KAVEL Het stadsontwikkeling bedrijf van de stad Gent

KAVEL
House Arbed.
2010-2012
architects architecten de vylder vinck taillieu assignment building a house, in the context of a specific assignment initiated by AG
SOB Gent, called Kavel-project; it is a set of four plots of which one plot is assigned to architecten de vylder vinck taillieu client private
year 2010-2013 location G m² 229 structural engineering Arch&Teco Engineering, Gent photographs Filip Dujardin status
delivered
House Meulestede.
2009-2011
architects architecten de vylder vinck taillieu assignment building a house, in the context of a specific assignment initiated by AG
SOB Gent, called Kavel-project; it is a set of four plots of which one plot is assigned to architecten de vylder vinck taillieu client private
year 2009-2012 location G m² 170 structural engineering Arthur De Roover Structureel Ontwerp, Gent photographs Filip
Dujardin status delivered
House Tichel.
2010-2011
architects architecten de vylder vinck taillieu assignment building a house, in the context of a specific assignment initiated by AG
SOB Gent, called Kavel-project; it is a set of four plots of which two plots is assigned to architecten de vylder vinck taillieu; Plot #4
client private year 2010-2013 location G m² 166 structural engineering Arthur De Roover Structureel Ontwerp, Gent
photographs Filip Dujardin status delivered
House Warande .
2011-2013
architecten architecten de vylder vinck taillieu assignment building a house, in the context of a specific assignment initiated by AG
SOB Gent, called Kavel-project; it is a set of two plots of which one plot is assigned to architecten de vylder vinck taillieu client private
year 2011-2013 location G m² 120 structural engineering Pascal De Munck, Gent photographs Filip Dujardin status delivered
Het stadsontwikkeling bedrijf van de stad Gent ambieert niet alleen ontwikkeling van nieuwe
stadskwadranten of het met ruime gebaren hertekeningen van bestaande stedelijke weefsels.
In het project KAVEL oefent het stadsontwikkelingsbedrijf in het met precisie implementeren
van kleinschalige huisvesting volgens andere principes dan wat wel gangbaar zijn. In het
stedelijke weefsels zoekt het stadsontwikkelingsbedrijf naar kansen – desnoods door afbraak –
om zelf nieuwe woningen hetzij enkelvoudig hetzij in een reeks van een goede zeven of acht of
soms vier of twee te bouwen. Maar niet door dat zelf te doen. Maar wel door aan ultiem
gesolliciteerde jonge of bijzondere gezinnen de plek maar ook de architect aan te bieden tegen
zeer gunstige voorwaarden. Maar ook stringente voorwaarden: middelen en verwachtingen
worden op scherp gesteld: uiterste duurzaamheid tegen misschien wel onmogelijke economie.
Er kan veel over gezegd, over die onmogelijke economie, over die arbitraire sollicitatie, over dan
weer zijn betekenis als voorbeeld – werkelijk voorbeeld of slechts uitzonderlijk voorbeeld -;
maar alleszins is de meerwaarde de durf. Durf om vastgoed anders te benaderen is allicht de
enige weg uit die al dan niet vermeende patstelling waarin vastgoed zich zou bevinden.
Vier kavels, of liever gezinnen maken zich kenbaar. Vier woningen worden getekend. Al lijkt het
vier keer hetzelfde; geen enkele keer is het hetzelfde. Dat de plek anders is; maar ook dat de
gezinnen anders zijn. Eigenlijk; misschien zijn het wel precies vier aparte andere vraagstukken.
Zoals alle andere opdrachten altijd niets met elkaar te zien hebben. Maar misschien uiteindelijk
wel. Toch soms.
Wat de woningen delen is dat eerder in snede dan in plan ontworpen werden. Dat is zeker het
beginsel van benadering voor elk van de woningen. Dat is trouwens het beginsel van vele
voorstudies. Niet alleen gezinnen moesten solliciteren voor dit project. Ook ontwerpers mochten
dat. Een eerder denkbeeldige oefening werd meegegeven aan de ontwerpers. Maar wel een
oefening die de echte realiteit van de stad als parameter aanhield: eerder smal maar wel diep; en
uiteraard meerdere verdiepingen.
Ontwerpen op snede is dan eigenlijk de gevolg zelf van dergelijke opzet: immers oriënteert het
wonen van leven tot slapen zich niet alleen verticaal; maar hoe licht dan tot beneden komt, dat is
misschien wel belangrijkste vraag.
Wat de woningen even zo zeer delen is dat ze willen omgaan met de plek; maar niet alleen met
een smalle en diepe aanzet. Twee van de vier woningen moeten niet alleen met smal en diep
omgaan; maar bovendien ofwel met naar elkaar toelopende mandeligen, zowaar naar één punt;
ofwel een merkwaardige mandelige heeft die als het ware een derde gevel zou kunnen genoemd
worden.
De vier woningen zoeken hun eigen economie; maar telkens uitgaand van de mogelijkheid om al
van in de eerste ruwbouwaanzet de ultieme afwerking mee te definiëren. Een enkele woning
doet dat ogenschijnlijk niet.
Kavel W of liever woning W is in een loutere stapeling van kamers. De woning is louter wit. Altijd
worden uitgangspunten ijkpunten; nooit doel op zich. Al gaande weg moet de wending altijd
mogelijk kunnen zijn; maar wendingen kunnen pas genomen als die ijkpunten sterk staan. Bij
woning W winnen de gestapelde kamers bij wit. Want de ultiem hoge stapeling maakt dat
woning slechts de halve diepte moet en rondom over de ganse hoogte een tuinmuur krijgt die
wel de opgelegde bouwcontouren volgt maar die daarmee voor en achtertuin definieert waar
het bouwvolume zelf zich ten midden van de bouwplek positioneert.
Woning M was de eerste in de rij waar de materialiteit van de ruwbouw verder werd beoefent *.
Hoe alles net in elkaar kon passen. Elke steenverband werd getekend. Maar ook waar het
precies niet kon passen werd misschien onverwacht keuze gemaakt. Keuze om wat niet past niet
langer te doen passen. Een balk die op een verdeelconsole over een van dikte verspringende
muur moet worden gepositioneerd positioneert zich zoals het is: alles is licht verschoven. Licht
verschoven maakt net dat waar zolang naar valt te kijken. Dat inspireert op een ander moment
om houten balken louter op dwarsende betonnen balk te laten liggen en zonlicht tussenin te
laten binnenkomen.
Woning A oefent verder. Ruwbouw maakt meteen kleur. Woning M heeft dan weer een roze dan
weer een gele gloed. De gebakken aarde van de grote snelbouwbaksteen is telkens weer net iets
anders. Een schakering die natuur wordt. Woning A wisselt de eerder perfecte intonatie van de
kleur van betonblokken af met houten roosteringen en vloeren en witte wanden. De loutere
speling van het licht is hier ultiem. De betonblok absorbeert. De witte wanden reflecteren. De
houten balken kleuren net genoeg.
Woning T is één van de vier van dat ensemble van kavel projecten die moet omgaan met die
bizarre naar elkaar toelopende mandelige muren; tot een punt op het einde van de tuin. Woning
T bevindt zich uiterst rechts van dat ensemble - aanvankelijk was net de uiterste linkse woning
eveneens zo goed opdracht; maar dat viel later anders uit -. Een op elke verdieping zich
terugtrekkende achtergevel en een niet aansluitend dak met de wachtgevel rechts is misschien naast woning W - de meest expliciete ‘uitvoering’ van het ontwerp in snede; om op die manier
licht overal te laten zijn en de toenemende nauwte net zijn voordeel te laten worden.
Anderzijds is het insnijden voor elk van die woningen een motief. Alleen al hoe de woningen zich
tegenover de straat een perceptie geven. Of liever: een benadering. Elke voordeur treedt terug
en maakt plaats voor precies wel een tweede voorgevel. Een portiek, om even te wachten tot
open wordt gedaan. Of is het een erker. Waar de gevel op de lijn van de straat eerder gesloten is;
is de tweede gevellijn eerder open. En laat toe hoewel met een stap terug net preciezer naar die
straat terug te kunnen kijken. Maar ook dan zonder verlies aan intimiteit de woning deel te laten
zijn van de straat.
Woning M en A expliciteren die erker. Woning W suggereert bijna een voortuin. Woning T neemt
dat motief over het dak mee tot beneden de achtergevel.
Hoewel de onmogelijke economie zoeken de woningen op de rand van een zeker brutalisme een
zekere precisie – zoals steenkool en diamant hetzelfde zijn -. Hoewel duurzaam – van dat laag
energetische; het is er; maar het is er zoals ook cement er is in een baksteenmuur: onontbeerlijk
maar amper verhaal -; duurzaam is nooit het verhaal. Duurzaam is en economie is zoals het er
moet zijn: ontegensprekelijk maar nooit besproken.
Hoe de woningen zich tot de stad verhouden. Hoe wonen in de stad is. Hoe wonen is.
Daarover gaat het. Geen één van die vier voorstellen gaat daar niet over.
Epiloog I.
Een wedstrijd voor vijf appartementen wordt beantwoordt met een schema waarbij vijf
woningen worden gesuggereerd; woningen met een ongebruikelijke smalte en geïnspireerd
door woning T met naar elkaar toelopende scheidingsmuren, telkens weer in een andere hoek.
De woningen gaan om met een programma zoals gevraagd en verwacht; maar presenteren dat
programma niet alleen in een onverwachte andere verhouding van ruimtelijkheid of schakeling;
tegelijk regenereert het nieuwe onverwachte plekken in het programma. Ruimte die geen naam
programma kreeg, want niet voorzien.
Het voorstel werd genegeerd.
Epiloog II
In Nederland zal een eerste reeks van die woningen worden gebouwd. Negen woningen laten
zich vatten op een totale gevel van xx lopende meter.
* Dierenartsenpraktijk Malpertuus gaat vooraf.