verslag algemene vergadering dcbao 2014-10-15

VERSLAG
ALGEMENE VERGADERING DCBAO
2014-10-15
AANWEZIG:
Wim Aers, Wim Claes, Geert De Corte, Danny De Smet,
Georges De Smet, Guido Dewinter (voorzitter), Michel
Goeman, Christel Herbosch, Kris Peeters, Vic Medaer, Rohnny
Michiels, Peter Nauwelaerts, Luc Ringoot, Hugo Ruymbeke,
Veerle Serré, Eric Stassen, Benny Tarras, An Tillie, Marc Van
den Brande, Thomas Vanden Berghe, Regine Vandenput,
Carine Vanholsaet, Lieven Verkest, Raf Waumans,
VERONTSCHULDIGD:
Christ De Schepper, Dannny Huijsmans, Kristel Leysen, Fabian
Mory, Herwig Schroijen, Jo Van Havere, Ria Van Hove, Bart
Vanbosseghem,
VERSLAG:
Hugo Ruymbeke
VOLGENDE VERGADERING:
Woensdag 17 december 2014
DOCUMENTEN
BIJ DE UITNODIGING:
Verslag van de vergadering van 18 juni 2014
TIJDENS DE
Uittreksel uit het verslag DCBaO, dagelijks bestuur
Omkaderingsmodel DCBaO
VERGADERING
BIJ HET VERSLAG
Omkaderingsmodel DCBaO goedgekeurde tekst
Verslag directiewerkgroep leerplanwerk
Document geld scholenbouw DIKO
Fiche 1c takenpakket directeur basisonderwijs
Men mag de DCBaO-verslagen niet lezen als ‘Mededelingen’ of standpunten van het
Verbond Basisonderwijs. Zij zijn een zo getrouw mogelijke weergave van meningen en
standpunten van de aanwezige directeurs. Op die manier bevatten DCBaO-verslagen
elementen die een opiniërende invloed kunnen uitoefenen, zowel naar het Bureau
Basisonderwijs als naar externe instanties.
Bij de aanvang van de eerste vergadering van het nieuwe werkjaar verwelkomt de
nieuwe voorzitter alle leden en de nieuwe leden in het bijzonder. De nieuwe leden zijn:
Wim Claes, Raf Waumans, Kris Peeters en Herwig Schroijen voor het bisdom Antwerpen;
Veerle Serré (dankjewel voor lekkere gebakjes) voor het bisdom Mechelen-Brussel.
In naam van alle leden van DCBaO dankt de voorzitter uitdrukkelijk de afscheidnemende
leden voor hun jarenlange inzet binnen DCBaO. De afscheidnemende leden zijn: voor het
bisdom Mechelen-Brussel Pascal Blijkers; voor het bisdom Antwerpen Luc Bettens, Jan
Cox en Marc Sabbe.
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
1
Bezinning: Benedictijnse spiritualiteit: Psalm 1: De man die gekozen heeft.
1
GOEDKEURING EN OPVOLGING VAN HET VERSLAG VAN 18 JUNI
2014
Elien Werbrouck, juriste VVKBaO, heeft ondertussen een betrekking opgenomen op het
kabinet van minister van onderwijs Hilde Crevits, en volgt daar als juriste het
basisonderwijs op. De procedure om haar te vervangen binnen VVKBaO is opgestart. Er
is op dit moment nog geen vervanger aangesteld.
Bij 1.2 VCLB
1.1
De problemen waarvan sprake, komen nog steeds voor. De secretaris-generaal zal
opnieuw contact opnemen met Stefaan Grielens van VCLB. (NVDR: dat is ondertussen
gebeurd. Dhr. S. Grielens bekijkt dit met Garant en Wisa. Volgens dhr. Grielens moet de
kostprijs voor het leerlingvolgsysteem voor scholen die met Wisa werken en voor scholen
die niet met Wisa werken exact dezelfde zijn.)
2
ACTUALITEIT: BESPREKING REGEERAKKOORD IN FUNCTIE VAN
HET MEMORANDUM DCBAO
Dit agendapunt werd voorbereid tijdens de vergadering van het dagelijks bestuur DCBaO.
Het verslag van die bespreking is de basis voor het gesprek tijdens deze algemene
vergadering. De eigen reacties worden per item toegevoegd.
Inleiding
2.1
In het memorandum van DCBaO werden 5 eisen geformuleerd waarvan de eerste,
beleidsomkadering basisonderwijs, als absolute prioriteit werd naar voor geschoven.
De vier andere zijn: infrastructuur, gelijk loon voor alle directies basisonderwijs,
werkingsmiddelen kleuteronderwijs gelijk aan werkingsmiddelen lager onderwijs en
bestuurlijke schaalvergroting. We bekijken het regeerakkoord en gaan op zoek naar
passages die refereren aan de eisen van DCBaO.
2.2
Meer beleidsomkadering basisonderwijs
2.2.1
Thema afwezig in regeerakkoord
In het regeerakkoord vinden we geen rechtstreekse verwijzing naar het optrekken van de
beleidsomkadering basisonderwijs. We vinden wel onrechtstreekse verwijzingen:
bestuurlijke optimalisatie en investeren in leerkrachten en directies.
Onder meer op basis van gesprekken die de directeur-generaal, dhr. Lieven Boeve,
daarover had met minister Crevits, wordt het duidelijk dat een verruiming van de
beleidsomkadering voor het basisonderwijs, niet in het regeerakkoord zit. Een eventuele
uitbreiding van de beleidsomkadering zou hooguit nog kunnen gerealiseerd worden
vanuit een bestuurlijke optimalisatie (bestuurlijke schaalvergroting) waarbinnen dan een
vorm van herverdeling van middelen kan plaats vinden. Voor die bestuurlijke
optimalisatie worden incentives voorzien.
2.2.2

Reacties van de aanwezige directies
Die vorm van bestuurlijke optimalisatie moet kunnen gebeuren op basis van
normen en regels die vooraf van bovenaf (departement) opgelegd worden en niet
overgelaten worden aan de lokale overlegcultuur.
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
2
















Samenwerking en mogelijke (her)verdeling van middelen moet gebeuren op basis
van gelijkwaardigheid (1 leerling = 1 leerling) waarbij objectiveerbare verschillen
tussen de niveaus weliswaar mogelijk zijn.
We moeten steun zoeken bij andere directieverenigingen om de omkadering als
topprioriteit te laten opnemen door de nieuwe Vlaamse regering.
Herverdelen van de bestaande middelen gekoppeld aan één of andere vorm van
bestuurlijke optimalisatie zal in deze budgettair moeilijke tijden de enig haalbare
mogelijkheid zijn om voor het basisonderwijs meer omkaderingsmiddelen uit de
brand te slepen.
De incentives waarvan sprake zullen hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe/extra
middelen zijn, eerder afkomstig van een vermindering van de structuur scholengemeenschappen (vestzak-broekzak-operatie).
Er ontstaat dan wel een dualiteit: we verwachten dat de overheid incentives
voorziet om te komen tot een bestuurlijke optimalisatie en anderzijds is het
katholiek onderwijs volop bezig om zelfs zonder die incentives, over te gaan tot
bestuurlijke schaalvergroting. Waarom zou de overheid daar dan nog (extra)
middelen voor voorzien?
DCBaO gaat uit van een eigen voorstel van omkaderingsmodel. Daarvan is in het
regeerakkoord geen sprake. Toch is het mogelijk om in de bestuurlijke
optimalisatie hefbomen te vinden om te evolueren naar dat model.
Een lid heeft de indruk dat binnen het secundair onderwijs, zowel lokaal als
binnen het VSKO, het besef groeit dat het basisonderwijs inderdaad zeer pover
omkaderd is. Binnen de schoolbesturen die zowel basis- als secundair onderwijs
inrichten, zijn er al heel wat voorbeelden van herverdelende maatregelen. Toch is
er dan dikwijls sprake van een meester-knecht-verhouding. We moeten naar
mogelijkheden zoeken die uitgaan van gelijkwaardigheid (ook op niveau van de
directies) en waarbij de beide niveaus de regeling als een win-win-situatie
ervaren. Dat wordt dé uitdaging voor de nabije toekomst.
Het is belangrijk om in het huidige regeerakkoord die accenten nog te kunnen
leggen. DCBaO zal daarover via NODB in contact trachten te komen met de
nieuwe minister van onderwijs. Dat contact zou vóór 15 oktober moeten plaats
vinden.
Bij de passage over bestuurlijke optimalisatie in de beleidsnota moeten we
aandringen op de toekenning van de omkaderingsmiddelen vanuit het
gelijkwaardigheidsprincipe van de onderwijsniveaus.
We moeten toch blijven ijveren voor extra middelen. Enkel het verschuiven van
de middelen voor de scholengemeenschappen naar de bestuurlijke optimalisatie,
kan de terechte noden niet oplossen.
We verkiezen de omkaderingsmiddelen van het leerplichtonderwijs eerst op
systeemniveau (d.w.z. voor heel Vlaanderen) samen te brengen en vervolgens te
herverdelen op basis van het aantal leerlingen binnen de nieuwe bestuurlijke
optimalisatie, op basis van gelijkwaardigheid en rekening houdend met
objectiveerbare verschillen tussen de niveaus.
Herverdelen klinkt negatief. Beter is te spreken over het verdelen van de
middelen op basis van gelijkheid.
Beleidsomkadering: we moeten als DCBaO goed nadenken op welk niveau we die
omkadering willen. Indien we de omkadering volledig situeren op niveau van het
schoolbestuur, is het niet denkbeeldig dat de lokale directeur van een kleinere
basisschool er terug alleen zal voorstaan. Hogere structuren zullen beter
omkaderd zijn, maar wat met de plaatselijke directeur? We moeten een vorm van
garantie inbouwen dat de omkadering terecht komt waar ze moet terecht komen:
ter ondersteuning van de plaatselijke directeur.
Wat is het standpunt van de vakbond over deze materie? Overleg hierover zal
belangrijk zijn.
Verder moeten we structurele inspraakprocedures inbouwen om tot verdeling van
de middelen te komen.
Een directeur geeft aan niet te geloven in de strategie om zelf bestuurlijke
schaalvergroting na te streven zonder incentives van de overheid.
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
3




2.3
De bisdommen nemen overal initiatieven. Men ergert er zich aan dat in sommige
bisdommen de directies (bewust?) buiten de verkennende gesprekken gehouden.
De boodschap wordt daar gegeven dat we beter vandaag dan morgen klaar zijn
om bestuurlijke schaalvergroting in te voeren. In sommige bisdommen wordt
zonder bijkomende argumenten de kaart van de niveauoverschrijdende
schoolbesturen expliciet getrokken.
De directies van DCBaO opteren er meer voor om op dit moment de huidige kleine
schoolbesturen te ondersteunen om bestuurlijk groter te worden om op die
manier de noodzakelijke competentie te garanderen. Heel wat kleinere
schoolbesturen ervaren dat ze de nodige kennis niet in huis hebben en zijn
vragende partij om samenwerkingen op te starten. Die initiatieven verdienen onze
eerste aandacht. De directies van DCBaO vinden het nu nog te vroeg om, zonder
zicht op eventuele incentives, bestuurlijke schaalvergroting op grote schaal, ook
niveauoverschrijdend, te gaan coördineren.
Wat gebeurt er na 2020? Wat met de huidige scholengemeenschappen?
Besluit: Het katholiek onderwijs moet op dit moment geen stappen zetten
om die mastodontstructuren op te richten. De inspanningen moeten gaan
naar het groeperen van de éénpitters.
Infrastructuur
Hierover is in het regeerakkoord wel wat terug te vinden. Er wordt gemiddeld ongeveer
100 miljoen euro extra per jaar voorzien voor scholenbouw.
Bij de bespreking van dit punt tijdens de algemene vergadering wijst een directeur naar
de mogelijke nadelen van een solidariteitsfonds. Zonder inspraak, boven de hoofden van
de lokale directeur basisonderwijs, wordt beslist om een vast percentrage van de eigen
werkingsmiddelen af te romen. Is dat gevaar niet reëel binnen nog grotere structuren?
Andere directies zijn het hiermee niet eens en getuigen over de waarde van zo’n
solidariteitsfonds. Binnen het niveau scholengemeenschap hebben heel wat scholen en
schoolbesturen geleerd om samen te werken. Die evolutie mogen we nu niet stoppen.
2.4
Gelijk loon voor directies
Alhoewel dit beloofd werd door alle aanwezige politici tijdens de VWW-dag van 23 april
2014, staat daarover niets in het regeerakkoord. Toch zal dat kunnen opgelost worden
binnen de bestuurlijke optimalisatie.
Een directeur merkt op dat het reële loonverschil 176 euro netto bedraagt tussen
salarisschaal B en C; en 32 euro tussen salarisschaal A en B.
Toch frappant dat, ondanks de beloftes tijdens de VWW-III dag, er hierover niets in het
regeerakkoord staat.
2.5
Gelijke werkingsmiddelen kleuter-lager
Daarover staat niets rechtstreeks in het regeerakkoord, maar er is wel sprake van een
gelijke basisfinanciering per niveau en per studierichting. Betekent dit dat op termijn de
financiering op basis van leerlingenkenmerken verdwijnt (bandbreedte=15%) en dat dat
bedrag wordt toegevoegd aan de basisfinanciering? Dat is op dit moment nog koffiedik
kijken. Voormalig minister van onderwijs Frank Vandenbroucke denkt echter dat dit wel
het geval zal zijn en heeft zijn bezorgdheid daarover uitgedrukt in De Standaard.
Momenteel lopen twee onderzoeken over de werkingstoelagen van het basisonderwijs:
een onderzoek van het Rekenhof en een OBPWO-onderzoek. In het voorjaar 2015 zullen
de resultaten ter beschikking zijn.
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
4
Ondertussen worden er wel besparingen op de werkingsmiddelen van het basisonderwijs
in het vooruitzicht geplaatst: 2,3%. In vergelijking met de andere niveaus is dat weinig,
maar het komt toch zwaar aan. In de media wordt een eventuele verhoging van de
maximumfactuur met 10 euro in de lagere school als een compensatie voorgesteld voor
de besparing op de werkingsmiddelen. Dat klopt echter niet. Met de middelen van de
verhoging van de maximumfactuur kunnen in de meeste gevallen enkel die zaken
gefinancierd worden die gevat worden door de maximumfactuur. Je kan er misschien een
uitstap meer mee financieren, maar je kan er geen andere facturen mee betalen.
Bestuurlijke schaalvergroting
2.6
Daarover hadden we het reeds uitgebreid onder 2.2. Er is in het regeerakkoord sprake
van een bestuurlijke optimalisatie.
3
OMKADERINGSMODEL DCBAO
De tekst wordt besproken en er worden kleine tekstaanpassingen voorgesteld. Lieven
Verkest zal die inbrengen in de eindversie. Verschillende opmerkingen kwamen reeds aan
bod bij de bespreking van agendapunt 2.2.
De leden van DCBaO-centraal keuren in grote meerderheid de definitieve tekst goed. Je
vindt die tekst in bijlage bij dit verslag.
Opvolging: We zullen de definitieve tekst aan de beleidsmensen bezorgen. We denken in
dat geval aan bureau VVKBaO, aan NODB, aan de leden van de onderwijscommissie en
het kabinet onderwijs. Het dagelijks bestuur volgt de verdere verspreiding op en zal
daarover verslag uitbrengen tijdens de algemene vergadering.
4
JAARPLANNING
4.1
Thema’s jaarplanning
Volgende onderwerp zullen in de loop van het werkjaar 2014-2015 aan bod komen:
•
Ontmoeting met de nieuwe directeur-generaal Lieven Boeve. Tijdens dat gesprek
zal vooral uitgegaan worden van het omkaderingsmodel dat DCBaO voorstelt.
•
Contact DCBaO-DCB in functie van het M-decreet
•
Contact met COV: Marianne Coopman (na het verschijnen van de beleidsnota)
•
Opvolging actiepunt beleidsomkadering
•
Opvolging werking pedagogische werkgroep leerplanontwikkeling (zie verder)
•
Actualiteit
•
M-decreet
•
Nieuws uit de bisdommen
•
Beleidsnota Vlaamse Regering
•
Verslaggeving externe vergaderingen: Vlor, Bureau basisonderwijs, NODB
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
5
4.2
Leerplankader
Het VVKBaO werkt aan een nieuw leerplankader en een aanpassing van de leerplannen.
In een enquête over de werking van het Verbond naar aanleiding van 100 jaar VVKBaO
lieten directies en leraren weten dat hier werk moet worden van gemaakt. In de vorige
vergadering werd dit initiatief aangekondigd, en hebben we een ‘pedagogische’
werkgroep van directies samengesteld. Danny De Smet brengt kort verslag uit over de
eerste samenkomst van 13 oktober 2014.
Per bisdom zijn er 2 à 3 directeurs betrokken. Zij hebben hun verwachtingen m.b.t. de
leerplannen verwoord. Ze leggen vooral de klemtoon op zinvolle, beperkte, begrijpelijke,
eenvoudige en meer praktisch toepasbare leerplannen. De volgende bijeenkomsten van
de werkgroep vinden plaats in de maanden februari en juni 2015. Je vindt het volledige
verslag van de directiewerkgroep ‘Leerplanwerk’ als bijlage bij dit verslag.
5
VRAGEN UIT DE BISDOMMEN
5.1
Waar gaat het geld van scholenbouw naartoe? Waar gaat het geld van
de capaciteitsproblemen naartoe? Leegstand in sommige nieuwe
gebouwen: evenredigheid middelen voor GO! en Katholiek onderwijs?
Vallen kleinen scholen uit de boot? Misbruiken?
5.1.1
Geld scholenbouw
Zie document in bijlage - besteding van de middelen per jaar in functie van de typologie
van de aanvragen
5.1.2
Capaciteit
Middelen capaciteit worden door de Vlaamse Regering verdeeld over de geselecteerde
capaciteitsgemeenten. Daar werd er bewust voor gekozen om de beperkte middelen niet
te vernevelen maar alleen geld te geven aan de gemeenten die het zwaarst getroffen zijn
door capaciteit.
De Lokale Task Force voor elk van die gemeenten komt vervolgens tot een consensus
met de betrokken onderwijspartners wie welk deel van het bedrag voor welke
capaciteitsinvesteringen krijgt.
5.1.3
Capaciteit en Evenredigheid
Mogelijk gaat het hier om een initiatief waarbij meteen een tweede stroom voorzien
wordt: ontdubbeling van alle klassen. In zo'n geval worden de jongste klassen snel en
quasi volledig opgevuld maar de oudere groepen moeten rekenen op neveninstroom en
die is minder zwaar dan de doorstroom van de eigen leerlingen naar hogere jaren.
Initiatiefnemers moeten zich baseren op prognoses van leerlingenaantallen om te
beslissen te investeren in capaciteit. Die prognoses bleken/blijken niet altijd correct. Zo
lijkt de economische crisis een vertragend effect te hebben op de vervulling van de
kinderwens. Dat leidt tot een mildering van de capaciteitspiek.
Onderwijsdecreet II voorziet een verdeling van de scholenbouwmiddelen over de netten
op basis van ingeschreven leerlingenaantallen. Dat mechanisme werd tijdelijk opzij gezet
omdat er in 2010 en 2011 zware capaciteitsproblemen dreigden en onze schoolbesturen
zich niet op korte termijn konden organiseren om projecten in te dienen. De afspraak
was dat het mechanisme op langere termijn binnen de capaciteitsmiddelen zou hersteld
worden.
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
6
Er wordt verwezen naar de heisa die het GO! gemaakt heeft toen die afspraak werd
opgenomen in de afsprakennota capaciteit van de Vlaamse Regering.
Voor ons is die verdeling op basis van ODII essentieel omdat onderwijsnetten niet
strijden met gelijke wapens.
5.1.4
Kleine scholen uit de boot en zijn er misbruiken?
Er zijn geen indicaties dat in scholenbouw kleine scholen uit de boot vallen. Net voor hen
is de verkorte procedure een middel om een belangrijk deel van hun behoefte versneld
gefinancierd te zien. Het is wel zo dat de vorm en de inhoud van de inhaaloperatie
scholenbouw DBFM minder geschikt is voor kleine projecten en dus minder op het lijf
geschreven van kleine scholen.
Zijn er misbruiken? Het VSKO rekent op AGIOn om de investeringen waarvoor subsidies
gevraagd worden te controleren, zowel a priori (voor de goedkeuring) als a posteriori (na
realisatie). Indien er misbruiken zouden zijn, dan hebben we er allemaal belang bij dat
die afgestraft worden, zeker wanneer we aanspraak willen maken op bijkomende
middelen voor scholenbouw.
5.2
Besparingen in het basisonderwijs: Is dat een lachertje na onze
noodkreet om meer noodzakelijke middelen?
Het VSKO geeft hierover duidelijk een protocol van niet-akkoord. Het kan voor ons niet
dat er op basismiddelen voor onze scholen bespaard wordt. In vergelijking met de andere
niveaus, is de besparing in het basisonderwijs evenwel beperkter (=Beleidsoptie van de
Vlaamse Regering).
VVKBaO heeft dan ook in de onderhandelingen gepleit voor een verhoging van de
maximumfactuur om op die manier een deel van de mindere inkomsten in globaliteit te
compenseren. (Wetende dat dit niet dezelfde pot aan middelen is). Deze maatregel moet
echter gezien worden samen met andere maatregelen. VVKBaO pleitte ook voor een
vermindering van het takenpakket als compensatie voor de vermindering aan middelen.
Zo pleitten we ervoor om onderwijsvreemde regelgeving te schrappen of op een ander
echelon op te vangen. We denken hierbij in eerste instantie aan Reprobel, Semu, FAVV,
afschaffing van de LOP’s,…)
De aanwezige directies benadrukken dat het optrekken van de maximumfactuur niet mag
aanzien worden ter compensatie van de minder werkingsmiddelen. De huidige manier
van financieren, die deels gebaseerd is op de SES-kenmerken van de leerlingen, heeft tot
gevolg dat de verschillen tussen de basisscholen te groot wordt. Er zijn scholen die
gemiddeld bijna het dubbele aan werkingsmiddelen ontvangen op basis van het groot
aantal leerlingen dat aantikt voor de SES-kenmerken. Vanuit hun standpunt is het
eenvoudig om tegen de verhoging van de maximumfactuur te zijn. Voor scholen die zeer
weinig werkingstoelagen ontvangen, is het een hele klus om rond te geraken. Want zelfs
met hun zogenaamd ‘rijk’ doelpubliek, beschikken ze niet over de mogelijkheden om hun
inkomstenbegroting aan te zuiveren. Er wordt ook gestipuleerd dat een verhoging van de
maximumfactuur geen verplichting inhoudt om die effectief te verhogen. Dat blijft de
keuze van de individuele school.
M.a.w. een school die gemiddeld 400 euro per leerling méér dan een andere school
krijgt, hoeft zijn maximumfactuur niet te verhogen. Meer nog: ze zou eigenlijk geen
factuur moeten voorleggen aan de ouders. Maar het is wel cynisch als die school dan
bepleit dat de andere school het maar met 400 euro per school minder moet stellen. Men
moet zich bewust zijn dat de meeste kosten van een school absoluut niets met de sociaal
economische status van de leerlingen heeft te maken (verwarming, elektriciteit en water,
onderhoud, infrastructuur, meubilair, …).
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
7
5.3
Inschrijvingsdecreet: kinderen kunnen te gemakkelijk van school
veranderen, ondanks Discimus zijn er nog dubbele inschrijvingen.
Bovendien spreekt de commissie leerlingenrechten altijd in het voordeel
van de leerling. (Planlast voor de directeurs basisonderwijs)
Het hele inschrijvingsdecreet vertrekt vanuit de absolute keuzevrijheid van ouders.
Correctie komt er enkel als er ‘plaats tekort’ is. Het VSKO heeft zich in de recente nota
naar het kabinet ook gesteld achter het bewaren van die keuzevrijheid van ouders.
Dit principe leidt ertoe dat ouders ook ‘elke dag’ van school mogen veranderen. Bij het
werken met een aanmeldingssysteem en toewijzing aan een school op deze wijze
verliezen de ouders wat van hun vrijheid. Ze nemen die terug door van school ter
veranderen. Zeker als er een zitje vrij komt in een school van hogere keuze. We moeten
goed nadenken wat we willen.
En het lijkt er inderdaad op dat de commissie leerlingenrechten altijd de kant van de
ouder kiest als blijkt dat de school ook maar iets deed dat niet volgens de reglementering
is.
5.4
Taalscreening: toch niet voor iedereen. Klassenraad kleuterschool
voldoende?
De wetgeving is daarover duidelijk. Iedereen die voor het eerst instapt in de lagere
school, moet een taalscreening krijgen. Tijdens de onderhandelingen heeft het VSKO
meermaals de piste van de klassenraad verdedigd. De overheid heeft die argumenten
steeds naast zich neer gelegd.
Tijdens de bespreking van deze vraag getuigen verschillende directies dat de
meerwaarde van de Salto-test absoluut verwaarloosbaar is wanneer men de resultaten
ervan legt naast de observatiegegevens van de kleuteronderwijzer. In het regeerakkoord
van de huidige Vlaamse Regering is er sprake van terug vertrouwen geven aan de
scholen. De taalscreening is een voorbeeld van wantrouwen ten aanzien van de leraar.
Het is maar de vraag of de Vlaamse Regering zich in de toekomst inderdaad wil beperken
tot het ‘wat’. En of ze het ‘hoe’ aan de school wil overlaten. Als dat het geval is, dan
moet de Vlaamse Regering getrouw aan die stelling, de huidige regeling op termijn
herzien.
VVKBaO neemt deze bekommernis mee naar het middagoverleg met de administratie
basisonderwijs van november 2014.
Ook de vraag over de zinvolheid van de vele risico-analyses en het gebrek aan
vertrouwen aan de scholen, moeten in dat kader bekeken worden.
5.5
Klopt het dat jongeren geen stages meer mogen doen in scholen van
eenzelfde bestuur, ook als de niveaus niet dezelfde zijn? B.v. leerlingen
7KZ als stagiaires in de peuter- en kleuterklassen. Dit was goed voor
onze kleuterscholen én voor onze beroepsschool.… M.a.w. wij kunnen
geen stagiaires kinderzorg meer krijgen omdat we niveauoverstijgend
samenwerken. Een vreemde zaak in tijden waarin niveauoverstijgende
samenwerking als ideaal wordt beschreven, zeker door het eigen huis.
Kleuterscholen in de omgeving die tot andere netten behoren, kunnen
die stagiaires wel onthalen en begeleiden…
Deze regelgeving is niet nieuw. De aanpassing van mededeling heeft scholen wellicht
wakker geschud. In de mededeling heeft men het over onverenigbaarheden: (citaat
Instellingen van een ander onderwijsniveau (basisonderwijs, hoger onderwijs,
volwassenenonderwijs) kunnen daarentegen wel als stagegever optreden voor een
stagiair van het voltijds of deeltijds secundair onderwijs. In dat geval mogen de
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
8
secundaire school en de school die als stagegever optreedt, niet onder hetzelfde
schoolbestuur ressorteren. De leerlingenstageovereenkomst is immers een overeenkomst
tussen drie partijen. Indien echter de secundaire school en de school die als stagegever
optreedt, onder hetzelfde schoolbestuur ressorteren, is er dus slechts sprake van twee
partijen, met name het schoolbestuur en de stagiair.
Vanuit VVKBaO werd gevraagd naar de consequenties als scholen toch ‘eigen’ stagiaires
opnemen. Daar blijft men in een cirkelredenering: ‘Het mag niet want het staat zo in de
omzendbrief’. Maar waarom mag het niet? ‘Omdat het in de omzendbrief staat…’. Op de
vraag of men zo ver zou gaan dat de stageresultaten niet worden erkend, is het
antwoord: ‘Neen, dat nu weer niet, denk ik…’ (De contactpersoon voor het VVKSO
hierover is Karolien Billen: 02 507 08 11.)
6
OVERHEIDSOPDRACHTEN
De diocesane directiecommissies kregen ondermeer de vraag om te peilen naar de
grootste noden m.b.t. de problematiek van de overheidsopdrachten. Voor welke
bestellingen willen onze scholen vooral ondersteuning om de wetgeving van de
overheidsopdrachten toe te passen? Nog niet alle diocesane directiecommissies hebben
dat al kunnen agenderen. Opvolging tijdens de volgende vergadering van DCBaO.
7
VERSLAG EXTERNE VERGADERINGEN
7.1
Bureau basisonderwijs
Tijdens de bureauvergadering van september 2014 kwamen volgende onderwerpen aan
bod: kennismaking met de nieuwe directeur-generaal dhr. Lieven Boeve; Regeerakkoord
van de nieuwe Vlaamse Regering, nieuwe leerplankader: voorstelling werkwijze en
planning; besparingen, varia waarin ondermeer volgende items aan bod kwamen:
spoedtelling, ba(r)ometer, buitenschoolse opvang, irriterende regeldruk,
schaalvergroting.
7.2
NODB
Een afvaardiging van de leden van NODB brachten een bezoek aan het nieuwe kabinet
van de Vlaams minister voor onderwijs, Hilde Crevits. Ze legden de focus op de nood aan
meer beleidsomkadering voor de directeur basisonderwijs. Daarbij gebruikten ze het
omkaderingsmodel dat opgemaakt werd door DCBaO. Ook de andere directieverenigingen schuiven dit model naar voor. Het is opvallend dat de andere directieverenigingen (GO! en OVSG) ook akkoord gaan met de visie dat de huidige
scholengemeenschappen een goede basis vormen om tot bestuurlijke schaalvergroting
over te gaan.
NODB heeft tevens gebruik maakt gemaakt van de DCBaO-tekst die het te ruime
takenpakket van de directeur basisonderwijs duidelijk maakt. In die lijst is onderscheid
gemaakt tussen onderwijsgebonden en niet-onderwijsgebonden taken (Fiche 1c). Die
fiche vind je als bijlage bij dit verslag. Ten slotte wil NODB ook nog contact leggen met
Guy Janssens (administrateur-generaal voor onderwijs).
7.3
Vlor, Raad Basisonderwijs
In de Raad Basisonderwijs spraken we over de jaarplanning, een ontwerp advies rond
geletterdheid (formulering advies), de programmatie BuBaO (type-9 scholen), en de
strategische verkenning van de tekst rond de eigenheid van het basisonderwijs. In een
volgende vergadering kwam het programmadecreet aan bod (besparingen). Daarop heeft
de Vlor een negatief advies gegeven.
Algemene vergadering DCBaO, 2014-10-15
9