03-07-2014 Leegstand en de ladder duurzame verstedelijking

Nieuwsbrief Wro
3 juli 2014
Leegstand en de ladder duurzame verstedelijking
Met deze nieuwsbrief vragen wij uw aandacht voor de uitspraak van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling”) van 25 juni 2014,
ECLI:NL:RVS:2014:2331. In deze uitspraak komt de ladder duurzame verstedelijking als
bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: “het Bro”) aan de orde.
Essentie
-
Artikel 3.1.6 lid 2 Bro, waarin de zogenoemde ladder duurzame verstedelijking is
vastgelegd, beoogt mede leegstand te voorkomen.
-
Omdat het belang waarin appellanten (bouwmarkten) in deze zaak bescherming zoeken, is
-
gelegen in het voorkomen van onaanvaardbare leegstand van dit type winkels, is voldaan
aan het relativiteitsvereiste als bedoeld in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht.
Een distributieplanologisch onderzoek (hierna: “het dpo”) kan een rol spelen bij het
inzichtelijk maken dat wordt voldaan aan artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
Nader bekeken
In deze zaak gaat het om de komst van een bouw- en tuinmarkt volgens het Bauhaus-concept.
Appellanten (bestaande bouwmarkten) proberen de komst van deze grote concurrent tegen te
houden en betogen dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
Zij voeren daartoe aan dat noch uit kwantitatief noch uit kwalitatief oogpunt sprake is van een
actuele regionale behoefte. Het college had zich niet mogen baseren op het dpo en heeft
miskend dat de realisering van het bouwplan tot een onaanvaardbare leegstand door de sluiting
van andere bouwmarkten en speciaalzaken in de stad en de regio zal leiden, aldus appellanten.
Het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college”) doet een beroep op het
relativiteitsvereiste. Naar het oordeel van de Afdeling beoogt de ladder duurzame
verstedelijking echter mede om leegstand te voorkomen. Appellanten worden derhalve in dit
belang beschermd. Dit betekent dat, mocht naar het oordeel van de Afdeling de
omgevingsvergunning zijn verleend in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro, dat tot vernietiging van
het besluit zou kunnen leiden.
Vervolgens beoordeelt de Afdeling of de ladder duurzame verstedelijking juist is toegepast. Het
college voert aan dat uit het dpo en het nadere rapport in de ruimtelijke onderbouwing volgt dat
het bouwplan voorziet in een actuele regionale behoefte, zowel in kwalitatief als in kwantitatief
opzicht, dat er geen reële andere vestigingsmogelijkheden voor de voorziene bouw- en
tuinmarkt beschikbaar zijn in de regio en dat niet hoeft te worden gevreesd voor
onaanvaardbare structurele leegstand, gelet op de beperkte gevolgen voor het bestaande
aanbod en de mogelijkheden voor herinvulling van eventuele leegkomende panden. De
Afdeling overweegt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de sluiting van
bouwmarkten een domino-effect zal hebben op andere bedrijven en speciaalzaken die als
gevolg daarvan ook zullen sluiten en evenmin dat herinvulling van leegstaande bouwmarkten
en tuincentra moeizaam is. De omgevingsvergunning blijft in stand.
Voor vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze nieuwsbrief kunt u zich wenden tot:
Mieke Alberts
[email protected]
024 - 3 828 380
Disclaimer
De informatie in deze nieuwsbrief is bedoeld ter voorlichting van cliënten en andere relaties en kan niet worden gebruikt als advies in
individuele situaties. In die gevallen kan vanzelfsprekend een op de specifieke situatie toegesneden advies worden gegeven.
Hoewel deze nieuwsbrief met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand is gekomen, aanvaardt Hekkelman Advocaten N.V. geen
enkele aansprakelijkheid voor eventuele fouten of andere onjuistheden (of de gevolgen daarvan).
© Hekkelman Advocaten N.V.