Preek Hoogfeest Christus Koning

PREEK
CHRISTUS, KONING VAN HET HEELAL
23-11-2014
over: Ez. 34, 11-12 + 15-17 1Kor. 15, 20-26 + 28. en Matteüs 25, 31-46
Gregory Brenninkmeijer SJ
De laatste zondag van het kerkelijk jaar, beste vrienden, is gewijd aan "Onze Heer
Jezus Christus, Koning van het heelal". Zo wordt dit feest officieel genoemd, maar
het is beter bekend als het feest van "Christus Koning".
De heilige Paulus is de eerste, die in zijn brieven over Christus spreekt als
Koning. In zijn gedachtengang behoort het Koningschap aan God toe en aan God alleen.
Maar God heeft het aan zijn Zoon, Jezus Christus, gegeven, die Hij als eerste uit de
doden heeft opgewekt. Christus moet als Koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden
onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die Hij onttroont, zal de dood
zelf zijn. Dan, volgens Paulus, wanneer al de doden zijn opgewekt in het koninkrijk
van God, zal de Zoon, Jezus Christus, het koningschap aan God de Vader terug geven,
aan wie het rechtens toebehoort, opdat God zij “alles in allen”.
Ons, mensen van de 21e eeuw, klinkt deze visie van Saint Paul misschien als Science
Fiction in de oren. Maar dat was de manier waarop de eerste christenen begrepen wat
God in Jezus van Nazareth had gedaan. Ze verwachtten dat Jezus terug zou komen, en
de wereld tot een einde zou voeren door de oprichting van het Koninkrijk van God. En
dat al spoedig, zeker nog tijdens hun leven. Het evangelie van Mattheüs is één
uitvoerig getuigenis van deze verwachting, met het evangelie van vandaag als
imposante climax.
De komst van het koninkrijk van de hemel moet van groot belang zijn geweest voor
Matteüs. Bij aandachtige lezing van heel zijn evangelie zult u merken dat dit het
hart is van zijn getuigenis over Jezus. In zijn kerstverhaal zien we hoe het
koningschap van koning Herodes wordt bedreigd door de pasgeboren koning van de
Joden. Johannes de Doper, die de weg van de Heer moet voorbereiden, heeft de mensen
opgeroepen zich te bekeren, “want het koninkrijk der hemelen is nabij". Toen satan
Jezus bekoorde in de woestijn toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld en hun
heerlijkheid, maar Jezus wil enkel God, de Heer, dienen en heeft geen oog voor de
royalty van de wereld. Aan het begin van zijn prediking was Jezus' boodschap,
volgens Matthëus: het “goede nieuws van het koninkrijk". En wanneer Hij zijn
discipelen uitzendt om zijn komst voor te bereiden, leert Jezus hen aan te kondigen
dat 'Het koninkrijk der hemelen voor de deur staat'. Op een dag vragen zijn
leerlingen Hem waarom hij steeds in parabels tot de mensen spreekt. Hij antwoordt:
“Aan jullie is het gegeven de geheimen van het koninkrijk van de hemel te kennen,
maar dat geldt niet voor allen. "Aan Simon Petrus Jezus heeft de sleutels van het
koninkrijk der hemelen gegeven. Maar op een dag, als de leerlingen er over twisten
wie de eerste in het Koninkrijk der hemelen zou zijn, riep Jezus een klein kind,
plaatste het in hun midden en zei: "Tenzij je wordt als een van deze kinderen, zul
je nooit het koninkrijk der hemelen binnengaan" Bij het laatste avondmaal, na met
hen de beker wijn te hebben gedeeld, zijn bloed, zegt Hij tegen zijn vrienden: "van
nu af aan zal ik geen wijn drinken tot de dag dat ik de nieuwe wijn met jullie zal
drinken in het koninkrijk van mijn Vader”.
Het lijdt geen twijfel, dat Jezus voor Mattëus de verkondiger was en de
vertegenwoordiger op aarde van Gods koninkrijk. In het gebed dat Jezus zelf ons gaf,
ligt eveneens een zware nadruk op het koninkrijk. Hoe vaak bepleiten we niet bij
God: "Uw Koninkrijk kome!" We hopen dat ooit, spoedig, een einde zal komen aan het
lijden van Gods volk. Dat op een dag recht zal worden gedaan aan allen die het niet
getroffen hebben in hun leven. We verwachten niet dat dit nog tijdens ons leven zal
gebeuren, maar we herkennen wel dat verlangen. Gerard Reve, één van onze prominente
schrijvers, komt met die rechtstreekse vraag: "Dat koninkrijk van u, komt daar nog
wat van?"
Deze twijfel, of God ooit zijn koninkrijk zal doen komen, is een twijfel die de
meesten van ons wel delen. Als we aan een koning denken dan denken we aan een
krachtig en groot figuur, die er zijn hand niet voor omdraait om zijn doel te
bereiken, door de kracht van zijn machtige arm. We stellen ons voor dat God op een
dag zal zeggen: "genoeg is genoeg" en dat Hij een eind zal maken aan al ons
menselijk gedoe. Maar Hij lijkt geen haast te hebben om dat te doen. Hebben we van
zijn schepping nog onvoldoende puinhoop gemaakt? Hoeveel ellende moeten we elkaar
nog aandoen voordat God beslist om in te grijpen? Wanneer zal Hij doen wat Hij
beloofd heeft door de woorden van zijn profeet Ezechiël: "Zo waar ik leef ik zweer
het, ik ga zelf naar mijn kudde omzien. Ik zal een echte herder voor hen zijn."
Wanneer gaat dat gebeuren?
Abel Herzberg, een overlevende van Auschwitz, herinnert zich hoe in het kamp een man
werd doodgeslagen, terwijl zijn mede-gevangenen werden gedwongen om er bij te staan
en te kijken, hulpeloos. Plotseling riep een van hen: "Waar is God?" Angstige stilte
was zijn antwoord, totdat een andere gevangene uitriep: "Daar is Hij, Hij wordt daar
dood geslagen!" "Ik zeg jullie: Wat je hebt gedaan voor een van de minste van mijn
broeders of zusters, dat heb je mij gedaan! "
God heeft ons toevertrouwd het koninkrijk van de hemel te realiseren in onze wereld.
We moeten niet gaan zitten wachten tot God zal komen om de puinhoop op te ruimen die
wij hebben veroorzaakt, of om onze problemen op te lossen. Hij heeft ons al de
talenten en instrumenten, alle noodzakelijke creativiteit en vindingrijkheid gegeven
om onze problemen zelf op te lossen. Het koninkrijk van God zal niet tot stand
worden gebracht met geweld, maar door de liefde. God wordt niet koning door wraak of
straf. Hij zal koning zijn door mannen en vrouwen te roepen die het werk van
Christus voort zetten, door elkaar te dienen, elke dag weer. Als we bidden: "Uw
Koninkrijk kome!" zeggen we God niet dat Hij er nu eens wat vaart achter moet
zetten. We vragen Hem om ieder van ons te inspireren zijn Koninkrijk te laten
gebeuren. Als we onze geest en onze handen inzetten voor deze taak, dan kunnen we er
zeker van zijn dat we onze Koning tegen ons zullen horen zeggen: "Komt nu,
gezegenden van mij Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de
schepping voor jullie klaar ligt.
Amen.