HERVORMDE ONTMOETINGSKERK KATWIJK AAN DEN RIJN Orde van dienst – Eerste Paasdag zo. 5 april 2015 – aanvang: 10.00 uur samenzang vanaf kwart voor tien voorganger: ds. J. Smit ouderling van dienst: br. J. Burgerhout organist: dhr. Wim van Duijn In deze dienst zal de Heilige Doop worden bediend aan: Matthijs Ouwehand en Sven van der Plas De kinderen van de Kinderkerk zitten vooraan naast de preekstoel! Orgelspel – binnenkomst kerkenraad – samenzang Gez. 215 1. Christus, onze Heer, verrees, halleluja! Heil'ge dag na angst en vrees, halleluja! Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja, bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja! 2. Prijst nu Christus in ons lied, halleluja, die in heerlijkheid gebiedt, halleluja, die aanvaardde kruis en graf, halleluja, dat Hij zondaars 't leven gaf, halleluja! 3. Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja, heeft verzoening ons bereid, halleluja! Nu is Hij der heem'len Heer, halleluja! Eng'len juub'len Hem ter eer, halleluja! Zingende Gezegend 155 – ‘God dank! Laat iedereen het horen’ melodie Ps. 118 1. God dank! Laat iedereen het horen: Christus is waarlijk opgestaan! Wij gaan niet in de nacht verloren Pasen: de grote dag breekt aan! Geen grafsteen houdt het zonlicht tegen, een engel kondigt stralend aan: Ziet waar zijn lichaam heeft gelegen, waarlijk de Heer is opgestaan! 2. Wij hadden alle hoop verloren, niemand van ons zag toekomst meer; leeg was ons hart, als nooit tevoren zo eenzaam, zonder onze Heer. Hopeloos donker was ons leven, een bange droom, een lange nacht; waar was ons laatste licht gebleven: Christus, die ons de toekomst bracht? 3. God dank! De hemel heeft gesproken: Wie zoekt gij toch? Hij is hier niet! Een nieuwe lente is ontloken, vreugde begraaft het diepst verdriet. God lof! De nacht is overwonnen, het daglicht krijgt voorgoed ruim baan, de toekomst is vandaag begonnen - waarlijk, de Heer is opgestaan! Joh. de Heer nr. 25 1. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans’ Jeruzalem; een heerlijk morgenlicht breekt aan, / de Zoon van God is opgestaan! 2. Geen graf hield Davids Zoon omkneld, / Hij overwon, die sterke Held, Hij steeg uit ’t graf door eigen kracht, want Hij is God, bekleed met macht! 3. Nu jaagt de dood geen angst meer aan, / want alles, alles is voldaan; wie in ’t geloof op Jezus ziet, / die vreest voor dood en duivel niet. 4. Want nu de Heer is opgestaan, / nu vangt het nieuwe leven aan, een leven door Zijn dood bereid, / een leven in Zijn heerlijkheid. Welkom + afkondigingen (Marijke Guijt) Intochtslied: Psalm 21 : 3 en 7 3. Al wat de koning had begeerd van U, o God, was leven; en Gij hebt hem gegeven een leven dat de tijd trotseert, een leven voor altijd in onvergank'lijkheid. Persoonlijk gebed – Votum en Groet Zingen: Psalm 105 : 3 3. God, die aan ons zich openbaarde, regeert en oordeelt heel de aarde. Zijn woord wordt altoos trouw volbracht tot in het duizendste geslacht. 't Verbond met Abraham zijn vrind bevestigt Hij van kind tot kind. Moment met de kinderen 7. Verhef U in uw kracht, o HEER, toon uw geducht vermogen aan sterfelijke ogen. Wij willen zingen tot uw eer, willen uw wondermacht lofzingen dag en nacht. Formulier om de HEILIGE DOOP te bedienen aan de kleine kinderen van de gelovigen Presentatie De volgende ouders hebben te kennen gegeven dat zij hun kind willen laten dopen: Marco en Roelianne Ouwehand – hun zoon Matthijs en Arjan en Carolien van der Plas – hun zoon Sven Onderwijzing Wanneer in de gemeente van Christus de doop wordt bediend, gebeurt dat naar het woord van onze Heere Jezus Christus. Hij heeft zijn apostelen de opdracht gegeven om alle volken tot zijn leerlingen te maken en hen te dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en hen te leren onderhouden al wat Hij geboden had (Mat. 28:18-19). In de brieven van de apostelen wordt ook over de doop gesproken. Zo zegt Paulus dat wie in Christus Jezus gedoopt is, in zijn dood gedoopt is. Met Hem zijn we dan begraven door de doop in de dood opdat gelijk Christus uit de doden is opgewekt door de majesteit van de Vader zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen (Rom. 6:3-4). Ook de kinderen mogen delen in de geheimenissen van het Koninkrijk Gods, overeenkomstig het woord van Jezus: Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods (Marc. 10:14). Het volk Israël trok met zijn kinderen uit Egypte, het land van duisternis en slavernij, door de Schelfzee en de woestijn op weg naar het beloofde land. Dus stonden ook de kinderen onder Gods belofte en opdracht. Reeds sinds Abraham, de vader van alle gelovigen, wordt het verbond ingescherpt door het teken van de besnijdenis aan jongens, op de achtste dag na de geboorte (Gen. 17:7,12; Gen. 21:4). Overeenkomstig het woord van de apostel zijn de gelovigen besneden in Christus met een besnijdenis die geen werk van mensenhanden is, daar zij met Hem begraven zijn in de doop (Kol. 2:11-12). Zo heeft de kerk sinds de dagen van de apostelen ook aan de kinderen de doop bediend (Mat. 28:18-19; Hand. 2:39). De doop laat ons ook zien dat wij algehele reiniging nodig hebben, aangezien de Schriften ons leren dat wij in zonde ontvangen en geboren zijn (Ps. 51:7). Wij kunnen Gods rijk niet binnengaan tenzij wij wedergeboren worden (Joh. 3:3). Nu wil God ons geven wat Hij van ons vraagt. Daarvan is de doop in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest het teken en zegel. In de Naam van de Vader gedoopt worden, is een teken en zegel dat God de Vader voor eeuwig zijn genadeverbond met ons sluit. Hij geeft daarmee te 3 kennen dat Hij ons tot zijn kinderen aanneemt en maakt tot zijn erfgenamen. Hij zet Zich voor ons in ten goede. In de Naam van de Zoon gedoopt worden is een teken en zegel dat de Heere Jezus al onze zonden afwast op grond van zijn lijden en sterven. Wij mogen met Hem opstaan in een nieuw leven, bevrijd van zonde en schuld. In de Naam van de Heilige Geest gedoopt worden is een teken en zegel dat Hij vast en zeker in ons wil wonen en werken. Hij verbindt ons aan Christus en doet ons delen in het heil dat Christus voor ons verworven heeft. De schatten van Christus maakt Hij ons eigen: • de afwassing van onze zonden • en de dagelijkse vernieuwing van ons leven totdat wij eenmaal met alle heiligen God zullen loven in de wereld die komt. Op grond van het verbond roept en verplicht de doop ons tot een nieuwe gehoorzaamheid. Laten wij toegewijd zijn aan de ene God – Vader, Zoon en Heilige Geest; laten we Hem vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en met al onze krachten. Loslaten moeten we al wat onheilig is. Afsterven moet ons oude, zondige leven, opdat we geheel en al een nieuw leven leiden in dienst van God. En als wij in zonden vallen – we zijn en blijven immers zwak – dan moeten we niet aan de genade van God twijfelen en niet blijven doorgaan met zondigen, want de doop is een zegel en een vast teken dat het verbond met God eeuwig is. Samengekomen rond de doopvont worden wij allen getuigen van de doop van deze kinderen en gedenken wij onze eigen doop. Laten wij ons dan niet schamen om Christus openlijk te erkennen, want het evangelie is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft (Rom. 1:16). Apostolische Geloofsbelijdenis (staande): Ik geloof in God ... de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. En ik geloof in Jezus – de Christus – zijn eniggeboren Zoon, onze Heere; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, op de derde dag weer is opgestaan van de doden, opgevaren naar de hemel, waar Hij zit aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, wederopstanding van het lichaam en een eeuwig leven. Amen 4 Samenzang: Gezang 87 (Matthijs en Sven worden binnengebracht) 1. Wij willen God de ere geven en maken zijn genade groot; want wij zijn voor de zonde dood en wat God zelf heeft afgeschreven zal niet herleven. 2. Wij zijn met onze Heer verbonden en door de doop Hem toegewijd. Wij gingen midden in de tijd in Christus dood voor onze zonde geheel te gronde. 3. De mensheid der verloren tijden deed Christus sterven aan zijn kruis, opdat Hij uit het slavenhuis, als nieuwe mensen, zijn bevrijden zou uitgeleiden. 4. Al onze boosheid en ellende ging met de Heer ter rust in 't graf. Wij zijn ontslagen van de straf en God wil zich weer tot ons wenden als zijn gekenden. 5. Zoals de Christus is verrezen door 's Vaders heerlijk’ overmacht, zo zijn ook wij aan 't licht gebracht om nieuw te leven, zonder vrezen, nu en na dezen. Doopgebed Vragen aan de ouders (zij worden gevraagd op te staan) In geloof moeten wij de doop verlangen en niet uit gewoonte of voor de uiterlijke vorm. Daarom vragen wij u om met uw hart antwoord te geven op de volgende vragen: – Erkent u dat onze kinderen van hun vroegste begin in de macht van de zonde zijn en aan het eeuwig oordeel onderworpen, maar dat zij in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente gedoopt behoren te worden? – Gelooft u dat de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament het verlossende Woord van God zijn, zoals de kerk dat ook openlijk in haar geloofsbelijdenis uitspreekt en erkent en zoals dat ook in de kerk alhier wordt verkondigd? – Belooft u uw kind bij het opgroeien zo te onderwijzen en te laten onderwijzen dat het zijn doop leert verstaan, en belooft u uw kind voor te gaan in een christelijke levenswandel? Kinderen zingen: ‘De steen is weg’ en ‘Ik zag een kuikentje’ Bediening van de Heilige Doop + toezingen: Psalm 121 : 4 (staande) Hij zal uw komen en uw gaan, wat u mag wedervaren, in eeuwigheid bewaren. 4. De HEER zal u steeds gadeslaan, Hij maakt het kwade goed, Hij is het die u hoedt. 5 Dankgebed en gebed om de verlichting met de Heilige Geest Orgelspel (de dopelingen worden teruggebracht en de kinderen gaan naar de Kinderkerk) Eerste Schriftlezing: Johannes 20 : 1 – 9 HSV 1 En op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog donker was, naar het graf, en zij zag dat de steen van het graf afgenomen was. 2 Daarom snelde zij terug en ging naar Simon Petrus en naar de andere discipel, die Jezus liefhad, en zei tegen hen: Ze hebben de Heere uit het graf weggenomen, en wij weten niet waar zij Hem neergelegd hebben. 3 Petrus dan ging naar buiten, en de andere discipel, en zij kwamen bij het graf. 4 En die twee liepen samen, maar de andere discipel snelde vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 En toen hij vooroverboog, zag hij de doeken liggen, maar toch ging hij er niet in. 6 Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging het graf wel binnen en zag de doeken liggen. 7 En de zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen maar afzonderlijk, opgerold, op een andere plaats. 8 Toen ging ook de andere discipel, die het eerst bij het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde. 9 Want zij kenden de Schrift nog niet dat Hij uit de doden moest opstaan. Zingen: Gezang 205 : 1, 2, 5 en 6 6 2. Hij heeft de duivel alle macht ontnomen, hem ten val gebracht. Halleluja, halleluja. Hij heeft gelijk een grote held de boze reddeloos geveld. Halleluja, halleluja. 5. Voor wie vertrouwen op uw woord ontsluit Gij zelf de donk're poort. Halleluja, halleluja. Zo laat ons dan uit alle macht lofzingen Hem, wiens heil ons wacht: halleluja, halleluja. 6. Aan God de Vader in zijn troon, aan Christus, zijn geliefde Zoon, halleluja, halleluja, en aan de Geest zij toegewijd lof, dank en eer in eeuwigheid. Halleluja, halleluja. Tweede Schriftlezing: 1 Petrus 1 : 3 – 5 HSV 3 Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, 4 tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u. 5 U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd. Zingen: ‘Bezingt Gods lof als nooit tevoren’ (melodie Gez. 297) 1. Bezingt Gods lof als nooit tevoren, gij die naar zijn barmhartigheid in Christus wederom geboren ten leven uitverkoren zijt die hoop steekt onze vreugde aan: de Heer is waarlijk opgestaan! 2. Gij zult de erfenis verkrijgen die in de hemel wordt bewaard als God verbreekt het grote zwijgen, wordt eindelijk geopenbaard wat onaantastbaar weggelegd ons door God zelf is toegezegd. 3. Weest blij, weest blij, o gij bedroefden, hoe vaak gij ook wanhopig vocht, gij zijt als goud dat vuur beproefde niemand wordt tevergeefs verzocht! Niet lang, nog maar een korte tijd, dan komt zijn dag in heerlijkheid. 4. Gij die Hem zelf nog nooit aanschouwde, gij die Hem ongezien bemint, Hem op zijn woord alleen vertrouwde, weest blij, verheugt u als een kind, het grote einddoel is in zicht: uw heil komt stralend aan het licht! Preek – tekst: 1 Petrus 1 : 3 “Opnieuw geboren … tot een levende hoop” 7 Zingen: Psalm 68 : 10 OB 10. Geloofd zij God met diepst ontzag! Hij overlaadt ons, dag aan dag met Zijne gunstbewijzen. Die God is onze zaligheid; wie zou die hoogste Majesteit dan niet met eerbied prijzen? Die God is ons een God van heil, Hij schenkt uit goedheid zonder peil ons 't eeuwig, zalig leven. Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naad’ren van de dood, volkomen uitkomst geven. Dankgebed en voorbede Collecten – 1. diaconie 2. instandhouding eredienst Zingen: Gezang 221 : 2 (staande) 2. Op uw woord, o Leven van ons leven, / werpen wij het doodskleed af! Door de kracht uws Geestes uitgedreven, / treden we uit ons zondengraf. Leer ons daag'lijks, leer ons duizendwerven, in uw kruisdood meegekruisigd sterven, en herboren opgestaan, / achter U ten hemel gaan! Zegen (de zegen wordt beaamd met Gez. 456 : 3) Amen, amen, amen! / Dat wij niet beschamen Jezus Christus onze Heer, / amen, God, uw naam ter eer! Zingen: U zij de glorie (Opw. 213) 1. U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. Uit een blinkend stromen daald’ een engel af, heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf. U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. 2. Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer! Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer. Weest dan volk des Heeren, blijd’ en welgezind, en zegt telken kere: ‘Christus overwint!’ U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. 3. Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede geeft? In zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot, niets heb ik te vrezen in leven en dood. U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer. Deurcollecte: kerkrentmeesterlijk beheer 8
© Copyright 2024 ExpyDoc