Klik hier voor meer info

Gedeputeerde staten van de provincie
Limburg en
Adviescommissie voor de bezwaarschriften
van de provincie Limburg
Hoorzitting:
Kenmerk:
Inzake:
donderdag 31 juli 2014 om 13.00 uur
2014/39866 O66
SES / GS (Wob zwavelbalansen)
PLEITAANTEKENINGEN EN AANVULLING BEZWAARGRONDEN SES
Geachte Commissie,
Hieronder zullen de bezwaren van SES worden aangevuld en toegelicht.
1. Op grond van de Richtlijn Industriële Emissies (richtlijn 2010/75/EU) gelden strikte
normen voor de emissie van milieugevaarlijke stoffen. Strikte emissiegrenswaarden
gelden onder andere voor de uitstoot van zwaveldioxide (SO2). Zwaveldioxide in de lucht
tast niet alleen natuur en milieu aan, maar is ook schadelijk voor de gezondheid.
2. Tot 2016 mag van de emissiegrenswaarde voor SO2 worden afgeweken bij cementovens.
Dat staat zo in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Om aanspraak op die uitzondering
van de emissiegrenswaarde voor SO2 te kunnen maken, moet echter wel aan de
voorwaarde daarvoor worden voldaan. Die voorwaarde is dat de SO2 die wordt
uitgestoten niet uit afvalstoffen afkomstig is, maar uit de grondstoffen voor
cementproductie.
3. ENCI en gedeputeerde staten stellen dat ENCI aan die voorwaarde voldoet en daarom
meer SO2 mag uitstoten dan op grond van de emissiegrenswaarde is toegestaan. Er is
echter nog nooit aangetoond dat ENCI aan de voorwaarde voor die afwijking voldoet en
dat de SO2-uitstoot niet afkomstig is uit de afvalstoffen.
4. SES vraagt al jaren in de procedures over de vergunningen van ENCI om openheid van
zaken op dit punt en om gegevens die het voor derden mogelijk maken om te controleren
of de SO2-uitstoot uit afvalstoffen of uit grondstoffen voor cement afkomstig is. Naar
aanleiding van de procedure over de inmiddels vernietigde milieuvergunning van ENCI
(tussenuitspaak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 augustus 2012 en
einduitspraak van 5 februari 2014, r.o.v. 14.1) is bepaald dat ENCI maandelijkse
geconsolideerde zwavelbalansen dient op te stellen. Deze zwavelbalansen vermelden de
afvalstoffen en grondstoffen die zijn gebruikt en welke stoffen als afvalstof en welke als
grondstof zijn aangemerkt voor de toets of ENCI aan de voorwaarde voor afwijking
inzake de SO2-uitstoot voldoet. Het bevoegd gezag heeft, zo is in die procedures
gebleken, gekozen voor het verplicht stellen van ‘geconsolideerde’ maandelijkse
zwavelbalansen, om tegemoet te komen aan het belang van ENCI om haar
bedrijfsgegevens te beschermen. De Raad van State oordeelde dat op deze manier sprake
was van een situatie waarin voldoende gegevens beschikbaar waren voor adequate
handhaving van de regels ten aanzien van SO2-emissies van ENCI1.
5. Ook oordeelde de Raad van State, zoals in het bezwaarschrift al uiteen is gezet, dat die
geconsolideerde maandelijkse zwavelbalansen onder de Wob vallen (r.o.v. 15.1 alinea 3).
6. Omdat nog steeds onduidelijk is of de regels ten aanzien van ENCI goed worden
toegepast, heeft SES een verzoek om handhaving ingediend ten aanzien van de
afwijkende emissiegrenswaarde voor SO2-uitstoot en ook verzocht om verstrekking van
de maandelijkse geconsolideerde zwavelbalansen.
7. In het bestreden besluit worden zowel het verzoek om handhaving als het verzoek om
openbaarmaking van de geconsolideerde maandelijkse zwavelbalansen afgewezen.
8. Gedeputeerde staten doen in het bestreden besluit een aantal opmerkelijke mededelingen:
- ENCI heeft over 2013 geconsolideerde zwavelbalansen opgesteld;
- de controle naar aanleiding van het handhavingsverzoek van SES van de
zwavelbalansen over 2013 wijst uit dat sprake is geweest van overschrijding van de
normen voor SO2 bij ENCI;
- gedeputeerde staten geven toe dat voorschrift 10.13 van de vernietigde
milieuvergunning bewust op zodanige wijze is vastgesteld dat de zwavelbalansen bij
ENCI blijven, zodat daarop de Wob niet van toepassing is.
Handhaving
9. Dat ENCI moet aantonen dat de SO2 uit grondstoffen komt en niet uit het verbranden van
afval vloeit rechtstreeks voort uit het Activiteitenbesluit en de Actviteitenregeling (onder
andere artikelen 5.22, 5.25, 5.30 Activiteitenbesluit milieubeheer).
1
“14.2. Nu Enci ingevolge het nieuwe vergunningvoorschrift 10.13 maandelijks middels een transparante
zwavelbalans dient aan te tonen dat de SO2-emissie afkomstig van afvalstoffen onder de in het Bva opgenomen
norm blijft, is de naleving van de nieuwe vergunningvoorschriften 10.13 en 10.14, op grond waarvan voor de
emissie van SO2 die niet afkomstig is van de verbranding van afvalstoffen wordt afgeweken van voorschrift 1.1,
derde lid, van de bijlage van het Bva, handhaafbaar.” (AbRS 5 februari 2014, zaaknummer 201001848/1/A4).
2
10. Op grond van de Wabo zijn gedeputeerde staten belast met de handhaving van deze
voorschriften (zie artikelen 18.1a Wet milieubeheer en artikel 5.2, eerste lid, van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht). Volgens artikel 5.2, eerste lid, onder b, van de
Wabo heeft het bevoegd gezag tot taak om de gegevens die nodig zijn voor handhaving
‘te verzamelen en te registreren’.
11. Om de geconsolideerde zwavelbalansen aan controle door derden te onttrekken hebben
gedeputeerde staten deze gegevens echter in strijd met de handhavingstaak niet verzameld
en geregistreerd, maar alleen ingekeken. Dit alles om de Wet openbaarheid van bestuur op
voorhand buiten de deur te houden.
12. Dit leidt tot de conclusie dat gedeputeerde staten in strijd met de Wabo en met de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en
het motiveringsbeginsel het handhavingsverzoek van SES hebben afgewezen zonder over
de daarvoor benodigde gegevens te beschikken. De geconsolideerde maandelijkse
zwavelbalansen van ENCI zijn bij uitstek gegevens die met het oog op de uitvoering van
handhaving door gedeputeerde staten ‘van belang zijn’. Sterker nog, ENCI moet die
geconsolideerde zwavelbalansen alleen maar opstellen, omdat die nodig zijn in het kader
van de handhaving van de ruimere SO2-norm waar ENCI aanspraak op wil (blijven)
maken.
13. Kortom, voor zover gedeputeerde staten nog niet over deze gegevens zouden beschikken,
moeten deze in heroverweging alsnog verzameld worden. Het handhavingsverzoek is
alleen al op grond hiervan op onjuiste gronden afgewezen en niet afdoende gemotiveerd.
Het omzeilen van wettelijke verplichtingen met een beroep op een – inmiddels vernietigde
- vergunning is niet alleen kwalijk, maar ook juridisch onacceptabel. Dit dient in
heroverweging alsnog te worden rechtgezet en gedeputeerde staten dienen alsnog aan hun
wettelijke verplichtingen te voldoen.
De Wet openbaarheid van bestuur
14. In het bezwaarschrift is uiteen gezet dat de Raad van State in de uitspraak van 5 februari
2014 de Wob van toepassing acht op de zwavelbalansen van ENCI. De Raad van State is
er daarbij vanuit gegaan dat gedeputeerde staten over deze gegevens – horen te –
beschikken.
15. Gedeputeerde staten zijn dan ook terecht op de inhoudelijke toetsingscriteria van de Wob
ingegaan. Maar, daarbij hebben gedeputeerde staten volstrekt laten liggen dat de
zwavelbalansen milieu-informatie betreffen en naar het oordeel van SES zelfs milieu3
informatie met betrekking tot emissies in het milieu, dus informatie die niet geheim
gehouden mág worden (artikel 10, vierde lid, van de Wob).
16. De gegevens in de zwavelbalansen maken rechtstreeks dat meer of minder SO2 mag
worden uitgestoten. Het gaat daarom om milieu-informatie de betrekking heeft op
emissies van SO2 en daarom in geen geval geheim mocht worden gehouden.
17. Maar gedeputeerde staten lijken er zelfs aan voorbij te gaan dat het hier om milieuinformatie gaat in de zin van artikel 19.1a van de Wet milieubeheer, waarvoor op grond
van artikel 10 van de Wob de hoofdregel van openbaarheid geldt. Dit is opmerkelijk
omdat gedeputeerde staten gehouden zijn om de goede werking van Europees recht te
verzekeren en de voornoemde bepalingen de implementatie zijn van de Aarhus-richtlijn
2003/4 over de openbaarheid van milieu-informatie.
18. Uitlatingen van de StAB over het al dan niet concurrentiegevoelig zijn van gedetailleerde
zwavelbalansen, doen niet ter zake, omdat de StAB geen bestuursorgaan is en niet
bevoegd is om op een verzoek om informatie te beschikken. Belangrijker nog is dat de
overwegingen van de StAB waar in het verweerschrift een beroep op wordt gedaan, gaan
over gedetailleerde zwavelbalansen en niet over de in deze zaak aan de orde zijnde
geconsolideerde maandelijkse zwavelbalansen. Uit geconsolideerde zwavelbalansen zijn
geen concurrentiegevoelige gegevens af te leiden. Dat is nu juist de reden geweest om
ENCI voor te schrijven dat met geconsolideerde versies mocht worden volstaan om aan te
tonen of ENCI voor de SO2-uitzondering in aanmerking komt of niet.
19. Zouden er wel concurrentiegevoelige gegevens in staan dan geldt overigens te meer dat de
stukken niet aan het Wob-regime behoeven te worden onttrokken door deze niet bij ENCI
op te vragen, want dan zou een beroep op de weigeringsgronden uit de Wob gedaan
kunnen zijn door ENCI, wat vervolgens aan rechterlijke toetsing had kunnen worden
voorgelegd.
20. Overigens geldt voor concurrentiegevoelige gegevens dat deze als het om milieuinformatie gaat zoals hier het geval is, alleen na een belangenafweging mogen worden
verstrekt of geweigerd. Dat de zwavelbalansen milieu-informatie zijn, is overduidelijk,
omdat de zwavelbalansen bepalend zijn voor de SO2-normering. Kennelijk zien
gedeputeerde staten en ENCI dat eigenlijk ook wel zo en is daarom met opzet (“bewust”,
bestreden besluit, p. 2) de vergunningsconstructie gemaakt om de zwavelbalansen niet
onder gedeputeerde staten te laten berusten.
21. Die constructie is echter in strijd met het Verdrag van Aarhus over het recht van toegang
tot milieu-informatie en toegang tot de rechter en de implementatie hiervan in richtlijn
2003/4 en de Wob (toegang tot milieu-informatie). Deze regelgeving verzekert nu juist dat
4
het publiek het recht heeft op milieu-informatie en dat recht behoort daarom niet
onrechtmatig te worden gepasseerd.
Conclusie
Het verzoek om handhaving is in strijd met de wet en de beginselen van behoorlijk bestuur
afgewezen, bij de beoordeling van het verzoek om handhaving is de Wet openbaarheid van
bestuur omzeild, dan wel de Wob onjuist toegepast. Het bestreden besluit dient dan ook te
worden herroepen. SES roept de Bezwarencommissie op om gedeputeerde staten te adviseren
de bezwaren gegrond te verklaren en alsnog openheid van zaken te geven.
SES handhaaft voor het overige wat in het bezwaarschrift werd aangevoerd.
5