DOT en wijzigingen 2015

Agenda
•
17.15-17.45 uur
DOT en wijzigingen 2015 (Jaap Stam, DBC Onderhoud)
•
17.45-18.45 uur
Praktijkvoorbeelden DOT Hematologie en
medische oncologie (deel 1):
Registratieproces, dilemma’s en definities (Ron
Schaafsma
Knelpunten maligne bloedziekten, Erasmus MC (Jan
Cornelissen)
•
18.45-19.15 uur
Pauze met broodjes
•
19.15-20.15 uur
Praktijkvoorbeelden DOT Hematologie en
medische oncologie (deel 2):
Casus maligne en niet-maligne bloedziekten (Ron
Schaafsma/Marten Nijziel)
Knelpunten SCT, Erasmus MC (Jan Cornelissen)
•
20.15-21.00 uur
Tips en tricks, vragen uit de zaal
•
21.00 uur
Afsluiting, drinks
DOT en wijzigingen 2015
Doorlooptijdverkorting en effecten op
registratieregels hematologie
Jaap Stam, DBC Onderhoud
Zorgproducten Hematologie
inleiding en
wijzigingen 2015
Jaap Stam 27 mei 2014
NVvH
Inhoud presentatie
4
• Inleiding DBC-systeem
• Hemato-oncologie in het systeem
• Wijzigingen 2015
‫ ـ‬Doorlooptijd verkorting
‫ ـ‬Wijzigingen registratieregels
DOT hoofdbestanddelen (1)
5
ICD10 zorgproductgroepen
• Diagnose(n)
• Behandeling
Speciale groepen
• Op basis van wetgeving (WBMV)
• Op basis van speciaal karakter
Overig
• Ad-on’s/OZP
DOT hoofdbestanddelen (2)
6
• Afgeleid en gedeclareerd op basis van
productspecificaties én
• Nadat het subtraject is gesloten op basis
van een set registratieregels
• Algemene regels
• Uitzonderingsregels
7
DOT: nieuwe productstructuur,
typerende Za of diagnose bepalend
DBC-dataset
van patiënt
typerende diagnose?
diagnosegroep
diagnosegroep
typerende zorgactiviteiten?
behandelgroep
DBC-gebonden add-ons
behandelgroep
zorgzwaarte, WBWV, aanspraak, e.d.?
Resultaat:
DBC-zorgproduct
= declarabele prestatie
Ca. 3.500 verschillende
behandelgroep
Zorgproduct
Zorgproduct
IC
Zorgproduct
+
Dure geneesm.
Zorgproduct
Overig
Zorgproduct
voorbeeld van een zorgproductgroep
8
Voor elke ZPG wordt
een beslisboom
opgesteld
Ambulante
producten
Conservatieve
klinische
producte
n
Operatieve
producten
DOT: DBC-grouper
Afleiden declarabele producten o.b.v. diagnose en zorgactiviteiten
ziekenhuis
DBC-grouper
prijs
verzekeraar
DIS
Groepen binnen de hematologie
10
ICD10 zorgproductgroepen
• Diagnose(n)
• Behandeling
Speciale groepen
• Op basis van wetgeving (WBMV)
• Op basis van speciaal karakter
Overig
• Ad-on’s/OZP
ICD10 zorgproductgroepen
11
•
ZPG 28999 Maligne- en neoplasmata onzeker/onbekend gedrag
lymfoïd, hematopoëtisch en verwant weefsel 63%
•
•
•
•
•
•
ZPG 38999 Stollingsst./purpura/ov.hemorr.aand./
bep.aand.immuunsyst. (excl.sarcoïdose long) (wd) 25%
•
•
Hodgkin
Non-Hodgkin
Leukemie
Multipele myelomen
etc
Stollingsaandoeningen
ZPG 39999 voedings-/hemolytische-/aplastische-/anemie
nec+ziekte bloed/-vormende organen nec 12%
•
•
Anemie (verreweg het meest)
Overig
Speciale groepen
12
• 979003 Stamceltransplantatie (WBMV)
•
•
•
•
Autoloog
Verwante donor
Niet verwante donor
Niet verwante donor navelstreng
Overig
13
• Ad-on’s
• Dure geneesmiddelen
• IC
Registratie- en sluitingsregels
14
• Algemene regels
•
•
•
90 dagen ambulant
42 dagen na ambulante ingreep
42 dagen na klinisch ontslag
• Uitzonderingsregels
•
•
•
Medicinale oncologische behandeling
Medicinale behandeling acute leukemie
Stamceltransplantatie
• Regels voor openen parallel zorgtraject
•
Nieuw zorgtraject en DCT (diagnose
combinatie tabel)
Vereisten voor goed afleiden en declareren
15
• De juiste diagnose registreren
• De juiste zorgactiviteit(en) registreren
• Goed hanteren van het begrip nieuwe
zorgvraag en kennis hebben van de
inhoud van de diagnose-combinatietabel
Wijzigingen 2015 hoofdlijnen
16
• Verkorting doorlooptijd naar maximaal
120 dagen (besluit)
• Dure geneesmiddelen (nog geen besluit)
• Andere procedure
• Andere manier van vastleggen
• Integraal tarief (besluit)
Verkorting doorlooptijd
17
• Maximale doorlooptijd wordt 120 dagen
• Geen uitzonderingen
Effecten verkorting doorlooptijd (1)
18
Financieel risico:
• Ruim 2 miljoen extra declarabele eenheden
• 600.000 extra uitvalproducten, omzet constant
• Financieel risico: ongeveer 600-800 miljoen
euro
• Kan werkelijkheid worden indien wijzigingen in
zorgprofielen niet of onvoldoende zijn weerslag
vinden in de productprijzen
Effecten verkorting doorlooptijd (2)
19
Aanpassing registratieregels
• 1 algemene regel wijzigt
• Invloed de overige algemene regels
• Invloed op uitzonderingsregels
• Medicinale oncologie geen effect
• Acute leukemie geen effect
• Stamceltransplantatie geen effect behalve
nazorgtraject (gaat van 365 naar 120
dagen)
Dure geneesmiddelen (geen besluit)
20
• Grens van €10.000 vervalt
• Regierol voor aanvragen ad-on bij
aanbieders en verzekeraars
• Registreren en declareren via
apotheeksysteem
Nog veel discussie over snelheid en
uitwerking
Integraal tarief
21
• Per 1 januari 2015 verdwijnen de aparte
kostendelen en honoraria uit de
tarieventabel
• Nog maar 1 tarief: kosten en honoraria
samengevoegd
Tenslotte
22
Vragen ?
Praktijkvoorbeelden DOT
Deel 1
Registratieproces
Dilemma’s en definities
Ron Schaafsma, Marten Nijziel, Katja Damen, Liesbeth
van Erp
Agenda
1.
2.
3.
4.
Registratieproces DOT
Definities algemeen
Registratieregels hematologie
Registratie dilemma’s in hematologie
Agenda
1.
2.
3.
4.
Registratieproces DOT
Definities algemeen
Registratieregels hematologie
Registratie dilemma’s in hematologie
Afleiden zorgproduct in de grouper
Subtraject Specialisme -X
D
nee…
D
nee…
JA!!
systematiek
D
grouper
ZP
Van registratie tot facturatie
Zorgverlenen
Registreren
Afsluiten
(‘Samenvatten’)
Afleiden
(v.e. DBCzorgproduct)
Factureren
(‘Declareren’)
Grouper
OK
ICT ONDERSTEUNING
Lab
Radiologie
MCC
Apotheek
…. etc
EPD
Registratie
DBC/DOT
Verricht.
registratie
zorgactiviteiten
controleren
koppelen
ZIS
Zorgactiviteiten aan
(DOT)-subtraject
factureren
systematiek
PROCES
Welke systemen ondersteunen welke stap in het proces
Zorg verlenen
Zorgtrajecten en subtrajecten
Consult
Onderzoekenb
v. lab, foto’s,
ECG
Opname
OK
Ontslag
Openen zorgtraject
(voorheen: openen DBC)
Nacontrole
Onderzoeken
Vervolg
behandelingn
acontroles
Sluiten subtraject
(voorheen: sluiten DBC)
Registreren
Zorgtraject
Subtraject (zt=11)
Subtraject (zt=21)
voorheen: (initiële) DBC (zt=11)
voorheen: (vervolg) DBC (zt=21)
V
D
Verwijzer
Diagnose
Consult
Onderzoeken
Ligdagen OK-ingreep
v-ZP
Verwacht
Zorgproduct
Consult
V
D
Verwijzer
Diagnose
Consult
v-ZP
Verwacht
Zorgproduct
Onderzoeken
Diagnose niet (juist) geregistreerd
• Onterechte uitval:
– Kosten zijn wel gemaakt
– Zwevende verrichtingen
– Onjuiste, hogere DOT kostprijzen
• Toekennen van ZA aan ander ZP:
– Onjuist zorgprofiel
– Onterechte kostentoewijzing aan ZP
– Te hoge prijs van product
• Geen declaratie
• Te lage declaratie
Registratie
DBC/DOT
zorgactiviteiten
koppelen
ZA niet (juist) geregistreerd
• Onterechte uitval door lege DOT producten
• Onjuiste afleiding in grouper:
– Onjuist product m.n. bij knooppunt ZA →
– Te lage declaratie
• Verkeerde of onvoldoende vulling zorgprofiel:
– Onjuist zorgprofiel
– Te lage berekende kostprijs
Registratie
DBC/DOT
zorgactiviteiten
koppelen
Vanaf 2014 nieuwe kostprijsmodel
beleidsregel NZa
•
•
•
•
Kosten direct toegerekend aan zorgproduct
Tussenstap van ZA niet meer noodzakelijk
Oorzaak kosten niet meer altijd duidelijk
Vereenvoudiging
Agenda
1.
2.
3.
4.
Registratieproces DOT
Definities algemeen
Registratieregels hematologie
Registratie dilemma’s in hematologie
DBC diagnose
• Typerende diagnose die de geleverde zorg over de periode
waarover wordt gedeclareerd het beste typeert
• Kan tijdens looptijd traject veranderen
• Kan per subtraject verschillen
Zorgactiviteit
• Verrichting die is uitgevoerd bij het leveren van zorg aan een
patiënt
• Gekoppeld aan een zorgtraject (subtraject)
• Verrichtingen hebben allemaal een eigen verrichtingencode
• Zorgactiviteitentabel
Zorgprofiel
• Verzameling van zorgactiviteiten die horen bij een DBCzorgproduct
• Kan een individueel zorgprofiel zijn van 1 patiënt
• Maar kan ook een gemiddeld (lokaal van je eigen
ziekenhuis/landelijk…) zorgprofiel zijn
Grouper
• Webapplicatie in beveiligde omgeving
• Leidt uit aangeboden declararatie-set DBC-zorgproduct en
eventuele Add-on af
• Stuurt afgeleid zorgproduct terug naar zorgaanbieder zodat
deze bij zorgverzekeraar (of patiënt) kan worden gedeclareerd
• Beschikbaar gesteld door DBC-O
Add-on
combinatie stofnaam en indicatie
• “Overig zorgproduct” behorend bij een DBC-zorgproduct
• Zorg op IC, limitief aantal dure (>10.000 euro per jaar) en
weesgeneesmiddelen
• Zorgproducten met substantiële meerkosten, leidend tot
grote verstoringen homogeniteit zorgproduct
• Mogen tussentijds worden gedeclareerd
• Alleen als indicatie toegestaan is cf. beleidsregel NZa
Parallelliteit
• Parallel zorgtraject mag alleen indien:
– Uit dossier duidelijk is dat er sprake is van een andere
zorgvraag waarvoor aparte diagnosestelling en aparte
behandeling noodzakelijk is
– Minimaal 1 zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3
(respectievelijk poli- of eerste hulpbezoek,
dagverpleging, kliniek) of minimaal een verstrekking
medicinale oncologische therapie en combinatie komt
niet voor in de “Diagnose Combinatie tabel”
Subtraject en verrichtingen
• Type zorgproduct (subtraject) wordt door Grouper
(webapplicatie in een beveiligde omgeving) automatisch
afgeleid op basis van de geregistreerde verrichtingen en de
ingevulde (typerende) diagnose
• Tijdig en juist en volledig invoeren essentiële verrichtingen
dus van het allergrootste belang, anders gevaar uit te komen
in een “goedkoop” mandje
Uitval
• Bij deze combinatie van diagnose en ZA kan geen product
worden gedeclareerd
• Er is wel een diagnose maar geen typerende ZA
Knooppunt- of typerende verrichting
• ZA die bepalend is voor de afleiding naar de volgende ‘tak ‘in
de boom en/of een mandje met zorgproducten
Hele boom
Agenda
1.
2.
3.
4.
Registratieproces DOT
Definities algemeen
Registratieregels hematologie
Registratie dilemma’s in hematologie
Registratieregels
• Registratie regels
– Registratiemodel
– Regels openen en sluiten
– Welke gegevens invoeren
– Uitzonderingsregels
• Medicinale oncologie
• Acute leukemie
Algemene registratieregels
gelden voor iedereen
• Registratieregels bepalen moment van automatische afsluiting
– 90 dagen na eerste poliklinische subtraject (ZT11)
– 365 dagen na volgende traject (ZT21)
– 42 dagen na een klinisch traject
• Bij heropname na het laatste klinische traject!
• Gelden dus ook voor hematologie zolang er nog geen
“medicinale oncologische therapie” is geweest!
Registratieregels medicinale oncologie
gelden voor een medicinale oncologische therapie
• Aparte registratieregels medicinale oncologie en acute
leukemie
• Afwijkende regels!
• Extra zorgactiviteiten!
• Afwijkende looptijden van de subtrajecten!
• Inmiddels ook al weer her en der “aangepast”
Uitzonderingsregels medische oncologie
Uitzonderingsregels voor acute leukemie
Medicinale oncologische behandelingen
•
•
•
•
•
•
•
chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren
chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren
chemotherapie bij acute leukemie
chemo-immunotherapie
immunotherapie
hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren
hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren
Registratieregels medicinale oncologie
gelden voor medicinale oncologische behandelingen
• Zeer belangrijke zorgactiviteiten
– Verstrekkingscodes (per infuus/injectie)
– Begeleidingscodes (“oraal”)
– Deze codes bepalen in welk “mandje” je terecht komt en
bepalen ook dat rekening wordt gehouden met de aparte
afsluitregels
Verstrekkingscodes
039141
039142
039143
039145
039146
039147
Verstrekking per infuus of per injectie van chemotherapie bij niet-gemetastaseerde tumoren.
Verstrekking per infuus of per injectie van chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren.
Verstrekking per infuus op per injectie van chemotherapie bij acute leukemie.
Verstrekking per infuus of per injectie van chemo-immunotherapie.
Verstrekking immunotherapie per infuus of per injectie.
Verstrekking hormoontherapie per infuus of per injectie bij niet-gemetastaseerde tumoren.
039148
Verstrekking hormoontherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren.
•Criterium van < 2 uur of > 2 uur dagopname is hierbij niet van belang (tenzij bij
acute leukemie)
•Deze zorgactiviteiten worden geregistreerd per toediening, echter bij meerdere
verstrekkingen per dag maximaal één verstrekkingscode per kalenderdag te
registreren.
•Meerdaagse schema’s: iedere toedieningsdag verstrekkingscode registreren
– Bv BEP-kuur: elke dag een code
– Bv R-CHOP als dag 1 R en CHOP dag 2: 2 codes
Begeleidingscodes
• Alle medicinale oncologische behandelingen anders
dan per infuus of per injectie worden geregistreerd
zoals genoemd onder de begeleidingscodes
• Het toevoegen van een begeleidingscode is bij
gelijktijdige toepassing van een verstrekking niet
nodig/nuttig, wanneer binnen één subtraject zowel
medicinale oncologische behandeling per infuus of per
injectie, als orale medicinale behandeling plaatsvindt,
gelden de afsluitregels voor medicinale oncologische
behandeling per infuus of per injectie
Begeleidingscodes
•
•
•
•
•
•
•
•
039891 Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle
toedieningsvormen excl. per infuus of per injectie bij nietgemetastaseerde tumoren.
039892 Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle
toedieningsvormen excl. per infuus of per injectie, bij
gemetastaseerde tumoren.
039893 Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle
toedieningsvormen excl. per infuus of per injectie, bij acute
leukemie.
039895 Begeleiding tijdens de behandeling met chemo-immunotherapie, alle
toedieningsvormen excl. per infuus of per injectie toediening.
039896 Begeleiding tijdens de behandeling met immunotherapie, alle
toedieningsvormen excl. per infuus of per injectie.
039922 Begeleiding tijdens de behandeling met hormoontherapie bij niet
gemetastaseerde tumoren.
039923 Begeleiding tijdens de behandeling met hormoontherapie bij
gemetastaseerde tumoren.
039928 Begeleiding van oncologie patiënten tijdens supportive care/palliatieve zorg
zonder chemo- en/of hormoontherapie.
Registratie begeleidingscodes
• De zorgactiviteiten voor de begeleiding mogen alleen worden
geregistreerd wanneer er sprake is van een face-to-face contact
tussen patiënt en medisch specialist.
• Een face-to-face contact in deze situatie blijkt uit de aanwezigheid
van een zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1 (NP, CP), 2
(dagverpleging), 3 (kliniek) of 19 (IC-behandeldag)
• Per subtraject is het eenmalig vastleggen van de betreffende
begeleidingscode - bij het eerste contact binnen het subtraject - in
principe voldoende om het subtraject geautomatiseerd af te
sluiten.
• Omdat het voor de medisch specialist niet altijd duidelijk zal zijn
wanneer er sprake is van een nieuw (vervolg) subtraject, en dus
opnieuw een begeleidingszorgactiviteit geregistreerd moet worden,
kan er voor gekozen worden om bij elk contact in het kader van de
orale medicinale oncologische behandeling de passende
begeleidingscode te registreren !!!
Afsluiten (automatisch)
• Voorafgaand aan de volgende verstrekkingscode (of na 42
dagen)
• 42 dagen na elke eerste begeleidingscode van het subtraject
• Bij overgang van de ene naar de ander soort begeleiding
(afgeleid uit de code) of bij overgang van begeleiding naar
verstrekking (maar (nog) niet andersom!)
– Voorbeeld: adjuvant chemo naar adjuvant hormonaal pas
na 42 dagen
• Van grootste belang is dus het goed vastleggen van zowel de
verstrekkingscode als de begeleidingscode
“Voortraject”
•
•
•
•
Ingevoerd per 1-1-13 binnen initiële zorgtraject (R/ZT11)
Traject tot aan eerste verstrekking/begeleiding
Afleiding volgens de “algemene regels”
Gevolg: homogeniteit verhoogd
– (eerste subtraject bevatte tevoren veel meer
zorgactiviteiten dan de volgende subtrajecten, voorbeeld
coloncarcinoom)
Agenda
1.
2.
3.
4.
Registratieproces DOT
Definities algemeen
Registratieregels hematologie
Registratie dilemma’s in hematologie
Dilemma’s bij registratie
1. Moet je een hematologische maligniteit als wel of als niet
gemetastaseerd registreren?
2. Registratie chemo-immunotherapie?
3. Wat verstaan we onder:
– Chemotherapie
– Immunotherapie
– Chemo-immunotherapie
4. Wanneer en hoe kun je palliatieve zorg registreren?
Hematologische maligniteit: gemetastaseerd of
niet registreren?
• Voor de Diagnose zijn er geen specifieke vragen
• Definitie hematologische maligniteiten uitgebreid, verzoek
aan DBCO
• Het gaat om Verstrekking en Begeleidingscodes, wanneer
gebruiken we daarbij wel/niet gemetastaseerd?
• Viewer geeft hier geen uitsluitsel wanneer afleiding wordt
gesimuleerd.
Dilemma’s registratie chemo-immunotherapie
•
•
•
•
NVMO: alle mip en map vallen onder immunotherapie, eens?
Prednison?
Andere middelen?
Zie lijst geneesmiddelen op slide hierna
• Doel: eenduidige registratie
Voorstel classificatie middelen
soort
Anagrelide
Kinaseremmers
Bortezomib (ea proteasoomremmers)
Groeifactoren
Monoclonale antistoffen
Prednison
Immunosuppressiva
Immuunglobulinen
Retinoïden
............
voorstel
bijzonderheden
Voorstel classificatie middelen
soort
voorstel
bijzonderheden
Anagrelide
chemo
?
Kinaseremmers
chemo
Bortezomib (ea proteasoomremmers)
immuno
Cf NVMO
Groeifactoren
Immuno
?
Monoclonale antistoffen
immuno
Prednison
immuno
Immunosuppressiva
immuno
Immuunglobulinen
immuno
Retinoïden
immuno
............
of hormoon?
Of chemo?
Palliatieve zorg komt in aanmerking
voor declaratie
Indien enkel nog palliatieve zorg
wordt verleend
Indien naast andere zorg ook
palliatieve zorg wordt verleend
•
•
•
•
•
•
Zelfstandig DOT product,
diagnosecode 050
Zelfstandige zorgvraag! Te
onderscheiden van de primaire
aandoening (voldoen aan regels
parallelliteit) kan alleen worden
geopend als er niet gelijkertijd nog
behandeld wordt.
multidisciplinair Palliatief overleg
(ZA 190006)
Minimaal 1 poliklinisch consult; kan
ook klinisch
•
•
Geen apart DOT product
Indien in een ander zorgtraject
palliatieve zorg aan de patiënt wordt
verleend, kan dit met ZA 039928
"Begeleiding van oncologie patiënten
tijdens supportive care/palliatieve
zorg zonder chemo- en/of
hormoontherapie" worden
vastgelegd.
Dit dan bij ieder bezoek vastleggen
Let op: begeleidingscode is een
knooppuntverrichting die tzt op
rekening zichtbaar is
DOT palliatieve zorg
Praktijkvoorbeelden DOT
Deel 1
Knelpunten maligne bloedziekten,
Erasmus MC
Jan Cornelissen
DOT knelpunten
Registratie medicinale oncologische behandelingen
Inhoud
 Inleiding
 Knelpunten in de praktijk
Inleiding
 Sinds de invoering van DOT onderscheid in 6 type medicinale oncologische
behandelingen :
 Chemo-immuno therapie
 Chemo therapie M+
 Chemo therapie M Chemo bij acute leukemie
 Chemo bij niet-oncologische diagnosen
 Immuno therapie
 Er bestaan verrichtingencodes voor zowel orale als parenterale
toedieningsvorm.
Inleiding II
 Praktijk vs Wet en regelgeving:
 Veel vragen en onduidelijkheid rondom de registratie van
medicinale oncologische behandelingen.
 Toepasbaarheid wet en regelgeving weerbarstig
 Knelpunten in de praktijk
Knelpunt 1
 Knelpunt: Welk stofnaam is welke therapie?
 In de praktijk kan een bepaald stofnaam door de ene arts immunotherapie worden
genoemd, en door een andere arts chemotherapie. Bijvoorbeeld Prednison. Dit is
onwenselijk, omdat elke therapiecode leidt tot een ander zorgproduct in de afleiding
van de boom. Je kan dus in de praktijk voorstellen dat eenzelfde kuur bij twee
patiënten tot twee verschillende DOT-zorgproducten leidt.
 Oplossing/Aanpak: Er zijn interne lijsten opgesteld waarmee wordt aangegeven welk
stofnaam tot welke therapie behoort.
Knelpunt 2a
 Onderscheid in de 4 verschillende chemo-toedieningen
 Chemo therapie M+
 Chemo therapie M Chemo bij acute leukemie
 Chemo bij niet-oncologische diagnosen
Knelpunt : In de hematologie is geen onderscheid in wel of niet gemetastaseerd M+ of
M Oplossing/Aanpak:
 In het Erasmus is gekozen voor de code “chemo M+” wanneer chemo wordt
toegediend. In andere ziekenhuizen kan dus ook de “chemo M-” zijn gekozen. Dit
maakt het vergelijken van DOT-zorgproducten niet realistisch en haalbaar, omdat dit
leidt tot verschillende producten
Knelpunt 2b
 Onderscheid in de 4 verschillende chemo-toedieningen
 Chemo therapie M+
 Chemo therapie M Chemo bij acute leukemie
 Chemo bij niet-oncologische diagnosen
Knelpunt: Verpleging registreert de chemo-toediening, echter voor hen niet altijd
transparant welke diagnose de patiënt heeft, en dus welke toedieningscode. Bijv een
patiënt met acute leukemie. Vaak worden de codes “Chemo M+” en “Chemo bij acute
leukemie” door elkaar gebruikt.
 Oplossing/Aanpak:
 Er zijn interne richtlijnen opgesteld en instructies gegeven. In de praktijk wordt vaak
bij acute leukemie patiënten toch de verkeerde code gekozen. Veel correcties
achteraf
Knelpunt 2c
 Onderscheid in de 4 verschillende chemo-toedieningen
 Chemo therapie M+
 Chemo therapie M Chemo bij acute leukemie
 Chemo bij niet-oncologische diagnosen
Knelpunt: Wat is een niet-oncologische diagnose?
 Oplossing/Aanpak:
 Onduidelijk wat (landelijk) precies hiermee wordt bedoeld. Er is intern een lijstje
opgesteld met de diagnosen die hieronder vallen. Dit is voor de verpleging echter
niet altijd duidelijk.
Knelpunt 3
 Combinatiekuren oraal en parenteraal
 Combinatiekuren worden vaak ook niet volledig/juist geregistreerd: bijv CHOP-kuur.
Dit zijn combinatiekuren van orale toediening en parenterale toediening. CHOP is
een chemo-immuno kuur. Er wordt dan vaak gekozen voor de code “chemoimmuno” parenterale verstrekking.
 Echter het moet zijn: CHO = chemo M+ (parenteraal)
En de P = immuno (oraal)
 Oplossing/Aanpak: Er zijn interne lijsten opgesteld met de mogelijke kuren en welke
codes hiervoor geregistreerd moeten worden.
Knelpunt 4
 Registratie “Begeleiding van oncologie patiënten tijdens supportive care/palliatieve zorg”
is weerbarstig in de praktijk
 Hematologie patiënten kunnen jarenlang palliatief (=niet curatief) zijn. Is het dan de
bedoeling jarenlang (oplopend tot 10 jaar) “begeleiding bij supportive care” te
registreren indien geen chemo of immuno therapie wordt gegeven?
 Of is het echt bedoeld voor patiënten in de laatste levensfase?
 Oplossing/Aanpak: Er zijn interne afgesproken gemaakt over de registratie “begeleiding
bij supportive care”. De arts besluit wanneer de code geregistreerd dient te worden. Blijft
echter een lastige definitie.
Knelpunt 5
 Toediening poliklinische kuren acute leukemie patiënten op de dagbehandeling
 In een aantal gevallen worden kuren voor acute leukemie patiënten niet klinisch
maar poliklinisch gegeven
 Er is geen arts aanwezig die de handeling uitvoert, waardoor de registratie van een
dagverpleging niet langer gerechtvaardigd is.
 De afsluitregels van acute leukemie worden echter bepaald door het aantal
verpleegdagen of dagverplegingen,
 Oplossing/Aanpak: Vooralsnog geen helder oplossing. De DOT sluit in ieder geval 42
dagen na de laatste verpleegdag. In principe staat hij dus langer open dan voorheen
Pauze
Praktijkvoorbeelden DOT
Deel 2
Casus maligne bloedziekten
Ron Schaafsma
Casus 1
• Patiënt (67 jaar) met diffuus grootcellig B-cel lymfoom, stadium
III, IPI 2.
Behandelplan:
6 x R-CHOP-14 (eerste kuur R op dag 1, CHOP op dag 2)
nadien 2 x Rituximab (14 en 28 dagen na laatste R-CHOP)
Klinische opname pneumonie 7 dagen na 6de R-CHOP kuur. Tien
dagen ziekenhuis opname, rituximab week uitgesteld.
Wat moet er worden vastgelegd en wat gaat er als het goed is
aan zorgproducten komen?
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI 2
6x R CHOP, 2x rituximab
• Dag 1 is eerste dag kuur
• Dag -10 1ste consult, in traject o.a. 2 polibezoeken, uitgebreid
lab, CT, en beenmergonderzoek
– Diagnose (753)
– zorgtype 11 (Regulier)
– geen andere codes!
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
• Dag 1: 1ste R-CHOP kuur: Rituximab iv
– Verstrekkingscode toediening immunotherapie (039146)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– 1e zorgtraject: diagnostisch zwaar / therapeutisch licht
– Door code vanaf nu ook de speciale afsluitregels van de
medicinale oncologie
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
Dag 2: 1ste R-CHOP kuur: (CHOP = C, H en O iv en 5 dagen
oraal prednison)
– Verstrekkingscode toediening chemotherapie
gemetastaseerde ziekte (039142)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– 2e zorgtraject: toediening immunotherapie via infuus /
injectie – niet klinisch
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
Dag 15: 2de R-CHOP kuur: (R, C, H en O iv en 5 dagen oraal
prednison)
– Verstrekkingscode toediening immuno-chemotherapie
ziekte (039145)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– = zorgtraject: intraveneuze toediening chemotherapie bij
gemetastaseerde tumoren, niet klinisch
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
Dag 29: 3de R-CHOP kuur: (R, C, H en O iv en 5 dagen oraal
prednison)
– Verstrekkingscode toediening chemo-immuno therapie
(039145)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– = zorgtraject: intraveneuze / intrathecale toediening
chemo-immunotherapie, niet klinisch
• Idem R-CHOP-14, kuren 4 t/m 6
– Telkens verstrekkingscode, telkens afsluiten traject
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
• Na 6e R-CHOP kuur leukopene koorts, berustend op forse
pneumonie
– Openen parallelle DBC
– Diagnose (401)
– zorgtype 11 (Regulier)
– Vastleggen aantal opnamedagen
Traject wordt 6 weken na ontslag afgesloten
= Klinisch middel
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
Na ontslag en 21 dagen na start 6de R-CHOP kuur
monotherapie rituximab
– Versterkingscode toediening immunotherapie (039146),
gekoppeld aan DBC 21-753 (NHL)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– = zorgtraject: intraveneuze / intrathecale toediening
chemo-immunotherapie, niet klinisch
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
• 14 dagen later: tweede en laatste toediening Rituximab
– Versterkingscode toediening immunotherapie (039146),
gekoppeld aan DBC 21-753 (NHL)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– = zorgtraject: toediening immunotherapie via infuus /
injectie – niet klinisch
casus 1, 67 jr, diffuus grootcellig B cel lymfoom, III , IPI
6x R CHOP, 2x rituximab, pneumonie
Herstadiering complete remissie, policontrole 1 x 3
maanden, geen aanvullende codes
subtraject immunotherapie wordt 42 dagen na laatste
toediening gesloten,
Daarna gaan de “algemene” regels gelden, dus 1 x per 365
dagen traject sluiten (vanaf 2015 120 dagen…)
Casus 2
• Man van 40 ingestuurd met leucocytose
• Open van een zorgtraject (subtraject), diagnose
analyse afwijkende diagnostische test (DOT 11002) (of iets anders totdat diagnose vaststaat)
• Alle verrichtingen, bijvoorbeeld polibezoeken,
lab, beenmerg, worden daaraan verbonden.
• Diagnose CML wordt gesteld, start hydrea
Casus 2, M40 jr, leucocytose, CML, hydrea
• Indien diagnose gesteld is:
– Initiële diagnose veranderen van (11-)002 in (11-)771
– Bij start hydrea (face to face contact)
begeleidingscode chemotherapie bij gemetastaseerde
tumoren (039892)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– = zorgtraject: diagnostisch zwaar / therapeutisch licht
Casus 2, M40 jr, leucocytose, CML, hydrea
• Na 4 weken hydrea stop, start imatinib
– Bij start imatinib (face to face contact) begeleidingscode
immunotherapie (039896)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– = zorgtraject: begeleiden met orale chemotherapie bij
gemetastaseerde tumoren, niet-klinisch
– Bij elk face to face contact begeleidingscode
immunotherapie
– Subtraject wordt na 42 dagen gesloten en nieuw subtraject
wordt geopend, welke weer gesloten wordt 42 dagen na
eerste begeleidingscode in dit subtraject
– = zorgtraject: begeleiden met immunotherapie bij tumoren,
niet-klinisch
Casus 3
• Patiënt 63 jaar CLL, behandelindicatie
Behandelplan:
6 x R-FC (Rituximab op dag 1, Fludara en cyclofosfamide oraal
op dag 2,3 en 4)
Interval 4 weken.
Wat moet er worden vastgelegd en wat gaat er als het goed is
aan zorgproducten komen?
Casus 3, 63, CLL, behandelindicatie
• Dag 1 is eerste dag kuur
• Dag -14 1ste consult, in traject o.a. 2 polibezoeken, uitgebreid
lab, beenmergonderzoek
– Diagnose (757)
– zorgtype 11 (Regulier)
– Verrichtingencodes beenmergonderzoek
Casus 3, 63, CLL, behandelindicatie
• Dag 1: 1ste R-FC kuur: Rituximab iv
– Verstrekkingscode toediening immunotherapie (039146)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten
– 1e zorgtraject: diagnostisch zwaar / therapeutisch licht
– Door code vanaf nu ook de speciale afsluitregels van de
medicinale oncologie
Casus 3, 63, CLL, behandelindicatie, Rituximab
Dag 2: Start oraal fludara en cyclofosfamide (thuis)
Er is geen code voor intraveneus immunotherapie in
combinatie met oraal chemotherapie
Begeleidingscode chemotherapie wordt bij Immunotherapie
iv niet afgelezen. Leidt niet tot apart zorgtraject.
(grouper geeft voorkeur aan verstrekkingscodes boven
begeleidingscodes)
63, CLL, behandelindicatie, Rituximab, orale chemotherapie
Dag 29: 2de R-FC kuur
– Verstrekkingscode toediening immunotherapie (039146)
– Hierdoor subtraject dag tevoren afgesloten (zorgtype 21)
– = zorgtraject: toediening immunotherapie via infuus /
injectie – niet klinisch
– (gelijktijdig geven van orale chemotherapie is dus niet in
de DOT terug te vinden)
Casus 3, 63, CLL, behandelindicatie, Rituximab, orale chemotherapie
In totaal 6 R-FC kuur
= 6 x zorgtraject toediening immunotherapie via infuus /
injectie – niet klinisch
laatste subtraject immunotherapie wordt 42 dagen na laatste
toediening gesloten,
Daarna gaan de “algemene” regels gelden, dus 1 x per 365
dagen traject sluiten (vanaf 2015 120 dagen…)
Casus 3, 63, CLL, behandelindicatie, Rituximab, orale chemotherapie
• Na einde therapie complete remissie. Poliklinische controle 1
x 3 maanden.
• Na 365 dagen wordt DOT gesloten:
poli 3-4
• Kort nadien iCVA met ernstige restafwijkingen.
Casus 3, 63, CLL, behandelindicatie, Rituximab, orale chemotherapie,
complete remissie
• Na 6 maanden recidief CLL, gezien kliniek geen verdere
behandeling alleen transfusies
• Begeleidingscode: begeleiding oncologie patiënt tijdens
supportive care (039928).
• Gedurende looptijd DOT (1 jaar) 6 x transfusie
• Zorgtraject: supportive care / palliatieve zorg, dag > 2, klinisch
cumulatief middel
Praktijkvoorbeelden DOT
Deel 2
Niet-maligne hematologie
Marten Nijziel
Casus 4
• Man, 60 jaar, ziekte van von Willebrand,
geregistreerd HBC
- jaarlijks controle
- op indicatie stollingsfactoren
Wat moet er worden vastgelegd en wat gaat er als
het goed is aan zorgproducten komen?
Casus 4, M, 60 Von Willebrand, HBC, jaarlijkse co,
stollingsfactoren op indicatie
• Hoe te coderen ?
– Diagnose: 742
– Zorgtype: 11
– Verstrekkingencode: geen zolang geen
stollingsfactoren
Casus 4, M, 60 Von Willebrand, HBC, jaarlijkse co,
stollingsfactoren op indicatie
• Electieve ingreep:
– Coloscopie met poliepectomie
– Eenmalig Haemate P
– Verstrekkingen ?
Casus 4, M, 60 Von Willebrand, HBC, jaarlijkse co,
stollingsfactoren op indicatie
• 2 dagen nadien:
– Opname MDL: rectaal bloedverlies, Hb 4.0
– icc hematologie: stollingsfactoren ?
– 5 dagen Haemate P 2 dd 2000 E (5 x 4000 €/dag)
– Vragen: is opname voor interne slimmer ?
– Verstrekkingen ?
– Alle kosten vergoed ?
Casus 4, M, 60 Von Willebrand, HBC, jaarlijkse co,
stollingsfactoren op indicatie
• 5 weken later:
– Liesbreukoperatie
– Opname chirurg
– icc hematologie: stollingsfactoren
– 8 dagen Haemate P
– poliklinisch slimmer ? ICC subtraject zorgtype 13 wordt ook licht
ambulant product, maakt niet uit
– Alle kosten vergoed ? Stollingsfactoren wel indien Add-on wordt
gedeclareerd
Casus 4, M, 60 Von Willebrand, HBC, jaarlijkse co,
stollingsfactoren op indicatie
• 3 maanden later:
– artrose L heup: heupvervanging
– opname orthopeed
– icc hematologie: stollingsfactoren
– 8 dagen Haemate P
– poliklinisch slimmer ? ICC subtraject zorgtype 13 wordt ook licht
ambulant product, maakt dus niet uit
– alle kosten vergoed ? Stollingsfactoren wel, indien add on wordt
gedeclareerd
Casus 5
• Vrouw, 61 jaar, analyse trombopenie
Wat moet er worden vastgelegd en wat gaat er
als het goed is aan zorgproducten komen?
Casus 5, V, 61, analyse trombopenie
• Hoe te coderen?
– Diagnosecode: 002 (analyse afwijkende
diagnostische test)
– Zorgtype 11
– Verrichtingen: geen
Casus 5, V, 61, analyse trombopenie, ITP
• Diagnostiek
V, 61, analyse trombopenie
– Beenmerg: toename megakaryocyten
– Diagnose: ITP
Casus 5, V, 61, analyse trombopenie
• Hoe te handelen?
– Omzetten: 002 naar 721
– Start Prednison 1 mg/kg
– Verrichtingen: begeleiding immunotherapie ?
– Voor niet oncologische diagnosen wordt begeleiding en verstrekking
immunotherapie gelijk behandeld
– Indien immunotherapie: ZP 039899008 spec. tarief 292,42
– Indien geen immunotherapie ZP 039899018 >4 polibezoeken:
spec. tarief 300,71
– Indien geen immunotherapie ZP 039899021 2-4 polibezoeken: spec. tarief
190,80
Casus 5, V, 61, analyse trombopenie, ITP
• Geen respons prednison
– HOVON 64: Rituximab monotherapie
– verrichtingen: begeleiding immunotherapie
– echter: geen geregistreerde indicatie, maar research
– hoe te handelen ? Verstrekking immunotherapie vastleggen (en dit is ook
correct) maar add on zal niet worden vergoed. ZH moet zelf bij add on
aangeven of dit cf. indicatielijst is verstrekt. Als ziekenhuis dit aangeeft als cf
indicatie ligt risico dus bij ziekenhuis. Materiele controle achteraf door
verzekeraar is mogelijk
Casus 5, V, 61, analyse trombopenie, ITP, geen respons prednison
• Geen respons Rituximab
– Splenectomie na IVIG 1 g/kg gedurende 2 dagen
– Verrichtingen: Miltextirpatie ZA 33820
– Verstrekkingen: verstrekking immunotherapie
– Hoe te coderen ? Parallelle DOT producten mogelijk voor
interne en heelkunde?
– Vaccinaties ? Deze worden door verzekeraar separaat
vergoed
Conclusies
Praktijkvoorbeelden DOT
Deel 2
Knelpunten SCT, Erasmus MC
Jan Cornelissen
DOT knelpunten
registratie rondom stamceltransplantaties
Inhoud
 Inleiding
 Casuïstiek voorbeelden
Inleiding
 Sinds de invoering van DOT onderscheid in 4 type transplantaties wat tot uiting
komt in verschillende DOT-zorgproducten:
 Autoloog
 Allogeen MUD
 Allogeen MRD
 Allogeen CB
 Ieder type transplantatie kent drie fasen:
 Voortraject (selectie/search)
 Transplantatietraject
 Nazorg
Inleiding II
 Praktijk vs Wet en regelgeving:
 Veel vragen en onduidelijkheid rondom de registratie van
stamceltransplantatie patiënten.
 Toepasbaarheid wet en regelgeving weerbarstig
 Acht Casuïstiek voorbeelden
Casuïstiek 1
 Sib-typeringen, maar geen identieke match
 Situatie: Er worden sib-typeringen gedaan, maar er is geen identieke match. Er is
geen sprake van een (potentiele) donor.
 Knelpunt: Omdat het voortraject op naam van de daadwerkelijke donor
geregistreerd moet worden, maar omdat er geen identieke match is en dus geen
donor, kan het voortraject niet worden geregistreerd. -> In de praktijk betekent dit
dat er wel labonderzoeken worden geregistreerd op naam van de siblings, maar
geen DOT is aangemaakt. We hebben te maken met ‘zwevende verrichtingen’ die
we niet kunnen declareren.
 Oplossing/Aanpak: Er worden retrospectief DOT’s geopend door uitvalmedewerkers,
zodat de zwevende verrichtingen verdwijnen. De DOT kan echter niet worden
gedeclareerd, omdat de DOT geen typerende verrichtingen bevat. De gemaakte kosten
worden toegerekend aan de verrichtingen (DOT’s) van de donoren die wel valide zijn.
Casuïstiek 2
 MUD Search, geschikte donor en doneert, maar geeft later nogmaals stamcellen
 Situatie: MUD search gestart. Er is een geschikte donor gevonden. Voortraject,
transplantatietraject en nazorgtraject wordt geregistreerd. Patiënt heeft later weer
een hertransplantatie / boost nodig. Diezelfde donor wil opnieuw donoren.
 Knelpunt: Mag opnieuw een voortraject worden geregistreerd met zowel de
verrichting “selectie/search” als “afname”, óf alleen de “afname” verrichting?
 Oplossing/Aanpak: Omdat de “selectie/search” in een eerder traject al is geregistreerd en
gedeclareerd, wordt in het geval van een hertransplantatie van dezelfde donor niet
opnieuw de “selectie/search” geregistreerd, maar alleen de “afname” verrichting.
Casuïstiek 3
 Knelpunt: Sib-typering vindt elders plaats, indicatiebespreking in het ErasmusMC
 Situatie: De indicatiebespreking is de trigger om het voortraject te openen. Echter,
de sib-typeringen vinden plaats bij een algemeen ziekenhuis, en de
indicatiebespreking in het Erasmus MC. Blijkt dan dat transplantatie niet doorgaat.
 Knelpunt: Wel of niet openen van een voortraject, aangezien indicatiebespreking
wel heeft plaatsgevonden, maar niet de sib-typeringen
 Oplossing/Aanpak: De indicatiebespreking is de trigger om een DOT-voortraject te
openen. Dus ook in dit geval.
Casuïstiek 4
 Stamcelboost na transplantatie
 Situatie: Patiënt is getransplanteerd; is er een voortraject, transplantatietraject en
een nazorgtraject geregistreerd. Normaliter staat een nazorgtraject 365 dagen open,
maar ongeveer drie maanden na openen van het nazorgtraject wordt een
stamcelboost gegeven.
 Knelpunt: Moet voor de stamcelboost opnieuw een transplantatietraject worden
geopend en aansluitend weer een nazorgtraject? Hoe vervalt dan de eerste nazorg?
 Oplossing/Aanpak: Voor een boost wordt geen nieuw DOT-voortraject geopend. Wel een
nieuwe DOT-transplantatietraject en een nieuwe DOT-nazorg. De voorgaande DOTnazorg wordt verwijderd.
Casuïstiek 5
 Van Autoloog naar Allogeen
 Situatie: Patiënt wordt autoloog getransplanteerd (met voortraject,
transplantatietraject en nazorgtraject). Tijdens het nazorgtraject die normaliter 365
openstaat, wordt besloten allogeen te transplanteren. Tijdens de nazorgperiode van
het autologe traject wordt opnieuw een voortraject, transplantatietraject aansluitend
hierop nazorgtraject allogeen geopend.
 Knelpunt: Nazorg staat vaak geen 365 dagen open. Soms twee nazorgtrajecten
binnen 365 dagen.
 Oplossing/Aanpak: Geen verdere oplossing. Eerste nazorgtraject is korter dan 365
dagen, en soms sprake van twee nazorgtrajecten (Autoloog en Allogeen)
Casuïstiek 6
 SIB typeringen, identieke match, maar transplantatie gaat niet door
 Situatie: Er worden sibs getypeerd, één blijkt identiek. Voordat de (potentiele) donor
wordt opgeroepen naar de poli blijkt transplantatie geen doorgang te vinden.
 Knelpunt: Indicatiebespreking heeft plaatsgevonden, maar mag überhaupt een
voortraject worden geregistreerd?
 Oplossing/Aanpak: De indicatiebespreking is de trigger om een DOT-voortraject te
openen. Dus ook in dit geval. De zorgactiviteit “selectie/search” wordt geregistreerd
Casuïstiek 7
 Knelpunt: SIB typeringen, identieke match, maar transplantatie gaat niet door
 Situatie: er worden 5 sibs getypeerd, 3 blijken identiek. Voordat de potentiele donor
wordt opgeroepen naar de poli blijkt transplantatie geen doorgang te vinden.
 Knelpunt: Voortraject dient op naam van de donor te worden geregistreerd. Echter,
donor is niet op de poli geweest. Onduidelijk welk patiëntnummer gekozen moet
worden voor de registratie van het DOT-voortraject
 Oplossing/Aanpak: één van de drie donoren wordt (random) gekozen en op zijn/haar
naam wordt de DOT voortraject + zorgactiviteit “Selectie/search” geregistreerd.
Casuïstiek 8
 Chemo voorafgaand aan transplantatie, of tijdens nazorgtraject
 Situatie: Patiënt krijgt chemo voorafgaand aan transplantatie of tijdens
nazorgtraject. Voor de chemo wordt een parallel chemo subtraject geopend.
 Knelpunt: De opnames/dagverplegingen in verband met chemo moeten in welk
traject; chemo of stamcel?
 Oplossing/Aanpak :In het Erasmus MC worden de eventuele opnames/dagverplegingen
i.v.m de chemo opgenomen in het profiel van de stamceltransplantatie, en niet van de
chemo. Dit omdat in de praktijk de opname niet te differentiëren is op chemo- of
stamcelopname.
Tips en tricks
Deel 3
Ontwikkelingen in 2015
Bespreekpunten DBCO
Veranderingen in registratie van addons in 2015 (evt 2016)
• Huidige situatie:
– Indicatielijst Nza
– Ziekenhuis vinkt aan ‘vlgs indicatielijst’ bij verstrekking
– Verzekeraar controleert achteraf en ziekenhuis moet in
dossier rechtmatigheid aantonen
• Vanaf 2015:
– Indicatielijst wordt herzien door VWS; deze sluit NIET aan
bij DOT systematiek
– Per verstrekking moet arts precieze indicatie aangeven
– Indien geen indicatie, geen vergoeding
Vergelijking honorariumtarieven in ‘maligne boom’
Paren
teraal
Acute Leukemie
X
Acute Leukemie
Gemetastaseerd
Oraal looptijd
X
X
Gemetastaseerd
X
30
028999007: € 1866,40
42
028999057: € 306,93
Niet-klinisch
Klinisch
kuur
028999030: € 53,92
028999031: € 313,15
42
028999028: € 91,25
028999029: € 391,96
Nietgemetastaseerd
X
kuur
028999037: € 53,92
028999038: € 226,05
Chemoimmunotherapie
X
kuur
028999021: € 169,30
028999022: € 405,57
42
028999019: € 188,42
028999020: € 504,43
kuur
028999017: € 62,22
028999018: € 304,86
42
028999053: € 87,10
028999052: € 423,07
Chemoimmunotherapie
Immunotherapie
Immunotherapie
X
X
X
Openstaande punten DOT hematologie (1)
•
•
•
•
Onderstaande diagnosen moeten afleiden naar hemato-oncologische boom’
gaan nu nog naar niet oncologische boom
763 Myelodyplasie overige nno
772 Polycytemia vera, essentiële trombocytose
774 Myelofibrose
779 Overige myeloproliferatieve aandoeningen nno
Chemo-immunotherapie bij niet oncologische diagnosen heeft afwijkende
looptijd:
– 039899002 begeleiding bij orale chemo immuno, looptijd 1 jaar
– 039899004 verstrekking chemo immuno per infuus of injectie, looptijd 1
jaar
Ontbreken verstrekkings/begeleidingscodes bij behandeling met
stollingsfactoren
Aanpassen afsluitregels acute leukemie
Openstaande punten DOT hematologie (2)
Afsluiting