definities_1ste semester Mathieu Segaert 24/12/2014

Basisbegrippen publiekrecht: definities (1e semester)
Administratieve rechtshandeling
(acte administratif)
= een eenzijdige en uitvoerbare rechtshandeling verricht door een administratief orgaan.
1) Verordenende administratieve rechtshandelingen
= geschreven rechtsregels met een abstract, algemeen en onpersoonlijk karakter.
2) Beschikkende administratieve rechtshandelingen
= administratieve rechtshandelingen waarbij in een concreet geval een rechtsregel
wordt toegepast. -> moet formeel gemotiveerd zijn!
Algemeen rechtsbeginsel
(principe général du droit)
= een rechtsregel die door de rechter direct of indirect wordt afgeleid uit principes die aan
de gehele rechtsorde ten grondslag liggen en om die reden als fundamenteel worden
beschouwd.
1) Met grondwettelijke waarde
= vullen de grondwet aan, staan hiërarchisch boven de wet, alleen GwH kan ze
‘erkennen’. Vb. recht van verdediging, evenredigheidsbeginsel…
2) Met wettelijke waarde
= vullen de wet aan, staan hiërarchisch boven de adm. rechtshandelingen,
‘beginselen van behoorlijk bestuur’ ontwikkeld door RvS.
Vb. zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel…
Bijzondere wet
(loi spéciale)
= een (federale) wet die moet worden aangenomen met een meerderheid v/d uitgebrachte
stemmen in elke taalgroep van Kamer + Senaat, op voorwaarde dat de meerderheid van elke
taalgroep aanwezig is + het totaal ‘ja-stemmen’ = 2/3e uitgebrachte stemmen.
= bijzondere meerderheidswet (loi à majorité spéciale)
= communautaire wet (loi communautaire)
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
1
Decreet
(décret)
= een juridische norm met kracht van wet, aangenomen door de wetgevende macht v/d
Vlaamse, Franse of Duitstalige Gemeenschap, v/h Vlaams of Waals Gewest of v/d Franse
Gemeenschapscommissie.
= een handeling waarbij de Wetgevende Kamers in verenigde vergadering besluiten nemen.
= een norm aangenomen door het Nationaal Congres.
Ordonnantie
(ordonnance)
= een juridische norm met kracht van wet, aangenomen door de wetgevende macht v/h
Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie.
Europese unie
(Union européenne)
= een economische en politieke internationale organisatie sui generis met rechtspersoonlijkheid, bestaande uit 28 Europese staten, die haar rechtsgrond vindt in het VEU en
VWEU en die over die bevoegdheden beschikt die de lidstaten haar toekennen met als
doelstelling het creëren v/e steeds hechtere unie tussen de verschillende europese volkeren.
(toelichting zie boek p121-135)
Exceptie van onwettigheid
(exception d’illégalité)
= de grondwettelijke verplichting voor elke rechter (+ adm. rechtscolleges) om de besluiten
en verordeningen van alle adm. overheden buiten toepassing te laten, wanneer zij niet meer
met een hogere rechtsnorm overeenstemmen. (Art. 159 Gw.)
Faciliteitsgemeenten
(communes à facilités)
= een gemeente gelegen in een eentalig taalgebied waarvan de inwoners het recht hebben
om, in de gevallen die de wet bepaalt, in hun relaties met de overheid of het gerecht een
andere taal te gebruiken dan deze van het eentalig taalgebied.
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
2
Federalisme
(fédéralisme)
= een staatsvorm waarbij de soevereine bevoegdheden v/e staat worden verdeeld tussen
het centrale gezag en de deelstaten van deze staat met het doel deze deelstaten een ruime
autonomie te verlenen door ze de staatsmachten toe te vertrouwen, die zij in de regel
uitoefenen vrij van iedere hiërarchische band met het centrum.
Kenmerken:
- Tweekamerstelsel
- Residuaire bevoegdheden naar de deelstaten
- Aanwezigheid van een grondwettelijk hof
- Medebeslissingsrecht voor de deelstaten bij het vaststellen van hun bevoegdheden
en hun statuut
3 types staatsvormen:
- eenheidsstaat
- confederale staat (confederatie)
- federale staat
Gemeenschap – gewest
(communauté – région)
In de Belgische staatsordening worden de centrale bevoegdheden door drie instanties
uitgeoefend: de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten.
3 gemeenschappen = Vlaamse / Franse / Duitstalige Gemeenschap
3 gewesten = Vlaams / Waals / Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Grondrechten
(droits fondamentaux)
= fundamentele rechten en vrijheden = mensenrechten.
= geheel van subjectieve rechten die tot doel hebben de voorwaarden te creëren en te
garanderen opdat personen op een vrije en (mens)waardige wijze zouden kunnen
functioneren.
= essentieel in een rechtsstaat en binden de democratisch verkozen meerderheid.
4 categorieën en 3 generaties:
-
burgerlijke rechten
politieke rechten
economische, sociale en culturele rechten
collectieve rechten
(1ste gen.)
(1ste gen.)
(2e gen.)
(3e gen.)
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
3
Grondwet
(constitution)
1) In de formele zin
= geheel van rechtsregels waarvan de goedkeuring aan strakkere regels is gebonden
dan wat voor de wetten geldt en waarvoor een specifieke wijzigingsprocedure moet
worden gevolgd.
2) In de materiële zin
= geheel van fundamentele rechtsregels (geschreven/ongeschreven) die de werking
en de organisatie van de gezagsinstanties en de verhouding tussen deze
gezagsinstanties en de rechtsonderhorigen bepalen, of de grenzen bepalen
waarbinnen beide tot ontwikkeling kunnen komen.
Grondwettelijk Hof
(Cour constitutionnelle)
= een rechtscollege dat bevoegd is om formele wetten te toetsen aan de door of krachtens
de Grondwet vastgestelde bevoegdheidsverdelende regels, titel II van de Grondwet en de
artikelen 170, 172 en 191 Gw. (vroeger: Arbitragehof)
Grondwettelijke gewoonte
(coutume constitutionnelle)
= een grondwettelijke rechtsregel die naar voren treedt ingevolge een ononderbroken en
overeenstemmende reeks van rechtshandelingen die door de gestelde machten zijn verricht
in de overtuiging dat deze handelingen voor rechtmatig en grondwettelijk moeten worden
gehouden.
Koning
(le Roi)
= staatshoofd dat op grond van erfopvolging wordt aangesteld in ons land.
= hoofd van de federale uitvoerende macht en een tak van de federale wetgevende macht.
-
-
Erfopvolging
 art. 85 Gw.
Bevoegdheden
 Tak van de (federale) wetgevende macht
 Hoofd van de (federale) uitvoerende macht
Statuut
 Koning is onschendbaar en (politiek) onverantwoordelijk
 Koning is onbekwaam om alleen te handelen
 Koning heeft geen persoonlijke macht
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
4
Koninklijk besluit
(arrêté royal)
= een rechtshandeling waarbij de Koning, ter uitvoering van de Grondwet of de wet, een
algemene bestuurlijke maatregel of individuele overheidshandeling stelt.
-
Verordenende KB’s
= KB’s die een rechtsregel formuleren en een algemene draagwijdte hebben.
= wetten in materiële zin, NIET formele zin.
-
Beschikkende KB’s
= KB’s waarbij in een concreet geval een rechtsregel wordt toegepast.
-
Organieke KB’s
= KB’s die een openbare dienst organiseren.
Ministeriële omzendbrief
(circulaire ministérielle)
= een brief die richtlijnen bevat en door een minister wordt verstuurd aan die organen en
instellingen waarover hij (on)rechtstreeks het hiërarchisch gezag of het administratief
toezicht uitoefent.
-
Indicatieve omzendbrief
= omzendbrief waarin de minister voor zichzelf richtlijnen vaststelt die hij zich
voorneemt te volgen of waarin hij de voorwaarden meedeelt waarvan hij als
toezichthoudende overheid zijn goedkeuring zal laten afhangen of die in acht moeten
worden genomen om een schorsing of vernietiging van een beslissing te voorkomen.



-
Interpretatieve omzendbrief
= een brief waarbij een minister instructies geeft aan de ondergeschikte ambtenaren
van zijn diensten over de wijze waarop de wetten en besluiten naar zijn oordeel
moeten worden toegepast.



-
Bevat louter aanbevelingen.
Geen verordenend karakter.
Geen rechterlijke toetsing mogelijk.
Verstrekt louter inlichtingen.
Geen verordenend karakter.
Geen rechterlijke toetsing mogelijk.
Verordenende omzendbrief
= heeft de bedoeling een dwingende rechtsregel te formuleren, die moet worden
nageleefd door diegenen aan wie hij is gericht. 5 voorwaarden:
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
5
1.
2.
3.
4.
Nieuwe regels aan bestaande toevoegen.
Toegevoegde regels hebben een abstract en algemeen karakter.
Overheid heeft de bedoeling de richtlijnen verplichtend te stellen.
Moet zijn opgesteld en bekendgemaakt door een overheid die over de
verordeneende bevoegdheid beschikt.
5. Moet gericht zijn tot personen/diensten die de verordenende overheid helpen bij
het uitvoeren v.d. wet.



Wel rechterlijke toetsing mogelijk.
Advies v.d. Raad van State, afdeling wetgeving is vereist over dergelijke
omzendbrief.
Moet op behoorlijke wijze worden bekendgemaakt.
Motivering
(motivation)
= de weergave van de feitelijke en juridische redenen waarop een administratieve
rechtshandeling of een rechterlijke uitspraak is gesteund.
-
Motivering van administratieve rechtshandelingen
 Materiële motivering
 Formele motivering
-
Motivering van rechterlijke uitspraken
 Art. 149 Gw. -> vermijden willekeur
Ombudsman
(médiateur)
= een onafhankelijke instelling met de hoofdzakelijke taak klachten over het onbehoorlijk
functioneren van de overheid te onderzoeken en vervolgens te trachten de standpunten van
overheid en klager te verzoenen.
Samen met de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en de openbaarheid van
bestuur behoort de ombudsman tot de informele rechtsbescherming van de burger tegen de
overheid.
Ombudsman kan algemene aanbevelingen formuleren over het functioneren van de
overheid. (Niet juridisch afdwingbaar! Wel kracht bijzetten door publicatie in jaarlijkse
werkingsverslagen!)
Raad van State
(Conseil d’Etat)
= een rechtscollege sui generis, bestaande uit een afdeling bestuursrechtspraak die optreedt
als hoogste adm. rechtscollege en een afdeling wetgeving die advies geeft aan de regeringen
en parlementen.
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
6
Rechtsstaat
(Etat de droit)
= de staat waarin de gezagsdragers gehouden zijn door het objectieve – decmocratisch tot
stand gekomen – recht waarvan zij de toepassing verzekeren, waarin de bevoegdheid v/d
gezagsdragers door de fundamentele rechten en vrijheden v/d burgers wordt beperkt en
waarbij de rechtsregels afdwingbaar zijn voor een onafhankelijke rechtbank.
Richtlijn
(directive)
= een wetgevende handeling van de EU die verbindend is t.a.v. het te bereiken resultaat
voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, maar waarbij aan de nationale instanties de
bevoegdheid wordt gelaten vorm en middelen te kiezen.
Scheiding der machten
(séparation des pouvoirs)
= een ongeschreven grondwettelijke regel, volgens dewelke de macht verdeeld is tussen de
wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht en elke macht gecontroleerd wordt door
een tegenmacht.
Smeerkaasarrest (Arrest-Le-Ski)
(arrêt Le Ski)
= stelling van het Hof van Cassatie (27 mei 1971)
“Wanneer er een conflict bestaat tussen een internrechtelijke norm en een internationaalrechtelijke norm die rechtstreeks gevolgen heeft in de interne rechtsorde, moet de door het
verdrag bepaalde regel voorgaan. Deze voorrang volgt uit de aard zelf van het bij het verdrag
bepaald internationaal recht.”
 wijzigde fundamenteel het principe van de onschendbaarheid van de wet waardoor de
rechter de wet niet aan een hogere norm mocht toetsen.
Taalgebied
(région linguistique)
De grondwettelijke onderverdeling van het Belgische grondgebied in een tweetalig gebied
Brussel-Hoofdstad en een Nederlands, Frans en Duits taalgebied bepaalt welke taal bij
voorrang moet worden gebruikt in de aangelegenheden waarin het taalgebruik kan worden
geregeld. (art. 4 Gw.)
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
7
Territorialiteitsbeginsel
(principe de territorialité)
= het grondwettelijk principe dat de voorrang v/d streektaal v/e eentalig gebied of de
tweetaligheid v/e tweetalig gebied garandeert.
Gevolg: de bestuurstaal wordt bepaald door het gebied waar een bestuurshandeling of de
mededeling ervan plaatsvindt.
<-> personaliteitsbeginsel (bestuurstaal wordt bepaald door de burger)
Verkiezingen
(élections)
= een verrichting waarbij de gerechtigde personen hun vertegenwoordigers in een orgaan
aanduiden.
 verkiezingen van Kamer van volksvertegenwoordigers
 verkiezingen van de gemeenschaps- en gewestparlementen
 verkiezingen van het Europees Parlement
 provincieraadsverkiezingen
 gemeenteraadsverkiezingen
Verordening
(1° ordonnance – 2° règlement)
1° = een geschreven rechtsregel met een abstract, algemeen en onpersoonlijk karakter die
voor de duur van zijn gelding op een onbepaald aantal gevallen van toepassing is, maar geen
wet is in formele zin, noch een daarmee gelijkwaardige hogere rechtsnorm.
2° = een norm van de EU met een algemene strekking, die verbindend is in al haar
onderdelen en rechtstreeks toepasselijk is in elke lidstaat.
Waleffe-arrest
(arrêt Waleffe)
= arrest van het Hof van Cassatie (20 april 1950)
Wanneer de betekenis van de wet onduidelijk is, moet de rechter er redelijkerwijze van
uitgaan dat de wetgever niet de bedoeling kan hebben gehad de Grondwet te schenden en
moet de rechter de wet daarom zoveel mogelijk in overeenstemming met de Grondwet
interpreteren.
 ook machtigingswet (opdrachtwet) - en dus ook machtigingsbesluit - kan niet door de
gewone rechter aan de Gw. worden getoetst. In het arrest Waleffe werd de facto een
toetsing aan de Grondwet uitgevoerd.
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
8
Wet
(loi)
- In formele zin
= iedere handeling die door de federale wetgevende macht of door de wetgevende
macht van de gemeenschappen of de gewesten wordt goedgekeurd.
- In materiële zin
= rechtsregels met een abstract, algemeen en onpersoonlijk karakter, die voor de duur
van hun gelding op een onbepaald aantal gevallen van toepassing zijn.
a) Indeling naargelang de wijze waarop federale formele wetten tot stand komen

Gewone wet
= wet die wordt goedgekeurd met een gewone of volstrekte meerderheid.

Bijzondere wet
= wet die wordt goedgekeurd met een bijzondere meerderheid.

Besluitwet
= wet die, wegens de materiële onmogelijkheid van alle takken v.d. wetgevende
macht om vrij hun functie uit te oefenen, werd aangenomen door de Koning (+ de
in Raad verenigde ministers) of alleen door de in Raad verenigde ministers en
waarvan het Hof van Cassatie achteraf de wetgevende aard heeft erkend.
b) Indeling naargelang de functie die de federale formele wetten vervullen

Interpretatieve wet
= wet waardoor de wetgevende macht zelf een voor iedereen bindende en
retroactieve interpretatie geeft van een vroegere wet.

Programma- of herstelwet
= wet waarin de maatregelen worden genomen die de federale regering nodig
acht om haar economisch, sociaal en financieel beleid, zoals dit uit de begroting
lijkt, te verwezenlijken.

Opdrachtwet
= elke wet waarbij aan de Koning (op basis van art. 105 Gw.) bijkomende normatieve
bevoegdheden worden verleend bovenop de normatieve bevoegdheid waarover
Hij (op grond van art. 108 Gw.) reeds beschikt, al dan niet inbegrepen de bevoegdheid
om wetten te wijzigen, op te heffen, aan te vullen of te vervangen.

Kader- of raamwet
= opdrachtwet waarin de essentiële beginselen volgens welke een bepaalde
materie zal worden geregeld, worden vastgelegd en waarbij aan de Koning de
bevoegdheid wordt gegeven om de complementaire regelen te bepalen die nodig
zijn om de toepassing van die beginselen mogelijk te maken.
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
9

Bijzondere machtenwet
= opdrachtwet waarin de Koning, voor een beperkte periode, met het oog op een
bepaald (algemeen omschreven) doel, de bevoegdheid wordt opgedragen zo
nodig wetten te wijzigen, op te heffen, aan te vullen of te vervangen, op zodanige
wijze dat de Koning op een geheel van ruim geformuleerde beleidsdomeinen in
de plaats van de wetgever de krachtlijnen kan bepalen waarop het regeerbeleid
moet worden gestoeld, m.a.w. beschikt over een ruime mate van beleidsvrijheid.
Mathieu Segaert Eerste Bachelor Rechten 2014 - 2015
10