Verslag 2 d.d. 26-02-2014

FAILLISSEMENTSVERSLAG
Nummer: 2
Datum: 27-02-14
Gegevens onderneming
Faillissementsnummer
Datum uitspraak
Curator
R-C
:
:
:
:
:
Werkpodium B.V.
C/03/13/254F
27 augustus 2013
Mr. A.L. Stegeman
Mr. R.P.J. Quaedackers
Activiteiten onderneming
:
Omzetgegevens
Personeel gemiddeld aantal
:
:
Het verstrekken van
administratieve en secretariële
dienstverlening en het geven van
adviezen op personeels- en
bedrijfseconomisch gebied
in 2011 €306.185,00
in 2012 ca. 7
Verslagperiode
:
Bestede uren in verslagperiode
Bestede uren Totaal
:
:
26 november 2013 t/m
25 februari 2014
12 uur en 27 minuten
25 uur en 27 minuten
TOELICHTING VOOR DEGENEN
DIE KENNIS NEMEN VAN DIT OPENBARE VERSLAG:
Een faillissementsverslag wordt primair uitgebracht ter rapportering aan de rechtbank / RC.
Krachtens artikel 73a Faillissementswet is dit verslag echter ook openbaar en ligt daardoor
voor iedereen ter inzage. Gelet op die openbaarheid, in combinatie met onder meer
privacygevoelige informatie en ook omdat lopende onderzoeken nog niet geheel afgerond
kunnen zijn, kan er in elk faillissement informatie zijn die (nog) niet uit dit openbare verslag
blijkt. Voorts dient er steeds rekening mee te worden gehouden, dat een faillissement zich
kenmerkt door voortschrijdend inzicht in feiten en omstandigheden. Aan het verslag kan geen
absolute zekerheid met betrekking tot de inhoud ontleend worden, noch kunnen er rechten
en/of verplichtingen uit volgen. Op de inhoud van het verslag kan derhalve geen beroep in of
buiten rechte gedaan worden tegen de curator en/of de boedel.
1.
Inventarisatie
1.1
Directie en organisatie:
Deze vennootschap is opgericht op 5 januari 2009. De aandelen van
deze vennootschap zijn geheel in handen van mevrouw Maud Johanna
Jane Amkreutz te Kerkrade. Zij is ook de enige en zelfstandig
bevoegde bestuurster.
1
1.2
Winst en verlies:
De laatste jaarrekening betreft het boekjaar 2011. In dat jaar is een
omzet gerealiseerd van €306.185,00 en een winst van €6.506,00.
De gegevens van na 31 december 2011 zijn niet extern verwerkt,
maar zitten in verschillende ordners en verschaffen daarom niet direct
een helder en compleet beeld van omzet en resultaat.
1.3
Balanstotaal:
De boekwaarde van de activa bedroeg ultimo 2011€85.005,--; het
eigen vermogen bedroeg ultimo dat jaar €24.942 en er was voor een
bedrag van €53.911,00 aan schulden en voor €6.152,00 aan
leaseverplichtingen.
1.4
Lopende procedures:
Er loopt bij de kantonrechter te Heerlen een procedure aanhangig
gemaakt door de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten; deze
is vanwege het faillissement geschorst. SNCU heeft haar vordering ter
verificatie ingediend.
1.5
Verzekeringen:
Er was nog sprake van inventaris- en aansprakelijkheidsverzekeringen
bij Aegon. Deze zijn opgezegd.
1.6
Huur:
Een huurovereenkomst voor kantoorruimte is volgens de bestuurster
al op 31 december 2012 beëindigd. Een beeindigingsovereenkomst zit
in het dossier. Verhuurder was Plum Infra B.V.
Opvallend is dat er tussentijds een aanzienlijke huurverhoging heeft
plaatsgevonden. De bestuurder heeft met stukken onderbouwd dat de
hogere huur marktconform is, mede ook omdat daarin twee
parkeerplaatsen zijn begrepen.
1.7
Oorzaak faillissement:
Werkpodium exploiteerde een uitzendonderneming, waarbij personeel
(hoofdzakelijk bouwvakkers) werden uitgeleend. Daarnaast deed zij
op kleinere schaal administratieve werkzaamheden voor derden. Door
de malaise in de bouw liepen de omzet en winst terug. De bestuurster
is in de loop van 2012 tot de conclusie gekomen, dat voortzetting van
de onderneming geen reële optie was. In de loop van dat jaar zijn
acties ingezet om alle activiteiten te beëindigen en uiteindelijk de
vennootschap te vereffenen. Van het personeel is in 2012 afscheid
genomen, de huurovereenkomst voor het kantoor werd beëindigd,
een leaseauto werd ingekocht en doorverkocht, debiteuren zijn geïnd
en de crediteuren (nagenoeg) alle betaald.
Vervolgens legde de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten in
het najaar van 2012 bij curanda een vordering neer, wegens de nietnaleving van de CAO, meer in het bijzonder de toepassing van de
2
uurbeloning en vergoedingen, alsmede pensioen en roostervrije
dagen. SNCU vorderde van curanda o.a. een (forfaitaire)
schadevergoeding van €15.643,00. Curanda heeft SNCU laten weten
dat haar activiteiten per medio juli 2012 zijn beëindigd en dat zij geen
middelen heeft om enig bedrag te betalen. Op 15 juli 2013 is curanda
door SNCU gedagvaard. Op 23 augustus 2013 heeft de bestuurster
het eigen faillissement aangevraagd van Werkpodium, dat op 27
augustus 2013 door uw Rechtbank is uitgesproken.
2.
Personeel
2.1
Aantal ten tijde van faillissement:
0
2.2
Aantal in jaar voor faillissement:
In de eerste helft van 2012 was sprake van een aantal van ca. 6-8
personeelsleden (uitzendkrachten) volgens de bestuurster. Deze
arbeidscontracten zijn allemaal in 2012 geëindigd.
2.3
Datum ontslagaanzegging:
n.v.t.
3.
Activa
Onroerende zaken
3.1
Beschrijving:
Er is geen sprake van onroerende activa.
3.2
Verkoopopbrengst:
n.v.t.
3.3
Hoogte hypotheek:
n.v.t.
3.4
Boedelbijdrage:
n.v.t.
Bedrijfsmiddelen
3.5
Beschrijving:
Er is sprake van wat oude kantoorinventaris, met geringe waarde.
Inmiddels is er gebleken dat er maar één geïnteresseerde kandidaat
was, die €200,00 bood. Met instemming van de RC is dit bod
aanvaard en zijn de spullen verkocht en geleverd. De koopsom is
betaald en staat op de boedelrekening.
3
3.6
Verkoopopbrengst:
De verkoopopbrengst is €200,00.
3.7
Boedelbijdrage:
€200,00.
3.8
Bodemvoorrecht fiscus:
Belastingdienst heeft laten weten dat er geen openstaande aanslagen
zijn.
Voorraden/ onderhanden werk
3.9
Beschrijving:
Activiteiten van de onderneming zijn in de zomer van 2012 reeds
feitelijk beëindigd en grotendeels afgewikkeld. Er is dus geen sprake
van onderhanden werk.
3.10
Verkoopopbrengst:
n.v.t.
3.11
Boedelbijdrage:
n.v.t.
Andere activa
3.12 Beschrijving:
Er zijn, naast de activa bedoeld in punt 3.5, geen andere activa
vastgesteld.
3.13
Verkoopopbrengst:
n.v.t.
4.
Debiteuren
4.1
Omvang debiteuren:
Er is vooralsnog niet gebleken van debiteuren.
4.2
Opbrengst:
n.v.t.
4.3
Boedelbijdrage:
n.v.t.
5.
Bank / Zekerheden
5.1
Vordering van bank(en):
Per datum faillissement stond op bankrekeningnummer 56.02.15.401
een tegoed van €987,77. Er is daarnaast niet gebleken van
4
vorderingen van de bank, danwel van zekerheden verstrekt aan de
bank.
5.2
Leasecontracten:
Begin 2012 is door curanda van de leasemaatschappij Keram een
auto gekocht, te weten een BMW118i met kenteken 44-NZL-3. Deze
was in januari 2011 voor het eerst op kenteken gezet en had toen
een cataloguswaarde van ca. €34.000,00. Daarvoor is op 2 mei 2012
door curanda aan de leasemaatschappij een bedrag betaald van
€9.913,58. Deze auto is vervolgens op 18 mei 2012 aan de
bestuurster in privé verkocht voor de prijs van €18.750,00. Daarvan
is een deel groot €14.000,00 via de bank betaald en een deel groot
€4.750,00 per kas; althans volgens bestuurster.
Dat leek op basis van een door de garage uitgebrachte taxatie een
marktconforme prijs te zijn. Inmiddels is uit nader onderzoek via
ANWB koerslijst en externe informatie gebleken dat die prijs niet
marktconform is.
5.3
Beschrijving zekerheden:
n.v.t.
5.4
Separatistenpositie:
n.v.t.
5.5
Boedelbijdragen:
n.v.t.
5.6
Eigendomsvoorbehoud:
n.v.t.
5.7
Reclamerechten:
n.v.t.
5.8
Retentierechten:
n.v.t.
6.
Doorstart / voortzetten
Voortzetten
6.1
Exploitatie / zekerheden:
De onderneming is in juli 2012 beëindigd. Van voortzetting is dus
geen sprake.
6.2
Financiële verslaglegging:
n.v.t.
5
Doorstart
6.3
Beschrijving:
Is niet aan de orde, omdat de onderneming reeds in juli 2012
geëindigd is.
6.4
Verantwoording:
n.v.t.
6.5
Opbrengst:
n.v.t.
6.6
Boedelbijdrage:
n.v.t.
7.
Rechtmatigheid
7.1
Boekhoudplicht:
De laatste jaarrekening dateert van het boekjaar 2011 en is opgesteld
door een externe accountant, Sijben & Hupperetz. Over dat boekjaar
was sprake van een omzet van €306.185,00 en een nettowinst van
€6.506,00.
De administratie over 2012 en 2013 zit in verschillende klappers.
Gebleken is van diverse overboekingen tussen verschillende
bankrekeningen, betalingen en onttrekkingen door de bestuurder via
een rekening-courantverhouding, zonder dat daaraan een duidelijke
reden ten grondslag ligt. Bovendien is er sprake van diverse
opnamen, waartegenover geen aantoonbare storting staat, zodat op
dit moment de situatie zo is dat de bestuurder een rekeningcourantschuld aan de vennootschap heeft. Ik heb de bestuurder
gevraagd om bewijsstukken van het saldo van de rekeningcourantverhouding. Uit door de bestuurder overgelegde stukken blijkt
de vennootschap per datum faillissement een vordering uit hoofde
van rekening-courant op de bestuurder te hebben van €12,26. De
bestuurder heeft toegezegd dat bedrag aan de boedel te voldoen.
Van de gestelde kasbetaling voor de auto heb ik in de boekhouding
geen overtuigend bewijs aangetroffen. Ik heb de bestuurder gevraagd
mij dat bewijs te leveren. Deze betaling is opgenomen in een door de
bestuurder overgelegd kasboek.
7.2
Depot jaarrekeningen:
De jaarrekening over 2011 is vastgesteld op 12 september 2012 en
gedeponeerd op 14 september 2012. Dat is tijdig.
7.3
Goedk. verklaring Accountant:
n.v.t.
6
7.4
Stortingsverplichting aandelen:
Volgens jaarrekening over 2011 is aan de stortingsverplichting
voldaan.
7.5
Onbehoorlijk bestuur:
Hier is vooralsnog niet van gebleken. Bestuurster had het voornemen
om de onderneming en de vennootschap te vereffenen en was
daarmee een heel eind op weg. Dat is doorkruist door de vordering
van SNCU. Deze vordering kwam onverwacht, maar leek wel terecht
te zijn. Er is vooralsnog niet gebleken dat bestuurster hiervan een
ernstig verwijt te maken is. Ondanks mededelingen dat er niets te
halen was, heeft SNCU toch gekozen voor een procedure, waarna
bestuurster zelf het initiatief genomen heeft om het faillissement aan
te vragen.
7.6
Paulianeus handelen:
Inmiddels is uit informatie van de ANWB koerslijsten en informatie
verkregen via BMW-dealers gebleken dat de door de bestuurder aan
de vennootschap voor de overgenomen auto betaalde prijs niet
marktconform was, niettegenstaande de taxatie die de bestuurder
heeft overgelegd. Volgens bestuurder was er destijds schade aan de
auto en verklaart dat de lagere prijs, maar die schade is door de
bestuurder niet aangetoond.
Door de curator is de rechtshandeling waarbij de auto door de
vennootschap aan de bestuurder is verkocht en geleverd, vernietigd
met een beroep op pauliana. De bestuurder weigert de auto aan de
boedel af te geven en weigert ook de schade aan de boedel te
vergoeden. Van de Rechter-commissaris is machtiging verkregen om
een procedure tegen de bestuurder te starten. Aan de Minister is
gevraagd met een beroep op de Garantstellingsregeling curatoren een
garantstelling af te geven. De beslissing daarop zal op korte termijn
volgen.
Naast de rekeningcourantverhouding wordt ook de relatie met de
verhuurder van het kantoorpand bekeken. De verhuurder is een partij
die gelieerd is aan degene die een groot deel van het personeel van
curanda inleende. Lopende de huurovereenkomst is de huurprijs
ineens en substantieel verhoogd, waardoor er ineens meer geld door
de vennootschap aan die verhuurder is betaald. Uit een verklaringen
van de accountant volgt dat deze hogere prijs marktconform is, mede
vanwege parkeerplaatsen die zijn bijgehuurd en dat er uiteindelijk
meer betaald is vanwege nabetaling van btw.
8.
Crediteuren
8.1
Boedelvorderingen:
-7
8.2
Pref. vord. van de fiscus:
De Belastingdienst heeft laten weten dat er geen sprake is van
openstaande aanslagen.
8.3
Pref. vord. van het UWV:
--
8.4
Andere pref. crediteuren:
n.v.t.
8.5
Aantal concurrente crediteuren:
4
8.6
Bedrag concurrente crediteuren:
€16.942,28; hierbij de opmerking dat volgens SNCU er ook nog
sprake is van de (latente) verplichting tot nabetaling aan
verschillende ex-werknemers. De hiermee gemoeide bedragen zijn
niet bekend en ook niet in voornoemd bedrag opgenomen. SNCU
treedt kennelijk niet namens deze werknemers op. Deze werknemers
hebben ook (tot heden) zelf geen claim bij curanda neergelegd.
8.7
Verwachte wijze van afwikkeling:
Indien en zodra er een garantstelling door de Minister is afgegeven,
zal een procedure tegen de bestuurder worden geëntameerd. In die
procedure zal gevorderd worden dat de bestuurder een vergoeding
betaalt ter grootte van de waarde van de BMW ten tijde van het
faillissement, ca. €17.500,00. Tevens wordt van de bestuurder
gevorderd dat zij een bedrag wegens verkeersboetes aan de boedel
voldoet, alsook een vergoeding voor verteer- en representatiekosten
die door de vennootschap voor de bestuurder betaald zijn nadat de
onderneming al beëindigd was.
9.
Overig
9.1
Termijn afwikkeling faillissement:
Nog niet bekend.
9.2
Plan van aanpak:
De administratie over 2012 en 2013 zal nog nader onderwerp van
onderzoek zijn. Uit de bankadministratie blijkt o.a. dat er in 2012 en
2013 meerdere rekening-courant mutaties (in de verhouding met de
bestuurder) hebben plaatsgevonden, waarbij niet blijkt dat het saldo
uiteindelijk op €0,00 eindigt. Mogelijk moet bestuurster die r-c
verhouding nog aanzuiveren. De bestuurder heeft toegezegd het
bedrag van het saldo, €12,26 aan te zuiveren.
8
Tevens zijn na beëindiging van de activiteiten nog o.a.
verteringskosten ten laste van curanda gemaakt, of gedeclareerd,
hetgeen niet te rijmen lijkt met die beëindiging. Ook die zal
bestuurster moeten aanzuiveren. De bestuurster heeft erkend dat zij
bepaalde bedragen moet terugbetalen, waaronder uitgaven voor
verteringen, maar ook verkeersboetes die vanuit de vennootschap
zijn betaald. Zij zal daarop worden aangesproken. De bestuurder
weigert thans de restitutie van die bedragen. Het gaat om €831,40
wegens verteringskosten en €630,00 wegens verkeersboetes.
Ook wordt er nog gekeken naar de huurverhouding. Begin 2012,
terwijl beëindiging van de onderneming al in de pijpleiding zat, is er
nog een nieuw huurcontract afgesloten voor een aanmerkelijk
verhoogde huur voor het kantoorpand. Dit zal de bestuurster moeten
toelichten. Haar toelichting is dat dit op advies van de accountant van
de verhuurder is gebeurd, maar die toelichting is niet bevredigend.
Inmiddels zijn de gang van zaken en de gehanteerde en betaalde
bedragen naar tevredenheid toegelicht door de accountant. Hierin zit
verder geen punt van aandacht.
Naast voornoemde bedragen wordt aanspraak gemaakt op betaling
door de bestuurder aan de boedel van een bedrag gelijk aan de
waarde van de auto ten tijde van het faillissement. Deze auto hoort
immers, door de ingeroepen vernietiging wegens pauliana, in de
boedel en dient de bestuurder de schade te vergoeden doordat zij de
auto niet afgeeft. Het gaat dan om een bedrag van €17.500,00.
Inmiddels is een machtiging verkregen voor een procedure tegen de
bestuurder en een beroep gedaan op de Garantstellingsregeling
curatoren in verband met de kosten.
9.3
Indiening volgend verslag:
27 mei 2014
9