Download de presentatie

WAT MAAKT HET ONDERWIJS IN
BEGRIJPEND LEZEN EFFECTIEF?
Wat werkt?
Dr. Kees Vernooy
Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs
Ambassadeur School aan Zet
Lunteren, 24 maart 2014
Motto
Kinderen leren begrijpen wat ze lezen is
de essentie van het leesonderwijs.
Wat komt er aan de orde?
Doelen
(Visie en missie)
Wat en Hoe
(curriculum) (instructie)
Effectieve implementatie
Wat zijn onze opbrengsten?
Wat is begrijpend lezen?
• Eenvoudig: het begrijpen van geschreven taal
in interactie met de tekst;
• Moeilijker: doelgericht informatie uit teksten
kunnen halen.
• De sleutel tot veel leren.
• Maar het is een complexe vaardigheid!
Hoe word je een goede begrijpende lezer?
Van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen
fonemisch
bewustzijn
woordenschat
zinsopbouw,
praten
decoderen
begrijpend
luisteren
vlot lezen
Begrijpend
lezen
Context
Grammatica,
Pragmatiek
Semantiek
betekenis
Orthografie
letters
Semantische
route
Fonologie
spraak
Fonologische
route
“Triangle Model”
Seidenberg, McClelland, Plaut and colleagues (1989; 1996)
Wat bepaalt vooral of een kind een
goede begrijpende lezer wordt?
• Nauwkeurig, vlot en vloeiend kunnen
lezen;
• Het beschikken over
voorkennis/woordenschat; begrijpend
lezen is vooral kennis afhankelijk (Hirsch,
2010)
Door de rol van woordenschat/voorkennis:
begrijpend lezen is voor een deel
milieuafhankelijk.
WAT KOMT KIJKEN BIJ HET
BEGRIJPEN VAN EEN TEKST?
Competent voelen
Leesdoel
Vlot
lezen
Denkproces
Monitoren
Resultaat
Moeilijkheid tekst
Voorkennis/
woordenschat
Knelpunten begrijpend lezen
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Een kwart tot een derde van de leerlingen is in groep 8 zwak (Van den
Broek 2010);
Resultaten begrijpend lezen lopen terug (Cito 2007; PIRLS 2012);
De methoden voor de leesstrategieën blijken weinig/niet effectief te zijn
(Cito 2007);
Nederlandse kinderen zijn geen gemotiveerde lezers; bijna 50% van de
kinderen leest thuis nooit (PISA 2009;2012);
De instructie in het omgaan met teksten laat veel te wensen over. Een te
grote kloof tussen instructie en zelfstandig toepassen van leesstrategieën
(Bunte, 2013);
Op veel scholen nemen na groep 6 de leesresultaten af (Hacquebord e.a.
2010): de leesvaardigheid van zwakke lezers neemt af als ze niet meer
lezen (Willms en Murray, 2007);
Kinderen vinden het Cito Hulpboek Begrijpend lezen lastiger dan
Tekstverwerken (Rommelaar 2012). Vinden Nieuwsbegrip makkelijk.
Veel leerlingen vinden zich geen competente lezer (Jolles e.a. 2013)
Er wordt met te korte en te gemakkelijke teksten gewerkt.
De wetenschap en begrijpend
lezen
1. Optimistische verwachtingen over
leesstrategieën zijn niet uit gekomen
• We hebben grote vorderingen gemaakt op het gebied van wat we
met technisch lezen moeten doen; het is bijna ontmoedigend dat dit
voor begrijpend lezen nog niet het geval.
• De optimistische verwachtingen over de begrijpend leesstrategieën
zijn niet uitgekomen (Vernooy, 2013).
• Op een rigide manier strategieën aanleren is weinig effectief en een
goede methode moet niet alleen aan strategieën aandacht besteden
(Dougherty Stahl 2013).
• Nog steeds vragen als:
- Wat zijn naast voorkennis de belangrijkste strategieën en
bestaat er een hiërarchie?
- De rol van teksten. Moeten ze makkelijk of moeilijk, kort of
lang zijn?
- Moet er veel tijd aan worden besteed?
- Profiteren alle kinderen ervan?
2. 25 jaar onderzoek leesstrategieën.
(Willingham, 2006/2007; Stoeldraijer 2007)
- Leerlingen leesstrategieën leren is een goed
idee;
- Er is evidentie voor een zevental strategieën;
- Strategieën kunnen snel worden aangeleerd;
Zeer veel tijd aan leesstrategieën besteden
heeft geen positief effect (zie in Nederland Goed
Gelezen versus Tekstverwerken).
- Je moet er pas in groep 5 mee beginnen.
- De rol van een goede woordenschat is
vanzelfsprekend!
3. Begrijpend lezen kan worden
onderwezen
• Begrijpend lezen kan onderwezen worden
door expliciete instructie/modeling (20%
van de les).
• Leerlingen hebben veel tijd nodig om het
geleerde te leren toepassen (80% van
de les).
Regie Routman (2002), Reading Essentials
4. Begrijpend lezen begint al
vroeg
Het begrijpend lezen begint niet na maar
vóór het technisch lezen!
Met het ontwikkelen van
begripsvaardigheden kun je niet vroeg
genoeg beginnen (Paul van den Broek,
2009).
Kinderen die op vierjarige leeftijd hoog
scoren op begripsvaardigheden, zijn op
latere leeftijd beter in begrijpend lezen.
5. Complexiteit van teksten. De
tekst doet er ook toe!
Onderzoek van o.a. de Universiteit
van Utrecht (2023/14): de tekst doet er ook
toe!
• Informatieve versus verhalende teksten;
• Teksten met lange zinnen en korte zinnen
(zonder verbindingswoorden);
• Leerstof in verhalende teksten versus
zakelijke teksten met alleen leerstof;
• Gefragmentariseerde teksten.
Voorbeeld
6. Gedrukte tekst versus
beeldscherm
Wat is effectiever?
Mangen e.a. (2013): leerlingen die een
gedrukte tekst lezen doen het significant
beter bij begrijpend lezen dan leerlingen die
een tekst op een beeldscherm lezen.
Wat moeten we doen? Doe wat ertoe doet!
De belangrijkste aanbevelingen
1.
Groep 1 – 8: aandacht voor woordenschat/kennis van de wereld
(van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen. Voorkennis heeft
volgens Hattie (2012) een effectgrootte van 1.05.
2.
Groep 1 – 8: aandacht voor vlot en vloeiend lezen (van fonemisch
bewustzijn naar vlot en vloeiend lezen).
3.
Groep 4 – 8: kinderen met allerlei soorten teksten leren omgaan
(ook bij de kennisgebieden) en met enkele leesstrategieën.
Toelichting: 1 en 2 zijn de pijlers van het begrijpend lezen
en moeten de meeste aandacht krijgen.
Wat moeten we verder doen?
Het belang van een integrale aanpak
begrijpend lezen (Vernooy 2011)
Groepen
Woordenschat
Technisch lezen
Leesstrategieën
Groep 1 - 2
Continu
Omgaan met
voorkennis
Mondelinge taal
Fonemisch
bewustzijn
Letterkennis
Begrijpend luisteren
Omgaan met
voorkennis
Groep 3
Continu
Omgaan met
voorkennis
Leren lezen
Begrijpend luisteren
Omgaan met
voorkennis
Groep 4 -6
Continu
Omgaan met
voorkennis
Vlot en vloeiend
lezen
Omgaan met
voorkennis
Afleidingen maken
Leren monitoren
Enkele strategieën
(na groep 4)
Uitbouw en
onderhoud vlot en
vloeiend lezen
Omgaan met
voorkennis
Afleidingen maken
Leren monitoren
Enkele strategieën
Stilleesbeleid
Groep 7 - 8
Continu
Omgaan met
voorkennis
Stilleesbeleid
1. Hoge doelen Tvk, lezen en spelling
concept
Doelen I, II en III
DMT
% leerlingen die dat zou
moeten halen
85%
AVI
90%
TvK
80%
Woordenschat
70%
Spelling
80%
Begrijpend lezen
80%
Instromen VO
Minimaal 75% 1F
2. Het “Wat”
2.1.: Woordenschat doet er voor
begrijpend lezen alles toe!
• Woordenschat is significant verbonden met begrijpend lezen,
technisch lezen, spelling en schoolprestaties in zijn algemeenheid.
Begrijpend lezen is kennis afhankelijk!
• Kinderen die op vierjarige leeftijd hoog scoren op
begripsvaardigheden, zijn op latere leeftijd beter in begrijpend lezen
(Van den Broek, 2010).
• Voorkennis/achtergrondkennis is cruciaal voor begrijpend lezen!
Een effectgrootte van 1.04!
• Woordenschat/voorkennis/achtergrondkennis zijn een
voorwaardelijke pilaar voor begrijpend lezen! Je moet 95% van de
woorden kennen om de tekst te begrijpen.
• Woordenschat wordt vooral in de bovenbouw belangrijk (schooltaal).
Kortom: (aandacht) voor woordenschat verbetert het begrijpend
lezen
Twee ‘soorten’ woorden
• Woorden waarvan je iets kan laten zien
(raket, as, gril, etc.);
• Woorden waarvan je synoniemen moet
geven (hoogmoed, lafaard, uitslover etc.),
Bijvoorbeeld: een lafaard is iemand
die vanwege zijn angst hard wegloopt
uit gevaarlijke situaties.
Welke kinderen moeten volgens
onderzoek vooral aandacht
hebben?
In het bijzonder:
Fonologisch zwakke kinderen
die ook
een zwakke woordenschat
hebben
Cruciaal voor het latere
begrijpend lezen
In groep 1 en 2 veel aandacht voor:
- Kwaliteit mondelinge taal (taalvaardigheid)
- Woordenschat
- Begrijpend luisteren
Begrijpend lezen is vanuit gesproken taal
geschreven taal begrijpen.
Directe en indirecte activiteiten. De meeste
woordenschat wordt indirect verworven.
DIRECT
• Woorden uitleggen (pre-teaching:
sterk!
• Ontwikkelen woordbewustzijn
(denken-delen-uitwisselen)
• De betekenis van woorden leren
afleiden
• Strategieën voor het leren van
onbekende woorden
• Inzet computer
• Viertaktstrategie
• Woorden op het bord schrijven
• Gebruik woordenboek
• Woorden uit methoden
behandelen
INDIRECT
• Dagelijkse gesprekken met
volwassenen en andere kinderen
• Door luisteren naar volwassenen
die hen voorlezen
• Veel zelf te lezen: sterk!
Doe veel aan woordenschat en
lees in de onderbouw veel voor
Doet voorlezen ertoe? (Mol & Bus 2011)
Gebruik ook digitale prentenboeken
(Verhallen 2010)
• Probleem: kinderen met een beperkte
woordenschat haken bij voorlezen
dikwijls af;
• Vooral bewegende digitale prentenboeken houden
kinderen beter bij het verhaal. Ook tijdens derde of
vierde herhaling;
• Door herhaling leren kinderen verhalen begrijpen en
nieuwe woorden.
• Zet dit medium vooral bij kinderen met beperkte
woordenschat in.
Maar ook …. kinderen moeten de
woorden van het leren lezen kennen
Een goede woordenschat versterkt
ook het leren lezen. Het is van groot
belang dat kinderen de woorden
kennen die tijdens het leren lezen aan
de orde komen. Dit versterkt, dat
kinderen het leren lezen als
betekenisvol ervaren.
Omgaan met moeilijke woorden in
de groepen 3 - 8. Wat hiermee doen?
Pre-reading
Pre-teaching
Belangrijke vragen:
Maar effectiever is
volgens recent
- Waar gaat het over?
- Wat weet ik er al van? onderzoek (2011):
Pre-teaching van
kernwoorden
2.2. Pilaar 2: Besteed veel
aandacht aan technisch lezen
• Zorg voor een goede leesstart (spraak/taal, fonemisch bewustzijn letterkennis) in
groep 1 en 2;
• Geef excellent onderwijs in groep 3, want:
kinderen die slecht starten worden nooit
een goede lezer;
• Groep 3 en 4: de eerste 10 minuten
aandacht voor automatisering;
• Onderhoud het technisch lezen na groep
5.
Het belang van een goede
mondelinge taalvaardigheid
Aanleiding Catts & Kamhi (2005):
Longitudinale studies laten zien:
- Taalstoornissen/-problemen spelen een
causale rol bij leesproblemen
- 50% van de kinderen met dergelijke
problemen krijgt leesproblemen
Aanbevelingen
• Goede spraak-/taalontwikkeling: gebruik de
SNELtoets:
http://kindentaal.logopedie.nl/site/sneltest
• Controleer in groep 1 en 2 het gehoor! (Keegstra
2010)
Wat verbetert het technisch
lezen?

Model vlot en vloeiend lezen, waarna de leerlingen de tekst
zelf kunnen herlezen.

Taakgerichte feedback bij woorden die fout gelezen worden.

Spreek moeilijke meerlettergrepige woorden rustig uit:
Meetbaar = meet – baar
Locatie = lo – catie
Invalide = in – va – lide

Bied oefening door begeleid en herhaald lezen.
 Leerling leest met een volwassene (ouder, tutor,
vrijwilliger)
 partner lezen
2.3 De rol van strategieën
• Leestrategieën zijn hulpmiddelen om het begrijpend
lezen te verbeteren.
• Voorwaarden om met strategieën te kunnen werken:
vlot kunnen lezen en een goede woordenschat
• Ook bij strategieën: altijd de tekst centraal! Strategieën
moeten op de inhoud gericht zijn.
• Doel strategieën:
- Actief met de inhoud bezig zijn.
Het belang van expliciete instructie bij
leesstrategieën
Stap voor stap-aanpak
Leerkracht als
voorbeeld
 De leerkracht legt de bedoeling van de
strategie uit.
 De leerkracht laat zien hoe de strategie
succesvol moet worden toegepast.
 De leerkracht denkt hardop als hij de
strategie tijdens het lezen toepast.
Wat worden op dit moment als de belangrijkste
strategieën gezien? (Vernooy 2013)
Voorwaardelijke strategie
Je leesproces kunnen monitoren: zinnen met elkaar verbinden en de
zinnen verbinden met wat je al weet.
Kritische strategieën
1. Het omgaan met voorkennis voor, tijdens en na het lezen om te
begrijpen wat je leest;
2. Afleidingen kunnen maken. Staat centraal.
Daarbij geldt: je voorkennis bepaalt of je afleidingen kunt maken.
Ondersteunende strategieën die van belang zijn:
- Het stellen van een leesdoel en taakbewustzijn
- Herlezen tekst
- Visualiseren en samenvatten
- Weten wat je moet doen als je het niet meer begrijpt
Opkomst van de strategie ‘het
belang van herlezen’
Herlezen leidt tot een beter en dieper
tekstbegrip.
Leerkrachten moeten leerlingen
aanmoedigen teksten nog een keer te lezen.
Methoden en leesstrategieën
Illustratie: Frequentie strategieën Leeslink (basisabonnement)
Groep
Doel
bepalen
Voorspel Kennis Vragen
len
ophalen stellen
Visualise Samen-ren
vatten
Herstellen
Groep 4
Groep 5
4
4
4
4
4
4
4
Groep 6
4
4
4
4
4
4
4
Groep 7
4
4
4
4
4
4
4
Groep 8
4
4
4
4
4
4
4
Sommige methoden hebben alleen korte teksten, waardoor er geen strategieën nodig zijn.
Bijvoorbeeld: Overal tekst!
Schoolbeleid
Vanaf groep 1 altijd aandacht voor:
- Het omgaan met voorkennis:
- waar gaat het over?
- wat weet je er al van?
- Na groep 4: aandacht voor ondersteunende
strategieën als kinderen vlot - minimaal AVI E4 kunnen lezen
- Na groep 4: Veel aandacht voor begeleide
toepassing en het geven van feedback (ook
tijdens zelfstandig werken).
a. Stimuleer steeds
doelgerichtheid en monitoren
Leesdoel
Monitoren
Wat is de hoofdgedachte?
Aandacht voor tekstkenmerken
Wat weet ik wel, wat niet
Resultaat
b. Wat is de belangrijkste strategie?
Voorkennis is voorwaardelijk
Zonder (voor)kennis over dat wat je leest, is
het slecht afleidingen maken en is het
resultaat (doel: zelfstandig tot de inhoud
kunnen komen van de tekst) laag.
Voorkennis heeft een krachtig effect op het
begrijpend lezen. Door een goede
voorkennis pik je makkelijker iets op.
Hoe?
- elk moeilijk/onbekend woord wordt op het bord
geschreven. Onderzoek laat zien, dat leerlingen
daardoor een woord beter onthouden;
- modelen onbekende meerlettergrepige woorden;
- bij elke tekst die aan de orde is, worden twee
onbekende woorden vooraf door de leerkracht in
het kort uitgelegd. Onderzoek van Marzano
(2002) toont aan, dat dit zeer effectief is.
- de twee onbekende woorden komen via de
coöperatief lerenmethodiek denken-delenuitwisselen aan de orde (draagt bij aan
woordbewustzijn).
c. Het belang van afleidingen
kunnen maken
• De vaardigheid om afleidingen te kunnen
maken, is essentieel voor begrijpend
lezen. Tussen de regels kunnen lezen!
• Het gaat om het interpreteren van zaken
die niet expliciet in de tekst staan en om
conclusies kunnen trekken.
• Afleidingen worden gemaakt op basis van
tekstkenmerken en aanwijzingen in de
tekst.
• Als ze binnenkomt, is ineens
iedereen stil.
• Het schilderij is al jaren familiebezit,
maar moet nu helaas verkocht
worden.
• Ik vergeet soms naar mijn werk te
gaan.
d. Wat doen als je het niet meer
begrijpt?
Herlezen, vooruit lezen,
nadenken, kijken naar afbeeldingen
Het aanpassen van de leessnelheid
Om hulp vragen
e. Zorg voor structuur!
Voor, tijdens, na-strategie
(voor zwakke lezers)
Voor: Wat is mijn leesdoel en wat weet ik over
het onderwerp?
Tijdens: Nadenken over mijn leesdoel en wat
ik al weet over het onderwerp
Na: Wat wist ik over het onderwerp voor ik de
tekst las en wat weet ik nu?
Superieur: samenhangend gebruik van
strategieën (= monitoren)
 Doelen stellen (waarom tekst lezen)
 Verkennen tekst/voorspellen
Vóór het lezen
 Actualiseren achtergrondkennis
 Begrijp ik het?
 Monitoren begrijpen (vanuit
leesdoel)
Tijdens het lezen
 Integreren nieuwe begrippen
 Samenvatten
Na het lezen
 Evalueren; doelen
gehaald?
 Toepassen
2.4. Laat leerlingen ervaring opdoen
met (onbekende) tekstvormen
Groep 4:
- hussel- en
invulverhaaltjes
- ordenen in een tabel
- het belangrijkste
woord zoeken
- de beste titel zoeken
- waar gaat deze tekst
over
Groep 8:
- cloze-taak
- husselteksten
- hoofd- en bijzaken
- compleet maken
2.5. Gebruik ook actuele teksten
Volgens Guthrie (2002) is de interactie met de
echte wereld (actualiteit), zoals in Nieuwsbegrip
plaatsvindt, voor de leerlingen cruciaal. Bij die
interactie met de echte wereld zijn ze
automatisch bezig met het uiterst belangrijke
proces van activering en het opbouwen van
voorkennis. Ze denken na over wat ze al weten.
Daarnaast beïnvloedt interactie met de echte
wereld ook hun motivatie om te lezen, omdat
deze teksten meer aansluiten bij hun
belevingswereld.
2.6. Laat kinderen veel lezen
“Recent vonden we, dat de omvang van
het lezen van leerlingen in de school één
van de belangrijkste verschillen in
ervaringen was in meer of minder
effectieve klassen.” (Allington, 2003)
Zorg voor een stilleesbeleid, waarbij
leerlingen wat te kiezen hebben!
Universiteit van Amsterdam
Boeken lezen van hoog niveau verhoogt
kans op goede Cito-score (Kortlever &
Lemmens 2012).
De studie bevestigt het belang van
regelmatig vrij lezen. Het regelmatig lezen
van tijdschriften had geen effect.
2.7. Laat leerlingen schrijven
Veel onderzoek laat zien dat schrijven – ook
wel stellen genoemd - het begrijpend lezen
ten goede komt.
Leerlingen die veel schrijven, verbeteren
hun begrijpend lezen meer dan kinderen die
dit niet doen (Bitter e.a. 2009).
Schrijven versterkt het begrijpend lezen!
2.8. Voldoende dekking
Nieuwsbegrip?
• Gebruik vooral de basisversie
• Pas de strategieën toe op de beste teksten uit je
oude methode voor begrijpend lezen
• Heel veel zaken uit de taalmethode dekken ook
de kerndoelen voor begrijpend lezen
• Pas de strategieën toe bij teksten van de
kennisgebieden
• Gebruik voor zeer zwakke lezers het Cito
Hulpboek Begrijpend lezen
2.9. Spreek regelmatig met leerlingen over
wat ze van het begrijpend lezen vinden
Vraag de leerlingen:
- Waarmee willen jullie dat ik help om de teksten
beter te begrijpen?
- Wat heb jullie geleerd om de tekst beter te
begrijpen?
- Wat zou je de volgende keer willen leren om
de teksten beter te begrijpen?
We maken een plan voor de komende maand.
3. Het Hoe
Vooraf
Begrijpend lezen wordt in toenemende mate
als een zaak van leerkrachtvaardigheden
gezien en niet alleen van methoden.
Teksten komen vrijwel bij alle vakken aan de
orde.
Een leerkracht moet kinderen bij alle
gebieden helpen beter met teksten om te
gaan.
Wat is voor het leren omgaan met
teksten en strategieën belangrijk?
1. Het gegeven, dat ‘modeling’ - voordoen en
tegelijkertijd hardop denken - ertoe doet!
Observerend leren! Niet laten aanmodderen!
2. Leerlingen veel laten (begeleid) toepassen
(automatiseren en toepassen). Leerlingen hebben
veel behoefte aan begeleid begrijpend lezen (Bunte
2013);
3. Ook feedback geven tijdens het zelfstandig werken.
4. Yan (2010): 1 – 3 motiveren leerlingen te
participeren.
Welke lessen hebben volgens Schmoker het
grootste effect en een grote betrokkenheid
van de leerlingen tot gevolg?
• Lessen met een duidelijk leerdoel.
• Rekening houden met de achtergrondkennis van
de leerlingen en vandaaruit de tekst ‘previewen’.
• Uitleggen, modelen, hardop denken.
• Begeleide inoefening en veel denken-delenuitwisselen.
• Vaak controleren of ze het hebben begrepen.
• Zelfstandig laten oefenen/toetsing
Goede lesopzet: Expliciete
interactieve directe instructie (EIDI)
1.
2.
3.
4.
Doel les aangeven
Aandacht voor voorkennis
Expliciete instructie (uitleggen, modeling, voorbeelden)
Begeleide inoefening met de groep of subgroep,
waarbij aandacht voor:
- automatiseren
- toepassen
4. Zelfstandig of in duo’s aan het werk
5. Evalueren les
6. In alle fasen:
- taakgerichte feedback
- interactie
- betrokkenheid
VOOR HET LEZEN VAN DE
TEKST
• Praat over het leesdoel
• Schrijf de moeilijke woorden op het
digibord
• Spreek hardop de woorden uit die ze met
moeite kunnen lezen
• Leg kort de betekenis van die woorden uit
• Activeer de noodzakelijke voorkennis of
onderwijs achtergrondkennis
• Preview met de leerlingen de tekst
Een variant:Verantwoordelijkheid
leerkracht
Introductie/uitleg/modeling
“Ik doe het”
Begeleide
inoefening
“Wij doen het”
Samenwerken
“Jullie doen
het samen”
“Ik doe het alleen
Risicolezers: PAL
De rest: werkt zelfstandig of samen”
Verantwoordelijkheid leerling
Een succesvol instructiemodel voor alle leerlingen
Fisher, D., & Frey, N. (2008). Better learning through structured teaching: A framework for the gradual release of
responsibility. Alexandria, VA: Association for Supervision and Curriculum Development.
Belang visualiseren inhoud
• Visualiseren ondersteunt het begrijpen en
herinneren.
• Helpt de essentie van de tekst te begrijpen
• Helpt bij het maken van een samenvatting
• Voorkomt overladen worden aan informatie en
overbelasting van het werkgeheugen.
Verder:
Door visualiseren wordt kennis op een
hiërarchische wijze in de hersenen
opgeslagen.
Geef veel taakgerichte
feedback!
Taakgerichte feedback is informatie over:
• Waar ga ik heen?
• Hoe doe ik het?
• Wat moet ik vervolgens doen?
Tip: Geef ook feedback tijdens het
zelfstandig werken
Sterke onderwijsfactor. Effectgrootte .73
Maar … laat leerlingen ook
samenwerken rondom teksten
• Leerlingen kunnen elkaar helpen en het is
goed voor de motivatie. Samenwerkende
leerlingen zijn meer tevreden dan niet
samenwerkende leerlingen.
• Heel veel onderzoek toont, dat tutoring met
heel effectief kan zijn (Berrill 2009, Vernooy &
Egbertsen 2012; Egbertsen 2013).
• Peer tutoring heeft een effectgrootte van
0.55.
Zorg voor effectieve koppels!
HET BELANG VAN TIJD
Scholen met risicokinderen die goede
resultaten hebben, bereiden op
verschillende manieren de leertijd uit voor
leerlingen die dat nodig hebben.
(Parrett & Budge, 2009)
De mate van effectiviteit van onderwijs is
bovenal afhankelijk van de beschikbare
tijd voor zowel het onderwijs geven als
voor het leren van de stof (Jaap Dronkers,
2007)
Zorg voor voldoende tijd voor
begrijpend lezen
Groep 5 en 6:
• Begrijpend lezen: 90 tot 120 minuten
• Technisch lezen: 120 tot 150 minuten
• Stillezen: 75 minuten
Groep 7 en 8:
• Begrijpend lezen: 90 tot 120 minuten
• Technisch lezen: 60 tot 90 minuten
• Stillezen: 75 minuten
Verder: Maak van elke les met een tekst een begrijpend
leesles!
4. Omgaan met data.
Waarom data?
Zonder data heeft iedereen een mening
(Edward Deming)
Hiërachie toetsen
Toets
begrijpend
lezen
Woordenschattoets
DMT
AVI
Totaaloverzicht (%A-C)
Resultaten 1e helft schooljaar
•
•
•
•
•
•
•
•
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
TvK
50
83
Dmt AVI Woordens Beg. Lezen
81
47
57
86
68
0
69
87
93
100
100
100
81
20
42
69
57
50
100
64
38
64
5. Samenvattend: Cruciaal voor
begrijpend lezen
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Altijd de tekst centraal! Veel omgaan met teksten modelen en aandacht voor
begeleide inoefening
Vlot en vloeiend kunnen lezen
Goede woordenschat en preteaching enkele woorden
Leren nadenken over teksten (o.a. monitoren, doelgerichtheid)
Veel aandacht voor begeleid begrijpend lezen
Oriënteren op de structuur van de tekst.
Enkele strategieën kunnen toepassen, waaronder:
- kunnen omgaan met voorkennis (voorwaardelijk)(Waar gaat het over?
Wat weet ik er al van?)
- afleidingen kunnen maken
- weten wat je moet doen als je het niet meer begrijpt
Herlezen tekst leidt tot dieper begrijpen
Maak veel gebruik van het digibord.
Een goede werkhouding/aanpakgedrag/monitoring
Tekstkennis (van hussel- tot cloze-tekst)
Motivatie
6. De vraag: hoe krijg je als school
betere resultaten?
De resultaten verbeteren als de instructie het lesgeven en leren - in de groepen
verbetert door goede lees- en didactische
inzichten (professionalisering).
Maar ook:
(risico)leerlingen krijgen meer tijd.
Lessen internationale
leesverbeteringsprojecten (Betts e.a. 2010)
• Extra-tijd voor zwakke lezers kan tot
aanzienlijke verbetering van de leesvaardigheid
leiden;
• Peer coaching van leerkrachten kan tot
aanzienlijke leeswinst leiden;
• Vroege interventies in het begin van
schoolloopbaan zijn effectiever dan late
interventies, bijv. in het voortgezet onderwijs.
Waar doen we het
allemaal voor?
Goed leren lezen is een
mensenrecht! (Lyon)
Voor morgen
Werkopdracht: 3-2-1 Reflectie
• Welke 3 zaken heb ik geleerd?
• Welke 2 zaken ga ik uitproberen?
• Over welk onderwerp wil ik nog meer weten?
Dank u wel!!!
Activiteiten die een groot of
klein effect hebben
Vanuit de wetenschap:
Effecten:
- 1.3 en hoger: zeer groot
- 0.80 - 1.29: groot effect
- 0.50 - 0.79: middelgroot
- 0.20 - 0.49: klein
- 0.19 - 0.00: verwaarloosbaar
- -0.01 - -0.20: klein negatief effect
Voor meer info
Dr. Kees Vernooy
[email protected]
Downloaden presentatie:
www.expertis.nl/lunteren