p r o g r a m m a Rijnmond D r e c h t s t e d e n .
Krimpenerwaard
Het waterveiligheidsmaatregelenpakket bestaat voornamelijk uit dijkverhogingen en -versterkingen.
Ingezet w o r d t op een groene inrichting van de dijken, dat wil zeggen dijken van grond en goed
passend bij het natuurlijke o p e n karakter van de K r i m p e n e r w a a r d .
V o o r uitgebreide informatie over de K r i m p e n e r w a a r d w o r d t v e r w e z e n naar de rapportages van het
d e e l p r o g r a m m a Rijnmond D r e c h t s t e d e n .
25
Waterveiligheid Centraal Holland
De problematiek
De problematiek van Centraal Holland draait om de grootschalige overstromingsrisico's voor een groot deel van de Randstad bij
overstromingen vanuit de Neder-Rijn/Lek. Het gebied is opgedeeld in 3 dijkringen (dijkringen 14,15 en 44) met verschillende
veiligheidsniveaus, waartussen zogenaamde categorie C-keringen liggen. Doordat deze categorie C-keringen te laag (op delen
meer dan 3 m te laag) en niet sterk genoeg zijn, beperkt een overstroming zich niet tot één dijkring, maar verspreidt het water
zich tot diep in de Randstad.
Dijkring 15
D i j k r i n g e n 1 4 , 15 e n 4 4
Dreiging vanuit buitenwater
(rivier, zee, meer)
Dreiging vanuit getijde
Hollandse IJssel
Dreiging door dijkring
overstijgende overstromingen
Dijkring 44
Primaire A-keringen
I
Primaire C-keringen
Het gebied van Centraal Holland en voorbeelden van dijkring overschrijdende overstromingsscenario's
vanuit de rivier
Hoofdkeuzes Waterveiligheid Centraal Holland
Geen grootschalige
maatregelen
C-keringen
Om de C-keringen tussen dijkringen 14,15 en 44 hun functie te laten
vervullen zijn grootschalige verbeteringen noodzakelijk. Deze verbeteringen zijn
zeer kostbaar en reduceren slechts voor een beperkt deel van het effectgebied
het overstromingsrisico. Bovendien hebben dergelijke maatregelen een zeer
grote maatschappelijke impact over het ca. 120 km lange traject. Een goed
voorbeeld daarvan is de oude kern van Oudewater waar de waterkering met
3 m omhoog zou moeten. In de voorkeursstrategie is daarom gekozen om van deze
grootschalige investeringen af te zien en alternatieve maatregelen voor te stellen
C-kering door Oudewater
Investeren
in de
Lekdijken
Als alternatief voor verbetering van de C-keringen wordt gekozen voor versterking van de 'voordeur', de primaire waterkeringen
van Amerongen tot Schoonhoven. Omdat voor deze waterkeringen ook een aanscherping van het beschermingsniveau wordt
voorzien is sprake van een kosteneffectieve combinatie van opgaven. Deze maatregel is niet alleen kosteneffectiever, maar op
deze wijze wordt ook een groter gebied beter beschermd. Bij de verbetermaatregelen worden slimme combinaties afgewogen
met de nog kansrijke Ruimte voor de riviermaatregelen en andere opgaven in het gebied. Voor een nadere analyse van de
verbeteropgave wordt verwezen naar het volgende kader: 'Waterveiligheid Centraal Holland en nieuwe normen'.
Heroverwegen
functie
en status
C-keringen
Het afzien van grootschalige verbetering van de C-keringen en de keuze voor verbetering van de 'voordeuren' van Centraal
Holland heeft tot gevolg dat de functie en status van de C-keringen worden heroverwogen. De actualisatie van het
waterveiligheidsbeleid door middel van de Deltabeslissing Waterveiligheid biedt hier de uitgelezen kans voor.
Project overstijgende verkenning Waterveiligheid Centraal Holland
Inmiddels is binnen het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma de projectoverstijgende verkenning Centraal Holland
opgestart. Doel daarvan is om op basis van bovengenoemde hoofdkeuzes tot een uitgewerkte integrale voorkeursvariant te
komen. De verkenning wordt in 2017 afgerond, waarna de verdere planfase kan worden doorlopen richting uitvoering.
Waterveiligheid Centraal Holland en nieuwe normen
Binnen het regioproces is met VNK instrumentarium indicatief in beeld gebracht wat de consequenties zijn van hogere
beschermingsniveaus en de overstap naar een overstromingskans voor de rivierdijken van Centraal Holland van Amerongen tot
Schoonhoven. Hiervoor zijn de door het programmabureau aangereikte analysenormen gebruikt van 1/10.000 en de
aangereikte informatie voor de waterstandsopgave (incl. invloed bodemdaling). Zoals aangegeven is deze analyse indicatief, met
name voor het mechanisme piping kunnen de resultaten nog aanzienlijk wijzigen.
Traject Amerongen - Nieuwegein (dijkring 44), 32 km
Voor het traject Amerongen-Nieuwegein voldoet in 2015 al 71% van het dijktraject aan de eisen wanneer wordt uitgegaan van
een totale overstromingskans van 1/10.000. Voor ca. 29 % geldt dat verbeteringen noodzakelijk zijn om de kans op
opbarsten/piping te verminderen. Vanwege de geringe waterstandsopgave en reeds aanwezige overhoogte voor dit traject zijn
dijkverhogingen niet nodig. Ook op langere termijn blijft dit beeld vrijwel gelijk doordat voor deze dijken de klimaatopgave
verwaarloosbaar is en bodemdaling slechts een geringe rol speelt.
2015
2050
(HWBP2 en RvS uitgevoerd)
32%
29%
• voldoet niet
11%
• voldoet niet
68%
• voldoet
voMotl
indicatieve verbeteropgave Amerongen-Nieuwegein
voor zichtjaren 2015 en 2050 bij een overstromingskans van 1/10.000
Traject Nieuwegein - Schoonhoven (rivier gedomineerd deel dijkring 15), 22 km
Voor het traject Nieuwegein-Schoonhoven voldoet in 2015 ca. 56% van het dijktraject aan de eisen wanneer wordt uitgegaan
van een nieuwe overstromingskansnorm van 1/10.000. Voor ca. 44 % geldt dat verbeteringen noodzakelijk zijn om met name
de kans op opbarsten/piping te verminderen en slechts zeer beperkt dijkverhoging. Door bodemdaling en in geringe mate de
invloed van zeespiegelstijging verschuift de verbeteropgave op langere termijn. Maatregelen zijn dan op een langer traject
noodzakelijk en in toenemende mate gaat het ook om andere faalmechanismen.
2015
2050
(HW8P2 en RvR uitgevoerd)
32%
I
56%
44%
• voldoet niet
voldoet
• voldoet niet
• voldoet
Indicatieve verbeteropgave Nieuwegein- Schoonhoven voor zichtjaren 2015 en 2050 bij een overstromingskans van 1/10.000
Risico gestuurde aanpak verbeteropgave
Op basis van bovenstaande analyse lijkt de omvang van de verbeteropgave voor Centraal Holland aanzienlijk (ca. 20 km in 2015
tot 26 km in zichtjaar 2050). De VNK analyses laten zien dat een slimme prioritering binnen de verbeteropgave mogelijk is. De
hoge overstromingskans van de rivierdijken van Centraal Holland wordt nu vooral veroorzaakt door een aantal dijkvakken (ca.
10 a 15 km) met een hoge faalkans. Door deze 'zwakkere schakels' als eerste te verbeteren kan de overstromingskans (en
daarmee het overstromingsrisico) aanzienlijk worden gereduceerd. Daarmee is dan de grootste stap op weg naar een hoger
beschermingsniveau gemaakt en kan in een later stadium door middel van verbetering van de overige vakken worden
toegewerkt naar het uiteindelijke nieuwe beschermingsniveau.
Waterveiligheid Gelderse Vallei
Ambities voor de Grebbedijk
De Gelderse Vallei strekt zich uit van Wageningen tot de Randmeren. De Gelderse Vallei kenmerkt zich door hoogwaardige
economische ontwikkeling en belangrijke infrastructuur. De regio Food Valley met de Wageningen Universiteit en de
dienstenstad Amersfoort zijn daarvan de belangrijkste dragers.
De Eem- en Randmeerdijken aan de noordkant en de Grebbedijk aan de zuidkant beschermen dit gebied tegen overstromingen.
De gevolgen zijn het grootst bij een overstroming vanuit de Neder-Rijn (Grebbedijk) en strekken zich uit over de hele Vallei. Bij
een doorbraak van de Grebbedijk is er een grote kans op een groot aantal dodelijke slachtoffers (300 a 1000) omdat vooral lage
delen van Veenendaal snel en diep inunderen. De verwachting is dat een doorbraak uiteindelijk 250.000 inwoners van de
Gelderse Vallei treft en er een directe schade op van circa € 10 mrd. Ook functioneren de A l , de A12 en spoorverbindingen niet
meer. De totale schade is geschat op € 27,8 mrd.
f
M l
ca
Verwachting* naai
lokaal Individu**! risico
(slachtoffers/laar)
Overstromingsdiepte
Gelderse Vallei
Verwochtingswaorde
bij overstromingskans
f «
V«h wachting* waarde
economisch* schade
p#r hectare t Em o (aar!
individueel
risico en economisch
E de
•
risico
in de huidige situatie (bron VNK)
De huidige veiligheidsnorm voor de Grebbedijk is onvoldoende. Vergaande maatschappelijke ontwrichting vraagt een hoog
beschermingsniveau. De uitgevoerde MKBA geeft als economisch optimum voor de Grebbedijk een beschermingsniveau van
1:160.000. Bij de uitwerking van de voorkeursstrategie is een analysenorm van 1/40.000 voor de Grebbedijk gehanteerd. Met
deze norm kan al een aanzienlijke reductie van het economisch risico worden bereikt. De maatschappelijke ontwrichting zoals
aangetoond met de MKBA en een grote kans op een grote groep slachtoffers vragen een hoger beschermingsniveau.
De bij de voorkeursstrategie betrokken regionale partijen geven een sterke voorkeur voor een norm van 1/100.000 waarmee de
Grebbedijk nagenoeg onbezwijkbaar is en zo zorgt voor een grote reductie van het economisch risico en groepsrisico. De norm is
haalbaar met alleen sterktemaatregelen mits het beleidsuitgangspunt dat bij een afvoer van de Rijn van 16.000 m3 er niet meer
water over de Neder-Rijn komt ook uitvoerbaar is. Onderstaande figuren geven inzicht in de risicoreductie bij een
overstromingskans van 1:100.000 ten opzichte van de in Veiligheid Nederland in Kaart (VNK) berekende referentiesituatie
(figuren boven).
•A12
Verwachting swaar
lokaal individueel ri
(slachtoffers/jaar)
•A12
Verwachting «waar de
economische schade
per hectare (euro/jaar)
| t0*-5 ICV-4
I > 5000
I >fO*->
Verwachtingswaarde
Lokaal individueel
risico en economisch risico bij verbetering
Grebbedijk
tot overstromingskans
1:100.000
Waterveiligheid Gelderse Vallei
Ambities voor de Grebbedijk
Omdat de opgave zich beperkt tot het versterken kan het karakter van de dijk in landelijk en stedelijk gebied in stand blijven. De robuustheid
van de dijk biedt kansen voor innovaties en verdere regionale ontwikkeling zoals een betere verbinding tussen de rivier en stedelijk
Wageningen en landschappelijke en natuurlijke meerwaarde in het landelijk gebied.
De regio met de provincies Utrecht en Gelderland, de gemeenten Wageningen en Rhenen maar ook Food Valley tot aan Amersfoort dragen
gezamenlijk de ambitie van de Grebbedijk als sterke, slimme en robuuste Grebbedijk. Sober en doelmatig maar toch met een hoog rendement
en met ruimte voor meekoppeling en integraliteit. De Grebbedijk als icoon en voorbeeld voor het Nationale Deltaprogramma.
Een grondige aanpak van de Stadsbrink en het Oïyropiaptein zijn
vanwege het omliggende vastgoed op korte termijn ntet haalbaar,
maar wel wenselijk Binnen de termijn van de structuurvisie
wordt de Stadsbrink wel aantrekkelijker gemaakt met een
gjoenere inrichting van de openbare ruimte
Ook de zuidwestelijk rand van het centrum vraagt om een
impuls Wageningen ncht zich in de toekomst sterker op
de kwaliteiten van de Rijn en de Grebbedijk Een belangrijk
aandachtspunt is de hoek Grebbedijk Rijnhaven en Costerweg
De potentiële kwaliteit van de ligging aan de Grebbedijk en de
Rijn wordt niet zichtbaar in de stad- Juist waar de binnenstad de
Grebbedijk en de uitwaarden raakt, domineren een ingewikkelde
verkeersknoop en vervallen bebouwing het begld- Het stuk
Grebbedijk.Ung% de
HHpMB«
de ?t?nige uitstraling
erkeer uit de toon binnen de groene route
rebbeberg en Wageningse Berg De kop van de haven
kan worden ontwikkeld voor de recreatie Dereeds ingezette
transformatie en verschuiving van bedrijfsactiviteiten past
in dit beeld De Grebbedijk kan hiermee een aantrekkelijkere
recreatieve route worden Dit alles vraagt om een gebiedsgerichte
1
aanpak. De ontwikkeling van de Deltadijk kan de aanjager zijn
voor deze ontwikkelingen
' De Crebb-1 I moei in bei kader v u bet Deltaprotratntna worden versterkt
Vtrittrkmg Bmntrutad transformaru van tk Socrdrand van lm centrum, gotdt
ntrsvtrbtndingtn naar d* Campus, htt gezicht naar de rmtr ftn kop van de Rijnhaven)
Bron: ontwerp Structuurvisie gemeente Wageningen februari 2013
6.5 Fasering in maatregelenpakket
In de Regioprocessen w o r d e n de maatregelenpakketten samengesteld v o o r de p e r i o d e n 2 0 1 5 - 2 0 3 0 ,
2031-2050 en 2 0 5 1 - 2 1 0 0 . Tot 2028 is geld beschikbaar v o o r waterveiligheid in het kader van het
Deltafonds.
O n d e r s t a a n d w o r d t ingegaan op de fasering van het waterveiligheidsmaatregelenpakket.
6.5.1 Waterveiligheidsmaatregelen tot 2030
T.a.v. de volgende maatregelen v o o r het Regioprocesgebied adviseren wij dat deze v o o r de periode
tot 2030 zullen plaatsvinden o m de overstromingsrisico's in het gebied te r e d u c e r e n :
1.
M a a t r e g e l e n in het kader van W a t e r v e i l i g h e i d Centraal Holland. De maatregelen w o r d e n
o p g e n o m e n in het Regioadvies en nader uitgewerkt in de Projectoverschrijdende V e r k e n n i n g
W a t e r v e i l i g h e i d Centraal Holland, in het kader van het n i e u w e
Hoogwaterbeschermingsprogramma;
2.
Grebbedijk als Deltadijk;
3.
M a a t r e g e l e n aan risicovolle dijktrajecten (met name vanwege piping). Of en o m w e l k e
trajecten het gaat w o r d t in het kader van het vrijkomen van de V N K - s t u d i e (Veiligheid
N e d e r l a n d in Kaart) de k o m e n d e tijd duidelijker. O p basis van de huidige inzichten zal dit,
naast de al g e n o e m d e dijkringen o n d e r punt 1 en 2, waarschijnlij gaan s p e l e n in de dijkringen
43 en 16.
4.
Ruimtelijke maatregelen o m tot een overstromingsrobuustere inrichting van het
o v e r s t r o o m b a r e achterland van de Neder-Rijn en Lek te k o m e n (mede gericht op de
kwetsbare en vitale infrastructuur) en maatregelen die leiden tot verbetering van de
r a m p e n b e h e e r s i n g . Het project W e s t p o o r t (Amsterdam) is een v o o r b e e l d hoe kan w o r d e n
omgegaan met deze invulling van Meerlaagsveiligheid.
W e gaan er bij het opstellen van deze maatregelenlijst vanuit dat er een n i e u w e n o r m e r i n g komt,
waarbij een aantal gebieden een hogere normering krijgt v a n w e g e hoge slachtofferrisico's e n / o f
e c o n o m i s c h e risico's in geval van overstroming.
6.5.2 Waterveiligheidsmaatregelen tussen 2031 - 2050
De waterveiligheidsmaatregelen v o o r de Neder-Rijn en Lek zijn gericht o p :
1.
Dijktrajecten verbeteren o m uiterlijk in 2050 aan de nieuwe w a t e r v e i l i g h e i d s n o r m te
voldoen;
2.
Het k o m e n tot e e n o v e r s t r o m i n g s r o b u u s t e r e inrichting van het o v e r s t r o o m b a r e achterland
van de Neder-Rijn en Lek d o o r ruimtelijke m a a t r e g e l e n ;
3.
Het v e r b e t e r e n van de r a m p e n b e h e e r s i n g .
6.5.3 Waterveiligheidsmaatregelen tussen 2051 - 2100
De waterveiligheidsmaatregelen v o o r en v a n w e g e de Neder-Rijn en Lek bestaan uit:
30
1.
Het verbeteren van de dijktrajecten die niet m e e r aan de n o r m v o l d o e n (met name d o o r
zetting en zeespiegelstijging);
2.
3.
M a a t r e g e l e n o m de afspraken over de afvoerverdeling over de Rijntakken te b o r g e n ;
5
Het k o m e n tot een overstromingsrobuustere inrichting van het o v e r s t r o o m b a r e achterland
van de Neder-Rijn en Lek d o o r ruimtelijke m a a t r e g e l e n ;
4.
6.6.
Het verbeteren van de r a m p e n b e h e e r s i n g .
Meekoppelkansen
Meekoppelkansen waterveiligheidsmaatregelen bij de rivier
Vanuit de regio w o r d t ingezet o p het o p t i m a a l benutten van m e e k o p p e l k a n s e n bij dijkversterkingen,
z o w e l bij de maatregel aan de dijk zelf, als buitendijks, en een integrale aanpak.
M e e k o p p e l k a n s e n die breed zijn g e n o e m d zijn:
- verbetering van de verkeersveiligheid op dijken d o o r splitsing van fietsverkeer en g e m o t o r i s e e r d
verkeer;
- het m e e k o p p e l e n van buitendijkse ontwikkelingen voor natuur en recreatie;
- het v e r b e t e r e n van het contact van (historische) waterfronten met de rivier d o o r herinrichting van
de openbare ruimte;
- koppeling met e c o n o m i s c h e ontwikkelingen aan w a t e r en dijk;
- het aanbrengen van ecologisch waardevolle gradiënten (mede via inzet op kruidenrijkere vegetaties
op de dijken, w a a r d o o r tevens de dijkbekleding stabieler wordt).
Er zijn nu overigens geen grootschalige ontwikkelingen langs de rivier v o o r z i e n die g e c o m b i n e e r d
kunnen w o r d e n met de waterveiligheidsmaatregelen, met uitzondering van ontwikkelingen in de
gemeente Wageningen.
Een integrale aanpak komt tot stand d o o r koppeling van de waterveiligheidsmaatregelen met
maatregelen in het kader van z o e t w a t e r (speelt bij s o m m i g e inlaatpunten naar het regionale
w a t e r s y s t e e m zoals bij de K r o m m e Rijn en het Valleikanaal), gebruik van grondstoffen (bijvoorbeeld
vrijkomend bij Ruimte v o o r de riviermaatregelen en natuurontwikkeling) v o o r dijkversterkingen etc.
Nu kan overigens veelal niet exact w o r d e n aangegeven welke m e e k o p p e l k a n s e n spelen o m d a t niet
exact bekend is welke maatregelen gaan plaatsvinden, en wat voor betekenis dit heeft v o o r o.a. de
locatie, hoogte en breedte van de dijken en op welke termijn eventuele maatregelen gaan
plaatsvinden. G e m e e n t e n willen dit graag concreter in beeld h e b b e n , en kunnen dan beter eventuele
m e e k o p p e l k a n s e n aangeven.
5
Het betreft maatregelen om te blijven voldoen aan de beleidskeuze in de PKB Ruimte voor de Rivier en het Nationaal Waterplan om bij
een toename van de maatgevende afvoeren in de toekomst de Neder-Rijn en Lek te ontzien (maatregelen bij splitsingspunten?). De
regelwerken bij de splitsingspunten geven op de lange termijn onvoldoende sturingsmogelijkheden. Keuzes over de uitvoering van
ruimtelijke maatregelen (in het bijzonder Rijnstrangen) rond de splitsingspunten hebben effect op deze toekomstige afvoerverdeling.
31
G e m e e n t e n h e b b e n aangegeven diverse kansen te zien v o o r m e e k o p p e l i n g (zie bijgevoegde kaart).
Bij ruimte v o o r de rivierprojecten w o r d e n veel m e e k o p p e l k a n s e n gezien, evenals bij de Deltadijken.
Bij W a g e n i n g e n w o r d e n bijvoorbeeld kansen bij de Grebbedijk als Deltadijk gezien v o o r ontwikkeling
van de jachthaven en revitalisering van het bedrijventerrein N u d e p a r k e n . Bij dijkversterkingen
betreft het veelal lokalere kleinschaligere m e e k o p p e l k a n s e n .
Bij de g e m e e n t e n W a g e n i n g e n , Wijk bij Duurstede en N i e u w e g e i n vinden reeds overleggen tussen de
regionale o v e r h e d e n plaats over de waterveiligheidsmaatregelen in relatie tot m e e k o p p e l k a n s e n .
Meekoppelkansen meerlaagsveiligheid
M a a t r e g e l e n binnendijks o m de gevolgen van o v e r s t r o m i n g te b e p e r k e n , zullen veelal mee m o e t e n
k o p p e l e n met niet-waterveiligheidsmaatregelen, m e d e vanwege de betaalbaarheid e r v a n .
M e e k o p p e l k a n s e n liggen er bij de aanleg of renovatie van s n e l w e g e n , r o n d w e g e n , evacuatieroutes
en andere vitale en kwetsbare objecten en infrastructuur, bedrijventerreinen, w o o n w i j k e n ,
b o d e m s a n e r i n g e n , vergunningverlening in het kader van de W e t m i l i e u b e h e e r etc.
Een voorbeeldproject v o o r meerlaagsveiligheid is het project A m s t e r d a m W e s t p o o r t , zie kader o p
volgende pagina.
V o o r dijkring 43 is in 2010 een gebiedspilot meerlaagsveiligheid o p g e l e v e r d . In deze pilot zijn
verschillende maatregelen verkend in het kader van meerlaagsveiligheid, w a a r o n d e r een
compartimenteringsdijk langs het A m s t e r d a m - R i j n k a n a a l . G e b l e k e n is dat maatregelen in de t w e e d e
laag (duurzame inrichting) en derde laag (calamiteitenbeheersing) aanvullend en niet inwisselbaar
zijn voor maatregelen in laag 1 (preventie). D a a r m e e richt de voorkeurstrategie zich o p maatregelen
in laag 1 en zijn de maatregelen uit de pilot niet verder m e e g e n o m e n in het Regioproces richting
voorkeurstrategie. De resultaten uit de pilot blijven echter w e l relevant en kunnen bij een verdere
uitwerking van meerlaagsveiligheid w o r d e n m e e g e n o m e n .
In het kader van het Regioproces zijn er v o o r meerlaagsveiligheid verschillende specifieke
gebiedspilots uitgevoerd, w a a r o n d e r v o o r de Kop van de B e t u w e . Het d o e l van de pilots is o m te
v e r k e n n e n of er lokaal mogelijkheden zijn en of er aan de hand van de pilots generieke uitspraken
over meerlaagsveiligheid mogelijk zijn. De gegevens van deze pilots w o r d e n n o v e m b e r 2013 bekend
en indien relevant in dit regio advies verwerkt na de consultatie periode.
32
Voorbeeldproject meerlaagsveiligheid
Waterbestendige Westpoort
Westpoort in het havengebied van Amsterdam ligt in dijkring 44. Het gebied overstroomt bij een doorbraak van de dijk langs de NederRijn/Lek of een doorbraak bij IJmuiden. In samenwerking met het Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering is onderzocht wat de
gevolgen van een overstroming zijn voor de vitale infrastructuur en kwetsbare objecten in het gebied zelf en daarbuiten.
Het havengebied herbergt een groot aantal vitale en kwetsbare functies die van cruciaal belang zijn voor het functioneren van de stad
Amsterdam en haar omgeving. Op wereldschaal is het de grootste benzine- en cacaohaven. Op de schaal van de stad is er naast een
elektriciteitscentrale ook de aantakking op het landelijk elektriciteitsnetwerk en de distributie van elektriciteit naar de stad gesitueerd. Verder
wordt het grootste deel van het afvalwater van de stad in het havengebied gezuiverd. Het havengebied bevat ook een groot aantal risicovolle
bedrijven vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Vanuit de haven wordt de luchthaven Schiphol via een
pijpleiding van kerosine voorzien. Daarnaast is het gebied rondom station Sloterdijk als internethub aantrekkelijk voor de vestiging van diverse
datacentra.
Uit interviews met bedrijven blijkt dat ze zich niet bewust zijn van het overstromingsgevaar. De gevolgen zullen echter zeer groot zijn. Niet
alleen in het havengebied zelf, maar in de hele regio. Tweederde van Amsterdam zal bijvoorbeeld zonder stroom komen te zitten waardoor
veel meer vitale functies in de regio uitvallen. Al deze zogenaamde 'keteneffecten' zijn in beeld gebracht, evenals de benodigde hersteltijden
na een overstroming.
Bij een overstroming van Westpoort zijn verschillende handelingsperspectieven denkbaar. Er kan worden ingezet op een collectieve versus
een individuele aanpak met als doel doorfunctioneren of evacuatie in combinatie met snel herstel. In vier strategieën zijn zo de meeste
kansrijke maatregelen geïdentificeerd. Daarbij is specifiek gekeKen naar meekoppelkansen. Waar worden investeringen gedaan in het gebied
en hoe kunnen maatregelen in het kader van een robuuste waterbestendige inrichting van Westpoort hier op meeliften?
Uit de studie blijkt dat er veel winst is te behalen als vitale netwerken bij een overstroming door kunnen functioneren. Het betreft het
elektriciteitsnetwerk, de (tele)communicatienetwerken, het afvalwaternetwerk en een netwerk van evacuatieroutes.
Daarnaast blijkt dat een goede voorbereiding op een overstroming het halve werk is. Het tijdig doordenken van het overstromingsscenario zou
een vast onderdeel moeten uitmaken van elke bedrijfsvoering van vitale en kwetsbare functies in overstromingsgevoelige gebieden.
VITALE EN KWETSBARE OBJECTEN WESTPOORT
FUNCTIONEREN VAN DE STAD 4 REGIO
UZ
i
\
•
"
,4
f
!•
\
\
33
i
7. B e s c h o u w i n g e n e n v e r v o l g
7.1. Belangrijke aandachtspunten
Aandachtspunten vanuit bestuurders van waterschappen en gemeenten t.a.v. maatregelenpakket
Vanuit bestuurders van w a t e r s c h a p p e n en g e m e e n t e n is een aantal a a n d a c h t s p u n t e n in de
gebiedsprocessen naar voren gebracht:
•
In g e b i e d e n w a a r nu een dijkversterking plaatsvindt of recentelijk een dijkversterking heeft
p l a a t s g e v o n d e n , w o r d t het als onwenselijk gezien o m hier op korte termijn terug te k o m e n
v o o r n i e u w e dijkversterkingen v a n w e g e de impact ervan v o o r a a n - en o m w o n e n d e n . M o c h t
dit t o c h nodig zijn vanwege waterveiligheidsrisico's dan is een zeer g o e d e o n d e r b o u w i n g en
een uiterst zorgvuldige c o m m u n i c a t i e nodig.
Het is wenselijk dat noodzakelijke dijkversterkingen t o e k o m s t b e s t e n d i g plaatsvinden, zodat
m e n niet w e e r na een relatief beperkt aantal jaar terug komt. Bij de huidige dijkversterking
H a g e s t e i n - O p h e u s d e n w o r d t hierop ingespeeld d o o r te anticiperen op n i e u w e pipingregels,
o m te v o o r k o m e n dat hier binnen relatief korte tijd een volgende dijkversterking nodig is. Bij
de dijkversterking Kinderdijk - S c h o o n h o v e n s e Veer w o r d t de dijken zoveel mogelijk flexibel
uitbreidbaar g e b o u w d v o o r de t o e k o m s t . Ook dijkversterkingen van z o ' n 17 jaar w o r d e n
overigens d o o r s o m m i g e bestuurders als vrij recentelijk b e s c h o u w d . Sinds die tijd zijn e c h t e r
n i e u w e inzichten en m e t h o d e n beschikbaar g e k o m e n over de sterkte van de dijken en de
mogelijke gevolgen van een o v e r s t r o m i n g v o o r het gebied achter de dijk. Deze leiden m e d e
tot e e n n i e u w e w a t e r v e i l i g h e i d s n o r m e r i n g op basis van een risicobenadering en het recente
inzicht dat het m e c h a n i s m e 'piping' risicovoller is v o o r de sterkte van de dijken dan m e n
v o o r h e e n dacht.
•
Het is van groot belang dat de uitwerking van de waterveiligheidsmaatregelen in n a u w e
s a m e n w e r k i n g tussen de verschillende overheidslagen (gemeente, w a t e r s c h a p , provincie en
Rijk) plaatsvindt. Gezamenlijke uitwerking moet een uitgangspunt zijn, zeker bij mogelijke
n i e u w e Ruimte v o o r de rivierprojecten, Deltadijken en stadsfronten.
•
De waterveiligheidsmaatregelen w o r d e n gevoeld als abstract. M e n wil graag w e t e n w a t een
en ander betekent in locatie, hoogte en breedte van de waterveiligheidsmaatregel.
•
T.a.v. de waterveiligheidsmaatregelen zijn veel vragen gesteld over de urgentie ervan in
relatie tot het op z'n vroegst rond 2020 uitvoeren van maatregelen.
•
Dijkversterkingen w o r d e n gevoeld als een noodzakelijk iets wat op g e m e e n t e n afkomt.
•
De hoogwaters van 1993 en 1995 zijn d o o r veel bestuurders intensief beleefd en roepen
vragen op. T o e n h e b b e n de dijken het t o c h ook g e h o u d e n , w a a r o m ligt er dan nu w e e r een
waterveiligheidsopgave? Ook over locaties w a a r in 1 9 9 3 / 1 9 9 5 n o o d m a a t r e g e l e n zijn
getroffen of g e b i e d e n die o n d e r w a t e r zijn g e l o p e n , zijn veel vragen gesteld.
•
M o g e l i j k h e d e n v o o r nieuwe Ruimte v o o r de rivierprojecten w o r d e n gezien. V o o r s o m m i g e
locaties is er vanuit diverse partijen (veel) draagvlak v o o r (bv. Steenwaard). Ook
mogelijkheden v o o r m e e k o p p e l k a n s e n w o r d e n gezien.
•
Langs de C-keringen van Centraal Holland is bij g e m e e n t e n de behoefte o m te anticiperen op
de hoofdkeuzes v o o r Centraal Holland en de d a a r v o o r benodigde wijzigingen in de W e t ,
zodat gemeentelijke projecten langs de c-kering m i n d e r knelpunten o n d e r v i n d e n met de
34
reserveringszone langs deze keringen. M o m e n t e e l w o r d t met het waterschap en het
M i n i s t e r i e overleg g e v o e r d over de mogelijkheden, m e d e naar aanleiding van een motie in
de T w e e d e K a m e r hierover.
Onzekerheden
Dit Regioadvies is gemaakt terwijl er nog een aantal o n z e k e r h e d e n is ten aanzien van de
waterveiligheidsopgave. Deze o n z e k e r h e d e n mogen niet leiden tot stagnatie van lopende en op te
starten waterveiligheidsprojecten, zoals bijvoorbeeld de projectoverstijgende V e r k e n n i n g
waterveiligheid Centraal Holland. Enkele belangrijke o n z e k e r h e d e n zijn:
•
V o o r de Neder-Rijn en Lek is de nieuwe normering in sterke mate bepalend v o o r de
waterveiligheidsopgave. O p dit m o m e n t is de uitkomst van de nieuwe normering nog niet
definitief. In het kader van de Deltabeslissing Waterveiligheid komt hierover meer
helderheid.
•
In de stuurgroep Delta Rijn van n o v e m b e r 2013 is bevestigd dat er op dit m o m e n t geen
aanleiding is de afvoerverdeling te herzien. De k o m e n d e jaren w o r d t w e l nader o n d e r z o e k
naar dit o n d e r w e r p uitgevoerd. Het blijft d a a r m e e een punt van aandacht.
•
Via adaptief D e l t a m a n a g e m e n t zal flexibel ingespeeld w o r d e n o p een v e r a n d e r e n d e
wateropgave v a n w e g e :
- de ontwikkeling van klimaatverandering en zeespiegelstijging;
- de morfologische ontwikkeling van de L e k b o d e m en de invloed hiervan o p de maatgevende
hoogwaterstanden.
•
V o o r de Neder-Rijn en Lek is het w a a r b o r g e n van het beleidsmatige uitgangspunt o m de
3
Neder-Rijn en Lek b o v e n de 16.000 m / s bij Lobith te ontzien van het grootste belang. Of hier
op lange termijn (na 2050) aan kan w o r d e n voldaan is nog onzeker. Dit vergt continue
monitoring en mogelijk op basis daarvan aanvullende ingrepen bij de splitsingspunten.
•
V o o r dijkringen 16 en 43 zijn de VNK-resultaten nog niet beschikbaar. De consequenties van
de overstromingskansbenadering zijn d a a r o m nog niet duidelijk.
•
Niet zeker is of de huidige dijkversterkingsprojecten in het kader van Ruimte voor de Rivier
de pipingopgave volledig invullen.
Stadsfronten en waterveiligheidsmaatregelen
De stadsfronten v e r d i e n e n bijzondere aandacht vanwege de moeilijke inpassing van
waterveiligheidsmaatregelen: v o o r Nieuwegein (Vreeswijk), Wijk bij Duurstede en W a g e n i n g e n
vinden hiertoe al overleggen plaats tussen w a t e r s c h a p , provincie en g e m e e n t e .
Waterveiligheidsprojecten die bestuurlijke aandacht verdienen (parels)
T.a.v. de Neder-Rijn en Lek zijn in het Bestuurlijk overleg Neder-Rijn en Lek o p 18 s e p t e m b e r 2013
diverse projecten g e n o e m d die bestuurlijke aandacht v e r d i e n e n :
- Waterveiligheid Centraal H o l l a n d : v a n w e g e de V e r k e n n i n g Waterveiligheid Centraal Holland heeft
dit project al de nodige a a n d a c h t ;
- Grebbedijk als Deltadijk;
- W e s t p o o r t bij A m s t e r d a m (vanwege meerlaagsveiligheid).
Deze projecten zijn beschreven kaders in hoofdstuk 6.
35
7.2 Hoe nu verder?
Planning
Actie
Dec. 2 0 1 3 - f e b . 2014
Bestuurlijke consultatie, m e d e over het Regioadvies
2014 -2017
Projectoverstijgende V e r k e n n i n g Waterveiligheid Centraal Holland
12 maart 2014
Bestuurlijk overleg Regioproces Neder-Rijn en L e k , waarin m e d e de
uitkomsten van de bestuurlijke consultatie w o r d e n b e s p r o k e n , en het
hiertoe eventueel aangepaste Regioadvies w o r d t vastgesteld.
17 april 2014
Vaststelling advies d e l t a p r o g r a m m a rivieren, 9 0 % versie, over
D e l t a p r o g r a m m a 2015 in Stuurgroep DeltaRijn
16 s e p t e m b e r 2014
V r i j k o m e n D e l t a p r o g r a m m a 2015
D e c e m b e r 2014
Vaststelling o n t w e r p van opvolger Nationaal W a t e r p l a n , met hierin
definitieve verankering Deltabeslissingen
D e c e m b e r 2015
Vaststelling van opvolger Nationaal W a t e r p l a n , met hierin definitieve
verankering Deltabeslissingen
2017
N i e u w e w a t e r v e i l i g h e i d s n o r m e n wettelijk van kracht
2017
Vierde toetsing primaire waterkeringen
2017
Aanpassing provinciale w a t e r v e r o r d e n i n g e n en keur en leggers van
w a t e r b e h e e r d e r s o m de alternatieve status van de C-keringen vast te
leggen
Eind 2017
Alle v o o r de Neder-Rijn en Lek relevante projecten in het kader van het
T w e e d e H o o g w a t e r b e s c h e r m i n g s p r o g r a m m a en Ruimte v o o r de rivier zijn
afgerond
2018
Hoogwaterbeschermingsprogramma
Uiterlijk 2050
Alle primaire waterkeringen en kunstwerken v o l d o e n aan n i e u w e
waterveiligheidsnormen
36
planfase
Bijlage 1
Kansen voor nieuwe Ruimte voor de rivierprojecten langs de Neder-Rijn en
Lek?
In de PKB Ruimte v o o r de Rivier is g e c o n c l u d e e r d dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden o m m e t
ruimtelijke e n / o f technische maatregelen de afvoercapaciteit van de Neder-Rijn en Lek te vergroten.
Dit heeft geleid tot het besluit o m de afvoer over de Neder-Rijn en Lek te begrenzen bij e e n
3
maatgevende Rijnafvoer bij Lobith van 16.000 m / s ; bij een verdere verhoging van de maatgevende
Rijnafvoer gaat het surplus over de W a a l e n / o f IJssel.
B e n e d e n s t r o o m s van Vianen zijn n i e u w e Ruimte v o o r de Rivierprojecten geen optie. Er zijn
nauwelijks uiterwaarden a a n w e z i g of ze zijn beperkt in o m v a n g . Binnendijkse ruimtelijke
maatregelen zijn geen optie v a n w e g e technische aspecten (nieuwe dijken o p veenondergrond) en
landschappelijke en financiële consequenties.
B o v e n s t r o o m s van V i a n e n is er een beperkt aantal mogelijkheden v o o r n i e u w e Ruimte v o o r de
rivierprojecten. Deze projecten kunnen aansluiten bij ambities vanuit natuur, recreatie, zand- en
kleiwinning, etc. Er zijn echter nu geen grootschalige ontwikkelingen v o o r z i e n , die g e c o m b i n e e r d
kunnen w o r d e n met n i e u w e Ruimte v o o r de riviermaatregelen.
Binnen het Regioproces Nederrijn-Lek is o n d e r z o c h t of inzet van ruimtelijke maatregelen kan
bijdragen aan de voorkeursstrategie.
In juni 2013 is een aantal Ruimte v o o r de riviermaatregelen (uit de ' b l o k k e n d o o s ' , die gemaakt is
v o o r Ruimte v o o r de Rivier) ambtelijk en bestuurlijk met de g e m e e n t e n b e s p r o k e n . M a a t r e g e l e n
w a a r v a n aangegeven is dat hier (zeker) geen draagvlak v o o r bestaat, zijn vervolgens geschrapt. T w e e
potentiële n i e u w e Ruimte v o o r de riviermaatregelen bij de S t e e n w a a r d en Vianen zijn d o o r de
g e m e e n t e n ingebracht.
O n d e r z o c h t is vervolgens of deze rivierverruimende maatregelen efficiënt zijn o m de
waterveiligheidsopgave van de Neder-Rijn en Lek mee op te lossen i.p.v. maatregelen aan de dijken.
Uit die analyse blijkt dat grootschalige inzet van Ruimte v o o r de riviermaatregelen niet efficiënt is
v o o r de Neder-Rijn en Lek. Redenen hiervoor zijn:
•
3
Doordat de Lek w o r d t ontzien bij afvoeren hoger dan 16.000 m / s bij Lobith is de invloed van
klimaatverandering b o v e n s t r o o m s van V i a n e n , het deel w a a r rivierverruiming nog mogelijkheden
biedt, nauwelijks m e r k b a a r ;
•
O p het traject w a a r n i e u w e Ruimte v o o r de riviermaatregelen kunnen spelen, bestaat de
waterveiligheidsopgave met name uit een opgave die v o o r t k o m t uit de actualisering van de
beschermingsniveaus en het reduceren van de pipingproblematiek. De maatregelen die hierbij
horen zullen e e r d e r in de v o r m van sterkere dijken w o r d e n gerealiseerd, en niet in hogere dijken.
V o o r die sterkte problematiek bieden ruimtelijke maatregelen geen sluitende oplossing;
•
De kosten v o o r rivierverruiming zijn naar v e r w a c h t i n g een factor 2 of m e e r hoger, terwijl
d a a r m e e nog altijd substantiële dijkmaatregelen nodig blijven v a n w e g e de sterkte van de dijken.
37
Het bovenstaande betekent echter niet dat de focus alleen maar op de dijken m o e t k o m e n te liggen.
Lokaal kunnen rivierverruimende maatregelen mogelijk w e l een bijdrage leveren aan de oplossing
van de waterveiligheidsopgave:
daar w a a r waterstandsverlaging daadwerkelijk bijdraagt aan de oplossing;
met name daar w a a r de kosten v o o r rivierverruiming relatief beperkt zijn en
vanuit de toetsing de dijk slechts in beperkte mate m o e t e n w o r d e n
verbeterd;
daar w a a r vanuit een bredere opgave ingrepen in het g e b i e d g e b e u r e n ;
daar w a a r e e n s l i m m e c o m b i n a t i e kan w o r d e n gemaakt met g r o n d s t r o m e n
t.b.v. dijkversterking.
Als een v e r k e n n i n g of planstudie voor een dijkverbetering w o r d t gestart, verdient het op een aantal
plaatsen dus aanbeveling o m de bijdrage van rivierverruiming aan de oplossing in b e s c h o u w i n g te
n e m e n , niet alleen o m d a t d a a r m e e een bijdrage aan het verkleinen van de overstromingskans kan
w o r d e n g e l e v e r d , maar ook o m d a t daarbij s l i m m e combinaties van g r o n d s t r o m e n mogelijk zijn die
e e n impuls k u n n e n geven aan de ruimtelijke kwaliteit.
M e d e maatregelen waarvan de kosten relatief laag zijn in relatie tot hun bijdrage aan de
waterveiligheidsopgave, verdienen nadere studie (bv. D o m s w a a r d en Stuweiland M a u r i k (gemeente
Utrechtse Heuvelrug); Schalkwijkerbuitenwaard (gemeente Houten); V e e r s t o e p Eist (gemeente
Buren), kades r o n d o m b e n e d e n s t r o o m s e plas).
38
Bijlage 2 Bestuurlijk Overleg Regioproces Neder-Rijn en Lek
Organisatie
Bestuurlijk Overleg
Regioproces
Ook in
Stuurgroep
Delta Rijn?
X
Provincie Utrecht
Ralph de Vries (vz)
Provincie ZuidHolland
Han Weber/
Chris Verwijs
-
Steven Krol/
Joop Beijersbergen
Provincie Gelderland
Josan Meijers/
Jaap Ruiter
X
Suzanne Riezebos
Provincie NoordHolland
Joke Geldhof
-
Conny van Zuijlen
Waterschap Vallei en
Veluwe
Dick Veldhuizen
X
Eddy Steenbergen
Hoogheemraadschap
De Stichtse
Rijnlanden
Patrick Poelmann
X
Marco van Schaik/
Paul Neijenhuis
Waterschap Amstel,
Gooi en Vecht
Hoogheemraadschap
Rijnland
Hoogheemraadschap
Schieland en de
Krimpenerwaard
Johan de Bondt
X
Rob Koeze
Thea de Roos
-
Rik Sonneveldt
Hans Oosters/
Ger de Jonge
-
Arnold van der Kraan/
Rob Taffijn
Waterschap
Rivierenland
Rijkswaterstaat
Midden-Nederland
Roelof Bleker
X
Myra Kremer/
Evert Hazenoot
Theo van de Gazelle
-
Irma Metaal
Ambtelijke
begeleidingsgroep
Marjolein Braam (vz)
Jan Willem Vrolijk
Wilma Timmers
Ria van Rossum
Anouk te Neijenhuis
Rijk
Mattie Busch
Veiligheidsregio
Utrecht
Patrick van den Brink
en
Joost van Oostrum
-
Elsbeth Beeke
Programmabureau
Deltaprogramma
Rivieren
Deltaprogramma
RijnmondDrechtsteden
Lilian van den Aarsen
X
Josan Tielen
Jan Willem Vrolijk
Dirk van Schie
Emmy Meijers
Gemeente
Amsterdam
Carolien Gehrels
-
Camiel van Drimmelen
Gemeente Houten
Herman Geerdes
X
Gemeente
Ouderkerk aan den
Ria BoereSchoonderwoerd
-
Marco Harms
Jos Lansbergen/
Arie Haasnoot
Ussel
Gemeente
Wageningen
Lex Hoefsloot
-
Wilma Pol
Gemeente
Culemborg
Sander Booms
Willem Jan Stegeman
39
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
Bijlage 3 Regioadvies Voorkeursstrategie Neder-Rijn en Lek
Ruimtelijke visie Regioproces Neder-Rijn en Lek
Inhoud
1.
2.
Introductie
2
1.1.
Leeswijzer
2
1.2.
Uitgangspunten
2
1.3.
Achtergrond
3
1.3.1.
Bevindingen Kansrijke strategieën
3
1.3.2.
Deltadijken
4
1.3.3.
Afgekeurde C-keringen
5
Ruimtelijke Kwaliteit
6
2.1.
Systeemkenmerken: van gestuwd met kwel naar getijdewerking
6
2.2.
Kwaliteiten en kansen op gebiedsniveau
6
2.2.1.
Rivierenland aan de voet van de stuwwal
6
2.2.2.
Gestuwde Rijn in het Laagland
7
2.2.3.
Smal rivierlint met getijde dynamiek
8
2.3.
Kwaliteiten en kansen met betrekking tot de dijken
2.3.1.
De dijk als onderdeel van het landschap aan weerszijden
2.3.2.
De dijk als ontginningslint en scherpe grens
8
9
10
3.
Ruimtelijk-economische ontwikkelingen
11
4.
Gebiedsgerichte thema's en ambities
13
5.
4.1.
Natuur
13
4.2.
Cultuurhistorie
13
4.3.
Stedelijke bebouwing en -ontwikkeling
13
4.4.
Recreatie
14
4.5.
Scheepvaart
15
4.6.
Landbouw
15
Conclusie
18
5.1.
Gebiedsniveau
16
5.2.
Dijken
16
5.2.1.
Benutten binnendijkse en buitendijkse mogelijkheden
17
5.2.2.
Handhaven en versterken diversiteit landschap, cultuurhistorie en steden
18
5.2.3.
Inzetten op eenheid in beeld dijken
18
5.2.4.
Meekoppelen met ontwikkelingen
18
1
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november 2013
1. Introductie
Het Deltaprogramma Rivieren heeft als doel Nederland, ook voor de volgende generaties (tot 2100),
voldoende te beschermen tegen overstroming vanuit de grote rivieren. Voor de verschillende rivieren
zijn regioprocessen gestart om te bepalen via welke strategie dit het beste te bereiken is, zo ook voor
de Neder-Rijn en Lek. Behalve een voorkeurstrategie leveren de regioprocessen ook een ruimtelijke
visie op voor de betreffende riviertak. Het opdrachtdocument Voorkeurstrategie stelt dat de visie
voldoende basis moet bieden om de hoofdkeuzes (waar passen welk type maatregelen) te
rechtvaardigen.
1
Tijdens de fase van de kansrijke strategieën is gebleken dat een oplossing voor de opgave van de
Neder-Rijn en Lek in belangrijke mate steunt op een dijkenstrategie. O p lokaal niveau kan van de
dijkenstrategie worden afgeweken door de inzet op Ruimte voor de Riviermaatregelen maar de
mogelijkheden voor rivierverruiming, bovenop de al uitgevoerde maatregelen, zijn beperkt. Paragraaf
1.3 geeft een verdere onderbouwing van deze aanname. Vanwege de beperkte keuzemogelijkheden
is er minder behoefte aan een ruimtelijke visie als basis voor het kiezen tussen het typen
maatregelen, in tegenstelling tot bij de andere riviertakken. Om die reden is voor deze visie een iets
andere opzet gekozen.
Gekozen is om de conclusie uit de kansrijke strategieën (nadruk op dijkversterkingen) als vertrekpunt
te nemen voor de visie en aan de hand van de kwaliteiten van het riviertraject aan te geven waar
belangrijke accenten liggen om rekening mee te houden bij het werken aan de dijk. Dit kunnen zowel
kansen als bedreigingen en aandachtspunten zijn. Rivierverruimende maatregelen zijn, hetzij beperkt,
mogelijk relevant voor enkele delen van het stroomgebied. Daarom wordt ook voor de uiterwaarden
gekeken waar kansen en aandachtspunten liggen, door te kijken naar de kenmerken van het
riviersysteem.
1.1. Leeswijzer
Hoofdstuk 1 gaat in op het doel van deze ruimtelijke visie, de uitgangspunten die worden gehanteerd
en geeft een toelichting op de uitkomst van de kansrijke strategieën die doorwerken in de
voorkeursstrategie.
Hoofdstuk 2 beschrijft de kenmerken van het riviersysteem en de kwaliteiten op gebiedsniveau en van
de dijken. Bij de beschrijving van de kwaliteiten is ook een kwaliteitsopgave geformuleerd die ingaat
op hoe de ruimtelijke kwaliteit versterkt kan worden.
Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de gebiedsgerichte thema's (natuur, recreatie, stedelijke
ontwikkeling, etc.) en de ambities van de regio op dit vlak.
Hoofdstuk 4 geeft de conclusies die geformuleerd zijn aan de hand van de bevindingen in
hoofdstukken 2 en 3. Dit zijn conclusies die vanuit de ruimtelijke kwaliteit worden meegeven aan de
voorkeursstrategie.
Voor het in beeld brengen van de kwaliteiten zijn bestaande onderzoeken en rapporten gebruikt.
1.2. Uitgangspunten
De ruimtelijke visie van het gebied van de Neder-Rijn en Lek is opgesteld op basis van de huidige
kwaliteiten van het stroomgebied. Dit geeft inzicht in de kansen voor (het meekoppelen van)
ruimtelijke ontwikkelingen en levert tevens aandachtspunten op voor het ontwerpen en uitvoeren van
maatregelen.
Nadere uitwerking opdracht 'Regioprocessen - op weg naar voorkeurstrategie'
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
De volgende algemene uitgangspunten zijn relevant:
1. De basis is een aantrekkelijke en veilige Neder-Rijn en Lek (met het omliggend landschap). Het is
van belang om deze rivier en zijn omgeving in samenhang te beschouwen, leder initiatief draagt
bij aan het groter geheel, waardoor de identiteit van de Neder-Rijn en Lek als eenheid
gewaarborgd blijft.
2. De Neder-Rijn en de Lek vormen niet een grens maar staan als rivier centraal. Dit geeft de
grootste garantie dat de inhoudelijk gekozen oplossingen ook op de juiste plek komen te liggen.
3. De huidige kernkwaliteiten langs de Neder-Rijn en de Lek worden versterkt. De kernkwaliteiten
zijn onder andere beschreven in de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Rijn ten behoeve
van de Planologische kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier. De verschillen in
landschapstypen (rivierenlandschap met stuwwallen en veenweide) vragen op regionale schaal
om een homogene aanpak. Op lokale schaal zijn maatwerkoplossingen nodig voor de
noodzakelijke inpassingen, wat de gewenste diversiteit oplevert. De provincie Zuid-Holland heeft
t.b.v. toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in haar vigerende Provinciale Structuurvisie ( P S V )
een kwaliteitskaart opgenomen waarin de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten van gebieden
staan vermeld. Deze worden uitgewerkt en verfijnd in de zogenaamde gebiedsprofielen per
gebiedseenheid. Deze profielen worden aan de voorkant' van ruimtelijke ontwikkelingen
ingebracht voor een gerichte discussie over de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Voor de
Alblasserwaard/Vijfheerenlanden heeft de provincie Zuid-Holland al een gebiedsprofiel
vastgesteld.
4.
5.
Duurzaam handelen in ruimtelijk-economische zin vormt de leidraad. Dit houdt in dat er voorzien
wordt in de behoeften van de huidige generatie en tegelijk de mogelijkheden van volgende
generaties worden opengehouden, zo mogelijk worden vergroot, maar zeker niet worden
gefrustreerd via het no regret principe.
Er wordt aangesloten bij bestaande en geplande ruimtelijke ontwikkelingen. Hierdoor is er de
grootste garantie op een gedragen oplossing waarbij tevens de veiligheidsopgave en de
ruimtelijk-economische component in de tijd met elkaar harmoniëren.
1.3. Achtergrond
1.3.1. B e v i n d i n g e n Kansrijke s t r a t e g i e ë n
In de P K B Ruimte voor de Rivier is geconcludeerd dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden om met
ruimtelijke en/of technische maatregelen de afvoercapaciteit van de Neder-Rijn en Lek te vergroten.
Dit heeft geleid tot het besluit om de afvoer over de Neder-Rijn en Lek te begrenzen bij een
maatgevende Rijnafvoer bij Lobith van 16.000 m /s; bij een verdere verhoging van de maatgevende
Rijnafvoer gaat het surplus over de Waal en/of IJssel.
Benedenstrooms van Vianen zijn nieuwe Ruimte voor de Rivierprojecten geen optie. Er zijn
nauwelijks uiterwaarden aanwezig of ze zijn beperkt in omvang. Binnendijkse ruimtelijke maatregelen
zijn geen optie vanwege technische aspecten (nieuwe dijken op veenondergrond) en
landschappelijke en financiële consequenties.
Bovenstrooms van Vianen is er een beperkt aantal mogelijkheden voor nieuwe Ruimte voor de
rivierprojecten. Deze projecten kunnen aansluiten bij ambities vanuit natuur, recreatie, zand- en
kleiwinning, etc. Er zijn echter nu geen grootschalige ontwikkelingen voorzien, die gecombineerd
kunnen worden met nieuwe Ruimte voor de riviermaatregelen.
3
Binnen het Regioproces Nederrijn-Lek is onderzocht of inzet van ruimtelijke maatregelen kan
bijdragen aan de voorkeursstrategie.
In juni 2013 is een aantal Ruimte voor de riviermaatregelen (uit de 'blokkendoos', die gemaakt is voor
Ruimte voor de Rivier) ambtelijk en bestuurlijk met de gemeenten besproken. Maatregelen waarvan
aangegeven is dat hier (zeker) geen draagvlak voor bestaat, zijn vervolgens geschrapt. Twee
potentiële nieuwe Ruimte voor de riviermaatregelen bij de Steenwaard en Vianen zijn door de
gemeenten ingebracht.
Onderzocht is vervolgens of deze rivierverruimende maatregelen efficiënt zijn om de
waterveiligheidsopgave van de Neder-Rijn en Lek mee op te lossen i.p.v. maatregelen aan de dijken.
3
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
Uit die analyse blijkt dat grootschalige inzet van Ruimte voor de riviermaatregelen niet efficiënt is voor
de Neder-Rijn en Lek. Redenen hiervoor zijn:
Doordat de Lek wordt ontzien bij afvoeren hoger dan 16.000 m /s bij Lobith is de invloed van
klimaatverandering bovenstrooms van Vianen, het deel waar rivierverruiming nog
mogelijkheden biedt, nauwelijks merkbaar;
Op het traject waar nieuwe Ruimte voor de riviermaatregelen kunnen spelen, bestaat de
waterveiligheidsopgave met name uit een opgave die voortkomt uit de actualisering van de
beschermingsniveaus en het reduceren van de pipingproblematiek. De maatregelen die
hierbij horen zullen eerder in de vorm van sterkere dijken worden gerealiseerd, en niet in
hogere dijken. Voor die sterkte problematiek bieden ruimtelijke maatregelen geen sluitende
oplossing;
De kosten voor rivierverruiming zijn naar verwachting een factor 2 of meer hoger, terwijl
daarmee nog altijd substantiële dijkmaatregelen nodig blijven vanwege de sterkte van de
dijken.
3
Het bovenstaande betekent echter niet dat de focus alleen maar op de dijken moet komen te liggen.
Lokaal kunnen rivierverruimende maatregelen mogelijk wel een bijdrage leveren aan de oplossing
van de waterveiligheidsopgave:
daar waar waterstandsverlaging daadwerkelijk bijdraagt aan de oplossing;
met name daar waar de kosten voor rivierverruiming relatief beperkt zijn en vanuit de toetsing
de dijk slechts in beperkte mate moeten worden verbeterd;
daar waar vanuit een bredere opgave ingrepen in het gebied gebeuren;
daar waar een slimme combinatie kan worden gemaakt met grondstromen t.b.v.
dijkversterking.
Als een verkenning of planstudie voor een dijkverbetering wordt gestart, verdient het op een aantal
plaatsen dus aanbeveling om de bijdrage van rivierverruiming aan de oplossing in beschouwing te
nemen, niet alleen omdat daarmee een bijdrage aan het verkleinen van de overstromingskans kan
worden geleverd, maar ook omdat daarbij slimme combinaties van grondstromen mogelijk zijn die
een impuls kunnen geven aan de ruimtelijke kwaliteit.
Mede maatregelen waarvan de kosten relatief laag zijn in relatie tot hun bijdrage aan de
waterveiligheidsopgave, verdienen nadere studie (bv. Domswaard en Stuweiland Maurik (gemeente
Utrechtse Heuvelrug); Schalkwijkerbuitenwaard (gemeente Houten); Veerstoep Eist (gemeente
Buren), kades rondom benedenstroomse plas).
Een oplossing voor de opgave van de Neder-Rijn en Lek steunt vanwege de beperkte mogelijkheden
voor Ruimte voor de Riviermaatregelen en de aard van de opgave in belangrijke mate op een
dijkenstrategie. Binnen die dijkenstrategie kan onderscheid worden gemaakt in trajecten die in
aanmerking komen voor reguliere dijkversterking en trajecten waar een robuustere/innovatieve
uitvoering van dijkverbetering kansrijk is. Hierbij kan gedacht worden aan Deltadijken en aan een
klimaatrobuuste uitvoering van dijken / anticiperend dimensioneren.
1.3.2.Deltadijken
In het Deltaprogramma wordt een Deltadijk gedefinieerd als een dijk die zo hoog, breed of sterk is dat
de kans op een plotselinge en oncontroleerbare overstroming vrijwel nihil is.
Voor de Neder-Rijn en de Lek wordt ingezet op een Deltadijk voor de Grebbedijk. De Grebbedijk is
een kansrijke locatie voor de toepassing van het concept Deltadijk door het hoge overstromingsrisico,
hoge gevolgschade van een doorbraak, de geringe lengte van de Grebbedijk (5,5 kilometer) en de
mogelijkheid van functiecombinaties.
Mogelijk is de Kop van de Betuwe, rond Arnhem, ook een kansrijke locatie voor een Deltadijk. De pilot
'Meerlaagse Veiligheid Kop van de Betuwe' brengt de mogelijkheden nu in beeld om voor dit gebied
de risico's bij een overstroming te verminderen. Een Deltadijk is één van de opties en biedt behalve
veiligheid ook meekoppelkansen voor stedelijke functies zoals woningbouw. In afwachting van de
4
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn
en Lek, versie 28 november
2013
resultaten wordt voorlopig de Deltadijk Arnhem/Kop van de Betuwe niet meegenomen in de
voorkeurstrategie.
1.3.3. A f g e k e u r d e C-keringen
De categorie C-keringen (en ook de kunstwerken) van Centraal Holland tussen dijkringen 14, 15 en
44 zijn in de derde toetsronde primaire keringen voor een groot deel afgekeurd. In het (extra)
versterken van de noordelijke Lekdijken wordt een alternatief gezien voor het versterken van de
afgekeurde C-keringen langs de gekanaliseerde Hollandse IJssel, Westkanaaldijk langs het
Amsterdam-Rijnkanaal en in Amsterdam en Spaarndammerdijk. Dit wordt mede geleid door ruimtelijkeconomische motieven.' de kosten voor grootschalige dijkversterking van deze C-keringen zijn heel
hoog en grootschalige dijkversterking heeft bovendien een grote impact voor de maatschappij,
landschap en cultuurhistorie. Daarmee wordt de keuze gemaakt om af te zien van grootschalige
versterking van deze C-keringen.
Deze keuze wordt ondersteund door het Deltaprogramma 2014. In het Deltaprogramma 2014 wordt
staat mede het volgende:
"Een aantal categorie C-keringen in het rivierengebied is afgekeurd bij de toetsing. Het
Deelprogramma Rivieren onderzoekt kosteneffectieve alternatieven voor versterking en normering
van deze keringen. Een eerste inventarisatie voor de C-keringen in Centraal Holland is gereed.
Daaruit blijkt dat een hogere norm voor de dijken aan de noordkant van de Lek kosteneffectiever is
dan grootschalig investeren in de C-keringen van Centraal Holland (met uitzondering van het
getijdedeel van de Hollandse IJssel). De keringbeheerders starten met het programmabureau van het
nieuwe hoogwaterbeschermingsprogramma een projectoverstijgende verkenning naar dit onderwerp,
in samenwerking met de Deelprogramma's Rivieren en Rijnmond-Drechtsteden. De verkenning zal
ingaan op maatregelen om de sterkte van de Lekdijken te vergroten (risicogebaseerde aanpak
Lekdijken) en de belasting te verminderen, als alternatief voor grootschalige versterkingen van de
afgekeurde C-keringen langs de gekanaliseerde Hollandse IJssel. De verkenning gaat ook in op de
toekomstige status van de C-keringen.'
In regelgeving (o.a. Keur van de waterschappen) zijn vrijwaringszones opgenomen rondom de C keringen, om te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen toekomstige dijkversterkingen in de weg
staan. Als de status van de C-keringen in 'regionale kering' verandert, kan dit gevolgen hebben voor
de breedte van de vrijwaringszones. Voor dijkstrekkingen waarvan de waterstaatkundige functie
vervalt, zullen de vrijwaringszones zelfs geheel vervallen. Er komt dan ruimte vrij voor ruimtelijke
ontwikkelingen. Via het ruimtelijke ordeningsinstrumentarium kan hier invulling aan gegeven worden.
Op de strekkingen waar de waterstaatkundige functie van vervalt, zal ook geen onderhoud meer
plaatsvinden. Gemeenten zullen moeten overwegen hoe ze met deze strekkingen om gaan.
5
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
2. Ruimtelijke Kwaliteit
In dit hoofdstuk staat de ruimtelijke kwaliteit centraal als koepel voor de waterveiligheidsopgave en
voor de ontwikkeling van de gebiedsgerichte, sectorale thema's en de regionale ambities. Op basis
van de systeemkenmerken van de Neder-Rijn en de Lek wordt een kwaliteitsbeeld inclusief een
kwaliteitsopgave gegeven op gebiedsniveau voor drie onderscheidende deeltrajecten langs de NederRijn en de Lek. Omdat de dijken in het Regioproces Neder-Rijn en Lek een centrale positie innemen,
zijn deze apart benoemd; hun positie is via twee kwaliteitsbeelden neergezet, ook gepaard gaande
met een kwaliteitsopgave. De kwaliteiten op gebiedsniveau en met betrekking tot de dijken sluiten
elkaar niet uit maar versterken elkaar juist. De dijken zijn onderdeel van het gebied en lopen als lijnen
door de verschillende deeltrajecten heen.
2.1. Systeemkenmerken: van gestuwd met kwel naar getijdewerking
Langs de Neder-Rijn en de Lek zijn verschillende landschappen te onderscheiden: de Heuvelruggen
(zowel Utrechtse Heuvelrug als Veluwe), het rivierenlandschap en het veenweidegebied.
De Neder-Rijn is een middelgrote, gestuwde rivier. Door de invloed van de stuwen bij Driel en Maurik
en door de invloed van de kwel uit de Veluwe en Heuvelrug, is de rivierdynamiek van de Neder-Rijn
getemperd en zijn de uiterwaarden nat. De Neder-Rijn heeft een paar flauwe bochten en op vele
plaatsen brede uiterwaarden. Stuwwal, rivier en oeverwal zijn duidelijk te zien. Het gestuwde karakter
van het rivierwater en de kwel van de hoger gelegen gebieden zijn kenmerkend.
Tot aan Wijk bij Duurstede is de Neder-Rijn een drainerende rivier. Dat wil zeggen dat de Rijn per
saldo water opneemt vanuit zijn omgeving. Doordat het kwel opneemt, is bij gesloten stuwen de
waterkwaliteit beter dan van de andere rivieren. Benedenstrooms van Wijk bij Duurstede wordt de
rivier infiltrerend en geeft het per saldo water af aan zijn omgeving.
Bij Wijk bij Duurstede verandert de naam van de rivier in Lek. Het traject loopt tot aan de Krimpen aan
de Lek, waar de Lek samenvloeit met de Noord. Vanaf de stuw Hagestein is de Lek vrij afstromend
en een typische zoetwatergetijdenrivier. De Lek slingert door het veenweidegebied en het winterbed
wordt stroomafwaarts steeds smaller en rechter. De uiterwaarden worden naar het westen toe
uitermate smal. Vooral in het benedenstroomse deel van de Lek is de invloed van het getij merkbaar
langs de oevers, de rietlanden en gorzen. De dagelijkse getijslag is bij Hagestein ongeveer 0,3 meter,
bij Krimpen is deze 1,5 meter. Tweemaal daags valt een smalle zone van oevers droog bij eb en
overstroomt weer bij vloed. Bij hogere rivierafvoeren en geheven stuwen neemt de getijde-invloed al
snel af. Deze getijdeninvloed is kenmerkend voor dit deel van de rivier.
2.2. Kwaliteiten en kansen op gebiedsniveau
2.2.1. Rivierenland aan de voet van de stuwwal
Langs de Veluwezoom en de Utrechtse Heuvelrug tussen Arnhem en Amerongen ligt het markante
reliëf en contrast van stuwwal en rivierenland. De ligging aan de stuwwal zorgt voor bijzondere
overgangen naar de rivier. Soms is de overgang een steilrand door de erosie van de rivier, soms is
die meer glooiend met een beek. Op korte afstand zijn hier verschillen in droog-nat, hoog-laag en
voedselarm-voedselrijk. Daardoor zijn op de Noordoever bijzondere cultuurhistorische, aardkundige
en ecologische waarden ontstaan, bijv. Doorwerthse Waarden, Blauwe Kamer en Amerongse
Bovenpolder. Spectaculair zijn de uitzichten van en naar de stuwwal. Verscholen in de Veluwezoom
en Utrechtse Heuvelrug liggen fraaie landgoederen en voorname dorpen. Bij Arnhem verdicht de
bebouwing tot stedelijk knooppunt.
De open Betuwse zijde wordt gekenmerkt door een langgerekt en nagenoeg ononderbroken reeks
van dorpen op de oeverwallen met boom- en fruitteelt en daartussen de open kommen met
veehouderijen.
De Neder-Rijn is vanwege haar gestuwde karakter geschikt voor de watergebonden recreatie. Dit in
tegenstelling tot de beroepsscheepvaart. De aanwezige veerpontjes verbinden de oevers. De vele
oversteekplaatsen met veerhuizen zijn karakteristiek voor de Neder-Rijn en de Lek.
6
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn
en Lek, versie 28 november
2013
Vermeldenswaardig zijn de historische linies; De Limes, gelegen in het lengteprofiel van de NederRijn tot aan Wijk bij Duurstede en de Grebbelinie, gelegen in het dwarsprofiel van de rivier ter plaatse
van Rhenen.
Kwaliteitsopgave
De kwaliteitsopgave is om het verstilde en romantische beeld van dit deel van de Neder-Rijn te
koesteren en te versterken. Het gaat vooral om de relatie tussen stuwwal en rivier. Behoud van
uitzicht over de rivier vanuit beide zijden is een voorwaarde. Voor de Noordoever betekent dit een
behoudsgerichte benadering met als doel versterking van de huidige kwaliteiten. Voor de Zuidoever is
een ontwikkelingsgerichte benadering alleen gewenst als dit niet ten koste gaat van het open karakter
van het gebied. Het is relevant om de ingrepen subtiel te doen passen bij het karakter van een
gestuwde rivier.
Uitbreiding van de natte component ten behoeve van natte ruigten en moeras kan het best via
integrale maaiveldverlaging (in plaats van met geulen). Deze weinig dynamische natte biotopen
bieden ook kansen voor moerasvogels. Vanuit Ruimte voor de Rivier wordt op een aantal plekken in
de uiterwaarden (Doorwerth, Middelwaard, Tollewaard, Eist) ook nieuwe natuur gerealiseerd in de
vorm van (plaatselijke) ooibossen en open water.
De aanwezigheid van de huidige landbouw in het gebied heeft het voordeel dat het open karakter
gehandhaafd blijft. Om heldere en leesbare landschapstypen langs de rivier te hebben is het zaak om
de akkerbouw (symbool voor de droge component) te concentreren in het binnendijks gebied en in
het buitendijks gebied alleen grasland (symbool voor de natte component) te hebben. In principe is
akkerbouw alleen gewenst op die delen in het buitendijks gebied die in het verleden uitgedijkt zijn
(zgn. oud-hoevig land). Hierdoor maak je deze plekken cultuurhistorisch zichtbaar. Op dit moment
staat er nog veel maïs in de uiterwaarden hetgeen het onderscheid tussen binnendijks en buitendijks
gebied vertroebelt.
Extra aandacht voor de waterfronten en de cultuurhistorische waarden (bijv. de Limes) kan het
recreatieve karakter van dit deel van de rivier versterken.
2.2.2. G e s t u w d e Rijn in het L a a g l a n d
Het gebied tussen Amerongen en de stuw van Hagestein bevat een open landschap van kommen en
waarden. Aan de Utrechtse kant sluit het aan bij het landschappelijk waardevolle gebied De Kromme
Rijn, waaronder de Langbroekerwetering. De rivier is vrij breed.
De uiterwaard ligt, naar het westen toe, steeds hoger ten opzichte van het binnendijks gebied
vanwege sedimentatie in de uiterwaard en vanwege inklinking van de bodem in het binnendijks
gebied. Het zomerbed blijft eroderen, mede als gevolg van een tekort aan aanvoer van sediment
bovenstrooms. Bij de stuwen in de Nederrijn is echter plaatselijk sprake van aanzanding.
De zandige oeverwallen zijn smaller voorbij Wijk bij Duurstede, waar de ontwikkeling daarvan pas
heeft plaatsgevonden nadat de Kromme Rijn als hoofdstroom was afgesloten en de Lek als
hoofdstroom ging gelden. De gestuwde Rijn wordt hier onderdeel van het Hollandse veenweide
landschap. De uiterwaarden kunnen hier wel 2 m hoger liggen dan het omringend landschap. Hier
loopt ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie die fraai wordt gekruist tussen Culemborg en Vianen.
Kenmerkend is het contrast tussen de harde bouwwerken van het Amsterdam-Rijnkanaal en de
natuurlijke kwaliteiten van de rivier. Het eiland van Maurik is een waterrecreatiegebied, dat qua thema
past bij de Neder-Rijn Lek als recreatierivier. Zowel Wijk bij Duurstede als Culemborg hebben
waterfronten aan de rivier. De omgeving van Wijk bij Duurstede is vanwege de vele
geschiedenislagen bijzonder: het kruispunt in het westelijke richting van de Limes (jaar 0), Dorestad
als handelscentrum van het Karolingische Rijk (jaar 900), de afdamming van de Kromme Rijn (jaar
1122), de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal (rond 1935) en de aanleg van de stuw (rond 1970).
Kwaliteitsopgave
De kwaliteitsopgave is om voor het gehele traject een afwisseling te hebben tussen uiterwaarden met
landbouw (grasland), uiterwaarden met natuur en eilanden voor recreatie en stuwen. Deze eilanden
passen bij deze rivier. Zogenaamde zandplaten, ook wel Middelwaarden genoemd, behoren tot haar
karakteristiek. Vooral ten westen van de kruising met het Amsterdam-Rijnkanaal zijn de ecologische
potenties meer te benutten. Dit kan ontwikkelingsgericht zijn binnen de randvoorwaarden van de
cultuurhistorie (bijv. Nieuwe Hollandse Waterlinie) en binnen het systeem kenmerk Gestuwd.
7
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
Ook hier geldt dat de leesbaarheid van het landschap wordt vertroebeld door het grote aandeel
akkerbouw (maïs) in de uiterwaarden waardoor je niet meer het gevoel hebt dat je in een
rivierlandschap zit. Omvorming naar grasland of natuur geeft het buitendijks gebied een
kwaliteitsimpuls in de richting van dat rivierlandschap. Akkerbouw is alleen gewenst op het oudhoevig land.
Het eiland van Maurik met de stuw is een geïsoleerde enclave binnen het totale landschappelijk
raamwerk. Eventuele groei van dit waterrecreatiegebied vraagt om meer inbedding in dat raamwerk.
De historische gelaagdheid van de omgeving Wijk bij Duurstede mag beter zichtbaar worden. Het is
een gemiste kans om deze gelaagdheid niet aan te roeren.
2.2.3. S m a l rivierlint met getijde dynamiek
Vanaf Hagestein en vooral ten Westen van Vianen wordt het winterbed smaller en wordt de rivier
dynamischer. De invloed van eb en vloed is zichtbaar langs de oevers en via getijdengeulen,
bijvoorbeeld bij Lexmond. Op het traject rond Vianen is de Lek een bochtige rivier met zandafzetting
in een verstedelijkte zone (kruisende snelwegen en stedelijk front). In westelijke richting wordt tevens
het zomerbed breder waardoor de dijk dicht bij de rivier komt te liggen. Plaatselijk ontbreken de
uiterwaarden geheel. Gekoppeld aan enkele kernen langs de dijk liggen buitendijkse (oude)
watergebonden industriecomplexen en jachthavens. De dorpen liggen op relatief smalle oeverwallen
of hogere gronden (donken) dichtbij of achter de dijk. De geringe breedte van de oeverwallen is een
gevolg van het nauwelijks zijwaarts verplaatsen van de Lek in het verleden vanwege de aanwezige
veencomplexen. De Lek ligt als een levende en centrale stroomgordel hoog in dit bijzondere
landschap, ook wel de Waarden genoemd, zijnde de grote veeneilanden van de Lopikerwaard,
Krimpenerwaard, Vijfheerenlanden en Alblasserwaard.
Tussen Vianen en Schoonhoven is het landschap open en agrarisch. Er zijn nog gave uiterwaarden
met als hoofdgebruik akkerbouw (maïs). Vanaf Schoonhoven tot Lekkerkerk verschijnt er steeds meer
bebouwing aan de dijk. Bij Lekkerkerk stroomt de Lek het Rijnmondgebied binnen, een sterk
verstedelijkt en industrieel landschap met een krap bemeten dijk.
Kwaliteitsopgave
De kwaliteitsopgave is ter plaatse van Vianen de aansluiting tussen rivier en stad te versterken. Door
de vele bebouwing die nu al buitendijks ligt vraagt dit om een bijzondere kwaliteitsaanpak. Binnen het
Ruimte voor de Rivierproject Vianen wordt al een aanzet gegeven voor die aanpak. Het traject Vianen
- Schoonhoven heeft een aantal cultuurhistorisch waardevolle uiterwaarden. Wel is het aandeel
akkerbouw (maïs) groot, wat ten koste van de leesbaarheid van het rivierlandschap gaat. Het 'smalle
rivierlint' vraagt in het buitendijks gebied om een gebruik van water, grasland of natuur. In het
binnendijks gebied ligt het veenweidegebied met als hoofdgebruik grasland. Akkerbouw is gewenst
op de historisch hooggelegen delen. In dit deel van de Lek is er de wonderlijke situatie ontstaan dat
door de sedimentatie het buitendijks gebied hoger wordt en daardoor meer geschikt wordt voor
akkerbouw en het binnendijks gebied door de inklinking lager wordt en meer geschikt is voor
grasland. Dit landschap is op zichzelf helder en leesbaar, gras op lage delen en akkerbouw op hogere
gronden, maar niet in de lange lijn van de rivier. Vanuit een helder en leesbaar landschap langs de
lange lijn van de rivier is het nodig dat via bijvoorbeeld ruimtelijke watermaatregelen meer water en
natuur in het buitendijks gebied komt en dat plaatselijk akkerbouw gewenst is om die cultuurhistorisch
waardevolle hogere plekken te markeren. Ook in het traject Schoonhoven - Lekkerkerk is er wellicht
meer ruimte te maken voor getijdenwerking, wat de ecologische waarden verhoogt. In het traject
Lekkerkerk - Krimpen aan de Lek kan eventuele vernieuwing en aanpassing van buitendijks gelegen
bedrijven meer ruimte voor de rivier opleveren en tevens de ruimtelijke kwaliteit verbeteren.
2.3. Kwaliteiten en kansen met betrekking tot de dijken
Voor het gehele traject geldt dat de dijk de waterstaatkundige structuur vormt die het binnen- en
buitendijks gebied scheidt. Alleen ter plaatse van de stuwwallen zijn geen dijken nodig vanwege de
natuurlijke hoogten. De dijk is vrijwel overal een lijnvormig hooggelegen grondlichaam, met een weg
op de kruin die een fraai zicht op de lager gelegen omgeving biedt. Vrijwel nergens is de dijk een
monofunctioneel waterstaatswerk, maar kent deze een meervoudig gebruik als route, woonomgeving
8
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
of onderdeel van het ecologisch netwerk. De continuïteit van het dijklint is een krachtige
karakteristiek. De horizontale lijn is extra markant in de nabijheid van het grillige reliëf van de stuwwal
zoals bij Amerongen en Wageningen.
De dijken in ons rivierenlandschap hebben vaak een verschillende oorsprong en hebben daarmee
ook een verschillende typologie. Langs de Neder-Rijn en de Lek is dit beeld vrij uniform. Wij hebben
hier vooral te maken met oeverwaldijken die hier al eeuwen liggen. Het zijn landschappelijke dijken
met hun oorsprong tot de 19 eeuw. Op historische kaarten is te zien dat tot het jaar 1000 ter plaatse
van de Grebbedijk er al een dijk lag. Deze dijken hebben een sterke relatie met de morfologische
ondergrond. Hier komt veel verspreide karakteristieke bebouwing voor en oude doorbraken. Dit in
tegenstelling tot de moderne dijken die hun oorsprong vinden sinds de 19 eeuw. Deze zogenaamde
interventie- en integratiedijken tref je langs de Neder-Rijn Lek alleen aan in het benedenstrooms deel
van de Lek na Schoonhoven. Door de stedelijke druk vanuit het westen heeft langs deze dijken veel
bebouwing kunnen ontwikkelen.
e
e
Van oost naar west verschiet het landschap rond de rivier een aantal malen van kleur. S o m s
geleidelijk, soms abrupt. De betekenis van de dijk als ruimtelijk fenomeen wordt voor een groot deel
bepaald door de positie ten opzichte van het omliggende landschap.
2.3.1. De dijk als onderdeel van het l a n d s c h a p aan weerszijden
Tussen Arnhem en Culemborg geven de oeverwallen een bepalend beeld van het landschap waarbij
de oeverwallen aan de Utrechtse kant minder breed zijn dan aan de Gelderse kant. De oeverwallen
zijn van oudsher bewoond en kennen een relatief kleinschalig karakter, een mozaïëkachtig
beplantingspatroon met vele boomgaarden.
Morfologisch gezien maken de uiterwaarden onderdeel uit van de oeverwallen en kennen langs dit
deel van de rivier net als de oeverwallen veelal een relatief kleinschalig en open karakter. Voor het
grootste deel heeft de aankleding een landelijk karakter. De dorpen liggen veelal achter de dijk in
plaats van aan de dijk. De dijk vormt naast een lineaire structuur een groene verbinding tussen het
binnen- en het buitendijks gebied en laat op grote delen een homogeen beeld zien met vele
maatwerkoplossingen op lokaal niveau. De overslaggronden die als het ware een kralensnoer vormen
aan de dijk, zijn relicten van de rivierinvloed achter de dijk. Op verschillende plekken in de buurt van
Culemborg is de dijk verlegd waardoor er oud-hoevig land ontstaat. Specifieke kwaliteit heeft de
slaperdijk bij de Marspolder bij Lienden, een prachtige 19 eeuwse oude steile dijk die rond 1880 voor
het laatst is opgehoogd.
e
Kwaliteitsopgave
De kwaliteitsopgave is om na de dijkverbeteringen het beeld te versterken dat de dijk aan weerszijden
een onderdeel van het landschap is. Het huidig beeld is daarin niet altijd duidelijk. Het streven is de
dijken meer een onderdeel te laten zijn van de oeverwallen en nog meer een verbinding te leggen
tussen het binnendijks en buitendijks gebied. Dit zegt iets over de schaal en de aankleding van de dijk
in relatie tot het omliggend landschap. Wat betreft de schaal moet je het hierbij meer in de breedte
zoeken van de dijk zonder daarbij de karakteristieke vorm van de Rijnbandijken te verloochen. Door
die breedte zoek je de verbinding met de oeverwallen op. Hogere dijken zijn voor de opgave in dit
gebied niet nodig en hebben bovendien het nadeel dat zij geen positieve invloed hebben op de
verbinding tussen het binnendijks en buitendijks gebied langs dit deel van de rivier.
Wat betreft de aankleding wordt de input bepaald door het landschap in de omgeving van de dijken.
Ook na de verbeteringen moeten de dijken namelijk op ontspannen wijze in het landschap liggen.
Bredere dijken bieden hiervoor kansen vanwege de ruimte voor een multifunctionele inrichting.
Markant mag wel de Grebbedijk zijn omdat deze dijk de verbinding legt tussen twee stuwwallen en
hiermee krachtig weergeeft dat er ook hier een maatschappelijk belangrijk gebied beschermd moet
worden. Bij Arnhem ligt de zuidelijke dijk in een stedelijke zone en ook hier geldt dat de stedelijke
omgeving bepaalt wat de functionaliteit (naast het waterstaatkundig doel) van de dijk moet zijn en of
de dijk scheidend dan wel verbindend is tussen stad en uiterwaard.
9
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november 2013
2.3.2.De dijk als ontginningslint en s c h e r p e g r e n s
Tussen Culemborg en Kinderdijk worden de oeverwallen smaller en wordt het binnendijks opener
door het veenweidegebied. De dijk heeft met zijn smalle oeverwallen een kleinschalig karakter met
boomgaarden en bebouwing. De kernen liggen hier veelal aan de dijk en door het contrast met de
omgeving vormt de dijk in potentie als het ware een lint en een scherpe grens tussen uiterwaard en
veenweidegebied. In de huidige situatie is dit lint en die scherpe grens niet altijd duidelijk.
Binnen dit traject zijn er enkele karakterverschillen. Z o is de omgeving van Vianen als een knoop te
beschouwen. Door de stedelijke zone is de positie van de dijk het moeilijkst te duiden. Er is
lintbebouwing, er is een luwe achterkant van het stedelijk gebied en in het centrum van Vianen volgt
de dijk de contouren van de historische stad.
Benedenstrooms tussen Vianen en Ameide kent de Lek een serie ruime bochten, de zogenaamde
getijdemeanders, die de invloed van de zee op de morfologische genese van dit gebied verraden. De
dijk volgt de rivierbochten maar het zomerbed wisselt door soms een afstandelijke en soms een
innige band met de dijk aan te gaan. Dit herhaalt zich drie keer met als parels aan de dijk de kernen
Lexmond en Ameide. Het is vooral die afwisseling tussen het binnendijks- en buitendijks gebied dat
het karakter van dit dijktraject zou moeten bepalen.
Voorbij Ameide tot aan Kinderdijk meandert de dijk minder sterk en is er sprake van langere
rechtstanden met hogere verkeersintensiteit. De route over de dijk wordt gekenmerkt door een
slingerend beloop, waarbij de dijk plaatselijk tot direct aan de rivier raakt (schaardijk). De
uiterwaarden zijn smal. Het binnendijks gebied (meer bebouwing maar wel op afstand van dijk) en
buitendijks gebied (meer water door groter zomerbed) vertonen een groot onderling contrast. De dijk
zou hier nog meer een scherpe grens kunnen zijn. De uitwateringspunten van een tweetal
boezemwateren (Kinderdijk en de Ammerse Boezem) zijn een uitzondering aangezien binnendijks- en
buitendijks gebied hier verbonden zijn. De positie van Schoonhoven en Nieuwpoort als vestingsteden
aan de rivier zijn bijzonder.
Kwaliteitsopgave
Voor de omgeving van Vianen geldt de kwaliteitsopgave om de dijk als doorgaande, continue
structuur een luw karakter te geven als tegenhanger van de vele kruisende structuren en het
aanliggend stedelijk gebied.
Voor het deel tussen Vianen en Ameide geldt een luw karakter voor de dijk met ritmisch de kernen
Lexmond en Ameide. Het beeld van ontginningslint en scherpe grens kan worden versterkt door de
dijk hoger te maken en hiermee een eigenstandige positie te geven in het landschap. Ook de
aankleding van de dijk mag daarin afwijken van zijn omgeving. Een scherpe grens ontstaat tevens
door het landschap binnendijks (vooral bebouwing en veenweide) anders te laten zijn dan buitendijks
(vooral water en natuur).
Van Ameide tot aan Kinderdijk heeft het verder doorontwikkelen van de dijk als ontginningslint met
lintbebouwing een pre om de scherpe grens extra aan te zetten. Extra aandacht in het ontwerp
vragen de nu al vaak aanwezige buitendijkse verhogingen waardoor de wegen en de bebouwing
achter de dijk komen te liggen. Dit gaat ten koste van de beleving van de rivier. Indien hier toch voor
wordt gekozen dan is een goede meekoppelkans het aanleggen van een fietspad op die verhoging
(zie fietspad ter plaatse van Alblasserdam). De rivierbeleving voor fietsers neemt dan toe en is
gescheiden van het autoverkeer.
10
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn
en Lek, versie 28 november
2013
3. Ruimtelijk-economische ontwikkelingen
De dijken langs de Neder-Rijn en Lek beschermen een groot achterland met daarin veel inwoners,
grote economische waarden, vitale infrastructuur en kwetsbare functies. Een dijkdoorbraak leidt op
deze riviertak in vrijwel alle gevallen tot uitgestrekte en diepe overstromingsgebieden met aanzienlijke
schade en slachtoffers. De overstroom bare gebieden zijn van essentiële betekenis voor de economie
van Nederland en worden doorkruist door de belangrijkste verkeersaders van ons land. Het vinden
van oplossingen voor de waterveiligheidsopgave vormt een randvoorwaarde voor het
vestigingsklimaat voor (buitenlandse) investeerders en bewoners. Het betreft preventieve
waterveiligheidsmaatregelen, maar ook gevolgenbeperkende maatregelen in het overstroom bare
achterland.
Voor een groot deel van het achterland zijn de prognoses dat verdere groei zal plaatsvinden in
economische waarden en mensen achter de dijken. De gevolgen van een overstroming zullen
hierdoor verder toenemen.
Onderstaand wordt ingegaan op ruimtelijk-economische ontwikkelingen in de provincies Zuid-Holland,
Gelderland, Utrecht en Noord-Holland. Het overstroom bare achterland bevat veel economische
kerngebieden die van nationaal belang zijn.
De provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland zetten alle drie in op stedelijke netwerken als de
economische kerngebieden. Ze zetten in op het versterken van de al sterke sectoren en clusters,
maar leggen wel verschillende accenten.
De provincie Zuid-Holland werkt vanuit het streven naar een aantrekkelijk en concurrerend
internationaal profiel. Versterken van de economische positie staat centraal en daarbij spelen de drie
economische topclusters een belangrijke rol:
1. Rotterdam met de mainport en kennisinstituten;
2. Den Haag, regeringscentrum en internationale stad van recht en vrede met de daarbij behorende
instellingen en
3. de greenports Westland/Oostland, Boskoop en Bollenstreek.
Deze clusters staan niet op zichzelf maar worden gevoed door de andere economische clusters,
zoals het maritieme cluster en life & healthsciences. Voor Zuid-Holland ligt het accent van (nieuwe)
werkgelegenheid en bedrijvigheid op kennisontwikkeling en handel. Concentratie van ontwikkelingen
in het stedelijk netwerk wordt voortgezet, mede omdat deze concentratie agglomeratievoordelen heeft
voor bedrijven, voorzieningen en detailhandel. Het geeft mogelijkheden tot ketenvorming, efficiënte
benutting van infrastructuur en ontwikkeling van efficiënte duurzame energiesystemen. Daarbij moet
het contrast tussen stad en land behouden blijven en kwaliteiten van stad en land versterkt en met
elkaar verbonden worden. Ontwikkeling van nieuwe woon- en werkmilieus in stedelijke gebieden kan
gecombineerd worden met herstructureren en transformeren van bestaande milieus. Gemengde
milieus, broedplaatsen en onderwijsvoorzieningen zorgen voor een betere voedingsbodem voor de
kenniseconomie.
Ook de provincie Gelderland heeft als basis het vergroten van haar concurrentiekracht. En ook hier
ligt het accent op de bestaande stedelijke netwerken als economische kerngebieden. Dit zijn de
gebieden, waar nu al de meeste mensen wonen en werken en die ook in de toekomst met name veel
jongeren zullen trekken. Het gaat om:
a. Apeldoorn-Zutphen-Deventer,
b. Arnhem-Nijmegen en
c. Ede-Wageningen.
Deze netwerken bestaan uit grotere en kleinere compacte steden, elk met een eigen karakter en
profiel binnen het netwerk. De focus ligt op de kwaliteit van het bestaande, omdat uitbreiding steeds
minder aan de orde zal zijn. De economische uitdaging voor de toekomst ligt in een marktgericht
innovatiebeleid, zowel voor de innovatieclusters Food Valley, Health Valley, de opkomende clusters
Energie- en Milieutechnologie, Maakindustrie en Mode, als voor het Midden- en Kleinbedrijf.
Gelderland wil bedrijven aantrekken en behouden door middel van een aantrekkelijke en duurzame
bedrijfsomgeving en fysieke en digitale bereikbaarheid (glasvezel). Ook de ontwikkeling van
hoogwaardige campuslocaties draagt bij aan een sterke concurrentiepositie.
11
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
In de provincie Utrecht ligt het accent op kennis en cultuur. De provincie Utrecht is een echte
kennisregio, wat zorgt voor een stroom van nieuwe economische activiteiten en initiatieven. De
inwoners van Utrecht hebben een relatief hoog opleidingsniveau. De aanwezigheid van de grootste
universiteit van het land, de hogescholen en talrijke andere kennisinstituten zorgt voor innovatie en
trekt nieuwe activiteiten aan. De kennisintensieve en creatieve sectoren floreren. Utrecht is sterk in
zakelijke en financiële dienstverlening, ICT, wetenschappelijk onderzoek ( life sciences'), design en
gaming. De aantrekkelijkheid van Utrecht als vestigingsplaats voor bedrijven en instellingen wordt
versterkt door de centrale ligging, de hoogwaardige woonmilieus in en rond de stad, de fraaie
landschappen en het brede aanbod van culturele activiteiten. De ruimtelijk economische structuur van
de regio ontwikkelt zich vooral in de bestaande stedelijke gebieden en langs de drie belangrijkste
internationale assen die vanuit de Randstad naar het noordoosten ( A1), zuidoosten (A2) en oosten
(A12) gaan. Ook Utrecht zet vooral in op behoud van het bestaande via transformaties en
herstructurering, met als doel een kwaliteitssprong van (binnen)stedelijke gebieden.
Er zijn grote parallellen tussen de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de drie provincies. De drie
provincies werken dan ook in diverse samenwerkingsverbanden grensoverschrijdend met elkaar,
denk aan de Groene Hart samenwerking en de Regio FoodValley. Dit draagt bij aan de economie en
de bereikbaarheid van Nederland, maar ook voor de kwaliteit van de aan elkaar grenzende regio's.
Ook een deel van de provincie Noord-Holland ligt in het overstroombare gebied van de Neder-Rijn en
Lek, waaronder Amsterdam. De Amsterdamse regio zal de eerstkomende decennia blijven groeien.
Amsterdam is een plek met een grote bevolkingsdynamiek. De Amsterdamse economie wordt
gekenmerkt door een sterke combinatie van kansrijke economische sectoren of clusters. Dit zijn ICT,
creatieve industrie, financiële- en zakelijke dienstverlening, life sciences, handel en logistiek, toerisme
en congressen en voedsel, vis en bloemen en een snel groeiend cluster op het gebied van
duurzaamheid.
Alle hiervoor besproken gebieden zullen de komende jaren groeien. Volgens de prognose van het
C B S ziet het plaatje er als volgt uit tot 2025:
Gelderland
Utrecht
Stad Utrecht
Noord-Holland
Amsterdam
Zuid-Holland
Den Haag
Rotterdam
Nederland
2008
2013
2025
1.984
1.201
295
2.626
747
3.461
476
583
16.405
2.016
1.245
322
2.724
799
3.564
506
616
16.780
2.036
1.332
381
1.332
875
3.761
535
648
17.389
Tabel: inwonertal provincies, grote gemeenten
en Nederland per 1 januari 2008, 2013 en 2025.
Wat opvalt, is dat de vier grote steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, samen goed
zijn voor een derde van de Nederlandse bevolkingsgroei tot 2025. Dit blijkt uit de nieuwe regionale
bevolkings- en huishoudensprognoses van het P B L (Planbureau voor de Leefomgeving) en het C B S
(Centraal Bureau voor de Statistiek). De vier grote steden zijn in de laatste tien jaar uitgegroeid van
trage tot snelle groeiers. Hoewel in de toekomst de stedelijke groei doorzet, gaat het wel in een lager
tempo. In de prognose van P B L en C B S wordt voorzien dat de woningbouw over enkele jaren zal
aantrekken waardoor gezinnen weer vaker naar randgemeenten verhuizen. Hierdoor zal de groei in
de grote steden wat minder snel gaan dan in de afgelopen jaren.
12
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
4. Gebiedsgerichte thema's en ambities
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de gebiedsgerichte thema's die gerelateerd zijn aan de rivier
(natuur, recreatie, stedelijke ontwikkeling, etc.) en de ambities van de regio op dit vlak. Aangezien de
nadruk op dijkversterkingen het vertrekpunt is voor deze visie, beperkt deze beschrijving zich tot het
gebied direct grenzend aan de dijken. De nadruk ligt daarbij op het beschrijven van de thema's en
ambities waarmee rekening moet worden gehouden bij het werken aan de dijk.
4.1. Natuur
Het merendeel van de uiterwaarden langs Neder-Rijn en Lek maakt deel uit van de Ecologische
Hoofdstructuur (deels met nog aan te leggen nieuwe natuur). Deze uiterwaarden zijn nu echter lang
niet altijd daadwerkelijk ingericht voor natuur. Rond de rivieren Neder-Rijn en Lek wordt ingezet op
behoud en ontwikkeling van de ecologische waarden. Met name de uiterwaarden nemen hierin een
belangrijke positie. Door uitbreiding van kwelmoerassen, natuurlijke graslanden, ondiepe plassen en
strangen wordt de natuur in de uiterwaarden ontwikkeld. Gemeente Overbetuwe heeft aangegeven
meekoppelkansen voor natuur te zien in de Drielsche Uiterwaarden. De maatregel zoals beschreven
in het maatregelenboek levert wel natuur maar geen waterstandsverlaging op.
Tussen Wijk bij Duurstede en Houten en ten westen van Vianen liggen veel gebieden in de
zogenaamde 'groene contour'. Dit zijn gebieden die belangrijk zijn voor het functioneren van de
Ecologische hoofdstructuur, maar daar geen onderdeel van uitmaken. In deze gebieden worden
partijen, zoals maatschappelijke organisaties en particulieren, mogelijkheden geboden voor de
vrijwillige realisatie van nieuwe natuur.
4.2. Cultuurhistorie
De cultuurhistorische identiteit is veelal richtinggevend voor de inrichting van de ruimte. Speciale
aandacht verdienen de Belvedèregebieden zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het gebied
Kromme Rijngebied en Heuvelrug. De Neder-Rijn en de Lek zijn onderdeel van de Limes, de
noordwestelijke grens van het Romeinse Rijk en maken deel uit van de Oude Hollandse Waterlinie,
de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie.
4.3. Stedelijke bebouwing en -ontwikkeling
Langs de rivier liggen veel kleine plaatsen en een enkele grotere stad, met (lint)bebouwing en
stadsfronten langs de dijken. Inpassing van waterveiligheidsmaatregelen zal hier extra inspanning
kosten.
In het stroomgebied van de Neder-Rijn Lek komen verschillende stedelijke ontwikkelingen voor. De
plaatsen langs de rivier waar ontwikkelingen gepland zijn:
Arnhem, noordzijde: ontwikkeling Rijnboog; zuidzijde: Stadsblokken en Meinerswijk (buitendijks)
Wageningen: ontwikkeling van integraal plan voor de zuidzijde van de stad
Wijk bij Duurstede: Uitbreiding met circa 250 woningen aan de noordwestzijde en uitbreiding
bedrijventerrein Broekweg met 4,2 hectare, eveneens aan de noordwestzijde
Culemborg: frontontwikkeling (bij dijkversterking)
Eiland van Schalkwijk (Houten): 250 woningen verspreid liggend, buiten de rode contour.
Vianen: uitbreiding met 1800 woningen op de locatie 'Hoef en Haag', waarvan 1500 voor 2028
Lopik: uitbreiding met 40 woningen aan de oostzijde van de kern
Schoonhoven: ruimte beschikbaar om eventueel uit te breiden, geen concrete plannen
Krimpen aan de Lek: ontwikkeling 164 woningen op buitendijkse IHC-terrein (EMAB-locatie)
Nieuwpoort: ruimte beschikbaar om eventueel uit te breiden, geen concrete plannen.
De volgende plaatsen kennen geen grotere voorgenomen stedelijke ontwikkelingen in de nabijheid
van de Neder-Rijn Lek: Huissen, Oosterbeek, Driel, Heteren, Renkum, Opheusden, Kesteren,
Rhenen, Remmerden, Eist, Amerongen, Maurik, Beusichem, Everdingen, Nieuwegein, Lopikerkapel,
13
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
Lexmond, Ameide, Lopik, Langerak, Groot-Ammers, Ammerstol, Bergambacht, Streefkerk,
Lekkerkerk en Nieuw-Lekkerland.
Voor de Gelderse gemeenten is de verwachting dat de bevolking in 2050 is toegenomen, met
uitzondering van Culemborg waar, volgens de huidige analyses, een krimp van 0-5% wordt verwacht.
De beroepsbevolking in de Gelderse gemeenten zal naar verwachting in 2050 wel zijn gekrompen,
met uitzondering van gemeente Wageningen waar een toename van de beroepsbevolking wordt
verwacht.
De druk op de woningmarkt in de provincie Utrecht is groot. Er is nog steeds sprake van een fors
woningtekort en de verwachting is dat dit nog tientallen jaren aanhoudt. Tot 2040 wordt er in geen
enkele regio van de provincie Utrecht bevolkingskrimp voorzien. De Utrechtse beroepsbevolking zal
de komende jaren nog verder toenemen, ondanks de vergrijzing van de Utrechtse bevolking. Door de
instroom van vooral jongeren (studenten) zal het opleidingsniveau van de beroepsbevolking verder
toenemen. Dit geldt met name voor het grootstedelijk gebied rondom de stad Utrecht.
Lint- en p l a a t s g e v o n d e n b e b o u w i n g Lekdijken en groene dijken
De dijken in de veenweidegebieden Krimpenerwaard en Alblasserwaard zijn, door de slappe
veenachtige ondergrond, onderhevig aan relatief grote doorgaande zettingen, waardoor met
regelmaat ophogingen nodig zijn. In combinatie met klimaatontwikkeling (zeespiegelstijging) en
hogere normen ontstaat voor de lange termijn een grote opgave. Langs de noordelijke Lekdijken is,
vooral westelijk van Schoonhoven, sprake van intensieve lintbebouwing dicht op de dijk die de
huidige en ook toekomstige dijkversterkingen complex en kostbaar maakt. Oostelijk van
Schoonhoven neemt de bebouwingsdichtheid af. Aan de zuidelijke Lekdijken is de bebouwing meer
plaats- c.q. stadsgebonden.
Inmiddels is er binnen het Deltaprogramma consensus over het uitgangspunt dat we, ook in de
toekomst, voor de veiligheid tegen overstromingen in deze gebieden hoofdzakelijk afhankelijk zullen
blijven van preventie, dat wil zeggen het op hoogte en sterkte houden van de dijken. Om dit te kunnen
doen is het van belang te anticiperen, in die zin dat ruimtelijk rekening wordt gehouden met
regelmatig terugkerende werkzaamheden aan de dijken.
Concreet heeft dit de aanbeveling in zich dat wordt voorkomen dat nieuwe bebouwing dicht bij de dijk
wordt gerealiseerd en dat het verdwijnen van bestaande bebouwing dicht op de dijk, als de kans zich
voordoet, wordt gestimuleerd.
Tevens wordt ingezet op een groene inrichting van de dijken, dat wil zeggen dijken van grond, met zo
weinig mogelijk constructies, en optimaal gebruik maken van de mogelijkheden die Building with
Nature biedt. Door beperking van golfoploop en overslag kunnen dijkophogingen langere tijd worden
uitgesteld en worden de fysieke consequenties gereduceerd. Dit typebeeld voor de dijken langs de
Lek sluit ook aan bij de lange termijnvisie voor de veenweidegebieden die uitgaat van het met
functietoekenning en waterbeheer beperken van de maaivelddaling. Groene dijken passen goed bij
het open karakter van het gebied.
4.4. Recreatie
Langs de rivier liggen zowel binnen- als buitendijks diverse recreatieterreinen, zoals bijvoorbeeld het
Eiland van Maurik. Het gaat zowel om terrein voor dagrecreatie als voor verblijfsrecreatie.
De dijken zelf doen dienst of kunnen dienst doen als recreatieve route. Hiervoor is het wel nodig dat
doorgaand verkeer/forensenverkeer wordt ontmoedigd. Voor fietsrecreatie is het wenselijk dat er vrij
liggende fietspaden aangelegd worden. Deze zijn er nog niet op de dijken in dit gebied.
Vanuit de diverse stedelijke kernen zijn er wensen om in de uiterwaarden, en in mindere mate ook in
het binnendijkse gebied, een recreatief uitloopgebied te ontwikkelen of te versterken. Langs de
gehele Neder-Rijn is versterking van de waterrecreatie een belangrijk onderwerp, bijvoorbeeld door
de aanleg van passantenhavens en rivierpleisterplaatsen. Gemeente Buren heeft daarnaast de
ambitie om het Eiland van Maurik beter te verbinden met het achterliggende dorp Maurik.
Door de Beleidslijn Grote Rivieren worden veel recreatieve ontwikkelingen in buitendijkse gebieden
belemmerd of onmogelijk gemaakt. De Beleidslijn grote rivieren heeft als doelstelling de beschikbare
afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de
mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging van het rivierbed nu en in de toekomst
feitelijk onmogelijk maken.
14
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
Het gebied van Houten en Wijk bij Duurstede en omgeving maakt deel uit van de Kromme Rijnstreek.
Belangrijke bestemmingen langs de rivier zijn de recreatieterreinen 't Waal, Gravenbol en het centrum
van Wijk bij Duurstede. Hier liggen ook twee Poorten, toeristisch-recreatieve attractiepunten die zelf
als bestemming functioneren én een knooppunt vormen van wandel-, fiets- en/of vaarroutes. Het gaat
om de Poorten Stadshaven Wijk bij Duurstede en Tuil en 't Waal die een aantrekkingskracht hebben
op bezoekers van buiten de gemeente.
4.5. Scheepvaart
Voor het vervoer over water speelt de Neder-Rijn en de Lek een bescheiden rol. Water gerelateerde
bedrijvigheid is in bescheiden mate aanwezig o.a. bij Wageningen, waar de grootste overslaghaven
voor veevoer van oudsher een functie vervult voor de Gelderse vallei. Als de stuwen geheven zijn
neemt het transport met grote schepen fors toe. De recreatievaart is sterk in ontwikkeling. Niet alleen
de pleziervaart maar ook de rijncruiseschepen nemen in aantal toe.
Ten behoeve van de aanleg van een derde keersluis bij de Beatrixsluizen is verlegging van de
oostelijke Voorhavendijk bij Nieuwegein noodzakelijk. Het Lekkanaal is belangrijk voor de
scheepvaart.
4.6. Landbouw
Landbouw is een belangrijke beheerder van het landelijk gebied en daarmee van belang voor het
behoud van de diversiteit en kwaliteit van het landschap. Het beleid voor landbouw is voornamelijk
gericht op het versterken van de positie van de grondgebonden landbouw langs de Neder-Rijn en
Lek. Voor blijvend toekomstperspectief krijgt de landbouw ruimte voor verbreding, denk aan verdere
ontwikkeling van streekproducten, biologische landbouw en stadslandbouw.
Gemeente Buren heeft aangegeven dat bij eventuele uiterwaardmaatregelen de voorkeur ligt bij een
agrarische inrichting.
15
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
5. Conclusie
In dit hoofdstuk is aangegeven welke punten we vanuit de ruimtelijke kwaliteit willen meegeven aan
de voorkeurstrategie.
5.1. Gebiedsniveau
Op gebiedsniveau zijn voor de Neder-Rijn Lek een drietal kwaliteitsbeelden geformuleerd. Het streven
is deze beelden als uitgangspunt te nemen voor initiatieven.
Algemeen geldt voor het gestuwde deel dat er een open landschap blijft met een menging van
landbouw (grasland), natuur (moeras) en recreatie. Voor het getijdedeel is de ontwikkeling van meer
getijdenatuur wenselijk. Een positieve inzet van natuur- en watermaatregelen geeft ook een impuls in
het terugdringen van het grote areaal akkerbouw (maïs) in de uiterwaarden. Vanuit de ruimtelijke
kwaliteit heeft het de voorkeur om akkerbouw buitendijks alleen op het zgn. oud-hoevig land een plek
te geven. Door de ontwikkeling van deze menging wordt ons rivierlandschap weer helder en leesbaar.
Specifiek geldt:
1.
2.
3.
Voor het beeld 'Rivierenland aan de voet van de stuwwal': Het beter benutten van de gradiënten
tussen stuwwal en rivierenland. Bijvoorbeeld in kansen voor een kwelgerichte benadering van
meer natuur langs de flanken en meer kansen voor de ontwikkeling van de rijke cultuurhistorie
(Limes).
Voor het beeld 'Gestuwde Rijn in het Laagland': De natuur meer ontwikkelingsgericht benaderen
en tevens de eilanden voor recreatie een kwaliteitsimpuls geven. Maak Wijk bij Duurstede als
historische plek beter zichtbaar en zoek verbinding met de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Voor het beeld 'Smal rivierlint met getijde dynamiek': Ontwikkel vooral getijdenatuur buitendijks
als tegenhanger van het agrarisch gerichte veenweidelandschap. Zoek hierbij de verbinding met
de Oude Hollandse Waterlinie.
5.2. Dijken
Op het niveau van dijken zijn voor de Neder-Rijn Lek een tweetal kwaliteitsbeelden geformuleerd.
Ook hiervoor is het streven deze beelden als uitgangspunt te nemen voor initiatieven. Het gaat om
het respecteren van de oorsprong van deze dijken. Afhankelijk van de locatie betekent dat het
verbinden van de dijken met de oeverwallen en het omringend landschap, dan wel om de mate
waarin de dijk een ontginningslint en/of een scherpe grens is. Dit vertaalt zich in de wenselijkheid van
de breedte en hoogte van dijken, maar ook in de profilering van de dijk vanuit historisch opzicht en de
mate van multifunctionaliteit. Op basis hiervan worden algemene ontwerpprincipes op regionale
schaal gemaakt. Via maatwerkoplossingen op lokale schaal komt de diversiteit van ons
dijkenlandschap tot stand.
De volgende meer generieke uitgangspunten zijn van belang voor een strategie die sterk uitgaat van
dijkverbeteringen:
1.
2.
3.
Bij het aanpassen van de dijken wordt zowel gekeken naar binnendijkse mogelijkheden, als naar
technische en buitendijkse mogelijkheden.
Bij het aanpassen van de dijken wordt ingezet op het handhaven en versterken van de grote
diversiteit aan landschappelijke, cultuurhistorische en stedelijke kwaliteiten langs de Neder-Rijn
en Lek zoals die in de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Rijn zijn neergezet. Daarbij is een
genuanceerde aanpak nodig die recht doet aan de grote verschillen langs de rivier.
Bij het aanpassen van de dijken wordt ingezet op behouden van de eenheid in het beeld van de
dijken, zodat het herkenbare beeld van de Neder-Rijn en Lekdijken blijft bestaan. Hierin moet de
nuance gezocht worden met de verscheidenheid van de landschappelijke kwaliteiten langs de
rivier. Een bouwsteen vormt de dijktypologiekaart van het buro Veenenbos zoals die voor de
regioprocessen voor de Waal en IJssel is ontwikkeld. Deze dijktypologie is uitgewerkt voor de
dijken op de zuidoever langs de trajecten Neder-Rijn en Lek.
16
Ruimtelijke visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november
2013
4.
Bij het aanpassen van de dijken willen we de werkzaamheden zoveel als mogelijk meekoppelen
met ontwikkelingen in het gebied langs de dijken. Nieuwe ontwikkelingen moeten ook waarden
creëren, bijvoorbeeld voor het landschap. Aanpassen van de dijken kan ook aanleiding zijn om
ontwikkelingen die gewenst zijn, maar nog geen locatie hebben gevonden, mee te koppelen. Dit
kunnen bijvoorbeeld economische, natuur- of recreatieve ontwikkelingen zijn, maar ook
ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie.
Deze uitgangspunten worden hierna verder uitgewerkt.
5.2.1.Benutten binnendijkse en buitendijkse mogelijkheden
Voor het aanpassen van dijken, bestaan drie mogelijkheden voor dijkversterking. De inzet van deze
mogelijke oplossingen is (deels) afhankelijk van het probleem c.q. het /faalmechanisme van de dijk: is
de hoogte onvoldoende en/of is de stabiliteit onvoldoende (bijvoorbeeld door piping)? De drie
mogelijkheden zijn:
Binnendijks versterken waar geen sprake is van aaneengesloten bebouwing of andere belangen
die zich hier tegen verzetten. Binnendijkse versterking om een dijk doorbraakvrij te maken kan de
vorm hebben van een verflauwing van het binnentalud (< 1:3), een verbreding van de hele dijk
inclusief de kruin die bijvoorbeeld woningbouw op de dijk mogelijk maakt, of een berm tegen de
binnenzijde, eventueel ook met woningbouw.
Technische oplossingen waarbij een constructie in of aan het dijklichaam wordt toegevoegd.
Deze oplossingen worden vaak toegepast bij ruimtegebrek (bijvoorbeeld in stedelijk gebied, bij
lintbebouwing) om een bijzonder landschapselement te sparen (bijv. een wiel of Strang in het
rivierengebied) of waar men de waterkering een bepaald karakter wil geven: als kade, boulevard,
stadsmuur, etc. Constructieve oplossingen kunnen bestaan uit een damwand, een keermuur of
stadsmuur, al dan niet gecombineerd met bebouwing, of een tunnelbak. Tenslotte worden
constructies ook wel toegepast om grondlichamen te versterken die vanuit geotechnisch oogpunt
onvoldoende stabiel zijn, zoals bij slappe veengrond.
Er zijn ook meer innovatieve methoden van dijkversterking in ontwikkeling (mixed in place,
vernageling, geotextiel e.d.) die naar de toekomst toe mogelijk mede perspectieven bieden voor
oplossingen op plekken waar de ruimte beperkt is.
Buitendijks versterken waar binnendijks (vrijwel) zeker niet mogelijk is (veelal bij binnendijkse
lintbebouwing). Buitendijkse versterking om een dijk doorbraakvrij te maken kan de vorm hebben
van een verbreding van de dijk aan de buitenzijde met schuin talud, een verbreding en
terrassering, met overgangen die variëren tussen de verschillende terrassen van recht met een
keermuur, tot schuine taluds.
Lastig hierbij is, dat buitendijks versterken per definitie betekent dat er minder 'ruimte voor de
rivier' komt. Dat ligt uiteraard gevoelig, aangezien het omgekeerde juist het doel is. Daarom heeft
het bij buitendijks versterken de voorkeur om te compenseren door elders iets meer binnendijks
te gaan, of obstakels te verwijderen. De Beleidslijn Grote Rivieren is het afwegingskader voor
ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed.
Zowel de binnen- als de buitendijkse mogelijkheden voor dijkversterking langs de Neder-Rijn en de
Lek moeten mogelijk zijn, waarbij ook een combinatie van beide tot de mogelijkheden behoort.
Waterschappen geven aan dat voor buitendijkse dijkversterkingsmaatregelen de Beleidslijn Grote
Rivieren in de praktijk geen belemmeringen oplevert. Voor buitendijkse bebouwing vanwege recreatie
e.d. kan de Beleidslijn overigens wel belemmeringen opleveren.
Voor de Grebbedijk en mogelijk de zuidoever van Arnhem wordt, vanwege het grote gebied achter de
dijk wat extra bescherming behoeft, ingezet op een deltadijk. Er is ruimte nodig om deze deltadijk te
maken. Een deltadijk kan namelijk meer functies vervullen dan alleen die van waterkering. Veel
bestaande dijken doen dat ook al, omdat er vaak ontsluitingswegen, fietspaden of andere
infrastructuur op liggen. Men kan echter ook denken aan deltadijken met meer intensieve vormen van
medegebruik, waarbij op of in de dijk is gebouwd (dit mag echter toekomstige dijkversterkingen niet
bemoeilijken). Dat zou men met recht multifunctionele deltadijken kunnen noemen. A a n zo'n
multifunctionele deltadijk worden aanvullende eisen gesteld door die andere gebruiksfuncties.
17
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn en Lek, versie 28 november 2013
Voor alle dijken geldt dat er altijd aan zal worden gewerkt vanwege onderhoud en nieuwe inzichten.
Het is daarom van belang hier rekening mee te houden en niet te dicht tegen de dijk te bouwen.
Vooral voor de Krimpenerwaard en Alblasserwaard met lintbebouwing is het van belang dat ruimtelijk
rekening wordt gehouden met regelmatig terugkerende werkzaamheden aan de dijken. Concreet
heeft dit de aanbeveling in zich dat wordt voorkomen dat nieuwe bebouwing dicht bij de dijk wordt
gerealiseerd en dat het verdwijnen van bestaande bebouwing dicht op de dijk, als de kans zich
voordoet, wordt gestimuleerd. Tevens wordt hier ingezet op een groene inrichting van de dijken, dat
wil zeggen dijken van grond, met zo weinig mogelijk constructies en optimaal gebruik maken van de
mogelijkheden die Building with Nature biedt. Groene dijken passen goed bij het open karakter van
het gebied.
5.2.2.Handhaven en versterken diversiteit l a n d s c h a p , cultuurhistorie en s t e d e n
Bij het aanpassen van de dijken wordt ingezet op het behouden van bestaande kwaliteiten en het
versterken ervan (Landschappelijke, Natuur- en Cultuurhistorische waarden). Dit geldt op het
schaalniveau van de gebiedskenmerken, zoals de stuwwallen en de veenweidegebieden. Dit geldt
ook op het schaalniveau van samenhangende ensembles, denk aan landgoederenzones, linies, linten
en historische stads- en dorpsgezichten, maar ook vanwege de diversiteit van bebouwing en functies
in het stedelijk gebied. Maatregelen die hiervoor genomen kunnen worden zijn:
Samenhang en continuïteit herstellen, ontbrekende schakels toevoegen, versnipperde
onderdelen samenvoegen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het herstellen van landschappelijke
samenhang tussen gebieden en het verbinden van natuurgebieden en het creëren van goede
stad-landverbindingen.
Diversiteit vergroten. Dit geldt bijvoorbeeld voor het recreatieaanbod en de natuurgebieden.
Robuustheid vergroten. De kwaliteit van recreatievoorzieningen en van natuurgebieden kan
toenemen door de robuustheid te vergroten.
Beleefbaar en toegankelijk maken. Mooie landschappen en cultuurhistorische waarden winnen
aan waarde als ze te bewonderen zijn.
5.2.3.Inzetten o p eenheid in beeld dijken
Voor de vormgeving van de dijken staan ruimtelijke kwaliteitsprincipes centraal, zodat de uitstraling
van de Neder-Rijn en Lekdijk versterkt wordt. De ambitie is het herkenbaar houden en versterken van
de continue lijn die de dijken vormen naast de rivier. Aandachtspunten zijn:
Behoud het historische tracé en de kenmerkende vorm van de dijk. Het slingerende tracé van de
dijk is getekend door doorbraken, verleggingen en aanpassingen. Bij ontwikkeling van de dijk is
deze geschiedenis belangrijke bagage waarop zoveel als mogelijk moet worden voortgebouwd.
Versterk de continuïteit van de dijk, respecteer de hoofdvorm. Voorkom een verbrokkelde relatie
waarbij de weg soms op en soms naast de dijk loopt. Zorg voor vloeiende overgangen tussen
dijkvakken. Als de verkeersfunctie van de weg op de dijk verandert, dient dit geen contrast tussen
dijktrajecten op te leveren. Maak op- en afritten ondergeschikt aan de hoofdvorm: smal en stijl,
met een gevorkte op- en afrit.
Heb aandacht voor bestaande ecologische en cultuurhistorische waarden.
Geef de dijk vorm als recreatieve route. De dijk is de hoofdroute voor recreatief verkeer bij uitstek,
mits recreatief verkeer niet te veel wordt gehinderd door doorgaand verkeer. G a uit van
belevingsverkeer en minder van forensenverkeer. Uitzicht, aantrekkelijke bermen en toegang tot
de gevarieerde historie van de omgeving horen hierbij.
5.2.4 M e e k o p p e l e n met ontwikkelingen
Bij het versterken van de dijken kunnen andere ontwikkelingen en ambities meeprofiteren. Er kan
werk met werk worden gemaakt. In grote lijnen gaat het om het volgende:
Het verbeteren van de recreatieve infrastructuur en de relatie binnen- en buitendijks door het
creëren van doorgaande langzaam verkeersroutes.
Het aanbrengen van ecologisch waardevolle gradiënten.
18
Ruimtelijke
visie Regioproces
Neder-Rijn
en Lek, versie 28 november
2013
Het vernieuwen van het contact van (historische) waterfronten met het water door herinrichting
van de openbare ruimte.
Koppeling met economische ontwikkelingen aan water en dijk.
Voor meekoppelen kan ook gekeken worden naar in een gebied gewenste ontwikkelingen die nog
geen locatie hebben gekregen. Dit kunnen bijvoorbeeld economische, natuur- of recreatieve
ontwikkelingen zijn, maar ook ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie.
V o o r n a a m s t e g e r a a d p l e e g d e literatuur:
Deltadijken: ruimtelijke implicaties. Effecten en kansen van het doorbraakvrij maken van primaire
waterkeringen, Deltares, 2010.
Dijkenkaart rivierengebied, Veenenbos en Bosch Landschapsarchitecten en Ferdinand van
Hemmen Landschapshistoricus in opdracht van de provincie Gelderland, februari 2013.
Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025, Centraal Bureau voor de
Statistiek en Planbureau voor de Leefomgeving, persbericht 1 oktober 2013.
Handboek ruimtelijke kwaliteit dijkverbetering Hagestein - Opheusden, Opgesteld in opdracht
van: Waterschap Rivierenland door H+N+S landschapsarchitecten i.s.m. Abe Veenstra en Geert
de Vries, Infram, april 2013.
Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit voor de Rijn, Pannerdensch Kanaal, Neder-Rijn en Lek (tot en
met Vianen), in opdracht van Provincie Gelderland, Provincie Utrecht, Ministerie van Verkeer en
Waterstaat (Programmadirectie Ruimte voor de Rivier) en Ministerie van V R O M Uitgevoerd door
Terra Incognita stedenbouw en landschapsarchitectuur, Bureau Stroming, S A B en Alterra, 2009.
Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Dijkversterking Schoonhoven-Fort Eeverdingen (Dijkring 16
oost). Opgesteld in opdracht van het Waterschap Rivierenland door H+N+S
landschapsarchitecten in samenwerking met Beek & Kooiman cultuurhistorie, 2010.
Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Dijkversterking Fort Everdingen - Arnhem (dijkring 43),
Opgesteld in opdracht van het Waterschap Rivierenland door H+N+S landschapsarchitecten in
samenwerking met Beek & Kooiman cultuurhistorie, 2010.
Kadernota Ruimte, provincie Utrecht, P S 13 december 2010.
Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen voor Rivierengebied en Groene Hart, in opdracht van
provincie Utrecht opgesteld door Okra Landschapsarchitecten b.v., juli 2011.
Ontwerp Gelderse Omgevingsvisie, Gelderland Anders, provincie Gelderland, G S 15 mei 2013.
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, provincie Utrecht, P S 4 februari 2013.
Regioadvies kansrijke strategieën Regioproces Nederrijn-Lek, januari 2013.
Visie op Zuid-Holland, Provinciale Structuurvisie, Ontwikkelen met schaarse ruimte, provincie
Zuid-Holland, P S 2 juli 2010.
19
9W» P R O V I N C I E : : U T R E C H T
Ret; o-advies Regioproces Nederrijn-Lek
meekoppelkansen en knelpunten
bcatie met meekoppelkansen
Lliikt'ii
Kansrijke locatie Dettadijk
i
EbNENC
AR N
3:v3rbetering
relatie
Etad-dijk
4:ontwikkeling jachthaven; revitalisering
bedrijventerrein Nudeparken; realisatie
klimaat-en duurzaamheidsambities
5:ontwikk5Kng
landschap; natu
recTêatle^n-toerisme
Eibuitendijks
hoogwatervrij
£ LLLfOMGtVIüt^ j
AIDANT. lYSI^M
lontwikkeling
| Parenco-terrein
ontwikkeling
recreatief
IQ
PC "
^cultuurhistorisch
waardevolle
bebouwing
Bxultuurhistorisch
waardevolle
bebouwing
AxultuurhistoFisch
waardevolle
bebouwing
Drijksmonument
bebouwing en bedrijven
cm bij-dyk
A!t:l)00:/N/ 21-11-2013/ZOn'il'lWH 11
\
36^ P R O V I N C I
Re.i io-advies Regk>proces Nederrijn-Lek
meekoppelkansen en knelpunten
ZEIS ï
WOE-RDEN
Harnwlen
kii^l'Hii,:
bcatie met meekoppelkjnsen
Oe Mee
dykw
kansrijke locatie Deltadijk
1
'J4
4
MM
A
— y •;.
•' ."•-.•ij )
-
I
1
r/ ntt.
!
•MM
Dl. IIL:
IJS3ELSTEIN
bo
G: bebouwing
van
Vreeswijk; bebouwing
buitendijks
L _ i — — _
uctie
sluipverkeer:
ontwikk
H: bebouwing
dicht
Lr pi*
9:meekoppeling met
ontgrondingen; ontwikkeling
toegankelijk natuurc
;
bi
13
7:intensivering relatie stad
ën rivier; imtwikkellng'
jachthaven.feereatie, natuur
vergroten zichtbaarheid
ingang Kró'm'me Rijn;4<oppeling
waterveiligheid - zoetwater;
verbeteren waterkwaliteit (KFivV);
vergroten verkeersveilig ieid
6:verbinding dorp
iVfaUilklnet Eiland
5
H
L U L'E M B O B
y
ntwikkeling
recreatieterrein
Salmsteke
t bij dijk
• ••
V .
m
VDEÜNG FYSIEKE
LLCljlUBEVII
11
12
i
y
11 anticiperen op
nieuwe nornenng
bij de
derde kolk
i pl i , - „ - . , H
1'\
-"
'X
10 doors
zomerkade
Jing met ontgrondïSg«tv
ontwikkeling natuur
feer«atie«n cjjhuurrastorie
: 13 r^monymerifiifr
binnen- en
buitendijks
cember 2013
Voorkant
Hoogwater Maas. 2011
Foto: Arjan van Hal
B e s c h e r m i n g s n i v e a u a a n s c h e r p e n (6)
R i v i e r v e r r u i m i n g en dijkversterking (8)
H eldere financiële kaders (n)
Principiële
V e r k e n n i n g en v e r v o l g o n d e r z o e k (13)
uitspraken
V o o r t z e t t i n g s a m e n w e r k i n g (14)
WÊBËÈËÊÊËUÊÊËKÊÊÊË
V e r a n k e r i n g in D e l t a b e s l i s s i n g e n (16)
Internationale s a m e n w e r k i n g (17)
Ruimtelijke reserveringen (19)
Inzet r e t e n t i e g e b i e d e n (20)
U
Strategische
keuzes
V e i l i g h e i d s f i l o s o f i e (21)
• • • • • • •
VervolgInleiding (3)
D e l t a p r o g r a m m a (25)
proces (24)
Urgentie bepaalt prioriteitsstelling (22)
1
Inleiding
De regionale voorkeursstrategieën
Uitspraken en keuzes
Voorkeursstrategie Rivieren
Dit d o c u m e n t bevat de c o n t o u r e n v o o r
staan samen met dit d o c u m e n t cen-
In het Deltaprogramma wordt onder-
Dijkversterkingen en rivierverruimende
de Voorkeurstrategie Rivieren
traal i n de consultatierondes die d o o r
scheid gemaakt in principiële uitspra-
maatregelen spelen samen de h o o f d r o l
r u i m i n g en d i j k v e r s t e r k i n g i n een k r a c h t i g
de provincies zijn geïnitieerd. Dit
ken, strategische keuzes en concrete
i n de Voorkeursstrategie Rivieren. De
samenspel.
d o c u m e n t plaatst de regionale voor-
maatregelen als elementen van een
u i t w e r k i n g hiervan is in volle gang.
Rivieren zal i n april 2014 v o o r het Del-
keursstrategieën i n de bredere context
voorkeurstrategie. Dit d o c u m e n t gaat
Aan het einde van dit d o c u m e n t vindt
taprogramma 2015 (DP2015) w o r d e n
van de Voorkeursstrategie Rivieren.
i n op de voorstellen v o o r principiële
u een korte beschrijving van het proces
opgeleverd, s a m e n met de adviezen
Het bevat uitspraken e n keuzes die de
uitspraken e n strategische keuzes v o o r
en de activiteiten o m tot de vaststelling
Betekenis van dit document
Rivierver-
De Voorkeursstrategie
van het Deltaprogramma Rivieren over
regio's en riviertakken (met elkaar ver}
het Deltaprogramma Rivieren, zoals
van de Voorkeursstrategie Rivieren te
de verschillende deltabeslissingen.
binden.
voorgelegd aan de Stuurgroep Delta
komen.
Maas en de Stuurgroep Delta Rijn
Belangrijke bouwstenen v o o r de
(20 november 2013) e n de Landelijke
Voorkeursstrategie Rivieren zijn de
Stuurgroep Deltaprogramma (28
regionale voorkeursstrategieën die
n o v e m b e r 2013). De voorstellen v o o r
e i n d n o v e m b e r en begin december
concrete maatregelen k o m e n naar
d o o r de regio's IJssel, Waal, Nederrijn-
voren i n de regionale voorkeurs-
Lek, bedijkte Maas e n Maasvallei zijn
strategieën.
opgeleverd.
Urgentie
Klimaatverandering cn bodemdaling
Z e e s p i e g e l s t i j g i n g en toename piekafvoer
rivieren.
Inhaalslag d i j k e n
Afgekeurde dijken en piping
©
Nieuwe normen
voor risico op (economische)
schade.
\
s
i
I
•
!
ll
s t t i
KL
i
Hoogwater wool, 2011
Foto: M/scha Keiiser
Beschermingsniveau
aanscherpen
UITSPRAAK-1
gevolgschade e n slachtoffers. In het
van de waterstand i n de rivieren d o o r
rivierengebied k o m e n grote watervei-
zeespiegelstijging e n hogere piek-
ligheidsopgaven s a m e n .
afvoeren. Dit kan leiden tot een toename van de waterstanden met m a x i -
De Stuurgroepen Delta Maas en Delta Rijn onderschrijven de
noodzaak van aanscherping van het beschermings
niveau in het rivierengebied en willen daarbij uitgaan van de
Op korte t e r m i j n ligt er een urgente
maal 80 c m i n het jaar 2100 v o o r de
dijkversterkingsopgave o m de r u i m
verschillende riviertakken.
300 k m afgekeurde dijken o p orde te
risicobenadering.
brengen. B o v e n d i e n blijken veel dijken
De opgave - de combinatie van afgekeurde dijken, klimaat-
D o o r de toename v a n het aantal i n w o -
i n het rivierengebied gevoelig v o o r
ners en de e c o n o m i s c h e waarde achter
verandering, bodemdaling en nieuwe normering - maakt dat het
p i p i n g (water- én zandmeevoerende
de dijken is o o k aanscherping van het
rivierengebied de komende decennia verreweg de grootste
w e l l e n i n de dijk) e n b o d e m d a l i n g . O p
beschermingsniveau noodzakelijk.
waterveiligheidsopgave heeft. Een opgave, die vraagt om lande-
de lange t e r m i j n m o e t e n we r e k e n i n g
Het bieden van een basisbescherming
h o u d e n met de gevolgen van klimaat-
tegen overstromingen aan alle
verandering. Dit betekent stijging
m e n s e n is daarbij uitgangspunt. Extra
lijke prioriteit.
De urgentie van de opgave vormt een grote uitdaging voor de
komende decennia, maar biedt juist ook kansen voor een duurzaam veilig en economisch florerend rivierengebied.
Overstromingsrisico
De Voorkeursstrategie Rivieren gaat uit
• Deltabeslissing IJsselmeergebied:
van de volgende uitgangspunten:
uitgegaan w o r d t van een zo beperkt
• Deltabeslissing Waterveiligheid: er
m o g e l i j k meestijgen van het winter-
is breed draagvlak v o o r de aanscher-
peil van van het IJsselmeer na 2050.
p i n g v a n het beschermingsniveau
Wadden
I
Kust
IJsselmeer
Rijnmond Drechtstreden
i n het rivierengebied volgens de
Urgentie waterveiligheidsopgave
risicobenadering;
Het rivierengebied beslaat een groot
• Deltabeslissing Rijn-Maasdelta: de
H
deel van ons land e n kent o p dit m o -
huidige beleidsmatig afgesproken
m e n t verreweg de grootste risico's o p
afvoerverdeling blijft uitgangspunt
overstroming. Het gaat o m risico's met
v o o r de Voorkeursstrategie Rivieren;
het o o g o p mogelijke e c o n o m i s c h e
Zuidewestelijfce delta
Rivieren
Rivierverruiming
en
dijkversterking
UITSPRAAK - 2
Het motto 'Rivierverruiming en dijkversterking in een krachtig
samenspel' is leidend voor de Voorkeursstrategie Rivieren en
vormt de basis voor de regio-specifieke uitwerking voor de
IJssel, Waal-Merwedes, Mederrijn-Lek, Bedijkte Maas en Maasvallei.
e n Maaswerken leert dat ruimtelijke
Voor een ander deel van de veiligheids-
waterveiligheidsmaatregelen d o o r de
opgave - de klimaatopgave en gedeel-
kansen v o o r m e e k o p p e l i n g van andere
telijk o o k v o o r de nieuwe n o r m - is
functies tot veel meerwaarde v o o r de
een keuze mogelijk: dit kan zowel met
g e b i e d s o n t w i k k e l i n g k u n n e n leiden.
dijkversterking als rivierverruimende
maatregelen w o r d e n opgelost. Daar
Balans binnen grenzen
is dus een afweging n o d i g , waarbij de
Voor beide opties geldt o o k dat er
karakteristieken e n ontwikkelings-
grenzen zijn aan de m o g e l i j k h e d e n .
m o g e l i j k h e d e n va n de gebieden als
Grenzen vanuit de veiligheidsopgave,
vertrekpunt d i e n e n , een afweging op
Een krachtig samenspel van dijkver-
plaatsen een logische en noodzakelijke
grenzen vanuit het watersysteem en de
basis van het samenspel tussen d o e l -
sterking en rivierverruimende maatre-
keuze v o o r een bewezen techniek o m
waarden en kwaliteiten van het gebied,
bijdrage, kosten, m e e k o p p e l k a n s e n ,
overige baten en draagvlak.
gelen, gericht op het v o o r k o m e n van
de kans op overstroming te verlagen.
grenzen vanuit kostenoverwegingen en
waterstandsverhoging en het realise-
Een grote uitdaging is het verbinden
grenzen vanuit het draagvlak v o o r de
ren van risicoreductie, is n o d i g v o o r
van dijkversterking met andere functies
mogelijke o p l o s s i n g e n . Het respecte-
een robuust riviersysteem. O o k met het
en het o n t w i k k e l e n van innovatieve
ren van die grenzen vraagt o m een mix
o o g op regionale waarden e n ontwik-
dijkconcepten (bijvoorbeeld geotex-
van maatregelen.
kelingsperspectieven die passen bij de
tiel en deltadijken). Rivierverruiming
ruimtelijk e c o n o m i s c h e visie v o o r het
draagt bij aan risicoreductie d o o r
Een deel van de veiligheidsopgave en
rivierengebied. De Voorkeursstrategie
zowel de kans op overstroming als o o k
b o d e m d a l i n g moet altijd met dijkver-
Rivieren moet hiervoor een stevige
de v e r m i n d e r i n g van de gevolgen bij
sterking gerealiseerd w o r d e n , omdat
basisvormen.
een overstroming en is daarmee een
de opgave van de afgekeurde dijken
krachtige maatregel o m waterstands-
vooral een sterkteprobleem betreft
De veiligheidsopgave v o o r het rivie-
v e r h o g i n g i n de rivieren als gevolg van
(stabiliteit en piping). De verbetering
rengebied kan w o r d e n ingevuld met
klimaatverandering i n de toekomst te
van de afgekeurde dijken is een forse
dijkversterking e n rivierverruimende
beperken. O o k v o o r rivierverruiming is
opgave die v o o r een belangrijk deel op
maatregelen. In de fase van kansrijke
de uitdaging de v e r b i n d i n g te zoeken
korte en middellange t e r m i j n speelt.
strategieën (DP2014) zijn beide opties
met andere functies en d o e l e n . De
De opgave is urgent en een directe
verkend. Dijkversterking is op veel
ervaring van Ruimte v o o r de rivier
verplichting c o n f o r m de Waterwet.
Y
b e s c h e r m i n g is n o d i g o m in specifieke
gebieden grote e c o n o m i s c h e schade
e n / o f grote aantallen slachtoffers te
voorkomen.
De urgentie van de wateropgave i n het
rivierengebied is groot. Circa 90% v a n
het overstromingsrisico (kans x gevolg)
in Nederland k o m t v o o r r e k e n i n g van
het rivierengebied. Het grote aandeel
v o o r het rivierengebied w o r d t v o o r een
belangrijk deel veroorzaakt d o o r de
grote kans op o v e r s t r o m i n g , maar o o k
d o o r de o m v a n g van het overstroomd
oppervlak e n de daarmee gepaard
gaande schade.
o
atqesioten
1
—•
Hoogwater bij Tiel, 2002
Foto: Waterschap Rivierenland
Q
Typen
maatregelen
Dijkversterking
Dijkversterking k a n op verschillende manieren.
Denk naast de dijk hoger en breder
maken
b i j v o o r b e e l d aan het versterken van de
voet om p i p i n g tegen te gaan o f aan
een technische
constructie
meteen d a m w a n d
in de d i j k .
Rivierverruiming
Er zijn diversie opties om de rivier meer ruimte
te geven, dijkverlegging is er een van. Andere
voor beelden z i j n het zomerbed
verdiepen,
uiterwaarden uitgraven of een hoogwatergeul
aanleggen.
Retentie
Retentie is het t i j d e l i j k opvangen
en v a s t h o u d e n
van w a t e r i n een d a a r v o o r vooraf bestemd gebied.
Retentie beoogt de piek i n de a f v o e r g o l f af te vangen
en verlaagt zodoende
de w a t e r a f v o e r
benedenstrooms
Accenten
riviergebieden
In de benedenstroomse delen bestaan de maatregelen grotendeels uit
d i j k v e r s t e r k i n g . In het middentraject
is de c o m b i n a t i e van d i j k v e r s t e r k i n g
en rivierverruiming aan de orde. In
de bovenstroomse delen van r i v i e r e n
vormen de mogelijkheden voor retentie
en r i v i e r v e r r u i m i n g b e l a n g r i j k e m a a t r e -
gelen, gecombineerd
met de n o o d z a k e l i j k e d i j k a a n p a s s i n g e n . Bovenstrooms
zijn ook m a a t r e g e l e n i n de tweede
laag
p e r s p e c t i e f v o l . Het gaat dan om ruimtelijke ordening en/of aangepast bouwen.
Dit geldt met name voor p l a a t s e n waar
de r i v i e r nog echt i n een dal l i g t , b i j v o o r beeld in de Ussel-Vechtdelta).
C7
Q
Heldere financiële
UITSPRAAK-3
_
^
_
kaders
_
_
Ê
_
_
gevolgbeperkende maatregelen), is
l e n ('aanbod grondstoffen') en
leidend v o o r d e nadere u i t w e r k i n g van
dijkversterking ('vraag grondstoffen');
de voorkeursstrategie en v o r m t de kern
Helderheid overfinancieelkader waterveiligheidsmaatregelen
is cruciaal.
Voor rivierverruiming is een brede onderbouwing in de regio's
ter hand genomen, gericht op de verschillende vormen van meekoppeling en mede-financiering van de integrale oplossing. Ook
bij dijkversterking zijn integrale oplossingen in beeld, zoals
bijvoorbeeld deltadijken.
Voor de uitwerking en uitvoering van de Voorkeursstrategie
Rivieren is op korte termijn helderheid nodig over het financiële
van de specifieke uitwerking per regio.
pelen andere functies met dijken
De Voorkeursstrategie Rivieren geeft
sterking als bij het ontwerp geen
een krachtige o n d e r b o u w i n g v o o r
toeslag v o o r de klimaatopgave
rivierverruiming én dijkversterking. De
hoeft te w o r d e n verdisconteerd in
volgende aspecten spelen een cruciale
geval van rivierverruiming;
de relevante, deltabeslissingen (zie principiële uitspraak 6).
•
bedrijfsleven;
Doelbereik:
o E c o n o m i s c h e spinn-off;
o Bijdrage aan risicoreductie en
v o o r k o m e n waterstands-verho-
• Baten (meer abstract):
ging;
o Baten v o o r ruimtelijke kwaliteit,
Kosten:
cultuurhistorie, natuur e n recreatie; aansluiting op gebiedsvisies;
o Investeringskosten en kosten
v o o r beheer en o n d e r h o u d ;
o Vermeden kosten d o o r risicoreductie (schade en slachtoffers);
• M e e k o p p e l k a n s e n (concreet):
o M e e k o p p e l i n g (inhoudelijk e n
'Rivierverruiming e n dijkversterking in
zetting van het huidige beleid aan
een krachtig s a m e n s p e l ' is een logische
kracht w i n t . Deze s l i m m e c o m b i n a t i e
financieel)
stap gebaseerd op de huidige twee
van dijken e n rivierverruiming, met
d o e l e n (Natura 2000, EHS, KRW)
pijlers v a n o n s waterveiligheidsbeleid.
nadrukkelijke aandacht v o o r mee-
en regionale ambities en kansen;
De Voorkeursstrategie Rivieren m o e t
koppelkansen e n m o g e l i j k h e d e n
deze pijlers meer dan v o o r h e e n i n
v o o r meerlaagsveiligheid (met name
pelen (in de tijd en geografisch)
s l i m m e ruimtelijke o r d e n i n g en
van rivierverruimende maatrege-
s a m e n h a n g brengen, zodat de voort-
0 Kansen v o o r (ontgrondend)
r o l i n de o n d e r b o u w i n g :
•
stevige basis ('nationaal belang') van het 'krachtig samenspel' in
o Vermeden kosten v o o r dijkver-
medefinanciering
integrale oplossing, mede in relatie tot de kaders vanuit HWBP,
Helderheid over het financieel kader vraagt mede o m een
(wonen/parkeren e t c ) ;
Onderbouwing, financiële kaders en
kader voor waterveiligheidsmaatregelen, als onderdeel van de
Deltafondsen MIRT.
0 Vermeden kosten d o o r m e e k o p -
met andere beleids-
o Vermeden kosten d o o r s l i m kop-
•
Draagvlak.
1
j •
1
:
Ü
•
Reddingsactie bij hoogwater, 20
Foto: Ministerie van lenM
Verkenning
en
vervolgonderzoek
UITSPRAAK-4
Verkenningen én vervolgonderzoek blijven nodig.
•
•
C e n t r a a l H o l l a n d Tekortkomingen
het opstellen van een overkoepelende
aan de C-keringen|in dit gebied
strategie IJssel-Vechtdelta starteen
ertoe d a t een overstroming vanuit de
MIRT-onderzoek.
Nederrijn-Lek zich niet tot één dijkring
In de Voorkeursstrategie Rivieren zijn beleid en ambities van
b e p e r k t , maar
rijk, provincies, waterschappen en gemeenten in het ruimtelijk
Voor andere riviertrajecten is duidelijk
domein als lange termijn perspectief samengebracht;
dat de onzekerheden n o g groot blijven.
Voor een aantal gebieden kan de verkenningsfase spoedig
worden gestart, in het HWBP of in MIRT-context;
•
r i n g i n gang gezet, bijvoorbeeld v o o r
Voor diverse riviertrajecten is nog een verdere uitwerking van
over meerdere
tot diep in de Randstad
dijkringen
doordringt.
Project-overstijgend onderzoek van
De voorkeursstrat?gie gaat uit van de
p i p i n g , de veiligheidsfilosofie Maas
volgende
en retentie zijn enkele v o o r b e e l d e n
• Geen grootscha ig investeren
van onderzoeken die d o o r l o p e n i n de
hoofdketizes:
in de
C-keringen;
het nu lopende proces van belang; de project-overstijgende
k o m e n d e jaren. V o o r delen van het
verkenning van piping-maatregelen, de veiligheids-filosofie
rivierengebied is i n de periode 2014
d i j k e n tussen
Maas en retentie zijn enkele voorbeelden van onderzoeken die
-2015 n o g veel werk te verzetten.
hoven
doorlopen in de komende jaren (2014-2015).
leiden
• In p l a a t s d a a r v a n de n o o r d e l i j k e LekAmerongen en
Schoon-
a a n p a k k e n , w a a r b i j ook l o k a a l
meekoppeling rfiet ruimte voor de
rivier-maatregelen w o r d t a f g e w o g e n ;
- De f u n c t i e en status
Er is heel veel bereikt i n het voorbije
den kilometers hoofdwatersysteem- is
traject van strategieontwikkeling. De
een
huzarenstukje.
van de C-
keringen langs ae gekanaliseerde
Hollandse
Ussel, het Amsterdam-
Rijnkanaal en het N o o r d z e e k a n a a l
u i t w e r k i n g is voortvarend ter hand
(Spaarndammerdijk) heroverwogen.
g e n o m e n d o o r de regionale partners.
In verschillende regio's zijn de voor-
Het i n beeld brengen van doelbereik
bereidingen v o o r b o r g i n g van maat-
i n termen van waterstanden en risico-
regelen i n regionale structuurvisies
De uitwerking van deze hoofdkeuzes
reductie, het inzichtelijk m a k e n van
(bijvoorbeeld v o o r Waalweelde West)
is binnen het nHWj/BP gestart met het
effecten, het verkennen van kosten,
en provinciale o m g e v i n g s p l a n n e n
opstellen van een \plan van aanpak
baten en m e e k o p p e l k a n s e n i n het licht
(bijvoorbeeld i n Limburg) i n volle
de project-overstijgende verkenning
van de regionale ruimtelijk e c o n o m i -
gang. O o k i n andere gebieden zijn
Centraal Holland. Looptijd van deze
sche visies - d i t alles langs vele honder-
reeds vervolgstappen r i c h t i n g uitvoe-
verkenning is januari 2014 - eind
voor
2017.
Voortzetting
samenwerking
Dit betekent dat er voortdurend brede
maatschappelijke afwegingen moeten
UITSPRAAK - 5
w o r d e n gemaakt tussen waterveilig-
Governance: de voortzetting van de samenwerking is nodig voor blijvende integratie.
Het ontwikkelingstraject van de Voorkeursstrategie Rivieren heeft onmiskenbaar het belang aangetoond van de samenwerking tussen alle betrokken overheden, vertegenwoordigd in de Stuurgroep
heid e n andere functies en waarden
van het gebied. En dat er voortdurend
financiële
afwegingen spelen bij het
streven naar k o p p e l i n g van m i d d e l e n
Delta Maas en Stuurgroep Delta Rijn, o m te komen tot een integraal en lange termijn perspectief voor
v o o r waterveiligheid aan m i d d e l e n
het rivierengebied.
v o o r andere d o e l e n , ambities e n
De implementatie en uitvoering van dit integraal en lange termijn perspectief voor het rivierenge-
kansen.
bied vraagt om een bestuurlijke structuur en organisatie, die het mogelijk maakt het integrale karakter
van de voorkeursstrategie ook vast te houden in het proces na de deltabeslissingen. Een adaptieve
uitvoering vraagt o m een voortdurend en cyclisch proces van planvorming, prioritering en programmering. Ook na vastlegging van de deltabeslissingen vraagt een integrale aanpak van de waterveiligheid gezamenlijke inhoudelijke en financiële afwegingen voor het geheel. De eerste integratieslag is
gemaakt, maar vraagt om voortzetting.
Samenspel organisaties
Het krachtig samenspel is een samenspel tussen rivierverruimende maatregelen en dijkversterking, maar o o k een
blijvend krachtig samenspel tussen de
betrokken organisaties:
Weliswaar afhankelijk van de inzichten op nationaal niveau over het 'vervolg' van het Deltaprogramma, en in het licht van een meer brede blik op watergovernance, blijft een bestuurlijke structuur op het
• Daarbij gaat het o m maatwerk: een
verstandige keuze, v o o r de juiste
maatregelen, i n de juiste m i x , op de
niveau van Maas en Rijntakken van belang.
juiste plek, en vooral op het juiste
moment;
V o o r de u i t w e r k i n g van de voorkeurs-
en regionale ambities. Veel maatre-
De i m p l e m e n t a t i e en uitvoering v a n de
• Het belang van maatwerk maakt dat
strategie gelden drie p e r i o d e n : tot
gelen zijn pas later (vanaf 2030) i n de
Voorkeursstrategie Rivieren vraagt n o g
de Voorkeursstrategie Rivieren geen
2030, 2030 - 2050 en 2050 - 2100. De
tijd aan de orde, deze w o r d e n globaler
veel bestuurlijke keuzes waarbij een
blauwdruk is, maar veel meer een
maatregelen v o o r de periode tot 2030
geduid. B o v e n d i e n zijn m e e k o p p e l -
integrale afweging, met de Voorkeurs-
lange t e r m i j n perspectief;
z u l l e n zo concreet m o g e l i j k w o r d e n
kansen i n de toekomst nu niet altijd al
strategie Rivieren als integratiekader,
b e n o e m d met de eventuele m e e k o p -
'gekend'. De maatregelen i n de periode
cruciaal is.
pelkansen met andere beleidsdoelen
na 2050 h e b b e n veelal het karakter van
mogelijke opties.
• De i m p l e m e n t a t i e en uitvoering
van dit integraal en lange t e r m i j n
perspectief v o o r het rivierengebied
vraagt o m een bestuurlijke struc-
van de betrokken overheden die het
tuur en organisatie, die het mogelijk
mogelijk maakt, met het integrale
maakt het integrale karakter van
perspectief als u itgangspunt, steeds
de voorkeursstrategie o o k vast te
te bezien en te o n d e r b o u w e n welke
h o u d e n i n het proces na de delta-
maatregelen n o d i g , m o g e l i j k en
beslissingen. Een adaptieve uitvoe-
haalbaar zijn o f hoe het perspectief
r i n g vraagt o m een voortdurend e n
anders kan w o r d e n bereikt.
cyclisch proces van p l a n v o r m i n g ,
p r i o r i t e r i n g en p r o g r a m m e r i n g . O o k
MAEREK
na vastlegging van de deltabeslis-
bestuurlijke structuur en organisatie
singen vraagt een integrale aanpak
van de i m p l e m e n t a t i e e n uitvoering
van de waterveiligheid van Eijsden
van de strategie.
tot het Hollands Diep en van L o b i t h
tot H o e k van H o l l a n d gezamenlijke
i n h o u d e l i j k e e n financiële afweginge n v o o r het geheel;
Voor de periode tot 2030 vraagt
d p
v.
Dit vraagt o m een standpunt over de
dit o m concretisering en onderb o u w i n g , mede op basis van nut
en noodzaak (risicoreductie) en
kosteneffectiviteit (afweging d o e l bereik, kosten, m e e k o p p e l k a n s e n e n
overige baten), van die maatregelen
i n de Voorkeursstrategie Rivieren
die op korte t e r m i j n noodzakelijk
en kansrijk z i j n ; daar waar mogelijk,
zal v o o r deze maatregelen w o r d e n
voorgesteld v e r k e n n i n g e n te starten
(in MIRT- o f n H W B P - s p o o r ) ;
Voor de middellange e n lange
t e r m i j n vraagt dit o m flexibiliteit
Verankering
in
deltabeslissingen
I
UITSPRAAK-6
Het samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming vergt
verankering in Deltabeslissing Waterveiligheid en de Deltabeslissing Rijn-Maasdelta.
'Rivierverruiming en dijkversterking in een krachtig samenspel'
dient onderdeel te zijn van de deltabeslissing Waterveiligheid, omdat een krachtige combinatie van dijkversterking en
J
rivierverruiming nodig is voor een robuust riviersysteem, gericht
op het voorkomen van waterstandsverhoging en het realiseren
van risicoreductie, en nodig is voor het bereiken van het nieuwe
gewenste beschermingsniveau.
r
Het krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming
dient onderdeel uit te maken van de deltabeslissing Rijn-Maasdelta als onderdeel 'ruimte voor water' in het gebied van de
mm
m
Rijn-Maasdelta.
Het belang van het krachtig
ring i n het Nationaal Waterplan - o o k
samenspel tussen r i v i e r v e r r u i m i n g e n
o m een verankering i n de relevante
dijkversterking k o m t centraal te staan
deltabeslissingen.
i n de Voorkeursstrategie Rivieren, maar
vraagt - mede met het o o g op veranke-
i
•
-*t.
-
1
Internationale
samenwerking
de Rijn zelf. De d i j k h o o g t e n langs de
w e r k i n g o p het gebied van h o o g -
Niederrhein i n N o r d r h e i n Westfalen,
waterbescherming is het volgende
Internationale samenwerking moet worden voortgezet en ge-
het deel van Duitsland direct grenzend
opgenomen:
ïntensiveerd.
aan Nederland, zijn het meest bepa-
In de werkgroep wordt informatie
UITSPRAAK-7
Voortzetting en intensivering van de internationale samenwerking vraagt nadrukkelijk meer aandacht en inzet van de
betrokken overheden vanwege de samenhang in het rivier-
lend v o o r de afvoer die o n s land k a n
uitgewisseld over het hoogwaterbeleid
bereiken. D a a r o m is o o k v o o r a l directe
i n beide l a n d e n v o o r de lange t e r m i j n ;
grensoverschrijdende a f s t e m m i n g met
o n d e r andere over de voortgang van
de buren i n Duitsland v a n belang.
het Deltaprogramma i n Nederland e n
systeem.de verwachte effecten van klimaatverandering, de
het Hochwasserschutzkonzept i n
mogelijke grensoverschrijdende effecten van maatregelen en
De grensoverschrijdende samenwer-
N o r d r h e i n Westfalen. De werkgroep
de aanpak van overstromingsrisico's in de grensoverschrijdende
k i n g met N o r d r h e i n Westfalen wordt
adviseert h o e de inzichten over klimaat
dijkringen.
vormgegeven d o o r e e n samenwer-
i n relatie tot afvoergedrag van de Rijn
kingsverband tussen het Ministerie v a n
te benutten bij o n t w i k k e l i n g v a n het
Infrastructuur e n M i l i e u i n Nederland,
hoogwaterbeleid v o o r de lange termijn.
Hoogwater stoort zich niet aan gren-
tionaal en grensoverschrijdend beheer
de provincie Gelderland e n het M i n i -
zen, d a a r o m vraagt de aanpak van
van overstromingsrisico's. De Interna-
sterie van Klimaat, M i l i e u , Natuur-
hoogwaterveiligheid o m een grens-
tionale C o m m i s i e ter Bescherming v a n
b e s c h e r m i n g , L a n d b o u w en C o n s u -
Het Deltaprogramma Rivieren zal via
overschrijdende coördinatie v a n
de Rijn en de Internationale C o m m i s -
m e n t e n b e s c h e r m i n g (MKULNV) v a n
dit samenwerkingsverband o.a. de af-
maatregelen. Het neerslagpatroon
sie ter B e s c h e r m i n g van de Maas zijn
N o r d r h e i n Westfalen. Het samenwer-
s t e m m i n g zoeken over het wenselijke
b i n n e n het stroomgebied van de Rijn
verantwoordelijk v o o r de i m p l e m e n t a -
kingsverband, d e z g n . Nederlands-
beschermingsniveau v o o r de grens-
e n de Maas bepaalt de rivierafvoer die
tie van deze Europese R i c h t l i j n .
Duitse werkgroep Hoogwater, is gericht
overschrijdende dijkringen 42 en 48 e n
Nederland (bij L o b i t h en Eijsden) k a n
op a f s t e m m i n g van de grensoverschrij-
over het o p e n h o u d e n v a n de optie
bereiken.
Grensoverschrijdende
dende hoogwaterproblematiek. Deze
v o o r retentie i n het Rijnstrangengebied
De Europese Richtlijn Overstromingsri-
afstemming
samenwerking is recent bekrachtigd
(inclusief het aftasten van een m o g e -
sico's (ROR), die sinds 2007 van kracht
De afvoeren die Nederland k u n n e n
d o o r o n d e r t e k e n i n g van een nieuwe
lijke optimalisatie van dit gebied over
is, verplicht landen o m informatie te
bereiken, w o r d e n v o o r de Rijntakken
gemeenschappelijke verklaring v o o r
de grenzen heen).
verzamelen, internationaal overleg te
v o o r a l bepaald d o o r de dijkhoogten i n
de periode 2012-2017. In deze gemeen-
voeren en p l a n n e n te m a k e n voor na-
D u i t s l a n d , zowel langs de zijrivieren als
schappelijke verklaring over de s a m e n -
•
ffl ^
m
Ruimtelijke
reserveringen
Daarbij speelt de vraag hoe o m te gaan
KEUZE - 1
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
met de huidige conserverende status
van deze reserveringen. Handhaven
Noodzakelijke ruimtelijke reserveringen benoemen en borgen
In de Voorkeursstrategie Rivieren wordt aangegeven waar,
van het restrictief beleid o f zoeken naar
m o g e l i j k h e d e n v o o r ontwikkelingsge-
welke vormen van ruimtelijke reserveringen voor binnendijkse
richt reserveren (tijdelijk b e s t e m m e n ,
rivierverruimende maatregelen nodig zijn (waaronder retentie),
adaptief bestemmen)? Met ontwikke-
op welke wijze deze juridisch verankerd worden (inzet provinciaal
en rijksinstrumentarium) en welke opties er zijn voor ontwikkelingsgericht reserveren ('adaptief bestemmen').
lingsgericht reserveren wordt v o o r k o m e n dat een gebied i n haar ontwikk e l i n g wordt bevroren e n k u n n e n
(tijdelijke) o n t w i k k e l i n g e n die passend
zijn i n de toekomstige functie van het
gebied gestimuleerd w o r d e n .
Binnendijkse maatregelen v o r m e n een
k o m e n d e decennia 'gereed te m a k e n '
belangrijk onderdeel van de voorkeurs-
v o o r de toekomstige functie e n bij-
strategie. Ze zijn veelal ingrijpend
behorende i n r i c h t i n g .
v o o r het bestaande gebruik, maar
tevens een b r o n v o o r nieuwe ontwik-
Op dit m o m e n t is i n het Besluit
k e l i n g e n . De maatregelen zijn over het
algemene regels ruimtelijke o r d e n i n g
algemeen pas op t e r m i j n n o d i g (na
(Barro) aangegeven in welke b i n n e n -
2030, u i t z o n d e r i n g e n daar gelaten).
dijkse gebieden geen grootschalige,
Met een reservering van deze gebieden
kapitaalsintensieve o n t w i k k e l i n g e n in
moet enerzijds v o o r k o m e n w o r d e n dat
b e s t e m m i n g s p l a n n e n m o g e n wor-
grootschalige ruimtelijke o n t w i k k e l i n -
den o p g e n o m e n die het treffen van
gen een toekomstige functie v o o r w a -
rivierverruimende maatregelen i n de
terveiligheid frustreert, anderzijds de
toekomst k u n n e n b e l e m m e r e n .
stimulans bevatten o m het gebied de
H o o g w a t e r M a a s bij Heusden
Foto: Tinefee Dijkstra
Inzet retentiegebieden
reserveringen al in het Barro (Besluit
KEUZE - 2
algemene regels ruimtelijke ordening)
o p g e n o m e n , v o o r e e n deel n o g niet.
Opties voor inzet retentie openhouden
De inzet van retentiegebieden maakt onderdeel uit van de Voor-
De uiteindelijke afweging over de inzet
keursstrategie Rivieren.
van retentiegebieden vindt de ko-
• Voor de Rijntakken gaat het o m de optie o m Rijnstrangen als
m e n d e periode plaats. Per potentieel
retentiegebied gaat het dan o m de af-
retentiegebied in te zetten;
w e g i n g 'ja', 'nee', 'optie o p e n h o u d e n '
• Voor de Maas gaat het om de optie een aantal dijkringen in de
Maasvallei [nog onderwerp van discussie in het kader van systeemwerking Maas] en een aantal gebieden langs de bedijkte
Maas [nog onderwerp van discussie in het kader van Voorkeursstrategie bedijkte Maas] als retentiegebieden in te zetten.
Op basis van het resultaat van de regioprocessen (eind november
2013) zal duidelijk worden op welke wijze de retentiegebieden
gepositioneerd worden in de Voorkeursstrategie Rivieren ('ja',
'nee', 'optie open houden'), dan wel dat vervolg onderzoek
nodig is. Op basis daarvan zal, indien aan de orde, ook de relatie gelegd worden met de juridische verankering van de reserveringen (zie strategische keuze-i).
Een aantal binnendijkse ruimtelijke
Als deze retentiegebieden w o r d e n
reserveringen in de toekomstige Voor-
benut i n de voorkeursstrategie, zijn
keursstrategie Rivieren heeft betrek-
hiervoor o o k ruimtelijke reserveringen
k i n g op retentiegebieden, z o w e l v o o r
van belang. Zie hiervoor het voor-
wat betreft de Maas als de Rijntakken.
gaande p u n t . V o o r e e n deel zijn deze
o f ' vervolg-onderzoek'.
Veiligheidsfilosofïe
KEUZE-3
^
^
^
^
^
^
^
^
Veiligheidsfilosofïe (Limburgse) Maas aanscherpen
Een mixvariant tekent zich af, waarbij de dijkringen in het
Limburgse Maasdal aangelegd kunnen worden met een hoogte
die aansluit bij de ontwerpeisen in de rest van Nederland. Het
onttrekken van berging en stroming van Maas-hoogwater heeft
effecten in de Maasvallei (lokaal) en de bedijkte Maas (benedenstrooms). De lokale effecten worden gecompenseerd door maatwerkoplossingen voor de dijkringen die een hydraulisch knelpunt
vormen. Dit zijn een beperkt aantal dijkringen waar de kering
teruggelegd wordt of waar de bergende functie gehandhaafd
wordt. De oplossing van benedenstroomse effecten wordt bezien
op schaal van de gehele Maas, waarbij het streven is benedenstroomse effecten te voorkomen.
In de Maasvallei zijn de dijkringen
v o o r d e gehele Maas. Dit 'overstro-
anders o n t w o r p e n dan in de rest van
m i n g s b e l e i d ' brengt onzekerheid v o o r
het land. Zij d i e n e n vanaf een bepaalde
de burgers en bestuurlijke onduidelijk-
hoogte te overstromen, o m een bij-
heid met zich mee.
drage te leveren aan de waterveiligheid
Hoogwater Maas bij Itteren, 2011
Foto: M i s c h a K e i j s e r
Urgentie bepaalt
prioriteitsstelling
KEUZE - 4
Urgentie als criterium voor prioriteitsstelling tussen gebieden,
kosteneffectiviteit als criterium voor prioriteitsstelling van
maatregelen.
In aansluiting op de risicobenadering in de nieuwe waterveiligheidsfilosofïe is urgentie, i.e. gebieden met de grootste
risico's, een belangrijk criterium voor het stellen van prioriteiten
tussen gebieden. Kostenefficiëntie vormt een aanvullend
criterium voor de prioritering van maatregelen. Daarbij gaat het
o m de samenhangende beschouwing van: doelbereik, kosten,
meekoppelkansen, baten en draagvlak,
De opgave v o o r het rivierengebied is
groot en divers. M e d e i n het
licht van de beschikbaarheid van financiële m i d d e l e n v o o r waterv e i l i g h e i d , z u l l e n prioriteiten gesteld
m o e t e n w o r d e n . Aansluitend o p de
principiële uitspraak over 'integraal
afwegen' en 'governance' vraagt dit o m
afwegingen tussen de gebiedsgerichte
deelprogramma's én b i n n e n het Deltap r o g r a m m a Rivieren.
9?
Hpogwdter Valid en Eemgebied, 2011
Foto: Waterschap Vallei en Veluwe
Vervolgproces
De principiële uitspraken en strategi-
Het advies zal via b e h a n d e l i n g i n de
Finale bespreking
sche keuzes die i n dit d o c u m e n t zijn
Nationale Stuurgroep Deltaprogram-
U w i n b r e n g w o r d t i n april 2014 betrok-
gramma Rivieren betreffende het
beschreven v o r m e n , samen met de
m a , Deltacommissaris, Kabinet e n
ken bij de finale bespreking van de
Deltaplan Waterveiligheid (prioritering
regionale b o u w s t e n e n uit de regio's
Tweede K a m e r i n 2014 tot deze besluit-
voorkeursstrategie Rivieren d o o r de
maatregelen tot 2030).
IJssel, Waal-Merwedes, Nederrijn-Lek,
v o r m i n g m o e t e n leiden. Daarna volgt
Stuurgroepen Maas en R i j n , waarna
Bedijkte Maas en Maasvallei, straks de
verankering via een partiële herzie-
dit advies namens het rivierengebied
' k e r n ' v a n de principiële uitspraken,
n i n g v a n het Nationaal Waterplan e n
w o r d t uitgebracht aan de D e l t a c o m -
strategische keuzes e n concrete maat-
volgt v o o r zover n o d i g o o k wettelijke
missaris. Tevens w o r d e n de reacties
regelen die onderdeel u i t m a k e n van de
verankering van onderdelen van het
gebundeld ten behoeve van de bespre-
definitieve Voorkeursstrategie Rivieren.
advies (bijvoorbeeld op het punt van
k i n g v a n (de 75% versie van) het DP2015
de n o r m e n v o o r waterveiligheid).
i n de landelijke stuurgroep Deltapro-
Deze stukken, die n u v o o r l i g g e n ter
en inclusief het advies van Deltapro-
g r a m m a o p 24 april 2014.
van contouren
consultatie, h e b b e n geen formele
Tijdens deze consultatie- e n i n f o r m a -
juridische status maar s a m e n v o r m e n
tieronde w o r d t aan de bestuurlijke
Daarna volgt richting de a f r o n d i n g
via Voorkeursstrategie
ze (concepten van) b o u w s t e n e n en ad-
partners c o m m i t m e n t gevraagd o p
van de DP2015 n o g een tweede c o n s u l -
r\Q0r
viezen ter o n d e r b o u w i n g van landelijk
het niveau van de strategie. Gevraagd
tatieronde, van m e d i o april 2014 t / m
i n 2014 te n e m e n Deltabeslissingen.
w o r d t o m reactie en (inhoudelijke)
m e i 2014. Deze consultatie betreft de
De voorkeursstrategie Rivieren heeft
o p m e r k i n g e n o p het niveau van het
besluiten van de stuurgroep Deltapro-
de status v a n een advies namens de
t o e k o m s t b e e l d , de aanpak, principiële
g r a m m a van 24 a p r i l . Er k o m t hiervoor
Stuurgroepen Delta Maas e n Rijn. Deze
uitspraken en keuzen en v o o r l o p i g e
een nieuwe versie beschikbaar, w a a r i n
strategie zal een plek krijgen i n het
clusters van maatregelen voor de drie
duidelijk w o r d t gemaakt o f e n hoe de
D e l t a p r o g r a m m a 2015. M e t het advies
tijdsperioden (welke variëren i n de
resultaten v a n de eerste consultatie-
over de Voorkeursstrategie Rivieren
mate van concreetheid). Het gaat dus
ronde zijn verwerkt. H o o f d o n d e r w e r p
dragen wij bij aan de b e s l u i t v o r m i n g
niet o m i n s t e m m i n g d o o r partijen o p
van deze ronde is dan het D P 2015,
d o o r het Kabinet over de Deltabeslis-
het niveau v a n individuele maatrege-
i n c l u s i e f de specifieke bijlage Rivieren
singen.
l e n en p r o g r a m m e r i n g .
Rivieren
Deltaprogramma 2015
Rijksoverheid, provincies,
gemeenten en waterschappen werken
inbreng van de m a a t s c h a p p e l i j k e organisaties
Nederland
zorgen
ook voor de volgende
voor voldoende
zoet
generaties
h i e r i n samen
met
en het b e d r i j f s l e v e n . Het doel is om
te beschermen
tegen h o o g w a t e r en te
water.
Het Deltaprogramma kent negen
deelprogramma's:
• Veiligheid
• Zoetwater
• Nieuwbouw en herstructurering
• Rijnmond-Drechtsteden
• Zuidwestelijke
•
•
Delta
Usselmeergebied
Rivieren
• Kust
• Waddengebied
Het De/taprogramma staat onder
regie van de Deltacommissaris, regeringscommis-
saris voor het Deltaprogramma.
Dit is een uitgave van Deltaprogramma | Rivieren
Eusebiusbuitensingel 6616828 HZ Arnhem
Deltaprogramma-rivieren(g)rws.nl
K i j k voor meer informatie op www.delta-programma.nf en
www.deltacommissaris.nl
25
Delta program ma
Delta Nieuws
Nieuwsbrief [ jaargang31 Nummer 71 d e c e m b ^
Inhoud
a I Informatie- en consultatieronde.
Water in de Kamer. Water:
"Fascinerend en angstaanjagend"
3 I Stuurgroep Deltaprogramma
6I
Agenda
bespreekt organisatie na 2014 en
deltabeslissingen.
De t e r c o n s u l t a t i e v o o r l i g g e n d e D e l t a b e s l i s s i n g e n
zijn
t e v i n d e n i n de
d i g i t a l e v e r s i e van het D e l t a n i e u w s (www.deltacommissaris.nl/nieuws/
d e l t a n i e u w s / ) . V i a de p a g i n a o v e r I n f o r m a t i e - en c o n s u l t a t i e r o n d e
doorgeklikt
worden n a a r de
Deltabeslissingen.
kan
Informatie- en consultatieronde
Adaptatie wordt bestuurders gevraagd, om
via werksessies te reageren op de formuleerde aanpak en de geschetste ambitie en
om mee te denken over het modelafwegingskader.
Voor de informatie- en consultatieronde
zijn informatiebulletins beschikbaar. De
bulletins beschrijven de stand van zaken
van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën en de vragen voor de consultatie.
Op Deltaweb is er een dossier Bestuurlijke
consultatie DP2015, waarde informatiebulletins en meer achtergrondinformatie
te vinden is.
De deltabeslissingen
wateren
moeten ervoor zorgen dat ons land niet alleen nu, maar ook de komende
over genoeg zoetwater
beschikt.
Hetljsselmeergebied.
De Stuurgroep Deltaprogramma heeft eind
november de stand van zaken en waar
mogelijk en nodig de richting bepaald van
de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (zie ook het artikel over de stuurgroep
Deltaprogramma). Deze bouwen voort op
het Deltaprogramma 2014. We staan nu aan
de vooravond van de definitieve
besluitvorming.
Deltabeslissingen en voorkeursstrategieën
De kern van de deltabeslissingen is een
nieuwe aanpak voor onze waterveiligheid
en zoetwatervoorziening en hoe we in onze
delta waterrobuust kunnen bouwen.
Daarnaast geven de deltabeslissingen
richting aan de concrete aanpak in de
Rijn-Maasdelta en het IJsselmeergebied. Tot
slot wordt, in lijn met de Nationale Visie
Kust die dit jaar is verschenen, de aanpak
voor de kust beschreven.
Informeren en consulteren op maat
Net als vorig jaar staat er de komende
maanden een informatie- en consultatieronde gepland. Die wordt per regio geregeld
en verschilt dus ook per deelprogramma. De
bestuurlijke partijen worden voor het geven
van een bestuurlijke reactie door het meest
betrokken deelprogramma benaderd. Dit
deelprogramma fungeert als 'voordeur'
2 I Deltaprogramma
honderd jaar, veilig is voor
Foto: Theo Bos
voor informatie en reacties. Zo worden voor
llsselmeergebied, Waddengebied, Kusten
Zuidwestelijke Delta de betrokken portefeuillehouders door de regionale stuurgroep
uitgenodigd, om de uitkomsten met hun
achterban te bespreken en reacties aan hun
stuurgroep te sturen.
Voor Rijnmond-Drechtsteden zal in aanwezigheid van een lid van de stuurgroep in de
bestuurlijke bijeenkomsten van de regionale
partners een toelichting worden gegeven en
wordt een gesprek aangegaan over de voorkeurstrategie en de deltabeslissingen. De
consultatie wordt afgesloten met een Bestuurlijke Conferentie op 26 februari 2014.
Voor het rivierengebied bereiden de
provincies het consulteren in de regio's
Maasvallei, bedijkte Maas, Waal, NederrijnLek en IJssel voor. In dezelfde regio's is de
afgelopen periode intensief gewerkt aan de
regionale uitwerking van de voorkeursstrategieën per riviertak, zie Deltaweb.
Voor de Deltabeslissing Zoetwater loopt de
informatie- en consultatieronde via de
zoetwaterregio's (Bestuurlijk platform
Zoetwater). De consultatie voor de
Deltabeslissing Veiligheid loopt mee in de
informatie- en consultatierondes van de
gebiedsgerichte deelprogramma's. Voor de
conceptdeltabeslissing Ruimtelijke
Hoe verder?
De informatie- en consultatieronde eindigt
begin maart, waama de reacties worden
verzameld en verwerkt, zodat deze beschikbaar zijn voor de regionale stuurgroepen en
voor de Stuurgroep Deltaprogramma van
april. Dan vindt een inhoudelijke bespreking plaats van het DP2015, gevolgd door
een afrondende bespreking in mei. Tussen
de stuurgroepen van april en mei is er voor
bestuurders nog een gelegenheid, om
achterbannen te consulteren. Eind juni is
de uiteindelijke bestuurlijke afstemming in
het Nationaal Bestuurlijk Overleg Deltaprogramma. Vervolgens wordt het DP2015
voorgelegd aan het kabinet en met
Prinsjesdag aan het parlement.
De deltabeslissingen en voorkeursstrategieën van het Deltaprogramma worden
vervolgens door de betrokken bestuursorganen beleidsmatig verankerd. Rijksbeleid dat
voortvloeit uit de deltabeslissingen wordt
opgenomen in het Nationaal Waterplan,
respectievelijk wet- en regelgeving;
decentraal beleid dat voortvloeit uit de
deltabeslissingen in decentrale beleidsplannen, bijvoorbeeld in regionale waterplannen en structuurvisies. Indien nodig worden
bestuursafspraken gemaakt. Met het
vastleggen van de deltabeslissingen en
voorkeursstrategieën wordt de basis gelegd
voor het vervolg van het Deltaprogramma
en het werken aan een veilige delta met
genoeg water, nu en in de toekomst.
Stuurgroep Deltaprogramma bespreekt organisatie
na 2014 en deltabeslissingen
De ambitie
voor ruimtelijke
van klimaatbestendig
adaptatie:
bouwen:
in 2050 is het bebouwde
gebied in Nederland
de opslag van water onder het gebouw
van Waternet.
zo goed mogelijk
klimaatbestendig
Bij hevige regenval
kan overtollig
en waterrobuust
water geborgen
ingericht.
worden
Op de foto een
onder het
voorbeeld
pand.
Foto: Tineke Dijkstra
Vanaf 2015 breekt voor het Deltaprogramma
een nieuwe fase aan. De Stuurgroep
Deltaprogramma heeft donderdag 28
november onder meer gesproken over de
organisatie van het programma in deze
nieuwe fase. Daarnaast stonden de
deltabeslissingen op de agenda.
ning. Dat is vastgelegd in de Deltawet. Het
nieuwe accent in de werkzaamheden stelt
deels andere eisen aan de organisatie. Het
vijfde Deltaprogramma (DP2015) zal daar
een beschrijving van bevatten, naast de
definitieve deltabeslissingen en voorkeurstrategieën.
In 2015 zijn de voorstellen voor deltabeslissingen en de voorkeursstrategieën vastgesteld. In het Deltaprogramma verschuift
het accent van de werkzaamheden vanaf dat
moment naar de uitwerking en implementatie van de deltabeslissingen. In deze
nieuwe fase blijft een aantal zaken gelijk.
De deltacommissaris stelt bijvoorbeeld ook
na 2014 ieder jaar een Deltaprogramma
voor, met maatregelen en voorzieningen
voor waterveiligheid en zoetwatervoorzie-
Advies professor Teisman: organisatie
na 2014
De deltacommissaris heeft professor Geert
Teisman van de Erasmus Universiteit
gevraagd te adviseren over de organisatie
van het Deltaprogramma na 2014 en in te
gaan op twee vragen.' wat is de meerwaarde
van de huidige organisatie van het Deltaprogramma en welke aanpak ondersteunt
een slimme en hoogwaardige implementatie van de deltabeslissingen?
Teisman heeft voor zijn advies diepteinterviews gehouden met bestuurders en
medewerkers van overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven die bij
het deltaprogramma betrokken zijn. Ook
hebben alle deelnemers van het Deltacongres
een enquête gekregen om hun ideeën
kenbaar te maken.
De interviews en enquêtes laten zien dat de
betrokken partijen in grote meerderheid
enthousiast zijn over de aanpakvan het
Deltaprogramma: zij geven de werkwijze
gemiddeld een 8. De kracht zit voor velen
in het feit dat het om een nationaal programma gaat. Alle schakels van lokaal tot
landelijk bestuur zijn direct betrokken. Dat
maakt de organisatie weliswaar complex,
maar die complexiteit werpt vruchten af,
DeltaNieuws jaargang 3 nr 7 | 3
zo is het algemene oordeel. Na 2014 willen
partijen de intensieve samenwerking
voortzenen.
Teisman werkt de komende maanden verder
aan zijn advies. Hij zal onder meer ingaan
op ontwerpcriteria voor de nieuwe organisatie en een optimale samenhang met de
werkwijze in met name het MIRT en het
nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma. De inzet is de verworvenheden
van de afgelopen jaren te behouden.
Deltabeslissing Zoetwatervoorziening
De Stuurgroep Deltaprogramma ondersteunt de voorgestelde lijn om voorzieningenniveaus voor zoetwater vast te
stellen. Het woord voorzieningenniveau
blijkt soms tot misverstanden te leiden. De
stuurgroep adviseert goed te omschrijven
wat ermee bedoeld wordt. Het moet duidelijk
zijn dat het voorzieningenniveau geen
norm is. Het geeft een inspanningsverplichting weer.
De deltabeslissing krijgt ook een financiële
paragraaf. Er komen criteria voor maatregelen die in aanmerking komen voor
financiering uit het Deltafonds. Maatregelen in het regionale systeem kunnen ook
voor financiering uit het Deltafonds in aanmerking komen, als ze van nationaal belang
zijn. Komende maanden wordt alles uitgewerkt en concreet gemaakt per regio.
Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie
De stuurgroep vindt dat een goede
verdiepingsslag is gemaakt. Het deelprogramma is erin geslaagd een duidelijke
ambitie te formuleren voor dit nieuwe
thema in de waterveiligheid: in 2050 is het
bebouwde gebied in Nederland - inclusief
vitale en kwetsbare objecten - zo goed
mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust
ingericht. De ambitie wordt breed ondersteund in de stuurgroep.
Het deelprogramma heeft verschillende
instrumenten uitgewerkt om de ambitie te
41 Deltaprogramma
verwezenlijken, zoals een bestuursovereenkomst, een model voor een afwegingskader
en vroegtijdige toepassing van de watertoets. De komende maanden moet duidelijk
worden welke vorm deze instrumenten
krijgen. De verantwoordelijkheid voor de
ruimtelijke inrichting is primair het domein
van het lokaal en regionaal bestuur.
Deltabeslissing Waterveiligheid
Alle regionale deelprogramma's hebben
een conceptadvies opgesteld voor nieuwe
normen voor de waterkeringen in hun
gebied. Het deelprogramma Veiligheid en
de regionale deelprogramma's werken in de
komende maanden toe naar een landelijk
consistent beeld. In de eerste consultatieronde, die in december 2013 begint, staan
de principes van de nieuwe normering en
de bestuurlijke accenten voor de verschillende gebieden centraal. Verderop in het
voorjaar vindt een tweede bestuurlijke
consultatie plaats die ook over de hoogte
van de nieuwe normen zal gaan.
De afgelopen maanden hebben het
Deltaprogramma en de veiligheidsregio's
gesproken over de zogenoemde 'evacuatiefracties': het percentage van de mensen
dat bij een dreigende overstroming een
veilig heenkomen vindt. Het gaat hier niet
om normen voor evacuaties, maar om een
rekenwaarde die onder meer gebruikt wordt
om te bepalen hoe veilig de waterkering
moet zijn. Het is belangrijk dat de rekenwaarde realistisch is. Daarom worden ze
door de veiligheidsregio's gecheckt.
Deltabeslissing IJsselmeergebied
De Deltabeslissing Ilsselmeergebied heeft in
het vierde Deltaprogramma (DP2014) al heel
concreet invulling gekregen . Tot 2050 hoeft
het winterpeil niet mee te stijgen met
de zeespiegel. Wel krijgt de beheerder
(Rijkswaterstaat) meer ruimte om het
waterpeil flexibel te beheren, ten behoeve
van de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening. Aan duidelijke criteria
hiervoor wordt gewerkt.
Ook na 2050 is meestijgen met de zeespiegel niet de meest kosteneffectieve aanpak.
Er is onvoldoende kennis om nu te beslissen
of het gemiddeld winterpeil na 2050 wel of
niet beperkt mee gaat stijgen met de
zeespiegelstijging. Indien noodzakelijk
moet 'zo beperkt mogelijk meestijgen'
mogelijk blijven. Dit steltvoorwaarden aan
de ruimtelijke inrichting van ondermeerde
oevers. Welke ruimtelijke reservering met
de nieuwe inzichten nodig is, wordt nog
nader uitgewerkt.
Deltabeslissing Rijnmond-Drechtsteden
Ook voor de Deltabeslissing RijnmondDrechtsteden zijn de contouren al stevig
neergezet in DP2014. De huidige afvoerverdeling van de grote rivieren zal gehanteerd
worden als uitgangspunt voor de voorkeurstrategieën. Nader onderzoek wordt
opgenomen in de kennisagenda van DP2015.
Stuurgroep Deltaprogramma
De Stuurgroep Deltaprogramma
adviseert de deltacommissaris over
de inhoudelijke samenhang in het
Deltaprogramma. Aan de Stuurgroep
neemt een bestuurder van elk van de zes
gebiedsgerichte en drie generieke
deelprogramma's deel. Daarnaast
nemen de voorzitters van de koepels
(VNG, IPO en UvW) deel aan de Stuurgroep Deltaprogramma en namens de
Rijksoverheid de directeuren-generaal
van de twee departementen (Infrastucuur en Milieu en Economische
Zaken) en Rijkswaterstaat. De deltacommissaris is voorzitter van dit overleg.
W a t e r in d e K a m e r
Water: "Fascinerend en angstaanjagend"
\JJM/ '
•
»
4n »
—
—
Storm dit najaar bij Scheveningen. Foto: Mischa Keijser
Maandag 18 november sprak minister
Schultzvan Haegenvan Infrastructuur en
Milieu in het Wetgevingsoverleg Water met
de waterwoordvoerders van de Tweede
Kamerfracties over een groot aantal
waterissues, waaronder het
Deltaprogramma 2014. Ter voorbereiding
op dit overleg had deltacommissaris Wim
Kuijken enkele dagen daarvoor met de
waterwoordvoerders van gedachten
gewisseld over het Deltaprogramma 2014.
Hoewel er veel verschillende waterthema's
de revue passeerden, was duidelijk te
merken dat we nu aan de vooravond van de
deltabeslissingen staan. "Een beetje stilte
voor de storm," zoals Dik-Faber
(Christenunie) het uitdrukte. De meeste
Kamerleden en ook de minister lieten
duidelijk merken uit te kijken naar de
deltabeslissingen, die volgend jaar vast en
zeker centraal zullen staan bij het jaarlijkse
Wetgevingsoverleg (WGO) Water. Maar
hoewel dit jaarlijkse WGO vanuit politiek
perspectief rustig verliep, blijft water voor
de Kamerleden een "fascinerend en
angstaanjagend onderwerp," zoals Smaling
(SP) het uitdrukte. Dat angstaanjagende
aspect werd door veel Kamerleden
verbonden met de natuurramp die zich
ruim een week voor het overleg op de
Filipijnen had afgespeeld.
Zoetwater
Veel Kamerleden stonden uitdrukkelijk stil
bij het belang van een goede zoetwatervoorziening. Volgens Bosman (WD) is zoetwater
wereldwijd "misschien wel het probleem
van de toekomst", maar ook in Nederland is
aandacht voor een goede zoetwatervoorziening nodig. Deze is volgens hem, juist in
tijden van droogte en lage waterstanden,
cruciaal voor sectoren als de landbouw,
binnenvaart en industrie. Hij vroeg met
name aandacht voor lokale initiatieven en
innovaties. Ook Jacobi (PvdA) had veel
aandacht voor "de verdrogingsproblematiek". De minister stond in haar eerste
termijn uitgebreid stil bij het zoetwatervraagstuk, een relatief nieuw en belangrijk
vraagstuk voor Nederland, zo benadrukte
ze, dat in het Deltaprogramma systematisch
wordt aangepakt. Zij ging in op de vraag
hoe we in relatief droge tijden het probleem
van de waterschaarste kunnen verkleinen:
"Hoe kunnen wij het systeem zodanig
beïnvloeden dat wij de zoetwatervoorraad
meerveiligstellen. Onze zoetwatervoorraad
is natuurlijk goud waard, als je die vergelijkt
met andere landen." Zij verwees daarbij
naar het Deltaplan Zoetwater, waarin
volgend jaar concrete maatregelen
worden voorgesteld.
Waterveiligheid
Bosman stelde de "bewusteloosheid" aan de
orde, waarvan volgens hem sprake is bij de
meeste Nederlanders in relatie tot onze
bescherming tegen hoogwater. Waterveiligheid is volgens hem een vanzelfsprekendheid
geworden, maar is dat allerminst. Nadere
bewustwording is volgens hem dus gewenst.
DeltaNieuws jaargang 3 nr 71 5
Ook de noodzaak van een goede communicatie van de nieuwe veiligheidsbenadering in
het algemeen (Bosman) en naar bewoners in
het bijzonder (Jacobi) werd benadrukt.
volgens de Kamerleden te maken met
ongewenste beperkingen in hun ruimtelijke
ontwikkeling. Er is een motie aangenomen
om hier beweging in te krijgen.
Zowel in het voorbereidende gesprek met
deltacommissaris Wim Kuijken als in het
WGO werd de meerlaagsveiligheidsbenadering door verschillende Kamerleden aan de
orde gesteld. Enerzijds werd benadrukt dat
de eerste preventieve laag tegen overstromingen de belangrijkste is en blijft.
Anderzijds kwamen ook de kansen aan bod,
bijvoorbeeld voor Dordrecht en de
Dssel-Vechtdelta. Jacobi onderstreepte dat
het belangrijk is het karakter van historische
steden en dorpen te bewaren en stelde de
meerlaagse aanpak bij Marken ten
voorbeeld. Zij vroeg in dat kader ook
aandacht voor de veendijk bij Uitdam en
voor Oudewater en pleitte voor "creatieve
veiligheid". Oudewater kon zich tijdens het
WGO sowieso in de belangstelling verheugen. Naast Jacobi, vroegen Bisschop (SGP),
Dik-Faber, Geurts (CDA) en Smaling
aandacht voor dit historische stadje.
Oudewater en omliggende gemeenten
hebben te maken met afgekeurde
C-keringen, die op dit moment nog
fungeren als primaire waterkeringen.
Maar hier is al enige tijd helder (zoals ook
beschreven in het DP2014) dat het kosteneffectiever is dit gebied en de gehele Randstad
te beschermen door aan de noordkant van
de Lek de veiligheidsnormen aan te
scherpen in plaats van het versterken van
alle afgekeurde C-keringen. In het kader van
de deltabeslissingen gaat hierover besloten
worden, maar voordat deze besluiten
juridisch verankerd zijn, is de nodige tijd
verstreken en hebben deze gemeenten
Ook de juridische verankering van de
nieuwe veiligheidsnormen kwam aan bod.
Smaling en Dik-Faber vroegen de minister
om de nieuwe normen in de nieuwe
Omgevingswet te verankeren en niet in een
AMvB. De minister gaf aan tot nu toe
voornemens te zijn de normen op AMvBniveau te verankeren. Daarnaast zei ze niet
te zullen wachten met het juridisch
verankeren van de normen tot de
Omgevingswet. Dat zou te lang gaan duren.
In eerste instantie worden de nieuwe
normen in de huidige Waterwet vastgelegd.
6 [ Deltaprogramma
Waterkwaliteit
Tijdens het WGO werden veel waterkwaliteitspunten besproken, zowel de kwaliteit
van drink-, als van oppervlaktewater. Een
voor het Deltaprogramma relevant punt was
de bekostiging van de implementatie van de
Kaderrichtlijn Water. Kamer en minister
gaven nog een keer aan dat de bekostiging
hiervan niet ten koste zou moeten gaan van
investeringen in waterveiligheid en
zoetwatervoorziening.
Werkwijze Deltaprogramma
De werkwijze van het Deltaprogramma na
de deltabeslissingen kon op de belangstelling rekenen van Hachchi (D66) en Geurts.
Zij vroegen naar de toekomstige organisatie
van het Deltaprogramma en de rol van de
deltacommissaris. De minister benadrukte
in haar reactie de formele wettelijke rollen
van de deltacommissaris: hij doet het
jaarlijkse voorstel voor het Deltaprogramma
en hij heeft een "toetsende rol". Of zoals de
wet het zegt: hij bewaakt de voortgang van
de uitvoering van het Deltaprogramma.
Voor de toekomstige organisatie van het
Deltaprogramma en de implementatie van
de deltabeslissingen wees zij op het onderzoek van professorTeisman. Ook vertelde ze
de Kamer dat ze de Adviescommissie Water
had gevraagd om hierover te adviseren. Ze
benadrukte dat de bestuurlijke samenwerking die in het Deltaprogramma was
ontstaan binnen en tussen regio's veel winst
had opgeleverd en dat die, zij het minder
intensief, moet worden behouden. "Het is
namelijk veel mooier om vanuit de
integrale blik oplossingen te verzinnen dan
alleen vanuit de sectorale blik."
Verder kwamen tal van andere zaken aan de
orde, zoals de mogelijke uitholling van
kennis en kunde bij Rijkswaterstaat (ook in
relatie tot het beheer van de
Oosterscheldekering), de zandhonger in de
Oosterschelde en de nieuwe normering (dit
onderwerp werd relatief beknopt besproken, na de uitgebreide bespreking tijdens
het Algemeen Overleg Waterveiligheid
afgelopen juni). Ook kwam aan de orde dat
rivierverruiming, afgezien van de meerkosten, betaald zou moeten kunnen worden uit
de middelen voor hoogwaterbescherming.
Zie voor meer gedetailleerde informatie het
verslag van de Tweede Kamer.
In juni overlegt de Kamer weer met de
minister over wateronderwerpen. Daarvoor
zal zij de Kamer over een aantal issues nader
informeren, zoals over de Oosterscheldekering in de voortgangsrapportage van het
HWBP-2. Ook komt de minister met een brief
over innovaties op het gebied van water.
Ochtend aan het Brielse Meer, Zeeland.
Foto: Marcel Kentin
Agenda
Belangrijke data Deltaprogramma
Januari-maart
Bestuurlijke
informatieronde
24 april
Stuurgroep
Deltaprogramma
April-mei
4 juni
Bestuurlijke consultatie
Stuurgroep
Deltaprogramma
3 juli
Dit is DeltaNieuws jrg 3, nr 7, de nieuwsbrief van het Deltaprogramma. Met DeltaNieuws
kuntu de ontwikkelingen binnen het Deltaprogramma volgen.
Op weg naar de volgende rapportage over het Deltaprogramma DP2015 staan de definitieve voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën voor de waterveiligheid
en zoetwatervoorziening centraal. De komende tijd kunt u de ontwikkeling van
strategieën en deltabeslissingen volgen. DeltaNieuws verschijnt elke twee maanden.
Het volgende nummer verschijnt rond 27 februari 2014.
Nationaal Bestuurlijk
Deltaprogramma
Doel van het Deltaprogramma is om Nederland ook voor de volgende generaties te
beschermen tegen hoog water en te zorgen voor voldoende zoet water.
Het Deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, gemeenten
en waterschappen werken hierin samen met inbreng van de maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten.
Wilt u reageren of zich afmelden als abonnee?
Mail naar [email protected]
Overleg
16 september
Prinsjesdag aanbieden
DP 2015 aan parlement
6 november
Deltacongres
Dit is een uitgave van het
Deltaprogramma
Postbus 90653 2509 LR DEN HAAG
www.rijksoverheid.nl/deltaprogramma ofwww.deltacommissaris.nl
December 2013
Foto voorpagina: Hoog water op de Waal bij het dorpje Beneden-Leeuwen.
Foto: Tineke Dijkstra
DeltaNieuws jaargang 3 nr 7 17
Gemeente Woerden
14U.02169
gemeente
WOERDEN
Blekerijlaan 14
3447 GR Woerden
Provincie Utrecht
t.a.v. het Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek
aan mevrouw M.J.W. Braam
POStbUS 80300
3508 TH Utrecht
Postbus 45
3 4 4 0
A
A
woerden
T e l e f o o n 1 4
0 3 4 8
Fax (0348) 42 4108
[email protected]
www.woerden.nl
BTW-nummer
NL0017.21.860.B.02
KvK-nummer
50177214
IBAN-nummer
Onderwerp:
NL41BNGH0285009672
Bestuurlijke consultatie Deltaprogramma
UwKenmerk: 80F04F1E
Uwbriefvan:
12 december2013
geregistreerd onder nr.: 13.031840
Datum 25 februari 2014
Ons Kenmerk
Doorkiesnummer/Behandeld door:
Verz.
428304
2 7 FEB. 2014
/ W. van Bodegraven
14U.02169
Geachte mevrouw Braam,
Wij zijn content met de inzet van het Bestuurlijk Overleg Regioproces Nederrijn-Lek voor de waterveiligheid
van onze regio. Als gemeente die voor het grootste deel op dalende veengronden en onder N.A.P. ligt
hebben wij alle belang bij een goede bescherming tegen overstromingen vanuit de Lek. Door de
bodemdaling worden de gevolgen van een overstroming voor gemeente Woerden in de toekomst steeds
groter. Hoe lager de bodem t.o.v. het waterpeil in de rivier, hoe dieper het land onder water komt te staan.
De gemeente Woerden kan de door u voorgestelde 'Voorkeurstrategie' en de bijhorende maatregelen
onderschrijven. Het is van groot maatschappelijk belang om overstromingen te voorkomen. Investeren in
een robuuste Lekdijk van Amerongen tot Schoonhoven waarin faalmechanismen zoals piping worden
ondervangen zien wij als de juiste aanpak. In de 'Voorkeurstrategie' wordt daarnaast ingezet op een
overstromingsrobuustere inrichting van het achterland en de verbetering van rampenbeheersing om de
gevolgen van een overstroming te reduceren. Dit zien wij als een goede combinatie om onze inwoners te
beschermen tegen de risico's en de gevolgen van een overstroming.
In het vervolgproces zouden wij nadrukkelijk aandacht willen vragen voor het beperken van de gevolgen van
een overstroming. Hoe kunnen wij als gemeente hieraan bijdragen? Welke betaalbare en kosteneffectieve
ruimtelijke maatregelen zijn er mogelijk in een gebied met een bestaande inrichting en bebouwing? Hoe kan
de rampenbeheersing worden verbeterd?
Met vriendelijke groet,
College van burgemeester en wethouders
De burgemeé
dr. G.W. Goedmakers CMC
V.
oer
Op alle leveringen en
overeenkomsten zijn onze
algemene inkoopvoor
waarden van toepassing
(www.woerden.nl)
MX
FSC
WOERDEN, flTto W*Mft. Her GROENE tfAHJT ICLDPr
Papier van
verantwoorde herkomst
FSC* C0045 1