Het nieuwe FTK en het Vereist Eigen Vermogen Andere berekeningssystematiek op komst Op 25 juni 2014 is het wetsvoorstel gepubliceerd voor een nieuw Financieel Toetsingskader (FTK). Pensioenfondsen moeten vanaf 1 januari 2015 voldoen aan nieuwe eisen. Vanaf die datum verandert ook de berekeningssystematiek voor het Vereist Eigen Vermogen (VEV). Het uitgangspunt in het FTK is om het VEV zodanig te bepalen dat met een zekerheid van 97,5% wordt voorkomen dat een pensioenfonds binnen een jaar minder vermogen heeft dan zijn verplichtingen. De huidige berekeningssystematiek maakt dit uitgangspunt onvoldoende waar. Als een pensioenfonds niet over het VEV beschikt, moet dit fonds een herstelplan opstellen om hier in een periode van maximaal tien jaar naartoe te groeien. De herziening is gericht op de standaardmethode die de meeste pensioenfondsen toepassen. Bij deze methode wordt het effect van een aantal standaardscenario’s op de bezittingen en pensioenverplichtingen van een pensioenfonds doorgerekend. De herziening van deze methode vindt plaats langs drie hoofdlijnen. 1. Een betere toepassing van de standaardmethode. Pensioenfondsen moeten beter nagaan of de voorgeschreven scenario’s ook daadwerkelijk aansluiten bij het risicoprofiel van het fonds. 2. Een nauwkeuriger risicometing in de standaardmethode. De bestaande scenario’s worden verfijnd. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de risico’s van actief beheer. Indien het risicoprofiel van een pensioenfonds niet voldoende aansluit bij het standaardmodel dient een partieel intern model toegepast te worden. 3. Een herijking van bestaande risicoscenario’s in de standaardmethode. Hierbij gaat het om de aanpassing van de schokken en de veronderstelde samenhang tussen de risico’s. • Renterisico: de schokken worden groter dan in het huidige model. • Zakelijke waarden: de schokken worden als volgt aangepast. - Aandelen ontwikkelde markten: van 25% naar 30%. - Aandelen opkomende markten: van 35% naar 40%. - Private Equity: van 30% naar 40%. -Vastgoed: onderscheid tussen direct en indirect onroerend goed wordt vervangen door onderscheid tussen beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd. Beursgenoteerd vastgoed wordt behandeld als beursgenoteerde aandelen. Voor niet-beursgenoteerd vastgoed geldt een schok van 15% met een correctie afhankelijk van de mate waarin het vastgoed met vreemd vermogen is gefinancierd. • Valutarisico: schok wordt afhankelijk van het soort valuta. De huidige schok van 20% wordt vervangen door een schok die afhankelijk is van de soort vreemde valuta en de mate van spreiding. Hoe minder spreiding en hoe meer belegd in valuta uit opkomende markten, hoe hoger de schok. De nieuwe schok is ten minste 15% en ten hoogste 35%. • Commoditiesrisico: de schok gaat van 30% naar 35%. • Kredietrisico: schokken worden vervangen door een absolute stijging. In de huidige situatie moet rekening worden gehouden met een procentuele stijging van de credit spread. Dit wordt vervangen door een absolute stijging van de credit spread, afhankelijk van de creditrating. De mate van samenhang tussen het renterisico en het risico van zakelijke waarden wordt aangepast. Daarnaast wordt nu ook een samenhang verondersteld van het kredietrisico met het renterisico en het risico van zakelijke waarden. Stijging VEV Het VEV zal gemiddeld met 4,9 procentpunt stijgen. De gevolgen kunnen echter per fonds verschillen. Voor sommige pensioenfondsen zal het VEV met meer dan acht procentpunt toenemen. Bij pensioenfondsen die het renterisico met langlopende veilige obligaties afdekken, zal de impact aanzienlijk zijn door de nieuwe systematiek voor het kredietrisico. In de nieuwe situatie moet namelijk ook voor AAA-staatsobligaties een buffer voor het kredietrisico worden aangehouden. De verhoging van het VEV kan reden zijn om de wijze van renteafdekking opnieuw tegen het licht te houden. Andere rol VEV De rol van het VEV wordt door het nieuwe FTK minder groot. Voor fondsen die de premie dempen op basis van het verwachte fondsrendement moet in de huidige situatie de solvabiliteitsopslag - het VEV - in de gedempte premie worden meegenomen. In de nieuwe situatie moet het maximum van de solvabiliteitsopslag en de indexatieopslag worden meegenomen in de gedempte premie. Voor de meeste fondsen zal de indexatieopslag hoger zijn. Bij de meeste fondsen is het VEV op dit moment bepalend voor het niveau van de dekkingsgraad waarbij volledig geïndexeerd wordt. In de nieuwe situatie is de indexatiegrens onafhankelijk van het VEV. Conclusie De huidige berekeningssystematiek voor het VEV heeft de zekerheidsmaat van 97,5% in de achterliggende periode onvoldoende waargemaakt. De nieuwe systematiek leidt tot een hoger VEV en zal de zekerheidsmaat naar verwachting beter waarmaken. Meer weten? Heeft u vragen over het nieuwe VEV en wat dit voor uw pensioenfonds betekent? Neem dan contact op met een van onze consultants of met Mark van de Velde, T 06 514 65 772, 1092-01-VerEV-nFTK-v2 E [email protected] of kijk op www.aon.nl/nftk.
© Copyright 2024 ExpyDoc