Tweede Kamer der Staten-Generaal vaste commissie voor EZ Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE doorkiesnummer uw kenmerk bijlage(n) ons kenmerk datum (070) 373 8734 betreft Wet natuurbescherming en nota ECLBR/U201401789 24 september 2014 van wijziging Geachte leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal, Tot 1 oktober kunt u schriftelijk uw reactie inbrengen op de Wet natuurbescherming (wetsvoorstel). Met deze wet legt het kabinet de basis voor eenduidigere regels en minder regeldruk voor natuur. Wij zijn hiervan voorstander en zien dit streven dan ook als een positieve ontwikkeling. Verandering van wetgeving leidt altijd tot de vraag wat hiervan de gevolgen zijn voor de bestuurlijke rol en taakverdeling en voor de uitvoeringspraktijk. Juist voor natuurbescherming is het belangrijk dat regels snel loskomen van papier: natuur is een kostbaar goed, het moet meteen duidelijk zijn wat er mogelijk is en wie waarvoor verantwoordelijk is. Alhoewel er veel werk is verzet, blijft de rol van gemeenten vooralsnog onderbelicht. Daarmee lopen we een risico in de bescherming van onze natuur en het bieden van duidelijk kaders voor economische activiteiten. In deze brief lichten wij dit toe. Gevolgen voor gemeenten De wet en memorie van toelichting gaan met name in op de taken en verantwoordelijkheden zoals die worden belegd bij de provincie. Bijvoorbeeld het vaststellen van een natuurvisie en het aanduiden van ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’. Een deel van de taken wordt echter verplaatst naar gemeenten; de wet en de toelichting van de staatssecretaris gaan hierop onvoldoende in. Zo kunnen partijen er nu voor kiezen om de aanvraag van een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 of een verzoek tot ontheffing op grond van de Flora- en faunawet rechtstreeks te laten verlopen via Gedeputeerde Staten of de Minister van Economische Zaken. Het wetsvoorstel sluit deze route grotendeels uit, door voor te schrijven dat in geval van samenloop met Wabo-activiteiten het College van b&w bevoegd gezag is. Anders dan de Minister, verwachten wij dat dit leidt tot een toename van de gemeentelijke uitvoeringslast. Immers in de huidige uitvoeringspraktijk worden de benodigde VNG Postbus 30435, 2500 GK Den Haag Tel 070-373 83 93 www.vng.nl 01 vergunningen/ontheffingen voor het ‘groene deel’ van een project voorafgaand aan de Waboprocedure aangevraagd. Reden is de complexiteit en onvoorspelbaarheid van de uitkomst van het groene vergunningen- en ontheffingentraject; aanvragers willen hierover eerst zekerheid alvorens de andere vergunningen in het kader van de Wabo-procedure aan te vragen. Het verplicht aanhaken in de Wabo-procedure zal dan ook leiden tot een substantiële toename van het aantal te beoordelen vergunningaanvragen door het College van b&w voor het groene deel van een project. Dit betreft onder meer de beoordeling van de ontvankelijkheid, de voorbereiding van de aanvraag van een verklaring van geen bedenkingen, het verlenen van de vergunning en de te voeren rechtsbeschermingsprocedures. Ook de gemeentelijke handhavingslast neemt toe, aangezien het College als bevoegd gezag ook verantwoordelijk is voor handhaving van de vergunning. Hierdoor is meer en specialistischere handhavingcapaciteit nodig. Daarnaast vergt dit ook de beschikking over een betrouwbare en robuuste Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Tot slot is het onduidelijk hoe de mogelijkheid van provincies om bijzondere natuurgebieden aan te wijzen, in de praktijk zal vormkrijgen en wat dit betekent voor gemeenten. Gevolgen voor burgers en ondernemers Bovenstaande doet geen afbreuk aan onze positieve grondhouding om de groene vergunningen zoveel mogelijk via het Wabo-spoor te laten verlopen. Wel vragen wij ons af of de gemaakte keuze in het bevoegd gezag voor de vergunningverlening (gemeenten of Gedeputeerde Staten) te volgen is voor burgers en bedrijven. Voor locatiegebonden activiteiten die op grond van het Besluit omgevingsrecht (bouw- en milieuactiviteiten) zijn uitgezonderd en waarbij wél effecten op de natuur optreden, wordt niet aangesloten op de Wabo-procedure en moeten burgers en bedrijven een afzonderlijke Natura 2000vergunning of soortenontheffing bij Gedeputeerde Staten aanvragen. Mocht echter blijken dat het gaat om een locatiegebonden activiteit die wel vergunningplichtig is (dit hangt bijvoorbeeld af van de omvang van het bouwwerk waarvoor een vergunning wordt aangevraagd), dan moeten burgers en bedrijven weer naar de gemeente voor een Natura 2000vergunning of soortenontheffing. Ze moeten dan aanhaken op de Wabo-procedure; het College van b&w is in dat geval het bevoegd gezag voor vergunningverlening en handhaving. Onduidelijkheden wetsvoorstel Onze natuur moet goed worden beschermd en daarvoor is het nodig dat duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid draagt. Het wetsvoorstel is hierin niet even duidelijk. Er is op diverse punten onduidelijkheid over de wijze waarop natuur en ruimtelijke ordening zullen gaan samenhangen. Dit blijkt onder andere op de voorgestelde Rijksnatuurvisie en de provinciale natuurvisie: waar het Rijk ‘bepaalde onderdelen’ in andere visies kan laten terugkomen, geldt voor de provincie dat zij juist wel ruimtelijke ordening dient mee te nemen in haar natuurvisie. Het is niet duidelijk hoe dit zich verhoudt tot de verplichte nationale en ruimtelijke provinciale structuurvisie in de Wro. Onduidelijkheid bestaat ook rond het stellen van regels rond ‘houtopstanden die deel uitmaken van bosbouwondernemingen die bij het Bosschap zijn geregistreerd’ in artikel 4.6 van het wetsvoorstel, nu er met de Wet opheffing bedrijfslichamen is besloten tot opheffing van het Bosschap en zo ook het register niet langer bestaat. VNG Postbus 30435, 2500 GK Den Haag Tel 070-373 83 93 www.vng.nl 02 Daarnaast houdt onze natuur uiteraard niet op bij de landsgrens en maakt zij met Natura 2000 onderdeel uit van een Europees netwerk. De wet gaat voorbij aan samenwerking met landen waarmee wij natuur delen en de inspanningen die over de grens worden verricht. Als laatste speelt onzekerheid over rollen en verantwoordelijkheden vooralsnog ook rond invulling van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS): het vergt tijd alvorens alle partijen zich de programmatische aanpak eigen hebben gemaakt. Om deze reden stellen wij dan ook voor om te leren van de PAS en de werking te evalueren alvorens wordt besloten om deze aanpak breder toe te passen. Vervolgtraject Het Ministerie van Economische Zaken heeft, in lijn met de Code interbestuurlijke verhoudingen, de taak inzicht te verschaffen in de lokale uitvoeringsgevolgen van de Wet natuurbescherming voor gemeenten. Gelet op bovenstaande opmerkingen is hierin vooralsnog is onvoldoende inzicht geboden. In dit kader worden gesprekken gevoerd met de directie Natuur en Biodiversiteit van het ministerie over het verrichten van de Bestuurlijke- en Informatiekundige Uitvoeringstoets en HUF-toets (handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en financiën). Wij houden u hiervan op de hoogte. Wij zien de uitkomst van uw debat met vertrouwen tegemoet. Wij gaan ervan uit dat u de VNG actief betrekt in het vervolgproces. Hoogachtend, Vereniging van Nederlandse Gemeenten drs. C.J.G.M. de Vet Lid directieraad VNG Postbus 30435, 2500 GK Den Haag Tel 070-373 83 93 www.vng.nl 03
© Copyright 2025 ExpyDoc