Meer met minder

Kostenbesparingen door gemeenten zijn mogelijk
Meer met minder
Gemeenten krijgen de komende jaren zware bezuinigingen opgelegd. Vele taken
komen via decentralisatie op hen af, maar het Rijk past bij de overheveling
efficiencykortingen toe. Het Rijk meent dat gemeenten kunnen bezuinigen
door meer onderlinge samenwerking. De vraag is echter of dat gaat lukken.
Gemeenten staan voor een schier onmogelijke taak: meer doen met minder.
Toch zijn adequate oplossingen denkbaar.
Door Hans van Dolron socioloog
Onderbouwing met cijfers of goede
argumenten voor de stelling dat samen­
werking leidt tot bezuinigingen heeft het
Rijk niet geleverd en recent onderzoek van
de rekenkamers van de G4 wijst eerder
op het tegendeel.1 Het Centrum voor
onderzoek van de economie van de lagere
overheden (COELO) heeft laten zien dat
na herindeling de uitgaven van gemeenten
niet dalen. 2 Het lijkt weinig aannemelijk
dat lichtere vormen van samenwerking wel
doelmatigheidsvoordelen opleveren.
Afstemming tussen gemeenten onderling
18
vergt immers investeringen in tijd en geld.
Dit gaat nog sterker op voor samenwerking
met en vooral aansturing van de betrokken
zorginstellingen.
Doeltreffend tegenwicht bieden aan de
professionele deskundigheid in het veld is
geen sinecure, want ‘Gemeenten slaan
tegenover zorgaanbieders geen deuk in
een pakje boter.’3 Zij moeten eerst investe­
ren om hun ambtenaren bij te scholen,
voordat zij hiertoe in staat zijn. Onzeker is
of en wanneer extra investeringen leiden
tot besparingen op de zorgkosten.1
Verder zijn geluiden over het gebrekkige
democratische gehalte van intergemeente­
lijke samenwerkingsverbanden de laatste
jaren toegenomen. 4 De voorzitter van het
IPO vroeg in dit verband minister Plasterk
haast te maken met tegenmaatregelen.5
Hoogstwaarschijnlijk biedt slechts verdere
bureaucratisering, dus afname van doel­
matigheid, oplossing. Maatwerk tenslotte
levert volgens het Rijk (overigens wederom
zonder onderbouwing) kostenbesparingen
op, maar kan evengoed resulteren in een
grotere vraag.1 Gemeenten begeven zich
derhalve in een ongewis avontuur.
Naar een zakelijke bureaucratie
Gemeenten zijn bureaucratische organisa­
ties. De ratio hierachter ligt besloten in
onze democratische rechtsstaat en waar­
den. Het garandeert de burger gelijkheid
voor wet en bestuur, behandeling zonder
aanzien des persoons, ambtelijke gehoor­
zaamheid aan de politiek en professionele
taakvervulling door de ambtelijke dienst.6
Resultaten van gemeentelijke werkproces­
sen zijn openbaar en elke burger kan hier­
van kennisnemen. Deze democratische
transparantie en controleerbaarheid
vereist schriftelijke voorbereiding van
bestuurlijke besluitvorming, overleg met
verslaglegging, naleving van regels en
onafhankelijk toezicht door accountants
en rekenkamers. Dit heeft een keerzijde.
Procedures worden niet zelden doel op
zich en vormen een uitstekend excuus om
zich achter te verschuilen. Ze zijn stroperig
en veroorzaken vertraging, omdat iedereen
zich ertegenaan bemoeit. Dit staat creativi­
teit en ondernemingszin in de weg. De
nimmer aflatende stroom van beleidsnota’s,
adviezen en memo’s belemmert bovendien
helder zicht voor de burger. Deze raakt het
spoor bijster, begrijpt niet wat in de lokale
politiek speelt en is slecht in staat om
verantwoord zijn stem uit te brengen.7
Maatwerk vraagt een flexibele en bedrijfs­
matige houding. Het is zaak daartoe de
nadelen van de bureaucratie te minimalise­
ren, zonder de voordelen aan te tasten.
Procedures kritisch tegen het licht houden,
ontdoen van overbodige franje, draagt hier­
aan bij en bevordert intern de doelmatig­
heid. Meer met minder is haalbaar door
ambtenaren hiertoe gericht op te leiden.
Daarvoor zijn investeringen nodig en dat
lijkt in periode van bezuinigen lastig. Toch
gaat het om een eenvoudig economisch
principe: investeren op korte termijn gaat
onvermijdelijk vooraf aan behalen van
rendement op langere termijn. Het volgende
is het overwegen waard: vereenvoudigen en
bekorten van schriftelijke communicatie,
leren logisch argumenteren, bevorderen
van doelmatigheid in hiërarchische verhou­
dingen en delegatieafspraken en tot slot
doelmatiger en doeltreffender vergaderen.
Schriftelijke communicatie
Ambtelijke adviseurs besteden dagelijks
veel tijd aan schrijven. Hun vaardigheden
stemmen hiermee evenwel weinig overeen,
terwijl hun opleidingsniveau toch rond
HBO- of academisch niveau ligt. De meeste
onderwijsinstellingen besteden dan ook
amper aandacht aan schrijven. Velen
beheersen de regels van grammatica of
spraakleer nauwelijks en formuleren
matig. Kinderen op de basisschool leren
het niet meer, studenten weten het niet
meer en leraren evenmin.8 Universiteiten
en hogescholen ervaren dit probleem en
nemen docenten in dienst om studenten
hierin bij te scholen. Sommige, zoals de
Universiteit Utrecht en de Haagse
Hogeschool, verplichten eerstejaars­
studenten tot het volgen van een module
Nederlands. De Universiteit van Amsterdam
en de Hogeschool Rotterdam laten
eerstejaarsstudenten een basistentamen
Nederlands afleggen. In 2007 uitte de
Onderwijsinspectie haar zorgen.
Internationale studies onder Nederlandse
negen- en vijftienjarigen bevestigen
ontoereikende prestaties voor taal.9
Zakelijk en doelmatig
schrijven levert tijdwinst
en dus besparingen op
Gemeenten, bij werving van personeel
afhankelijk van het hoger onderwijs,
ondervinden de nadelige gevolgen. Al hun
schriftelijke communicatie dient voor
iedere bestuurder, collega en niet in de
laatste plaats burger, ongeacht diens
opleidingsniveau, begrijpelijk te blijven.
De boodschap die ambtenaren opschrijven,
mag grammaticaal geen enkel misverstand
oproepen en moet doelmatig (korte,
eenvoudige zinnen en woorden) en zonder
vakjargon zijn opgeschreven. De meeste
ambtenaren zijn daartoe nauwelijks meer
in staat. Zij belasten hun lezers met meer
tekst dan nodig is en beperken zich niet
tot bestuurlijk relevante zaken; ze verliezen
zich in details en vervallen in herhalingen.
In hun stukken staan verwijzingen naar en
citaten uit beleid van andere overheden en
adviesorganen. Deze kunnen achterwege
blijven en eventueel naar een bijlage.
De bureaucratie kent per slot een ratio­
nele taakverdeling: de lezer mag erop
vertrouwen dat de schrijver, ingehuurd
voor zijn deskundigheid, alles terdege
heeft onderzocht en aangewend om tot
een verantwoord advies te komen.
Zakelijk en doelmatig schrijven levert
tijdwinst en dus besparingen op, want
iedere belanghebbende kan de stukken
snel lezen. Het vergemakkelijkt bovendien
interne afstemming en samenwerking.
Democratische transparantie is bij dit alles
eveneens gebaat, want de stukken worden
toegankelijker. Beleidsteksten hoeven niet
meer informatie te bevatten dan burgers
nodig hebben om te kunnen stemmen.
De mogelijkheden en meeropbrengsten
van beter leren schrijven zijn in de praktijk
reeds onderkend en verschillende
gemeenten geven trainingen in
grammatica, spelling en schrijven.7
Logisch argumenteren
Zwaarder nog dan toepassing van correct
en eenvoudig Nederlands weegt het
vermogen tot logisch argumenteren:
samenhangend relevante feiten, standpun­
ten en argumenten tegen elkaar afwegen.
De lezer moet niet hoeven nadenken over
wat de ambtenaar schrijft, maar over wat
hij daarvan vindt. Dergelijke doelmatigheid
blijkt in de praktijk lastig. Leren logisch
argumenteren ontbreekt nagenoeg in alle
opleidingen van het hoger onderwijs, met
uitzondering van die tot wiskundige, jurist
of filosoof. De gemeente Spijkenisse heeft
daarom voor dit doel een training laten
ontwikkelen. Beleidsadviseurs, klant­
managers en sociaal rechercheurs van deze
en enkele andere gemeenten in de regio
hebben de training inmiddels gevolgd.
Logisch argumenteren is mogelijk door
enkele regels strikt in acht te nemen.10
Vertrekpunt zijn de drie basisvoorwaarden
goede wil, intuïtie en gezond verstand. De
eerste betreft de bereidheid een discussie
(of betoog) integer te voeren: de ander
niet op het verkeerde been zetten, te slim
af willen zijn of van het onderwerp afleiden.
Als discussianten hiervan afwijken, komen
heikele punten niet aan de orde, blijven
conclusies uit en het meningsverschil of
beleidsprobleem onopgelost. Het lukt
zelfs niet het met elkaar eens te worden
over het feit dat men het oneens is. Bij
politici valt gebrek aan goede wil nogal
eens waar te nemen.11 Zij passen, omwille
van het eigen politieke gelijk, retorische
kunstgrepen toe, verwarren wens met
werkelijkheid en vermijden waarheids­
vragen. In hun kielzog voelen ambtenaren
zich gedwongen in beleidsstukken feiten
en argumenten selectief weer te geven of
te vertekenen met bedekte termen, vage
B&G 2015 -2
19
Kostenbesparingen gemeenten
bewoordingen en suggestieve formulerin­
gen. Zij zetten met ijzeren vanzelfsprekend­
heid doelredeneringen op, waarvan de
uitkomst van tevoren vaststaat. Wens en
werkelijkheid lopen door elkaar heen, en
drogredeneringen, irrelevante of strijdige
argumenten komen voorbij.11,12 Zo ontstaat
een mistgordijn, waar de lezer nauwelijks
doorheen kan kijken.
De intuïtie consequent en kritisch volgen,
zorgt ervoor dat de schrijver waakt over
zijn eigen goede wil en de lezer gebrek
daaraan signaleert. Beiden hoeven slechts
te luisteren naar opkomende gevoelens
van irritatie, verbazing, verveling, onmacht,
spot en zelfspot. Deze waarschuwen
vanzelf voor minder fraaie bedoelingen.
Daarna, als derde voorwaarde, het gezonde
verstand gebruiken, zorgt voor het bloot­
leggen, analyseren en corrigeren van
argumentatiefouten. ‘Deze kom je op het
spoor door taalgebruik in al zijn vaagheid,
implicietheid en indirectheid onder de
loep te nemen.’13
Politici doen
wenselijkheids­uitspraken,
ambtenaren doen
werkelijkheids­uitspraken
Politici en ambtenaren hebben gescheiden
verantwoordelijkheden. Politici doen
wenselijkheidsuitspraken, daarmee
aangevend hoe zij subjectief tegen de
werkelijkheid aankijken en deze willen
veranderen. Ambtenaren doen werkelijk­
heidsuitspraken door objectieve weergave
en analyse van feiten. Zij dragen argumenten
aan om de werkelijkheid te veranderen
overeenkomstig de politieke wensen.
Politici maken op basis hiervan keuzes
en nemen besluiten. Ondubbelzinnig
aanbrengen van dit onderscheid bevordert
sneller begrip bij iedereen die kennisneemt
van beleidsstukken.
Logische ordening van argumenten
tenslotte, vereenvoudigt lees- en denkwerk
nog verder. Dit vereist interne geldigheid
van de argumentatie; uit elkaar houden van
oorzaak en gevolg. Argumenten mogen
niet met elkaar in tegenspraak zijn, moeten
onderling samenhangen, relevant zijn en
het standpunt ondersteunen. Tevens is
externe geldigheid noodzakelijk: komen de
argumenten overeen met de werkelijkheid
20
en observeerbare verschijnselen, kloppen
deze met de feiten. De schrijver legt door
logische ordening de puzzel voor de lezer
en laat alle stukjes naadloos in elkaar grijpen.
Leidinggeven en delegeren
Leidinggeven en delegeren verloopt in de
bureaucratie volgens vaste regels, afspraken
en gewoonten. Niet alle daarvan zijn echter
steeds even doelmatig en ze hebben soms
een wat ritueel karakter. ‘Je kunt het niet
uitbannen, maar wel de uitwassen bestrij­
den’.14 Saneren is derhalve haalbaar.
Managers beoordelen wekelijks talloze
adviezen, nota’s en memo’s, met een hoog
abstractiegehalte, door en voor deskundi­
gen geschreven, en vol detailinformatie.
Zij lezen alles gewoontegetrouw zorgvuldig,
vanuit de overtuiging slechts zo hun hiërar­
chische verantwoordelijkheid te kunnen
waarmaken. Toch is dit minder vanzelf­
sprekend dan het lijkt. Consequenter
delegeren, doordat managers zich voortaan
uitsluitend beperken tot de kern van hun
functie, levert tijdwinst en besparingen op.
Deze kern behelst het bewaken van inte­
grale beleidsvorming. Managers hebben
een coördinerende, sturende rol en op
grond daarvan de taak stukken die hen
passeren zo te toetsen. Zij moeten afgaan
en rekenen op de deskundigheid van hun
medewerkers. Als de organisatie daarop
bij werving van personeel toeziet, kunnen
managers zonder enig voorbehoud delege­
ren en beleid louter op integrale aspecten
beoordelen. Samenvattingen, die bestude­
ring van de gehele tekst overbodig maken,
stellen managers hiertoe in staat en voor­
komen nodeloos leeswerk. Op grond van
hun rol zorgen zij tevens voor afstemming
en besluitvorming binnen het management­
team. Samenvattingen maken ook dit
eenvoudig, mits daaruit het totaalbeeld
zelfs voor niet-ingewijden beknopt en
duidelijk naar voren komt. Mutatis mutandis
zijn de voordelen in de communicatie
met gemeentebestuur en de rest van de
organisatie evident.
Doelmatig en zakelijk
opereren vraagt wel
verandering in
hiërarchisch denken
Doelmatig en zakelijk opereren vraagt wel
verandering in hiërarchisch denken. Het
management beperkt zich voortaan werke­
lijk en geheel tot sturen op hoofdlijnen.
Sluitende delegatie van bevoegdheden en
verantwoordelijkheden garandeert dat
elke discipline levert wat van haar wordt
verwacht. Elk hoger niveau in de hiërarchie
kan met de resultaten of conclusies van
vakspecialisten verder werken zonder zich
af te vragen of de onderbouwing wel klopt.
Controle daarop is onnodig tijdrovend.
Voor integrale afstemming tussen managers
onderling geldt hetzelfde. Zij dragen
verantwoordelijkheid voor de eigen porte­
feuille en kunnen volstaan met het lezen
van en vertrouwen op de samenvattingen
van elkaars stukken. Recent bleek uit
onderzoek van Huibers en van Berenschot
dat kostenbesparingen op overhead
mogelijk zijn. Steeds slimmere ICT-systemen
maakt zelfsturing door medewerkers
eenvoudiger te realiseren en doet het
aantal operationele managers afnemen.15,16
Vergaderen
Ambtenaren besteden behalve aan
schrijven, ook veel tijd aan vergaderen. In
een special van Binnenlands Bestuur (uit
2007) over het onderwerp, naar aanleiding
van een representatief onderzoek onder
ambtenaren, staan hierover enkele
behartigenswaardige uitspraken: ‘Vergade­
ren als doel op zichzelf. Voor de liefhebbers
is er niets mooiers dan dat. Voor alle
anderen kan het aantal vergaderingen
met een factor vijf verminderd worden, als
zulke vergaderingen principieel verboden
zouden mogen worden. Vergaderingen in
een ambtelijke setting hebben een wat
apart karakter en kleuren de ingewikkelde
wereld van het openbaar bestuur. Heel
vaak trof het mij dan dat het juist niet de
bedoeling is om uiteindelijk tot een
eenduidige conclusie te komen. Allen die
rond de tafel zitten vertegenwoordigen
meestal hun eigen belang en om dat te
beschermen moet voorkomen worden dat
voor iedereen aan het einde duidelijk is
hoe het verder gaat.’17
Dit klinkt nog wat karikaturaal. In dezelfde
special staat het ook serieuzer: ‘Ambtenaren
vergaderen vaker en langer dan ze zelf
nodig achten. Te veel tijd gaat verloren
door een slechte voorbereiding van de
deelnemers, oeverloos geklets aan tafel
en onduidelijke slotafspraken, met als
gevolg dat dezelfde agendapunten vaak
een volgende vergadering weer op de
agenda komen te staan.’18 ‘Ambtenaren
vergaderen veel meer dan niet-ambtenaren.
Ze vergaderen ook langer. (...) Een grote
meerderheid – bijna driekwart – van de
respondenten vindt dat de vergadertijd
flink korter kan, zonder dat de slagvaardig­
heid en het resultaat eronder lijden. Wat
de ambtenaar betreft, kan de vergadertijd
met de helft worden ingekort.’19
Dezelfde auteur draagt ook oplossingen
aan: ’(...) vooraf het doel van de vergadering
duidelijk maken, to the point zijn, heldere
conclusies trekken en een actiepuntenlijst
opstellen van wie wat wanneer doet.
De voorzitter mag het doen: van hem of
haar wordt een strakke, zakelijke leiding
verwacht. (...) Ongetwijfeld kan een
kordate opstelling van degene die de
vergadering voorzit, bijdragen aan een
snellere besluitvorming. Alleen al het
afhameren van mensen die te zeer uitwij­
den, levert aanzienlijke tijdwinst op.’18
Voorts biedt een bedrijfsmatiger aanpak
uitkomst: De oplossing is om alle inhoud
binnen een organisatie op te knippen, en
elk stukje te delegeren naar een intern
deskundige, de probleemeigenaar. Die is
en blijft verantwoordelijk. De voorzitter,
en de rest van de vergadering, moet blind
kunnen varen op de ingebrachte expertise.
Je moet als team opereren, met ruimte en
respect voor ieders kwaliteiten. Taak­
verdeling scheelt iedereen een hoop lees­
werk en er hoeft minder vaak overlegd te
worden. 20
De vergadercultuur blijkt
nog even hardnekkig
Een special van VNG Magazine drie jaar
later bevestigt deze onderzoeksresultaten.
‘Gemeenteambtenaren vergaderen te vaak
en te lang.’ Het kan veel efficiënter, weet
vergaderdeskundige Wilbert de Vree.
Gemeenten blijven volgens hem achter bij
het verbeteren van hun vergadercultuur.
Gebrekkige voorbereiding is de grootste
boosdoener. Ook periodieke vergaderingen
vindt hij een probleem. Als er weinig te
bespreken valt, kun je een vergadering
natuurlijk altijd bekorten of zelfs afgelasten.
‘Het zal duidelijk zijn: de rol van de voorzitter
is cruciaal. (...) Het besef dat vergaderen
tijd en daarmee geld kost, dringt steeds
meer door. Dus ook bij gemeenten, die
zuinig aan moeten doen de komende
jaren.’21 Sic!
Weer vier jaar later blijkt de vergader­
cultuur nog even hardnekkig. Het betreft
kennelijk een verschijnsel dat organisaties,
en niet alleen de ambtelijke bureaucratie,
nauwelijks kunnen of durven aanpakken.
Het actualiteitenprogramma Een Vandaag
besteedde aandacht aan een studie
naar ondoelmatig vergaderen. ‘Verveeld
achterover hangen, elkaar vliegen afvangen
en uiteindelijk niets besluiten. Vergaderen
haalt vaak het slechtste in de mens naar
boven. (...) Ze zijn een aanslag op je
creativiteit en kosten heel veel tijd, geld
en levensvreugde.’ Een gemiddelde werk­
nemer besteedt 6,5 uur per week aan
vergaderen en de loonkosten die daarmee
zijn gemoeid, bedragen 60 miljard euro
per jaar. 22
Cultuuromslag
Gemeenten staan voor een schier onmoge­
lijke taak: meer doen met minder. Toch zijn
adequate oplossingen denkbaar. Deze
kunnen zonder meer leiden tot grotere
doelmatigheid en bezuinigingen, mits
tegelijkertijd genomen en in onderlinge
samenhang uitgevoerd. Het vergt wel een
andere invulling van het traditionele
bureaucratisch-hiërarchische denken. Dat
weer begint met een cultuuromslag bij het
management, want veranderingen komen
pas werkelijk op gang als leidinggevenden
hiervan het belang inzien. Zij vervullen per
slot formeel en informeel een voorbeeld­
functie.
Het management moet voor deze omslag
eerst en vooral loslaten: delegeren en
louter sturen op hoofdlijnen, vertrouwend
en afgaand op de deskundigheid en het
verantwoordelijkheidsgevoel van hun
medewerkers. Ieder doet dan gewoon
waarvoor hij is ingehuurd, hetgeen tijd­
rovende toetsingsmomenten overbodig
maakt. Als managers hiertoe de durf
opbrengen, dan hoeven zij slechts
diepte-investeringen te doen in sluitende
procedures om geschikt personeel te
werven, en in het duurzaam verbeteren
van schrijf-, argumentatie- en vergader­
technieken. Mits consequent doorgevoerd
levert dit op termijn voor gemeenten
structureel besparingen op, nodig om de
directe zorg- en hulpverlening te ontzien.
En het bevordert de democratische
transparantie en controleerbaarheid.
Gemeenten kunnen aldus meer taken
(laten) uitvoeren met minder inspanningen.
Hans van Dolron was werkzaam bij de
gemeente Spijkenisse en is nu zelfstandig
gevestigd coach, trainer en onderzoeker.
Noten
1. Snelle besparingen jeugdzorg niet haal­
baar, Binnenlands Bestuur, 23 september
2014.
2. VNG Magazine, 11 juli 2014.
3. Interview met K. Peters, hoogleraar
regionaal bestuur, Binnenlands Bestuur,
14 maart 2014.
4. J. Smits, S. Buissink en H. Parker Brady,
Democratische controle van regionale
samenwerkingsverbanden moet en kan
beter, B&G september/oktober 2014.
5. Binnenlands Bestuur, 1 oktober 2014.
6. Herman van Gunsteren, Woordenschat
voor verwarde politici, Van Gennep, 2003.
7. J.H.A. van Dolron, Accountability, B&G,
januari 2008, blz. 26-29.
8. F. Balk-Smit Duyzentkunst, Grammatica
voor iedereen, 2007.
9. Inspectie van het Onderwijs, De staat
van het Nederlands Onderwijs,
Onderwijs­verslag 2006/2007.
10. J.H.A. van Dolron, Syllabus Logisch
argumenteren en schrijven, 2013.
11. J.H.A. van Dolron, Integriteit in het
openbaar bestuur, B&G, mei/juni 2009,
blz. 12-16.
12. Hans van Dolron, Meetbaar beleid, een
dwingend democratisch beginsel, B&G
oktober 2009, blz. 20-23.
13. F. van Eemeren en R. Grootendorst, Dat
heeft u mij niet horen zeggen …, 2002.
14. Interview R. ten Bos, hoogleraar
Radboud Universiteit, Binnenlands
Bestuur 19, 4 oktober 2014.
15. Bye bye overhead, Binnenlands Bestuur,
12 september 2014.
16. Binnenlandsbestuur.nl, Laatste
stuiptrekkingen overhead gemeenten,
9 november 2014.
17. Wat verder ter tafel komt, Gerard van
Westerloo, Binnenlands Bestuur,
26 oktober 2007.
18. Hans Bekkers, Wat je zegt ben je zelf,
Binnenlands Bestuur, 26 oktober 2007.
19. Hans Bekkers, Vergaderen, omdat het
moet, Binnenlands Bestuur,
26 oktober 2007.
20. Han Oomen, Tussen sleur en status,
Binnenlands Bestuur, 26 oktober 2007.
21. Paul van der Zwan, Efficiënter vergaderen
begint bij goede voorbereiding, VNG
Magazine, 30 april 2010.
22. Vergaderen? Stop ermee!, Een Vandaag,
15 november 2014.
B&G 2015 -2
21